<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR125803_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Resthout met beleid verbranden</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Wierden</dcterms:creator><dcterms:modified>2009-02-18</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Wierden</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Driehoek, 18-02-2009</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Resthout met beleid verbranden</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">artikel 10.2 en artikel 10.63 van de Wet milieubeheer</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">artikel 5.5.1 van de Algemene Plaatselijke Verordening</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>milieu</dcterms:subject><dcterms:issued>2009-02-10</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2009-02-18</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2019-03-06</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Resthout met beleid verbranden</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze beleidsregel wordt verstaan onder:</al><al>College : burgemeester en wethouders</al><al>Snoeihout : alle takken en bladeren die van bomen en struiken worden gehaald in het kader van</al><al>duurzaam onderhoud</al><al>Gerooid hout : gerooide bomen, inclusief de stammen, stobben, stronken, takken en bladeren</al><al>Overige biomassa : alle organisch materiaal van natuurlijke herkomst, voor zover hier niet expliciet genoemd</al><al>Stookontheffing : een ontheffing op grond van zowel de Wm als op grond van de Apv</al><al>Stookseizoen : van 1 oktober tot 1 april van het daaropvolgende kalenderjaar</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Gerooid hout</titel></kop><al>1.Het college kan ontheffing verlenen voor het verbranden van gerooid hout met uitzondering vanstamhout</al><al>met een doorsnede van meer dan 25 cm.</al><al>2.Een ontheffing als bedoeld in artikel 2, lid 1 wordt alleen verleend, indien wordt aangetoond dat er geen</al><al>haalbare hoogwaardigere verwerkingsmogelijkheid is als bedoeld in artikel 3, lid 2.</al><al>3.Aan een ontheffing voor het verbranden van gerooid hout zijn voorschriften verbonden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Snoeihout</titel></kop><al>1.Het college kan ontheffing verlenen voor het verbranden van snoeihout dat ontstaat bij het onderhoud van</al><al>karakteristieke landschapselementen en erfbeplanting.</al><al>2.Een ontheffing als bedoeld in artikel 3, lid 1 wordt alleen verleend indien er geen hoogwaardigere</al><al>verwerkingsmogelijkheid is, zoals opstapelen van houtwallen, versnipperen of verklepelen en/of de</al><al>gemeentelijke inzamelmogelijkheid voor biomassa met duurzame verwerking daarna.</al><al>3.Aan een ontheffing voor het verbranden van snoeihout zijn voorschriften verbonden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Boomziekten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen voor het verbranden van ziek hout.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een ontheffing wordt alleen verleend, indien er sprake is van een besmettelijke boomziekte.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Aan een ontheffing voor het verbranden van ziek hout zijn voorschriften verbonden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Paas- en andere folkloristische vuren</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college kan ontheffing verlenen voor een paas- of ander folkloristisch vuur.</al></li><li nr="2."><al>Per kern/buurtschap wordt voor maximaal één jaarlijks paas- of ander folkloristisch vuur ontheffing verleend,</al></li></lijst><al>gemeentebreed voor maximaal 10 stuks, te weten voor: Enter, ’t Brook, Enterbroek, Hoge Hexel, Lage</al><al>Egge, Notter, Zuna, Rectum, Ypelo en Wierden, elk 1 paas- of folkloristisch vuur.</al><al>3.Het paas- of ander folkloristisch vuur mag een maximale omvang hebben van 360 m³, te weten: 14 meter in</al><al>doorsnede en 7 meter hoog.</al><al>4.Bij de omvangbepaling is zonodig het oordeel van de namens het college controlerende bestuurder en/of</al><al>ambtenaren maatgevend.</al><al>5.Aan een ontheffing voor het verbranden van een paasvuur worden voorschriften verbonden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Andere gevallen</titel></kop><al>Het college verleent in principe geen ontheffing in andere gevallen en voor overige biomassa dan bedoeld in de</al><al>artikelen 2 tot en met 5 van deze Beleidsregel.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Ontheffing</titel></kop><al>1.Een aanvraag voor een ontheffing voor het paasvuur of het anderszins verbranden van gerooid hout of</al><al>snoeihout dat bijvoorbeeld ontstaat bij het onderhoud van karakteristieke landschapselementen en</al><al>erfbeplanting dient uiterlijk 8 weken voor de beoogde stookdatum schriftelijk bij het college te worden</al><al>ingediend.</al><al>2.Een aanvraag voor een ontheffing voor het verbranden van ziek hout moet minimaal 4 uren voor het aansteken</al><al>van het vuur telefonisch bij de gemeente, de plaatselijke politie en brandweer gemeld worden. Bij twijfel</al><al>dient de betrokkene een verklaring van de Plantenziektekundige Dienst (Wageningen) in te dienen,</al><al>waarmee wordt aangetoond dat het om een besmettelijke boomziekte gaat.</al><lijst><li nr="3."><al>Een ontheffing wordt, met uitzondering bij ziek hout, altijd schriftelijk verleend.</al></li><li nr="4."><al>Een ontheffing is voor één branding op maximaal twee aaneengesloten dagen geldig.</al></li><li nr="5."><al>Een ontheffing is geldig voor één perceel of aaneengesloten percelen.</al></li><li nr="6."><al>Uiterlijk 4 uren voor aanvang van het stoken dient degene aan wie de ontheffing is verleend, dit aan de gemeente,</al></li></lijst><al>de plaatselijke politie en brandweer te melden.</al><al>7.Indien het door weersomstandigheden of andere redenen niet mogelijk is op de aangegeven datum te</al><al>stoken, blijft de ontheffing met uitzondering van de op grond van artikel 5 verleende ontheffing, gedurende</al><al>het stookseizoen van kracht. Van uitstel dient de gemeente in kennis te worden gesteld.</al><al>8.Voor het stoken van een vuur binnen de bebouwde kom of in een bodembeschermingsgebied wordt geen</al><al>ontheffing verleend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze gemeentelijke beleidsregel treedt in werking vanaf de datum waarop deze is bekendgemaakt.</al></artikel></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>