<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR125660_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Algemene subsidieverordening 2012</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Uden</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-12-28</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Uden</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Udens Weekblad 28-12-2011</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Algemene subsidieverordening 2012</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 149 en Algemene wet bestuursrecht, art. 4:23</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2011-12-15</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2011/4350</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Verordening vervangt Kaderverordening verstrekking subsidies gemeente Uden 2008 en Algemene beleidsregel subsidieverstrekking 2008</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Algemene subsidieverordening 2012</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De Raad van de gemeente Uden;</al><al>overwegende dat het wenselijk is in het kader van de herziening van het
                        subsidiebeleid een nieuwe algemene subsidieverordening vast te stellen
                        die dient als juridisch kader voor de verstrekking van subsidies;</al><al>gelezen het voorstel van het College van burgemeester en wethouders van
                        1 november 2011;</al><al>gelet op artikel 149 van de Gemeentewet en artikel 4:23 van de Algemene
                        wet bestuursrecht;</al><al>b e s l u i t</al><al>vast te stellen de </al><al><vet>Algemene subsidieverordening Uden 2012</vet></al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1.</nr><titel>Algemene Bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>wet: Algemene wet bestuursrecht;</al></li><li nr="b."><al>College: College van burgemeester en wethouders;</al></li><li nr="c."><al>professionele instelling: organisatie die, exclusief
                                    accommodatiesubsidie, structureel minstens € 20.000,-- subsidie
                                    per jaar ontvangt dan wel minstens 1 fte in dienst heeft of
                                    voornemens is in dienst te nemen;</al></li><li nr="d."><al>structurele subsidie: subsidie die ingezet wordt voor een
                                    doorlopende of jaarlijks terugkerende activiteit;</al></li><li nr="e."><al>incidentele subsidie: andere dan structurele subsidie.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Reikwijdte</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening is van toepassing op de verstrekking van
                                gemeentelijke subsidies met uitzondering van garanties en
                                geldleningen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het College kan bepalen dat deze verordening geheel of gedeeltelijk
                                niet van toepassing is in de in artikel 4:23, derde lid, van de wet
                                genoemde gevallen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Grondslag subsidieverstrekking</titel></kop><al>Voor de volgende beleidsterreinen kan subsidie worden verstrekt: a.
                            algemeen bestuur; b. openbare orde en veiligheid; c. verkeer, vervoer en
                            waterstaat; d. economische zaken; e. onderwijs; f. cultuur en recreatie;
                            g. sociale voorzieningen en maatschappelijke dienstverlening;</al><al>h.volksgezondheid en milieu; i. ruimtelijke ordening en
                            volkshuisvesting.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Beslissingsbevoegdheid</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Beslissingsbevoegdheid</titel></kop><al>Het College is het bevoegde bestuursorgaan voor de uitvoering van titel
                            4.2 van de wet en deze verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Rechtspersoonlijkheid</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Subsidie wordt verstrekt aan een rechtspersoon.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Subsidie kan worden verstrekt aan een natuurlijke persoon of groep
                                van natuurlijke personen, indien de noodzaak daartoe voortvloeit uit
                                de aard van de activiteiten waarvoor subsidie wordt verstrekt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Niet-subsidiabele activiteiten</titel></kop><al>Subsidie wordt niet verstrekt voor commerciële, partijpolitieke en
                            godsdienstige of levensbeschouwelijke activiteiten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Procedure</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De verstrekking van een structurele subsidie aan professionele
                                instellingen geschiedt door subsidieverlening, gevolgd door
                                subsidievaststelling.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De verstrekking van een structurele subsidie aan andere instellingen
                                geschiedt door subsidievaststelling zonder voorafgaande
                                subsidieverlening.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De verstrekking van een incidentele subsidie geschiedt door
                                subsidievaststelling zonder voorafgaande subsidieverlening.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In afwijking van het derde lid geschiedt verstrekking van een
                                incidentele subsidie door subsidieverlening, gevolgd door
                                subsidievaststelling, indien:</al><lijst><li nr="-"><al>de toe te kennen subsidie, exclusief accommodatiesubsidie,
                                        minstens € 20.000,--bedraagt;</al></li><li nr="-"><al>per uit te voeren eenheid wordt gesubsidieerd.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Toepasselijkheid afdeling 4.2.8 Algemene wet
                                bestuursrecht.</titel></kop><al>Afdeling 4.2.8 van de wet is van toepassing op per boekjaar verstrekte
                            subsidies, voor zover daar in deze verordening niet van wordt
                            afgeweken.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2.</nr><titel>Subsidieplafond en begrotingsvoorbehoud</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Subsidieplafond</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het College kan voor een of meer beleidsterreinen of onderdelen
                                daarvan jaarlijks een subsidieplafond vaststellen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het College regelt de verdeling van het beschikbare bedrag.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Begrotingsvoorbehoud</titel></kop><al>Een subsidie ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld of
                            goedgekeurd, wordt verstrekt onder de voorwaarde dat voldoende middelen
                            op de begroting beschikbaar worden gesteld.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3.</nr><titel>Verlening en vaststelling ineens</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Toepasselijkheid hoofdstuk</titel></kop><al>Dit hoofdstuk is van toepassing op:</al><lijst><li nr="a."><al>subsidieverlening;</al></li><li nr="b."><al>subsidievaststelling zonder voorafgaande verlening.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een aanvraag tot subsidieverlening en een aanvraag tot
                                subsidievaststelling zonder voorafgaande verlening gaan vergezeld
                                van een begroting en een activiteitenplan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het College kan met het oog op het nemen van de beslissing op de
                                aanvraag meer of minder gegevens verlangen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Indieningstermijn</titel></kop><al>1.Een aanvraag moet worden ingediend:</al><lijst><li nr="a."><al>voor een structurele
                            subsidie:</al><al>1<sup>°</sup>. indien in het voorafgaande jaar subsidie is verstrekt
                            voor dezelfde of in hoofdzaak voort-durende activiteit: uiterlijk 1
                            september voorafgaand aan het jaar of de jaren waarop de aanvraag
                            betrekking heeft;</al><al>2<sup>°</sup>. in andere gevallen: uiterlijk 1 maart voorafgaand aan het
                            jaar of de jaren waarop de aanvraag betrekking heeft;</al></li><li nr="b."><al>voor een incidentele subsidie: uiterlijk acht weken voor aanvang
                                    van de activiteit(en) waarvoor subsidie wordt aangevraagd.</al><lijst><li nr="2."><al>Het College kan voor daarbij aan te wijzen subsidies
                                            afwijken van het eerste lid.</al></li><li nr="3."><al>In bijzondere gevallen kan het College afwijken van de
                                            indieningstermijn.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het College beslist op een aanvraag om een structurele subsidie
                                uiterlijk 31 december van het jaar voorafgaande aan het
                                subsidiejaar. Het College kan deze termijn met twee maanden
                                verlengen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het College beslist op een aanvraag om een incidentele subsidie
                                binnen acht weken na ontvangst.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Onverminderd de weigeringsgronden bedoeld in artikel 4:35
                                        van de wet wordt subsidie geweigerd, indien: a. de
                                        subsidieverstrekking in strijd is met deze verordening; b.
                                        de aanvraag niet tijdig is ingediend.</al></li><li nr="2."><al>De subsidieverlening en, indien geen beschikking tot
                                        subsidieverlening is gegeven, de subsidievaststelling, wordt
                                        geweigerd, indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de activiteiten van de aanvrager niet aanwijsbaar ten goede
                                        komen aan de inwoners van de gemeente of niet bijdragen aan
                                        de realisering van gemeentelijk beleid;</al></li><li nr="b."><al>de aanvrager doelstellingen beoogt of activiteiten zal
                                        ontplooien die in strijd zijn met de wet of het algemeen
                                        belang;</al></li><li nr="c."><al>subsidieverstrekking anderszins niet past binnen het beleid
                                        van de gemeente of de activiteiten daarin onvoldoende
                                        prioriteit hebben;</al></li><li nr="d."><al>er onvoldoende middelen in de begroting beschikbaar
                                        zijn.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>De subsidieverlening en, indien geen beschikking tot
                                                subsidieverlening is gegeven, de
                                                subsidievaststelling, kan worden geweigerd:</al><lijst><li nr="a."><al>indien de aanvrager de activiteiten kan bekostigen uit eigen
                                        middelen of middelen die hij kan verkrijgen van derden;</al></li><li nr="b."><al>in de gevallen als bedoeld in artikel 4:35 van de wet.</al></li></lijst></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4.</nr><titel>Verplichtingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Vaste verplichtingen van de subsidieontvanger</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De subsidieontvanger besteedt de subsidie aan de activiteiten
                                waarvoor de subsidie is verleend, voor zover bij de
                                subsidieverstrekking niet anders is bepaald.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De subsidieontvanger informeert het college zo spoedig mogelijk
                                schriftelijk over:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>ontwikkelingen die ertoe kunnen leiden dat de activiteiten waarvoor
                                de subsidie is verleend, geheel of gedeeltelijk niet worden
                                uitgevoerd;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>ontwikkelingen die ertoe kunnen leiden dat de subsidieontvanger de
                                hem opgelegde verplichtingen geheel of gedeeltelijk niet kan
                                nakomen;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>relevante wijzigingen in de financiële en organisatorische
                                verhouding met derden;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>besluiten of procedures die zijn gericht op de beëindiging van de
                                activiteiten waarvoor subsidie is verleend, dan wel ontbinding van
                                de rechtspersoon.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel>Andere verplichtingen</titel></kop><al>Het College kan de subsidieontvanger verplichtingen opleggen als bedoeld
                            in artikel 4:38 van de wet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18.</nr><titel>Toestemmingen</titel></kop><al>De subsidieontvanger behoeft de toestemming van het College voor
                            handelingen als vermeld in artikel 4:71 van de wet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19.</nr><titel>Vermogensvorming</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In de gevallen bedoeld in artikel 4:41, tweede lid, van de wet is de
                                subsidieontvanger aan het College een door het College vast te
                                stellen vergoeding verschuldigd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vergoeding bedraagt ten hoogste het bedrag waarmee
                                subsidieverstrekking door het College heeft bijgedragen aan de
                                vermogensvorming in verhouding tot de andere middelen die daaraan
                                hebben bijgedragen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5.</nr><titel>Vaststelling na verlening en verantwoording</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20.</nr><titel>Aanvraag en verslaglegging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een aanvraag tot vaststelling van een verleende subsidie wordt
                                ingediend met behulp van een door het College vastgesteld
                                formulier.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de aanvraag worden een financieel verslag en een
                                activiteitenverslag overgelegd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De verslaglegging voldoet aan door het College te stellen
                                eisen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien een subsidie is verleend van € 50.000,-- of meer maakt een
                                oordeelsverklaring van een accountant met enige of redelijke mate
                                van zekerheid deel uit van de verslaglegging.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De artikelen 4:78 tot en met 4:80 van de wet zijn van
                                overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat ook de
                                doelmatigheid en doeltreffendheid van de gesubsidieerde activiteiten
                                in de verklaring wordt betrokken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21.</nr><titel>Indieningstermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een aanvraag tot vaststelling van een verleende structurele subsidie
                                wordt ingediend voor 1 juli na afloop van het jaar waarop de
                                subsidie betrekking heeft.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een aanvraag tot vaststelling van een verleende incidentele subsidie
                                wordt ingediend binnen drie maanden na afloop van de activiteit
                                waarop de subsidie betrekking heeft.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Artikel 12, tweede en derde lid, zijn van overeenkomstige
                                toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22.</nr><titel>Verantwoording na vaststelling ineens</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een structurele subsidie is verstrekt door
                                subsidievaststelling zonder voorafgaande subsidieverlening, legt de
                                subsidieontvanger vóór 1 juli na afloop van het jaar waarop de
                                subsidie betrekking heeft een verslag over waaruit blijkt dat
                                voldaan is aan de aan de subsidievaststelling verbonden
                                verplichtingen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien een incidentele subsidie is verstrekt door
                                subsidievaststelling zonder voorafgaande subsidieverlening, legt de
                                subsidieontvanger binnen drie maanden na afloop van de activiteit
                                waarop de subsidie betrekking heeft een verslag over waaruit blijkt
                                dat voldaan is aan de aan de subsidievaststelling verbonden
                                verplichtingen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23.</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><al>Indien geen beschikking tot subsidieverlening is gegeven, kan de
                            subsidievaststelling worden geweigerd in de gevallen bedoeld in artikel
                            4:35, eerste en tweede lid, van de wet.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6.</nr><titel>Overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24.</nr><titel>Toezicht</titel></kop><al>Het college kan een of meer personen aanwijzen die belast zijn met het
                            toezicht op de naleving van titel 4.2 van de wet en deze
                            verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25.</nr><titel>Ingetrokken verordeningen</titel></kop><al>De Kaderverordening verstrekking subsidies gemeente Uden 2008 wordt
                            ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2012.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27.</nr><titel>Overgangsrecht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op subsidies verstrekt voor de datum van inwerkingtreding van deze
                                verordening blijven de regels waarop die verstrekking was gebaseerd
                                van toepassing.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op subsidieaanvragen die zijn ingediend voor de datum van
                                inwerkingtreding van deze verordening en waarop op die datum nog
                                niet is beslist, blijven de Kaderverordening verstrekking subsidies
                                gemeente Uden 2008 en de daarop gebaseerde beleidsregels van
                                toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene subsidieverordening Uden
                            2012.</al><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Vastgesteld in de openbare vergadering van 15 december 2011.</ondertekening><ondertekening>De Raad voornoemd</ondertekening><ondertekening>de griffier de burgemeester</ondertekening><ondertekening>drs. M.A.H. Heffels drs. H.A.G. Hellegers</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><tussenkop>Toelichting Algemene subsidieverordening Uden 2012</tussenkop><tussenkop>Hoofdstuk 1. Algemene Bepalingen </tussenkop><tussenkop>Artikel 1. Begripsomschrijvingen</tussenkop><al>In de verordening is een onderscheid gemaakt tussen professionele en andere
                    instellingen en tussen incidentele en structurele subsidies. Dit onderscheid is
                    bepalend voor de procedure die gevolgd moet worden.</al><al>De accommodatiesubsidie wordt niet meegeteld bij de bepaling of de aanvrager een
                    professionele instelling is. Dit is gedaan om te voorkomen dat
                    vrijwilligersorganisaties alleen door de accommodatiesubsidie boven de €
                    20.000,-- uit komen (en daardoor onder de professionele instellingen vallen),
                    terwijl de subsidie voor de activiteiten zelf (veel) lager is. Dat zou een
                    ongewenste situatie opleveren.</al><tussenkop>Artikel 2. Reikwijdte </tussenkop><al>De verordening is niet van toepassing op geldleningen en garanties, omdat het
                    hier om bijzondere en weinig voorkomende gevallen gaat, waarvoor een heel eigen
                    werkwijze en procedure geldt.</al><al>De uitzonderingen in artikel 4:23, derde lid van de wet zijn speciale
                    gevallen.</al><tussenkop>Artikel 3. Grondslag subsidieverstrekking</tussenkop><al>De genoemde terreinen zijn alle domeinen in de gemeentelijke begroting met
                    uitzondering van financiën en dekkingsmiddelen.</al><tussenkop>Artikel 4. Beslissingsbevoegdheid</tussenkop><al>Het college is beslissingsbevoegd. Dit is een continuering van de bestaande
                    praktijk.</al><tussenkop>Artikel 5. Rechtspersoonlijkheid</tussenkop><al>Lid 2 is opgenomen om het mogelijk te maken dat een inwoner of groep van
                    inwoners subsidie aanvraagt, bijvoorbeeld voor het organiseren van een
                    straatfeest. Ook rechtspersonen in oprichting kunnen daardoor subsidie
                    aanvragen.</al><tussenkop>Artikel 6. Niet-subsidiabele activiteiten</tussenkop><al>Uitgangspunt is dat alleen activiteiten van algemeen belang of algemene
                    voorzieningen gesubsidieerd worden.</al><tussenkop>Artikel 7. Procedure</tussenkop><al>In dit artikel is vastgelegd welke procedure van toepassing is.</al><tussenkop>Artikel 8. Toepasselijkheid afdeling 4.2.8 Algemene wet
                    bestuursrecht.</tussenkop><al>Door deze bepaling op te nemen kan, indien nodig, gebruikgemaakt worden van de
                    mogelijkheden die de wet biedt. Dit in aanvulling op de verordening.</al><tussenkop>Hoofdstuk 2. Subsidieplafond en begrotingsvoorbehoud</tussenkop><tussenkop>Artikel 9. Subsidieplafond en artikel 10.
                    Begrotingsvoorbehoud</tussenkop><al>In de wet is bepaald dat er alleen van deze mogelijkheden gebruikgemaakt kan
                    worden als dit bij of krachtens wettelijk voorschrift is vastgesteld.</al><tussenkop>Hoofdstuk 3. Verlening en vaststelling ineens</tussenkop><tussenkop>Artikel 11. Toepasselijkheid hoofdstuk</tussenkop><al>De vaststelling na verlening is geregeld in hoofdstuk 5.</al><tussenkop>Artikel 12. Aanvraag</tussenkop><al>Een aanvraag dient altijd vergezeld te gaan van een activiteitenplan en
                    begroting. Voor professionele instellingen worden verdergaande eisen gesteld aan
                    de in te dienen stukken dan voor kleine organisaties. Dit is al bestaande
                    praktijk.</al><tussenkop>Artikel 13. Indieningstermijn</tussenkop><al>De indieningsdatum van 1 september biedt voldoende ruimte om alle aanvragen voor
                    aanvang van het subsidiejaar af te kunnen behandelen. Voor nieuwe
                    subsidieaanvragen is een afwijkende datum gekozen, te weten 1 maart. Dit tijstip
                    is gekozen om tijdig de financiële consequenties te overzien en deze, indien
                    nodig, te kunnen verwerken in de programmabegroting. In de praktijk is gebleken
                    dat deze lange behandeltermijn nodig is.</al><tussenkop>Artikel 14. Beslistermijn</tussenkop><al>Na vaststelling van de begroting resteren nog acht weken om op structurele
                    aanvragen te beschikken. Het merendeel van de aanvragen wordt direct na de
                    vaststelling van de programmabegroting afgedaan. De uitloop is nodig voor
                    gecompliceerde gevallen.</al><tussenkop>Artikel 15. Weigeringsgronden</tussenkop><al>In lid 1 en 2 staan de imperatieve (verplichte) weigeringsgronden. Lid 3 geeft
                    de situaties aan waarin een subsidie kan worden geweigerd.</al><al>Bij de weigeringsgronden is geen Bibob-bepaling opgenomen. De Wet Bibob heeft
                    betrekking op integriteitbeoordelingen door het openbaar bestuur.</al><al>De schaal van Uden en de opzet van het subsidiestelsel maken het
                    onwaarschijnlijk dat er misbruik optreedt. In dat opzicht is geen behoefte aan
                    de bepaling die hierover in de modelverordening is opgenomen.</al><tussenkop>Hoofdstuk 4. Verplichtingen</tussenkop><tussenkop>Artikel 16. Vaste verplichtingen van de subsidieontvanger</tussenkop><tussenkop>Artikel 17. Andere verplichtingen</tussenkop><tussenkop>Artikel 18. Toestemmingen</tussenkop><al>De verplichtingen zijn verdeeld in vaste verplichtingen, andere verplichtingen
                    en toestemmingen. Deze vinden hun grondslag in de wet. In de wet zijn bepalingen
                    opgenomen die rechtstreeks gelden (artikel 4:37) of die van toepassing verklaard
                    moeten worden bij of krachtens wettelijk voorschrift (artikel 4:38). Deze
                    laatste zijn geregeld in artikel 17 van de verordening.</al><al>In artikel 4:39 van de wet zijn verplichtingen opgenomen die niet strekken tot
                    verwezenlijking van het doel van de subsidie. Met het oog op de deregulering
                    hebben wij daar geen behoefte aan. Deze verplichtingen zijn dan ook niet in de
                    verordening opgenomen.</al><al>Door artikel 18 worden de bepalingen van artikel 4:71 van de wet (handelingen
                    waarvoor subsidieontvanger toestemming behoeft) van toepassing verklaard.</al><tussenkop>Artikel 19. Vermogensvorming</tussenkop><al>De bedoelde vergoeding kan alleen worden gevraagd als dit bij wettelijk
                    voorschrift is bepaald.</al><tussenkop>Hoofdstuk 5. Vaststelling na verlening en verantwoording</tussenkop><tussenkop>Artikel 20. Aanvraag en verslaglegging</tussenkop><al>De bedoelde verklaring van een accountant betreft een zgn.
                    “Beoordelingsverklaring” (enige mate van zekerheid) of “Accountantsverklaring”
                    (redelijke mate van zekerheid). Een samenstellingsverklaring van een accountant
                    over de jaarrekening is niet toereikend. De bij deze oordeelsverklaringen
                    behorende werkzaamheden zijn gedefinieerd door het NIVRA (Koninklijk Nederlands
                    Instituut van Registeraccountants).</al><tussenkop>Artikel 21. Indieningstermijn</tussenkop><tussenkop>Artikel 22. Verantwoording na vaststelling ineens</tussenkop><al>In dit hoofdstuk wordt geregeld wanneer en hoe de besteding van de
                    subsidiegelden moet worden verantwoord. Voor de indieningsdatum is uitgegaan van
                    een redelijke termijn.</al><al>Op basis van de verantwoording kunnen niet bestede gelden worden
                    teruggevorderd.</al><tussenkop>Artikel 23. Weigeringsgronden</tussenkop><al>Artikel 4:35 van de wet heeft betrekking op weigering van de
                    subsidieverlening.</al><tussenkop>Hoofdstuk 6. Overgangs- en slotbepalingen</tussenkop><tussenkop>Artikel 24. Toezicht</tussenkop><al>Op grond van dit artikel kan het College kan een of meerdere personen aanwijzen
                    die zijn belast met het toezicht op de naleving van titel 4.2 van de wet en deze
                    verordening. Dit kunnen ambtenaren zijn, maar ook personen van buiten de
                    ambtelijke organisatie, zoals een accountant.</al><tussenkop>Artikel 25. Ingetrokken verordeningen</tussenkop><tussenkop>Artikel 26. Inwerkingtreding</tussenkop><tussenkop>Artikel 27. Overgangsrecht</tussenkop><al>In deze artikelen wordt geregeld dat de oude en nieuwe regeling goed op elkaar
                    aansluiten, zodat hierover geen onduidelijkheid bestaat bij de behandeling van
                    aanvragen die voor, op of na de datum van inwerkingtreding zijn ingediend.</al><tussenkop>Artikel 28. Citeertitel</tussenkop><al>Deze bepaling behoeft geen toelichting.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>