<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR125368_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Beleidsregel Wet Maatregelen Bestrijding Voetbalvandalisme en Ernstige Overlast gemeente Midden-Delfland 2011</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Midden-Delfland</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-03-06</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Midden-Delfland</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad, 2011, 12</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Beleidsregel Wet Maatregelen Bestrijding Voetbalvandalisme en Ernstige Overlast gemeente Midden-Delfland 2011</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet Maatregelen Bestrijding Voetbalvandalisme en Ernstige Overlast</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">burgemeester</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>openbare orde en veiligheid</dcterms:subject><dcterms:issued>2011-11-15</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2011-11-16</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Geen</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Beleidsregel Wet Maatregelen Bestrijding Voetbalvandalisme en Ernstige Overlast gemeente Midden-Delfland 2011</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>Inleiding</titel></kop><structuurtekst><al>Op 1 september 2010 is de Wet Maatregelen Bestrijding Voetbalvandalisme
                            en Ernstige Overlast (WMBVEO) in werking getreden. Met deze wet heeft de
                            burgemeester extra bevoegdheden verkregen om ordeverstorend gedrag van
                            individuen of groepen tegen te gaan. Deze bevoegdheden zijn neergelegd
                            in de artikelen 172a en 172b van de Gemeentewet.</al><al/><al>Ook de Officier van Justitie (OvJ) heeft met de WMBVEO nieuwe
                            bevoegdheden verkregen. Op grond van artikel 509hh van het Wetboek van
                            Strafvordering kan hij vier soorten gedragsaanwijzingen geven, te weten
                            een straat- of gebiedsverbod, een contactverbod, een meldingsplicht of
                            de aanwijzing zich te doen begeleiden bij hulpverlening. </al><al/><al>In deze beleidsregel wordt aangegeven op welke wijze binnen de gemeente
                            Midden-Delfland de WMBVEO wordt uitgevoerd. Deze beleidsregel ziet
                            hierbij uitsluitend op de toepassing van de bevoegdheden van de
                            burgemeester en niet op de toepassing van de bevoegdheden van de OvJ.
                            Wel wordt in deze beleidsregel aangegeven wanneer er afstemming dient
                            plaats te vinden tussen OvJ en Burgemeester en wordt in het kort
                            aangegeven wanneer het Openbaar Ministerie (OM) (in beginsel) over zal
                            gaan tot vervolging. </al><al/><al>Het bepaalde in deze beleidsregel laat onverlet dat de burgemeester een
                            afwijkingsbevoegdheid heeft indien dit door de bijzondere omstandigheden
                            gelet op de openbare orde noodzakelijk is. </al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Opbouw beleidsregel</titel></kop><structuurtekst><al>De beleidsregel is als volgt opgebouwd. In het onderdeel ‘Algemene
                            toelichting’ worden de belangrijkste elementen van de WMBVEO nader
                            uiteengezet. In de verschillende bijlagen zijn vervolgens opgenomen: de
                            procedure tot het toepassen van de bevoegdheden (bijlage 1), het
                            handhavingsarrangement maatregelen bij herhaaldelijke overlast (bijlage
                            2), het handhavingsarrangement maatregelen bij herhaaldelijke
                            jeugdoverlast (bijlage 3), het handhavingsarrangement voor 12-minners
                            (bijlage 4), en de werkinstructie toepassen beleidsregel WMBVEO (bijlage
                            5)</al><al/><al><vet>ALGEMENE TOELICHTING</vet></al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>De bevoegdheden op grond van 172a en 172b Gemeentewet</titel></kop><structuurtekst><al>Op grond van artikel 172a eerste lid Gemeentewet kan de burgemeester aan
                            een persoon die herhaaldelijk individueel of groepsgewijs de openbare
                            orde heeft verstoord óf bij groepsgewijze verstoring van de openbare
                            orde een leidende rol heeft gehad, bij ernstige vrees voor verdere
                            verstoring van de openbare orde de volgende maatregelen opleggen:</al><lijst><li nr="1."><al>gebiedsverbod;</al></li><li nr="2."><al>groepsverbod;</al></li><li nr="3."><al>meldingsplicht.</al><al/></li></lijst><al>Ingevolge artikel 172b Gemeentewet is de burgemeester tevens bevoegd om
                            aan een persoon die het gezag uitoefent over een minderjarige die de
                            leeftijd van 12 jaren nog niet heeft bereikt (hierna: 12-minners) en
                            herhaaldelijk groepsgewijs de openbare orde verstoort en bij ernstige
                            vrees voor verdere verstoring van de openbare orde een bevel geven zorg
                            te dragen dat de minderjarige:</al><lijst><li nr="1."><al>zich in bepaalde delen van de gemeente niet ophoudt, zonder
                                    begeleiding van die persoon die gezag over hem of haar
                                    uitoefent;</al></li><li nr="2."><al>zich tussen 20.00 uur ’s avonds en 06.00 uur ’s ochtends niet
                                    bevindt op voor het publiek toegankelijke plaatsen, tenzij de
                                    minderjarige wordt begeleid door de persoon die het gezag over
                                    hem of haar uitoefent.</al></li></lijst></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Ordeverstorende gedragingen</titel></kop><structuurtekst><al>Een strikte wettelijke definitie van het begrip ‘verstoring van de
                            openbare orde’ is niet te geven. Of sprake is van een verstoring van de
                            openbare orde en daarmee ordeverstorend gedrag hangt af van de
                            specifieke omstandigheden van het geval en de intensiteit van de
                            gedragingen. Het gaat om een afwijking van de normale gang van zaken in
                            de publieke ruimte. </al><al>Voorbeelden hiervan zijn zoal:</al><lijst><li nr="-"><al>het hinderlijk en zonder redelijk doel rondhangen in of nabij
                                    openbare ruimte</al></li><li nr="-"><al>joelen;</al></li><li nr="-"><al>naroepen;</al></li><li nr="-"><al>bespugen;</al></li><li nr="-"><al>intimiderend overkomen;</al></li><li nr="-"><al>wildplassen;</al></li><li nr="-"><al>plakken en kladden;</al></li><li nr="-"><al>hinderlijk drankgebruik;</al></li><li nr="-"><al>vernieling van goederen;</al></li><li nr="-"><al>ingooien van ruiten;</al></li><li nr="-"><al>graffiti;</al></li><li nr="-"><al>openbare dronkenschap;</al></li><li nr="-"><al>schelden;</al></li><li nr="-"><al>aanhoudende vernielingen;</al></li><li nr="-"><al>alle misdrijven tegen de openbare orde, zoals op basis van
                                    artikel 141 van het Wetboek van Strafrecht.</al><al/></li></lijst><al>Uiteraard zijn niet alle hier genoemde voorbeelden even ernstig. Zo zal
                            uitsluitend ‘joelen’ niet snel toepassing van de bevoegdheden
                            rechtvaardigen. Wel kan dit ordeverstorende gedrag in samenhang met
                            andere ordeverstorende gedragingen gebruikt worden ter motivering van de
                            toepassing van een bevoegdheid.</al><al/><al> Binnen de gemeente Midden-Delfland wordt vooral in de zomerse maanden
                            veel gerecreëerd. Recreatie op het water is een van deze mogelijkheden.
                            Tijdens deze recreatie komt het voor dat zogenaamde ‘zuipschuiten’ door
                            de gemeente Midden-Delfland varen. Op deze boten zitten veelal meerdere
                            jongeren die alcohol nuttigen en in groepsverband joelen en ander
                            hinderlijk gedrag vertonen. Dit gedrag kan als zeer hinderlijk worden
                            ondervonden door inwoners van de gemeente en/of door andere
                            recreanten.</al><al/><al> Deze beleidsregel zou in geval van ernstige overlast of hinder door de
                            zogenaamde ‘zuipschuiten’ toegepast kunnen worden op overlastgevende
                            individuen of groepen. Ook het zogenaamde ‘hangen’ van groepen jongeren
                            kan als zeer hinderlijk worden ondervonden door inwoners van de gemeente
                            en/of door andere recreanten.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Afstemming bevoegdheden burgemeester en Officier van Justitie</titel></kop><structuurtekst><al>Op grond van artikel 509hh van het Wetboek van Strafvordering is de
                            Officier van Justitie (OvJ) bevoegd de verdachte tegen wie ernstige
                            bezwaren bestaan een gedragsaanwijzing te geven in geval van verdenking
                            van een strafbaar feit:</al><lijst><li nr="a."><al>waardoor de openbare orde, gelet op de aard van het strafbare
                                    feit of de samenhang met andere strafbare feiten, dan wel de
                                    wijze waarop het strafbare feit is gepleegd, ernstig is
                                    verstoord, een waarbij groet vrees voor herhaling bestaat, dan
                                    wel</al></li><li nr="b."><al>in verband waarmee vrees bestaat voor ernstig belastend gedrag
                                    van de verdachte jegens personen, dan wel</al></li><li nr="c."><al>in verband waarmee vrees bestaat voor gedrag van de verdachte
                                    dat herhaald gevaar voor goederen oplevert.</al><al/></li></lijst><al>Dit betekent dat indien sprake is van ordeverstorend gedrag, zijnde een
                            strafbaar feit, en vervolging is ingesteld de OvJ in beginsel als eerste
                            bevoegd is een maatregel te treffen. Indien sprake is van ordeverstorend
                            gedrag, niet zijnde een strafbaar feit, kan de burgemeester optreden.
                            Indien de OvJ besluit geen gedragsaanwijzing te geven (zoals een
                            meldingsplicht, gebiedsverbod of groepsverbod) of in zijn geheel geen
                            maatregel treft, beoordeelt de burgemeester of hij gelet op de
                            bescherming van de openbare orde en het woon- en leefklimaat een
                            maatregel oplegt.</al><al/><al>Gedegen afstemming tussen beide (bgm en OvJ) is dan ook noodzakelijk.
                            Bij zwaardere zaken dient bovendien in een vroeg stadium overleg plaats
                            te vinden. Denk hierbij aan een ernstige openbare ordeverstoring en
                            tevens een strafbaar feit, bijvoorbeeld ernstige openlijke geweldpleging
                            tegen personen (artikel 141 WvSr). </al><al/><al>In beginsel zal het OM overgaan tot vervolging op grond van artikel 184
                            van het Wetboek van Strafrecht indien aan de wettelijke voorwaarden is
                            voldaan en aan de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit.
                            Daarnaast dient voldaan te zijn aan de eisen die zijn opgenomen in
                            onderhavige beleidsregel (en bijbehorende bijlagen). Tot slot is goede
                            dossiervorming voor vervolging een vereiste. </al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Herhaaldelijk</titel></kop><structuurtekst><al>Voor de toepassing van de bevoegdheden van 172a en 172b moet er sprake
                            zijn van een herhaaldelijke verstoring van de openbare orde. Dit geldt
                            niet, indien iemand bij een groepsgewijze verstoring van de openbare
                            orde een leidende rol heeft gehad.</al><al/><al>‘Herhaaldelijk’ houdt in dat de betreffende persoon meer dan één keer de
                            openbare orde heeft verstoord. Er moet een patroon zitten in het
                            ordeverstorende gedrag van een individu of groep. Wanneer er sprake is
                            van herhaaldelijke overlast hangt af van de omstandigheden van het
                            geval, waaronder de aard en de ernst van de verstoring van de openbare
                            orde. Bij herhaaldelijke verstoringen van de openbare orde dient
                            bijvoorbeeld te worden gedacht aan escalerende overlast en criminaliteit
                            door (jeugd)groepen in wijken. De term ‘herhaaldelijk’ houdt ook in dat
                            de gedragingen plaatsgevonden moeten hebben binnen een beperkte termijn.
                            Of sprake is van een beperkte termijn is weer afhankelijk van de context
                            waarin de gedragingen hebben plaatsgevonden. Zo kan bij evenementen die
                            op jaarlijkse basis plaatsvinden een termijn van 13 maanden redelijk
                            zijn, terwijl bij andersoortige overlast een termijn van 6 maanden nog
                            slechts redelijk zou kunnen zijn. Dit zal per geval moeten worden
                            beoordeeld. </al><al/><al>Om te spreken van herhaaldelijk ordeverstorend gedrag in de zin van de
                            WMBVEO is het niet noodzakelijk dat de eerdere openbare orde
                            verstoringen telkens in dezelfde gemeente moeten hebben plaatsgehad.
                            Ordeverstorend gedrag in meerdere gemeenten kan ook wijzen op een
                            patroon van herhaling, zeker als dit plaatsvindt tijdens of rondom
                            voetbalwedstrijden en evenementen.</al><al>Evenmin is vereist dat de ordeverstoorder woonachtig is in de gemeente
                            waar de verstoring van de openbare orde heeft plaatsgevonden (en waar
                            dus een burgemeestersbevel wordt uitgevaardigd). Iedere ordeverstoorder
                            - of die nou woont in die gemeente of ergens anders - kan een bevel van
                            die burgemeester krijgen. Bepalend is of in de betreffende gemeente
                            sprake is van ernstige vrees voor verdere verstoring van de openbare
                            orde.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Ernstige vrees</titel></kop><structuurtekst><al>Naast de voorwaarde van een <cursief>herhaaldelijke</cursief>
                            verstoring, is voor oplegging van een maatregel op basis van de
                            artikelen 172a en 172b van de Gemeentewet ook vereist dat er
                                <cursief>ernstige vrees </cursief>moet zijn voor verdere verstoring
                            van de openbare orde. Dit houdt in dat er duidelijke aanwijzingen moeten
                            zijn dat de ordeverstoorder zijn ordeverstorend gedrag zal voortzetten
                            als niet wordt ingegrepen. De aanwijzingen kunnen worden afgeleid uit
                            het gedrag van de ordeverstoorder in de afgelopen periode. Als een
                            persoon zich bij voortduring heeft schuldig gemaakt aan het verstoren
                            van de openbare orde en uit zijn of haar dossier blijkt dat die persoon
                            al meermalen is aangesproken op zijn of haar gedrag, dan zou daaruit
                            ernstige vrees kunnen worden afgeleid dat die persoon zijn of haar
                            ordeverstorend gedrag niet op eigen initiatief of met ‘zachte’ drang zal
                            stoppen.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Groepsgerelateerde gedragingen en leidende rol</titel></kop><structuurtekst><al>De burgemeester kan zijn bevel opleggen aan een ordeverstoorder die
                            individueel of in een groep de openbare orde heeft verstoord. Er is
                            sprake van een groep bij drie of meer personen, waar de overlastgever
                            onderdeel van uit maakt. Daarnaast kan het bevel ook opgelegd worden aan
                            een ordeverstoorder die een leidende rol heeft gespeeld bij een
                            groepsgewijze ordeverstoring. Deze persoon neemt niet altijd zelf
                            rechtstreeks deel aan de ordeverstorende gedragingen, maar neemt wel het
                            initiatief en zet anderen aan tot het plegen van handelingen waardoor de
                            orde wordt verstoord. De leiders zijn vaak de aanstichters of de
                            trekkers in een groep die de openbare orde verstoren. Van een leidende
                            rol kan dus sprake zijn indien de persoon anderen aanzet tot ongewenst
                            gedrag dat de openbare orde verstoort. Dit kan zich uiten in concrete
                            gedragingen zoals het benaderen van anderen, het leggen van contact
                            tussen leden van de groep, het initiatief nemen, een vertrouwensrelatie
                            en/of gezag hebben. Ook kan de leidinggevende rol worden afgeleid uit
                            verklaringen van getuigen of leden van de groep. Aantonen van een
                            leidende rol is afhankelijk van de concrete casus. </al><al/><al>Het is moeilijk een leidende rol te typeren. Ten minste kan aansluiting
                            worden gezocht bij rechterlijke uitspraken over openlijke geweldpleging
                            in vereniging waar de leider niet zelf ordeverstorende gedragingen
                            pleegt, maar ‘actief’, medestanders mobiliseert, voorop loopt,
                            faciliteert, oproept (via sms, internet of anderszins) of op
                            intimiderende wijze een bijdrage levert aan in groepsverband plegen van
                            ordeverstoring. </al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Jeugdoverlast</titel></kop><structuurtekst><al>Jeugdoverlast is een specifieke vorm van overlast. De leeftijd van de
                            betrokkenen rechtvaardigt een afwijkende aanpak. Van jongeren is in
                            ieder geval sprake indien de persoon of de personen de leeftijd van 24
                            jaar nog niet hebben bereikt. Wat betreft de aanpak van jeugd of
                            jeugdgroepen is het noodzakelijk dat het inzetten van een maatregel een
                            onderdeel moet vormen van een geïntegreerde, persoonsgebonden aanpak.
                            Het betrekken van partners via het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) is
                            voor de hand liggend. Bevoegdheden bij jeugdoverlast zullen pas worden
                            ingezet indien minder vergaande middelen en hulpverlening zijn ingezet,
                            maar onvoldoende effect hebben gehad. Voor jeugdigen is in bijlage 3 een
                            apart handhavingsarrangement opgenomen.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>12-minners</titel></kop><structuurtekst><al>De ervaring leert dat overlastgevende 12-minners doorgaans rond groepen
                            van oudere personen (12-plus) rondhangen. De verwachting is dat met het
                            aanpakken van deze oudere personen de overlast reeds goeddeels bestreden
                            kan worden. In ieder geval wordt overlast door 12-minners vooral gezien
                            als een opvoedprobleem. De aanpak van deze problematiek zal dan ook in
                            eerste instantie niet plaatsvinden binnen het kader van de WMBVEO, maar
                            primair worden uitgevoerd door inschakeling van het CJG.</al><al/><al> Indien de (vrees voor verdere) verstoring van de openbare orde dermate
                            ernstig is, dat het toch wenselijk is de bevoegdheid van artikel 172b
                            toe te passen, dan kan hier toe worden overgegaan. Ook bij 12-minners
                            zullen de bevoegdheden eerst dan worden ingezet indien een geïntegreerde
                            persoongerichte aanpak van minder vergaande middelen én hulpverlening
                            onvoldoende effect hebben gehad. Voor 12-minners is in bijlage 4 een
                            apart handhavingsarrangement opgenomen.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Samenhang met bestaande bevoegdheden</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 172a Gemeentewet doorkruist niet wat bij gemeentelijke
                            verordening is bepaald. Dit betekent dat de huidige instrumenten tegen
                            overlast en baldadigheid uit de APV blijven bestaan, zoals de inzet op
                            grond van samenscholing en ongeregeldheden (artikel 2.1 APV) en de
                            maatregelen tegen overlast en baldadigheid waaronder openlijk
                            drankgebruik (artikel 2.48 APV) blijven onverminderd van kracht. </al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Proportionaliteit en subsidiariteit</titel></kop><structuurtekst><al>De maatregelen die op grond van de WMBVEO kunnen worden opgelegd, zijn
                            ingrijpend van aard. Toepassing van de bevoegdheden maakt inbreuk op het
                            recht op bewegingsvrijheid en het recht op bescherming van de
                            persoonlijke levenssfeer. Inbreuk is dan ook alleen gerechtvaardigd,
                            indien dit voldoet aan de beginselen van proportionaliteit (een
                            bevoegdheid mag niet zwaarder worden gehanteerd dan redelijkerwijs
                            noodzakelijk is) en subsidiariteit (het lichtste middel waarmee het doel
                            kan worden bereikt, moet worden ingezet). </al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Toepassingsgebieden</titel></kop><structuurtekst><al>De bevoegdheden van de WMBVEO kunnen in verschillende situaties worden
                            ingezet. De context van de gedragingen speelt een rol bij de vraag welke
                            bevoegdheid precies dient te worden ingezet. Hieronder worden de
                            verschillende toepassingsgebieden genoemd. Per toepassingsgebied wordt,
                            in algemene zin, aangegeven van welke bevoegdheid gebruik kan worden
                            gemaakt.</al><al/><al><cursief>1. Overlast in wijken</cursief></al><al>De bevoegdheden kunnen goed worden ingezet bij de bestrijding van
                            overlast in wijken. Hierbij kan onder meer worden gedacht aan overlast
                            die wordt veroorzaakt door individuen en groepen in wijken, zoals
                            overlastgevende jeugdgroepen, zwervers, drugsverslaafden en veelplegers.
                            Het (herhaaldelijk) verstoren van de openbare orde in wijken heeft
                            gevolgen voor de veiligheid en leefbaarheid van die wijken.</al><al/><al>Indien een persoon herhaaldelijk orderverstorend gedrag vertoont en het
                            merendeel van de gedragingen in groepsverband hebben plaatsgevonden zal
                            aan de persoon een groepsverbod worden opgelegd. Als een persoon bij
                            groepsgerelateerde overlast een leidende rol heeft gehad, kan direct -
                            na een eerste ordeverstorende gedraging – een groepsverbod worden
                            opgelegd. Indien bijzondere omstandigheden van het geval dat
                            noodzakelijk maken, zoals de geografische ligging van het gebied, de
                            bestaande druk op de openbare orde of de ernst van de gedragingen kan
                            direct (ook) een gebiedsverbod worden opgelegd.</al><al/><al>In beginsel zal aan een persoon, die herhaaldelijk individueel
                            ordeverstorende gedragingen pleegt, een gebiedsverbod worden opgelegd.
                            Indien bijzondere omstandigheden van het geval dat noodzakelijk maken,
                            zoals de handhaafbaarheid van het opgelegde verbod kan direct een
                            meldingsplicht worden opgelegd. </al><al/><al><cursief>2. Overlast rond evenementen</cursief></al><al>In deze beleidsregel wordt onder het begrip ‘evenement’ verstaan, wat is
                            bepaald in artikel 2:24 van de APV, waarbij tegelijkertijd grote groepen
                            personen in onze gemeente bijeenkomen (voorbeelden: Zomerfeesten, Sport-
                            en spel, DIOS-Lentefeest, Koninginnedagactiviteiten, Varend Corso,
                            IJspretevenementen). Evenementen rechtvaardigen extra maatregelen ter
                            voorkoming van wanordelijkheden. Dit betekent dat naast een goede
                            voorbereiding het mede van belang is dat gerichte inzet plaatsvindt op
                            bepaalde groepen/personen ter bescherming van de openbare orde en het
                            woon- en leefklimaat. De bevoegdheden op grond van artikel 172a
                            Gemeentewet kunnen aanvullende maatregelen bij evenementen
                            inhouden.</al><al/><al>Indien een persoon herhaaldelijk ordeverstorend gedrag vertoont tijdens
                            evenementen (of tijdens gebeurtenissen als jaarwisseling, Suikerfeest,
                            EK/WK etc.) kan een gebiedsverbod worden opgelegd voor de duur van drie
                            maanden, in die zin dat het verboden is om zich op een nader te bepalen
                            plaats te begeven. De plaats waar het ordeverstorende gedrag heeft
                            plaatsgevonden, is niet bepalend voor het gebied waarvoor het verbod
                            wordt opgelegd. Zo kan het verbod, gelet op de evenementenkalender, voor
                            meerdere gebieden tegelijkertijd in de stad gelden. Bij grootschalige
                            evenementen die gelet op hun aard een aantrekkende werking hebben op
                            ordeverstorende personen kan naast een gebiedsverbod ook direct een
                            meldingsplicht worden opgelegd tijdens vergelijkbare evenementen
                            (vermeld op de kalender), dan wel maximaal voor de duur van drie
                            maanden. Daarnaast kan de burgemeester, afhankelijk van de feiten en
                            omstandigheden van het concrete geval, bij evenementen een groepsverbod
                            opleggen voor de duur van een evenement, dan wel voor maximaal drie
                            maanden.</al><al/><al><cursief>3. Voetbalgerelateerde overlast</cursief></al><al>Gemeente Midden-Delfland kent geen Betaald Voetbal Organisatie (BVO).
                            Vanuit die optiek wordt in deze beleidsregel daar verder geen aandacht
                            aan besteed. </al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Verlengingsmogelijkheden </titel></kop><structuurtekst><al>De maatregelen die op grond van de WMBVEO worden opgelegd kunnen
                            verlengd worden. Dit geldt niet voor de maatregelen die worden opgelegd
                            aan de personen die het gezag hebben over 12-minners. In gevallen van
                            groepsgerelateerde overlast, individuele overlast en jeugdoverlast kan
                            worden overgegaan tot verlenging.</al><al/><al>Het groep- of gebiedsverbod kan worden verlengd of ten nadele van de
                            betrokkene worden uitgebreid indien uit nieuwe feiten en omstandigheden
                            blijkt dat er hernieuwde of grotere vrees is voor het verstoren van de
                            openbare orde. Nieuwe feiten en omstandigheden zijn onder andere het
                            overtreden van de opgelegde maatregel. Deze ernstige (hernieuwde dan wel
                            grotere) vrees kan ook worden afgeleid uit ordeverstorende gedragingen
                            in andere gebieden dan het gebied waar het verbod voor geldt. De plaats
                            waar het ordeverstorende gedrag heeft plaatsgevonden, is niet bepalend
                            voor het gebied waarvoor de maatregel wordt opgelegd. De maatregel kan
                            gelet op de druk op de openbare orde voor een bepaald gebied en gelet op
                            de mobiliteit van (jeugd)groepen tegelijkertijd voor meerdere gebieden
                            in de stad gelden. Indien de maatregel wordt verlengd, terwijl de
                            termijn van een eerder opgelegde maatregel nog niet is verstreken, gaat
                            de nieuwe maatregel pas in na afloop van de termijn van de eerder
                            opgelegde maatregel. Gedurende de looptijd van een maatregel kan slechts
                            één keer een maatregel worden verlengd. Indien er sprake is van een
                            ordeverstorende gedraging binnen drie jaar nadat een maatregel is
                            verstreken, kan direct een stap in het handhavingsarrangement (zie
                            bijlage 1) worden overgeslagen. Wanneer later bekend geworden feiten en
                            omstandigheden hiertoe aanleiding geven en voldoende garanties aanwezig
                            zijn dat herhaling is uitgesloten, kan de bestuurlijke maatregel worden
                            opgeheven.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Recidive 12-minners</titel></kop><structuurtekst><al>Indien de minderjarige binnen 12 maanden <onderstreept>na</onderstreept>
                            het verstrijken van de maatregel opnieuw overlastgevend gedrag vertoont
                            zal wederom een maatregel worden opgelegd. In dat geval zal aan de
                            persoon die het gezag over de minderjarige uitoefent:</al><al/><al><cursief>het bevel worden gegeven dat de minderjarige in een nader aan
                                te wijzen gebied zich niet mag ophouden zonder begeleiding van de
                                persoon die gezag over hem heeft.</cursief></al><al/><al>Indien de persoon inmiddels de leeftijd van 12 jaren heeft bereikt kan
                            bij een volgende overtreding binnen twaalf maanden na het aflopen van de
                            maatregel direct een gebiedsverbod worden opgelegd voor de periode van
                            drie maanden, dan wel de eerste stap uit het handhavingarrangement (voor
                            herhaaldelijke jeugdoverlast) worden overgeslagen. </al><al/><al>Wanneer later bekend geworden feiten en omstandigheden hiertoe
                            aanleiding geven en voldoende garanties aanwezig zijn dat herhaling is
                            uitgesloten, kan de bestuurlijke maatregel worden opgeheven.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Geen mandaat</titel></kop><structuurtekst><al>Een op grond van artikel 172a en 172b Gemeentewet gegeven besluit
                            (gebiedsverbod, groepsverbod, meldingsplicht, gebiedsverbod 12-minners,
                            instellen avondklok 12-minners) wordt genomen door de burgemeester. De
                            burgemeester kan deze bevoegdheid niet mandateren aan een
                            politieambtenaar, aldus artikel 177, tweede lid, van de Gemeentewet.
                            Hetzelfde geldt voor het besluit tot verlenging, wijziging of intrekking
                            van het besluit en het besluit tot het verlenen van een ontheffing. Het
                            besluit wordt genomen op basis van relevante informatie die is
                            samengebracht in een dossier. De verantwoordelijkheid en regie voor het
                            samenstellen van ieder dossier berust bij de burgemeester.</al><al/><al>Bijlagen</al><al>De volgende bijlagen maken integraal onderdeel uit van deze
                            beleidsregel:</al><lijst><li nr="1."><al>Bijlage 1 Procedure toepassen bevoegdheden</al></li><li nr="2."><al>Bijlage 2 Handhavingsarrangement maatregelen bij herhaaldelijke
                                    overlast</al></li><li nr="3."><al>Bijlage 3 Handhavingsarrangement maatregelen bij herhaaldelijke
                                    jeugdoverlast</al></li><li nr="4."><al>Bijlage 4 Handhavingsarrangement voor 12-minners</al></li><li nr="5."><al>Werkinstructie toepassen beleidsregel WMBVEO</al></li></lijst></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><structuurtekst><al>In bijzondere situaties, waaronder die situaties die niet zijn voorzien
                            ten tijde van het vaststellen van deze beleidsregel, kan de burgemeester
                            van het bepaalde in de beleidsregel (inclusief de bijlagen)
                            afwijken.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Instemming lokale driehoek Midden-Delfland</titel></kop><structuurtekst><al>Met de inhoud van deze beleidsregel (inclusief de bijlagen) is, tijdens
                            de beraadslaging van 8 september 2011ingestemd door de lokale driehoek
                            Westland/Midden-Delfland.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><structuurtekst><al>Deze beleidsregel treedt in werking op de dag na bekendmaking in het
                            gemeenteblad.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Citeertitel</titel></kop><structuurtekst><al>De beleidsregel wordt aangehaald als: <vet>“Beleidsregel </vet><vet>Wet
                                Maatregelen Bestrijding Voetbalvandalisme en Ernstige Overlast
                                gemeente Midden-Delfland 2011”</vet></al></structuurtekst></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld op 15 november 2011.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De burgemeester van Midden-Delfland,</ondertekening><ondertekening>A.J. Rodenburg</ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><kop><label>BIJLAGE</label><nr>1</nr><titel>Procedure toepassen bevoegdheden</titel></kop><al><onderstreept>Begripsomschrijving</onderstreept>:</al><al/><al>OOV: team handhaving en veiligheid van de gemeente Midden-Delfland;</al><al/><al>Veiligheidsoverleg: periodiek overleg tussen de burgemeester, bureau
                            Westland van de Regiopolitie Haaglanden en team handhaving en veiligheid
                            van de gemeente Midden- Delfland;</al><al/><al>Veiligheidshuis: Het Veiligheidshuis waarbij de gemeente Midden-
                            Delfland na besluitvorming daartoe is aangesloten of het Veiligheidshuis
                            dat de gemeente zelf heeft opgericht. Zo lang de gemeente
                            Midden-Delfland niet bij een Veiligheidshuis is aangesloten of dat zelf
                            heeft opgericht, worden de werkzaamheden die toebedeeld zijn aan dat
                            Veiligheidshuis uitgevoerd door team handhaving en veiligheid van de
                            gemeente Midden- Delfland;</al><al/><al>OOV/Veiligheidshuis: team handhaving en veiligheid van de gemeente
                            Midden-Delfland, met dien verstande dat de feitelijke werkzaamheden
                            worden voorbereid door het Veiligheidshuis, zodra de gemeente
                            Midden-Delfland daarbij is aangesloten.</al><al/><lijst><li nr="1."><al>De verantwoordelijkheid en regie voor het samenstellen van ieder
                                    dossier dat de grondslag is voor een van de maatregelen op basis
                                    van de wet MBVEO, ligt bij de burgemeester en wordt uitgevoerd
                                    door OOV/Veiligheidshuis. Dit geldt tevens voor het afstemmen
                                    met alle per casus betrokken partners. Bij constatering van een
                                    ernstige verstoring van de openbare orde en tevens een strafbaar
                                    feit vindt er afstemming plaats met de Officier van Justitie
                                    door OOV/Veiligheidshuis. De politie zorgt er voor dat de
                                    dag-dagelijkse informatie over (gedragingen van) personen,
                                    ingekomen klachten over deze personen etc., op welke personen de
                                    maatregelen in deze beleidsregel van toepassing is of zou kunnen
                                    zijn, in een zo’n vroeg mogelijk stadium worden geadministreerd.
                                    Hiermee wordt beoogd dat een dossier zorgvuldig kan worden
                                    samengesteld en zo min mogelijk relevante informatie verloren
                                    gaat.</al></li><li nr="2."><al>Eén van de veiligheidspartners, bijvoorbeeld de politie, die een
                                    (herhaaldelijke) verstoring van de openbare orde door een
                                    persoon waarneemt, zorgt voor afstemming over de betreffende
                                    casus in het Veiligheidsoverleg. Daarbij wordt door de politie
                                    alle informatie over de persoon ter beschikking gesteld. Dit
                                    geldt niet, indien dit vanwege de feiten en omstandigheden van
                                    het geval (bijvoorbeeld het spoedeisende karakter) niet
                                    wenselijk is. In het Veiligheidsoverleg wordt besproken of de
                                    overlast niet eerst met minder ingrijpende middelen kan worden
                                    bestreden.</al></li><li nr="3."><al>Indien de partners in het Veiligheidsoverleg van mening zijn dat
                                    de aard (ernst, periode van voortduring etc.) van de overlast
                                    dusdanig is dat deze niet goed met minder ingrijpende middelen
                                    bestreden kan worden, wordt de casus ‘opgeschaald’ naar
                                    OOV/Veiligheidshuis. Daarbij wordt de afweging gemaakt of een
                                    bestuurlijke maatregel moet volgen. OOV/Veiligheidshuis meldt
                                    dit aan de beleidsadviseur van de gebieds-Officier van
                                    Justitie.</al></li><li nr="4."><al>De betrokken partijen binnen het Veiligheidsoverleg verzamelen
                                    de relevante informatie per casus en dragen het dossier over aan
                                    OOV/Veiligheidshuis. In beginsel kan iedere partij die deelneemt
                                    aan het Veiligheidsoverleg een casus met een onderliggend
                                    dossier bij OOV/Veiligheidshuis aanbrengen. Doorgaans zal dit
                                    door de politie worden gedaan. Het dossier dat bij
                                    OOV/Veiligheidshuis wordt aangeleverd, bestaat in ieder geval
                                    uit de volgende stukken:</al><lijst><li nr="-"><al>de contactgegevens van de behandelende
                                            politieambtenaar;</al></li><li nr="-"><al>de contactgegevens van de ordeverstoorder en ten minste
                                            de naam, leeftijd, woonplaats (adres) en telefoonnummer
                                            en indien nodig de gegevens van de persoon die het gezag
                                            over de minderjarige uitoefent;</al></li><li nr="-"><al>de registraties van minimaal twee ordeverstorende
                                            gedragingen (bij een ordeverstoorder die een leidende
                                            rol heeft gespeeld bij een groepsgewijze ordeverstoring
                                            volstaat één registratie);</al></li><li nr="-"><al>beschrijving van de rol van de betreffende persoon
                                            binnen de groep;</al></li><li nr="-"><al>sfeerrapportage;</al></li><li nr="-"><al>informatie waaruit de vrees voor de verstoring van de
                                            openbare orde blijkt;</al></li><li nr="-"><al>een duidelijke omschrijving van het gebied waarvoor het
                                            verbod zou moeten gelden en indien van toepassing de
                                            tijdstippen en plaats voor een meldingsplicht</al></li></lijst></li><li nr="5."><al>Op basis van het aangeleverde dossier zal OOV een eerste
                                    juridische beoordeling van de casus maken. Indien OOV van
                                    oordeel is, dat de casus (in beginsel) in aanmerking komt voor
                                    toepassing van de wet MBVEO geeft OOV dit door aan het
                                    Veiligheidshuis.</al></li><li nr="6."><al>De in het Veiligheidshuis vertegenwoordigde partijen verzamelen,
                                    ieder op hun eigen terrein, overige relevante gegevens, voor
                                    zover daarvan sprake is. Hierbij kan worden gedacht aan:</al><lijst><li nr="-"><al>informatie over gemeentelijke drang- en dwangtrajecten
                                            rondom scholing en leer-werktrajecten;</al></li><li nr="-"><al>informatie over langdurige schooluitval of
                                            spijbelgedrag;</al></li><li nr="-"><al>signalen uit de buurt, klachten van overlast etc.;</al></li><li nr="-"><al>informatie van hulp- en zorginstanties;</al></li><li nr="-"><al>informatie over de eerdere bestuursrechtelijke – of
                                            strafrechtelijke inspanningen t.a.v. de betreffende
                                            persoon;</al></li><li nr="-"><al>informatie van andere gemeenten over overlast door de
                                            betreffende persoon.</al></li></lijst></li><li nr="7."><al>De betrokken partijen dragen deze nadere informatie over aan
                                    OOV/Veiligheidshuis. Deze stelt hiermee het complete dossier
                                    samen en houdt dit in overleg met de betrokken partijen bij,
                                    bijvoorbeeld ten behoeve van verlenging van maatregelen.</al></li><li nr="8."><al>OOV maakt op basis van het complete dossier een nadere
                                    juridische beoordeling van de casus. Voor zover dat in het
                                    Veiligheidshuis niet is geschiedt, vindt afstemming plaats
                                    tussen OOV en de gebieds-Officier van Justitie of met diens
                                    beleidsadviseur. Het voorstel voor een op te leggen maatregel,
                                    de omschrijving van het gebied en de duur van de maatregel, dat
                                    met de betrokken partners vooraf is afgestemd, wordt door OOV
                                    aan de burgemeester voorgelegd.</al></li><li nr="9."><al>De burgemeester (OOV/Veiligheidshuis) stelt de betrokkene in de
                                    gelegenheid om (schriftelijk) een zienswijze in te dienen.
                                    Indien sprake is van een minderjarige wordt ten minste de ouders
                                    of voogd van de minderjarige uitgenodigd voor een
                                    zienswijzegesprek. Gelet op artikel 4:11 Algemene wet
                                    bestuursrecht wordt van de mogelijkheid tot het horen van
                                    belanghebbende afgeweken indien de vereiste spoed zich hiertegen
                                    verzet en het beoogde doel niet wordt bereikt indien de
                                    belanghebbende van tevoren in kennis is gesteld. Dit kan het
                                    geval zijn bij evenementen.</al></li><li nr="10."><al>De burgemeester beslist op basis van de zienswijze en het
                                    dossier of én zo ja welke maatregel wordt opgelegd. Hij bepaalt
                                    tevens de duur en het gebied waarvoor de maatregel geldt. Bij
                                    een gebiedsverbod en / of een groepsverbod wordt het gebied
                                    waarvoor het verbod geldt aangegeven op een kaartje en bij het
                                    besluit gevoegd. Indien nodig wordt bij het gebiedsverbod een
                                    looproute bepaald. Een dergelijke route kan van belang zijn als
                                    de persoonlijke omstandigheden van betrokkene daartoe aanleiding
                                    geven, bijvoorbeeld in verband met zijn woonadres, werk of
                                    bezoek aan een arts. Indien de burgemeester een meldplicht
                                    oplegt, wordt in het besluit vermeld waar en wanneer betrokkene
                                    zich moet melden.</al></li><li nr="11."><al>De burgemeester (OOV/Veiligheidshuis) stelt de politie en de
                                    andere betrokken partners in kennis van zijn beslissing. Hij
                                    legt een afschrift van het besluit over aan de politie en het
                                    Openbaar Ministerie.</al></li><li nr="12."><al>De burgemeester (OOV/Veiligheidshuis) stuurt het besluit per
                                    aangetekende post naar de betrokkene of draagt er zorg voor dat
                                    het besluit in persoon aan betrokkene wordt uitgereikt door bij
                                    voorkeur een politiefunctionaris.</al></li><li nr="13."><al>Na de uitreiking wordt het formulier van de uitreiking aan de
                                    burgemeester overgelegd ten behoeve van het dossier. De datum
                                    van uitreiking of de datum van verzending per aangetekende post
                                    is de datum van inwerkingtreding van het besluit.</al></li><li nr="14."><al>De burgemeester (OOV/Veiligheidshuis) beheert het dossier, voor
                                    zover dit betrekking heeft op de inzet van enige bestuurlijke
                                    maatregel, voor eventuele bezwaar- of beroepsprocedures, voor de
                                    verlenging van de maatregel of andere bestuurlijke maatregelen.
                                    Deze heeft in dit kader ook de verantwoordelijkheid voor het
                                    monitoren van het resultaat/effect van de opgelegde maatregel.
                                    Dit alles onverminderd de taak van de politie om de
                                    dag-dagelijkse informatie over (gedragingen van) de betrokken
                                    personen, ingekomen klachten over deze personen etc., te blijven
                                    administreren en te rapporteren.</al></li><li nr="15."><al>Politie-informatie in het dossier die bij het verzoek om inzage,
                                    dan wel bezwaar- of beroepsprocedures, aan externen beschikbaar
                                    wordt gesteld, wordt in overleg met juridische zaken van de
                                    politie geanonimiseerd conform de Wet Politiegegevens.</al></li><li nr="16."><al>Bij overtreding van de maatregel maakt de politie een
                                    proces-verbaal op dat wordt gestuurd naar het Openbaar
                                    Ministerie dat vervolgens tot vervolging kan overgaan.</al></li><li nr="17."><al>De politie informeert de burgemeester (OOV/Veiligheidshuis),
                                    wanneer zij signaleert dat het gebiedsverbod niet wordt
                                    nageleefd. Ook BOA’s kunnen de burgemeester informeren, wanneer
                                    zij een dergelijk feit constateren. De actieve opsporing/het
                                    toezicht op naleving van de maatregel wordt afhankelijk van de
                                    casuïstiek ondergebracht bij één of meerdere partijen. De
                                    (hoofd)officier van justitie informeert desgewenst de
                                    burgemeester over de justitiële vervolging.</al></li></lijst><tussenkop><vet>Specifieke kenmerken verschillende bevoegdheden</vet></tussenkop><al><onderstreept>Groepsverbod</onderstreept></al><lijst><li nr="1."><al>Een overlastgever krijgt het bevel zich niet op te houden in of
                                    in de omgeving van één of meer bepaalde objecten binnen de
                                    gemeente, dan wel in één of meer bepaalde delen van de gemeente
                                    met meer dan drie personen.</al></li><li nr="2."><al>Het groepsverbod wordt in beginsel opgelegd voor het gebied waar
                                    de overlast heeft plaatsgevonden. Indien het, gelet op de druk
                                    op openbare orde, in een bepaald gebied noodzakelijk wordt
                                    geacht, wordt ook dit gebied aangewezen.</al></li><li nr="3."><al>Het groepsverbod wordt opgelegd voor de duur van drie
                                    maanden.</al></li><li nr="4."><al>De maatregel wordt uitgebreid ten nadele van betrokkene of
                                    verlengd indien nieuwe feiten en omstandigheden daartoe
                                    aanleiding geven. In beginsel wordt een groepsverbod verlengd
                                    indien de maatregel voor de eerste keer wordt overtreden. De
                                    maatregel kan worden ingetrokken indien uit nieuwe feiten en
                                    omstandigheden er voldoende garanties aanwezig zijn dat gevaar
                                    voor herhaling voldoende is ondervangen.</al></li><li nr="5."><al>Indien sprake is van een persoon onder de 24 jaar wordt een
                                    groepsverbod alleen opgelegd indien de hulpverlening als
                                    integrale persoongebonden aanpak is ingezet of deze is
                                    geweigerd.</al></li><li nr="6."><al>De termijn kan drie keer worden verlengd voor telkens maximaal
                                    drie maanden per keer.</al></li></lijst><al><onderstreept>Gebiedsverbod</onderstreept></al><lijst><li nr="1."><al>Een overlastgever krijgt het bevel zich niet te bevinden in of
                                    in de omgeving van één of meer bepaalde objecten binnen de
                                    gemeente, dan wel in één of meer bepaalde delen van de gemeente.
                                    Indien dit noodzakelijk is, wordt een looproute aangegeven.</al></li><li nr="2."><al>Het gebiedsverbod wordt in beginsel opgelegd voor het gebied
                                    waar de overlast heeft plaatsgevonden. Indien het, gelet op de
                                    druk op openbare orde in een bepaald gebied noodzakelijk wordt
                                    geacht, kan ook dat gebied worden aangewezen.</al></li><li nr="3."><al>Het gebiedsverbod wordt opgelegd voor de duur van drie
                                    maanden.</al></li><li nr="4."><al>De maatregel kan worden uitgebreid ten nadele van betrokkene of
                                    verlengd indien nieuwe feiten en omstandigheden daartoe
                                    aanleiding geven. De maatregel kan worden ingetrokken indien uit
                                    nieuwe feiten en omstandigheden er voldoende garanties aanwezig
                                    zijn dat herhaling is uitgesloten.</al></li><li nr="5."><al>Indien sprake is van een persoon onder de 24 jaar wordt een
                                    groepsverbod alleen opgelegd indien de hulpverlening als
                                    integrale persoonsgerichte aanpak is ingezet of deze is
                                    geweigerd.</al></li><li nr="6."><al>De termijn kan drie keer worden verlengd voor telkens maximaal
                                    drie maanden per keer.</al></li></lijst><al><onderstreept>Meldingsplicht door de burgemeester
                                Midden-Delfland</onderstreept></al><lijst><li nr="1."><al>Een meldingsplicht komt met name in beeld wanneer iemand moet
                                    worden weggehouden van een bepaalde locatie en op bepaalde
                                    tijdstippen, bijvoorbeeld bij een evenement. Een meldingsplicht
                                    betreft een ernstiger inbreuk op de privacy dan een
                                    gebiedsverbod of groepsverbod, waaraan dan ook zwaardere eisen
                                    worden gesteld. Er kan ook sprake zijn van een meldingsplicht
                                    wanneer een gebiedsverbod wordt genegeerd. De tijdstippen en
                                    plaats voor de meldingsplicht worden nader, per individueel
                                    geval, bepaald.</al></li><li nr="2."><al>De meldingsplicht wordt opgelegd voor drie maanden, dan wel de
                                    duur van het evenement.</al></li><li nr="3."><al>De nader te bepalen plaats van melding wordt afhankelijk van de
                                    casus bepaald. Denkbare locaties zijn bijvoorbeeld een
                                    politiebureau, gemeentelijk kantoor, de reclassering, bureau
                                    jeugdzorg, zorginstellingen, etc.</al></li><li nr="4."><al>Bij melding op het politiebureau of bij één van de andere
                                    partners, zijn de volgende randvoorwaarden van belang:</al><lijst><li nr="-"><al>De dagelijkse bedrijfsvoering (bij de politie) moet zo
                                            min mogelijk worden gehinderd;</al></li><li nr="-"><al>Er dient bij de registratie geen sprake te zijn van een
                                            onevenredige administratieve belasting;</al></li><li nr="-"><al>Eén en ander dient zoveel mogelijk aan te sluiten bij
                                            bestaande bedrijfsprocessen;</al></li><li nr="-"><al>Bij de feitelijke melding dient (zeker in het geval van
                                            grotere groepen) vermenging met het “gewone publiek” te
                                            worden vermeden.</al></li></lijst></li><li nr="5."><al>De meldingsplicht wordt zoveel mogelijk opgelegd in de gemeente
                                    waar de betrokkene woonachtig is, tenzij de aard van de
                                    omstandigheden zich hier tegen verzet. Hiervan is onder meer
                                    sprake indien de burgemeester van de plaats waar de persoon
                                    woonachtig is geen toestemming heeft gegeven voor de
                                    melding</al></li><li nr="6."><al>De burgemeester legt niet eerder een meldingsplicht op dan er
                                    vooraf afstemming heeft plaatsgevonden met de betrokken
                                    instantie, waar de melding moet plaatsvinden. Voorts wordt
                                    vooraf overleg gepleegd met de politie, indien deze organisatie
                                    tijdens het melden op een andere locatie dan een politiebureau
                                    aanwezig dient te zijn.</al></li><li nr="7."><al>Al dan niet verrichte meldingen worden telkens met tijd, locatie
                                    en registrant geregistreerd en gemeld aan
                                    OOV/Veiligheidshuis.</al></li></lijst><al><onderstreept>Intergemeentelijke meldingsplicht (verzoek andere
                                gemeenten)</onderstreept></al><lijst><li nr="1."><al>De burgemeesters van andere gemeenten kunnen de burgemeester van
                                    Midden-Delfland verzoeken een ordeverstoorder zich in de
                                    gemeente Midden-Delfland te laten melden. De burgemeester van
                                    Midden-Delfland geeft hier eerst toestemming voor, nadat de
                                    Regiopolitie Haaglanden over het ingediende verzoek een positief
                                    advies heeft gegeven. De toestemming kan mondeling worden
                                    gegeven. De politie meldt aan de burgemeester
                                    (OOV/Veiligheidshuis) de al dan niet verrichte melding,
                                    inclusief tijd, locatie en registrant.</al></li><li nr="2."><al>Het bepaalde in de punten 3 tot en met 7 van de paragraaf
                                    “Meldingsplicht door de burgemeester Midden-Delfland” is van
                                    overeenkomstige toepassing.</al></li></lijst><al><onderstreept>Begeleidingsplicht 12-minner</onderstreept></al><lijst><li nr="1."><al>Een persoon die het gezag uitoefent over een 12-minner die
                                    herhaaldelijk groepsgewijs overlast pleegt krijgt een bevel
                                    opgelegd dat de minderjarige zich gedurende een periode van drie
                                    maanden niet tussen 20.00 uur een 06.00 uur mag begeven op voor
                                    het publiek toegankelijke plaatsen zonder begeleiding van het
                                    ouderlijk gezag.</al></li><li nr="2."><al>De maatregel wordt slechts opgelegd, indien de integrale
                                    persoonsgerichte aanpak is ingezet of deze is geweigerd.</al></li><li nr="3."><al>Bij overtreding van het bevel dan wel bij nieuwe verstoring van
                                    de openbare orde (buiten de vastgestelde avondtijden) krijgt een
                                    persoon die het gezag uitoefent over de 12-minner het bevel
                                    opgelegd dat de minderjarige zich niet bevindt in of in de
                                    omgeving van een of meer bepaalde objecten binnen de gemeente,
                                    dan wel in een of meer bepaalde delen van de gemeente zonder
                                    begeleiding van het ouderlijk gezag</al></li><li nr="4."><al>De begeleidingsplicht wordt opgelegd voor de duur van drie
                                    maanden en kan niet worden verlengd.</al></li></lijst></bijlage><bijlage><kop><label>BIJLAGE</label><nr>2:</nr><titel>Handhavingsarrangement maatregelen bij herhaaldelijke
                                overlast</titel></kop><table><tgroup cols="5"><colspec colname="col1" colwidth="4*"/><colspec colname="col2" colwidth="24*"/><colspec colname="col3" colwidth="26*"/><colspec colname="col4" colwidth="30*"/><colspec colname="col5" colwidth="16*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><vet>Constatering</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>Politie</vet></al></entry><entry colname="col4"><al><vet>Burgemeester </vet></al></entry><entry colname="col5"><al><vet>OM</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>1</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Bij constatering herhaaldelijk ordeverstorende
                                                  gedragingen </vet></al></entry><entry colname="col3"><al>De politie levert, net als de andere betrokken
                                                partners, relevante informatie aan de burgemeester
                                                (OOV/Veiligheidshuis) ten behoeve van de
                                                dossiervorming.</al></entry><entry colname="col4"><al>Ordeverstorende gedragingen merendeel in
                                                groepsverband gepleegd:</al><al>*Groepsverbod voor 3 maanden</al><al/><al>Merendeel ordeverstorende gedragingen individueel
                                                gepleegd:</al><al>*Gebiedsverbod voor 3 maanden</al><al/><al>Bij evenementen en/of grootschalige samenkomsten (al
                                                dan niet leidende rol)</al><al>*Gebiedsverbod voor 3 maanden (gekoppeld aan plaats
                                                en tijd evenementen)</al><al/><al>Indien er sprake is van een middelgroot of groot
                                                evenement kan ook direct een meldingsplicht worden
                                                opgelegd.</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>2</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Bij 1</vet><vet><sup>e</sup></vet><vet>
                                                  overtreding bevel</vet></al></entry><entry colname="col3"><al>De politie levert, net als de andere betrokken
                                                partners, relevante informatie aan de burgemeester
                                                (OOV/Veiligheidshuis) ten behoeve van de
                                                dossiervorming. Bij vervolging wordt dit tevens aan
                                                het OM overhandigd.</al></entry><entry colname="col4"><al>Overtreden groepsverbod:</al><al>*Alleen overtreding: verlenging 3 maanden.</al><al>*Overtreding met ordeverstorend gedrag:
                                                gebiedsverbod 3 maanden.</al><al/><al>Overtreden gebiedsverbod:</al><al>*verlenging voor de duur van 3 maanden;</al><al>*indien gewenst opleggen meldingsplicht</al><al/><al>Overtreden meldingsplicht</al><al>*Verlenging duur van maatregel met drie maanden (met
                                                mogelijkheid om vaker te laten melden)</al></entry><entry colname="col5"><al>Vervolging o.g.v. artikel 184 WvSr.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>3</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Bij 2</vet><vet><sup>e</sup></vet><vet> en
                                                  volgende overtredingen bevel</vet></al></entry><entry colname="col3"><al>De politie levert, net als de andere betrokken
                                                partners, relevante informatie aan de burgemeester
                                                (OOV/Veiligheidshuis) ten behoeve van de
                                                dossiervorming. Bij vervolging wordt dit tevens aan
                                                het OM overhandigd.</al></entry><entry colname="col4"><al>Verlengen maatregel voor de duur van 3 maanden.</al></entry><entry colname="col5"><al>Vervolging o.g.v. artikel 184 WvSr.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>4</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Bij opnieuw constateren ordeverstorende
                                                  gedraging binnen 3 jaar na verstrijken maatregel
                                                </vet></al></entry><entry colname="col3"><al>De politie levert, net als de andere betrokken
                                                partners, relevante informatie aan de burgemeester
                                                (OOV/Veiligheidshuis) ten behoeve van de
                                                dossiervorming. Bij vervolging wordt dit tevens aan
                                                het OM overhandigd.</al></entry><entry colname="col4"><al>Eerste stap handhavingsarrangement wordt
                                                overgeslagen.</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row></tbody></tgroup></table></bijlage><bijlage><kop><label>BIJLAGE</label><nr>3:</nr><titel>Handhavingsarrangement maatregelen bij herhaaldelijke
                                jeugdoverlast</titel></kop><table><tgroup cols="5"><colspec colname="col1" colwidth="5*"/><colspec colname="col2" colwidth="26*"/><colspec colname="col3" colwidth="24*"/><colspec colname="col4" colwidth="27*"/><colspec colname="col5" colwidth="19*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><vet>Constatering</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>Politie</vet></al></entry><entry colname="col4"><al><vet>Burgemeester </vet></al></entry><entry colname="col5"><al><vet>OM</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>1</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Bij constatering herhaaldelijk ordeverstorende
                                                  gedragingen </vet></al></entry><entry colname="col3"><al>De politie levert, net als de andere betrokken
                                                partners, relevante informatie aan de burgemeester
                                                (OOV/Veiligheidshuis) ten behoeve van de
                                                dossiervorming. Bij vervolging wordt dit tevens aan
                                                het OM overhandigd.</al></entry><entry colname="col4"><al>Ordeverstorende gedragingen merendeel in
                                                groepsverband gepleegd:</al><al>*Groepsverbod voor 3 maanden</al><al/><al>Merendeel ordeverstorende gedragingen individueel
                                                gepleegd:</al><al>*Gebiedsverbod voor 3 maanden</al><al/><al>Mits:</al><al>de hulpverlening is gestart, dan wel is aangeboden,
                                                en tenminste één ordeverstorende handeling na het
                                                opstarten van de hulpverlening, dan wel het
                                                aanbieden daarvan heeft plaatsgehad.</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>2</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Bij 1</vet><vet><sup>e</sup></vet><vet>
                                                  overtreding bevel</vet></al></entry><entry colname="col3"><al>De politie levert, net als de andere betrokken
                                                partners, relevante informatie aan de burgemeester
                                                (OOV/Veiligheidshuis) ten behoeve van de
                                                dossiervorming. Bij vervolging wordt dit tevens aan
                                                het OM overhandigd.</al></entry><entry colname="col4"><al>Overtreden groepsverbod:</al><al>*Alleen overtreding: verlenging 3 maanden.</al><al>*Overtreding met ordeverstorend gedrag:
                                                gebiedsverbod 3 maanden.</al><al/><al>Tenzij deze maatregelen een hulpverleningstraject in
                                                de weg staan.</al><al/><al>Overtreden gebiedsverbod:</al><al>*verlenging voor de duur van 3 maanden;</al><al>*indien gewenst opleggen meldingsplicht</al><al/><al>Tenzij deze maatregelen een hulpverleningstraject in
                                                de weg staan.</al></entry><entry colname="col5"><al>Vervolging o.g.v. artikel 184 WvSr.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>3</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Bij 2</vet><vet><sup>e</sup></vet><vet> en
                                                  volgende overtredingen bevel</vet></al></entry><entry colname="col3"><al>De politie levert, net als de andere betrokken
                                                partners, relevante informatie aan de burgemeester
                                                (OOV/Veiligheidshuis) ten behoeve van de
                                                dossiervorming. Bij vervolging wordt dit tevens aan
                                                het OM overhandigd.</al></entry><entry colname="col4"><al>Verlengen maatregel voor de duur van 3 maanden.</al></entry><entry colname="col5"><al>Vervolging o.g.v. artikel 184 WvSr.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>4</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Bij opnieuw constateren ordeverstorende
                                                  gedraging binnen 18 maanden na verstrijken
                                                  maatregel </vet></al></entry><entry colname="col3"><al>De politie levert, net als de andere betrokken
                                                partners, relevante informatie aan de burgemeester
                                                (OOV/Veiligheidshuis) ten behoeve van de
                                                dossiervorming.</al></entry><entry colname="col4"><al>Eerste stap handhavingsarrangement wordt
                                                overgeslagen.</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row></tbody></tgroup></table></bijlage><bijlage><kop><label>BIJLAGE</label><nr>4:</nr><titel>Handhavingsarrangement voor 12-minners</titel></kop><al><onderstreept>Begripsomschrijving</onderstreept>:</al><al>Gelijk aan die van bijlage 1</al><table><tgroup cols="5"><colspec colname="col1" colwidth="4*"/><colspec colname="col2" colwidth="28*"/><colspec colname="col3" colwidth="26*"/><colspec colname="col4" colwidth="28*"/><colspec colname="col5" colwidth="14*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><vet>Constatering</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>Politie</vet></al></entry><entry colname="col4"><al><vet>Burgemeester </vet></al></entry><entry colname="col5"><al><vet>OM</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>1</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Bij constatering
                                                  2</vet><vet><sup>e</sup></vet><vet> /
                                                  herhaaldelijke groepsgewijze ordeverstorende
                                                  gedraging binnen 12 maanden</vet></al></entry><entry colname="col3"><al>De politie levert, net als de andere betrokken
                                                partners, relevante informatie aan de burgemeester
                                                (OOV/Veiligheidshuis) ten behoeve van de
                                                dossiervorming.</al></entry><entry colname="col4"><al>De burgemeester legt aan de persoon die het gezag
                                                over de minderjarige uitoefent het bevel op dat de
                                                minderjarige zich in de avonduren niet op openbare
                                                plaatsen zonder zijn of haar begeleiding mag begeven
                                                voor de duur van 3 maanden </al><al/><al>Mits:</al><al/><al>De hulpverlening is gestart, dan wel is aangeboden,
                                                en tenminste één ordeverstorende handeling na het
                                                opstarten van de hulpverlening dan wel het aanbieden
                                                daarvan heeft plaatsgehad.</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>2</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Bij 1</vet><vet><sup>e</sup></vet><vet>
                                                  overtreding bevel / bij nieuwe verstoring van de
                                                  openbare orde (buiten de vastgestelde
                                                  avondtijden)</vet></al></entry><entry colname="col3"><al>De politie levert, net als de andere betrokken
                                                partners, relevante informatie aan de burgemeester
                                                (OOV/Veiligheidshuis) ten behoeve van de
                                                dossiervorming.</al></entry><entry colname="col4"><al>Maatregel wordt verzwaard voor de resterende tijd
                                                met het bevel dat de minderjarige zich niet mag
                                                begeven in een nader aan te wijzen gebied zonder
                                                begeleiding van de persoon die het gezag over hem of
                                                haar heeft.</al><al/><al>Tenzij de ouders meedoen aan de hulpverlening, dan
                                                wel alsnog de hulpverlening aanvaarden</al></entry><entry colname="col5"><al>Vervolging o.g.v. artikel 184 WvSr.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>3</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Bij 2</vet><vet><sup>e</sup></vet><vet> en
                                                  volgende overtredingen bevel </vet></al></entry><entry colname="col3"><al>De politie levert, net als de andere betrokken
                                                partners, relevante informatie aan de burgemeester
                                                (OOV/Veiligheidshuis) ten behoeve van de
                                                dossiervorming.</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al>Vervolging o.g.v. artikel 184 WvSr.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>4</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Bij opnieuw constateren ordeverstorende
                                                  gedraging binnen 12 maanden na verstrijken
                                                  maatregel </vet></al></entry><entry colname="col3"><al>De politie levert, net als de andere betrokken
                                                partners, relevante informatie aan de burgemeester
                                                (OOV/Veiligheidshuis) ten behoeve van de
                                                dossiervorming.</al><al>Persoon inmiddels 12 jaar:</al><al>De politie levert, net als de andere betrokken
                                                partners, relevante informatie aan de burgemeester
                                                (OOV/Veiligheidshuis) ten behoeve van de
                                                dossiervorming.</al></entry><entry colname="col4"><al>Burgemeester legt aan de persoon die het gezag over
                                                de minderjarige uitoefent het bevel op dat de
                                                minderjarige in een nader aan te wijzen gebied zich
                                                gedurende 3 maanden niet mag ophouden zonder
                                                begeleiding van de persoon die gezag over hem
                                                heeft.</al><al/><al>Eerste stap uit het handhavingsarrangement
                                                (herhaaldelijke jeugdoverlast) wordt
                                                overgeslagen.</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row></tbody></tgroup></table></bijlage><bijlage><kop><label>BIJLAGE</label><nr>5:</nr><titel>Werkinstructie toepassen beleidsregel WMBVEO</titel></kop><al><plaatje><illustratie id="i2aa2e5eb-b1a5-4105-80a7-1f846cc0f8b6" naam="i72270i2aa2e5eb-b1a5-4105-80a7-1f846cc0f8b6.jpg" type="foto" breedte="13cm" hoogte="19.5cm"/></plaatje></al></bijlage></regeling></body></cvdr>