<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR124547_3</dcterms:identifier><dcterms:title>Bouwverordening</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Nunspeet</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-04-17</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Nunspeet</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Nunspeet Huis aan Huis, 16-10-2010</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Bouwverordening</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">bronvermelding</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>volkshuisvesting en woningbouw</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-10-28</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-12-05</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2014-12-10</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>vervallen</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>b&amp;w voorstel</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Bouwverordening</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Bouwverordening gemeente Nunspeet 2010</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Inleidende bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><al>- asbest: wat daaronder wordt verstaan in artikel 1, letter a, van het Asbestverwijderingsbesluit</al><al>2005;</al><al>- bevoegd gezag: bestuursorgaan, als bedoeld in de Woningwet, artikel 1, eerste lid, onderdeel</al><al>e, dan wel, bij het ontbreken van een bestuursorgaan als bedoeld in dit artikellid, burgemeester</al><al>en wethouders;</al><al>- bouwbesluit: de algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 2 van de Woningwet;</al><al>- bouwtoezicht: degene die ingevolge artikel 92, tweede lid, van de Woningwet in samenhang</al><al>met artikel 5.10 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht belast is met het bouw- en</al><al>woningtoezicht;</al><al>- bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die</al><al>op de plaats van bestemming hetzij direct hetzij indirect met de grond verbonden is, hetzij</al><al>direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren;</al><al>- deskundig bedrijf als bedoeld in hoofdstuk 8: wat daaronder wordt verstaan in artikel 6, eerste</al><al>lid, van het Asbestverwijderingsbesluit 2005;</al><al>- gebruiksoppervlakte: de gebruiksoppervlakte als bedoeld in het Bouwbesluit;</al><al>- hoogte van de weg: de hoogte van de weg zoals die door of namens burgemeester en</al><al>wethouders is vastgesteld;</al><al>- NEN: een door de Stichting Nederlands Normalisatie-Instituut uitgegeven norm;</al><al>- NVN: een door de Stichting Nederlands Normalisatie-Instituut uitgegeven voornorm;</al><al>- Omgevingsvergunning voor het bouwen: vergunning voor een bouwactiviteit als bedoeld in</al><al>artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;</al><al>- Omgevingsvergunning voor het slopen: vergunning voor een sloopactiviteit als bedoeld in</al><al>artikel 2.2, eerste lid, onder a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;</al><al>- straatpeil:</al><al>a. voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst de hoogte van</al><al>de weg ter plaatse van die hoofdtoegang;</al><al>b. voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst de hoogte</al><al>van het terrein ter plaatse van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw;</al><al>- weg: alle voor het openbaar rij- of ander verkeer openstaande wegen of paden daaronder</al><al>begrepen de daarin gelegen bruggen en duikers, de tot de wegen of paden behorende bermen</al><al>en zijkanten, alsmede de aan de wegen liggende en als zodanig aangeduide parkeerterreinen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>In deze verordening wordt mede verstaan onder:</al><al>- bouwwerk: een gedeelte van een bouwwerk</al><al>- gebouw: een gedeelte van een gebouw.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.2</nr><titel>Termijnen</titel></kop><al>Vervallen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.3</nr><titel>Indeling van het gebied van de gemeente</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Voor de toepassing van deze verordening geldt als indeling van de gemeente:</al><al>a. het gebied binnen de bebouwde kom;</al><al>b. het gebied buiten de bebouwde kom.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Als gebied binnen de bebouwde kom geldt het gebied, dat op de bij deze verordening</al><al>behorende kaart als zodanig is aangegeven.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>De aanvraag omgevingsvergunning voor het bouwen</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1</nr><titel>Gegevens en bescheiden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.1</nr><titel>Aanvraag bouwvergunning</titel></kop><al>Vervallen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.2</nr><titel>In de aanvraag op te nemen gegevens</titel></kop><al>Vervallen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.3</nr><titel>Bij de aanvraag in te dienen bescheiden</titel></kop><al>Vervallen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.4</nr><titel>Gegevens met betrekking tot het coördineren van vergunningaanvragen</titel></kop><al>Vervallen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.5</nr><titel>Bodemonderzoek</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het onderzoek betreffende de bodemgesteldheid als bedoeld in artikel 8, vierde lid, van de</al><al>Woningwet bestaat uit:</al><al>a. de resultaten van een recent milieuhygiënisch bodemonderzoek verricht volgens NEN</al><al>5740, uitgave 2009, in overeenstemming met het onderzoeksprotocol dat volgt uit figuur</al><al>1.</al><al>b. Vervallen.</al><al>c. Indien op basis van het vooronderzoek aanleiding bestaat te veronderstellen dat asbest,</al><al>daaronder mede begrepen asbestvezels, -deeltjes of –stof, in de bodem aanwezig is,</al><al>vindt het onderzoek mede plaats op de wijze als voorzien in NEN 5707, uitgave 2003.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De plicht tot het indienen van een onderzoeksrapport als bedoeld in artikel 2.4, onder d van</al><al>de Regeling omgevingsrecht geldt niet indien het bouwen betrekking heeft op een bouwwerk</al><al>dat naar aard en omvang gelijk is aan een bouwwerk als genoemd in het Besluit</al><al>omgevingsrecht, artikelen 2 en 3 van bijlage II. Deze verwijzing geldt niet voor de</al><al>hoogtebepalingen in het Besluit omgevingsrecht, artikelen 2 en 3 van bijlage II.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het bevoegd gezag staat een geheel of gedeeltelijk afwijken van de plicht tot het indienen van</al><al>een onderzoeksrapport bedoeld in artikel 2.4, onder d, van de Regeling omgevingsrecht toe,</al><al>indien voor toepassing van artikel 2.4.1 bij het bevoegd gezag al bruikbare recente</al><al>onderzoeksresultaten beschikbaar zijn.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Het bevoegd gezag kan een gedeeltelijk afwijken van de plicht tot het indienen van een</al><al>onderzoeksrapport als bedoeld in artikel 2.5, onder d van de Regeling</al><al>omgevingsrecht toestaan voor een bouwwerk met een beperkte instandhoudingtermijn, als</al><al>bedoeld in artikel 2.23 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en artikel 5.16 van het</al><al>Besluit omgevingsrecht, indien uit het in NEN 5725, uitgave 2009, bedoelde vooronderzoek</al><al>naar het historisch gebruik en naar de bodemgesteldheid blijkt, dat de locatie onverdacht is</al><al>dan wel de gerezen verdenkingen een volledig veldonderzoek volgens NEN 5740, uitgave</al><al>2009 niet rechtvaardigen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.6</nr><titel>Overige gegevens en bescheiden behorende bij de aanvraag om</titel></kop><al>Vervallen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.7</nr><titel>Bouwregistratie</titel></kop><al>Vervallen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.8</nr><titel>Bijzondere bepalingen over de aanvraag om bouwvergunning woonwagens</titel></kop><al>Vervallen.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2</nr><titel>Behandeling van de aanvraag om bouwvergunning</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.2.1</nr><titel>Ontvangst van de aanvraag</titel></kop><al>Vervallen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.2.2</nr><titel>Samenloop met vrijstelling ruimtelijke ordening</titel></kop><al>Vervallen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.2.3</nr><titel>Bekendmaking van termijnen</titel></kop><al>Vervallen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.2.4</nr><titel>In behandeling nemen en fasering bouwvergunningverlening</titel></kop><al>Vervallen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.2.5</nr><titel>In behandeling nemen en bodemonderzoek</titel></kop><al>Vervallen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.2.6</nr><titel>Kennisgeving van rechtswege verleende bouwvergunning</titel></kop><al>Vervallen.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3</nr><titel>Welstandstoetsing</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3.1</nr><titel>Welstandscriteria</titel></kop><al>Vervallen.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>4</nr><titel>Het tegengaan van bouwen op verontreinigde bodem</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4.1</nr><titel>Verbod tot bouwen op verontreinigde bodem</titel></kop><al>Op een bodem die zodanig is verontreinigd dat schade of gevaar is te verwachten voor de</al><al>gezondheid van de gebruikers, mag niet worden gebouwd voor zover dat bouwen betrekking</al><al>heeft op een bouwwerk:</al><al>a. waarin voortdurend of nagenoeg voortdurend mensen zullen verblijven;</al><al>b. voor het bouwen waarvan een omgevingsvergunning voor het bouwen is vereist; en</al><al>1. dat de grond raakt, of</al><al>2. waarvan het bestaande, niet-wederrechtelijke gebruik niet wordt gehandhaafd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4.2</nr><titel>Voorwaarden omgevingsvergunning voor het bouwen</titel></kop><al>In afwijking van het bepaalde in artikel 2.4.1 en onverminderd het bepaalde in artikel 2.4, onder d,</al><al>van de Regeling omgevingsrecht, kan het bevoegd gezag voorwaarden verbinden aan de</al><al>omgevingsvergunning voor het bouwen, in het geval zij op grond van het in het de Regeling</al><al>omgevingsrecht bedoelde onderzoeksrapport en/of andere bij hen bekende onderzoeksresultaten</al><al>dan wel op grond van het overeenkomstig het tweede lid van artikel 39 van de Wet</al><al>bodembescherming goedgekeurde saneringsplan bedoeld in artikel 39, eerste lid, van die</al><al>Wet van oordeel zijn, dat de bodem niet geschikt is voor het beoogde doel maar door het stellen</al><al>van voorwaarden alsnog geschikt kan worden gemaakt.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>5</nr><titel>Voorschriften van stedenbouwkundige aard en bereikbaarheidseisen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.5.1</nr><titel>Richtlijnen voor de verlening van ontheffing van de stedenbouwkundige</titel></kop><al>Vervallen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.5.2</nr><titel>Anti-cumulatiebepaling</titel></kop><al>Terrein dat voor het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen in aanmerking</al><al>moet worden genomen mag niet nog eens bij de verlening van een omgevingsvergunning voor</al><al>het bouwen voor een ander bouwwerk in aanmerking worden genomen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.5.3</nr><titel>Bereikbaarheid van bouwwerken voor wegverkeer. Brandblusvoorzieningen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Indien de toegang tot een bouwwerk dat voor het verblijf van mensen is bestemd, meer dan</al><al>10 meter is verwijderd van een openbare weg, moet een verbindingsweg tussen die toegang</al><al>en het openbare wegennet aanwezig zijn die geschikt is voor verhuisauto's, vuilnisauto's,</al><al>ziekenauto's, brandweerauto's en het overige te verwachten verkeer.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Een geschikte verbindingsweg in de zin van het eerste lid moet, tenzij de gemeenteraad voor</al><al>de desbetreffende weg in een bestemmingsplan of in een verordening of anderszins</al><al>voorschriften heeft vastgesteld:</al><al>1. een breedte van ten minste 4,5 m, over een breedte van ten minste 3,25 m zijn verhard</al><al>en een vrije hoogte boven de kruin van de weg hebben van ten minste 4,2 m;</al><al>2. zijn verhard op een wijze die geschikt is voor motorvoertuigen met een massa van ten</al><al>minste</al><al>14.600 kg en zijn voorzien van de nodige kunstwerken; en</al><al>3. op doeltreffende wijze kunnen afwateren.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op een bijgebouw voor het bouwen</al><al>waarvan op grond van artikel 2, onderdeel 3, of artikel 3, onderdeel 1, van bijlage II bij het</al><al>Besluit omgevingsrecht geen vergunning is vereist, voor zover dat bijgebouw niet tot</al><al>bewoning bestemd is, maar wel tot een hoofdgebouw behoort dat op hetzelfde terrein is</al><al>gelegen.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Nabij ieder bouwwerk dat voor het verblijf van mensen is bestemd, moeten zodanige</al><al>opstelplaatsen voor brandweerauto's aanwezig zijn, dat een doeltreffende verbinding tussen</al><al>die auto's en de bluswatervoorziening kan worden gelegd.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>Bij afwezigheid van een toereikende openbare bluswatervoorziening moet worden zorg</al><al>gedragen voor een doeltreffende niet-openbare bluswatervoorziening.</al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al>Het bevoegd gezag kan de omgevingsvergunning verlenen in afwijking van het bepaalde in</al><al>het eerste en het vierde lid, indien de aard, de ligging en het gebruik van het bouwwerk zich</al><al>daarvoor lenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.5.3A</nr><titel>Brandweeringang</titel></kop><al>Vervallen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.5.4</nr><titel>Bereikbaarheid van gebouwen voor gehandicapten</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Tussen de toegang van enerzijds:</al><al>a. een woning of een woongebouw, als bedoeld in artikel 4.3 van het Bouwbesluit;</al><al>b. een gebouw met een al dan niet gemeenschappelijke toegankelijkheidssector, als</al><al>bedoeld in artikel 4.3 van het Bouwbesluit;</al><al>en anderzijds de openbare weg moet een mede voor gehandicapten begaanbare weg of</al><al>begaanbaar pad aanwezig zijn.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Voor de in het eerste lid bedoelde wegen en paden geldt dat zij:</al><al>a. ten minste 1,10 m breed moeten zijn;</al><al>b. geen kleinere vrije doorgang mogen hebben dan 0,85 m; en</al><al>c. ten hoogste een hoogteverschil mogen overbruggen van 0,02 m, tenzij dit plaatsvindt</al><al>door middel van een hellingbaan die voldoet aan het bepaalde in de artikelen 2.39 en</al><al>2.40 van het Bouwbesluit.</al></lid></artikel></paragraaf></hoofdstuk></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>