<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR124530_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Deurne 2012</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Deurne</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-07-31</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Deurne</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Weekblad voor Deurne, 22 december 2011</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Deurne 2012</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo)</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Deurne 2010</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2011-12-13</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2013-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Deurne 2012</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1 Bijzondere regels over het persoonsgebonden budget</nr></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Regels rond verstrekking en verantwoording</titel></kop><al>1.1 Verstrekking van een toegekende individuele voorziening in de vorm
                            van een persoonsgebonden budget vindt plaats op verzoek van de
                            aanvrager.</al><al/><al>1.2 Verstrekking als persoonsgebonden budget vindt niet plaats
                            indien:</al><al>a. een algemene voorziening zoals omschreven in de Verordening adequaat
                            is. Een persoonsgebonden budget wordt alleen verstrekt ten aanzien van
                            individuele voorzieningen;</al><al>b. op grond van aanwijzingen die tijdens het onderzoek duidelijk zijn
                            geworden het ernstige vermoeden bestaat dat de aanvrager problemen zal
                            hebben bij het omgaan met een persoonsgebonden budget, tenzij de
                            aanvrager de beschikking heeft over een derde die zorg draagt over het
                            beheer;</al><al>c. de aanvrager eerder onverantwoord is omgegaan met een
                            persoonsgebonden budget voor individuele Wmo- voorzieningen.</al><al>d. er sprake is van in de persoon gelegen bezwaren.</al><al/><al>1.3 Een aanvrager als bedoeld onder 1.2. onder b. of c. kan alsnog in
                            aanmerking komen voor een persoonsgebonden budget, als na een
                            herbeoordeling blijkt dat, door gewijzigde omstandigheden, de aanvrager
                            vermoedelijk wel verantwoord met het persoonsgebonden budget kan omgaan.
                            Het college kan voor de herbeoordeling advies inwinnen bij
                            deskundigen.</al><al/><al>1.4 Het persoonsgebonden budget wordt bij beschikking bekendgemaakt aan
                            de aanvrager. De beschikking vermeldt:</al><lijst><li nr="a."><al>de omvang van het persoonsgebonden budget;</al></li><li nr="b."><al>de termijn waarvoor het persoonsgebonden budget bestemd is;</al></li><li nr="c."><al>voor welke voorziening het persoonsgebonden budget is bestemd,
                                    met verwijzing naar het bijgevoegde programma van eisen waarin
                                    is aangegeven aan welke vereisten de voorziening dient te
                                    voldoen om adequaat te zijn;</al></li><li nr="d."><al>indien van toepassing: een aankondiging van de eigen
                                    bijdrage/het eigen aandeel in de kosten. De eigen bijdrage wordt
                                    vastgesteld en geïnd door het CAK.</al><al>e. Een toelichting op de voorwaarden verbonden aan de inzet van
                                    het persoonsgebonden budget.</al><al/></li></lijst><al>1.5 Na verzending van de beschikking wordt het persoonsgebonden budget
                            ter beschikking gesteld door storting op de rekening van de aanvrager of
                            wettelijk vertegenwoordiger aanvrager optreedt.</al><al/><al>1.6 De verantwoording van het persoonsgebonden budget door de
                            budgethouder aan het college vindt plaats na verstrekking van het
                            budget. Controle op de verantwoording vindt steekproefsgewijs plaats na
                            afloop van de verstrekking dan wel na afloop van enig kalenderjaar en
                            heeft een minimale omvang van 15 % van de verstrekte persoonsgebonden
                            budgetten.</al><al/><al>1.7 In het kader van de verantwoording zoals bedoeld in artikel 1.6
                            dient iedere budgethouder de volgende stukken 5 jaarte
                            bewaren:</al><al>- de nota van de aangeschafte voorziening;</al><al>- een betalingsbewijs van aanschaf van de voorziening;</al><al>- schriftelijke overeenkomst met de hulpverlener(s) of erkende
                            zorgaanbieders en een overzicht van de verstrekte vergoedingen
                            (declaratieformulieren) en of de overeenkomst met de Sociale
                            Verzekeringsbank t.b.v. houders van een persoonsgebonden budget </al><al>- alle overige documenten met betrekking tot inzicht in de besteding van
                            het verstrekte persoonsgebonden budget. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2 Eigen bijdrage en eigen aandeel</nr></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Omvang van eigen bijdragen en eigen aandeel</titel></kop><al>2.1. Het bedrag dat ongehuwde personen jonger dan 65 dienen te betalen
                            bedraagt € 18,00 per vier weken, terwijl het percentage van het inkomen
                            boven €22.905,- dat boven dit bedrag per vier weken betaald moet worden
                            een dertiende deel van 15% bedraagt.</al><al/><al>2.2. Het bedrag dat ongehuwde personen van 65 jaar of ouder dienen te
                            betalen bedraagt € 18,00 per vier weken, terwijl het percentage van het
                            inkomen boven €16.007,- dat boven dit bedrag per vier weken betaald moet
                            worden een dertiende deel van 15 % bedraagt.</al><al/><al>2.3 Het bedrag dat gehuwde personen indien een van beiden jonger is dan
                            65 jaar of beiden jonger zijn dan 65 jaar dienen te betalen bedraagt €
                            25,80 per vier weken, terwijl het percentage van hun gezamenlijk inkomen
                            boven € 28.306,-dat boven dit bedrag per vier weken betaald moet
                            worden een dertiende deel van 15% bedraagt.</al><al/><al>2.4 Het bedrag per vier weken dat gehuwde personen die beiden 65 jaar of
                            ouder zijn dienen te betalen bedraagt € 25,80 per vier weken, terwijl
                            het percentage van het inkomen boven € 22.319,- dat boven dit bedrag per
                            vier weken betaald moet worden een dertiende deel van 15 %
                            bedraagt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Voorziening in eigendom verstrekt en woningaanpassing</titel></kop><al>Indien een voorziening bestaat uit een roerende zaak die in eigendom
                            wordt verstrekt of uit een bouwkundige of woontechnische aanpassing van
                            een woning die eigendom is van de aanvrager, wordt gedurende een periode
                            van negenendertig maal vier weken een eigen bijdrage in rekening
                            gebracht dan wel bij de vaststelling van de hoogte van een financiële
                            tegemoetkoming gedurende die periode een met toepassing van het in
                            artikel 2 vastgestelde bedrag in mindering gebracht.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3 Hulp bij het huishouden</nr></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Hulp bij het huishouden</titel></kop><al>4<vet>.</vet>1 Vormen van hulp bij het huishouden</al><al>De voorziening die de gemeente kan verstrekken voor de hulp bij het
                            huishouden bestaat uit 2 onderdelen:</al><al>1. Voorziening in natura. Hierbij is een onderscheid gemaakt in 2
                            soorten dienstverlening:</al><al>a. HBH 1: Huishoudelijke werkzaamheden.</al><al>De uit te voeren werkzaamheden bestaan onder andere uit de volgende
                            onderdelen:</al><al>I boodschappen voor het dagelijkse leven doen;</al><al>II maaltijdverzorging, bereiding broodmaaltijd/ warme maaltijd</al><al>III licht poetswerk in huis, kamers opruimen;</al><al>IV huishoudelijke werkzaamheden, stofzuigen wc/badkamer schoonmaken</al><al>V verzorging kleding / linnengoed</al><al>b. HBH 2: Organisatie van het huishouden</al><al>De uit te voeren werkzaamheden in deze categorie bestaan naast de
                            bovenstaande huishoudelijke werkzaamheden, uit de volgende
                            onderdelen:</al><al>I opvang en/of verzorging van kinderen/volwassen huisgenoten (anderen
                            helpen met zelfverzorging)</al><al>II anderen helpen bij het bereiden van maaltijden;</al><al>III dagelijkse regie van het huishouden.</al><al/><al>2. Persoonsgebonden budget:</al><al>Voor bepaling van de hoogte van het pgb voor hulp bij het huishouden
                            geldt onderstaande tabel:</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colwidth="27*"/><colspec colname="col2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colwidth="40*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><vet>Inzet hulp door:</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>Hoogte Pgb</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>Pgb basis tarief </vet></al><al><vet>voor hbh1 </vet></al></entry><entry colname="col2"><al>Particuliere hulp of zelfstandige</al></entry><entry colname="col3"><al>125% minimumloon incl. vakantiegeld/-uren</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>Pgb hbh2 tarief</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>Particuliere hulp of zelfstandige</al></entry><entry colname="col3"><al>150% minimumloon incl. vakantiegeld/-uren</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>Pgb extra tarief hbh 1 en hbh2</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>Erkende zorgaanbieder</al></entry><entry colname="col3"><al>Gelijk aan laagste tarief zorg in natura</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Jaarlijks worden op 1 januari de tarieven aangepast op basis van het op
                            dat moment geldende wettelijk minimumloon of het tarief voor zorg in
                            natura. </al><al/><al>4.2 Na overlegging van de schriftelijke zorgovereenkomst zoals bedoeld
                            in artikel 1.7 wordt het persoonsgebonden budget voor hulp bij het
                            huishouden per kwartaal bij vooruitbetaling verstrekt.</al><al/><al>4.3 Voor de ondersteuning van pgb- houders kan gebruik worden gemaakt
                            van de diensten van de Sociale Verzekeringsbank. De kosten hiervan
                            worden door de Sociale Verzekeringsbank in rekening gebracht bij de
                            gemeente en niet op de ondersteuningsvrager verhaald.</al><al>De zorgvrager met pgb kan ondersteuning voor de uitvoering van zijn pgb
                            inkopen. De ondersteuning kan bestaan uit:</al><al>a. bemiddelingsfunctie</al><al>b. administratieve ondersteuning (afdracht sociale lasten, betaling loon
                            en dergelijke)</al><al>c. regelen inval bij ziekte en verlof.</al><al/><al>4.4 De door burgemeester en wethouders toe te kennen hulp bij het
                            huishouden is in uren.</al><al/><al>4.5 Voor de vaststelling van de indicatie worden de volgende protocollen
                            gehanteerd:</al><al>a. Indicatieprotocol gemeente Deurne</al><al>b. Protocol Gebruikelijke zorg gemeente Deurne</al><al/><al>4.6 Tijdelijke uitval mantelzorg</al><al>Het kan voorkomen dat een mantelzorger dreigt overbelast te raken en een
                            aantal weken van zijn of haar zorg ontheven wil worden. In de
                            verordening wordt de mogelijkheid van respijtzorg geboden.</al><al>Respijtzorg is zorg die verleend wordt op basis van een zeer summiere
                            indicatie. Beoordeeld moet worden of de zorgvrager niet in staat is de
                            niet uitstelbare taken te verrichten. De respijtzorg wordt verleend als
                            zorg in natura. De zorgvrager is voor deze vorm van ondersteuning geen
                            eigen bijdrage verschuldigd. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4 Woonvoorzieningen</nr></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr></kop><al>6.1 Type woonvoorzieningen</al><al>Hieronder vallen de volgende voorzieningen:</al><al>I Financiële tegemoetkoming in de verhuis en herinrichtingskosten; </al><al>II Financiële tegemoetkoming in de bouwkundige en woontechnische
                            aanpassingen; </al><al>III Financiële tegemoetkoming in de kosten van onderhoud, keuring en
                            reparatie;</al><al>IV Financiële tegemoetkoming in de kosten van tijdelijke huisvesting,
                            huurderving </al><al>III Een persoonsgebonden budget of voorziening in natura voor niet
                            bouwkundige en niet- woontechnische aanpassingen </al><al/><al>6.2 De financiële tegemoetkoming of het persoonsgebonden budget voor
                            woonvoorzieningen wordt vastgesteld als tegenwaarde van het bedrag zoals
                            vermeld in de door het college geaccepteerde offerte.</al><al/><al>6.3 Terugbetaling bij verkoop als bedoeld in artikel 20 van de van de
                            Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning dient als volgt
                            plaats te vinden: </al><al>a. voor het eerste jaar 100% van de meerwaarde</al><al>b. voor het tweede jaar 80% van de meerwaarde</al><al>c. voor het derde jaar 60% van de meerwaarde</al><al>d. voor het vierde jaar 40% van de meerwaarde</al><al>e. voor het vijfde jaar 20% van de meerwaarde</al><al/><al>6.4 Het bedrag voor de verhuiskosten- en herinrichtingskostenvergoeding
                            als genoemd in artikel 14 onder a van de Verordening voorzieningen
                            maatschappelijke ondersteuning bedraagt € 3.000,00.</al><al/><al>6.5 Het bedrag dat als maximum verstrekt wordt bij het bezoekbaar maken
                            als genoemd in artikel 18 lid 2 tot en met 5 van de Verordening
                            voorzieningen maatschappelijke ondersteuning bedraagt de feitelijk te
                            maken kosten als in de kostenbegroting opgenomen.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5 Het zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel</nr></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr></kop><al>Het persoonsgebonden budget voor vervoersvoorzieningen wordt vastgesteld
                            op basis van de tegenwaarde van de prijs van een adequate voorziening in
                            natura, zoals overeengekomen met de gecontracteerde leveranciers,
                            inclusief onderhoud, reparatie en indien noodzakelijk WA verzekering. </al><al>Voor voorzieningen die niet geleverd worden door de gecontracteerde
                            leveranciers wordt het persoonsgebonden budget vastgesteld op basis van
                            een door het college geaccepteerde offerte.</al><al>De looptijd van het persoonsgebonden budget is overeenkomstig de door de
                            gecontracteerde leveranciers gehanteerde afschrijvingstermijn.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr></kop><al>De financiële tegemoetkoming die per kalenderjaar verstrekt wordt voor
                            gebruik van een (eigen) auto bedraagt maximaal € 800,00;</al><al>De financiële tegemoetkoming die per kalenderjaar verstrekt wordt voor
                            gebruik van een taxi bedraagt maximaal € 5.000,00;</al><al>De financiële tegemoetkoming die per kalenderjaar verstrekt wordt voor
                            gebruik van een rolstoeltaxi bedraagt maximaal € 6.000,00.</al><al>De financiële tegemoetkoming voor een taxi of rolstoeltaxi wordt
                            uitbetaald op declaratiebasis. </al><al>Inwoners, woonachtig in een AWBZ-instelling kunnen aanspraak maken op
                            een vergoeding voor het lokaal verplaatsen welke 50% bedraagt van de
                            bovengenoemde bijdragen. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6 Verplaatsen in en rond de woning</nr></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr></kop><al>Het persoonsgebonden budget voor een rolstoel wordt vastgesteld aan de
                            hand van de prijs van een adequate voorziening inclusief onderhoud en
                            reparatie zoals die door het college met de leverancier jaarlijks wordt
                            bepaald.</al><al>Het persoonsgebonden budget voor een rolstoel wordt vastgesteld op basis
                            van de tegenwaarde van de prijs van een adequate voorziening in natura,
                            zoals overeengekomen met de gecontracteerde leveranciers, inclusief
                            onderhoud, reparatie en indien noodzakelijk WA verzekering. </al><al>Voor rolstoelen die niet geleverd worden door de gecontracteerde
                            leveranciers wordt het persoonsgebonden budget vastgesteld op basis van
                            een door het college geaccepteerde offerte.</al><al>De looptijd van het persoonsgebonden budget is overeenkomstig de door de
                            gecontracteerde leveranciers gehanteerde afschrijvingstermijn.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>7 Sportvoorzieningen</nr></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr></kop><al>Een sportvoorziening wordt alleen toegekend in de vorm van een
                            financiële tegemoetkoming. Deze is niet altijd kostendekkend en moet
                            beschouwd worden als een tegemoetkoming in de (meer)kosten van aanschaf
                            en onderhoud voor een periode van drie jaar. </al><al>Voor sportvoorzieningen wordt een eigen aandeel berekend, met
                            uitzondering van een sportrolstoel.</al><al>De financiële tegemoetkoming wordt vastgesteld als tegenwaarde van het
                            bedrag zoals vermeld in de door het college geaccepteerde offerte.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>8 Advisering en samenhangende afstemming</nr></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Samenhangende afstemming</titel></kop><al>Bij het onderzoek naar de situatie van de aanvrager dient met meerdere
                            aspecten rekening gehouden te worden om te zorgen voor een samenhangende
                            afstemming. Bij de afstemming spelen ook de persoonskenmerken en
                            behoeften van de aanvrager een rol, alsmede zijn of haar capaciteit om
                            uit een oogpunt van kosten zelf in maatregelen te voorzien.</al><al>De bevindingen die in het onderzoek naar voren komen worden meegenomen
                            in de besluitvorming en motivering hiervan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2012. Op dat tijdstip vervalt
                            het Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Deurne 2011.</al><al/><al>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 13 december 2011. </al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>