<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR123395_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Gedragscode Politieke Ambtsdragers Gemeente Delfzijl</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Delfzijl</dcterms:creator><dcterms:modified>2011-12-29</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Delfzijl</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Eemsbode, 21-12-2011</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Gedragscode Politieke Ambtsdragers Gemeente Delfzijl</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 15, lid 3</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2011-12-15</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2011-12-29</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2022-12-31</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Geen</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling vervangt de Gedragscode bestuurders 2005 van 31 maart 2005.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Gedragscode Politieke Ambtsdragers Gemeente Delfzijl</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Delfzijl;</al><al>gelezen het advies van de commissie integriteit d.d. 13 oktober 2011 en het
                        voorstel van het presidium van 7 november 2011;</al><al>gelet op artikel 15, lid 3 van de Gemeentewet;</al><al>besluit:</al><lijst><li nr="1."><al>de Gedragscode bestuurders 2005 zoals die is vastgesteld op 31 maart
                                2005 in te trekken;</al></li><li nr="2."><al>vast te stellen de onderstaande Gedragscode Politieke Ambtsdragers
                                Gemeente Delfzijl.</al></li></lijst></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>GEDRAGSCODE POLITIEKE AMBTSDRAGERS GEMEENTE DELFZIJL</titel></kop><structuurtekst><al>Deze gedragscode bestaat uit twee delen, namelijk een deel (I) over de
                            kernbegrippen van integriteit en een deel (II) waarin de feitelijke
                            gedragsregels zijn opgenomen. Bij het tweede deel is een toelichting
                            opgenomen.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Deel I Kernbegrippen integriteit van politieke ambtsdragers gemeente
                            Delfzijl</titel></kop><structuurtekst><al>De leden van het college van burgemeester en wethouders, de burgemeester
                            en de leden van de gemeenteraad stellen bij hun handelen de kwaliteit
                            van het openbaar bestuur centraal. Integriteit van het openbaar bestuur
                            is daarvoor een belangrijke voorwaarde. De belangen van de gemeente en
                            in het verlengde daarvan die van de burgers, zijn het primaire
                            richtsnoer. Integriteit van politieke ambtsdragers houdt in dat de
                            verantwoordelijkheid die met de functie samenhangt wordt aanvaard en dat
                            er de bereidheid is om daarover verantwoording af te leggen.
                            Verantwoording wordt intern afgelegd aan collega-bestuurders dan wel aan
                            de gemeenteraad, maar ook extern aan organisaties en burgers voor wie
                            bestuurders en gekozen volksvertegenwoordigers hun functie vervullen.
                            Een aantal kernbegrippen is daarbij leidend en plaatst integriteit van
                            politieke ambtsdragers in een breder perspectief:</al><al><vet>Dienstbaarheid</vet></al><al>Het handelen van een politieke ambtsdrager is altijd en volledig gericht
                            op het belang van de gemeente en op de organisaties en burgers die daar
                            onderdeel van uit maken.</al><al><vet>Functionaliteit</vet></al><al>Het handelen van een politieke ambtsdrager heeft een herkenbaar verband
                            met de functie die hij vervult in het bestuur.</al><al><vet>Onafhankelijkheid</vet></al><al>Het handelen van een politieke ambtsdrager wordt gekenmerkt door
                            onpartijdigheid, dat wil zeggen dat geen vermenging optreedt met
                            oneigenlijke belangen en dat ook iedere schijn van een dergelijke
                            vermenging wordt vermeden.</al><al><vet>Openheid</vet></al><al>Het handelen van een politieke ambtsdrager is transparant, opdat
                            optimale verantwoording mogelijk is en de controlerende organen volledig
                            inzicht hebben in het handelen van de politieke ambtsdrager en zijn
                            beweegredenen daarbij.</al><al><vet>Betrouwbaarheid</vet></al><al>Op een politieke ambtsdrager moet men kunnen rekenen. Die houdt zich aan
                            zijn afspraken. Kennis en informatie waarover hij uit hoofde van zijn
                            functie beschikt, wendt hij aan voor het doel waarvoor die zijn
                            gegeven.</al><al><vet>Zorgvuldigheid</vet></al><al>Het handelen van een politieke ambtsdrager is zodanig dat alle
                            organisaties en burgers op gelijke wijze en met respect worden bejegend
                            en dat belangen van partijen op correcte wijze worden afgewogen. Deze
                            kernbegrippen zijn de toetssteen voor de nu volgende
                            gedragsafspraken.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Deel II Gedragscode politieke ambtsdragers gemeente Delfzijl</titel></kop><artikel><kop><titel>1 Algemene bepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.1</lidnr><al> Deze gedragscode geldt voor politieke ambtsdragers van gemeenten
                                tenzij uit de tekst van een gedragsregel anders blijkt.</al></lid><lid><lidnr>1.2</lidnr><al> Onder politieke ambtsdragers worden verstaan: de bestuurders
                                (burgemeester, wethouders) en de gekozen volksvertegenwoordigers
                                (raadsleden).</al></lid><lid><lidnr>1.3</lidnr><al>In gevallen waarin de code niet voorziet of waarbij de toepassing
                                niet eenduidig is vindt bespreking plaats in het college van
                                burgemeester en wethouders of de gemeenteraad.</al></lid><lid><lidnr>1.4</lidnr><al> De code is openbaar en voor iedereen makkelijk toegankelijk.</al></lid><lid><lidnr>1.5</lidnr><al> Politieke ambtsdragers ontvangen bij hun aantreden een exemplaar
                                van de code.</al></lid><lid><lidnr>1.6</lidnr><al>Een politieke ambtsdrager is aanspreekbaar op de naleving van deze
                                code.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>2 Belangenverstrengeling</titel></kop><lid><lidnr>2.1</lidnr><al> Een politieke ambtsdrager doet opgave van zijn financiële
                                belangen.</al></lid><lid><lidnr>2.2</lidnr><al> Bij privaatpublieke samenwerkingsrelaties voorkomt de politieke
                                ambtsdrager (de schijn van) bevoordeling in strijd met eerlijke
                                concurrentieverhoudingen.</al></lid><lid><lidnr>2.3</lidnr><al> Een oud-politieke ambtsdrager wordt het eerste jaar na de
                                beëindiging van zijn ambtstermijn uitgesloten van het tegen beloning
                                verrichten van werkzaamheden voor de gemeente waaraan hij verbonden
                                was.</al></lid><lid><lidnr>2.4</lidnr><al> Indien de onafhankelijke oordeelsvorming van een politieke
                                ambtsdrager over een onderwerp in het geding kan zijn, geeft hij bij
                                de besluitvorming daarover aan in hoeverre het onderwerp hem
                                persoonlijk aangaat.</al></lid><lid><lidnr>2.5</lidnr><al> Een politieke ambtsdrager die persoonlijke betrekkingen heeft met
                                een aanbieder van diensten of zaken aan de gemeente onthoudt zich
                                van deelname aan de besluitvorming over de betreffende
                                opdracht.</al></lid><lid><lidnr>2.6</lidnr><al> Een politieke ambtsdrager neemt van een aanbieder van diensten aan
                                de gemeente geen geschenken, faciliteiten of diensten aan die zijn
                                onafhankelijke positie ten opzichte van de aanbieder kunnen
                                beïnvloeden.</al></lid><lid><lidnr>2.7</lidnr><al> Een politieke ambtsdrager vervult geen nevenfuncties die een
                                structureel risico vormen voor een integere invulling van de
                                politieke functie.</al></lid><lid><lidnr>2.8</lidnr><al>Een politieke ambtsdrager geeft ten behoeve van de openbaarmaking
                                van zijn nevenfuncties en q.q.-nevenfuncties aan voor welke
                                organisatie de functies worden verricht. De burgemeester en
                                wethouders geven tevens aan wat het tijdsbeslag van de functies is
                                en of de functies bezoldigd zijn.</al></lid><lid><lidnr>2.9</lidnr><al>De inventarisatie van de nevenfuncties vindt jaarlijks plaats. De
                                nevenfuncties van de politieke ambtsdragers worden vermeld op de
                                website van de gemeente en jaarlijks in de Eemsbode.</al></lid><lid><lidnr>2.10</lidnr><al>Een politieke ambtsdrager behoudt geen inkomsten uit een
                                q.q.-nevenfunctie (tenzij dat op grond van de wet geheel of
                                gedeeltelijk is toegestaan). De inkomsten komen ten goede aan de kas
                                van gemeente. Voor de burgemeester en wethouders in voltijds dienst
                                vindt verrekening plaats met inkomsten uit niet aan het ambt
                                gebonden nevenfuncties.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>3 Informatie</titel></kop><lid><lidnr>3.1</lidnr><al> Een politieke ambtsdrager gaat zorgvuldig en correct om met
                                informatie waarover hij uit hoofde van zijn ambt beschikt. Hij zorgt
                                ervoor dat stukken met vertrouwelijke gegevens veilig worden
                                opgeborgen en dat computerbestanden beveiligd zijn.</al></lid><lid><lidnr>3.2</lidnr><al> Een politieke ambtsdrager houdt geen informatie achter.</al></lid><lid><lidnr>3.3</lidnr><al> Een politieke ambtsdrager verstrekt geen informatie die
                                vertrouwelijk of geheim is.</al></lid><lid><lidnr>3.4</lidnr><al>Een politieke ambtsdrager maakt niet ten eigen bate of ten bate van
                                zijn persoonlijke betrekkingen gebruik van in de uitoefening van het
                                ambt verkregen informatie.</al></lid><lid><lidnr>3.5</lidnr><al> Een politieke ambtsdrager gaat verantwoord om met de email- en
                                internetfaciliteiten van de gemeente.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>4 Geschenken, diensten en uitnodigingen</titel></kop><lid><lidnr>4.1</lidnr><al> Een politieke ambtsdrager accepteert geen geschenken, faciliteiten
                                of diensten indien zijn onafhankelijke positie hierdoor kan worden
                                beïnvloed. In onderhandelingssituaties weigert hij door betrokken
                                relaties aangeboden geschenken of andere voordelen.</al></lid><lid><lidnr>4.2</lidnr><al> Geschenken en giften die een politieke ambtsdrager uit hoofde van
                                zijn functie ontvangt, worden gemeld en geregistreerd.</al></lid><lid><lidnr>4.3</lidnr><al> Geschenken en giften die een politieke ambtsdrager uit hoofde van
                                zijn functie ontvangt en die een geschatte waarde van meer dan €
                                50,00 vertegenwoordigen zijn eigendom van de gemeente. Er wordt een
                                gemeentelijke bestemming voor gezocht. Geschenken en giften die een
                                waarde van € 50,00 of minder vertegenwoordigen kunnen worden
                                behouden.</al></lid><lid><lidnr>4.4</lidnr><al> Geschenken en giften worden niet op het huisadres ontvangen. Indien
                                dit toch is gebeurd, meldt een politieke ambtsdrager dit in het
                                bestuursorgaan waarvan hij deel uit maakt (voor de burgemeester en
                                wethouders in het college van B&amp;W en voor raadsleden in het
                                presidium), waarna een besluit over de bestemming van het geschenk
                                wordt genomen.</al></lid><lid><lidnr>4.5</lidnr><al> Aanbiedingen voor privéwerkzaamheden of kortingen op privégoederen
                                worden niet geaccepteerd.</al></lid><lid><lidnr>4.6</lidnr><al> Een politieke ambtsdrager bespreekt in het bestuursorgaan waar hij
                                deel van uit maakt uitnodigingen voor excursies en evenementen op
                                kosten van derden.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>5 Voorzieningen, bestuurlijke uitgaven, onkostenvergoedingen en
                                buitenlandse dienstreizen</titel></kop><lid><lidnr>5.1</lidnr><al> Uitgaven worden uitsluitend vergoed als de hoogte en de
                                functionaliteit ervan kunnen worden aangetoond. Een politieke
                                ambtsdrager is terughoudend bij het in rekening brengen van uitgaven
                                die zich op het grensvlak van privé en publiek bevinden.</al></lid><lid><lidnr>5.2</lidnr><al> Een politieke ambtsdrager declareert geen kosten die reeds op
                                andere wijze worden vergoed.</al></lid><lid><lidnr>5.3</lidnr><al> In geval van twijfel over een declaratie of over het correct
                                gebruik van een creditcard door een politiek ambtsdrager, wordt dit,
                                voor zover het gaat om wethouders, voorgelegd aan de burgemeester en
                                zonodig ter besluitvorming aan het college van B&amp;W en voor zover
                                het gaat om raadsleden aan de voorzitter van de raad en zo nodig ter
                                besluitvorming aan het presidium van de raad.</al></lid><lid><lidnr>5.4</lidnr><al> Een politieke ambtsdrager die het voornemen heeft uit hoofde van
                                zijn functie een buitenlandse reis (daaronder valt ook een reis naar
                                de landen van het Koninkrijk in de Caraïben en de BES eilanden) te
                                maken of is uitgenodigd voor een buitenlandse reis of werkbezoek op
                                kosten van derden, heeft vooraf toestemming nodig van het
                                bestuursorgaan waar hij deel van uit maakt. Het gemeentelijk belang
                                van de reis is doorslaggevend voor de besluitvorming. Indien het
                                toestemming aan de burgemeester en/of wethouders betreft wordt de
                                gemeenteraad via het presidium van de besluitvorming in het college
                                op de hoogte gesteld.</al></lid><lid><lidnr>5.5</lidnr><al> Een politieke ambtsdrager meldt het voornemen tot een buitenlandse
                                reis of een uitnodiging daartoe in het bestuursorgaan waar hij deel
                                van uit maakt en verschaft daarbij informatie over het doel van de
                                reis, de bijbehorende beleidsoverwegingen, de samenstelling van het
                                gezelschap, de geraamde kosten en de wijze waarop van de reis
                                verslag wordt gedaan.</al></lid><lid><lidnr>5.6</lidnr><al> Het ten laste van de gemeente meereizen van de partner van een
                                politieke ambtsdrager naar en in het buitenland is uitsluitend
                                toegestaan wanneer dit gebeurt op uitnodiging van de ontvangende
                                partij en het belang van de gemeente daarmee gediend is. Het
                                meereizen van de partner wordt bij de besluitvorming betrokken.</al></lid><lid><lidnr>5.7</lidnr><al> Het anderszins meereizen naar en in het buitenland van derden op
                                kosten van de gemeente is niet toegestaan. Het meereizen van derden
                                op eigen kosten is weliswaar niet verboden maar wordt in het
                                algemeen ontraden. In ieder geval wordt dit bij de besluitvorming
                                betrokken.</al></lid><lid><lidnr>5.8</lidnr><al> Het verlengen van een buitenlandse dienstreis voor privédoeleinden
                                is slechts beperkt toegestaan en moet betrokken worden bij de
                                besluitvorming. De extra reis- en verblijfkosten komen volledig voor
                                rekening van de politieke ambtsdrager.</al></lid><lid><lidnr>5.9</lidnr><al> Gebruik van gemeentelijke eigendommen of voorzieningen voor
                                privédoeleinden is niet toegestaan tenzij het betreft de bruikleen
                                van een fax, mobiele telefoon en computer die mede voor
                                privédoeleinden kunnen worden gebruikt.</al></lid></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Delfzijl, 15 december 2011,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>voorzitter</ondertekening><ondertekening>(E.A. Groot)</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>griffier</ondertekening><ondertekening>(O. Rijkens)</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>TOELICHTING GEDRAGSCODE POLITIEKE AMBTSDRAGERS GEMEENTE DELFZIJL</titel></kop><al><vet><onderstreept>Deel II Gedragscode politieke ambtsdragers gemeente
                            Delfzijl</onderstreept></vet></al><al/><al><vet>1 Algemene bepalingen</vet></al><al>Onder politieke ambtsdragers worden verstaan: de bestuurders (burgemeester,
                    wethouders) en de gekozen volksvertegenwoordigers (raadsleden).</al><al/><al><vet>2 Belangenverstrengeling</vet></al><al><cursief>Algemeen</cursief></al><al>Van belangenverstrengeling is sprake als het publiek belang wordt vermengd met
                    het persoonlijk belang van een politiek ambtsdrager of dat van derden, zoals
                    familieleden of vrienden. Daardoor kan het voorkomen dat zuiver besluiten of
                    handelen in het politiek belang niet langer gewaarborgd is. Niet alleen
                    feitelijke belangenverstrengeling, maar ook de schijn er van moet worden
                    vermeden.</al><al/><al>Het risico van belangenverstrengeling kan bijvoorbeeld ontstaan als een politiek
                    ambtsdrager een nevenfunctie vervult die raakvlakken heeft met de uitoefening
                    van het politieke ambt. Dat geldt ook voor een nevenfunctie waarin een
                    ambtsdrager qualitate qua (q.q.) is benoemd, bijvoorbeeld in het bestuur van een
                    gemeenschappelijke regeling of in een overheidsbedrijf. Ook dan kunnen de
                    belangen van die gemeenschappelijke regeling of bedrijf anders zijn dan die van
                    de gemeente. </al><al/><al><cursief>Onverenigbaarheid van functies</cursief></al><al>Ook bij andere functies buiten het ambt, kan van belangenverstrengeling sprake
                    zijn. Dat kan de ambtsdrager bij zijn onafhankelijk oordeel in de weg staan. In
                    de Gemeentewet is daarom ook vastgelegd welke functies hoe dan ook in strijd
                    zijn met de verschillende groepen ambtsdragers. Bij het onderzoeken van de
                    geloofsbrieven wordt dit gecontroleerd.</al><al/><al><cursief>Verboden handelingen</cursief></al><al>Om de verhouding tussen de politieke ambtsdrager en bestuursorgaan zuiver te
                    houden, zijn bepaalde handelingen, vooral in de economische sfeer, verboden. Dat
                    is geregeld in de Gemeentewet. Het gaat hier bijvoorbeeld om werkzaamheden als
                    advocaat of adviseur voor het gemeentebestuur of de tegenpartij daarvan. Ook is
                    het verboden om een derde te vertegenwoordigen of te adviseren die met het
                    bestuursorgaan een bepaalde overeenkomst sluit (b.v. verkoop of verhuur van
                    onroerend goed of het aannemen van werk). De bepalingen over verboden
                    handelingen in de Gemeentewet zijn ook van toepassing op de gemeentesecretaris
                    en de griffier.</al><al/><al><cursief>Deelname aan stemming</cursief></al><al>Soms moet een politieke ambtsdrager stemmen over een onderwerp waar hij direct
                    of indirect persoonlijk bij betrokken is. De wet noemt dat ‘een aangelegenheid
                    die hem rechtstreeks of middellijk persoonlijk aangaat of waarbij hij als
                    vertegenwoordiger is betrokken’. In deze gevallen moet betrokkene zelf de
                    afweging maken of het nodig is zich van stemming te onthouden. Als hij
                    concludeert dat hij beter niet mee kan stemmen, dan moet hij zich daar ook aan
                    houden.</al><al>De verantwoordelijkheid daarvoor legt de wet dus allereerst bij de betrokkene
                    zelf. In de code wordt, indien zich een dergelijke situatie voordoet, impliciet
                    aan de politieke ambtsdrager gevraagd dit aan te geven en zich te onthouden van
                    stemming.</al><al>Zaken die de politieke ambtsdrager direct of indirect aangaan, zijn bijvoorbeeld
                    familierelaties, eigendommen, financiële belangen (zoals aandelen), of
                    bestuurslidmaatschappen van gesubsidieerde instellingen. Belangenverstrengeling
                    ontstaat bijvoorbeeld als een wethouder, beslist over het verlenen van een
                    vergunning aan zichzelf of iemand uit zijn persoonlijke omgeving. Ook een
                    wethouder die meebesluit over de bestemming van het buitengebied waar hij zelf
                    een boerenbedrijf bezit, maakt zich schuldig aan belangenverstrengeling. In zo’n
                    geval mag het betrokken lid niet aan de stemming deelnemen; noch aan de
                    hoofdelijke, noch aan de schriftelijke stemming. Politieke ambtsdragers zijn
                    tegelijkertijd ook burgers: zij maken deel uit van het economische en sociale
                    leven in de gemeenschap die ze besturen. Net als iedere andere burger zijn zij
                    afnemer van diensten, lid van verenigingen en wijkbewoner. Daarom mag een
                    wethouder zonder bezwaar meestemmen over bijvoorbeeld de afvalinzameling in zijn
                    dorp of wijk.</al><al/><al><cursief>Deelname aan besluitvorming</cursief></al><al>Het zal niet meteen duidelijk zijn of een politiek ambtsdrager zich bij de
                    besluitvorming door zijn eigen belangen laat leiden, dan wel of de schijn
                    daarvan wordt gewekt. Een en ander hangt af van de feiten en omstandigheden. Het
                    bestuursorgaan kan de politiek ambtsdrager in kwestie, in elk geval nooit
                    verbieden om te stemmen. Het betrokken lid beslist te allen tijde zelf of hij al
                    of niet aan de besluitvorming deelneemt. Wel is het verstandig dat een politiek
                    ambtsdrager, als een mogelijk persoonlijk belang aan de orde is, dit in de
                    discussie aangeeft. Door daar open over te zijn, kan worden voorkomen dat een
                    besluit wordt vernietigd of dat de zaak achteraf in een kwade reuk komt te
                    staan.</al><al/><al><cursief>Nevenfuncties</cursief></al><al>Naast hun politieke ambt hebben veel politieke ambtsdragers nevenfuncties,
                    betaald of onbetaald. Voor parttimers zijn deze vaak noodzakelijk als bron van
                    inkomsten. Ook voor fulltime bestuurders zijn nevenfuncties positief te
                    waarderen: uit maatschappelijk, bestuurlijk en persoonlijk oogpunt. Er zit
                    echter ook een risico aan nevenfuncties, vooral die buiten het publiek domein.
                    Nevenfuncties kunnen het onafhankelijk oordeel van de ambtsdrager in gevaar
                    brengen, het aanzien van het ambt schaden en de ambtsdrager belemmeren om
                    optimaal te functioneren.</al><al>Bij het aanvaarden van nevenfuncties zijn de volgende afwegingen van
                    belang:</al><al>1. Tussen het ambt en de nevenfunctie mag geen belangenverstrengeling optreden
                    of de schijn daarvan worden gewekt. Het gaat daarbij niet alleen over mogelijk
                    persoonlijk voordeel voor de politieke ambtsdrager zelf, maar ook voor personen,
                    bedrijven of instellingen in zijn omgeving. Dit voordeel kan ook bestaan uit het
                    doorgeven van vertrouwelijke overheidsinformatie. Het risico van
                    belangenverstrengeling hoeft overigens niet altijd te betekenen dat de
                    nevenfunctie moet worden opgegeven. Soms is het risico incidenteel. Een
                    mogelijke oplossing is dat de betrokken politieke ambtsdrager zich in dat geval
                    buiten de concrete besluitvorming houdt. Terughoudendheid is in elk geval
                    geboden bij functies in organisaties die substantieel subsidie ontvangen of die
                    op welke manier dan ook, betrokken (kunnen) zijn bij de overheid waar men het
                    politieke ambt vervult.</al><al>2. Het vervullen van de nevenfunctie mag geen afbreuk doen aan het aanzien van
                    het ambt.</al><al>3. De nevenfunctie mag voor zover het de burgemeester en wethouders betreft niet
                    zoveel tijd kosten dat het functioneren als bestuurder in het geding komt.</al><al>4. De (hoogte van de) honorering van de nevenactiviteiten mag geen aanleiding
                    geven tot discussies.</al><al>De beslissing om een nevenfunctie te aanvaarden of aan te houden is primair de
                    verantwoordelijkheid van de politieke ambtsdrager zelf, maar hij moet er wel
                    open over zijn en zich erover verantwoorden. Hij moet daarom zijn nevenfuncties
                    zelf openbaar maken.</al><al/><al><cursief>Q.q.-nevenfuncties</cursief></al><al>Sommige nevenfuncties vervullen de burgemeester en de wethouders, en in mindere
                    mate de raadsleden, uit hoofde van hun politieke functie. Dat zijn de
                    nevenfuncties waarin zij ‘qualitate qua’ zijn benoemd. Aan de hand van de
                    volgende criteria kan worden bepaald of een nevenfunctie een q.q.-nevenfunctie
                    is:</al><al>1. Er is een aantoonbaar belang voor de gemeente dat de nevenfunctie door een
                    politieke ambtsdrager wordt vervuld. Hij behartigt dan (in)direct de belangen
                    van de gemeente.</al><al>2. De nevenfunctie is gekoppeld aan de inhoud en duur van het politieke ambt.
                    Wordt dat beëindigd, dan moet de nevenfunctie ook worden neergelegd.</al><al>Of sprake is van een q.q.-nevenfunctie zal uiteindelijk uit de feitelijke
                    context moeten blijken. Het kan bijvoorbeeld zijn dat de statuten van een
                    stichting geen grenzen stellen aan de termijn waarin een commissariaat of
                    bestuursfunctie wordt vervuld, zodat deze niet lijkt te voldoen aan de criteria
                    voor een q.q.-nevenfunctie. Echter, als er ook politieke ambtsdragers van andere
                    gemeenten in hetzelfde stichtingsbestuur zitting hebben, kan er wel degelijk
                    sprake zijn van een q.q.-nevenfunctie.</al><al>Net als bij ‘algemene’ nevenfuncties, kan zich ook bij q.q.-nevenfuncties
                    belangenverstrengeling voordoen. Het belang van de regio waarvan bijvoorbeeld de
                    burgemeester voorzitter is, is niet altijd gelijk aan dat van de gemeente. </al><al>Een q.q.-nevenfunctie waarvoor veel aandacht bestaat, is die van het
                    commissariaat bij bedrijven. De rijksoverheid is zeer terughoudend geworden in
                    het benoemen van overheidscommissarissen.</al><al>De Staat wil transparante verhoudingen met zijn deelnemingen en wil daarom geen
                    bijzondere positie innemen jegens private aandeelhouders. Ook de andere
                    overheden hebben - mede onder invloed van het rijksbeleid en de ontwikkelingen
                    op het gebied van corporate governance - de positie van de overheidscommissaris
                    tegen het licht gehouden. Gemeenten hebben overigens ook de mogelijkheid om
                    anderen dan overheidsbestuurders als commissarissen te benoemen. Dat kan helpen
                    om de schijn van belangenverstrengeling tegen te gaan.</al><al/><al><cursief>Melding en openbaarmaking nevenfuncties</cursief></al><al>De burgemeester en de wethouders hebben een wettelijke meldplicht als zij het
                    voornemen hebben om een nevenfunctie te aanvaarden. Zij melden dit aan de
                    gemeenteraad.</al><al>Alle politieke ambtsdragers, waaronder dus behalve de burgemeester en de
                    wethouders ook raadsleden zijn wettelijk verplicht om hun nevenfuncties openbaar
                    te maken.</al><al>De burgemeester en de wethouders hoeven hun q.q.-functies wettelijk niet te
                    melden of openbaar te maken, maar het wordt wel raadzaam geacht.</al><al>Het is van groot belang om de lijst van nevenfuncties actueel te houden. De
                    inhoud van de hoofd- of de nevenfunctie kan bijvoorbeeld veranderen, of de
                    instantie waarbij de nevenfunctie wordt vervuld kan een andere relatie krijgen
                    tot de overheid in kwestie. Bij dit soort veranderingen kan ook de
                    toelaatbaarheid van de nevenfunctie anders worden beoordeeld dan in de
                    oorspronkelijke situatie.</al><al>Voor wat betreft de nevenfuncties en de melding van financiële belangen kiest de
                    gemeente Delfzijl in aanvulling op de bepaling in de Gemeentewet voor een
                    jaarlijkse inventarisatie. De nevenfuncties en financiële belangen worden
                    gepubliceerd in de Eemsbode en geplaatst op de website van de gemeente.</al><al/><al><cursief>Inkomsten uit nevenfuncties en q.q.-nevenfuncties/melding en
                        verrekening</cursief></al><al>Sinds kort moeten de burgemeester en de wethouders ook de inkomsten uit hun
                    nevenfuncties openbaar maken. Die verplichting is het gevolg van de wetgeving
                    die voortkomt uit de voorstellen van de commissie Dijkstal. Het is wenselijk en
                    gebruikelijk dat bij de openbaarmaking van de nevenfuncties en de inkomsten
                    daaruit, tevens wordt aangegeven hoeveel tijd de nevenfuncties in beslag nemen.
                    Op raadsleden is de verplichting om inkomsten uit andere functies dan wel het
                    tijdsbeslag dat daarmee gemoeid is openbaar te maken, niet van toepassing.</al><al>Inkomsten uit q.q.-nevenfuncties mogen niet worden behouden. Bij wet is geregeld
                    dat de politieke ambtsdragers geen vergoedingen, in welke vorm dan ook, genieten
                    voor q.q.-nevenfuncties. Dit geldt ongeacht of de vergoeding ten laste van de
                    gemeentekas komt.</al><al/><al>De q.q.-functie wordt beschouwd als behorend bij het ambt. De bezoldiging voor
                    dat ambt is daarom tevens voor de q.q.-werkzaamheden. Eventueel persoonlijk
                    ontvangen inkomsten uit q.q.-functies moeten dan ook in de gemeentekas worden
                    gestort, bij voorkeur rechtstreeks en niet via de privérekening. De Gemeentewet
                    voorzien in een ontheffingsmogelijkheid voor bestuurders in bijzondere
                    omstandigheden. De genoemde stortingsplicht betreft alleen de beloning voor
                    geleverde diensten. De vergoeding voor (daadwerkelijk gemaakte) onkosten voor
                    een q.q.-functie hoeft dus niet in de gemeente- of provinciekas te worden
                    gestort.</al><al>Nieuw is voor de burgemeester en de wethouders die het ambt voltijds uitoefenen
                    dat nu ook de inkomsten uit nevenfuncties die niet behoren bij het ambt
                    verrekend gaan worden. Voor hen gaat daarmee dezelfde verrekeningssystematiek
                    gelden die al decennia geldt voor leden van de Tweede Kamer. Dat komt eveneens
                    voort uit de nieuwe wetgeving op basis van de Dijkstal-voorstellen. </al><al/><al><cursief>Financiële belangen</cursief></al><al>Belangenverstrengeling ligt op de loer als een politieke ambtsdrager financiële
                    belangen heeft bij organisaties of ondernemingen die een relatie met de gemeente
                    hebben of kunnen krijgen, en waarover de gemeente besluiten neemt. Voorbeelden
                    zijn besluiten over bijvoorbeeld aanbesteding, subsidieverstrekking,
                    steunverlening, verstrekking van leningen en verlening van advies- en
                    onderzoeksopdrachten. Politieke ambtsdragers zouden in de verleiding kunnen
                    komen om zich bij het nemen van functionele beslissingen mede te laten leiden
                    door persoonlijk financieel belang. Het begrip ‘financieel belang’ moet ruim
                    worden opgevat. Een deelneming in een bedrijf of onderneming valt er uiteraard
                    onder, maar ook het bezit van effecten, onroerend goed of een vorderingsrecht.
                    Zulke financiële belangen kunnen een rol gaan spelen bij besluiten over
                    bijvoorbeeld bestemmingsplannen of grondverkopen. Ook negatieve financiële
                    belangen, zoals schulden uit hypothecaire vorderingen, kunnen in verband met
                    mogelijke belangenverstrengeling relevant zijn. Een vorderingsrecht van een
                    organisatie of ondernemer op een politieke ambtsdrager kan worden gerangschikt
                    onder ‘financieel belang’, zij het van de omgekeerde orde. Waakzaamheid is
                    geboden als er sprake is van bezit van bouwgrond en het aankopen van grond of
                    onroerend goed door politieke ambtsdragers. Zorgvuldigheid, openheid en
                    controleerbaarheid zijn hier sleutelwoorden. Het melden van financiële belangen
                    voor politieke ambtsdragers is wettelijk niet verplicht. Op grond van de
                    basisnormen integriteit, waarvan de minister vindt dat gemeenten hieraan moeten
                    voldoen, is hier wel een bepaling over opgenomen in de gedragscode.</al><al>In de praktijk blijkt dat integriteitincidenten zich vaak voordoen op het
                    terrein van ruimtelijke ordening en grond- en bouwzaken. Daarom is het raadzaam
                    niet allen actueel grondbezit te melden, maar ook voorgenomen
                    vastgoedtransacties.</al><al/><al><cursief>Draaideurconstructie</cursief></al><al>De “draaideurconstructie” betekent dat oud-politieke ambtsdragers direct na hun
                    aftreden betaalde activiteiten verrichten in of voor dezelfde overheid waar zij
                    politiek ambtsdrager zijn geweest. Dit is niet raadzaam omdat hierdoor de indruk
                    van vriendjespolitiek kan ontstaan. Bovendien is er het risico op verstrengeling
                    van persoonlijke en functionele belangen. Dit risico ontstaat als een politiek
                    ambtsdrager en een bedrijf die in functionele relatie tot elkaar staan in de
                    verleiding komen om afspraken te maken over toekomstige betaalde activiteiten
                    van de politiek ambtsdrager.</al><al/><al><vet>3 Informatie</vet></al><al><cursief>Basisregels voor omgaan met informatie</cursief></al><al>Politieke ambtsdragers beschikken over veel informatie. Gaan zij daar verkeerd
                    mee om, dan wordt al snel de geloofwaardigheid van zowel henzelf als van hun
                    organisatie aangetast. Daarom geldt een aantal basisregels voor hoe een integer
                    politieke ambtsdrager met informatie moet omgaan:</al><al>1. Ga zorgvuldig en correct om met informatie waarover je uit hoofde van je ambt
                    beschikt.</al><al>2. Verstrek geen onjuiste informatie.</al><al>3. Gebruik informatie die je hebt gekregen bij de uitoefening van het ambt niet
                    ten eigen bate of ten bate van derden.</al><al>4. Verstrek geen geheime informatie.</al><al/><al><cursief>Oneigenlijk gebruik van niet-openbare informatie</cursief></al><al>De integriteit van een politieke ambtsdrager komt in gevaar als hij, informatie
                    die nog niet openbaar is, gebruikt om er zelf of anderen mee te bevoordelen. Het
                    kan dan gaan om informatie waar hij vanuit zijn ambt over beschikt, of die hem
                    ongevraagd wordt toegespeeld door relaties. De verleiding kan groot zijn om in
                    de privésfeer melding te maken van informatie die voor anderen van direct belang
                    is. Soms is dat informatie die weliswaar ooit openbaar wordt, maar waarbij
                    voordeel ontstaat door het eerder verkrijgen ervan. Voorbeelden zijn de aan- en
                    verkoop van een huis of een stuk grond, de gunning van opdrachten, etc.</al><al>Een bijzondere vorm van oneigenlijk gebruik van informatie is het lekken daarvan
                    naar ‘de media’, om zo politieke doelen te bereiken. Het is zaak dat te
                    vermijden. Zorg er verder voor dat stukken met vertrouwelijke gegevens veilig
                    worden opgeborgen (‘clean desk policy’), en dat computerbestanden beveiligd
                    zijn. Het open laten staan van een beeldscherm als de computer tijdelijk
                    onbeheerd is, kan eveneens een risico inhouden.</al><al/><al><cursief>Geheime of vertrouwelijke informatie</cursief></al><al>In de Gemeentewet staan regels over de beslotenheid van vergaderingen en de
                    geheimhouding over wat in een vergadering is behandeld. Uiteraard mag de
                    mogelijkheid om in beslotenheid te vergaderen, niet worden misbruikt om burgers
                    in onwetendheid te laten over bepaalde zaken. Wettelijk is voorgeschreven dat er
                    onderwerpen zijn die nooit in beslotenheid mogen worden behandeld, zoals de
                    begroting, de jaarrekening en de invoering, wijziging en afschaffing van een
                    belasting.</al><al>Het feit dat een zaak in een besloten vergadering wordt behandeld en de notulen
                    niet openbaar zijn, betekent niet zonder meer dat de leden verplicht zijn tot
                    geheimhouding. Deze moet nadrukkelijk worden opgelegd. Op grond van een belang,
                    genoemd in artikel10 van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob), kan
                    geheimhouding worden voorgesteld door:</al><al>• gemeenteraad/ raadscommissie;</al><al>• college van B&amp;W;</al><al>• burgemeester;</al><al/><al>De verplichting tot geheimhouding moet worden bevestigd door de
                    gemeenteraad.</al><al>Het schenden van een geheimhoudingsplicht is een misdrijf in de zin van het
                    Wetboek van Strafrecht. Dit geldt ook voor vertrouwelijke informatie; als ‘hij
                    die enig geheim waarvan hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat hij uit
                    hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift dan wel van vroeger ambt of
                    beroep verplicht is het te bewaren’, dat geheim schendt.</al><al/><al><cursief>E-mail- en internetgebruik</cursief></al><al>In veel overheidsorganisaties gelden gedragscodes en gebruiksregels voor de
                    ambtenaren over het juiste gebruik van e-mail en internet: over wat een juist
                    gebruik is, en wat wel en niet mag. Uit de rechtspraak hierover, blijkt dat
                    dergelijke regels zeer relevant zijn. Ook voor politieke ambtsdragers is
                    reglementering van het e-mail- en internetgebruik zinvol.</al><al>Bij het verstrekken van faciliteiten zullen daarom de gebruiksregels die gelden
                    voor de ambtenaren tevens verstrekt worden aan de politieke ambtsdragers.</al><al/><al><vet>4 Geschenken, diensten en uitnodigingen</vet></al><al><cursief>Nooit in ruil voor een tegenprestatie</cursief></al><al>Als zij de ambtseed of belofte afleggen, verklaren politieke ambtsdragers dat
                    zij geen giften of gunsten hebben gegeven of beloofd om te worden benoemd. Ook
                    beloven ze dat ze geen geschenken of beloften zullen aannemen in ruil voor een
                    tegenprestatie.</al><al>Het gaat hierbij niet alleen om persoonlijke bevoordeling zoals een goedkope
                    verbouwing of tuinaanleg. Het kan ook gaan om bijvoorbeeld donaties aan de
                    partij van de politieke ambtsdrager met het oog op een gunstige beslissing van
                    de gemeente.</al><al/><al><cursief>Geschenken van en aan de gemeente</cursief></al><al>Bestuurders geven geschenken niet op persoonlijke titel maar namens de gemeente.
                    Het gaat dan vaak om relatiegeschenken, een geaccepteerd gebruik in het sociale
                    verkeer. Wel is het verstandig om dit transparant te houden. Als het om grotere
                    geschenken gaat moet een gemotiveerd besluit hiertoe in het college van B&amp;W
                    worden genomen.</al><al/><al>Ook bij het ontvangen van geschenken door de gemeente past zorgvuldigheid en
                    terughoudendheid, door. Als er grotere schenkingen worden aangeboden is het
                    verstandig ook hiervoor een gemotiveerd besluit te nemen in het college van
                    B&amp;W.</al><al/><al><cursief>Geschenken aan individuele politieke ambtsdragers</cursief></al><al>Als politieke ambtsdragers persoonlijk geschenken ontvangen, brengt dit meer
                    risico’s met zich mee dan als dit gebeurt namens gemeente. Ook vanuit het
                    oogpunt van voorbeeldwerking kan het beste worden aangesloten bij de regels die
                    voor ambtenaren gelden:</al><al>• Geschenken tot een waarde van € 50 worden geaccepteerd.</al><al>Bestuurders melden geschenken in de wekelijkse vergaderingen van burgemeester en
                    wethouders. Een raadslid doet er goed aan het krijgen van een geschenk te melden
                    in zijn fractie. Bovendien is het aan te bevelen om deze geschenken in een
                    register in te schrijven.</al><al>• Geschenken boven€50 mogen niet worden geaccepteerd door een
                    politieke ambtsdrager. In functie kunnen de burgemeester of de wethouders echter
                    wel geschenken met een waarde van meer dan € 50 ontvangen. De burgemeester en/of
                    wethouder besluit, eventueel in overleg met de gemeentesecretaris, of hij het
                    geschenk kan accepteren. Bij acceptatie worden dergelijke geschenken
                    geregistreerd en worden eigendom van de gemeente. Geschenken die niet worden
                    geaccepteerd, worden geretourneerd of vernietigd.</al><al>• Geschenken van welke waarde dan ook kunnen niet worden geaccepteerd als de
                    onafhankelijkheid in de besluitvorming op enigerlei wijze kan worden aangetast.
                    Dat is bijvoorbeeld het geval zolang overleg- of onderhandelingssituaties gaande
                    zijn.</al><al>• Bij het ontvangen van geschenken past openheid. Geschenken worden daarom niet
                    op het huisadres ontvangen.</al><al/><al><cursief>Etentjes, excursies en evenementen</cursief></al><al>Enkele vuistregels voor de acceptatie van uitnodigingen:</al><al>• De begrippen ‘geschenken’ en ‘diensten’ moeten ruim worden geïnterpreteerd.
                    Ook uitnodigingen voor een diner, een excursie, werkbezoeken of een
                    (gezamenlijk) bezoek aan een evenement kunnen eronder vallen.</al><al>• Voorwaarde om op een uitnodiging voor bijvoorbeeld een excursie, werkbezoek of
                    diner in te gaan, is dat deze functioneel is en in het belang van de betreffende
                    overheid.</al><al>Het college van burgemeester en wethouders of, in het geval dat het een van haar
                    leden betreft, de fractie weegt dit en verleent vooraf toestemming. Het is dan
                    logisch dat de gemeente en als het een fractielid betreft, de fractie, de reis-
                    en verblijfkosten betaalt.</al><al>• Meerdere personen of instanties waarmee de gemeente de contacten onderhoudt,
                    hebben een uitnodiging ontvangen.</al><al>• Openheid (melding) en registratie zijn essentieel, vooral bij (internationale)
                    evenementen.</al><al/><al><vet>5 Voorzieningen, bestuurlijke uitgaven, onkostenvergoedingen en
                        buitenlandse dienstreizen</vet></al><al><cursief>Kwetsbaarheid van ambtsdragers bij vergoeding van kosten</cursief></al><al>Benoemde politieke ambtsdragers bevinden zich juist als het gaat over
                    ‘vergoeding van kosten’ of ‘gebruik maken van voorzieningen’ in een glazen huis.
                    Ze moeten zich voortdurend bewust zijn van het feit dat ze niet alleen
                    verantwoord met publieke middelen moeten omgaan maar - omdat het uitgaven
                    betreft die samenhangen met de uitvoering van hun ambt - ook helder moeten zijn
                    over de hoogte van de door hen in dat verband gemaakte kosten. Dat geldt zelfs
                    als het gaat om kosten die vallen onder de vaste onkostenvergoeding. De
                    voorbeelden hoe kwetsbaar hun positie is, liggen voor het oprapen. Denk daarbij
                    aan het onderzoek door media naar de ‘bonnetjes’ van uitgaven door
                    bestuurders.</al><al>Politieke ambtsdragers maken gebruik van voorzieningen die de gemeente hen ter
                    beschikking stelt en ze maken kosten bij de uitoefening van hun ambt. Voor dat
                    laatste krijgen zij een vergoeding, naast hun wedde of bezoldiging. Wat wordt
                    vergoed, is vastgelegd in regelgeving. In de Gemeentewet staat dat daarboven
                    geen andere vergoedingen zijn toegestaan. De hoofdregel is dus dat ‘het alleen
                    kan als het is geregeld’. Dit betekent dat alleen de voorzieningen die in de
                    genoemde regelgeving staan, worden vergoed. Alle andere kosten komen voor
                    rekening van de ambtsdrager zelf.</al><al>Bij de afweging of kosten al of niet worden vergoed, moet de politieke
                    ambtsdrager zich realiseren dat alles wat mag, niet vanzelfsprekend ook hoeft.
                    Van politieke ambtsdragers mag een zekere soberheid worden verwacht. Hoe het ook
                    wordt vergoed, het gaat immers steeds om besteding van publieke middelen. De
                    politieke ambtsdrager heeft daarnaast ook een voorbeeldfunctie. Hoe kan hij of
                    zij in bijvoorbeeld economisch moeilijke tijden geloofwaardig een beroep op de
                    soberheid van burgers doen als hij of zij daar zelf niet naar handelt? Vooral
                    bestuurders zitten zeker dan in een kwetsbare positie.</al><al>Zij dragen vaak immers zelf de verantwoordelijkheid voor het niveau van een
                    bepaalde voorziening of verstrekking. Uitgaven die ogenschijnlijk van
                    ondergeschikt belang zijn, kunnen in de publiciteit breed worden uitgemeten en
                    grote schade aanrichten. </al><al>Discussie over vergoedingen is nooit helemaal uit te sluiten. Van belang is dat
                    er duidelijke regels en toelichtingen daarop zijn die de politieke ambtsdrager
                    voldoende houvast bieden. Absolute duidelijkheid is echter niet te geven en moet
                    ook niet worden nagestreefd. In situaties waarin sprake is van een grijs gebied
                    zal de politieke ambtsdrager extra alert moeten zijn, extra zorgvuldig moeten
                    (laten) nagaan of een en ander past binnen de regels en hierover open
                    communiceren.</al><al>Als belangrijke uitgangspunten voor het vergoeden van voorzieningen voor
                    politieke ambtsdragers zijn te noemen:</al><al>• Bij uitgaven voor voorzieningen van politieke ambtsdragers gaat het
                    uitsluitend om functionele kosten om het ambt te kunnen vervullen. Er moet een
                    directe relatie zijn tussen de uitgave en de taken van een gemeente.</al><al>• De functionaliteit van de uitgave moet aantoonbaar zijn of ten minste
                    aannemelijk worden gemaakt.</al><al>• Als met de uitgave geen duidelijk belang van de gemeente is gediend, blijven
                    de kosten voor eigen rekening.</al><al>• Kosten die een politieke ambtsdrager uit hoofde van een (q.q.-)nevenfunctie
                    maakt, worden vergoed door de instantie waar de nevenfunctie wordt
                    uitgeoefend.</al><al>• Voorzieningen en bestuurskosten worden zo veel mogelijk direct door de
                    gemeente zelf betaald. De bestuurder dient alleen bij hoge uitzondering zelf een
                    declaratie in.</al><al>• Bestuurders dienen verantwoord om te gaan met publieke middelen.
                    Verantwoording van kosten - en openheid daarover - is essentieel. Daarbij moet
                    altijd worden beoordeeld of de uitgave in hoogte of soort ook in de openbaarheid
                    kan worden gemotiveerd. Soberheid is en blijft de norm.</al><al>Vergoedingen voor voorzieningen voor politieke ambtsdragers moeten - als boven
                    aangegeven - voor alles transparant zijn. Een heldere verantwoording van de
                    uitgaven is van groot belang. Daarom moet de financiële en administratieve
                    organisatie zo zijn ingericht dat er vertrouwen kan bestaan in de juistheid en
                    rechtmatigheid van de uitgaven. Ook zijn er procedures nodig over de wijze
                    waarop functionele uitgaven rechtstreeks in rekening worden gebracht of worden
                    gedeclareerd.</al><al>Dit hoofdstuk beschrijft eerst de soorten kosten van voorzieningen voor
                    politieke ambtsdragers. Onderstaande indeling is van belang om af te kunnen
                    wegen of verstrekkingen en voorzieningen kunnen worden vergoed of voor eigen
                    rekening moeten blijven.</al><al/><al><cursief>Bedrijfsvoeringkosten</cursief></al><al>Bedrijfsvoeringkosten betreffen de voorzieningen die de burgemeester en de
                    wethouder nodig hebben om hun werk te kunnen doen. Het zijn voorzieningen die
                    vanuit de begroting worden gefinancierd of in bruikleen ter beschikking worden
                    gesteld, <vet>binnen de organisatie</vet>. Voorbeelden zijn de werkkamer, het
                    meubilair, ICT-apparatuur en toepassingen, ondersteunend personeel, koffie/thee,
                    contributies, abonnementen op het werkadres, vakliteratuur en beveiliging.</al><al>Het is vanzelfsprekend niet de bedoeling om dergelijke gemeentelijke
                    voorzieningen en eigendommen te gebruiken voor privédoeleinden. Het is dan ook
                    niet toegestaan om voor rekening van gemeente bijvoorbeeld kantinepersoneel in
                    te zetten voor privéfeestjes, de technische dienst voor reparaties aan het eigen
                    huis of de afdeling groenvoorziening voor het tuinonderhoud.</al><al>Bij twijfel of iets van de laatstgenoemde voorbeelden wel of niet functioneel
                    is, zullen vooraf afspraken gemaakt moeten worden in het college van B&amp;W als
                    het om de burgemeester en de wethouders gaat of het presidium als het om de
                    raadsleden gaat.</al><al/><al><cursief>Bestuurskosten</cursief></al><al>Bestuurskosten vloeien voort uit de uitoefening van het ambt; het zijn
                    zogenoemde ambtsgerelateerde kosten. Voorbeelden zijn beveiliging en een
                    dienstauto. Vergoedingen voor bestuurskosten zijn vaak specifiek vastgelegd. Een
                    voorbeeld is een verhuiskostenvergoeding voor burgemeesters en wethouders met
                    een verhuisplicht.</al><al>De soorten bestuurskosten zijn:</al><al>• algemene bestuurskosten waaronder dienstreizen buitenland;</al><al>• specifiek geregelde bestuurskosten waaronder de dienstauto (niet van
                    toepassing in Delfzijl).</al><al/><al><cursief>Algemene bestuurskosten</cursief></al><al>Algemene bestuurskosten betreffen voorzieningen die aan het ambt gebonden zijn
                    en een aanvulling vormen op de reguliere bedrijfsvoering van de organisatie.
                    Bovendien zijn ze onmisbaar voor het functioneren van de ambtsdrager. Het gaat
                    hierbij vooral om voorzieningen buiten de organisatie : mobiele telefoon, reis-
                    en verblijfvoorzieningen, beveiliging buiten de organisatie, cursussen,
                    opleidingen en congressen, en functionele lunches en diners buitenshuis.</al><al>De meest voorkomende algemene bestuurskosten, die dus door het bestuursorgaan
                    worden vergoed:</al><al>Kosten van de landelijke beroepsverenigingen het Nederlands Genootschap van
                    Burgemeesters, de Wethoudersvereniging en de Vereniging van Raadsleden. Alle
                    overige contributies en lidmaatschappen zijn voor eigen rekening.</al><al>Collectieve verzekeringen voor de burgemeester en wethouders, tijdens de
                    uitoefening van de functie, zoals een collectieve ongevallenverzekering.</al><al>Kosten voor deelname aan congressen en opleidingen. Afweging hierbij is de
                    relevantie van de opleiding voor de functie, het tijdsbeslag, het tijdstip (niet
                    meer vergoeden wanneer het einde van de zittingstermijn in zicht komt), de
                    hoogte van de kosten en de verdeling hiervan. </al><al/><al><vet>Dienstreizen buitenland</vet></al><al>Een buitenlandse reis valt onder de algemene bestuurskosten, op voorwaarde dat
                    de reis een functioneel karakter heeft. Van belang is dat daarover in alle
                    openheid vooraf besluitvorming plaatsvindt en dat achteraf verantwoording wordt
                    afgelegd. Buitenlandse dienstreizen liggen onder een vergrootglas. Bij de
                    afweging is het van belang het tijdstip, het tijdsbeslag en de omvang van de
                    delegatie er bij te betrekken.</al><al>Is het bijvoorbeeld voor de hand liggend met het voltallige college een
                    buitenlandse dienstreis naar een sportevenement te maken? Is er, ook als het een
                    individueel collegelid betreft, een functioneel belang verbonden aan het bezoek?
                    In de verordening is daarom bepaald dat het college van burgemeester en
                    wethouders steeds expliciet een beslissing neemt over eventuele buitenlandse
                    reizen en daarvan in detail melding maakt aan de raad (via het presidium).</al><al>Is de functionaliteit van de reis aangetoond, dan horen de redelijk gemaakte
                    reis- en verblijfkosten (inclusief eventuele benodigde vaccinaties vooraf) voor
                    rekening te komen van de gemeente. Kan de functionaliteit niet worden
                    aangetoond, dan komen de kosten voor eigen rekening. Bekostiging, geheel of
                    gedeeltelijk, van buitenlandse reizen door derden wordt in beginsel afgewezen.
                    Soms hoeft dit echter geen bezwaar te zijn, bijvoorbeeld bij de uitnodiging voor
                    een bezoek aan een partnergemeente. Openheid hierover is wel een
                    voorwaarde.</al><al>Het is van belang om afspraken te maken over gedragsregels in verband met
                    buitenlandse reizen, zoals over meereizende partners en verlenging van de
                    reisduur. De lijn is dat meereizen van partners, mits vooraf gemeld, onder nader
                    te bepalen voorwaarden is toegestaan, maar dat de kosten geheel voor eigen
                    rekening komen.</al><al>De kosten kunnen alleen voor rekening van het bestuursorgaan komen als de
                    aanwezigheid van de partner tijdens de reis noodzakelijk is voor de behartiging
                    van het overheidsbelang. Een andere uitzondering is als de partner expliciet
                    door de buitenlandse gastheer/vrouw is uitgenodigd.</al><al>Verlenging van de reisduur voor privédoeleinden, is af te raden. Mocht
                    verlenging zich echter bij uitzondering voordoen, dan is melding vooraf gewenst.
                    De extra reis- en verblijfkosten komen in dat geval uiteraard geheel voor eigen
                    rekening. Als richtlijn kan de regel worden gehanteerd die bij de rijksoverheid
                    geldt: een buitenlandse reis mag met maximaal 72 uur privé tijd op eigen kosten
                    worden verlengd.</al><al/><al><cursief>Specifiek geregelde bestuurskosten</cursief></al><al>Voor politieke ambtsdragers zijn in wet- en regelgeving bepaalde voorzieningen
                    specifiek geregeld. Te denken valt aan verhuiskosten, vergoeding tijdelijke
                    woonruimte en reis- en verblijfkosten. Regel is dat declarabele kosten met
                    bewijsstukken moeten worden aangetoond. </al><al>Voor ICT-voorzieningen thuis worden op grond van de bij algemene maatregel van
                    bestuur vastgestelde rechtspositiebesluiten alle benodigde zaken (aansluitingen,
                    abonnementen, vervangingen, apparatuur, software e.d.) beschikbaar gesteld.</al><al>Ook is het mogelijk een vergoeding te geven voor het zakelijk gebruik of de
                    aanschaf van een eigen ICT-voorziening.</al><al>Voor een dienstauto zijn geen specifieke regels opgenomen in de code omdat in
                    Delfzijl geen gebruik wordt gemaakt van dienstauto’s.</al><al/><al><cursief>Kosten die voor eigen rekening blijven</cursief></al><al>De burgemeester en de wethouders ontvangen een maandelijkse onkostenvergoeding
                    voor voorzieningen die niet zuiver functioneel zijn, noch zuiver privé. Omdat ze
                    toch een functioneel element bevatten, worden dergelijke voorzieningen wel
                    vergoed. De ambtsdrager moet deze kosten zelf betalen uit de toelage/
                    onkostenvergoeding.</al><al>De hoogte van de onkostenvergoeding is gebaseerd op gemiddelde uitgaven en is
                    vastgelegd in de rechtspositiebesluiten. Wanneer de uitgaven uitstijgen boven de
                    vaste toelage per maand kunnen deze niet alsnog worden gedeclareerd bij de
                    gemeente.</al><al>Voorbeelden van kosten die onder de vaste onkostenvergoeding vallen (deze zijn
                    dus geheel voor eigen rekening):</al><al>• individuele consumpties buiten de werkplek (zoals koffie, thee,
                    drankjes);</al><al>• fooien in Nederland;</al><al>• verjaardagsgebak, attenties en cadeaus voor naaste collega’s;</al><al>• gelegenheidskleding, huur en reiniging van kleding, uitgaven voor persoonlijke
                    verzorging;</al><al>• activiteiten van partijgenootschappelijke aard;</al><al>• abonnementen kranten en tijdschriften en vakliteratuur die thuis worden
                    ontvangen;</al><al>• contributies van verenigingen en regionale beroepsverbanden (met uitzondering
                    van landelijke beroepsverenigingen met een professionaliseringsdoelstelling die
                    vallen onder de bestuurskosten);</al><al>• representatieve aanpassingen aan de eigen woning en representatieve
                    ontvangsten thuis.</al><al/><al><cursief>Betalingswijze voorzieningen van bestuurders</cursief></al><al>Voorzieningen voor de burgemeester en de wethouders worden bij voorkeur
                    rechtstreeks door het bestuursorgaan voldaan. Het indienen van declaraties dient
                    zoveel mogelijk te worden vermeden. Voorzieningen kunnen op de volgende manieren
                    worden betaald, in volgorde van voorkeur:</al><al/><al><vet>Rechtstreeks ten laste van het bestuursorgaan</vet></al><al>Zaken die direct verband houden met de werkplek worden op dezelfde wijze als
                    geldt voor ambtenaren, door de gemeente in bruikleen ter beschikking gesteld. De
                    kosten die hiermee gemoeid zijn, komen direct voor rekening van de organisatie,
                    zonder tussenkomst van de politieke ambtsdrager. De kosten maken integraal deel
                    uit van de bedrijfsvoering. De rechtspositieregelingen bevatten regels over de
                    wijze waarop apparatuur ter beschikking wordt gesteld dan wel wordt vergoed, en
                    over de voorzieningen in verband met de fiscale aspecten van het
                    privégebruik.</al><al/><al><vet>Rechtstreekse betaling via facturen</vet></al><al>Bij betaalbaarstelling aan de hand van facturen, worden kosten direct in
                    rekening gebracht bij het bestuursorgaan. Dit gebeurt dus zonder een
                    ‘voorfinanciering’ uit de privérekening van de individuele politieke
                    ambtsdrager. Voor gefactureerde kosten geldt hetzelfde als voor andere kosten:
                    uitsluitend functionele kosten worden vergoed, en alleen als ze buiten de
                    (vaste) vergoeding vallen.</al><al>Voor dienstreizen wordt zoveel mogelijk alles rechtstreeks betaald door
                    organisatie, ook voor de meereizende ambtenaar. Het gaat dan om de reis, de
                    eventuele benodigde vaccinaties, het verblijf, de consumpties en aankopen die
                    van functionele aard zijn (zoals relatiegeschenken).</al><al/><al><vet>Creditcards</vet></al><al>Een creditcard is een betaalmiddel en geen voorziening. Dat betekent dat
                    vereisten voor de verrekening van functionele uitgaven onverkort van toepassing
                    zijn.</al><al>Het gebruik van een creditcard op naam van de gemeente heeft nadelen. Door het
                    gebruiksgemak van dit betaalmiddel loopt de ambtsdrager het risico dat achteraf
                    de functionaliteit van de uitgave niet afdoende duidelijk kan worden gemaakt.
                    Dit zal hij dan ook moeten aantonen, terwijl ook een rekening of factuur moet
                    worden overlegd. Een creditcardafschrift alleen, is niet voldoende om de
                    functionaliteit van de uitgave aan te tonen.</al><al>Het gebruik van een creditcard voor het binnenland dient beperkt te blijven. Bij
                    buitenlandse reizen kan wel gebruik worden gemaakt van een creditcard.</al><al/><al><vet>Declaraties</vet></al><al>De politieke ambtsdrager betaalt in eerste instantie een uitgave uit eigen
                    middelen en verzoekt dan om terugbetaling van het bedrag via een declaratie.
                    Grote terughoudendheid is hierbij geboden, omdat het uitgangspunt is dat zo
                    weinig mogelijk uitgaven door de politieke ambtsdrager zelf worden gedaan.
                    Geldstromen tussen de zakelijke rekeningen van gemeente en de persoonlijke
                    rekening van de bestuurder, maken een zwaardere controle op de uitgaven
                    noodzakelijk.</al><al>Het indienen van declaraties is soms onvermijdelijk. Zo is het in het buitenland
                    vaak niet mogelijk dat een gemeente rechtstreeks de factuur betaalt.</al><al>De afwikkeling van declaraties moet dan wel zo zorgvuldig mogelijk gebeuren. In
                    de rechtspositieregelingen staat dat moet worden gedeclareerd onder overlegging
                    van bewijsstukken. Ook hier geldt weer de basisregel: het moet gaan om
                    functionele kosten, en ze mogen niet vallen onder de (vaste) vergoeding.</al><al>De declaraties van de leden van het college van burgemeester en wethouders
                    worden gecontroleerd door de gemeentesecretaris. De declaraties van raadsleden
                    worden gecontroleerd door de griffier.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>