<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR123342_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Inspraakverordening gemeente Veenendaal</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Veenendaal</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-11-15</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Veenendaal</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Veenendaalse Krant, 2012-02-15</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Inspraakverordening Veenendaal</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="jci1.3:c:BWBR0005416">artikel 150 Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-02-02</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-02-16</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-11-16</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2011, 2011.00077-2a</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>bestuurlijke organisatie</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>De Inspraakverordening gemeente Veenendaal vervangt de Inspraakverordening gemeente Veenendaal, zoals vastgesteld door de raad op 21 september 2006</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Inspraakverordening gemeente Veenendaal</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Veenendaal;</al><al/><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 1 november 2011,
                        nummer 2011.00077-2a;</al><al/><al>gelet op: </al><al>artikel 150 van de Gemeentewet; </al><al/><al>Besluit: </al><al>vast te stellen <vet>Inspraakverordening gemeente
                        Veenendaal</vet></al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Bestuursorgaan: de raad, het college van burgemeester en wethouders
                                of de burgemeester;</al></li><li nr="b."><al>Belanghebbende: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is
                                betrokken;</al></li><li nr="c."><al>Inspraak: de formele mogelijkheid voor ingezetenen en
                                belanghebbenden om hun mening over beleidsvoornemens kenbaar te
                                maken;</al></li><li nr="d."><al>Inspraakprocedure: de wijze waarop aan inspraak gestalte wordt
                                gegeven;</al></li><li nr="e."><al>Beleidsvoornemen: het voornemen van het bestuursorgaan tot het
                                vaststellen of wijzigen van beleid</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Toepassing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening is van toepassing op de gevallen waarin de wet niet
                            zelf al een openbare voorbereidingsprocedure regelt waarmee ingezetenen
                            en belanghebbenden betrokken worden bij de voorbereiding van beleid.
                        </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Elk bestuursorgaan besluit ten aanzien van zijn eigen bevoegdheden of
                            inspraak wordt verleend bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid.
                        </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het bestuursorgaan verleent in ieder geval inspraak wanneer dit is
                            voorgeschreven bij wet, provinciale -, regionale - of gemeentelijke
                            verordening; </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Geen inspraak wordt verleend: </al><lijst><li nr="a."><al>ten aanzien van ondergeschikte herzieningen van bestaand beleid;
                                </al></li><li nr="b."><al>indien inspraak bij of krachtens wettelijk voorschrift is
                                    uitgesloten; </al></li><li nr="c."><al>indien sprake is van uitvoering van hogere regelgeving waarbij
                                    het bestuursorgaan geen of nauwelijks beleidsvrijheid heeft;
                                </al></li><li nr="d."><al>inzake de begroting, de tarieven voor gemeentelijke
                                    dienstverlening en belastingen bedoeld in hoofdstuk XV van de
                                    Gemeentewet; </al></li><li nr="e."><al>wanneer het een beleidsvoornemen betreft dat betrekking heeft op
                                    internorganisatorische aangelegenheden van de gemeente; </al></li><li nr="f."><al>indien de besluitvorming over of uitvoering van een
                                    beleidsvoornemen naar het oordeel van het bestuursorgaan dermate
                                    spoedeisend is dat inspraak niet kan worden afgewacht; </al></li><li nr="g."><al>indien het belang van inspraak niet opweegt tegen het belang van
                                    de verantwoordelijkheid van de gemeente voor kwetsbare groepen
                                    in de samenleving. </al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Inspraakgerechtigden</titel></kop><al>Inspraak wordt verleend aan ingezetenen en belanghebbenden. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Inspraakprocedure</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op inspraak is de procedure van afdeling 3.4 van de Awb van
                            toepassing.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bestuursorgaan kan voor een of meer beleidsvoornemens een andere
                            vorm van participatie vaststellen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Eindverslag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Ter afronding van de inspraak maakt het bestuursorgaan een eindverslag
                            op.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het eindverslag bevat in elk geval:</al><lijst><li nr="a."><al>een overzicht van de gevolgde inspraakprocedure;</al></li><li nr="b."><al>een weergave van de zienswijzen die tijdens de inspraak
                                    mondeling of schriftelijk naar voren zijn gebracht;</al></li><li nr="c."><al>een reactie op deze zienswijzen, waarbij wordt aangegeven waarom
                                    op welke punten al dan niet tot aanpassing van het
                                    beleidsvoornemen wordt overgegaan.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het bestuursorgaan maakt het eindverslag op de gebruikelijke wijze
                            openbaar. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Intrekking oude verordening</titel></kop><al>De Inspraakverordening, zoals vastgesteld door de raad op 21 september 2006,
                        wordt ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op de dag na de dag van
                        bekendmaking.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Inspraakverordening Veenendaal</al><al/></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Vastgesteld in de openbare vergadering van 2 februari 2012,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de heer mr. E.J. Kruijswijk Jansen - raadsgriffier</ondertekening><ondertekening>de heer mr. T. Elzenga - voorzitter</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><tussenkop><vet>TOELICHTING OP DE INSPRAAKVERORDENING GEMEENTE
                    VEENENDAAL</vet></tussenkop><tussenkop><vet>Artikel 1 Begripsomschrijvingen</vet></tussenkop><tussenkop>Inspraak</tussenkop><al>Inspraak is een onderdeel van de voorbereiding en uitvoering van het
                    gemeentelijk beleid en heeft een tweeledig doel. Enerzijds wordt aan ingezetenen
                    en belanghebbenden de mogelijkheid geboden om hun mening over beleidsvoornemens
                    kenbaar te maken. Anderzijds biedt inspraak aan bestuursorganen een belangrijk
                    hulpmiddel in het kader van de voor de beleidsvoorbereiding noodzakelijke
                    belangenafweging. </al><tussenkop>Afbakening t.o.v. participatie. </tussenkop><al/><al>Inspraak is een vorm van participatie, richt zich met name op de formeel
                    gewaarborgde openbare procedure bij de voorbereiding van beleid. </al><al>Onder 'Participatie' wordt verstaan: het in een zo vroeg mogelijk stadium
                    betrekken van bewoners en belanghebbenden bij beleidsvoorbereiding,
                    -ontwikkeling, -uitvoering, of -evaluatie. </al><al/><al>Participatie is anderzijds een veel ruimer begrip. Participatie kan ook aan de
                    orde zijn als het niet gaat om beleidsvoorbereiding. Verder is het palet aan toe
                    te passen mogelijkheden veel breder dan alleen de openbare
                    voorbereidingsprocedure. Die andere vormen van participatie worden in veel
                    gevallen toegepast voorafgaand aan de wettelijke procedure die het sluitstuk is
                    van het gehele proces. Hoewel de Veenendaalse participatiestandaard zeker geen
                    vrijblijvend karakter heeft, is het minder gewenst om deze vast te leggen in een
                    juridisch verbindende regeling als een verordening. Dat zou enerzijds afbreuk
                    doen aan de flexibiliteit en daarnaast een onnodige juridisering van het
                    participatieproces teweeg brengen. </al><tussenkop>Inspraakprocedure</tussenkop><al/><al>De verordening definieert dit als volgt: "De wijze waarop inspraak gestalte
                    wordt gegeven." De verantwoordelijkheid voor het maken van een
                    inspraakverordening ligt volgens artikel 150 van de Gemeentewet bij de raad.
                    Artikel 4, tweede lid van de verordening geeft als hoofdregel dat de in afdeling
                    3.4 van de Algemene wet bestuursrecht geregelde procedure van toepassing is. </al><al>Artikel 4, tweede lid geeft wel de ruimte om maatwerk mogelijk te maken. </al><tussenkop>Beleidsvoornemen</tussenkop><al/><al>Het begrip beleidsvoornemen is gedefinieerd als het voornemen van het
                    bestuursorgaan tot het vaststellen of wijzigen van beleid. Het gaat dus niet om
                    de vaststelling van concrete besluiten of maatregelen, maar om de vorming van
                    het beleid waarop deze kunnen worden gebaseerd. </al><tussenkop><vet>Artikel 2 Onderwerp van inspraak</vet></tussenkop><al/><al>Uit het eerste lid volgt dat de verordening niet van toepassing is op de
                    gevallen dat de wet zelf al een openbare voorbereidingsprocedure regelt waarmee
                    ingezetenen en belanghebbenden betrokken worden bij de voorbereiding van beleid.
                    Een voorbeeld hiervan is artikel 3.8 Wet ruimtelijke ordening met betrekking tot
                    de voorbereiding van een bestemmingsplan. </al><al/><al>In het tweede lid is bepaald dat inspraak altijd wordt verleend indien een
                    wettelijk voorschrift daartoe verplicht. Wettelijke verplichtingen tot het
                    bieden van inspraak bestaan thans onder meer bij: </al><al>a.de voorbereiding van een ontwikkelingsprogramma stedelijke vernieuwing
                    (artikel 7, lid 3a Wet </al><al>stedelijke vernieuwing); </al><lijst><li nr="b."><al>de voorbereiding van het gemeentelijk milieubeleidsplan (artikel 4.17,
                            derde lid, Wet milieubeheer); </al></li><li nr="c."><al>de voorbereiding van een besluit tot vaststelling van een
                            afvalstoffenverordening die afwijkt van artikel 10.21 Wet milieubeheer
                            (artikel 10.26, tweede lid, Wet milieubeheer); </al></li><li nr="d."><al>de voorbereiding van besluiten tot uitsluiting van welstandstoetsing als
                            bedoeld in artikel 12, tweede lid, onder a. en b., van de Woningwet
                            (artikel 12, vierde lid). </al></li></lijst><tussenkop>Bestuursorganen. </tussenkop><al/><al>In het tweede lid is bepaald dat elk bestuursorgaan ten aanzien van zijn eigen
                    bevoegdheden besluit of inspraak wordt verleend bij een beleidsvoorbereiding.
                    Het begrip bestuursorgaan is gedefinieerd in artikel 1:1, eerste lid, van de
                    Awb, omvat in elk geval raad, college en burgemeester. </al><al/><al>Het besluit om al dan niet inspraak te verlenen is een besluit in de zin van de
                    Awb. Hiertegen kan dus bezwaar worden gemaakt. </al><al>In het vierde lid is opgenomen wanneer geen inspraak wordt verleend. Dat geen
                    inspraak wordt verleend wil nog niet zeggen dat er ook geen enkele vorm van
                    participatie plaats vindt (zoals bijv. actieve informatieverstrekking). </al><tussenkop><vet>Artikel 3 Inspraakgerechtigden</vet></tussenkop><al/><al>De omschrijving van inspraakgerechtigden stemt overeen met de tekst van artikel
                    150 van de Gemeentewet. </al><al/><al>De openbare voorbereidingsprocedure van afdeling 3.4 Algemene wet bestuursrecht
                    is in beginsel alleen van toepassing op belanghebbenden niet tevens op
                    'ingezetenen'. </al><al/><al>Maar volgens artikel 3.15, tweede lid kan bij wettelijk voorschrift worden
                    bepaald dat ook aan anderen de gelegenheid moet worden geboden hun zienswijze
                    naar voren te brengen. </al><al/><al>Artikel 3 van de ontwerpverordening bepaalt dat inspraak wordt verleend aan
                    ingezetenen en belanghebbenden. De kring van inspraakgerechtigden wordt door
                    deze verwijzing naar afdeling 3.4 Awb dus niet beperkt tot 'belanghebbenden'.
                    Naast belanghebbenden krijgen ook ingezetenen de gelegenheid tot het indienen
                    van een zienswijze. </al><tussenkop><vet>Artikel 4 Inspraakprocedure</vet></tussenkop><al/><al>De verordening heeft de strekking om te regelen dat inspraak wordt verleend via
                    toepassing van de uniforme openbare voorbereidingsprocedure. </al><al/><al>Ter uniformering en deregulering is in het eerste lid afdeling 3.4 van de Awb
                    van toepassing verklaard op de inspraak. De inspraakreacties hebben de
                    juridische status van een zienswijze als bedoeld in de Algemene wet
                    bestuursrecht. Voor burgers is door deze omschrijving meer helderheid over de
                    juridisch formele beïnvloedingsmomenten: inspraakreactie - juridisch aan te
                    duiden als zienswijze- ; bezwaar; beroep. </al><al/><al>In artikel 3:11 tot en met 3:17 Awb is de inspraakprocedure te vinden. </al><al>Na terinzagelegging en bekendmaking van het beleidsvoornemen kunnen
                    belanghebbenden gedurende zes weken schriftelijk of mondeling hun
                    inspraakreactie naar voren brengen. </al><al/><al>Een wettelijke regeling kan een afwijking in van de in de Algemene wet
                    bestuursrecht geregelde voorbereidingsprocedure met bijv. een kortere termijn
                    voorschrijven. Door een algemene verwijzing in het eerste lid worden dergelijke
                    afwijkingen van overeenkomstige toepassing verklaard. </al><al/><al>In het tweede lid is een waarborg opgenomen, om te voorkomen dat vanwege
                    vakantie belanghebbenden en ingezetenen onvoldoende gelegenheid hebben om te
                    reageren. </al><al/><al>Op grond van het derde lid kan de inspraakprocedure worden aangepast. Niet ieder
                    beleidsvoornemen is namelijk van dezelfde zwaarte. </al><al>Volgens artikel 4, derde lid van de verordening kan het bestuursorgaan voor een
                    of meer beleidsvoornemens een andere inspraakprocedure vaststellen. </al><tussenkop><vet>Artikel 5 Eindverslag </vet></tussenkop><al/><al>In dit geval is niet gekozen voor verwijzing naar afdeling 3.4 Awb. In artikel
                    3:17 Awb wordt namelijk slechts bepaald dat een verslag wordt gemaakt van
                    hetgeen tijdens de inspraakprocedure mondeling naar voren is gebracht. </al><al/><al>Onder het in het tweede lid, onderdeel a, genoemde verslag van de gevolgde
                    inspraakprocedure wordt verstaan: Hoe is de procedure feitelijk verlopen? Is
                    afdeling 3.4 Awb onverkort toegepast? Wanneer is het beleidsvoornemen ter inzage
                    gelegd enz.? </al><al/><al>Onderdeel b. betekent dat de eindrapportage een volledig overzicht dient te
                    bevatten van zowel de mondelinge als de schriftelijke inspraakreacties. De
                    schriftelijke inspraakreacties kunnen aan het verslag worden gehecht. In het
                    verslag kan worden volstaan met een korte zakelijke weergave van de naar voren
                    gebrachte opvattingen en vermelding van de personen die hun opvatting naar voren
                    hebben gebracht. </al><al/><al>Onder c. wordt als het sluitstuk van inspraak voorgeschreven dat het
                    bestuursorgaan aangeeft wat met de inspraakreacties wordt gedaan. </al><al>In het derde lid is bepaald dat het bestuursorgaan het eindverslag op de
                    gebruikelijke wijze openbaar maakt. Daarnaast kan het eindverslag algemeen
                    worden gepubliceerd in de krant en op de gemeentelijke website. </al><al/><al>Als het aantal insprekers omvangrijk is, kan worden gekozen voor het volstaan
                    met een algemene bekendmaking. Het is aan te bevelen om tijdens de inspraakavond
                    al duidelijkheid omtrent de communicatie te verschaffen. </al><tussenkop><vet>Artikel 6 Intrekking oude
                    verordening</vet></tussenkop><al/><al>Met deze bepaling wordt de bestaande inspraakverordening ingetrokken. De datum
                    waarop de oude verordening vervalt, is de datum waarop de verordening in werking
                    treedt.</al><tussenkop><vet>Artikel 7 Inwerkintreding</vet></tussenkop><al/><al>Dit artikel hoeft geen toelichting.</al><tussenkop><vet>Artikel 8 Citeertitel </vet></tussenkop><al/><al>Dit artikel hoeft geen toelichting.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>