<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR123318_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Beheersverordening gemeentelijke begraafplaats en rouwcentrum De Munnikenhof Veenendaal</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Veenendaal</dcterms:creator><dcterms:modified>2011-12-07</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Veenendaal</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Veenendaalse Krant, 2012-02-15</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Beheersverordening gemeentelijke begraafplaats en rouwcentrum De Munnikenhof Veenendaal</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="jci1.3:c:BWBR0005009">artikel 35 van de Wet op de lijkbezorging </dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="jci1.3:c:BWBR0005416">artikel 149 van de Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-02-02</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-02-16</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2019-07-24</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2011.00077-2e</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>volksgezondheid</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Nadere regels voor de gemeentelijke begraafplaats en het gemeentelijk rouwcentrum De Munnikenhof gemeente Veenendaal</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze Beheersverordening vervangt de Beheerverordening begraafplaats en rouwcentrum De Munnikenhof, zoals vastgesteld op 14 december 2006</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Beheersverordening gemeentelijke begraafplaats en rouwcentrum De Munnikenhof
                Veenendaal </intitule><regeling><aanhef><preambule><al>gelezen:</al><al>het voorstel van burgemeester en wethouders van 1 november 2011, nummer
                        2011.00077-2e; </al><al/><al>gelet op :</al><al>artikel 35 van de Wet op de lijkbezorging en artikel 149 van de
                        Gemeentewet;</al><al/><al>Besluit: </al><al>vast te stellen de <vet>Beheersverordening gemeentelijke begraafplaats en
                            rouwcentrum De Munnikenhof Veenendaal </vet></al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>I</nr><titel>Inleidende bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>algemeen graf: een graf bij de gemeente in beheer waarin
                                    gelegenheid wordt geboden tot het doen begraven van
                                    overledenen;</al></li><li nr="b."><al>algemeen kindergraf: een graf bij de gemeente in beheer waarin
                                    gelegenheid geboden wordt tot het doen begraven van overledenen
                                    jonger dan 12 jaar;</al></li><li nr="c."><al>algemeen urnengraf: een graf bij de gemeente in beheer waarin
                                    gelegenheid wordt geboden tot het doen bijzetten van asbussen
                                    met of zonder urnen;</al></li><li nr="d."><al>asbus: een bus ter berging van as van een overledene;</al></li><li nr="e."><al>begraafplaats(en): de algemene begraafplaats aan de Munnikenweg,
                                    genaamd gemeentelijke begraafplaats Veenendaal;</al></li><li nr="f."><al>beheerder: de ambtenaar die belast is met de dagelijkse leiding
                                    van de begraafplaats(en) of degene die hem vervangt;</al></li><li nr="g."><al>college: het college van burgermeester en wethouder van gemeente
                                    Veenendaal.</al></li><li nr="h."><al>gebruiker: natuurlijk persoon of rechtspersoon aan wie een recht
                                    tot gebruik van een ruimte in een algemeen graf, algemeen
                                    kindergraf of een algemeen urnengraf is verleend, dan wel degene
                                    die redelijkerwijze geacht kan worden in diens plaats te zijn
                                    getreden.</al></li><li nr="i."><al>graf: een zandgraf of keldergraf;</al></li><li nr="j."><al>grafbedekking: gedenkteken en grafbeplanting op een graf,
                                    gedenkplaats of verstrooiingsplaats;</al></li><li nr="k."><al>grafkelder: een betonnen of gemetselde constructie waarin een of
                                    meerdere overledenen worden begraven of asbussen worden
                                    bijgezet; grafkelders kunnen onderdeel zijn van een bovengrondse
                                    muur of wand;</al></li><li nr="l."><al>overledene: lijk in de zin van de Wet op de lijkbezorging.</al></li><li nr="m."><al>particuliere gedenkplaats: een plaats waarvoor aan een
                                    natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is
                                    verleend om overledenen te gedenken;</al></li><li nr="n."><al>particulier graf: een graf waarvoor aan een natuurlijk persoon
                                    of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot:</al><lijst><li nr="1."><al>het doen begraven en begraven houden van
                                            overledenen;</al></li><li nr="2."><al>het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met
                                            of zonder urnen;</al></li></lijst></li><li nr="o."><al>particulier kindergraf: een graf waarvoor aan een natuurlijk
                                    persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend
                                    tot:</al><lijst><li nr="1."><al>het doen begraven en begraven houden van overleden
                                            personen jonger dan 12 jaar;</al></li><li nr="2."><al>het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met
                                            of zonder urnen van overleden</al><al> personen jonger dan 12 jaar;</al></li><li nr="3."><al>het doen verstrooien van as van overledenen jonger dan
                                            12 jaar.</al></li></lijst></li><li nr="p."><al>particuliere plaats in de urnentuin: een plaats in de urnentuin,
                                    waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het
                                    uitsluitend recht is verleend tot het bijzetten en bijgezet
                                    houden van as in een urn;</al></li><li nr="q."><al>particulier urnengraf: een graf waarvoor aan een natuurlijk
                                    persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend
                                    tot:</al><lijst><li nr="1."><al>het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met
                                            of zonder urnen;</al></li></lijst></li><li nr="r."><al>particuliere urnennis: een nis waarvoor aan een natuurlijk
                                    persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot
                                    het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen zonder
                                    urnen;</al></li><li nr="s."><al>rechthebbende: natuurlijk persoon of rechtspersoon aan wie een
                                    uitsluitend recht is verleend op een particulier graf,
                                    particulier urnengraf, particuliere urnennis, particuliere
                                    gedenkplaats, particulier kindergraf en particuliere plaats in
                                    de urnentuin, dan wel degene die redelijkerwijze geacht kan
                                    worden in diens plaats te zijn getreden;</al></li><li nr="t."><al>rouwcentrum: het gemeentelijk rouwcentrum De Munnikenhof en het
                                    daaromheen gelegen terrein, inclusief de parkeerplaats;</al></li><li nr="u."><al>urn: een voorwerp ter berging van een of meer asbussen;</al></li><li nr="v."><al>verstrooiingsplaats: een plaats waarop as wordt verstrooid;</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Uitbreiding begrippen particulier en algemeen graf</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor de toepassing van het bij of krachtens deze verordening
                                bepaalde wordt, voor zover van belang onder 'particulier graf' mede verstaan: particulier
                                urnengraf, particuliere urnennis, particuliere gedenkplaats, particulier kindergraf en particuliere
                                plaats in de urnentuin.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor de toepassing van het bij of krachtens deze verordening
                                bepaalde wordt, voor zover van belang onder 'algemeen graf' mede
                                verstaan: algemeen urnengraf of algemeen kindergraf.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>II</nr><titel>Openstelling, orde en rust op de begraafplaats</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Openstelling begraafplaats</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De begraafplaats is voor iedereen dagelijks toegankelijk van 8.00
                                uur tot een half uur voor zonsondergang. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor de handhaving van de orde en rust op de begraafplaats kunnen de
                                toegangen tijdelijk worden gesloten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is verboden gedurende de tijd dat de begraafplaats niet voor het
                                publiek geopend is, zich daarop te bevinden, anders dan voor het
                                bijwonen van een begrafenis of de bezorging van as.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Ordemaatregelen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bezoekers, personeel van uitvaartondernemingen en personen die
                                werkzaamheden op de begraafplaats hebben te verrichten, zijn
                                verplicht zich in het belang van de orde, rust en netheid te houden
                                aan de aanwijzingen van de beheerder.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De beheerder kan personen die zich niet aan de in het eerste lid
                                bedoelde aanwijzing houden van de begraafplaats verwijderen of laten
                                verwijderen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is verboden voor alle verkeer om op de begraafplaats te
                                rijden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het derde lid genoemde verbod geldt niet voor motorrijtuigen
                                voor begrafenissen en voor het vervoer van materialen. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het is verboden op de begraafplaats:</al><lijst><li nr="a."><al>honden mee te nemen, anders dan geleidehonden voor
                                        slechtzienden, blinden of gehandicapten;</al></li><li nr="b."><al>voor derden bloemen of andere artikelen te koop aan te
                                        bieden of aanbiedingen te doen met betrekking de verzorging
                                        van graven en/of grafbedekkingen;</al></li><li nr="c."><al>op enigerlei wijze reclame te maken voor handel, beroep of
                                        bedrijf.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>6. </lidnr><al>Kinderen onder de 14 jaar worden zonder begeleiding van een van een
                                volwassene niet toegelaten tenzij de beheerder daarmee instemt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Plechtigheden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Herdenkingsbijeenkomsten, onthullingen van gedenktekens en
                                dergelijke plechtigheden op de begraafplaats kunnen slechts
                                plaatsvinden nadat deze ten minste zes werkdagen tevoren zijn gemeld
                                aan de beheerder. Datum en uur van de plechtigheid en de wijze
                                waarop deze zal plaatsvinden worden in overleg met de aanvrager door
                                de beheerder vastgesteld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De deelnemers aan de plechtigheid, bedoeld in het eerste lid zijn
                                verplicht zich in het belang van de orde, rust en netheid te houden
                                aan de aanwijzingen van de beheerder.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Opgravingen en ruimen</titel></kop><al>Bij het opgraven van overledenen en de ruiming van graven zijn geen
                            andere personen aanwezig dan degenen die door de beheerder met deze
                            werkzaamheden zijn belast.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>III</nr><titel>Voorschriften voor de lijkbezorging</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Kennisgeving begraven en asbezorging, openen en sluiten van het
                                graf</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Degene die wil doen begraven, as wil doen bijzetten of as wil doen
                                verstrooien, geeft daarvan uiterlijk om 12.00 uur van de werkdag
                                voorafgaande aan die waarop de begraving, bijzetting of verstrooiing
                                zal plaatsvinden, schriftelijk kennis aan de beheerder. De zaterdag
                                geldt voor de toepassing van deze bepaling niet als werkdag. Indien
                                de burgemeester toestemming heeft gegeven om de overledene binnen 36
                                uur na het overlijden te begraven moet de kennisgeving aan de
                                beheerder zo tijdig mogelijk worden gedaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het openen van een graf ter begraving of voor het bezorgen van as,
                                en het daarna sluiten van een graf, alsmede het bedienen van de
                                hulpmiddelen mag uitsluitend geschieden door het personeel van de
                                begraafplaats op aanwijzingen en onder toezicht van de beheerder. De
                                nabestaanden kunnen deze werkzaamheden onder toezicht van de
                                beheerder geheel of gedeeltelijk zelf verrichten indien zij hun wens
                                daartoe uiterlijk om 12.00 uur van de voorafgaande werkdag mondeling
                                of schriftelijk aan de beheerder hebben kenbaar gemaakt. De zaterdag
                                geldt voor de toepassing van deze bepaling niet als werkdag. Zij
                                dienen bij deze werkzaamheden de aanwijzingen van de beheerder op te
                                volgen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>IV</nr><titel>Gemeentelijk rouwcentrum De Munnikhof</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Gebruik gemeentelijk rouwcentrum de Munnikenhof</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het gebruik van de ontvangstruimten, de aula en van de
                                muziekinstallatie moet uiterlijk om 12.00 uur van de werkdag
                                voorafgaande aan de dag waarop van de ruimte of de aula gebruik zal
                                worden gemaakt, worden aangevraagd bij de beheerder.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan nadere regels stellen over het gebruik van het
                                rouwcentrum.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Over te leggen stukken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Tot begraving wordt niet overgegaan dan nadat het verlof tot
                                begraven is overgelegd aan de beheerder.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de begraving of de bezorging van as in een particulier graf
                                zal plaatsvinden, dient een machtiging daartoe aan de beheerder te
                                worden overgelegd ondertekend door de rechthebbende of, indien deze
                                is overleden, door degene die in de uitvaart voorziet.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Begraving of bijzetting in een particulier graf waarvan de
                                uitgiftetermijn binnen de wettelijke minimum grafrusttermijn
                                afloopt, kan alleen plaatsvinden onder gelijktijdige verlenging van
                                de uitgiftetermijn met 10 jaar. De verlenging dient te worden
                                aangevraagd door de rechthebbende.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De in het vorige lid bedoelde periode van verlenging wordt naar
                                boven toe afgerond op gehele jaren.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De beheerder onderzoekt of de overgelegde stukken toereikend
                                zijn.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Tijden van begraven en asbezorging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De tijd van begraven en het bezorgen van as is: op werkdagen van
                                10.00 uur tot 15.30 uur, op zaterdag van 9.30 uur tot 13.30 uur.
                            </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan in bijzondere gevallen van deze tijden
                                afwijken.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>V</nr><titel>Indeling en uitgifte van de graven</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Indeling graven en asbezorging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op de begraafplaats kunnen worden uitgegeven:</al><lijst><li nr="a."><al>particuliere graven, particuliere kindergraven en
                                        particuliere urnengraven;</al></li><li nr="b."><al>particuliere urnennissen en particuliere plaatsen in de
                                        urnentuin;</al></li><li nr="c."><al>particuliere gedenkplaatsen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college bepaalt bij nader vast te stellen regels hoeveel
                                overledenen en hoeveel asbussen met of zonder urnen er kunnen worden
                                bijgezet in de particuliere graven. Het college bepaalt tevens de
                                afmetingen en de uitgifteduur van de particuliere graven. De
                                uitgifteduur kan niet korter zijn dan de minimumtermijn vastgesteld
                                in de Wet op de lijkbezorging.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college wijst strooivelden aan waar as kan worden
                                verstrooid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Aantal overledenen in algemene graven</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college bepaalt bij nader vast te stellen regels hoeveel
                                overledenen in de algemene graven kunnen worden begraven.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college bepaalt bij nader vast te stellen regels hoeveel
                                asbussen zonder urn kunnen worden bijgezet. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Volgorde van uitgifte</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De particuliere graven worden slechts voor directe begraving en in
                                volgorde van ligging uitgegeven.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan een particulier graf toewijzen anders dan voor
                                directe begraving en buiten de volgorde van uitgifte, indien dit
                                wegens de situatie op de begraafplaats niet bezwaarlijk is.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Als rechthebbende wordt slechts één natuurlijk persoon of
                                rechtspersoon erkend.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Particuliere urnennissen en particuliere plaatsen in de urnentuin
                                worden alleen voor directe bijzetting uitgegeven. Er is geen vaste
                                uitgifte volgorde.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De algemene graven worden slechts voor directe begraving en volgorde
                                van ligging uitgegeven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Categorieën</titel></kop><al>Het college kan bij nader vast te stellen regels de algemene en
                            particuliere graven onderverdelen in categorieën. Het college bepaalt
                            voor de verschillende categorieën de situering en oppervlakte.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Termijnen algemene graven</titel></kop><al>Het college stelt algemene graven ter beschikking voor een termijn van
                            30 jaar. Deze termijn kan niet worden verlengd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Termijnen particuliere graven</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college verleent, voor zover de daartoe bestemde ruimte van de
                                begraafplaats dat toelaat, op een daartoe bij hem schriftelijk in te
                                dienen aanvraag, voor de tijd van dertig jaar recht op een
                                particulier graf. De termijn begint te lopen op de datum waarop het
                                particuliere graf is uitgegeven.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Particuliere graven met het uitsluitend recht daarin voor de tijd
                                van 30 jaar begraven worden uitgegeven tegen betaling van de bij
                                afzonderlijke verordening te heffen rechten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste lid van dit artikel bedoelde recht wordt op
                                aanvraag van de rechthebbende verlengd telkens met een termijn van
                                tien jaar, mits de aanvraag voor het verstrijken van de lopende
                                termijn wordt ingediend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Overschrijving van verleende rechten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het recht op een eigen graf kan op aanvraag van de rechthebbende
                                worden overgeschreven ten name van de echtgenoot of levenspartner
                                dan wel een bloedverwant of aanverwant tot en met de derde graad.
                                Overschrijving op verzoek van de rechthebbende ten name van een
                                ander dan de vorengenoemde personen is slechts mogelijk op basis
                                van een schriftelijke wilsbeschikking met dagtekening, een notariële
                                acte of testament of indien daarvoor gewichtige redenen
                                bestaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Na het overlijden van de rechthebbende kan het eigen graf worden
                                overgeschreven op naam van de echtgenoot of levenspartner dan wel
                                een bloed- of aanverwant tot en met de derde graad, mits de aanvraag
                                hiertoe wordt gedaan binnen een jaar na het overlijden van de rechthebbende. Overschrijving ten name van een ander dan de in de
                                vorige zin bedoelde personen is slechts mogelijk op basis van een
                                schriftelijke wilsbeschikking met dagtekening, een notariële acte of
                                testament of indien daarvoor gewichtige redenen bestaan.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien na het overlijden van de rechthebbende de aanvraag tot
                                overschrijving aan het college niet wordt gedaan binnen de in het tweede lid van dit
                                artikel gestelde termijn, is het college bevoegd het recht op het eigen graf te doen vervallen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Na het verstrijken van de in het tweede lid genoemde termijn van een
                                jaar kan het college het eigen graf alsnog op naam stellen van een
                                nieuwe rechthebbende, tenzij dit recht betrekking heeft op een eigen
                                graf dat inmiddels is geruimd.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Bij overschrijving dienen zowel de oude, bij leven, als de nieuwe
                                rechthebbende zich bij de beheerder te kunnen legitimeren.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Indien een rechthebbende niet reageert op aanschrijving voor
                                verlenging of het adres van de rechthebbende door verhuizing niet
                                meer te achterhalen of onbekend is, vervalt het recht op het graf en
                                kan het college besluiten het graf te ruimen. Daarbij zal de
                                grafbedekking worden verwijderd, zonder dat enige aanspraak bestaat
                                op schadevergoeding.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Alle geschillen over het recht tot begraven worden door burgemeester
                                en wethouders beslist. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6</nr><titel>Grafbedekkingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Melding gedenkteken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een gedenkteken te plaatsen indien: </al><lijst><li nr="a."><al>degene die voornemens is een gedenkteken te plaatsen daarvan
                                        niet van tevoren melding heeft gedaan aan het college, onder
                                        indiening van een werktekening;</al></li><li nr="b."><al>het college het plaatsen van het gedenkteken heeft
                                        verboden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan nadere regels stellen over de wijze van het doen van
                                een melding, de werktekening, de aard en de afmetingen van de
                                gedenksteen en de wijze van aanbrengen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college verbiedt het plaatsen van een gedenkteken indien: </al><lijst><li nr="a."><al>niet voldaan wordt aan de vastgestelde nadere regels,
                                        genoemd in het tweede lid;</al></li><li nr="b."><al>het gedenkteken afbreuk doet aan het aanzien van de
                                        begraafplaats;</al></li><li nr="c."><al>de duurzaamheid van de materialen onvoldoende is;</al></li><li nr="d."><al>de constructie van het gedenkteken ondeugdelijk is.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het gedenkteken kan worden geplaatst indien het college niet binnen
                                vier weken na de verzenddatum van de ontvangstbevestiging van de
                                melding heeft beslist dat het gewenste gedenkteken wordt
                                verboden.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Bij vervanging of aanpassing van het gedenkteken is opnieuw een
                                schriftelijke melding nodig aan het college.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Onderhoud van grafbedekking door rechthebbende of
                                gebruiker</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het (doen) plaatsen, aanbrengen, herstellen, vernieuwen of
                                verwijderen van de grafbedekking geschiedt door, voor rekening van
                                en voor risico van de rechthebbende of de gebruiker.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De rechthebbende of de gebruiker is verplicht de grafbedekking
                                behoorlijk te onderhouden of te herstellen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de rechthebbende of de gebruiker nalaat de grafbedekking
                                behoorlijk te onderhouden of te herstellen, kan het college de
                                hiervoor in aanmerking komende voorwerpen of zo nodig de gehele
                                grafbedekking doen verwijderen. Het verwijderde blijft gedurende
                                dertien weken ter beschikking van de rechthebbende of de gebruiker
                                en vervalt daarna aan de gemeente, zonder dat deze tot enige
                                vergoeding verplicht is.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De verwijdering vindt niet plaats dan nadat het college de
                                rechthebbende of de gebruiker door middel van een verklaring
                                schriftelijk op de hoogte heeft gesteld van de toestand van de
                                grafbedekking. Wanneer het adres van de rechthebbende of de
                                gebruiker niet bekend is maakt het college de verklaring bij de
                                ingang van de begraafplaats op het mededelingenbord bekend. Bij het
                                graf wordt een verwijzing naar de mededeling aangebracht.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan de rechthebbende of de gebruiker per aanschrijving
                                verplichten een beschadiging aan de grafbedekking te herstellen
                                binnen de door het college gestelde termijn indien de beschadiging
                                zodanig is dat deze naar het oordeel van het college het uiterlijk
                                aanzien van de begraafplaats schaadt of indien de beschadiging van
                                de grafbedekking gevaar op levert voor derden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Onderhoud van grafbedekking door de gemeente</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college voorziet in het schoonhouden en het na verzakking op
                                nieuw stellen van het gedenkteken en in de zorg voor de winterharde
                                beplantingen bij de graven die na 1 augustus 1979 zijn
                                uitgegeven.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het onderhoud van een gedenkteken, aangebracht tegen een ruimte voor
                                het bijzetten van asbussen, geschiedt door de gemeente. Het hiervoor
                                verschuldigde recht wordt bij afzonderlijke verordening
                                geregeld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Na het gesloten verklaren van de begraafplaats is de gemeente niet
                                langer verplicht dit onderhoud voort te zetten.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Onder onderhoud van gedenktekens en beplantingen wordt niet
                                verstaan: de renovatie, het herstel van schade of vernieuwing
                                ervan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Voorwerpen en beplanting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op een particulier graf, een particulier kindergraf, een particulier
                                urnengraf en een algemeen graf kunnen potplanten en bloemen in vazen
                                of andere losse voorwerpen worden geplaatst. Tevens is het
                                toegestaan op een graf losse bloemen te leggen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De oppervlakte van een particulier (kinder)graf kan door de
                                rechthebbende van het graf worden beplant met gewassen. De
                                beplanting mag, ook in volwassen staat, de vastgestelde
                                grafoppervlakte niet overschrijden of moet door snoei binnen de
                                gestelde proporties worden gehouden. De gewassen mogen niet hoger
                                zijn dan 120 cm.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Gewassen die buiten de in lid 2 bedoelde oppervlakte geplant worden,
                                overhangen of de hoogte zoals in lid 2 is opgenomen overschrijden,
                                kunnen van gemeentewege verwijderd worden, zonder dat de gemeente
                                tot enige vergoeding verplicht is.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het is verboden winterharde beplanting en materialen, zoals grind,
                                boomschors of ander (verhardings)materiaal buiten de grafoppervlakte
                                aan te brengen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Niet-blijvende beplanting op een graf die in een verwaarloosde staat
                                verkeert, kan door de beheerder worden verwijderd zonder dat
                                aanspraak kan worden gemaakt op schadevergoeding. Losse bloemen,
                                planten, kransen en dergelijke kunnen, wanneer zij verwelkt zijn,
                                door de beheerder worden verwijderd. Linten, siervazen en dergelijke
                                voorwerpen worden gedurende dertien weken ter beschikking gehouden
                                van de rechthebbende of, wanneer het een algemeen graf betreft, van
                                de gebruiker indien deze daartoe tevoren een aanvraag heeft
                                ingediend bij de beheerder.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het is niet toegestaan planten of andere gedenktekens achter te
                                laten op het strooiveld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Verwijdering grafbedekking na verstrijken van de termijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De grafbedekking kan na het verstrijken van de termijn van uitgifte
                                van het graf door het college worden verwijderd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het voornemen tot verwijdering van de grafbedekking maakt het
                                college ten minste een jaar voorafgaande aan het tijdstip waarop de
                                grafbedekking zal worden verwijderd per brief aan de rechthebbende
                                of, wanneer het een algemeen graf betreft, aan de belanghebbende
                                bekend. Wanneer het adres van de rechthebbende of gebruiker niet
                                bekend is, maakt het college het voornemen tot verwijdering van de
                                grafbedekking gedurende ten minste een jaar voorafgaande aan het
                                tijdstip waarop de grafbedekking zal worden verwijderd door middel
                                van een bij het graf te plaatsen bordje en bij de ingang van de
                                begraafplaats bekend.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de grafbedekking niet binnen dertien weken na de verwijdering
                                is afgehaald, vervalt deze aan de gemeente, zonder dat de gemeente
                                tot enige vergoeding verplicht is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Verwijderen en herplaatsen grafbedekking in verband met
                                bijzetting</titel></kop><al>Met uitzondering van het bijzetten van asbussen (met urn) in een
                            urnennis moeten, voor zover nodig, voor het bijzetten van een overledene
                            of een asbus in een particulier graf grafbedekkingen door of namens de
                            rechthebbende op zijn of haar kosten worden verwijderd en
                            herplaatst.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>VII</nr><titel>Ruiming van particuliere en algemene graven</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Ruiming van particuliere en algemene graven</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Algemene en particuliere kindergraven worden niet geruimd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het voornemen van het college om een graf te ruimen wordt ten minste
                                een jaar voorafgaande aan het tijdstip waarop het graf geruimd zal
                                worden per brief aan de rechthebbende of, wanneer het een algemeen
                                graf betreft, aan de belanghebbende bekend gemaakt. Wanneer het
                                adres van de rechthebbende of belanghebbende niet bekend is maakt
                                het college het voornemen tot ruiming van het graf gedurende ten
                                minste een jaar voorafgaande aan het tijdstip van ruiming door
                                middel van een bij het graf te plaatsen bordje en bij de ingang van
                                de begraafplaats op het mededelingenbord bekend.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De bij de ruiming van het graf nog aanwezige menselijke resten
                                worden begraven en de as wordt verstrooid op een van de daartoe
                                bestemde gedeelten van de begraafplaats.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Nabestaanden van een overledene die begraven is in een algemeen graf
                                kunnen gedurende de in het eerste lid bedoelde termijn bij de
                                beheerder een aanvraag indienen om bij ruiming de menselijke resten,
                                indien mogelijk, bijeen te doen brengen voor crematie of voor
                                herbegraving ergens anders. Nabestaanden van een overledene waarvan
                                een asbus al of niet met een urn is bijgezet in een algemeen graf
                                kunnen bij de beheerder een aanvraag indienen om deze ter
                                beschikking te houden voor herbegraving of verstrooiing ergens
                                anders.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De rechthebbende op een particulier graf kan bij de beheerder een
                                aanvraag indienen om de menselijke resten te doen verzamelen om deze
                                opnieuw in dezelfde grafruimte te doen plaatsen dan wel om deze te
                                cremeren of ergens anders opnieuw te doen begraven. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De rechthebbende op een particulier urnengraf of particuliere
                                urnennis kan bij de beheerder een aanvraag indienen de asbus ter
                                beschikking te houden om ergens anders bij te zetten of om de as te
                                doen verstrooien.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>VIII</nr><titel>Gedeelte voor kerkgenootschap</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Kennisgeving kerkgenootschap onderhoudsbehoefte van
                                graven</titel></kop><al>Het college stelt het bestuur van het kerkgenootschap schriftelijk ervan
                            in kennis dat de grafbedekking van een of meer graven onderhoud en
                            herstel behoeft, wanneer het kerkgenootschap schriftelijk om een
                            dergelijke kennisgeving heeft verzocht.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>IX</nr><titel>Instandhouden historische graven en opvallende grafbedekking</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr><titel>Lijst</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college houdt een lijst bij van graven die van historische
                                betekenis zijn of waarvan de grafbedekking een opvallende kwaliteit
                                heeft.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Alvorens tot ruiming van graven wordt overgegaan onderzoekt het
                                college of er graven zijn die in aanmerking komen om op de lijst te
                                worden bijgeschreven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De gemeenteraad beslist over het ruimen van graven en het
                                verwijderen van grafbedekkingen die op de in het eerste lid bedoelde
                                lijst staan.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>X</nr><titel>Inrichting register</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr><titel>Voorschriften</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stelt voorschriften vast voor het register van de
                                begraven overledenen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het register wordt bijgehouden door de beheerder.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Iedere rechthebbende ontvangt op verzoek en tegen betaling van de
                                hiervoor verschuldigde rechten een uittreksel uit de
                                gravenadministratie, waaruit zijn recht blijkt</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>XI</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29</nr><titel>Intrekking oude regeling</titel></kop><al>De Beheerverordening begraafplaats en rouwcentrum De Munnikenhof,
                            vastgesteld op 14 december 2006, wordt ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Besluiten van het college die genomen zijn krachtens de
                                Beheerverordening begraafplaats en rouwcentrum De Munnikenhof gelden
                                als besluiten genomen krachtens deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening
                                een aanvraag om vergunning op grond van de Beheerverordening
                                begraafplaats en rouwcentrum De Munnikenhof is ingediend en voor het
                                tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening niet op de
                                aanvraag is beslist, wordt daarop de Beheerverordening begraafplaats
                                en rouwcentrum De Munnikenhof toegepast.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De volgende regels zijn uitsluitend van kracht voor het “oude
                                gedeelte” van de begraafplaats, dat wil zeggen voor de graven zonder
                                letteraanduiding en de graven gelegen in de vakken A, B, D en E.
                                Deze regels zijn eerder vastgesteld bij raadsbesluit van 18 januari
                                1961. Deze regels gelden alleen voor bestaande graven. Voor nieuwe
                                graven in dit gedeelte gelden de regels, zoals in deze verordening
                                vastgelegd.</al><lijst><li nr="a."><al>Afmetingen van de graven (raadsbesluit 1961)</al><al>De afmetingen van de grondruimte en de maximumafmetingen
                                        (buitenwerks) van de grafruimte zijn als volgt: </al><table><tgroup cols="3" char="" charoff="50" align="left"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="33*"/><tbody><row><entry colname="col1" morerows="0" rotate="0"><al>Soort graf</al></entry><entry colname="col2" morerows="0" rotate="0"><al>Afmetingen van de grondruimte </al></entry><entry colname="col3" morerows="0" rotate="0"><al>Maximumafmetingen (buitenwerks) van de
                                                  grafruimte </al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="0" rotate="0"><al>Grafkelder</al><al>Gemetseld graf</al><al>Grondgraf</al><al>Algemeen graf</al><al>Algemeen kindergraf</al></entry><entry colname="col2" morerows="0" rotate="0"><al>3,00 x 6,00 m</al><al>1,50 x 3,00 m</al><al>1,25 x 3,00 m</al><al>1,00 x 3,00 m</al><al>1,00 x 3,00 m</al></entry><entry colname="col3" morerows="0" rotate="0"><al>2,25 x 5,65 m</al><al>1,25 x 2,65 m</al><al>0,75 x 2,65 m</al><al>0,75 x 2,65 m</al><al>0,75 x 2,65 m</al></entry></row></tbody></tgroup></table></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>Aantal bijzettingen (raadsbesluit 1961)</al><lijst><li nr="1."><al>Een grafkelder wordt geacht ruimte te bieden voor
                                                zes lijkkisten van normale grootte.</al></li></lijst><lijst><li nr="2."><al>Een gemetseld graf, een grondgraf en een algemeen
                                                graf worden geacht elk ruimte te bieden voor drie
                                                lijkkisten van normale grootte.</al></li></lijst><lijst><li nr="3."><al>Een algemeen kindergraf wordt geacht ruimte te
                                                bieden voor acht lijkkisten.</al></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr="c."><al>Onderhoud van de graven (raadsbesluit 1961)</al><lijst><li nr="1."><al>Een rechthebbende is verplicht het eigen graf en de
                                                daarop geplaatste grafmonumenten in behoorlijke
                                                staat, dit ter beoordeling van het college, te
                                                onderhouden en schoon te houden.</al></li></lijst><lijst><li nr="2."><al>Bij nalatigheid van de rechthebbende kan het college
                                                hem aanschrijven binnen een maand de door hen
                                                noodzakelijk geachte voorzieningen te treffen. Wordt
                                                aan deze aanschrijving niet of niet volledig
                                                voldaan, dan is het college bevoegd deze
                                                voorzieningen te treffen of – indien zij hieraan de
                                                voorkeur geeft – hetgeen naar haar oordeel niet
                                                behoorlijk wordt onderhouden of schoongehouden op te
                                                ruimen, een en ander opkosten van de nalatige.</al></li></lijst><lijst><li nr="3."><al>Het onderhouden en schoonhouden van eigen graven en
                                                de daarop geplaatste grafmonumenten kan aan de
                                                gemeente worden overgedragen, echter slecht dan
                                                wanneer die eigen graven en de daarop geplaatste
                                                grafmonumenten in behoorlijke staat verkeren. Bij
                                                twijfel of iets behoort tot het onderhouden en
                                                schoonhouden beslist het college.</al></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr="d."><al>Uitgifte van graven</al><lijst><li nr="1."><al>Het recht tot begraven voor onbepaalde tijd dat is
                                                verleend bij deze graven eindigt op het tijdstip
                                                waarop de begraafplaats op grond van de Wet op de
                                                lijkbezorging gesloten wordt verklaard (raadsbesluit
                                                1961) of de rechthebbende afstand doet van het
                                                graf.</al></li></lijst><lijst><li nr="2."><al>Graven uitgegeven voor onbepaalde tijd waarin het in
                                                art. 28 aangegeven maximaal aantal lijkkisten is
                                                bijgezet, kunnen niet worden geruimd en onder de
                                                voorwaarden van 1961 opnieuw worden benut om
                                                lijkkisten bij te zetten. Wanneer het graf op
                                                verzoek van de rechthebbende geruimd wordt en
                                                rechthebbende wil hier opnieuw laten begraven,
                                                gelden de regels voor een eigen graf, zoals in deze
                                                verordening opgenomen.</al></li></lijst></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><al>Hij die handelt in strijd met artikel 3, derde lid en artikel 4, derde
                            en vijfde lid kan worden gestraft met een geldboete van de eerste
                            categorie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking
                            hiervan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>33</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Beheersverordening gemeentelijke
                            begraafplaats en rouwcentrum De Munnikenhof Veenendaal.</al><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Vastgesteld in de openbare vergadering van 2 februari 2012</ondertekening><ondertekening>raadsgriffier - de heer mr. E.J. Kruijswijk Jansen </ondertekening><ondertekening>voorzitter - de heer mr. T. Elzenga</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><tussenkop>TOELICHTING OP DE BEHEERSVERORDENING GEMEENTELIJKE
                    BEGRAAFPLAATS EN ROUWCENTRUM DE MUNNIKENHOF GEMEENTE VEENENDAAL </tussenkop><tussenkop>ALGEMENE TOELICHTING</tussenkop><tussenkop>Inleiding</tussenkop><al/><al>De Wet op de lijkbezorging van 12 juni 2009 noopt tot aanpassing van de
                    Verordening op het beheer van de gemeentelijke begraafplaats en het gebruik van
                    het gemeentelijk rouwcentrum De Munnikenhof gemeente Veenendaal. </al><tussenkop>1 De verordenende bevoegdheid</tussenkop><al>In artikel 147, eerste lid, van de Gemeentewet is bepaald dat gemeentelijke
                    verordeningen door de raad worden vastgesteld voor zover de bevoegdheid daartoe
                    niet bij de wet of door de raad krachtens de wet aan het college of burgemeester
                    is toegekend. Ingevolge artikel 149 van de Gemeentewet maakt de raad de
                    verordening die de raad in het belang van de gemeente nodig acht. Sinds de
                    inwerkingtreding van de Wet dualisering gemeentebestuur op 7 maart 2002 zijn in
                    de gemeente de bevoegdheden van de raad en het college ontvlecht. In het kader
                    hiervan zijn de bestuursbevoegdheden van de Gemeentewet geconcentreerd bij het
                    college en zijn de kaderstellende en controlerende bevoegdheden van de raad
                    versterkt.</al><al/><al>De grondslag voor de verordenende bevoegdheid voor begraafplaatsen berust op
                    artikel 149 van de Gemeentewet. Daarnaast moet worden genoemd artikel 35 van de
                    Wet op de lijkbezorging dat een verordening eist voor de dagen en uren dat de
                    gemeente gelegenheid moet geven tot begraven.</al><tussenkop>2 Gemeentelijk begraafplaatsenbeleid</tussenkop><al/><al>De Verordening op het beheer van de gemeentelijke begraafplaats en het gebruik
                    van het gemeentelijk rouwcentrum De Munnikenhof gemeente Veenendaal (hierna: de
                    Verordening) bevat verschillende regels die de gemeente hanteert voor de
                    instandhouding van en de dienstverlening op de gemeentelijke begraafplaats. In
                    dit hoofdstuk schenken wij aandacht aan enkele van deze regels.</al><al/><al>De burgers hebben vaak een emotionele betrokkenheid met de begraafplaats en
                    alles wat zich daarop afspeelt. Daarbij stelt de dienstverlening hen voor
                    financiële lasten. Dit maakt het nodig om de rechten en verplichtingen duidelijk
                    vast te leggen. Er is naar gestreefd om overbodige regelgeving te voorkomen en
                    procedures kort te houden. De beheerder van de begraafplaats kan worden
                    aangewezen voor contacten met de burgers.</al><tussenkop>3 Wijzigingen in wet- en regelgeving</tussenkop><tussenkop>3.1 Wet op de lijkbezorging</tussenkop><al/><al>De Wet op de lijkbezorging is op 12 juni 2009 gewijzigd. De wijziging werd van
                    kracht op 1 januari 2010. </al><al/><al>De wijzigingen die aanpassing van de Verordening noodzakelijk maken betreffen de
                    volgende wetsartikelen:</al><tussenkop>Artikel 16: ‘Begraving of verbranding geschiedt niet
                    eerder dan 36 uren na het overlijden en uiterlijk op de zesde werkdag na het
                    overlijden.’</tussenkop><al>In de oude wetstekst werd als laatst mogelijke dag de vijfde dag na het
                    overlijden genoemd. De verlenging van deze termijn heeft gevolgen voor de
                    termijn van aanmelding van herdenkingsbijeenkomsten e.d. op de begraafplaats,
                    die doorgaans niet kunnen samenvallen met een begrafenis. Dit wordt geregeld in
                    artikel 5 (‘Plechtigheden’) van de Verordening.</al><tussenkop>Artikel 23, tweede lid: ‘Begraving geschiedt in een
                    algemeen graf, waarbij de houder van de begraafplaats bepaalt wie daarin wordt
                    begraven, dan wel in een particulier graf, zijnde een graf waarop een
                    uitsluitend recht is gevestigd, waarbij de rechthebbende bepaalt wie daarin
                    wordt begraven.’</tussenkop><al/><al>De term ´algemeen graf´ kwam in de oude wetstekst niet voor, maar werd al wel
                    gebruikt in de voorheen geldende Beheerverordening begraafplaats en rouwcentrum
                    De Munnikenhof, zoals vastgesteld op 14 december 2006. Daarentegen sprak die
                    verordening van een ´eigen graf´ wanneer het een graf betrof waarop een
                    uitsluitend recht was gevestigd. In de nieuwe Verordening wordt de terminologie
                    van de gewijzigde wet gevolgd.</al><tussenkop>Artikel 27a. </tussenkop><al>In dit nieuwe artikel wordt bepaald dat de houder van de begraafplaats ten
                    minste zes maanden en ten hoogste twaalf maanden voor het verstrijken van de
                    termijn van uitgifte van een algemeen graf schriftelijk mededeling daarvan doet
                    aan de belanghebbende bij het graf. Nu dit bij wet is geregeld is de noodzaak
                    dit op te nemen in de Verordening vervallen.</al><tussenkop>Artikel 28</tussenkop><al>Het eerste lid van dit artikel is gewijzigd in die zin, dat de minimumtermijn
                    voor verlening van het uitsluitend recht op een graf van twintig jaar is
                    teruggebracht tot tien jaar.</al><al/><al>De laatste zin van dit lid betreft de verlenging en luidt: ‘Het voor bepaalde
                    tijd verleende recht wordt op verzoek, mits gedaan binnen twee jaar voor het
                    verstrijken van de termijn, telkens verlengd, met dien verstande dat de houder
                    van de begraafplaats kan bepalen dat een periode van verlenging niet korter is
                    dan vijf jaar en niet langer is dan twintig jaar.’</al><al/><al>Voor de Verordening heeft dit overigens geen betekenis nu het uitsluitend recht
                    op een graf gehandhaafd is op 30 jaar, steeds te verlengen met een termijn van
                    10 jaar.</al><al/><al>Het vierde, vijfde, zesde en zevende lid van artikel 28 bevatten nieuwe
                    bepalingen betreffende kennelijke verwaarlozing van het onderhoud van een
                    graf:</al><al/><al>Lid 4: ‘In geval van kennelijke verwaarlozing van het onderhoud van een
                    particulier graf, kan de houder van de begraafplaats, voor zover de plicht tot
                    onderhoud niet bij hem ligt, deze verwaarlozing vastleggen in een schriftelijke
                    verklaring, die hij toezendt aan de rechthebbende, die binnen één jaar na
                    ontvangst in het onderhoud voorziet.’</al><al/><al>Lid 5: ‘Indien de ontvangst van de verklaring, bedoeld in het vierde lid, niet
                    bevestigd wordt, maakt de houder van de begraafplaats de verklaring bekend bij
                    het graf en bij de ingang van de begraafplaats, gedurende een periode van vijf
                    jaar dan wel totdat in die periode in het onderhoud is voorzien.’</al><al/><al>Lid 6: ‘Indien toepassing is gegeven aan het vierde of vijfde lid en niet alsnog
                    in het onderhoud van het graf is voorzien, vervalt het recht op het graf op het
                    moment dat de periode van één dan wel vijf jaar, bedoeld in het vierde
                    respectievelijk vijfde lid, is verstreken.’</al><al/><al>Lid 7: ‘Indien het recht op het graf nog geen twintig jaar is gevestigd op het
                    moment dat de periode, bedoeld in het vijfde lid is verstreken, blijft de
                    bekendmaking in stand totdat de periode van twintig jaar is verstreken dan wel
                    totdat in die periode in het onderhoud is voorzien. Indien niet voordien in het
                    onderhoud van het graf is voorzien, vervalt het recht op het graf zodra de
                    termijn van twintig jaar is verstreken.’</al><al/><al>Deze bepalingen geven de houder van de begraafplaats de mogelijkheid de
                    grafrechten van verwaarloosde graven vijf jaar na constatering en bekendmaking
                    te laten vervallen, met dien verstande dat de minimale uitgiftetermijn (tien
                    jaar) wordt gerespecteerd. Vóór de wetswijziging kon het recht pas dertig jaar
                    na de laatste begraving vervallen. Voor de Verordening heeft dit overigens geen
                    directe gevolgen. Wel wordt de formulering van de wijze van bekendmaking steeds
                    gevolgd in de Verordening.</al><al/><tussenkop>Artikel 32.</tussenkop><al/><al>Dit artikel gaf in de ongewijzigde wet de minister de mogelijkheid bij algemene
                    maatregel van bestuur regels te stellen over de wijze van begraven, de
                    inrichting van het graf en de afstand van de graven onderling. Dit is uitgebreid
                    met de mogelijkheid regels te stellen over het ruimen van de graven, het
                    verwijderen van de grafmonumenten en de teraardebestelling van de overblijfselen
                    der overledenen. Deze wijziging kwam tot stand nadat was gebleken dat de
                    samenleving behoefte had aan bepaalde richtlijnen voor met name het ruimen en de
                    teraardebestelling van de overblijfselen.</al><al/><al>Duidelijk is dat de beheerder de plicht heeft er zorg voor te dragen dat er
                    altijd met respect en piëteit wordt omgegaan met menselijke resten.</al><al/><tussenkop>Artikel 32a.</tussenkop><al/><al>In dit nieuwe artikel wordt bepaald dat gedurende de periode dat een graf niet
                    geruimd mag worden het artikel 20, eerste lid, aanhef en onder e en f, van Boek
                    5 van het Burgerlijk Wetboek niet van toepassing is op hetgeen op het graf is
                    geplaatst. Dit artikel van het Burgerlijk Wetboek betreft de natrekking. In 2002
                    heeft de Hoge Raad de uitspraak gedaan dat graftekens (van graven met
                    uitsluitend recht als bedoeld in artikel 28 Wet op de lijkbezorging) middels
                    natrekking in eigendom toebehoren aan de eigenaar van de grond. De consequentie
                    van deze uitspraak was dat de begraafplaats als eigenaar van grafmonumenten
                    aansprakelijk was voor de schade die het grafmonument aan een ander grafmonument
                    of aan een ander object, mens of dier aanbrengt (risicoaansprakelijkheid). Het
                    nieuwe wetsartikel legt de eigendom en daarmee ook de risicoaansprakelijkheid
                    van de graftekens bij de rechthebbende.</al><tussenkop>3.2 Vermindering administratieve lasten</tussenkop><al/><al>Veel zaken zijn in de Verordening geregeld door middel van een meldingsplicht,
                    zoals het houden van plechtigheden (art. 5), het doen begraven en het doen
                    bijzetten of doen verstrooien van as en het door de nabestaanden zelf openen en
                    sluiten van een graf (art.7) en het hebben van een gedenkteken. Een melding
                    genereert weinig administratieve lasten.</al><tussenkop>ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING</tussenkop><tussenkop>Artikel 1 Begripsbepalingen</tussenkop><al>In dit artikel worden de gebruikte begrippen gedefinieerd.</al><al>a., b., c. </al><al>Volgens artikel 23, tweede lid van de Wet op de lijkbezorging is het aan de
                    houder van de begraafplaats te bepalen wie in een algemeen graf wordt
                    begraven.</al><al/><al>l. en k. </al><al>Grafkelders worden in de praktijk steeds vaker gebruikt. Deze constructies
                    kunnen ook bovengronds worden geplaatst, als onderdeel van een muur of
                    wand.</al><al>Wanneer een of meerdere overledenen worden begraven of asbussen worden bijgezet
                    in een grafkelder, spreekt men van een keldergraf, in tegenstelling tot een
                    zandgraf.</al><al/><al>n.</al><al>Een particulier graf werd in de oude Beheersverordening aangeduid als ‘eigen’
                    graf. Ook in het algemeen spraakgebruik wordt de term ‘eigen graf’ nog altijd
                    gebezigd. De nieuwe Beheersverordening volgt echter de terminologie van de Wet
                    op de lijkbezorging.</al><al/><al>v.</al><al>De mogelijkheid van het verstrooien van as bestaat voor de daarvoor aangewezen
                    locaties op de begraafplaats.</al><al/><tussenkop>Artikel 2 Uitbreiding begrippen particulier en algemeen
                    graf</tussenkop><al>Voor een particulier graf, particulier urnengraf, particuliere urnennis en
                    particuliere gedenkplaats gelden vrijwel dezelfde rechten en plichten.</al><tussenkop>Artikel 3 Openstelling begraafplaats</tussenkop><al>Dit artikel maakt het de beheerder tevens mogelijk de begraafplaats geheel of
                    gedeeltelijk te sluiten wanneer dit voor het ruimen van graven noodzakelijk
                    is.</al><tussenkop>Artikel 4 Ordemaatregelen</tussenkop><al>De Verordening bevat gedragsvoorschriften voor hen die van de begraafplaats
                    gebruik maken, in het belang van orde, rust en netheid. </al><tussenkop>Artikel 5 Plechtigheden</tussenkop><al>Met dit artikel wordt beoogd plechtigheden ordelijk te doen verlopen. Door te
                    eisen dat de mededeling zes werkdagen vooraf moet plaatshebben, kan worden
                    voorkomen dat de plechtigheid samenvalt met een begrafenis. Een begrafenis dient
                    volgens de wet uiterlijk op de zesde werkdag na het overlijden te
                    geschieden.</al><al/><al>Bijeenkomsten die het karakter van een plechtigheid te buiten gaan, kunnen het
                    karakter hebben van een openbare manifestatie. Hiervan moet vooraf kennisgeving
                    worden gedaan aan de burgemeester volgens de Wet openbare manifestaties van 1988
                    en mogelijk van toepassing zijnde APV-bepalingen.</al><tussenkop>Artikel 6 Opgravingen en ruimen</tussenkop><al>Uitdrukkelijk is gesteld dat bij opgraving van een lichaam of bij ruiming van
                    een of meer graven alleen de personen aanwezig mogen zijn die met de
                    werkzaamheden zijn belast.</al><tussenkop>Artikel 7 Kennisgeving begraven en asbezorging, openen en
                    sluiten van het graf</tussenkop><al>Een schriftelijke kennisgeving is nodig omdat duidelijk vast moet liggen wat
                    voor graf er wordt gevraagd.</al><al>De as kan volgens artikel 62 van de Wet op de lijkbezorging worden bijgezet in
                    of op een graf dan wel op een afzonderlijke plaats, meestal een urnennis.</al><al/><al>In de voorheen geldende Beheerverordening begraafplaats en rouwcentrum De
                    Munnikenhof, zoals vastgesteld op 14 december 2006, was de bepaling opgenomen
                    dat het lijk bij aankomst op de begraafplaats of in het crematorium voorzien
                    diende te zijn van een identiteitskenmerk. Deze bepaling is geschrapt, omdat dit
                    vereiste volgt uit artikel 8 van de Wet op de lijkbezorging.</al><al/><al>Indien de nabestaanden alle of bepaalde werkzaamheden zelf willen verrichten
                    zijn, ook om redenen van veiligheid, toch de aanwijzingen en de hulp van het
                    personeel van de begraafplaats nodig. Het gaat dan vooral om het openen en
                    sluiten van het graf. De werkzaamheden kunnen eventueel door de nabestaanden en
                    het personeel van de begraafplaats samen worden verricht. Zo kunnen de
                    nabestaanden bijvoorbeeld een begin maken. Vervolgens kan het personeel de
                    handelingen verrichten waar ervaring voor nodig is of die van de nabestaanden te
                    zware lichamelijke inspanning vragen. Werkzaamheden als het aanbrengen van de
                    grafranden ter stutting van de grond om het geopende graf en het verwijderen van
                    die randen voor het sluiten van het graf zullen door het personeel moeten worden
                    verricht.</al><tussenkop>Artikel 8 Gebruik gemeentelijk rouwcentrum De
                    Munnikenhof</tussenkop><al>Dit artikel spreekt voor zich.</al><tussenkop>Artikel 9 Over te leggen stukken </tussenkop><al>De Wet op de lijkbezorging schrijft voor dat de behandelende arts of de
                    gemeentelijke lijkschouwer een verklaring van overlijden afgeeft aan de
                    ambtenaar van de burgerlijke stand (artikel 12). Vervolgens geeft deze
                    schriftelijk verlof tot begraven of cremeren (artikel 11). Dit verlof dient te
                    worden overlegd aan de beheerder. Door de medewerking aan de begrafenis te
                    weigeren wanneer dit verlof niet in zijn bezit is, voldoet de beheerder aan de
                    wettelijke vereisten.</al><al>Vanuit het oogpunt van vermindering van administratieve lasten verdient het
                    aanbeveling het hierboven genoemde traject zo soepel mogelijk te doen verlopen. </al><al/><al>De bezorging van as omvat zowel het bijzetten als de verstrooiing.</al><al>Er mag van worden uitgegaan dat het stoffelijk overschot van de rechthebbende
                    zelf in het particuliere graf mag worden bijgezet (lid 2). Het verzoek tot
                    overschrijving van het recht dient in dit geval wel vóór de bijzetting te worden
                    gedaan volgens artikel 17, tweede lid.</al><al/><al>De wettelijke minimum grafrusttermijn (lid 3) is de termijn dat een lijk volgens
                    de wet ten minste begraven moet blijven voordat het mag worden geruimd. Het is
                    voorgekomen dat in particuliere graven begravingen of bijzettingen betrekkelijk
                    kort voor het aflopen van de uitgiftetermijn plaatsvonden. Daarom is vastgelegd
                    dat in dergelijke gevallen begraving of bijzetting alleen kan plaatsvinden onder
                    gelijktijdige verlenging van de uitgiftetermijn. Uiteraard zal die verlenging
                    dan een periode moeten omvatten die de alsdan resterende uitgiftetermijn ten
                    minste gelijk maakt aan de wettelijke minimum grafrusttermijn, i.e. 10
                    jaar.</al><tussenkop>Artikel 10 Tijden van begraven en asbezorging</tussenkop><al>Artikel 35 van de Wet op de lijkbezorging verplicht tot de mogelijkheid van
                    begraven op iedere dag gedurende een bij gemeentelijke verordening te bepalen
                    tijd, met uitzondering van zon- en feestdagen. Gemeenten zijn vrij te bepalen
                    dat ook op zondag of een algemeen erkende feestdag wordt begraven. Joodse
                    begrafenissen vinden niet plaats op de sabbat (i.e. zaterdag). Het
                    Nederlands-Israëlitisch Kerkgenootschap heeft er daarom belang bij dat de
                    begraafplaatsen op zondagen en niet-Joodse feestdagen voor een begrafenis kunnen
                    worden opengesteld. Daarnaast zijn er ook andere gevallen denkbaar waarin de
                    nabestaanden er een belang bij hebben om op een zon- of feestdag een begrafenis
                    of asbezorging te kunnen doen plaatshebben. In de praktijk is het mogelijk om de
                    begraafplaats alleen in bijzondere gevallen hiervoor open te stellen.</al><al/><al>Een bijzonder geval kan zich voordoen als de burgemeester toestemming heeft
                    gegeven om een lijk binnen 36 uur te begraven. Sommige nabestaanden vragen om
                    deze toestemming om godsdienstige redenen. Daarnaast kan spoed geboden zijn in
                    geval van lijkvinding.</al><tussenkop>Artikel 11 Indeling graven en asbezorging</tussenkop><al>Naast de particuliere graven noemt dit artikel de verschillende andere soorten
                    van voorzieningen op de begraafplaats. Gedenkplaatsen kunnen bijvoorbeeld worden
                    uitgegeven voor vermisten of als de persoon in het buitenland is overleden en
                    het stoffelijk overschot niet naar Nederland is vervoerd.</al><tussenkop>Artikel 12 Aantal overledenen in algemene
                    graven</tussenkop><al>Het Besluit op de lijkbezorging van 4 december 1997 bevat in artikel 5 de
                    bepaling dat er ten hoogste drie overledenen boven elkaar mogen worden </al><al>begraven.</al><tussenkop>Artikel 13 Volgorde van uitgifte</tussenkop><al>Een graf zal alleen buiten de volgorde van ligging worden toegewezen als dit
                    niet bezwaarlijk is voor de situatie op de begraafplaats. Hierbij kan worden
                    gedacht aan het aanzien van de begraafplaats en de gesteldheid van de
                    bodem.</al><tussenkop>Artikel 14 Categorieën</tussenkop><al>Een indeling in categorieën is nodig als het college verschillende regels wil
                    vaststellen voor de grafbedekkingen op de graven die liggen op de verschillende
                    delen (categorieën) van de begraafplaats.</al><tussenkop>Artikelen 15 en 16 Termijnen algemene en particuliere
                    graven</tussenkop><al>In de gemeente Veenendaal is ervoor gekozen om algemene graven voor een termijn
                    van 30 jaar ter beschikking te stellen, zonder mogelijkheid van verlenging.</al><al/><al>Volgens artikel 28, eerste lid van de Wet op de lijkbezorging kan het
                    uitsluitend recht op een graf voor ten minste tien jaar worden verleend. Voorts
                    kan, wanneer sprake is van verlenging, de houder van de begraafplaats bepalen
                    dat de periode van verlenging niet korter is dan vijf jaar en niet langer dan
                    twintig jaar. In de gemeente Veenendaal is gekozen voor een uitgiftetermijn voor
                    particuliere graven van 30 jaar. Voor de verlenging is gekozen voor een periode
                    van telkens 10 jaar.</al><al/><al>Soms verkeren rechthebbenden in de onjuiste veronderstelling dat de
                    uitgiftetermijn pas begint te lopen op het moment van de eerste begraving of
                    bijzetting. Daarom is de laatste zin in het eerste lid van artikel 16,
                    betreffende de aanvang van de termijn, opgenomen.</al><al/><al>De Wet op de lijkbezorging bepaalt in artikel 28 dat vanaf twee jaar voor het
                    verstrijken van de lopende termijn verlenging van de termijn kan worden
                    aangevraagd. Binnen een jaar na het begin van deze periode moet, volgens het
                    tweede lid van genoemd wetsartikel, het college de rechthebbende op het graf
                    meedelen dat de termijn gaat aflopen. Volgens het oude wetsartikel diende deze
                    mededeling schriftelijk te geschieden ‘aan de rechthebbende wiens adres de
                    houder van de begraafplaats bekend is of redelijkerwijs bekend kan zijn’. Het
                    laatste deel van de zin (‘of redelijkerwijs bekend kan zijn’) is bij de
                    wijziging van de wet geschrapt. In het kader van de vermindering van
                    administratieve lasten komt de verantwoordelijkheid voor het geven van het
                    juiste adres nu uitdrukkelijk bij de rechthebbende te liggen. Van de houder van
                    de begraafplaats wordt dan niet méér verlangd dan dat hij het adres uit zijn
                    eigen administratie gebruikt. Tevens ontslaat dit de beheerder van de plicht het
                    GBA-netwerk te (doen) raadplegen. </al><al/><al>Wanneer niet binnen drie maanden om verlenging van het recht is verzocht, dient
                    de mededeling bekend te worden gemaakt bij het graf en bij de ingang van de
                    begraafplaats tot aan het einde van de periode dat de rechthebbende om
                    verlenging van de termijn van uitgifte kan vragen.</al><al>Zie verder voor de bekendmakingen de toelichting op artikel 25.</al><al/><al>Indien er ten tijde van de opheffing van de begraafplaats nog rechten op
                    particuliere graven bestaan, zal in overleg met de rechthebbenden moeten worden
                    bezien welke beslissingen er ten aanzien van die graven zullen worden
                    genomen.</al><tussenkop>Artikel 17 Overschrijding van verleende
                    rechten</tussenkop><al>Het recht op een particulier graf wordt verleend door een beschikking van het
                    college. Hierin wordt aan de aanvrager het uitsluitend recht gegeven om
                    overledenen in een bepaald graf te doen begraven. In juridisch opzicht is een
                    vergelijking mogelijk met de vergunning een standplaats in te nemen op de
                    openbare weg. De koopman mag op een bepaalde plaats staan. Net als bij de
                    standplaatsvergunning steunt het recht om overledenen in een bepaald graf –
                    vroeger aangeduid als 'eigen graf' – te begraven op een persoonlijke
                    beschikking. De eigenaar kan zijn recht dus niet verkopen. Het recht kan op
                    verzoek van de rechthebbende wel worden overgeschreven op een ander.</al><al/><al>Het is gewenst dat er na overlijden van een rechthebbende een nieuwe
                    rechthebbende wordt aangewezen die de verantwoordelijkheid voor de grafruimte en
                    de daaraan verbonden kosten op zich neemt. De termijn, waarbinnen de aanvraag
                    tot overschrijving kan worden gedaan, is gesteld op 1 jaar na het overlijden van
                    de rechthebbende. Er is geen reden een langere termijn aan te houden.</al><al/><al>Het vierde lid van dit artikel geeft het college de mogelijkheid zo nodig van de
                    genoemde termijn af te wijken.</al><al/><al>In het geval dat de stoffelijke resten van de rechthebbende in het graf moeten
                    worden bijgezet dient het verzoek tot overschrijving vóór de bijzetting te
                    worden gedaan. Doorgaans worden, na een overlijden, door de nabestaanden meteen
                    al de noodzakelijke regelingen getroffen. Logischerwijs is dan het aanwijzen van
                    een nieuwe rechthebbende daar één van.</al><tussenkop>Artikel 18 Afstand doen van graven</tussenkop><al>Dit artikel is opgenomen om buiten twijfel te stellen dat de rechthebbende
                    afstand van het graf kan doen.</al><tussenkop>Artikel 19 Melding gedenkteken</tussenkop><al>Als elke regelgeving voor grafbedekkingen ontbreekt, kan het aanzien van
                    begraafplaatsen chaotisch worden. Ook en vooral dienen de veiligheidsaspecten te
                    worden genoemd. Het andere uiterste, een strak keurslijf van bepalingen die elke
                    persoonlijke of kunstzinnige uiting aan banden legt of onmogelijk maakt, moet
                    worden voorkomen. De verordening geeft de burgers de nodige vrijheid; het
                    beperkt zich tot het aangeven van minimumeisen voor de afmetingen, constructie
                    en materiaalkeuze waaraan de grafbedekking moet voldoen. Deze eisen zijn
                    uitgewerkt in de nadere regels van het college. Vanwege de wens om
                    administratieve lasten te beperken is er gekozen voor een melding vooraf. Indien
                    het gedenkteken niet voldoet aan de eisen kan dit aangegeven worden en kan het
                    college het gewenste gedenkteken verbieden.</al><al/><al>Als er geen grafbedekking wordt aangebracht zal wel moeten worden aangeduid dat
                    er iemand begraven ligt om te voorkomen dat bezoekers ongewild over het graf
                    lopen. Uit een aanduiding bij het graf en uit de administratie zal voorts moeten
                    blijken wie daar begraven is.</al><tussenkop>Artikel 20 Onderhoud van grafbedekking door rechthebbende
                    of gebruiker</tussenkop><al>In dit artikel worden de rechten en de plichten van de rechthebbende of, in het
                    geval van algemene graven, van de gebruiker ten aanzien van de grafbedekking
                    omschreven. Alleen in dit artikel is sprake van plichten voor (bepaalde)
                    nabestaanden van overledenen die zijn bijgezet in een algemeen graf. Daarom
                    wordt hier de in artikel 1 (‘Begripsbepalingen’) gedefinieerde term ‘gebruiker’
                    gebezigd in plaats van de ruimer op te vatten term ‘belanghebbende’, die
                    voorkomt in verband met het begrip ‘algemeen graf’ in de Wet op de lijkbezorging
                    (artikel 27a).</al><al/><al>De eigendom en daarmee ook de risicoaansprakelijkheid van hetgeen op het graf is
                    geplaatst ligt, volgens art. 32a van de Wet op lijkbezorging, bij de
                    rechthebbende. Van natrekking is geen sprake zolang het graf niet geruimd mag
                    worden.</al><al/><al>Indien er sprake is van verwaarlozing van de grafbedekking kan de beheerder van
                    de begraafplaats de rechthebbende of de gebruiker aanspreken en sommeren tot het
                    verrichten van herstelwerkzaamheden aan de grafbedekking. De Wet op de
                    lijkbezorging bepaalt in artikel 28, het vierde tot en met het zevende lid, dat
                    het recht op het graf vervalt wanneer vijf jaar na constatering en bekendmaking
                    van de verwaarlozing niet in het onderhoud is voorzien. Hierbij wordt rekening
                    gehouden met de termijn van grafrust en de uitgiftetermijn van het graf. Zie ook
                    de algemene toelichting.</al><tussenkop>Artikel 21 Onderhoud door de gemeente</tussenkop><al>In dit artikel is duidelijk omschreven welke onderdelen van het onderhoud door
                    de gemeente worden verzorgd. Het onderhoud door de gemeente is een minimale zorg
                    met de bedoeling dat de begraafplaats als geheel een verzorgd aanzien heeft. Op
                    de graven kunnen winterharde beplantingen worden aangebracht, zoals rozen,
                    coniferen en buxushagen. De zorg voor deze blijvende beplantingen kan omvatten
                    het snoeien, het verwijderen van onkruid en het aanbrengen van nieuwe planten. </al><tussenkop>Artikel 22 Voorwerpen en beplanting</tussenkop><al>In de dagelijkse praktijk rijzen er nog wel eens problemen over verwijderde
                    bloemen en eenjarige planten zoals afrikanen en geraniums. Omdat de bloemen en
                    planten eigendom zijn van de rechthebbenden of de belanghebbenden is een
                    waarschuwing vooraf op zijn plaats. Het zou echter veel te omslachtig zijn
                    genoemde personen steeds per brief te waarschuwen dat de verwaarloosde planten
                    of verwelkte bloemen zullen worden verwijderd. </al><tussenkop>Artikel 23 Verwijdering grafbedekking na verstrijken van
                    de termijn</tussenkop><al>De rechthebbende dient volgens artikel 28, tweede lid van de Wet op de
                    lijkbezorging ten minste een jaar voor het verstrijken van de termijn van het
                    recht op de hoogte te worden gesteld van dit feit, en van de mogelijkheid
                    verlenging van het recht te vragen. In veel gevallen kan dan gelijktijdig de
                    mededeling worden gedaan dat, wanneer niet om verlenging wordt verzocht, het
                    college opdracht zal geven de grafbedekking na het verstrijken van de termijn te
                    verwijderen en het graf te ruimen. Tevens kan worden meegedeeld dat de
                    grafbedekking dertien weken na verwijdering aan de gemeente vervalt.</al><al/><al>Ook nabestaanden van overledenen die zijn begraven in een algemeen graf dienen,
                    volgens artikel 27a van de Wet op de lijkbezorging, op hoogte te worden gesteld
                    van het verstrijken van de termijn van uitgifte. Deze mededeling dient volgens
                    de wet ‘ten minste zes maanden en ten hoogste twaalf maanden voor het
                    verstrijken van de termijn van uitgifte’ aan de belanghebbende bij dat graf te
                    worden gedaan. Hierbij kan dan gelijktijdig de mededeling worden gedaan dat de
                    mogelijk aanwezige grafbedekking zal worden verwijderd en dat het graf zal
                    worden geruimd. </al><al/><al>De bordjes bij de graven met een mededeling dienen alleen aan de bezoekers van
                    die graven op te vallen. Op enkele begraafplaatsen zijn goede ervaringen
                    opgedaan met bordjes van 22 x 8 cm in een onopvallende kleur.</al><al/><al>De grafbedekking kan ook worden verwijderd nadat het college het grafrecht
                    vervallen heeft verklaard omdat er na het overlijden van de rechthebbende niet
                    tijdig een nieuwe rechthebbende is aangewezen (artikel 17, derde lid), of omdat
                    het onderhoud van het graf is verwaarloosd (artikel 28, zesde lid van de Wet op
                    de lijkbezorging). In dat geval geldt eveneens het vereiste van de voorafgaande
                    mededeling per brief of door het plaatsen van een bordje bij het graf gedurende
                    minstens een jaar.</al><al/><al>In de voorheen geldende verordening was voor de recht- of belanghebbende de
                    mogelijkheid opgenomen een aanvraag in te dienen om de grafbedekking na
                    verwijdering een bepaalde periode ter beschikking te houden. Dit bracht veel
                    administratieve lasten met zich; daarom is deze mogelijkheid in de nieuwe
                    verordening niet meer opgenomen. Voor relevante wetgeving over eigendom van
                    roerende zaken zie artikel 8, Burgerlijk Wetboek Boek 5 en artikel 5:30 Algemene
                    wet bestuursrecht.</al><tussenkop>Artikel 24 Verwijderen en herplaatsen grafbedekking in
                    verband met bijzetting</tussenkop><al>Dit artikel is opgenomen zodat duidelijk is dat de kosten die gemoeid zijn met
                    bijzetting niet voor rekening van de gemeente komen. </al><tussenkop>Artikel 25 Ruiming van particuliere en algemene graven </tussenkop><al>Volgens artikel 31, tweede lid van de Wet op de lijkbezorging kan een
                    particulier graf alleen geruimd worden met toestemming van de rechthebbende. Het
                    recht op een graf kan echter vervallen na het verstrijken van de termijn, of
                    omdat er na het overlijden van de rechthebbende niet tijdig een nieuwe
                    rechthebbende is aangewezen (artikel 17, derde lid van de Verordening). Ook kan
                    het recht vervallen na verwaarlozing van het onderhoud, volgens artikel 28,
                    zesde lid van de Wet op de lijkbezorging.</al><al/><al>De mededeling dat het college voornemens is om de graven te ruimen wordt gedaan
                    zowel aan de rechthebbenden op particuliere graven als aan de nabestaanden van
                    overledenen die zijn begraven in een algemeen graf. </al><al>Eenieder kan van zijn zienswijze doen blijken, bijvoorbeeld omdat het graf van
                    historische betekenis is. </al><al/><al>Volgens het zesde lid van artikel 25 kan de rechthebbende vragen om de
                    overblijfselen te doen verzamelen om deze te cremeren, dan wel bij te zetten in
                    een ander graf op dezelfde begraafplaats of over te brengen naar een andere
                    begraafplaats. Ook wordt de mogelijkheid gegeven om de overblijfselen in
                    dezelfde grafruimte te doen plaatsen (het zogenaamde schudden). Het graf wordt
                    dan extra diep uitgegraven, en de overblijfselen worden onderin geplaatst. De
                    rechthebbende kan dan vervolgens het graf bestemmen voor andere overledenen. Op
                    deze wijze kan het graf gedurende langere tijd in dezelfde familie blijven.</al><al/><al>Het vijfde lid van artikel 25 opent de mogelijkheid ook bij ruiming van algemene
                    graven de stoffelijke overblijfselen dan wel de as een andere bestemming te
                    geven dan die welke genoemd is in het vierde lid.</al><al/><al>Met betrekking tot het ruimen is in de verordening gekozen voor een zorgplicht
                    voor de gemeente, als beheerder van de begraafplaats. Op de beheerder rust de
                    plicht er zorg voor te dragen dat met de menselijke resten welke bij de ruiming
                    van een graf worden aangetroffen te allen tijde respectvol wordt omgegaan. Er
                    dienen bovendien maatregelen te worden getroffen zodat bezoekers van de
                    begraafplaats niet met de menselijke resten worden geconfronteerd. </al><tussenkop>Artikel 26 Kennisgeving onderhoudsbehoefte van
                    graven</tussenkop><al>Het ter beschikking van een kerkgenootschap gestelde deel op een gemeentelijke
                    begraafplaats valt volgens artikel 39 van de Wet op de lijkbezorging onder het
                    beheer van de gemeente. Hierdoor is ook de beheersverordening op dit gedeelte
                    van de begraafplaats van toepassing. Het college is dus verantwoordelijk voor de
                    goede gang van zaken op het ter beschikking van het kerkgenootschap gestelde
                    gedeelte. Het college voorziet ook in het minimale onderhoud van de
                    grafbedekkingen op het kerkelijk deel (artikel 21).</al><al/><al>Het kerkbestuur kan er behoefte aan hebben om van het college bericht te
                    ontvangen als volgens hun oordeel onderhoud of herstel nodig is van de
                    grafbedekking van een of meer graven op het kerkelijk deel. Het betreft hier het
                    onderhoud waartoe de rechthebbende of de gebruiker verplicht is volgens artikel
                    20. Soms waakt een kerkgenootschap over de graven als er geen nabestaanden meer
                    in leven zijn.</al><al/><al>Als het kerkbestuur schriftelijk aan het college heeft gevraagd om steeds als
                    zich de noodzaak van onderhoud of herstel van grafbedekking voordoet, te worden
                    geïnformeerd zal aan dit verzoek moeten worden voldaan. Het kerkgenootschap kan
                    zich dan beraden hoe te handelen.</al><tussenkop>Artikel 27 Lijst</tussenkop><al>Het is voorgekomen dat graven die van bijzondere waarde zijn ondoordacht werden
                    geruimd. Een graf kan van betekenis zijn vanwege de persoon die er is begraven,
                    maar ook uitsluitend vanwege het gedenkteken. De overledene kan voor de
                    plaatselijke gemeenschap van betekenis zijn geweest. Het gedenkteken kan
                    opvallen door zijn vormgeving en door het gebruikte materiaal. Als voorbeeld
                    kunnen gietijzeren gedenktekens worden genoemd, vaak subtiel voorzien van
                    symbolen van de dood. Het materiaal herinnert aan een al lang verdwenen
                    nijverheid en is alleen al daardoor van waarde. Er dienen maatregelen te worden
                    getroffen zodat graven van bekende overledenen niet meer ondoordacht worden
                    geruimd en zeldzame voorwerpen op een terrein dat zozeer aan het verleden
                    herinnert, behouden blijven. Bij twijfel over de betekenis van het gedenkteken
                    verdient het aanbeveling een deskundige te raadplegen.</al><tussenkop>Artikel 28 Voorschriften</tussenkop><al>Het register van de bezorgde as is niet opgenomen in deze verordening, aangezien
                    artikel 10 van het Besluit op de lijkbezorging van 4 december 1997
                    gedetailleerde voorschriften voor dit register geeft.</al><tussenkop>Artikel 29 Intrekken oude regeling</tussenkop><al>In artikel 29 wordt geen tijdstip vermeld waarop de oude verordening wordt
                    ingetrokken. Dat is ook niet nodig. De datum waarop de oude regeling vervalt, is
                    de datum waarop de nieuwe verordening in werking treedt.</al><tussenkop>Artikel 30 Overgangsbepaling</tussenkop><al>Dit artikel spreekt voor zich.</al><tussenkop>Artikel 31 Strafbepaling</tussenkop><al>De verordening is een besluit van het gemeentebestuur op overtreding waarvan
                    straf is gesteld. Een dergelijk besluit wordt op dezelfde wijze bekendgemaakt
                    als alle overige besluiten van het gemeentebestuur die algemeen verbindende
                    voorschriften inhouden (zie artikel 139 van de Gemeentewet). </al><al/><al>Voorts is de gemeente gehouden dit besluit mede te delen aan het parket van het
                    arrondissement waarin de gemeente is gelegen, volgens artikel 143 van de
                    Gemeentewet.</al><al/><al>De geldcategorieën zijn geregeld in artikel 23, vierde lid van het Wetboek van
                    Strafrecht. Een geldboete van de eerste categorie bedraagt € 380,-- (per 1
                    januari 2010).</al><tussenkop>Artikel 32 Inwerkingtreding</tussenkop><al>Hier geldt artikel 142 van de Gemeentewet: Alle verordeningen treden in werking
                    op de achtste dag na bekendmaking, tenzij daarvoor een ander tijdstip was
                    aangewezen.</al><tussenkop>Artikel 33 Citeertitel</tussenkop><al>Dit artikel spreekt voor zich.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>