<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR123257_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de ambtelijke bijstand en fractieondersteuning 2002</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Kapelle</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-11-28</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Kapelle</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Scheldepost, 3 juli 2002</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening op de ambtelijke bijstand en fractieondersteuning 2002</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 33, derde lid,</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2002-06-27</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2002-07-15</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2014-03-13</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2002/52</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>VERORDENING OP DE AMBTELIJKE BIJSTAND EN FRACTIEONDERSTEUNING 2002.</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Besluit nr. 2002/52</al><al>De raad der gemeente Kapelle;</al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 29 mei 2002, nummer
                        2002/52; </al><al>gelet op artikel 33, derde lid, van de Gemeentewet;</al><al>besluit:</al><al>vast te stellen de navolgende VERORDENING OP DE AMBTELIJKE BIJSTAND EN
                        FRACTIEONDERSTEUNING 2002.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1:</nr><titel>Ambtelijke bijstand</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel/></kop><lijst><li nr="1."><al>Een raadslid wendt zich tot de griffier met een verzoek om:</al><lijst><li nr="a."><al>feitelijke informatie van geringe omvang;</al></li><li nr="b."><al>inzage in of afschrift van documenten die openbaar
                                        zijn;</al></li><li nr="c."><al>bijstand bij het opstellen van voorstellen, amendementen en
                                        moties of andere bijstand.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De informatie, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a of b, wordt
                                door de griffier of op verzoek van de griffier door een ambtenaar
                                gegeven.</al></li><li nr="3."><al>Indien een ambtenaar twijfelt of het verzoek betrekking heeft op
                                informatie bedoeld in het eerste lid, onderdeel a of b, stelt hij de
                                secretaris daarvan in kennis. De secretaris beslist.</al></li><li nr="4."><al>De bijstand, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, wordt verleend
                                dóór de griffier. Indien de gevraagde bijstand niet door de griffier
                                kan worden verleend kan de griffier de secretaris verzoeken, één of
                                meer ambtenaren aan te wijzen, die de gevraagde bijstand zo spoedig
                                mogelijk verlenen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel/></kop><lijst><li nr="1."><al>Een ambtenaar verleent op verzoek van de griffier of de secretaris
                                ambtelijke bijstand tenzij:</al><lijst><li nr="a."><al>het raadslid niet aannemelijk heeft gemaakt dat de bijstand
                                        betrekking heeft op de werkzaamheden van de raad;</al></li><li nr="b."><al>dit het belang van de gemeente kan schaden;</al></li><li nr="c."><al>het bijstand, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel c,
                                        betreft en het raadslid reeds volledig gebruik heeft gemaakt
                                        van het hem op grond van artikel 5, eerste lid, beschikbaar
                                        gestelde aantal uren ambtelijke bijstand.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De secretaris beoordeelt of ambtelijke bijstand op grond van het
                                eerste lid geweigerd wordt.</al></li><li nr="3."><al>Indien de bijstand op grond van het eerste lid wordt geweigerd deelt
                                de secretaris dit met redenen omkleed mee aan de griffier en aan het
                                raadslid dat het verzoek heeft ingediend.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel/></kop><al>Indien het verzoek om bijstand van een ambtenaar door de secretaris wordt
                        geweigerd, kan de griffier of het betrokken raadslid het verzoek voorleggen
                        aan de burgemeester. De burgemeester beslist zo spoedig mogelijk over het
                        verzoek.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel/></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien een raadslid niet tevreden is over door een ambtenaar
                                verleende bijstand, doet hij of de griffier hiervan mededeling aan
                                de secretaris.</al></li><li nr="2."><al>Indien overleg met de secretaris niet leidt tot een voor beide
                                partijen bevredigende oplossing leggen zij de zaak voor aan de
                                burgemeester. De burgemeester beslist zo spoedig mogelijk over de
                                zaak.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel/></kop><lijst><li nr="1."><al>Elk raadslid heeft per jaar recht op 6 uur ambtelijke bijstand als
                                bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel c., met dien verstande
                                dat per raadsfractie maximaal het aantal leden vermenigvuldigd met 6
                                uur beschikbaar is.</al></li><li nr="2."><al>De secretaris houdt in een register bij hoeveel uren per jaar een
                                raadslid alsmede zijn fractie gebruik maakt van ambtelijke bijstand
                                als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel c.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel/></kop><al>De secretaris verstrekt de desbetreffende portefeuillehouder in het college
                        desgewenst een afschrift van het verzoek uit het register.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel/></kop><lijst><li nr="1."><al>Een raadslid kan aangeven dat een verzoek om ambtelijk bijstand of
                                de inhoud van het gegeven advies geheim wordt gehouden.</al></li><li nr="2."><al>Indien het college of leden van het college informatie wensen over
                                een verzoek om ambtelijke bijstand of de inhoud van het gegeven
                                advies wenden zij zich daartoe rechtstreeks tot het betrokken
                                raadslid.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2:</nr><titel>Fractieondersteuning</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel/></kop><lijst><li nr="1."><al>De fracties, zoals bedoeld in artikel 5 van het reglement van orde,
                                ontvangen jaarlijks een financiële bijdrage als tegemoetkoming in de
                                kosten voor het functioneren van de fractie.</al></li><li nr="2."><al>Deze bijdrage bestaat uit een vast deel van € 500,00 voor elke
                                fractie. Daarnaast ontvangt elke fractie een bedrag van € 100,00 per
                                raadszetel.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel/></kop><lijst><li nr="1."><al>Fracties besteden de bijdrage om hun volksvertegenwoordigende,
                                kaderstellende en controlerende rol te versterken.</al></li><li nr="2."><al>De bijdrage mag niet gebruikt worden ter bekostiging van:</al><lijst><li nr="a."><al>uitgaven die in strijd zijn met wettelijke bepalingen en
                                        overige regelingen;</al></li><li nr="b."><al>betalingen aan politieke partijen, met politieke partijen
                                        verbonden instellingen of natuurlijke personen anders dan
                                        ter vergoeding van prestaties (diensten of goederen)
                                        geleverd ten behoeve van de fractie op basis van een
                                        gespecificeerde, reële declaratie;</al></li><li nr="c."><al>giften;</al></li><li nr="d."><al>uitgaven welke dienen bestreden te worden uit vergoedingen
                                        die de leden ingevolge het rechtspositiebesluit raads- en
                                        commissieleden toekomen;</al></li><li nr="e."><al>opleidingen voor raads- en commissieleden.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel/></kop><lijst><li nr="1."><al>De bijdrage voor fractieondersteuning wordt, voor 31 januari van een
                                kalenderjaar, als voorschot op dat kalenderjaar verstrekt.</al></li><li nr="2."><al>In een jaar waarin verkiezingen plaatsvinden wordt het voorschot
                                verstrekt voor de maanden tot en met de maand waarin de verkiezingen
                                plaatsvinden. In de eerste maand na de maand waarin de eerste
                                vergadering van de nieuw gekozen raad plaatsvindt wordt het
                                voorschot verstrekt voor de overige maanden van dat jaar.</al></li><li nr="3."><al>Het voorschot wordt verrekend met te veel ontvangen voorschotten in
                                jaren waarvoor de raad de bedragen heeft vastgesteld, bedoeld in
                                artikel 13, derde lid.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel/></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien het zeteltal van een fractie tengevolge van verkiezingen
                                verandert, wijzigt de bijdrage</al><lijst><li nr="a."><al>bij vermindering van het zeteltal: op de eerste dag van de
                                        maand na de maand waarin de eerste vergadering van de nieuw
                                        gekozen raad plaatsvindt;</al></li><li nr="b."><al>bij vermeerdering van het zeteltal: op de eerste dag van de
                                        maand waarin de eerste vergadering van de nieuw gekozen raad
                                        plaatsvindt.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Bij splitsing van een fractie wordt de op grond van artikel 8,
                                tweede lid, vastgestelde bijdrage voor de oorspronkelijke fractie
                                verdeeld over de betrokken fracties naar evenredigheid van het
                                aantal bij de splitsing betrokken leden.</al></li><li nr="3."><al>Bij splitsing van een fractie wordt het aan de oorspronkelijke
                                fractie verstrekte voorschot verrekend overeenkomstig de verdeling
                                die volgt uit het tweede lid.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel/></kop><lijst><li nr="1."><al>De raad reserveert het in enig jaar niet gebruikte gedeelte van de
                                bijdrage toekomend aan een fractie ter besteding door die fractie in
                                volgende jaren.</al></li><li nr="2."><al>De reserve is niet groter dan 30% van de bijdrage die de fractie in
                                het voorgaande kalenderjaar toekwam ingevolge artikel 8.</al></li><li nr="3."><al>Het beroep in enig jaar op de opgebouwde reserve, komt tot
                                uitdrukking in de afrekening als bedoeld in artikel 13 over dat
                                jaar. Bevoorschotting vindt desgevraagd plaats.</al></li><li nr="4."><al>De reserve blijft na verkiezingen beschikbaar voor de fractie die
                                onder dezelfde naam terugkeert, dan wel voor de fractie die naar het
                                oordeel van de raad als rechtsopvolger daarvan kan worden
                                beschouwd.</al></li><li nr="5."><al>Als bij zetelverlies de reserve voor een fractie hoger zou worden
                                dan aangegeven in het tweede lid, vervalt het recht op dat
                                meerdere.</al></li><li nr="6."><al>Bij splitsing van een fractie, wordt de reserve verdeeld over de
                                betrokken fracties naar evenredigheid van het aantal bij de
                                splitsing betrokken leden, voor zover deze reserve niet meer
                                bedraagt dan 30% van de bijdrage die de oorspronkelijke fractie in
                                het voorgaande kalenderjaar ontving.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel/></kop><lijst><li nr="1."><al>Elke fractie legt, binnen drie maanden na het einde van een
                                kalenderjaar, aan de raad verantwoording af over de besteding van de
                                bijdrage voor fractieondersteuning onder overlegging van een
                                verslag.</al></li><li nr="2."><al>Controle van het verslag vindt plaats door de accountant, belast met
                                de controle van de jaarrekening. De accountant brengt advies uit aan
                                de raad.</al></li><li nr="3."><al>De raad stelt na ontvangst van het advies van de accountant de
                                bedragen vast van:</al><lijst><li nr="a."><al>de uitgaven van een fractie die in het vorige kalenderjaar
                                        uit de bijdrage bekostigd zijn;</al></li><li nr="b."><al>de wijziging van de reserve;</al></li><li nr="c."><al>de resterende reserve;</al></li><li nr="d."><al> de verrekening tussen de in onderdeel a genoemde uitgaven
                                        en het ontvangen voorschot en, voor zover nodig, de hoogte
                                        van de terugvordering van ontvangen voor-schotten.</al></li></lijst></li></lijst><al/><al/></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3</nr><titel>Slotbepaling</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel/></kop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de 12<sup>e</sup> dag na
                        afkondiging.</al></artikel></paragraaf></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>