<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR122774_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Financiële verordening gemeente Maassluis 2007</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Maassluis</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-04-17</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Maassluis</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">De Schakel, 2007-01-26</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Onbekend</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, artikel 212</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2007-01-17</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2007-01-17</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2012-06-11</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>aard van de wijziging</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>kenmerk voorstel</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Financiële verordening gemeente Maassluis 2007</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Maassluis;</al><al>Gelezen het voorstel van de griffier d.d. 4 december 2006 tot het
                        vaststellen van de ‘Financiële verordening gemeente Maassluis’ 2007</al><al>gelet op het bepaalde in artikel 212 van de Gemeentewet en het Besluit
                        begroting en verantwoording Provincies en Gemeenten</al><al>besluit</al><al>vast te stellen de volgende ‘Financiële verordening gemeente Maassluis
                        2007’</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Titeldeel</label><nr>1</nr><titel>Inleidende bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Definities</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:a. afdeling:iedere
                            organisatorische eenheid binnen de gemeentelijke organisatie met een
                            eigen rechtstreekse verantwoordelijkheid aan het college.b.
                            administratie:het systematisch verzamelen, vastleggen, verwerken en
                            verstrekken van informatieten behoeve van het besturen, het functioneren
                            en het beheersen van (onderdelenvan) de organisatie van de gemeente
                            Maassluis en ten behoeve van de verantwoording die daarover moet worden
                            afgelegd.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Titeldeel</label><nr>2</nr><titel>Begroting en verantwoording</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Programma-indeling</titel></kop><al>De raad stelt bij aanvang van een nieuwe raadsperiode een
                            programma-indeling voor de komende raadsperiode vast.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Planning en controlcyclus</titel></kop><al>Voor aanvang van een begrotingsjaar stelt het college een planning op
                            van de data waarop de jaarstukken, de kadernota, de tussenrapportages en
                            de begroting met de meerjarenraming worden aangeboden aan de
                            gemeenteraad.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Inrichting begroting en jaarstukken</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Bij de begroting wordt een overzicht gegeven van de
                                productenramingen ingedeeld naar programma’s en bij het jaarverslag
                                wordt een overzicht gegeven van de productenrealisatie ingedeeld
                                naar programma’s</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Bij de uiteenzetting van de financiële positie van de begroting
                                wordt van de nieuwe investeringen per investering het benodigde
                                investeringskrediet weergegeven.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>In de jaarrekening wordt van de investeringen de uitputting van de
                                geautoriseerde investeringskredieten en de actuele raming van de
                                totale uitgaven weergegeven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Autorisatie begroting en investeringskredieten en
                                begrotingswijzigingen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De raad autoriseert met het vaststellen van de begroting de totale
                                lasten en de totale baten per programma en het overzicht algemene
                                dekkingsmiddelen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Nieuwe investeringen worden bij de begrotingsbehandeling met het
                                vaststellen van de financiële positie geautoriseerd. De raad kan
                                voor bepaalde nieuwe investeringen aangeven dat op een later
                                tijdstip een apart voorstel voor autorisatie moet worden voorgelegd.
                                Nieuwe investeringen groter dan € 250.000,- worden altijd met een
                                apart voorstel voor autorisatie van het investeringskrediet aan de
                                raad voorgelegd.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Bij de behandeling van de tussenrapportages in de raad doet het
                                college voorstellen voor wijziging van de geautoriseerde budgetten
                                en investeringskredieten en bijstelling van het beleid. Indien het
                                college voorziet dat een geautoriseerd budget of investeringskrediet
                                met meer dan € 250.000,- wordt overschreden, wordt dit door het
                                college in de eerstvolgende raadsvergadering aan de raad gemeld. Het
                                college voegt hierbij een voorstel voor wijziging van het budget of
                                het investeringskrediet of een voorstel voor bijstelling van het
                                beleid.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Voor investeringen in de loop van het begrotingsjaar die niet in de
                                begroting zijn opgenomen en groter zijn dan € 50.000,-, legt het
                                college vooraf aan het aangaan van verplichtingen een
                                investeringsvoorstel en een voorstel voor het autoriseren van een
                                investeringskrediet aan de raad voor.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>Voor onttrekkingen aan reserves die niet in de begroting zijn
                                opgenomen, legt het college vooraf een voorstel voor het autoriseren
                                van deze onttrekking aan de raad voor. Een onttrekking beneden de €
                                50.000,- kan achteraf in een bestuursrapportage worden gemeld, mits
                                de aanwending van de onttrekking voldoet aan de doelstelling van de
                                reserve.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Tussentijdse rapportage</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het college informeert de raad door middel van tussentijdse
                                rapportages over de realisatie van de begroting van de gemeente over
                                de eerste drie maanden, de eerste zes en de eerste negen maanden van
                                het begrotingsjaar.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De tussenrapportage bevat een uiteenzetting over de uitvoering en de
                                bijstelling van het beleid en een overzicht met de bijgestelde
                                raming van: a. de baten en lasten per programma; b. het overzicht
                                van de algemene dekkingsmiddelen; c. het resultaat voor bestemming
                                volgend uit de onderdelen a en b; d. de (beoogde) toevoegingen en
                                onttrekkingen aan reserves per programma; e. het resultaat na
                                bestemming, volgend uit de onderdelen c en d, alsmede een realisatie
                                en raming van de productenrealisatie en de realisatie en raming van
                                de uitputting van de investeringskredieten.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>In de tussenrapportage worden afwijkingen op de oorspronkelijke
                                ramingen van de baten en lasten en investeringskredieten in de
                                begroting toegelicht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Informatieplicht</titel></kop><al>Het college informeert in ieder geval vooraf de raad en neemt pas een
                            besluit, nadat de raad in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en
                            bedenkingen ter kennis van het college te brengen van: a. aankoop en
                            verkoop van goederen en diensten groter dan € 1.000.000,-; b. het
                            verstrekken van waarborgen en garanties groter dan € 1.000.000,-.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Titeldeel</label><nr>3</nr><titel>Financieel beleid</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Waardering en afschrijving vaste activa</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Waardering en afschrijving van vaste activa geschiedt volgens de
                                regels van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en
                                gemeenten (BBV)</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De materiele vaste activa met economisch nut, zoals bedoeld in
                                artikel 35 BBV, worden afgeschreven, overeenkomstig bijlage 1 bij
                                deze verordening.Activa met een verkrijgingsprijs van minder dan €
                                3.000,- worden niet geactiveerd, uitgezonderd gronden en terreinen.
                                Deze laatst genoemden worden altijd geactiveerd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Reserves, voorzieningen en weerstandsvermogen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het college biedt jaarlijks, gelijktijdig met het aanbieden van de
                                begroting, de nota reserves, voorzieningen en weerstandsvermogen
                                aan.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De nota behandelt:a. de vorming en besteding van reserves;b. de
                                vorming en besteding voorzieningen;c. de toerekening en verwerking
                                van rente over de reserves en de voorzieningen;d. het
                                risicomanagement, het opvangen van risico’s door verzekeringen,
                                voorzieningen, het weerstandsvermogen of anderszins. e. de gewenste
                                weerstandscapaciteit.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Kostprijsberekening</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van goederen, werken en
                                diensten wordt een systeem van kostentoerekening gehanteerd. Bij de
                                kostentoerekening worden naast de directe kosten alleen die
                                indirecte kosten betrokken, die rechtstreeks samenhangen met de door
                                de gemeente verleende diensten.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Bij de indirecte kosten worden betrokken de bijdragen aan en
                                onttrekkingen van voorzieningen voor de noodzakelijke vervanging van
                                de betrokken activa, de kapitaallasten van de in gebruik zijnde
                                activa en voor rioolrechten en afvalstoffenheffing de compensabele
                                BTW.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De omslagrente voor de rentetoerekening aan de activa wordt bepaald
                                door het rentetotaal van de uitstaande leningen en de bij begroting
                                vastgestelde gecalculeerde rente over het eigen vermogen en de
                                voorzieningen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Vaststelling hoogte belastingen, rechten, heffingen en
                                prijzen</titel></kop><al>Het college doet de raad jaarlijks een voorstel voor de hoogte van de
                            gemeentelijketarieven voor belastingen, rioolrechten, reinigingsrechten,
                            leges en overige lokaleheffingen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Financieringsfunctie</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het college draagt bij de uitoefening van de financieringsfunctie
                                zorg voor: a. het aantrekken van voldoende financiële middelen en
                                het uitzetten van overtollige gelden om de programma’s binnen de
                                door de raad vastgestelde kaders van de begroting uit te kunnen
                                voeren;b. het beheersen van de risico’s verbonden aan de
                                financieringsfunctie zoals renterisico’s, koersrisico’s en
                                kredietrisico’s;c. het zo veel mogelijk beperken van de kosten van
                                de leningen en het bereiken van een voldoende rendement op de
                                uitzettingen;d. het beperken van de interne verwerkingskosten en
                                externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële
                                posities.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het college stelt regels op ter uitvoering van de
                                financieringsfunctie en legt deze regels alsmede de regels voor
                                taken en bevoegdheden, de verantwoordingsrelaties en de bijbehorende
                                informatievoorziening vast in een besluit financieringsstatuut. Het
                                college zendt het besluit financieringsstatuut ter kennisgeving aan
                                de raad.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Lokale heffingen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het college biedt tenminste eenmaal in de vier jaar een
                                (bijgestelde) nota lokale heffingen aan. Deze nota behandelt in
                                ieder geval:- de samenstelling van het pakket aan gemeentelijke
                                belastingen en heffingen;- de verdeling van de druk van de
                                belastingen over de diverse bevolkingsgroepen en belanghebbenden;-
                                de kostendekkendheid van de heffingen;- de druk van de lokale
                                belastingen en heffingen;- het kwijtscheldingsbeleid en het
                                tarievenbeleid.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De nota bevat voorts een overzicht van de verordeningen met de
                                bijbehorende vaststellingsdata waarin tarieven, heffingen en prijzen
                                zijn vastgelegd. Het college draagt er zorg voor dat er een actueel
                                overzicht is van de tarieven, heffingen, prijzen en kosten per
                                verstrekte dienst.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Verbonden partijen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het college biedt tenminste eenmaal in de vier jaar een nota
                                verbonden partijen aan de raad aan.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Van elk van de verbonden partijen wordt weergegeven het openbaar
                                belang, het eigen vermogen, de solvabiliteit, het financieel
                                resultaat en het financieel belang en de zeggenschap van de
                                gemeente.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De nota bevat voorts de kaders voor het beleid aangaande (het
                                aangaan van nieuwe) participaties met name de condities waaronder
                                het publiek belang is gediend met behartiging door verbonden
                                partijen, de taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de
                                verbonden partijen en de financiële voorwaarden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Grondbeleid</titel></kop><al>Het college biedt ten minste eens in de vier jaar een nota grondbeleid
                            aan ter behandeling en vaststelling door de raad. In deze nota wordt
                            aandacht besteed aan:a. de relatie met de programma’s van de
                            begroting;b. de strategische visie van het toekomstig grondbeleid van de
                            gemeente;c. te ontwikkelen en in ontwikkeling genomen projecten;d. de
                            voorraadverwerving en uitgifte van gronden;e. de uitgifte van gronden in
                            erfpacht en de bijstelling van erfpachtvergoedingen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Inkoop en aanbesteding</titel></kop><al>Het college zorgt voor en legt vast de interne regels voor de inkoop en
                            de aanbesteding van goederen, werken en diensten en brengt deze ter
                            kennis van de gemeenteraad.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Titeldeel</label><nr>4</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van het begrotingsjaar
                                2007. De stukken voor dit begrotingsjaar en latere begrotingsjaren
                                voldoen aan de bepalingen van deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Deze verordening treedt in de plaats van de “Financiële verordening
                                gemeente Maassluis” vastgesteld op 11 november 2003, laatstelijk
                                gewijzigd bij besluit van de gemeenteraad d.d. 13 september
                                2005.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald onder de naam “Financiële
                            verordening gemeente Maassluis 2007”.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de vergadering van de raad van 16 januari 2007de
                        griffier, de voorzitter,mr. R. van der Hoek J.A. Karssen</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>Datum bekendmaking: 17 januari 2007</ondertekening><ondertekening>Deze verordening treedt in werking per 17 januari 2007</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><bijlage><kop><label>Financiële verordening gemeente Maassluis 2007</label><nr>1</nr></kop><al>Onderstaand wordt aangegeven welke afschrijvingsduur in jaren voor de te
                    onderscheiden activa wordttoegepast. Deze opsomming is niet limitatief. Indien
                    wordt geïnvesteerd in activa die niet c.q. niet geheel aansluitbij één van
                    genoemde onderwerpen, geldt de afschrijvingsperiode die van toepassing is voor
                    (nagenoeg)gelijksoortige activa. Activa worden lineair afgeschreven, met
                    uitzondering van oude activa (voor 01-01-2004) die reeds annuïtair worden
                        afgeschreven.<vet>A. IMMATERIËLE EN FINANCIELE VASTE ACTIVA</vet>Onderzoek-
                    en ontwikkelingskosten 5Saldo van agio en disagio 5Bijdragen aan activa in
                    eigendom van derden 5</al><al><vet>B. MATERIËLE VASTE ACTIVA</vet>Grond 0Terreinen; aanleg en inrichting
                    25Sportterreinen; aanleg/inrichting 12</al><al>Gebouwen:permanent 40semi-permanent 20noodgebouwen 10scholen gesticht voor 1996
                    60renovaties/aanpassingen/groot onderhoud 25mechanische/elektrische installaties
                    gebouwen 15buitenschilderwerk 6binnenschilderwerk 10</al><al>Meubilair:kasten/bureaus 20stoelen werkplekken 10overige 20Onderwijsleermiddelen
                    10Telefooninstallaties 10</al><al>ICT:hardware 4software kantoorautomatisering 4software gemeentelijke applicaties
                    7bekabeling 10bekabeling actieve componenten 5Mechanische installaties en
                    machines 10Schuilwagens 15</al><al>Vervoermiddelen:vrachtauto’s 8reinigingsauto’s 8transportauto’s 6tractoren
                    8veegmachines 5overige vervoermiddelen 5Gereedschappen e.d. 5Bruggen 40Renovatie
                    bruggen 25Oeververdediging 15Kademuren 50Verkeersregelingsinstallaties
                    15Rioleringstelsel (leidingen c.a.) 50</al></bijlage><nota-toelichting><kop><label>Toelichting</label><nr>1</nr><titel>Toelichting op de Financiële verordening gemeente Maassluis 2007</titel></kop><al><onderstreept>Toelichting Artikel 1. Definities</onderstreept>Voor de
                    gehanteerde begrippen in de verordening gelden de definities uit de Gemeentewet,
                    de Wet Fido, het Besluit begroting en verantwoording Provincies en Gemeenten
                    (BBV) en het Besluit accountantscontrole Provincies en Gemeenten. Overige
                    begrippen uit de verordening worden in artikel 1 van de verordening
                    gedefinieerd. <onderstreept>Toelichting Artikel 2.
                        Programma-indeling</onderstreept>Dit artikel bevat bepalingen over de
                    inrichting van de begroting en de jaarstukken. De indeling van de programma’s
                    worden bij aanvang van iedere raadsperiode door de raad vastgesteld. Het BBV
                    bepaalt in aanvulling hierop dat het college de producten aan de programma’s
                    toewijst. Op grond van artikel 189 Gemeentewet berust het budgetrecht bij de
                    raad. De raad neemt uiteindelijk de beslissing welke bedragen zij voor taken en
                    activiteiten op de begroting beschikbaar stelt. Gedurende het begrotingsjaar kan
                    de raad op grond van artikel 192 Gemeentewet besluiten nemen tot wijziging van
                    de begroting. De gemeente kan slechts uitgaven doen voor de bedragen die
                    hiervoor op de begroting zijn gebracht (vierde lid artikel 189 Gemeentewet). De
                    raad kan kiezen op welk niveau hij budgetten beschikbaar stelt. Hij kan er voor
                    kiezen een budget voor een samenstel van activiteiten beschikbaar te stellen. In
                    artikel 2 van deze verordening is deze keuze vertaald naar het beschikbaar
                    stellen van budgetten per programma.</al><al>Overigens bepaalt het artikel niet dat elke nieuwe raadsperiode de
                    programma-indeling moet worden gewijzigd. Als de indeling goed is bevallen, kan
                    deze ongewijzigd opnieuw worden vastgesteld.</al><al><onderstreept>Toelichting Artikel 3. Planning en
                    controlcyclus</onderstreept>Artikel 3 bepaalt dat het college ieder jaar aan de
                    raad een overzicht aanbiedt met daarin de data waarop belangrijke financiële
                    stukken aan de gemeenteraad worden aangeboden. Het overzicht is bij wijze van
                    spreken het spoorboekje voor de raad en het college voor de financiële
                    jaarplanning. Op basis van deze jaarplanning kan ook de bespreking van de
                    betreffende financiële stukken in de commissies en/of raad worden
                    ingepland.</al><al><onderstreept>Toelichting Artikel 4. Inrichting begroting en
                        jaarstukken</onderstreept>In dit artikel zijn in aanvulling op het BBV
                    bepalingen opgenomen voor de inrichting van de begroting. Zo wordt het college
                    opgedragen de productenraming bij de begroting te voegen. In de praktijk zal het
                    er op neer komen dat de productramingen gelijktijdig met het aanbieden van de
                    begroting digitaal worden verstrekt (bijvoorbeeld CD-ROM of USB-stick). En zo
                    wordt ook bepaald de productrealisatie bij het jaarverslag te voegen. Wel moet
                    worden opgelet dat de productrealisatie bij het jaarverslag wordt gevoegd en
                    niet bij de jaarrekening. Anders gaat deze onderdeel uitmaken van de
                    accountantscontrole.</al><al>Voorts wordt in artikel 4 de verplichting in het BBV om in de begroting aandacht
                    te besteden aan de investeringen nader uitgewerkt door te bepalen dat er bij de
                    uiteenzetting van de financiële positie een overzicht van de investeringen wordt
                    gegeven.</al><al><onderstreept>Toelichting Artikel 5. Autorisatie begroting en
                        investeringskredieten en begrotingswijzigingen </onderstreept>Artikel bevat
                    nadere regels voor de autorisatie van de begroting en investeringskredieten.
                    Autorisatie van de baten en lasten vindt plaats op programmaniveau (lid 1). Voor
                    begrotingswijzigingen doet het college voorstellen aan de raad bij de
                    behandeling van de tussenrapportages (kwartaalrapportages). Echter, indien
                    sprake is van budgetoverschrijdingen groter dan € 250.000,-, dan moeten deze
                    direct, d.w.z. in de eerstvolgende vergadering, aan de raad worden gemeld.</al><al>Naast lopende uitgaven doet een gemeente investeringen. Ook uitgaven voor
                    investeringen moeten worden geautoriseerd. Voor de autorisatie van deze
                    investeringskredieten wordt er in artikel 5 in principe voor gekozen om deze mee
                    te nemen bij de jaarlijkse begrotingsbehandeling. Investeringskredieten groter
                    dan € 250.000,- dienen echter apart aan de gemeenteraad te worden
                    voorgelegd.</al><al>Bovendien kan de gemeenteraad bij de begrotingsbehandeling aangeven welke
                    investeringskredieten onder de € 250.000,- op een later tijdstip wenst te
                    autoriseren. Zo kan de raad de autorisatie relatief kleine investeringen die wel
                    politiek belangrijk zijn combineren met de behandeling van de inhoudelijke kant
                    van het investeringsvoorstel. Dit heeft als consequentie dat het bedrag voor een
                    dergelijke investering wel op de begroting staat als voorziene uitgaaf, maar dat
                    het college pas bevoegd is verplichtingen aan te gaan, nadat de raad hiermee
                    heeft ingestemd.</al><al>Meestal komen gedurende het begrotingsjaar nieuwe investeringsvoornemens op
                    tafel die bij het opstellen van de ontwerpbegroting nog niet waren voorzien. Het
                    laatste lid van artikel 5 regelt de autorisatie van investeringskredieten voor
                    deze investeringen. Hierbij is het uitgangspunt dat investeringen die groter
                    zijn dan € 50.000,- vooraf aan de raad worden voorgelegd.</al><al><onderstreept>Toelichting Artikel 6. Tussentijdse rapportage</onderstreept>Een
                    belangrijk onderdeel van de planning- en controlcyclus voor de raad zijn de
                    tussenrapportages. Op basis van de tussenrapportages wordt de raad geïnformeerd
                    over de uitputting van budgetten en investeringskredieten en de voortgang van de
                    uitvoering van het beleid. Op grond van artikel 6 dienen jaarlijks drie
                    tussenrapportages te verschijnen. Het tijdstip waarop de betreffende rapportages
                    worden aangeboden aan de raad zal worden vermeld in het overzicht zoals bedoeld
                    in artikel 3 van deze verordening.Het tweede lid bevat bepalingen over de
                    minimale inhoud van de tussenrapportage. Het derde lid bepaalt over welke
                    afwijkingen t.o.v. de begroting het college zich in de rapportage moet
                    verantwoorden.</al><al><onderstreept>Toelichting Artikel 7. Informatieplicht</onderstreept>In dit
                    artikel wordt nadere invulling gegeven aan de informatieplicht van het college
                    aan de raad. Het betreft een uitwerking van het vierde lid van artikel 169 van
                    de Gemeentewet. Dit artikel verplicht het college vooraf aan het aangaan van
                    bepaalde verplichtingen de raad inlichtingen te verstrekken indien de raad
                    daarom verzoekt of indien de uitoefening van deze bevoegdheden van het college
                    ingrijpende gevolgen heeft voor de gemeente. In het artikel verzoekt de raad het
                    college om vooraf informatie te verstrekken als de daar genoemde
                    rechtshandelingen met een financieel gevolg worden aangegaan, voorzover deze
                    rechtshandelingen het bedrag van 1 miljoen euro te boven gaan.</al><al><onderstreept>Toelichting Artikel 8. Waardering en afschrijving vaste
                        activa</onderstreept>De verordening moet volgens artikel 212 Gemeentewet in
                    elk geval bevatten “regels voor waardering en afschrijving activa”. Dit artikel
                    bevat deze regels, met dien verstande dat lid 1 verwijst naar de regels die
                    hieromtrent in het BBV zijn opgenomen. Wat betreft de exacte
                    afschrijvingstermijnen voor de verschillende categorieen materiele vaste activa
                    met economisch nut is er voor gekozen om deze vast te leggen in een aparte
                    bijlage bij de verordening. Dit maakt het eenvoudiger om eventuele wijzigingen
                    door te voeren. Uiteraard dienen deze ook aan de raad te worden voorgelegd.</al><al/><al><onderstreept>Toelichting Artikel 9. Reserves, voorzieningen en
                        weerstandsvermogen</onderstreept>Een belangrijk beleidsmatig aspect betreft
                    de omvang van het eigen vermogen van een gemeente. Het eigen vermogen van een
                    gemeente bestaat uit de algemene reserves en de bestemmingsreserves. Hoe groot
                    moet het eigen vermogen zijn om risico’s op te vangen en gaan we een investering
                    financieren door belastingverhoging of het interen op het eigen vermogen, zijn
                    vragen die thuishoren bij de raad.</al><al>De risico’s die een gemeente loopt zijn divers. Tegen een deel van deze risico’s
                    kan een gemeente zich verzekeren, of er moeten voorzieningen worden gevormd, of
                    ze kunnen anderszins worden opgevangen. Voor een deel van de risico’s is dit
                    echter niet het geval. Voor een gemeente is het zaak dat ze zich bewust is van
                    de risico’s die ze loopt, en ze beheerst.</al><al>Artikel 9 bepaalt dat het college jaarlijks een nota reserves, voorzieningen en
                    weerstandsvermogen aanbiedt aan de raad. In deze nota kan de raad de kaders
                    aangeven voor de omvang van de reserves. Kaders stellen voor voorzieningen is
                    veelal niet aan de orde, omdat voorzieningen een verplichtend karakter kennen.
                    Wel biedt de nota de mogelijkheid om deze inzichtelijk te maken. Wat betreft het
                    weerstandsvermogen zal het college in de nota moeten uiteenzetten hoe wordt
                    omgegaan met de inventarisatie en beheersing van de risico’s. De risico’s moeten
                    worden gekwantificeerd en aan de hand hiervan dient de gewenste
                    weerstandscapaciteit te worden bepaald.</al><al><onderstreept>Toelichting Artikel 10. Kostprijsberekening</onderstreept>Artikel
                    212 Gemeentewet bepaalt in het tweede lid, letter b dat de verordening in ieder
                    geval bevat de grondslagen voor de berekening van de door het gemeentebestuur in
                    rekening te brengen prijzen en tarieven voor rechten. De grondslag voor de
                    prijzen en tarieven vormt de samenstelling van de kostprijs van de diensten
                    waarvoor prijzen en heffingen in rekening worden gebracht. In artikel 10 van de
                    verordening staan de kaders voor de bepaling van de kostprijzen van de
                    gemeentelijke diensten. Lid 1 van het artikel bepaalt dat de kostprijs bestaat
                    uit de directe kosten en de indirecte kosten die direct met de dienst
                    samenhangen. Het tweede lid bepaalt dat onder de indirecte kosten ook worden
                    verstaan bijdragen aan bestemmingsreserves en voorzieningen voor noodzakelijke
                    vervanging van betrokken activa en de compensabele BTW. Hiermee wordt invulling
                    gegeven aan de mogelijkheid die artikel 229b Gemeentewet biedt. De kaders in het
                    artikel vormen de basis waarbinnen het college haar systematiek van
                    kostentoerekening kan vormgeven en de kostenverdeelsleutels voor de toerekening
                    van indirecte kosten kan vaststellen.</al><al><onderstreept>Toelichting Artikel 11. Vaststelling hoogte belastingen, rechten,
                        heffingen en prijzen</onderstreept>Het vaststellen van de tarieven voor
                    belastingen, rechten en leges is een bevoegdheid van de raad, die niet kan
                    worden gedelegeerd (artikel 156 Gemeentewet). Het artikel bepaalt dat de raad de
                    tarieven voor de belastingen e.d. jaarlijks vaststelt.</al><al><onderstreept>Toelichting Artikel 12. Financieringsfunctie</onderstreept>De
                    financieringsfunctie (treasury) is een belangrijk onderdeel van het
                    middelbeheer. Gezien de kwetsbaarheid van deze functie bevat artikel 212
                    Gemeentewet de expliciete bepaling dat de financiële verordening hierover regels
                    voor het beleid en de organisatie bevat. In artikel 12 wordt invulling aan deze
                    wettelijke plicht gegeven. Het eerste lid bevat richtlijnen voor de uitvoering
                    van de financieringsfunctie.</al><al>Het tweede lid draagt het college op een financieringsstatuut (treasurystatuut)
                    op te stellen dat met name protocollen bevat voor de dagelijkse uitvoering.
                    Onderwerpen die in zo’n besluit aan de orde komen zullen met name betrekking
                    hebben op het derivatenbeheer (indien van toepassing), het kasbeheer, het
                    risicobeheer, de financiering en de administratieve organisatie. Het college
                    zendt het financieringsstatuut ter kennisname aan de gemeenteraad.
                        <onderstreept>Toelichting Artikel 13. Lokale heffingen</onderstreept>In het
                    BBV staat in artikel 10 welke informatie de begrotingsparagraaf lokale heffingen
                    in elk geval moet bevatten. In aanvulling hierop regelt het eerste lid van
                    artikel 13 van de verordening dat het college elke vier jaar een nota lokale
                    heffingen aanbiedt aan de gemeenteraad. In lid 1 en lid 2 wordt aangegeven welke
                    informatie de nota in ieder geval dient te bevatten.</al><al><onderstreept>Toelichting artikel 14 verbonden partijen</onderstreept>In het BBV
                    staat in artikel 15 welke informatie de begrotingsparagraaf lokale heffingen in
                    elk geval moet bevatten.In aanvulling hierop stelt artikel 14 van de verordening
                    regels voor de verantwoordingsinformatie over de verbonden partijen. Het artikel
                    stelt dat er eens in de vier jaar een nota verbonden partijen aan de raad wordt
                    aangeboden, waarin op de stand van zaken van de verbonden partijen wordt
                    ingegaan en de raad de kaders voor het toekomstig beleid kan bepalen. In de
                    leden 2 en 3 wordt nader geconcretiseerd welke onderdelen de nota in ieder geval
                    dient te bevatten.</al><al><onderstreept>Toelichting Artikel 15. Grondbeleid</onderstreept>In artikel 16
                    BBV staat vermeld welke informatie de begrotingsparagraaf grondbeleid moet
                    bevatten. Omdat de uitgangspunten van het grondbeleid bij de raad thuishoren, is
                    er voor gekozen om in deze verordening op te nemen dat het college minimaal één
                    maal in de vier jaar een nota grondbeleid opstelt ten behoeve van behandeling in
                    de gemeenteraad. Met deze nota kan de raad de kaders vaststellen voor het
                    toekomstige grondbeleid.</al><al><onderstreept>Toelichting Artikel 16. Inkoop en
                    aanbesteding</onderstreept>Artikel 16 draagt het college op een inkoopreglement
                    op te stellen. Bij een inkoopregelement kan men denken aan bijvoorbeeld het
                    uitvaardigen van de regel dat de afdelingen bureau-artikelen moeten inkopen bij
                    de leverancier met wie de gemeente een raamcontract heeft afgesloten. De regels
                    in een dergelijk inkoopreglement moeten uiteraard Europa-proof zijn. Europese
                    aanbestedingsregels maar ook nationale aanbestedingsregels moeten worden
                    nageleefd en vormen het kader waarbinnen een dergelijk inkoopreglement moet
                    worden opgesteld. De interne regels voor inkoop en aanbesteding worden ter
                    kennis van de gemeenteraad gebracht.</al><al/></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>