<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR122755_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Speelautomatenverordening voor de gemeente Maassluis</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Maassluis</dcterms:creator><dcterms:modified>2001-02-03</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Maassluis</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Speelautomatenverordening</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet op de Kansspelen, artikel 30, 31 en 32 Gemeentewet, artikel 147 Algemene wet bestuursrecht</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>openbare orde en veiligheid</dcterms:subject><dcterms:issued>1901-01-01</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2001-02-03</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2023-01-18</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>aard van de wijziging</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>kenmerk voorstel</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Speelautomatenverordening voor de gemeente Maassluis</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad der gemeente Maassluis;gelezen het voorstel van het college van
                        burgemeester en wethouders d.d. 11 juli 2000;bijlage nr. 6.6;</al><al>gelet op het bepaalde in artikel 30, 31 en 32 van de Wet op de Kansspelen,
                        artikel 147 van de Gemeentewet en de Algemene wet bestuursrecht;</al><al><vet>besluit: </vet></al><al>vast te stellen de Speelautomatenverordening voor de gemeente
                        Maassluis;</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene Bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.1</nr><titel>Begripsbepalingen:</titel></kop><al>1. voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: <vet>a.
                                de Wet: </vet>de Wet op de Kansspelen;<vet>b. horecabedrijf:
                            </vet>een horecabedrijf als bedoeld in artikel 3 eerste lid onder a. van
                            de Drank- en Horecawet;<vet>c. inrichting:</vet> een inrichting als
                            bedoeld in artikel 1 eerste lid van de Drank- en Horecawet;<vet>d.
                                lokaliteit:</vet> een lokaliteit als bedoeld in artikel 1 eerste lid
                            onder b. van het Besluit inrichtingseisen Drank- en Horecawet.<vet>e.
                                hoogdrempelige inrichting:</vet> een inrichting als bedoeld in
                            artikel 30 van de Wet.<vet>f. laagdrempelige inrichting:</vet> een
                            inrichting als bedoeld in artikel 30 van de Wet.<vet>g.
                                Speelautomaat:</vet> een speelautomaat als bedoeld in artikel 30 van
                            de Wet. <vet>h. Behendigheidsautomaat:</vet> een speelautomaat als
                            bedoeld in artikel 30 van de Wet. <vet>i. Kansspelautomaat:</vet> een
                            speelautomaat als bedoeld in artikel 30 van de Wet. <vet>j.
                                Speelautomatenhal:</vet> een inrichting als bedoeld in artikel 30
                            van de Wet.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Vergunning</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1</nr></kop><al>Ingevolge artikel 30b. van de Wet is het verboden zonder vergunning van
                            de burgemeester een of meer speelautomaten aanwezig te hebben:
                                <vet>a.</vet> op of aan de openbare weg;<vet>b.</vet> op voor het
                            publiek toegankelijke plaatsen;<vet>c.</vet> in niet voor het publiek
                            toegankelijke inrichtingen, waarvoor een vergunning ingevolge artikel 3
                            eerste lid onder a. of c., van de Drank- en Horecawet is vereist of
                            waarvan de ondernemer inschrijfplichtig is bij het Bedrijfschap
                            Horeca.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.2</nr></kop><al>De hierboven genoemde vergunningsverplichting is niet van toepassing op:
                                <vet>a.</vet> behendigheidsautomaten op kermissen, ook indien zij
                            niet behoren tot de ingevolge artikel 30a. tweede lid van de Wet
                            aangewezen typen van speelautomaten;<vet>b.</vet> speelautomaten op
                            publiek toegankelijke plaatsen, uitsluitend ten behoeve van het verkopen
                            daarvan of van het krachtens een vergunning als bedoeld in artikel 30h.,
                            eerste lid van de Wet in gebruik geven daarvan aan anderen ten behoeve
                            van de uitoefening van hun bedrijf.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Hoogdrempelige inrichtingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.1</nr><titel>maximum aantal kansspelautomaten per hoogdrempelige
                                inrichting.</titel></kop><al>Ingevolge artikel 30c. lid 2 sub b. van de Wet kan de burgemeester
                            vergunning verlenen voor de plaatsing van maximaal twee
                            kansspelautomaten in een hoogdrempelige inrichting.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.2</nr><titel>maximum aantal behendigheidsautomaten per hoogdrempelige
                                inrichting.</titel></kop><al><vet>a.</vet> De burgemeester kan ten behoeve van een hoogdrempelige
                            inrichting een vergunning verlenen voor het plaatsen van één
                            behendigheidsautomaat indien in de betreffende inrichting slechts één
                            kansspelautomaat is geplaatst. <vet>b</vet>. De burgemeester verleent
                            geen vergunning voor het plaatsen van een behendigheidsautomaat indien
                            reeds een vergunning is verleend voor het plaatsen van twee
                            kansspelautomaten in een hoogdrempelige inrichting. <vet>c.</vet>
                            Onverminderd het bepaalde in artikel 3.1 en 3.2 onder a. en b. kan de
                            burgemeester per hoogdrempelige inrichting voor maximaal twee
                            speelautomaten vergunning verlenen.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Laagdrempelige inrichtingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.1</nr><titel>aantal kansspelautomaten ten behoeve van laagdrempelige
                                inrichtingen.</titel></kop><al>Ingevolge artikel 30c. lid 2 sub b. van de Wet kan de burgemeester geen
                            vergunning verlenen voor de plaatsing van kansspelautomaten in
                            laagdrempelige inrichtingen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.1</nr><titel>aantal behendigheidsautomaten ten behoeve van
                                laagdrempelige</titel></kop><al>De burgemeester kan een vergunning verlenen voor het hebben van maximaal
                            twee behendigheidsautomaten in een laagdrempelige inrichting.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Speelautomatenhallen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.1</nr></kop><al>Speelautomatenhallen zijn niet toegestaan.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6</nr><titel>Voorschriften en beperkingen aanwezigheidsvergunning</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.1</nr></kop><al>Aan de te verlenen vergunningen zoals genoemd in hoofdstuk 3, onder
                            artikel 3.1 en onder artikel 3.2 lid a. en in hoofdstuk 4, onder artikel
                            4.1 en artikel 4.2, worden de volgende voorschriften en beperkingen
                                verbonden:<vet>a.</vet> In de inrichting mogen alleen speelautomaten
                            worden opgesteld, welke in eigendom toebehoren aan personen die in het
                            bezit zijn van een exploitatievergunning. Bij de aanvraag voor het
                            verkrijgen van een vergunning genoemd onder hoofdstuk 3, onder artikel
                            3.1 en onder artikel 3.2 lid a. en in hoofdstuk 4, onder artikel 4.1 en
                            artikel 4.2 dient de aanvrager dan ook een bewijs hiervan te overleggen;
                                <vet>b.</vet> de vergunninghouder mag op geen enkele wijze door
                            middel van reclame of enig andere vorm van werving het aanwezig hebben
                            van (een) speelautoma(a)t(en) kenbaar maken;<vet>c. </vet>de vergunning
                            is slechts van toepassing op toegelaten speelautomaten;<vet>d.</vet> de
                            vergunning kan te allen tijde worden ingetrokken, indien de bepalingen
                            van de wet en de aan de vergunning verbonden voorschriften worden
                                overtreden;.<vet>e.</vet> de vergunninghouder wordt geacht de aan de
                            vergunning verbonden voorwaarden te hebben aanvaard;<vet>f.</vet> de
                            vergunning kan te allen tijde worden gewijzigd of ingetrokken;
                                <vet>g.</vet> deze vergunning dient in de inrichting aanwezig te
                            zijn.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>7</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.1</nr></kop><al><vet>1.</vet> Deze verordening kan worden aangehaald als<vet>
                                “Speelautomatenverordening”.2. </vet>Zij treedt in werking met
                            ingang van de achtste dag na haar afkondiging.<vet>3. </vet>In situaties
                            waarin de Wet en deze Verordening niet voorziet, beslist de
                            burgemeester.</al><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad der gemeente
                        Maassluis,gehouden op 12 september 2000.</ondertekening><ondertekening>De secretaris, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>mr. A.J.T. Korthout drs. J. Sterkenburg- Versluis.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>Datum bekendmaking: 26 januari 2001.Datum inwerkingtreding: 3 februari
                        2001.</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>