<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR122580_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening rechtspositie raads- en commissieleden Boxmeer 2011</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Boxmeer</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-03-06</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Boxmeer</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Boxmeers Weekblad 22-11-2011</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening rechtspositie raads- en commissieleden Boxmeer 2011</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2011-10-20</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2011-11-23</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2013-03-11</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>FZ 13856 -2.07.515</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening rechtspositie raads- en commissieleden Boxmeer 2011</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Titeldeel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel/></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:a. commissie: een commissie als
                            bedoeld in hoofdstuk V van de Gemeentewetb. Rechtspositiebesluit raads-
                            en commissieleden: het Koninklijk Besluit van 22 maart 1994, Stb. 244;c.
                            Verplaatsingskostenregeling 1989: het besluit van de minister van
                            Binnenlandse Zaken van 20 oktober 1989, nr. AB87/74/U6DGMP/AV/FAR,
                            Stcrt. 212;d. Reisregeling Binnenland: het besluit van de Minister van
                            Binnenlandse Zaken van 16 maart 1993, nr. AB93/U280, Stcrt. 56;e.
                            Reisregeling Buitenland: het besluit van de Minister van Binnenlandse
                            Zaken van 12 september 1994, nr. AD94/U1011, Stcrt. 181;f. Raadslid: lid
                            van de gemeenteraad, niet zijnde wethouder;g. Griffier: de griffier,
                            bedoeld in artikel 107 van de Gemeentewet;h. Burgerraadslid: het
                            burgerraadslid als bedoeld in artikel 1, lid f van de Verordening op de
                            raadscommissies van de gemeente Boxmeer van 1 mei 2010. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Titeldeel</label><nr>1</nr><titel>Voorzieningen voor raadsleden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Vergoeding voor de werkzaamheden</titel></kop><al>De vergoeding voor de werkzaamheden bedoeld in artikel 2, eerste lid,
                            van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden, is gelijk aan het
                            door de minister van binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
                            vastgestelde maximum. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Onkostenvergoeding</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De vergoeding voor aan de uitoefening van het raadslidmaatschap
                                verbonden kosten is gelijk aan het bedrag, vermeld in tabel II van
                                het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden. </al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>2. Ten aanzien van een raadslid van wie de arbeidsverhouding
                                ingevolge artikel 4, aanhef en onderdeel f, van de Wet op de
                                loonbelasting 1964 voor de toepassing van die wet als
                                dienstbetrekking wordt aangemerkt, is in afwijking van het eerste
                                lid de onkostenvergoeding gelijk aan het bedrag, vermeld in tabel
                                III van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Berekening en betaling vaste vergoedingen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Hij die gedurende een gedeelte van het kalenderjaar raadslid is
                                geweest ontvangt de vergoedingen, bedoeld in de artikelen 2 en 3,
                                naar evenredigheid van het aantal dagen dat hij in dat jaar raadslid
                                is geweest. </al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De betaling van de vergoedingen, bedoeld in de artikelen 2 en 3,
                                geschiedt in maandelijkse termijnen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Zakelijke reiskosten</titel></kop><al>Aan het raadslid en onderscheidenlijk het burgerraadslid worden de ten
                            behoeve van de gemeente gemaakte kosten in verband met reizen buiten het
                            grondgebied van de gemeente ter uitvoering van een beslissing van het
                            gemeentebestuur vergoed.1. De in het eerste lid bedoelde vergoeding
                            betreft:a. Bij gebruik van openbare middelen van vervoer en van een
                            taxi: een volledige vergoeding van de in redelijkheid gemaakte
                            noodzakelijke reiskosten;b. Bij gebruik van een eigen vervoermiddel: een
                            vergoeding van de in redelijkheid gemaakte noodzakelijke reiskosten
                            overeenkomstig het bepaalde in artikel 4, onderdeel b van de Regeling
                            rechtspositie wethouders. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Verblijfkosten</titel></kop><al>De in redelijkheid noodzakelijk gemaakte verblijfskosten ter zake van
                            reizen buiten het grondgebied van de gemeente ter uitvoering van een
                            beslissing van het gemeentebestuur worden aan het raadslid
                            onderscheidenlijk het commissielid/burgerraadslid vergoed, waarbij de
                            bepalingen van de reisregeling binnenland van toepassing zijn.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Buitenlandse excursie of reis</titel></kop><al>Het presidium kan aan een raadslid toestemming verlenen voor een
                            excursie of reis naar het buitenland. Het presidium kan aan de
                            toestemming voorwaarden verbinden.1. de in het eerste lid bedoelde
                            excursie of reis wordt door of vanwege de gemeente georganiseerd.2. De
                            in redelijkheid gemaakte reis- en verblijfkosten komen voor rekening van
                            de gemeente. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Cursus, congres, seminar of symposium</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De kosten van deelname van een raadslid, onderscheidenlijk het
                                commissielid/burgerraadslid aan cursussen, congressen, seminars en
                                symposia die in het gemeentelijk belang door of namens de gemeente
                                worden aangeboden of verzorgd komen voor rekening van de gemeente.
                            </al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het raadslid, onderscheidenlijk het commissielid/burgerraadslid dat
                                wil deelnemen aan een cursus, congres, seminar of symposium dat niet
                                door of namens de gemeente wordt aangeboden of verzorgd, dient
                                daartoe een gemotiveerde aanvraag in bij het presidium. De aanvraag
                                gaat vergezeld van inhoudelijke informatie en een
                                kostenspecificatie. De kosten komen voor rekening van de gemeente
                                als deelname van algemeen belang is in verband met de vervulling van
                                het raadslidmaatschap. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Ipad</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Op aanvraag wordt het raadslid en onderscheidenlijk het
                                burgerraadslid voor uitsluitend de uitoefening van het raads- of
                                burgerraadslidmaatschap een IPad in bruikleen ter beschikking
                                gesteld. </al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het raadslid en onderscheidenlijk het burgerraadslid ondertekent
                                daartoe een bruikleenovereenkomst met de gemeente. </al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het college stelt het model van de bruikleenovereenkomst vast. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Computer en internetverbinding</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Op aanvraag verleent het college een raadslid voor de uitoefening
                                van het raadslidmaatschap een vergoeding voor:Aanschaf en/of gebruik
                                van een eigen computer, bijbehorende apparatuur en sofware. Voor de
                                tegemoetkoming wordt uitgegaan van de door het UWV vastgestelde
                                normbedrag voor de aanschaf van een computer en toebehoren. </al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De vergoeding wordt bruto bij aanvang van een nieuwe zittingsperiode
                                uitgekeerd. </al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Verrekening van de ontvangen vergoeding, bedoeld in lid 1, vindt
                                plaats bij voortijdige beëindiging van de zittingsperiode. Er wordt
                                bij voortijdige beëindiging binnen 1 jaar 75%, binnen 2 jaar 50% en
                                binnen 3 jaar 25% teruggevorderd. </al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Hij die gedurende de zittingsperiode tussentijds wordt benoemd
                                ontvangt bij benoeming in het 1ste jaar van de zittingsperiode 100%,
                                in het 2de jaar 50%, in het 3de jaar 50% en in het 4de jaar 25% van
                                de vergoeding. </al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>Op aanvraag verleent het college een raadslid voor de in het eerste
                                lid genoemde computerapparatuur een vergoeding van € 20,- per maand
                                voor de abonnementskosten voor de internetverbinding. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Spaarloonregeling/levensloopregeling</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het raadslid van wie de arbeidsverhouding ingevolge artikel 4,
                                aanhef en onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 voor de
                                toepassing van die wet als dienstbetrekking wordt aangemerkt kan op
                                aanvraag deelnemen aan de voor het gemeentelijk personeel geldende
                                spaarloonregeling. </al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het raadslid van wie de arbeidsverhouding ingevolge artikel 4,
                                aanhef en onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 voor de
                                toepassing van die wet als dienstbetrekking wordt aangemerkt kan
                                deelnemen aan de levensloopregeling als bedoeld in artikel 19g van
                                de Wet op de loonbelasting 1964. </al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Deelname aan de spaarloonregeling is niet mogelijk indien het
                                raadslid gebruik maakt van de wettelijke levensloopregeling. </al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Gelet op het bepaalde in artikel 99 van de Gemeentewet bestaat geen
                                aanspraak op enige vergoeding van de gemeente. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Fietsregeling</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het raadslid van wie de arbeidsverhouding ingevolge artikel 4,
                                aanhef en onderdel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 voor de
                                toepassing van die wet als dienstbetrekking wordt aangemerkt kan
                                deelnemen aan de fietsregeling als bedoeld in artikel 37 van de
                                Uitvoeringsregeling loonbelasting 2001. Naar keuze van het raadslid
                                wordt de raadsvergoeding dan wel vaste onkostenvergoeding verminderd
                                met de vergoeding voor de fiets als bedoeld in de
                                Uitvoeringsregeling. </al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Gelet op het bepaalde in artikel 99 van de Gemeentewet bestaat geen
                                aanspraak op enige vergoeding van de gemeente. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Verlaging vergoeding werkzaamheden bij
                                arbeidsongeschiktheid</titel></kop><al>De vergoeding voor de werkzaamheden, bedoeld in artikel 2, kan op
                            verzoek van een raadslid worden verlaagd in het geval hij een uitkering
                            ontvangt in verband met gehele of gedeeltelijke
                            arbeidsongeschiktheid.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Compensatie korting werkloosheidsuitkering</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>In het geval een raadslid een uitkering op grond van de
                                Werkloosheidswet ontvangt en de na toepassing van artikel 20 van die
                                wet ontstane korting op deze uitkering ten gevolge van het
                                uitoefenen van het raadslidmaatschap meer bedraagt dan de in artikel
                                2 bedoelde vergoeding voor de werkzaamheden die het raadslid
                                ontvangt, wordt deze vergoeding ten laste van de gemeente verhoogd
                                tot het bedrag van bedoelde korting. </al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>In het geval dat een raadslid een uitkering op grond van het Besluit
                                Werkloosheid onderwijs- en onderzoekpersoneel ontvangt en de na
                                toepassing van artikel 6, vierde lid, van dat besluit ontstane
                                korting op deze uitkering ten gevolge van het uitoefenen van het
                                raadslidmaatschap meer bedraagt dan de in artikel 2 bedoelde
                                vergoeding voor de werkzaamheden die het raadslid ontvangt, wordt
                                deze vergoeding ten laste van de gemeente verhoogd tot het bedrag
                                van bedoelde korting. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Vergoeding voor waarneming voorzitterschap van de
                                gemeenteraad</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Een raadslid dat op grond van artikel 77 van de Gemeentewet meer dan
                                30 dagen onafgebroken het voorzitterschap van de gemeenteraad
                                waarneemt, ontvangt voor die waarneming een toeslag van 8% van de in
                                artikel 2 bedoelde vergoeding voor de werkzaamheden over de tijd van
                                de waarneming. </al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de
                                onkostenvergoeding, bedoeld in artikel 3. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Ziektekostenvoorziening</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De tegemoetkoming in de kosten van een ziektekostenverzekering
                                bedraagt per jaar het bedrag als bedoeld in artikel 11 van het
                                Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden. </al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>In het geval een raadslid gedurende een gedeelte van het
                                kalenderjaar lid van de raad is geweest ontvangt hij de
                                tegemoetkoming, bedoeld in het eerste lid, naar evenredigheid van
                                het aantal dagen dat hij in dat jaar raadslid is geweest. </al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De betaling van de tegemoetkoming, bedoeld in het eerste lid,
                                geschiedt in maandelijkse termijnen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Voorzieningen bij tijdelijk ontslag wegens zwangerschap en
                                bevalling of ziekte</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De artikelen 2 tot en met 4, 8, 10 tot en met 12 en 13a blijven van
                                toepassing op het raadslid aan wie ingevolge artikel X 10 van de
                                Kieswet tijdelijk ontslag is verleend wegens zwangerschap en
                                bevalling of ziekte, met dien verstande dat de onkostenvergoeding
                                die dit raadslid op grond van artikel 3, eerste of tweede lid,
                                ontvangt de helft bedraagt van het bedrag dat op grond van die
                                bepalingen van toepassing is. </al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De artikelen 1 tot en met 7, 8 eerste, tweede, vierde en vijfde lid,
                                en 11 tot en met 13a van deze verordening zijn van toepassing op
                                raadsleden die tijdelijk worden benoemd ter vervanging van een
                                raadslid dat ingevolge artikel X10 van de Kieswet tijdelijk ontslag
                                heeft verkregen wegens zwangerschap en bevalling of ziekte. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Titeldeel</label><nr>1</nr><titel>Voorziening voor commissieleden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Vergoeding bijwonen commissievergaderingen door
                                Burgerraadsleden</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De vergoeding voor het bijwonen van de vergaderingen van een
                                commissie en haar subcommissies bedoeld in artikel 14 van het
                                Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden is gelijk aan het door
                                de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
                                vastgestelde maximum. </al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op degene die
                                als lid van een commissie een vaste vergoeding voor de werkzaamheden
                                als bedoeld in artikel 96 van de Gemeentewet ontvangt. </al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Geen vergoeding ontvangt degene die zitting heeft in een commissiea.
                                Als raadslid of wethouder;b. Uit hoofde van dan wel als rechtstreeks
                                uitvloeisel van een ambtelijke of bestuurlijke hoedanigheid dan wel
                                van een functie bij een instelling die grotendeels van overheidswege
                                wordt gesubsidieerd;c. Als vertegenwoordiger van een belanghebbende
                                instelling, organisatie of groepering, tenzij zijn lidmaatschap van
                                de commissie tevens in belangrijke mate het gemeentelijk belang
                                dient. </al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in het eerste lid ontvangen de
                                voorzitter van de commissie bezwaar- en beroepschriften 2,5 maal en
                                de leden van deze commissie 2 maal het bedrag van de vergoeding,
                                bedoeld in het eerste lid. </al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>De vergoedingen voor de rekenkamercommissie zijn geregeld in de
                                Verordening Rekenkamercommissie Boxmeer 2007. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Titeldeel</label><nr>1</nr><titel>De procedure van declaratie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Betaling van kosten</titel></kop><al>Betaling van kosten op grond van deze verordening vindt plaats door:a.
                            Betaling uit eigen middelen; ofb. Rechtstreekse toezending van de
                            factuur aan de gemeente; ofc. Een gemeentelijke creditcard. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Declaratie van vooruit betaalde kosten</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Voor de vergoeding van de kosten, bedoeld in de artikelen 5 en 6
                                wordt gebruik gemaakt van een declaratieformulier, waarvan het model
                                door het presidium is vastgesteld, indien deze kosten uit eigen
                                middelen vooruit zijn betaald. </al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het declaratieformulier wordt volledig ingevuld en ondertekend. Het
                                raadslid, onderscheidenlijk het commissielid/burgerraadslid dient
                                het declaratieformulier binnen 2 maanden bij de griffier in onder
                                bijvoeging van de originele bewijsstukken. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Rechtstreekse facturering bij de gemeente</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De vergoeding van kosten, bedoeld in de artikelen 7 en 8 kan
                                plaatsvinden door rechtstreekse toezending van de door het raadslid,
                                onderscheidenlijk het commissielid/burgerraadslid voor akkoord
                                ondertekende factuur aan de gemeente. </al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Verantwoording van deze wijze van vergoeding vindt plaats door het
                                begeleidingsformulier, waarvan het model door het presidium is
                                vastgesteld, volledig in te vullen en te ondertekenen. </al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het raadslid, onderscheidenlijk het commissielid/burgerraadslid
                                dient het begeleidingsformulier en de factuur binnen 2 maanden in
                                bij de griffier. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Titeldeel</label><nr>1</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening rechtspositie raads-
                            en commissieleden 2011.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>De Raad voornoemd,de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>A.W.J.M. Cornelissen K.W.T. van Soest </ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>