<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR122494_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Parkeerverordening Breda 2007</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Breda</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-10-17</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Breda</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="http://www.breda.nl/gemeente/nieuws/bekendmakingen/parkeerverordening-2013">Breda.nl, 27-09-2013</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Parkeerverordening Breda 2007</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wegenverkeerswet 1994</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-09-30</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-10-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2013-10-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Intrekking</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>41301</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>parkeren</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Aanwijzingsbesluit op grond Parkeerverordening Breda 2007</al><al>Beleidsregel voor bezoekersvergunningen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling vervangt de Parkeerverordening Breda 2005.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Parkeerverordening Breda 2007</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Breda;</al><al/><al>gelet op artikel 149 van de Gemeentewet en het bepaalde bij en krachtens de
                        Wegenverkeerswet 1994;</al><al/><al>gezien het voorstel van het college met overname van de daarin vermelde
                        overwegingen;</al><al/><al>besluit:</al><al/><al>tot het vaststellen van de "Parkeerverordening Breda 2007" en de
                        bijbehorende toelichting</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>I</nr><titel>Inleiding</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>RVV 1990: het Reglement verkeersregels en verkeerstekens van 26
                                    juli 1990, Stb. 459;</al></li><li nr="b."><al>Motorvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in het RVV 1990,
                                    met die beperking dat deze moeten voldoen aan de volgende
                                    maximale afmetingen: 7 meter lang, 2,55 meter breed (met
                                    uitzondering van geconditioneerde bedrijfsauto’s, die mogen niet
                                    breder zijn dan 2,60) en niet hoger dan 4 meter.</al></li><li nr="c."><al>Parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten
                                    staan van een motorvoertuig, anders dan gedurende de tijd die
                                    nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of
                                    uitstappen van personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen
                                    van goederen, op binnen de gemeente gelegen, voor het openbaar
                                    verkeer openstaande terreinen of weggedeelten, waarop dit doen
                                    of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is
                                    verboden;</al></li><li nr="d."><al>Houder: degene op wiens naam het voor het motorvoertuig
                                    opgegeven kenteken ten tijde van het parkeren in het krachtens
                                    de Wegenverkeerswet 1994 (stb. 1994. 475) aangehouden register
                                    van opgegeven kentekens was ingeschreven, en die in het bezit is
                                    van een geldig rijbewijs. Ook diegene die middels een lease
                                    overeenkomst of een verklaring van de werkgever of
                                    houderschapsverklaring kan aantonen dat hij de bestuurder is van
                                    het motorvoertuig dat ten tijden van het parkeren op naam van de
                                    lease maatschappij respectievelijk de werkgever in het hiervoor
                                    genoemde register, wordt als houder aangemerkt, mits hij in het
                                    bezit is van een geldig rijbewijs;</al></li><li nr="e."><al>Houderschapsverklaring; schriftelijke verklaring waarmee houder
                                    kan aantonen dat hij de bestuurder is van het motorvoertuig dat
                                    ten tijde van het parkeren op naam van de lease maatschappij
                                    respectievelijk de werkgever in het hiervoor genoemde register,
                                    als houder wordt aangemerkt. Een houderschapsverklaring moet
                                    voorzien worden van het rijbewijsnummer van de houder.</al></li><li nr="f."><al>Camper of kampeerauto: personen of bedrijfsauto waarvan de
                                    constructie een woonaccommodatie bevat die tenminste bestaat uit
                                    de volgende uitrusting:</al><lijst><li nr="i."><al>zitplaatsen en een tafel;</al></li><li nr="ii."><al>slaapaccommodatie die met behulp van de zitplaatsen kan
                                            worden gecreëerd;</al></li><li nr="iii."><al>kookgelegenheid en </al></li><li nr="iv."><al>opbergfaciliteiten</al></li></lijst><al>welke vast in de woonafdeling zijn bevestigd, met dien verstande
                                    dat de tafel zodanig mag zijn ontworpen dat zij gemakkelijk kan
                                    worden verwijderd.</al></li><li nr="g."><al>Bedrijfsauto: motorrijtuig op vier of meer wielen, niet zijnde
                                    een motorrijtuig met beperkte snelheid, een landbouw- of
                                    bosbouwtrekker, een motorrijtuig op vier wielen als bedoeld in
                                    onderdeel q (van het Voertuigreglement) of een vierwielige
                                    bromfiets, en 1. ingericht voor het vervoer van personen, met
                                    meer dan acht zitplaatsen, de bestuurderszitplaats niet
                                    meegerekend, of 2. ingericht voor het vervoer van goederen, of
                                    3. ingericht voor het uitvoeren van andere werkzaamheden, of 4.
                                    ingericht als kampeerauto; in ieder geval wordt als bedrijfsauto
                                    aangemerkt een voertuig dat blijkens het afgegeven
                                    kentekenbewijs als bedrijfsauto is aangeduid.</al></li><li nr="h."><al>Parkeerapparatuur: parkeermeters, parkeerautomaten met inbegrip
                                    van verzamelparkeermeters en hetgeen naar maatschappelijke
                                    opvattingen overigens onder parkeerapparatuur wordt
                                    verstaan;</al></li><li nr="i."><al>Parkeerapparatuurplaats: een parkeerplaats behorende bij
                                    parkeerapparatuur;</al></li><li nr="j."><al>Belanghebbendenplaats: een parkeerplaats die gelegen is binnen
                                    een zone aangeduid met bord E9 uit bijlage I van het RVV 1990
                                    met het opschrift “zone”, voor zover deze plaats niet is
                                    uitgezonderd.</al></li><li nr="k."><al>Huishouden: één of meer bewoners die in één woonruimte wonen en
                                    samen een duurzaam gemeenschappelijk huishouden vormen.</al></li><li nr="l."><al>Bedrijf: natuurlijke persoon of rechtspersoon, dat volgens een
                                    uittreksel uit het register van de Kamer van Koophandel
                                    gevestigd is in het gereguleerd parkeergebied.</al></li><li nr="m."><al>Vergunning: een door het college verleende vergunning, krachtens
                                    welke het is toegestaan een motorvoertuig te parkeren op daartoe
                                    aangewezen parkeerapparatuur- en/of belanghebbendenplaatsen
                                    binnen een daartoe vastgesteld vergunninggebied;</al></li><li nr="n."><al>Basisvergunning: vergunning ten behoeve van een motorvoertuig
                                    welke, indien de vergunninghouder aan de vereisten van
                                    vergunningverlening blijft voldoen, jaarlijks wordt
                                    verlengd.</al></li><li nr="o."><al>Jaarvergunning: vergunning ten behoeve van een motorvoertuig,
                                    waarvan jaarlijks wordt bekeken of verstrekking, gelet op de
                                    beschikbare parkeerruimte binnen het gebied waar de vergunning
                                    voor wordt gevraagd, mogelijk is.</al></li><li nr="p."><al>Zwerfvergunning: een door het college verleende vergunning,
                                    krachtens welke het is toegestaan een motorvoertuig te parkeren
                                    op daartoe aangewezen parkeerapparatuur- en
                                    belanghebbendenplaatsen binnen meerdere of alle daartoe
                                    vastgestelde vergunninggebieden. De zwerfvergunningen worden
                                    onderverdeeld in zakelijke en non-profitvergunningen;</al></li><li nr="q."><al>Vergunninghouder: de natuurlijke persoon of rechtspersoon aan
                                    wie een vergunning is verleend.</al></li><li nr="r."><al>Vergunninggebied: een door het college aangewezen gebied,
                                    waarbinnen belanghebbendenplaatsen zijn gelegen dan wel
                                    waarbinnen parkeerapparatuurplaatsen zijn gelegen, en waarbinnen
                                    vergunningen als onder i. genoemd uitgegeven kunnen worden;</al></li><li nr="s."><al>Fiscaal vergunninggebied: een vergunningengebied ingericht met
                                    alleen parkeerapparatuurplaatsen </al></li><li nr="t."><al>Bezoekersvergunning: een vergunning verstrekt aan een
                                    huishouden, bestemt voor het parkeren van de bezoekers van dat
                                    huishouden;.</al></li><li nr="u."><al>Bezoekerspas: een vergunning voor het parkeren van bezoekers van
                                    een huishouden, waarmee de parkeerapparatuur in werking kan
                                    worden gesteld op de daartoe bestemde wijze met inachtneming van
                                    de door het college gestelde voorwaarden;</al></li><li nr="v."><al>Brommobiel: bromfiets op meer dan 2 wielen die is voorzien van
                                    een carrosserie;</al></li><li nr="w."><al>Autodate: het herhaald en opvolgend gezamenlijk gebruik van
                                    motorvoertuigen op grond van een overeenkomst tussen natuurlijke
                                    personen en een aanbieder of tussen natuurlijke personen uit
                                    meer dan één huishouden;</al></li><li nr="x."><al>Aanbieder: de natuurlijke persoon of rechtspersoon die
                                    motorvoertuigen t.b.v. autodate ter beschikking stelt;</al></li><li nr="y."><al>Standplaats: de parkeerplaats waar een motorvoertuig bestemd
                                    voor autodate geparkeerd wordt;</al></li><li nr="z."><al>Stadshart: het voetgangersdomein van het historisch Stadshart
                                    van Breda, zoals aangeduid met bord G7 uit bijlage I van het RVV
                                    1990;</al></li><li nr="aa."><al>Eigen parkeergelegenheid: de potentiële mogelijkheid om een
                                    motorvoertuig te kunnen parkeren op een andere dan een openbare
                                    (parkeerplaats), zoals bijvoorbeeld een garage, carport, tuin,
                                    aangelegde parkeerplaatsen op eigen terrein of toerit;</al></li><li nr="bb."><al>Wachtlijst: lijst die gebruikt wordt bij basis- en
                                    jaarvergunning, de datum van aanvraag bepaalt de prioritering en
                                    de volgorde op de wachtlijst.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Verlening vergunning</titel></kop><al>Op het aanvragen van een vergunning zoals bepaald in de artikelen 4 tot
                            en met 7 en 9 tot en met 11 beslist het college voor de eerstvolgende 1
                            maart.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>II</nr><titel>Vergunninggebieden, vergunningen en bezoekersregelingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Aanwijzen vergunninggebieden en tijdstippen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan gebieden aanwijzen die bestemd zijn voor het
                                parkeren door vergunninghouders op zowel belanghebbendenplaatsen als
                                parkeerapparatuurplaatsen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan gedeelten van het Stadshart aanwijzen, waarvan de
                                bewoners onder nader te noemen voorwaarden een vergunning kunnen
                                verkrijgen in hiertoe aangewezen vergunninggebieden, zoals genoemd
                                in lid 1.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan per gebied, zoals genoemd in lid 1, de tijdstippen
                                vaststellen waarop het parkeren aan vergunninghouders is
                                toegestaan.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan gebieden aanwijzen waarbinnen parkeren voor
                                bezoekers van huishoudens is toegestaan.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan per gebied, zoals genoemd in lid 1, de tijdstippen
                                vaststellen waarbinnen de bezoekersvergunningen en de
                                bezoekerspassen gebruikt kunnen worden.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het college duidt de als belanghebbendenplaats aangewezen gebieden
                                uit het eerste lid aan met bord E9, met het opschrift zone, uit
                                bijlage I van het RVV 1990.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Basisvergunningen huishoudens</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een huishouden komt in aanmerking voor maximaal één basisvergunning,
                                geldig binnen een conform artikel 3 aangewezen vergunninggebied,
                                indien aan de volgende voorwaarden voldaan wordt:</al><lijst><li nr="a."><al>de aanvrager uit dat huishouden staat ingeschreven in de
                                        Gemeentelijke Basisadministratie Persoonsgegevens van de
                                        gemeente als bewoner van dat huishouden binnen het
                                        betreffende vergunninggebied; </al><al>of </al></li><li nr="b."><al> de aanvrager uit dat huishouden staat ingeschreven in de
                                        Gemeentelijke Basisadministratie Persoonsgegevens van de
                                        gemeente als bewoner van dat huishouden in het gedeelte
                                        Stadshart dat conform art. 2, lid 2, hiertoe door het
                                        college is aangewezen; </al><al>én </al></li><li nr="c."><al> de aanvrager uit dat huishouden eigenaar of houder is van
                                        een motorvoertuig, op welk kenteken de vergunning afgegeven
                                        wordt, of eigenaar of houder is van een brommobiel; </al><al>én </al></li><li nr="d."><al> de aanvrager uit dat huishouden woonachtig is in een woning
                                        waartoe geen eigen parkeergelegenheid behoort danwel wanneer
                                        deze aanvrager niet kan of had kunnen beschikken over eigen
                                        parkeergelegenheid.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien een aanvrager conform het bepaalde in lid 1 in aanmerking
                                komt voor een basisvergunning, kan het college deze vergunning
                                verlenen indien de beschikbare parkeerruimte dat naar het oordeel
                                van het college toelaat.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien een aanvrager conform het bepaalde in lid 2 in aanmerking
                                komt voor een basisvergunning en deze vergunning niet verleend wordt
                                omdat de beschikbare parkeerruimte dat naar het oordeel van het
                                college niet toelaat, wordt deze aanvrager op een wachtlijst
                                geplaatst.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Jaarvergunningen huishoudens</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De aanvrager van een huishouden komt in aanmerking voor een
                                jaarvergunning, geldig binnen een conform artikel 3 aangewezen
                                vergunninggebied, indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de aanvrager van het huishouden voldoet aan het bepaalde in
                                        artikel 4, lid 1, onder a,b en c. </al><al>én</al></li><li nr="b."><al>het huishouden reeds in het bezit is van een basisvergunning
                                        en het huishouden beschikt over meer dan 1 motorvoertuig </al><al>óf</al></li><li nr="c."><al>het huishouden niet in aanmerking komt voor een
                                        basisvergunning, aangezien het huishouden beschikt over
                                        eigen parkeergelegenheid c.q. had kunnen beschikken over
                                        eigen parkeergelegenheid, maar de beschikbare parkeerruimte
                                        het verlenen van een jaarvergunning naar het oordeel van het
                                        college wel toestaat. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een jaarvergunning wordt alleen afgegeven indien de beschikbare
                                parkeerruimte dat naar het oordeel van het college toelaat.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een jaarvergunning wordt afgegeven per kenteken van elk
                                motorvoertuig waarvan de aanvrager van dat huishouden eigenaar of
                                houder is, tot een maximum van 3 jaarvergunningen per
                                huishouden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Basisvergunningen bedrijven</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een bedrijf komt in aanmerking voor maximaal één basisvergunning op
                                bedrijfsnaam, geldig binnen een conform artikel 3 aangewezen
                                vergunninggebied, indien aan de volgende voorwaarden voldaan
                                wordt:</al><lijst><li nr="a."><al> het bedrijf feitelijk geheel of gedeeltelijk is gevestigd
                                        binnen het betreffende vergunninggebied;</al><al>én </al></li><li nr="b."><al> het bedrijf dan wel een werknemer van het bedrijf eigenaar
                                        of houder van een motorvoertuig is</al><al> én</al></li><li nr="c."><al>bij het bedrijf geen eigen parkeergelegenheid behoort danwel
                                        wanneer het bedrijf niet kan of had kunnen beschikken over
                                        eigen parkeergelegenheid anderszins;</al><al>én</al></li><li nr="d."><al>het bedrijf de basisvergunning nodig heeft voor de
                                        bedrijfsvoering.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien een bedrijf conform het bepaalde in lid 1 in aanmerking komt
                                voor een basisvergunning, kan het college deze vergunning verlenen
                                indien de beschikbare parkeerruimte dat naar het oordeel van het
                                college toelaat.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien een bedrijf conform het bepaalde in lid 1 in aanmerking komt
                                voor een basisvergunning en deze vergunning niet verleend wordt
                                omdat de beschikbare parkeerruimte het naar het oordeel van het
                                college niet toelaat, wordt dit bedrijf op een wachtlijst
                                geplaatst.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Jaarvergunningen bedrijven</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een bedrijf komt in aanmerking voor een jaarvergunning, geldig
                                binnen een conform artikel 3 aangewezen vergunninggebied,
                                indien:</al><lijst><li nr="a."><al>het bedrijf voldoet aan het bepaalde in artikel 6, lid 1
                                        onder a en b; </al><al>én</al></li><li nr="b."><al>het bedrijf de jaarvergunning(en) nodig heeft voor de
                                        bedrijfsvoering;</al><al>én</al></li><li nr="c."><al>het bedrijf reeds in het bezit is van een
                                        basisvergunning;</al><al>óf</al></li><li nr="d."><al>het bedrijf niet in aanmerking kwam voor een
                                        basisvergunning, aangezien het beschikt over eigen
                                        parkeergelegenheid c.q. had kunnen beschikken over eigen
                                        parkeergelegenheid, maar de beschikbare parkeerruimte het
                                        verlenen van een jaarvergunning wel toestaat.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een jaarvergunning wordt alleen afgegeven indien de beschikbare
                                parkeerruimte dat naar het oordeel van het college toelaat.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een jaarvergunning wordt op bedrijfsnaam afgegeven, tot een maximum
                                van 6 jaarvergunningen per bedrijf.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Tijdelijke vergunningen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bewoners of bedrijven die tijdelijke activiteiten moeten uitoefenen
                                in door het college conform artikel 3, lid 1 aangewezen
                                vergunninggebied en voor de uitoefening van de werkzaamheden naar
                                het oordeel van het college een motorvoertuig nodig hebben, kunnen
                                een tijdelijke vergunning krijgen voor één week of één maand. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien een bewoner of bedrijf conform het bepaalde in lid 1 in
                                aanmerking komt voor een vergunning kan het college deze vergunning
                                verlenen indien de beschikbare parkeerruimte dat naar het oordeel
                                van het college toelaat.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Zwerfvergunningen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een ieder kan aanmerking komen voor een zakelijke
                                zwerfvergunning.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij het verstrekken van een non-profit zwerfvergunning zal het
                                college jaarlijks, maar in ieder geval voor de onder artikel 2
                                genoemde datum, een lijst vaststellen van personen/instellingen die
                                naar het oordeel van het college in aanmerking komen voor een
                                dergelijke vergunning. Op deze lijst komen alleen organisaties die
                                naar het oordeel van het college voldoen aan één van de volgende
                                criteria:</al><lijst><li nr="a."><al>de aanvrager is een vrijwilligersorganisatie met
                                        sociaal-maatschappelijke doeleinden of activiteiten op het
                                        gebied van gezondheidszorg, die verklaart geen subsidies of
                                        andere structurele inkomsten te ontvangen;</al></li><li nr="b."><al>de aanvrager is een professionele zorg- en hulpinstelling,
                                        waarvan de betreffende werknemers als eerstelijns
                                        zorgverlener binnen het medisch of maatschappelijke werkveld
                                        regelmatig op huisbezoek moet komen in het kader van de
                                        zorgverlening bij cliënten;</al></li><li nr="c."><al>de aanvrager is een organisatieonderdeel van de gemeente
                                        Breda.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De onder 2 genoemde aanvragers moeten voldoen aan het volgende:</al><lijst><li nr="a."><al>de werknemers of de medewerkers van de aanvrager moeten
                                        aantoonbaar werkzaam zijn binnen meerdere als zodanig
                                        aangewezen vergunninggebieden.</al></li><li nr="b."><al>de werknemers of medewerkers van de aanvrager moeten
                                        aantonen dat zij voor hun werkzaamheden een motorvoertuig
                                        nodig hebben.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al> Alleen aanvragers die op de door het college vastgestelde lijst
                                staan kunnen in aanmerking komen voor een non-profit
                                zwerfvergunning. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Er worden per aanvrager maximaal 7 non-profit zwerfvergunningen
                                verstrekt en alleen als de beschikbare parkeerruimte dit naar het
                                oordeel van het college toestaat.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Vergunningen autodate</titel></kop><al>Bedrijven welke eigenaar en/of houder zijn van een motorvoertuig bestemd
                            voor autodate, waarvan de standplaats is gelegen in een
                            vergunninggebied, hebben recht op een basisvergunning indien de
                            parkeercapaciteit in het gebied het naar het oordeel van het college dat
                            toelaat.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Bezoekersvergunningen en bezoekerspassen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Ieder huishouden in een door het college op grond van artikel 3, lid
                                4 aangewezen gebied, heeft in beginsel recht op één
                                bezoekersvergunning óf één bezoekerspas.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan nadere regels en voorwaarden stellen aan het gebruik
                                van de in lid 1 genoemde bezoekersvergunning en bezoekerspas
                                (waaronder tarief, venstertijd, geldigheidsduur, maximale bezoekuren
                                per huishouden per tijdseenheid etc).</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De in lid 1 genoemde bezoekersvergunning en bezoekerspas zijn geldig
                                op maandag tot en met vrijdag van 9.00 tot 16.00 uur.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in lid 3 is de bezoekerspas alleen
                                geldig voor zover het tegoed op de bezoekerpas dat toestaat.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Indien meer dan 51% van alle vergunninghouders onder de huishoudens
                                van het onder lid 1 genoemde gebied, de in lid 3 genoemde
                                tijdstippen wenst te verruimen, zal het college dit advies opvolgen,
                                tenzij dringende redenen zich hiertegen verzetten.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het college kan in zeer uitzonderlijke gevallen een
                                bezoekersvergunning verstrekken, welke geldig is op andere
                                tijdstippen dan de overige bezoekersvergunningen in het betreffende
                                gebied. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Prioriteitstelling vergunningverlening</titel></kop><al>Het college verleent de hiervoor genoemde vergunningen onder de volgende
                            prioriteitsstelling:</al><lijst><li nr="a."><al>Per gebied gaan per categorie (d.w.z. basisvergunning,
                                    1<sup>e</sup> jaarvergunning, 2<sup>e</sup> jaarvergunning etc).
                                    huishoudens voór bedrijven en wordt bij de uitgifte van
                                    vergunningen aan huishoudens, prioriteit gegeven aan huishoudens
                                    waarvan de aanvrager in het bezit is van een geldige
                                    gehandicaptenparkeerkaart en een gehandicaptenparkeerplaats op
                                    kenteken.</al></li><li nr="b."><al>Vervolgens worden per gebied de basisvergunningen uitgegeven,
                                    voor zover de beschikbare parkeercapaciteit in het door het
                                    college conform artikel 3 aangewezen gebied dit naar het oordeel
                                    van het college toestaat. De datum van aanvraag bepaalt de
                                    volgorde van uitgifte.</al></li><li nr="c."><al>Nadat de onder b genoemde basisvergunningen zijn verleend,
                                    worden, indien de beschikbare parkeercapaciteit het toelaat,
                                    vervolgens de eerste jaarvergunningen geldig voor het vigerende
                                    kalenderjaar uitgegeven, waarbij de datum van aanvraag de
                                    volgorde van uitgifte bepaalt.</al></li><li nr="d."><al>Nadat de onder c genoemde eerste jaarvergunningen zijn verleend,
                                    worden, indien de beschikbare parkeercapaciteit dit naar het
                                    oordeel van het college toelaat, vervolgens de tweede en daarna
                                    de volgende jaarvergunningen per categorie uitgegeven, waarbij
                                    de datum van aanvraag de volgorde van uitgifte bepaalt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Maximaal aantal vergunningen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In ieder door het college conform het bepaalde in artikel 3
                                aangewezen vergunninggebied wordt het aantal verstrekte basis- en
                                jaarvergunningen in beginsel gemaximaliseerd op 120% van het aantal
                                beschikbare parkeerplaatsen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan, in afwijking van het bepaalde in het eerste lid, in
                                een op grond van artikel 3 aangewezen vergunninggebied een ander
                                maximum percentage vaststellen, waarbij zij ondermeer rekening houdt
                                met specifieke gebiedsafhankelijke factoren.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien een gebouw of een perceel over een aantal parkeerplaatsen
                                beschikt, welke exclusief bestemd zijn voor de gebruikers/bewoners
                                van dat gebouw, zal dit aantal in mindering worden gebracht op het
                                maximale aantal voor dat gebouw of perceel te verstrekken
                                basisvergunningen. Nadat de capaciteit voor dat gebouw of perceel is
                                bepaald op het verschil tussen het aantal potentiële aanvragers en
                                het aantal parkeerplaatsen, zullen alle extra aanvragen voor
                                basisvergunning worden geweigerd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Geldigheid vergunningen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Basisvergunningen, jaarvergunningen en tijdelijke vergunningen,
                                zoals genoemd in de artikelen 4 t/m 8, zijn in beginsel geldig in
                                het gehele door het college op grond van artikel 3 aangewezen
                                vergunning gebied.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Zwerfvergunningen, zoals genoemd in artikel 9, zijn in beginsel
                                geldig voor alle vergunninggebieden zoals door het college
                                aangewezen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Basisvergunningen, zoals genoemd in de artikelen 4 en 6, worden,
                                tenzij deze om welke reden dan ook worden ingetrokken, verleend voor
                                een jaar en worden daarna in beginsel weer verlengd met een jaar,
                                tenzij de aanvrager niet meer voldoet aan de vereiste criteria.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Jaar- en zwerfvergunningen, zoals genoemd in de artikelen 5, 7 en 9,
                                worden, tenzij deze om welke reden dan ook worden ingetrokken,
                                verleend voor een periode van maximaal één jaar.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Bezoekersvergunningen en bezoekerspassen, zoals genoemd in artikel
                                11, worden tenzij deze om welke reden dan ook worden ingetrokken,
                                verleend voor één jaar en worden daarna in beginsel weer verlengd
                                met een jaar, tenzij de aanvrager niet meer voldoet aan de vereiste
                                criteria.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Inhoud vergunningen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Alle basisvergunningen, jaarvergunningen en tijdelijke vergunningen
                                van huishoudens zoals genoemd in de artikelen 4 en 5 en 8 worden op
                                kenteken gesteld van de eigenaar of houder van het betreffende
                                motorvoertuig of brommobiel. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op de onder 1 genoemde basis- en jaarvergunningen kunnen maximaal 3
                                kentekens worden geplaatst.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Alle basisvergunningen, jaarvergunningen en tijdelijke vergunningen
                                van bedrijven zoals genoemd in de artikelen 6, 7, 8 en 10 worden op
                                naam gesteld van het betreffende bedrijf.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Zwerfvergunningen zoals bedoeld in artikel 9 worden op naam van de
                                aanvrager gesteld.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Bezoekersvergunningen en bezoekerspassen zoals genoemd in artikel 11
                                worden gesteld op naam van de aanvrager van het huishouden.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De vergunning bevat daarnaast in ieder geval de volgende
                                gegevens:</al><lijst><li nr="a."><al>de periode waarvoor de vergunning geldt;</al></li><li nr="b."><al>het weggedeelte of gebied waarvoor de vergunning geldt;</al></li><li nr="c."><al>de voorschriften en beperkingen die aan de vergunning
                                        verbonden zijn;</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Beperkingen en voorschriften vergunningen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan een vergunning in het belang van een goede verdeling
                                van de beschikbare parkeerruimte, de verkeersveiligheid en het
                                gemeentelijk beleid betreffende parkeerregulering onder beperkingen
                                verlenen. De beperkingen kunnen onder andere betreffen het gebied
                                (de parkeerplaats) en/of de dagen en uren waarvoor de vergunning
                                geldt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan aan een vergunning in het belang van een goede
                                verdeling van de beschikbare parkeerruimte voorschriften
                                verbinden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Aan een vergunning ingevolge artikel 10 (autodate) kan het college
                                voorschriften en beperkingen verbinden die strekken tot bescherming
                                van het belang van het voorkomen of beperken van door het verkeer
                                veroorzaakte overlast, hinder of schade alsmede de gevolgen voor het
                                milieu, bedoeld in de Wet milieubeheer, waaronder mede wordt
                                begrepen het stimuleren van selectief motorvoertuiggebruik.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Degene aan wie krachtens deze verordening een vergunning is verleend
                                is verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen na te
                                komen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Intrekkings- en wijzigingsgronden</titel></kop><al>Het college kan in ieder geval een vergunning intrekken of
                            wijzigen:</al><lijst><li nr="a."><al>op verzoek van de vergunninghouder;</al></li><li nr="b."><al>als de vergunninghouder kopieën maakt van de
                                    vergunningkaart.</al></li><li nr="c."><al>als de vergunninghouder niet voldoet aan de voor de vergunning
                                    verschuldigde betaling;</al></li><li nr="d."><al>wanneer er zich een wijziging voordoet in een van de
                                    omstandigheden die relevant waren voor het verlenen van de
                                    vergunning;</al></li><li nr="e."><al>indien de aan de vergunning verbonden voorschriften niet zijn of
                                    worden nagekomen;</al></li><li nr="f."><al>wanneer blijkt dat bij de aanvraag van de vergunning onjuiste
                                    gegevens zijn verstrekt;</al></li><li nr="g."><al>wanneer op grond van een verandering van omstandigheden of
                                    inzichten opgetreden na het verlenen van de vergunning moet
                                    worden aangenomen dat intrekking of wijziging wordt gevorderd
                                    door het belang van verkeersveiligheid of het gemeentelijk
                                    beleid betreffende parkeerregulering;</al></li><li nr="h."><al>om redenen van openbaar belang;</al></li><li nr="i."><al>wanneer blijkt dat een bedrijf de verleende bedrijfsvergunning
                                    gebruikt voor het parkeren van bezoekers.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><al> Het college kan een vergunning weigeren: </al><lijst><li nr="a."><al> als de beschikbare parkeerruimte vergunningverstrekking naar
                                    het oordeel van het college niet toelaat; </al><al>of </al></li><li nr="b."><al> wanneer als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente
                                    redelijkerwijs te verwachten is dat door verlening van de
                                    vergunning de verkeersveiligheid of het gemeentelijk beleid
                                    betreffende parkeerregulering in gevaar komt;</al><al> of</al></li><li nr="c."><al> als de aanvrager woonachtig is in een gebouw waartoe
                                    parkeergelegenheid behoort c.q. wanneer het niet kunnen
                                    beschikken over eigen parkeergelegenheid hem naar het oordeel
                                    van het college redelijkerwijs te verwijten is. </al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>III</nr><titel>Verbodsbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Verbodsbepaling parkeren</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden gedurende de tijden waarop het parkeren op een
                                    belanghebbendenplaats slechts aan vergunninghouders is
                                    toegestaan daar een (motor)voertuig te parkeren of geparkeerd te
                                    houden:</al><lijst><li nr="a."><al>zonder geldige vergunning; </al><al>of</al></li><li nr="b."><al>zonder dat het (motor)voertuig duidelijk zichtbaar is
                                            voorzien van de geldige vergunning; </al><al>of</al></li><li nr="c."><al>of in strijd is met de aan de vergunning verbonden
                                            beperkingen en/of voorschriften.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Verbodsbepaling gebruik parkeerplaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden om enig voorwerp, niet zijnde een motorvoertuig, te
                                plaatsen of te laten staan:</al><lijst><li nr="a."><al>op een parkeerapparatuurplaats;</al></li><li nr="b."><al>op een belanghebbendenplaats;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden een fiets, een bromfiets of enig ander voorwerp op
                                zodanige wijze tegen of bij parkeerapparatuur te plaatsen of te
                                laten staan, dat daardoor een normaal gebruik daarvan wordt
                                belemmerd of verhinderd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het bepaalde in het eerste
                                lid van dit artikel.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Verbodsbepaling gebruik parkeerapparatuurplaats en
                                -apparatuur</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden parkeerapparatuur op andere wijze dan wel met andere
                                munten dan die welke in de kennisgeving op de parkeerapparatuur
                                staan aangegeven in werking te stellen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden op een parkeerapparatuurplaats gedurende de tijden
                                waarop het parkeren daar slechts tegen betaling is toegestaan:</al><lijst><li nr="a."><al>een (motor)voertuig te parkeren indien de parkeerapparatuur
                                        niet in werking is gesteld of niet onmiddellijk na aanvang
                                        van het parkeren in werking wordt gesteld.</al></li><li nr="b."><al>een (motor)voertuig geparkeerd te houden indien de
                                        parkeerapparatuur aangeeft dat de parkeertermijn is
                                        verstreken.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het tweede lid vervatte verbod geldt niet wanneer aan de
                                eigenaar of houder van het motorvoertuig een vergunning is verleend
                                voor het parkeren op de betreffende parkeerapparatuurplaatsen, het
                                motorvoertuig duidelijk zichtbaar is voorzien van een vergunning en
                                niet gehandeld wordt in strijd met de aan de vergunning verbonden
                                voorwaarden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het tweede lid vervatte verbod is niet van toepassing op
                                parkeerapparatuurplaatsen waar op grond van de vigerende
                                parkeerbelastingverordening naheffingsaanslagen worden opgelegd
                                wegens het niet betalen van verschuldigd parkeergeld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Nadere regels</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan nadere regels stellen ter nadere uitwerking van het
                                bepaalde in deze verordening</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in de artikelen 4 tot en met 11 kan
                                het college in bijzondere gevallen vergunning verlenen aan andere
                                dan de in deze artikelen genoemde categorieën.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Aan voertuigen voorzien van een handelaarskenteken wordt geen
                                vergunning verstrekt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Voor het plaatsen van woonwagens, kampeerwagen, caravans, campers of
                                andere dergelijke voertuigen die voor de recreatie worden gebruikt
                                is geen aparte vergunning conform deze verordening nodig. De
                                bepalingen in de Algemene plaatselijke verordening zijn onverkort
                                van toepassing.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>In door het college op grond van artikel 3 na de inwerkingtreding
                                van deze verordening aangewezen nieuwe vergunninggebieden, wordt een
                                datum bepaalt wanneer alle aanvragen voor vergunningen dienen te
                                zijn ingediend. Voor deze gebieden wordt door het college de datum
                                bepaalt waarop de prioriteitstelling zoals bedoeld in artikel 12 zal
                                gaan gelden.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>IV</nr><titel>Straf-, overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><al>Overtreding van het bepaalde in afdeling III van deze verordening wordt
                            bestraft met hechtenis van ten hoogste twee maanden of geldboete van de
                            eerste categorie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Opsporingsambtenaren</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Met de opsporing van overtredingen van deze verordening, zijn de in
                                artikel 142 van het Wetboek van strafverordening genoemde
                                opsporingsambtenaren belast.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voorts zijn met het toezicht op de handhaving van het bepaalde bij
                                of krachtens deze verordening belast de door het college aangewezen
                                personen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Overgangsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Vergunningen en ontheffingen, hoe ook genaamd, welke zijn verleend
                                krachtens de “Parkeerverordening Breda 2005” blijven tot 1 maart
                                2008 van kracht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voorschriften en beperkingen, hoe ook genaamd, opgelegd krachtens de
                                “Parkeerverordening Breda 2005” blijven, indien en voor zover deze
                                bepalingen ook zijn vervat in deze verordening, van kracht tot de
                                termijn waarvoor zij zijn genomen is verstreken of totdat zij zijn
                                ingetrokken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Besluiten van het college, gebaseerd op de “Parkeerverordening Breda
                                2005” blijven, indien en voor zover de bepalingen krachtens deze
                                besluiten zijn genomen ook zijn vervat in deze verordening, van
                                kracht tot de termijn waarvoor zij zijn genomen is verstreken of
                                totdat zij zijn ingetrokken.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien voor de inwerkingtreding van deze verordening een aanvraag om
                                een vergunning of ontheffing – hoe ook genaamd – op grond van de
                                “Parkeerverordening Breda 2005” is ingediend en voor het tijdstip
                                van inwerkingtreding van deze verordening nog niet op die aanvraag
                                is beslist, wordt daarop de overeenkomstige bepaling van de
                                onderhavige verordening toegepast.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Op een aanhangig beroep of bezwaarschrift, betreffende een
                                vergunning of ontheffing bedoeld in het eerste lid, dan wel een
                                voorschrift of beperking zoals genoemd in het tweede lid, of een
                                besluit zoals genoemd in het derde lid, dat voor of na het tijdstip
                                zoals bedoeld in artikel 27 is ingekomen, wordt beslist met
                                toepassing van de “Parkeerverordening Breda 2005”.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als: “Parkeerverordening Breda
                            2007”.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De verordening treedt in werking op 1 september 2007. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op de in het eerste lid genoemde datum wordt de Parkeerverordening
                                Breda 2005 ingetrokken.</al></lid></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare vergadering van 14 juni 2007</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>, voorzitter</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>, griffier</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting op de Parkeerverordening Breda 2007</titel></kop><al><vet>Algemeen</vet></al><al/><al>Door vaststelling van deze parkeerverordening wordt de regelgeving rondom de
                    uitgifte van parkeervergunningen vastgesteld. De basis voor het te voeren
                    parkeerbeleid is gelegd in de beleidsnota “Parkeer- en Stallingsbeleid Breda”,
                    zoals goedgekeurd in de raadsvergadering d.d. 21 oktober 2004. </al><al/><al>Nieuw in deze parkeerverordening ten opzichte van de oude verordening (de
                    Parkeerverordening Breda 2005) is vooral de introductie van de uitgifte van
                    vergunningen per huishouden, andere criteria voor de zwerfvergunningen,
                    bezoekersvergunningen en bezoekerspassen en het feit dat huishoudens (dus
                    bewoners) prioriteit hebben boven bedrijven. </al><al>Tegelijkertijd blijft de tot op heden gebruikte vorm van
                    belanghebbendenparkeren, zoals aangegeven door bord E9 uit bijlage I van het RVV
                    1990, gehandhaafd. </al><al/><al>De Parkeerverordening Breda 2007 is opgebouwd vanuit vier afdelingen: </al><al>Afdeling I Inleiding </al><al>Afdeling II Vergunninggebieden, vergunningen en bezoekersregelingen </al><al>Afdeling III Verbodsbepalingen </al><al>Afdeling IV Straf-, overgangs- en slotbepalingen </al><al/><al><vet>Afdeling II Vergunninggebieden, vergunningen en
                    bezoekersregelingen</vet></al><al/><al><vet>Artikel 1 Begripsomschrijvingen</vet></al><al>Sub t. Dat er sprake is van een brommobiel moet worden aangetoond door het
                    overleggen van een kentekenbewijs. </al><al/><al>Sub z. Een van de uitgangspunten van het parkeervergunningbeleid is dat
                    huishoudens en bedrijven niet in aanmerking komen voor een basisvergunning
                    indien men beschikt over parkeergelegenheid op eigen terrein. Om te bepalen of
                    bijvoorbeeld een garage, carport, tuin of toerit bruikbaar is als potentiële
                    parkeerplaats worden in ieder geval de volgende maatstaven gehanteerd. </al><al>De parkeergelegenheid moet bereikbaar zijn. Dat wil zeggen dat er in voorkomende
                    gevallen een op- en afrit dient te zijn. Bovendien moet het fysiek mogelijk zijn
                    daar een auto te parkeren met de volgende afmetingen: 1,75 x 4,60 (breedte x
                    lengte). In deze maat past ongeveer 95% van de in Nederland verkochte
                    personenauto’s en op deze maat zijn ook de afmetingen van een openbare
                    parkeerplaats afgeleid. Het bezit van een grotere auto betekent niet dat men een
                    basisvergunning kan krijgen, de parkeergelegenheid is maatgevend. </al><al>Dat wil dus zeggen dat als men beschikt over bijvoorbeeld een garage men niet in
                    aanmerking komt voor een basisvergunning. Indien men ervoor kiest de garage voor
                    een ander doel te gebruiken (b.v. opstalruimte) moet men er dus niet op rekenen
                    dat er extra parkeergelegenheid wordt geboden in het openbaar gebied in de vorm
                    van basisvergunning (een jaarvergunning is alleen een optie is als er voldoende
                    parkeerruimte is). </al><al/><al><vet>Artikel 3 Aanwijzen vergunninggebieden</vet></al><al>Uitgangspunt van deze parkeerverordening is dat parkeervergunningen uitgegeven
                    worden voor het gehele betreffende vergunninggebied. </al><al/><al>Het Stadshart is een winkelgebied met een autoluw regiem. </al><al/><al>Het college kan per vergunninggebied bepalen of, in welke mate en wat voor soort
                    bezoekersregeling mogelijk is. Dit wordt bepaald op grond van
                    bezettingsgegevens. </al><al/><al><vet>Artikel 4 Basisvergunningen huishoudens</vet></al><al>Hier wordt aangegeven wanneer een huishouden in beginsel in aanmerking komt voor
                    een basisvergunning. Als principe is gekozen voor het koppelen van regelgeving
                    hieromtrent aan het huishouden binnen een hiertoe aangewezen vergunninggebied.
                    Dit ter vervanging van de oude regelgeving, welke was gekoppeld aan de
                    individuele bewoner. </al><al/><al>De eerste aanvrager binnen het huishouden kan maximaal 1 basisvergunning
                    krijgen. De overige aanvragers binnen het huishouden komen niet in aanmerking
                    voor een basisvergunning. </al><al/><al>Indien er op enig moment in enig hiertoe aangewezen vergunninggebied een zodanig
                    tekort aan parkeercapaciteit ontstaat dat niet meer aan de vraag naar
                    basisvergunningen voldaan kan worden, wordt gewerkt met wachtlijsten. De
                    prioriteit op deze wachtlijsten wordt bepaald door artikel 12. </al><al/><al><vet>Artikel 5 Jaarvergunningen huishoudens</vet></al><al>Hier wordt aangegeven wanneer een huishouden in beginsel in aanmerking komt voor
                    een jaarvergunning. </al><al>Indien een aanvrager binnen een huishouden in het bezit is van een
                    basisvergunning of eigen parkeergelegenheid kan een jaarvergunning worden
                    aangevraagd. </al><al/><al>Binnen één huishouden worden maximaal drie jaarvergunningen verstrekt. </al><al/><al>Indien er op enig moment in het hiertoe aangewezen vergunninggebied een zodanig
                    tekort aan parkeercapaciteit ontstaat dat niet meer aan de vraag naar
                    jaarvergunningen voldaan kan worden, wordt gewerkt met wachtlijsten. De
                    wachtlijst van de jaarvergunningen vervalt jaarlijks per 1 maart. De prioriteit
                    op deze wachtlijst wordt bepaald door artikel 12. </al><al/><al><vet>Artikel 6 Basisvergunningen bedrijven</vet></al><al>Hier wordt aangegeven wanneer bedrijven in beginsel in aanmerking komen voor een
                    basisvergunning. Bedrijven kunnen maximaal 1 basisvergunning krijgen. Ook hier
                    geldt dat, wanneer de basisvergunning niet verleend kan worden vanwege een
                    tekort aan parkeercapaciteit, het betreffende bedrijf op de wachtlijst wordt
                    geplaatst. </al><al/><al><vet>Artikel 7 Jaarvergunningen bedrijven</vet></al><al>Een bedrijf komt in principe in aanmerking voor een jaarvergunning, indien aan
                    dit bedrijf reeds een basisvergunning is verstrekt of indien het bedrijf in het
                    bezit is van eigen parkeergelegenheid. </al><al/><al>Aan een bedrijf worden maximaal zes jaarvergunningen verstrekt. </al><al/><al>Indien er op enig moment in het hiertoe aangewezen vergunninggebied een zodanig
                    tekort aan parkeercapaciteit ontstaat dat niet meer aan de vraag naar
                    jaarvergunningen voldaan kan worden, wordt gewerkt met wachtlijsten. De
                    wachtlijst van de jaarvergunningen vervalt jaarlijks per 1 maart. De prioriteit
                    op deze wachtlijst wordt bepaald door artikel 12. </al><al/><al><vet>Artikel 8 Tijdelijke vergunningen </vet></al><al>Bedrijven die in een vergunninggebied werkzaamheden moeten uitvoeren en voor dit
                    werk een motorvoertuig nodig hebben, (denk hierbij aan bijv. loodgieters,
                    schilders, aannemers e.d.), kunnen in aanmerking komen voor een tijdelijke
                    vergunning, geldig voor 1 week of 1 maand. Ook hier geldt dat de tijdelijke
                    vergunning geweigerd kan worden vanwege een tekort aan parkeercapaciteit in het
                    betreffende vergunninggebied. De tijdelijke vergunningen zijn alleen geldig
                    tijdens kantooruren. </al><al>Nieuw is dat dit product nu ook geldt voor huishoudens, zodat ook een tijdelijke
                    vergunning kan worden afgegeven als bijvoorbeeld bewoners verhuizen in of naar
                    het vergunninggebied. </al><al/><al><vet>Artikel 9 Zwerfvergunningen</vet></al><al>Een zwerfvergunning is geldig binnen alle vergunninggebieden in Breda en wordt
                    voor maximaal één jaar verstrekt (tot de eerstvolgende maart). In principe zijn
                    er twee typen zwerfvergunningen. Het onderscheid tussen beide typen
                    zwerfvergunningen wordt bepaald door degenen die hiervoor in aanmerking kunnen
                    komen. </al><al>Eén ieder kan in aanmerking komen voor een zakelijke zwerfvergunning, terwijl
                    slechts een beperkte groep aanvragers in aanmerking kan komen voor een
                    non-profit zwerfvergunning. </al><al/><al>Bij het verstrekken van een non-profit zwerfvergunning zal het college
                    jaarlijks, maar in ieder geval voor 1 maart, een lijst vaststellen van
                    personen/instellingen die hiervoor in aanmerking komen. Op deze lijst komen
                    alleen organisaties die naar het oordeel van het college voldoen aan de in
                    artikel 9 genoemde criteria. Als een persoon/instelling niet op die lijst staat
                    kan deze nooit voor een non-profit zwerfvergunning in aanmerking komen. Er
                    worden per persoon/instelling (mits voorkomend op de hiervoor genoemde lijst)
                    maximaal 7 non-profit zwerfvergunningen verstrekt. </al><al/><al><vet>Artikel 10 Vergunningen autodate</vet></al><al>Autodate (het gebruik van een huurauto welke op een aantal hiertoe vast
                    aangewezen parkeerplaatsen gehaald en gebracht kan worden) wordt gezien als een
                    vorm van optimaal autogebruik. Hiermee worden alternatieve vervoerkeuzes
                    gestimuleerd en het autogebruik beperkt. Binnen dit beleid past het koppelen van
                    een basisvergunning aan de gereserveerde standplaats ten behoeve van de
                    betreffende auto van autodate, indien deze standplaats gelegen is binnen een
                    vergunninggebied. Per standplaats wordt één basisvergunning verleend. </al><al/><al><vet>Artikel 11 Bezoekersvergunningen en bezoekerspassen</vet></al><al>Ieder huishouden in een door het college op grond van artikel 3, lid 4
                    aangewezen vergunninggebied, heeft in beginsel recht op één bezoekerspas. </al><al/><al>Voor de vergunninggebieden die in eerste instantie niet aangewezen zijn als
                    gebied waar de bezoekersregeling, geldt dat door middel van een enquête onder de
                    vergunninghouders van de huishoudens een advies aan het college volgt voor
                    instelling van een bezoekersregeling van maandag tot en met vrijdag van 09.00
                    tot 16.00 uur. Deze mogelijkheid geldt niet voor bewoners van het Stadshart. </al><al/><al>Voor de gebieden die door het college op grond van artikel 3, lid 4 zijn
                    aangewezen is de bezoekersregeling in principe geldig van maandag tot en met
                    vrijdag van 09.00 tot 16.00 uur. Indien wordt aangegeven dat verruiming van de
                    bezoekersregeling gewenst wordt door (een deel van) de vergunninghouders zal er
                    een enquête worden gehouden onder alle <cursief><vet>vergunninghouders onder de
                            huishoudens</vet></cursief>. Als blijkt dat van alle hiervoor genoemde
                    vergunninghouders meer dan 51% de genoemde tijdstippen tot 22.00 uur wenst te
                    verruimen zal het college dit advies opvolgen, tenzij dringende redenen zich
                    hiertegen verzetten. Er wordt dus met andere woorden geen minimum
                    responsepercentage gegeven, maar een absoluut criterium dat van alle 100
                    vergunninghouders onder de huishoudens minimaal 51 voorstander zijn. </al><al/><al>Een voorbeeld wanneer van deze mogelijkheid gebruik kan worden gemaakt is als
                    volgt. Uit de enquête blijkt dat de meerderheid van de vergunninghouders de
                    tijden voor het bezoekersparkeren niet wenst te verruimen tot 22.00 uur. Het kan
                    dan in incidentele gevallen voorkomen dat bewoners die gedurende meerdere malen
                    per dag (mantel)zorg behoeven, hierdoor in de problemen komen. In dat zeer
                    uitzonderlijke geval kan het college beslissen dat het betreffende huishouden,
                    waarvan deze bewoner deel van uitmaakt, een bezoekersvergunning krijgt die ook
                    geldt in de periode 16.00 tot 22.00 uur. </al><al/><al>Het college kan in bijzondere gevallen een bezoekersvergunning verstrekken,
                    welke geldig is op andere tijdstippen, dan de overige bezoekersvergunningen in
                    het betreffende gebied. Van deze mogelijkheid zal zeer terughoudend gebruik
                    worden gemaakt. In principe komen alle huishoudens binnen het vergunninggebied,
                    inclusief huishoudens van het stadshart, in aanmerking voor een
                    bezoekersvergunning. De criteria voor het verkrijgen van een bezoekersvergunning
                    zullen nader worden uitgewerkt in een beleidsregel. Op dit moment wordt gedacht
                    aan een CIZ indicatie of een WMO beschikking. </al><al/><al>Bedrijven komen niet in aanmerking voor een bezoekerspas of bezoekersvergunning. </al><al/><al><vet>Artikel 12 Prioriteitstelling vergunningverlening</vet></al><al>Eénmaal per jaar wordt de stand van zaken opnieuw opgenomen en worden de
                    eventuele nieuwe aanvragen voor een basisvergunning afgehandeld. Daarna worden
                    opnieuw de jaarvergunningen uitgegeven conform de procedure. Dit is ook de
                    belangrijkste reden om deze jaarvergunningen een geldigheidsbeperking van één
                    jaar op te leggen. </al><al/><al><vet>Artikel 13 Maximum aantal vergunningen</vet></al><al>Geen enkele vergunning wordt uitgegeven met plaatsgarantie. Hierop is zowel het
                    uitgiftebeleid als het tarief gebaseerd. Omdat dit in de praktijk nogal eens tot
                    onduidelijkheden leidt, is dit artikel opgenomen waarin een maximum genoemd
                    wordt over het aantal uit te geven vergunningen tegenover het aantal beschikbare
                    parkeerplaatsen. </al><al/><al>Lid 3 kan worden verduidelijkt met een voorbeeld. Als een appartementencomplex
                    bestaat uit 100 appartementen en het heeft een eigen afgesloten en exclusieve
                    parkeergelegenheid voor 90 woningen, dan worden er aan die 100 appartementen
                    slechts 10 basisvergunningen verstrekt. Dat betekent concreet dat de eerste 10
                    aanvragers een basisvergunning krijgen en dat alle andere aanvragen voor een
                    basisvergunning worden afgewezen. Deze aanvragers kunnen nog wel in aanmerking
                    komen voor een jaarvergunning, mits de beschikbare parkeerruimte dit toestaat. </al><al/><al><vet>Artikel 14 Geldigheid vergunningen</vet></al><al>Nadrukkelijk wordt gekozen voor een in deze verordening vastgestelde
                    geldigheidsduur van de verschillende vergunningen, teneinde eventuele problemen
                    bij mogelijke intrekking van de vergunning te voorkomen. Over het algemeen is
                    gekozen voor een geldigheidsduur van één jaar. Van alle vergunningen, behoudens
                    de jaarvergunningen, tijdelijke vergunningen en zwerfvergunningen, kan de
                    geldigheidstermijn verlengd worden. Deze dienen na de vervaldatum te allen tijde
                    opnieuw aangevraagd te worden. Dit is gedaan om eventuele nieuwe aanvragen voor
                    basisvergunningen te kunnen honoreren. </al><al/><al><vet>Artikel 16 Beperkingen en voorschriften vergunningen</vet></al><al>Op grond van dit artikel kan met het oog op een goede verdeling van de
                    beschikbare parkeercapaciteit aan een vergunning zowel beperkingen worden
                    verbonden met betrekking tot de te gebruiken parkeerplaatsen als met betrekking
                    tot de tijdstippen waarop de vergunning van kracht is. Dit betekent ook dat
                    vergunningen kunnen worden verleend voor andere plaatsen of tijdstippen dan de
                    aanvrager als keus heeft aangegeven. </al><al/><al><vet>Artikel 17 Intrekkings- en wijzigingsgronden</vet></al><al>In de aanhef van dit artikel wordt gesproken over ‘kunnen intrekken’. Bedoeld is
                    hiermee aan te geven dat het ter be­oordeling van het college staat of een
                    ver­gunning daadwerkelijk wordt ingetrokken wanneer een van de opgesomde
                    omstandigheden zich voordoet. </al><al/><al><vet>Artikel 18 Weigeringsgronden</vet></al><al>In dit artikel worden bijzondere weigeringsgronden opgesomd, waarop een
                    vergunningaanvraag geweigerd kan worden, los van de overige voorwaarden door
                    middel van deze verordening vastgesteld. </al><al/><al>De weigeringsgrond onder 1 c) genoemd voorziet in de regel dat, wanneer de
                    aanvrager de beschikking heeft of kan hebben over eigen parkeergelegenheid, hij
                    niet in aanmerking komt voor een basisvergunning als hij bewust ervoor gekozen
                    heeft om die eigen parkeergelegenheid niet te realiseren. Deze regel vloeit
                    voort uit het beleid ten aanzien van de parkeernormering. </al><al/><al><vet>Afdeling III Verbodsbepalingen</vet></al><al/><al><vet>Artikel 19 Verbodsbepaling parkeren</vet></al><al>De fiscale aanpak van het niet betalen van het parkeergeld is alleen mogelijk
                    bij parkeerapparatuur en niet op belanghebbendenplaatsen. Daarom moet in de
                    verordening een strafbepaling opgeno­men worden. Voor het parkeren op
                    parkeerplaatsen bij par­keerapparatuur zonder (geldige) vergunning is geen
                    straf­baarstelling nodig. Op die plaatsen kan immers wel het fis­cale regime
                    gehanteerd worden. </al><al/><al><vet>Artikel 20 Verbodsbepaling gebruik parkeerplaatsen</vet></al><al>Dit artikel verbiedt het plaatsen van voorwerpen, niet zijnde motorvoertuigen
                    (voertuigen), op parkeerapparatuur- en belanghebbendenplaatsen. Het plaatsen van
                    dergelijke voorwerpen belemmert de normale gang van zaken op de genoemde
                    plaatsen en doorkruist daarmee de beoogde regu­lering. Het gaat hier om
                    gedragingen die zich niet lenen voor fiscalisering. Deze verbodsbepaling moet
                    dan ook, ongeacht of tot fiscalisering wordt overgegaan, in de verordening
                    wor­den opgenomen. </al><al/><al><vet>Artikel 21 Verbodsbepaling gebruik parkeerapparatuurplaats en
                        -apparatuur</vet></al><al>Ook dit artikel bevat enkele verbodsbepalingen voor gedra­gingen die niet
                    gefiscaliseerd kunnen worden. Deze bepalin­gen moeten, ongeacht of tot
                    fiscalisering wordt overgegaan of niet, in de verordening opgenomen worden. </al><al>Het is volgens het eerste lid eveneens verboden te parkeren in strijd met
                    bepaalde in de kennisgeving op de parkeerapparatuur gegeven aan­wijzingen. De
                    bepaling dat het verboden is te parkeren ‘in strijd met enige in de kennisgeving
                    op de parkeerapparatuur gegeven aanwijzing’ is minder geschikt omdat op de meter
                    ook pleegt te worden vermeld hoeveel moet worden betaald. Het niet betalen zou
                    daarmee onder het strafrecht worden gebracht wat na invoering van de
                    fiscalisering niet de bedoe­ling is. </al><al/><al><vet>Artikel 22 Nadere regels</vet></al><al/><al>Lid 2 </al><al>Aan voertuigen voorzien van een handelaarskenteken worden <cursief><vet>geen
                            vergunning</vet></cursief> verstrekt. </al><al>Het parkeren van een voertuig met een handelaarskenteken levert namelijk
                    ingevolge art. 44 Kentekenreglement (Kr) een strafbaar feit op aangezien de
                    kentekenhouder het handelaarskenteken niet op de voorgeschreven wijze gebruikt. </al><al/><al><cursief>Artikel 44 Kr bepaalt, voor zover van belang, als volgt:</cursief> Een
                    handelaarskenteken mag slechts worden gebruikt door degene aan wie het is
                    opgegeven c.q. door een door hem aangewezen persoon <cursief>(lid 1)</cursief>.
                    Het gebruik van het handelaarskenteken is slechts toegestaan voor de categorie
                    waarvoor het kenteken is opgegeven. Een handelaarskenteken mag worden gebruikt
                    voor voertuigen die ter bewerking of ter herstel aan degene aan wie het kenteken
                    is opgegeven, ter beschikking zijn gesteld <cursief>(lid 2)</cursief>. Een
                    handelaarskenteken moet worden gebruikt voor voertuigen die behoren tot de
                    bedrijfsvoorraad van degene aan wie het handelaarskenteken is opgegeven
                        <cursief>(lid 3)</cursief>. Een handelaarskenteken mag uitsluitend worden
                    gebruikt indien met het voertuig dat ter bewerking of ter herstel ter
                    beschikking is gesteld of met het voertuig dat behoort tot de bedrijfsvoorraad,
                    van de weg gebruik wordt gemaakt in het kader van bedrijfsactiviteiten van
                    degene aan wie het handelaarskenteken is opgegeven <cursief>(lid 4)</cursief>.
                    Zie in dit kader belangrijke rechterlijke uitspraken, te weten: </al><lijst><li nr=""><al>HR dd. 2-2-1999, VR 1999, 75: Het gebruik van het handelaarskenteken is
                            alleen toegestaan in het kader van bedrijfsactiviteiten. </al></li><li nr=""><al>Ktr. Zwolle dd. 21 mei 1999, VR 2000, 19: Indien een auto behoort tot de
                            bedrijfsvoorraad, bestaat er geen verplichting tot het voeren van een
                            handelaarskenteken. </al></li><li nr=""><al>Hof Leeuwarden dd. 30 oktober 2002, VR 2003, 85: Het voertuig, voorzien
                            van de handelaarskentekenplaat, na een proefrit parkeren buiten het
                            bedrijfsterrein, valt buiten de bedrijfsactiviteiten. </al></li><li nr=""><al>Hof Leeuwarden dd. 28 mei 2003, VR 2004, 2: Gebruik handelaarskenteken
                            is onterecht, indien het voertuig niet is opgenomen in de
                            bedrijfsvoorraad. Voor overtreding van het voorgaande is aansprakelijk
                            degene aan wie het handelaarskenteken is opgegeven <cursief>(lid
                                5).</cursief></al></li></lijst><al/><al>Lid 3 </al><al>Ingevolge de APV is het toegestaan om gedurende maximaal 3 dagen een caravan,
                    kampeerwagen e.d. te plaatsen. Dit betekent concreet voor deze verordening dat
                    het voertuig slechts drie aaneengesloten dagen in het vergunninggebied geplaatst
                    mag worden. Aangezien het hier in de meeste gevallen gaat om een situatie die
                    zich 2 maal per jaar voordoet (bij begin en bij eind vakantie) en slechts in een
                    beperkte tijd, is ervoor gekozen om hiervoor geen aparte vergunning te
                    verstrekken. Hierdoor worden de lasten voor de burgers beperkt. </al><al>De Algemene plaatselijke verordening Breda 2004 (versie november 2006) bepaalt
                    als volgt: </al><al>Artikel 5.1.5 Caravans e.d. </al><al>1. Het is verboden een woonwagen, kampeerwagen, caravan, camper, magazijnwagen,
                    aanhangwagen, keetwagen of ander dergelijk voertuig dat voor de recreatie dan
                    wel anderszins uitsluitend of mede voor andere dan verkeersdoeleinden wordt
                    gebezigd: </al><al>a. langer dan gedurende drie achtereenvolgende dagen binnen de bebouwde kom op
                    de weg te plaatsen of te hebben. </al><al>b. op een door het college aangewezen plaats te parkeren, waar dit naar zijn
                    oordeel schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de omgeving. </al><al>2. Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid, aanhef en
                    onder a, gestelde verbod. </al><al>3. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor zover de Provinciale
                    wegenverordening of de provinciale landschapsverordening van toepassing is. </al><al/><al>Lid 5 </al><al>In principe wordt de volgorde van de vergunningverlening bepaald door een
                    prioriteitsstelling per doelgroep en daarbinnen is de datum van aanvraag van de
                    vergunning bepalend. In nieuwe gebieden (dat wil zeggen, gebieden waar na de
                    inwerkingtreding van deze verordening een vergunningstelsel wordt ingevoerd)
                    worden daarnaast, de aanvragen vanaf datum X tot datum Y verzameld. Nadat eerst
                    de basisvergunningen zijn uitgegeven voor houders van een
                    gehandicaptenparkeerkaart in combinatie met gehandicaptenparkeerplaats op
                    kenteken, worden de basisvergunningen per huishouden verstrekt. Daarna volgen de
                    basisvergunningen voor bedrijven. Nadat eerst de basisvergunningen zijn
                    uitgegeven worden alle eerste jaarvergunningen uitgegeven waarbij bewoners
                    opnieuw voor bedrijven gaan. Vervolgens worden eerst alle aanvragen voor de
                    eerste jaarvergunningen afgehandeld, daarna (indien er nog steeds voldoende
                    parkeercapaciteit is) de aanvragen voor een tweede jaarvergunning, enzovoorts
                    totdat er geen parkeercapaciteit meer is. </al><al/><al><vet>Afdeling IV Straf-, overgangs- en slotbepalingen</vet></al><al/><al><vet>Artikel 23 Strafbepaling</vet></al><al>Artikel 154 van de Gemeentewet bepaalt dat gemeenten op overtreding van hun
                    verordeningen een hechtenis van ten hoogste drie maanden of een geldboete van de
                    tweede categorie kunnen stellen (zie Wetboek van Strafrecht, artikel 23, lid 4).
                    Openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak kan als bijkomende straf op een
                    over­treding worden gesteld. </al><al>Gezien de ernst van een parkeerovertreding lijkt niet gewenst om daarop een
                    geldboete van de tweede categorie te stellen (in 2007 is dat € 3.350-- ) en is
                    een geldboete van de eerste categorie voldoende (in 2007 is dat € 335,-). Het
                    openbaar maken van de rechterlijke uitspraak is een bijkomende straf waarvan bij
                    parkeerovertredingen weinig effect te verwachten valt. Het opnemen hiervan in de
                    parkeerverordening is daarom achterwege gelaten. </al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>