<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR122362_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Klachtenregeling gemeente Veenendaal</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Veenendaal</dcterms:creator><dcterms:modified>2019-02-12</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Veenendaal</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Veenendaalse Krant, 2012-02-15</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Klachtenregeling Veenendaal</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="jci1.3:c:BWBR0005537">Awb</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-02-02</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-02-16</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2019-02-13</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2011, 2011.00077-2c</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>bestuurlijke organisatie</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling vervangt de Algemene Klachtenverordening, zoals vastgesteld door de raad op 18 oktober 2001</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Klachtenregeling gemeente Veenendaal</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad, het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester van
                        de gemeente Veenendaal, ieder voor zover het zijn bevoegdheden betreft;</al><al/><al>gelezen:</al><al> het voorstel van burgemeester en wethouders van 1 november 2011.10.27-51; </al><al/><al>gelet op:</al><al>hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht; </al><al/><al>Besluiten:</al><al>vast te stellen de <vet>Klachtenregeling gemeente Veenendaal</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze regeling verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al>wet: Algemene wet bestuursrecht;</al></li><li nr="b."><al>klacht: een uiting van ongenoegen over de wijze waarop een
                                    bestuursorgaan of ambtenaar van de gemeente Veenendaal zich in
                                    een bepaalde aangelegenheid tegenover een natuurlijk persoon of
                                    rechtspersoon heeft gedragen;</al></li><li nr="c."><al>klager: een natuurlijk persoon of rechtspersoon die een klacht
                                    heeft ingediend;</al></li><li nr="d."><al>aangeklaagde: een bestuursorgaan of ambtenaar tegen wie een
                                    klacht is ingediend;</al></li><li nr="e."><al>ambtenaar: een persoon werkzaam onder verantwoordelijkheid van
                                    een bestuursorgaan;</al></li><li nr="f."><al>gedraging: elk handelen of nalaten tegenover een natuurlijk
                                    persoon of rechtspersoon door een bestuursorgaan of een
                                    ambtenaar;</al></li><li nr="g."><al>klaagschrift: een schriftelijk ingediende klacht;</al></li><li nr="h."><al>klachtencoördinator: de ambtenaar die belast is met de in de
                                    artikelen 5 en 10 genoemde taken.</al></li><li nr="i."><al>klachtbehandelaar: diegene die verantwoordelijk is voor de be-
                                    en afhandeling van het klaagschrift.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze regeling is niet van toepassing op klachten over personen werkzaam
                            bij een inrichting voor openbaar onderwijs of enige andere met openbaar
                            gezag beklede instelling, waarvoor een afzonderlijke wettelijke regeling
                            voor klachtbehandeling is voorgeschreven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Toepassingsbereik en doel van de regeling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze regeling is van toepassing op de behandeling van en advisering over
                            klachten als bedoeld in hoofdstuk 9 van de Awb.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze regeling heeft tot doel:</al><lijst><li nr="a."><al>binnen de ambtelijke organisatie duidelijke afspraken te maken
                                    over een voortvarende en zorgvuldige afhandeling van klachten
                                    teneinde de minimale wettelijke vereisten van klachtafhandeling
                                    conform hoofdstuk 9 van de Awb te kunnen waarborgen;</al></li><li nr="b."><al>een aanvulling op de minimale wettelijke vereisten van
                                    klachtafhandeling te geven;</al></li><li nr="c."><al>de relatie tussen burger en de gemeente te optimaliseren;</al></li><li nr="d."><al>het verkrijgen van meer inzicht in de behoeften van
                                    burgers;</al></li><li nr="e."><al>het signaleren van mogelijke tekortkomingen in de
                                    dienstverlening van de gemeente;</al></li><li nr="f."><al>het verbeteren van de dienstverlening van de gemeente.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Een mondelinge klacht kenbaar gemaakt bij een ambtenaar</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een klacht mondeling kenbaar wordt gemaakt bij een ambtenaar
                            probeert deze of diens leidinggevende direct tot een oplossing van de
                            klacht te komen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De ambtenaar dan wel diens leidinggevende wijst degene die mondeling een
                            klacht indient er op dat, indien de klager van mening is dat de klacht
                            niet naar genoegen is afgehandeld, de klager een schriftelijke klacht
                            kan indienen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Mondelinge klachten worden niet schriftelijk behandeld en niet door de
                            klachtencoördinator geregistreerd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Indiening klaagschrift</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een klaagschrift wordt ingediend bij het bestuursorgaan, waaraan de
                            gedraging waarover wordt geklaagd, kan worden toegeschreven.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij het klaagschrift worden zo mogelijk afschriften van relevante
                            stukken overgelegd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Registratie en ontvangstbevestiging klaagschrift</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een klaagschrift wordt geregistreerd door de klachtencoördinator die hem
                            ter afhandeling kan doorsturen naar de klachtbehandelaar.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De klachtencoördinator bevestigt binnen twee weken schriftelijk de
                            ontvangst van een klaagschrift. Hierbij wordt tevens informatie gegeven
                            over het verloop van de procedure, met inbegrip van de in acht te nemen
                            termijnen en wie de klacht zal behandelen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De klachtencoördinator kan de klager in de gelegenheid stellen
                            geconstateerde verzuimen ten aanzien van het klaagschrift te herstellen
                            binnen een daarvoor gestelde termijn. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De klachtencoördinator kan besluiten tot het niet in behandeling nemen
                            van de klacht als zich omstandigheden voordoen, zoals genoemd in artikel
                            9:8, eerste en tweede lid, van de Awb.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Behandeling door klachtbehandelaar</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een klacht wordt door de klachtbehandelaar behandeld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De klachtbehandelaar kan één of meerdere personen aanwijzen die namens
                            hem de klacht behandelt dan wel behandelen. De verantwoordelijkheid voor
                            de klachtbehandeling verschuift daarmee echter niet: de
                            klachtbehandelaar blijft steeds verantwoordelijk voor het behandelen van
                            de klacht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij een klacht over een gedraging van een ambtenaar is de
                            klachtbehandelaar: de manager van de betreffende afdeling.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij een klacht over een gedraging van een afdelingsmanager is de
                            klachtbehandelaar: de algemeen directeur.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Bij een klacht over een gedraging van een directeur is de
                            klachtbehandelaar: de algemeen directeur.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Bij een klacht over een gedraging van de gemeentesecretaris of de
                            algemeen directeur is de klachtbehandelaar: de burgemeester.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Bij een klacht over een gedraging van de burgemeester als bestuursorgaan
                            is de klachtbehandelaar: de locoburgemeester.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Bij een klacht over een gedraging van (een lid van) het college van
                            burgemeester en wethouders is de klachtbehandelaar: de burgemeester,
                            tenzij deze zelf het onderwerp van de klacht is, in welk geval de
                            locoburgemeester de klachtbehandelaar is.</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>Bij een klacht over een gedraging van de raad is de klachtbehandelaar:
                            de voorzitter van de raad.</al></lid><lid><lidnr>10.</lidnr><al>Bij een klacht over een gedraging van een medewerker van de griffie is
                            de klachtbehandelaar: de griffier.</al></lid><lid><lidnr>11.</lidnr><al>Bij een klacht over een gedraging van de griffier is de
                            klachtbehandelaar: de voorzitter van de raad.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Informele behandeling klaagschrift</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De klachtbehandelaar onderzoekt zo spoedig mogelijk na ontvangst van een
                            klaagschrift of de klacht op een informele wijze op te lossen is. Hij
                            neemt hiervoor contact op met de klager en de bij de klacht betrokken
                            ambtenaar.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De klager wordt altijd gewezen op de mogelijkheid dat, indien hij
                            ontevreden is over de informele klachtbehandeling, alsnog tot formele
                            behandeling van het klaagschrift wordt overgegaan.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De klachtbehandelaar brengt de klager en overige betrokkenen
                            schriftelijk op de hoogte dat de informele klachtbehandeling naar
                            tevredenheid van de klager heeft plaatsgevonden, tenzij klager aangeeft
                            dat dit achterwege kan blijven.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De klachtbehandelaar informeert de klachtencoördinator altijd per e-mail
                            over de wijze waarop de schriftelijke klacht op informele wijze is
                            opgelost. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Taken klachtbehandelaar</titel></kop><al>De klachtbehandelaar draagt zorg voor:</al><lijst><li nr="a."><al>het verzamelen van alle relevante gegevens die voor de afhandeling
                                van het klaagschrift van belang zijn en het doen van zorgvuldig
                                onderzoek;</al></li><li nr="b."><al>het uitnodigen en het horen van de klager en de aangeklaagde en de
                                verslaglegging van het hoorgesprek;</al></li><li nr="c."><al>een tijdige afdoening van de klacht;</al></li><li nr="d."><al>- indien aan de orde - het verdagen van de afhandeling; </al></li><li nr="e."><al>het opstellen en ondertekenen van een afhandelingsbrief namens het
                                betreffende bestuursorgaan aan klager. De brief stelt de klager
                                gemotiveerd in kennis van de bevindingen van het onderzoek naar de
                                klacht, alsmede van eventuele conclusies die daaraan worden
                                verbonden. Als er een hoorgesprek heeft plaats gehad, wordt een
                                verslag hiervan bijgevoegd. </al></li><li nr="f."><al>het onverwijld toesturen aan de klachtencoördinator van - in ieder
                                geval - een kopie van de volgende stukken:</al><lijst><li nr="·"><al>de (ondertekende) afhandelingsbrief;</al></li><li nr="·"><al>het verslag van het hoorgesprek.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Het horen naar aanleiding van een klacht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De klager en de aangeklaagde, worden door de klachtbehandelaar in
                            elkaars aanwezigheid gehoord.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De klachtbehandelaar kan besluiten - al dan niet op verzoek van de
                            klager en/of de aangeklaagde – de klager en de aangeklaagde afzonderlijk
                            te horen indien aannemelijk is dat gezamenlijk horen een behoorlijke
                            behandeling van de klacht zal belemmeren.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Zo nodig worden getuigen gehoord. Ambtenaren van de gemeente die als
                            getuige worden opgeroepen zijn verplicht hieraan gehoor te geven.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De klachtbehandelaar kan de klager met instemming van de klager
                            telefonisch horen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Taken klachtencoördinator</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Naast de in artikel 5 genoemde taken en bevoegdheden draagt de
                            klachtencoördinator zorg voor:</al><lijst><li nr="a."><al>de ondersteuning van de klachtafhandelaars indien dit wenselijk
                                    wordt geoordeeld;</al></li><li nr="b."><al>het jaarlijks verslag doen aan het college van burgemeester en
                                    wethouders van alle klachten die in het voorafgaande jaar binnen
                                    de gemeente zijn behandeld, aangevuld met een verslag van alle
                                    klachten die in het voorafgaande kalenderjaar zijn ingediend bij
                                    de Nationale ombudsman. Tevens kan de klachtencoördinator
                                    aanbevelingen aan het college van burgemeester en wethouders
                                    doen ter verbetering van de gemeentelijke dienstverlening en het
                                    terugdringen van het aantal klachten.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De klachtencoördinator is ten aanzien van klachten bij de Nationale
                            ombudsman belast met de volgende taken:</al><lijst><li nr="a."><al>het optreden als contactpersoon voor de Nationale ombudsman en
                                    het verzorgen van de correspondentie met de Nationale
                                    ombudsman;</al></li><li nr="b."><al>het versturen van een afschrift van het verzoekschrift aan de
                                    klachtbehandelaar met het verzoek binnen vier weken een
                                    inhoudelijke reactie te geven op het verzoekschrift aan de
                                    Nationale ombudsman. Eventueel ondersteunt de
                                    klachtencoördinator de klachtbehandelaar hierbij;</al></li><li nr="c."><al>het bijhouden van het klachtregistratieformulier Nationale
                                    ombudsman;</al></li><li nr="d."><al>het centraal bewaren van het volledige dossier van iedere in
                                    behandeling genomen klacht;</al></li><li nr="e."><al>het adviseren van bestuursorganen en afdelingen naar aanleiding
                                    van de bevindingen van de Nationale ombudsman;</al></li><li nr="f."><al>het geven van voorlichting aan burgers.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Intrekken oude regeling</titel></kop><al>De Algemene Klachtenverordening, zoals vastgesteld door de raad op 18
                        oktober 2001, wordt ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze regeling treedt in werking de dag volgend op de datum van
                        bekendmaking.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze regeling kan worden aangehaald als: Klachtenregeling Veenendaal.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Vastgesteld in de openbare vergadering van 2 februari 2012</ondertekening><ondertekening>mr. E.J. Kruijswijk Jansen - raadsgriffier</ondertekening><ondertekening>de heer mr. T. Elzenga - voorzitter</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>Vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders in zijn
                        vergadering van 1 november 2011</ondertekening><ondertekening>de heer J.T. Langelaar - secretaris</ondertekening><ondertekening>de heer mr. T. Elzenga - burgemeester</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>Vastgesteld door de burgemeester op 1 november 2011</ondertekening><ondertekening>de heer mr. T. Elzenga - burgemeester</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label>TOELICHTING OP DE KLACHTENREGELING GEMEENTE VEENENDAAL</label></kop><al/><al><vet>Algemeen</vet></al><al/><al><vet>Waarom een klachtenregeling?</vet></al><al/><al>De vraag kan gesteld worden waarom er een klachtenregeling moet worden
                        vastgesteld. Er bestaat namelijk geen wettelijke verplichting een
                        klachtenregeling vast te stellen. De belangrijkste wettelijke regels over
                        klachtbehandeling zijn opgenomen in hoofdstuk 9 van de Algemene wet
                        bestuursrecht (hierna: de Awb). </al><al/><al>Ondanks het feit dat er geen verplichting bestaat een klachtenregeling vast
                        te stellen, is het toch wenselijk een dergelijke regeling te hebben. De Awb
                        bevat slechts een beperkt aantal procedurevoorschriften voor de behandeling
                        van klachten. De behandeling van klachten is maatwerk. De inhoud van een
                        klachtenprocedure is afhankelijk van de organisatiestructuur en –cultuur, en
                        de managementfilosofie. Ook is de klachtenprocedure afhankelijk van de wijze
                        waarop omgegaan wordt met dienstverlening en de wijze waarop deze gemeten en
                        beoordeeld wordt. </al><al>Voor de gemeente Veenendaal geldt dat klachtbehandeling meer is dan alleen
                        het voldoen aan minimum wettelijke eisen. Adequate klachtbehandeling geeft
                        invulling aan doelstellingen die eigenlijk door iedere organisatie wel
                        worden onderschreven:</al><lijst><li nr="-"><al>een adequate en voortvarende klachtbehandeling geeft de burger het
                                gevoel gehoord te worden en serieus te worden genomen;</al></li><li nr="-"><al>klachtbehandeling versterkt daarmee het imago van de
                                organisatie;</al></li><li nr="-"><al>bij een juiste procedurele uitwerking en medewerking van de hele
                                organisatie, is klachtbehandeling een effectief instrument voor
                                kwaliteitsmanagement, waarmee het niveau van dienstverlening
                                structureel kan worden verbeterd en kan worden gemeten.</al></li></lijst><al/><al>Voor een uniforme en goed functionerende methodiek is het van belang dat
                        alle betrokkenen zich bewust zijn van hun taken en verantwoordelijkheden en
                        van de procedure. </al><al/><al><vet>Wat regelt de Klachtenregeling?</vet></al><al/><al>De Klachtenregeling geeft procedureregels en geeft regels over de taken en
                        verantwoordelijkheden van de bij de behandeling van klachten betrokkenen,
                        zoals de klachtencoördinator en de klachtbehandelaar. </al><al/><al>Daarnaast bevat de Klachtenregeling de noodzakelijke mandaten en
                        machtigingen voor het op een efficiënte wijze afdoen van klachten. </al><al>Tot slot bevat de Klachtenregeling procedureregels die betrekking hebben op
                        verzoekschriften bij de Nationale ombudsman.</al><al/><al><vet>Artikelsgewijze toelichting</vet></al><al/><al><vet>Artikel 1 Begripsomschrijvingen</vet></al><al/><al>In artikel 1 wordt een aantal begrippen gedefinieerd.</al><al/><al><cursief>Lid 1, onder b</cursief></al><al>Artikel 9:1, eerste lid van de Awb bepaalt dat een ieder het recht heeft om
                        over de wijze waarop een bestuursorgaan zich in een bepaalde aangelegenheid
                        jegens hem of een ander heeft gedragen, een klacht in te dienen bij dat
                        bestuursorgaan (artikel 9:1, eerste lid van de Awb). Dit kan mondeling of
                        schriftelijk.</al><al/><al>Het subjectieve element van een klacht maakt het moeilijk om klachten te
                        herkennen en om een correcte definitie van het begrip klacht te geven. Ook
                        in de Awb ontbreekt een definitie van het begrip klacht. Het uitgangspunt is
                        echter een ruim klachtbegrip.</al><al/><al>Onderscheid moet worden gemaakt tussen klachten over gedragingen en
                        meldingen over gebreken in de uitvoering van gemeentelijke taken
                        (bijvoorbeeld gaten in de weg, overhangende takken of loszittende tegels).
                        Dergelijke meldingen worden in het dagelijks spraakgebruik ook wel als
                        klacht aangeduid. Zij vallen echter niet onder deze Klachtenregeling en het
                        gemelde gebrek dient – in verband met mogelijke aansprakelijkheid van de
                        gemeente - snel en praktisch door de betreffende afdeling te worden
                        afgedaan. </al><al/><al>Verder dient er een onderscheid te worden gemaakt tussen een klacht en een
                        bezwaarschrift. Aan een bezwaarschrift ligt in beginsel een besluit of een
                        daarmee gelijk te stellen (feitelijke) handeling ten grondslag. Echter tegen
                        een besluit kan in voorkomende gevallen ook een klacht worden ingediend.
                        Afhankelijk van de bedoeling van de klager vindt behandeling plaats als
                        bezwaarschrift of als klaagschrift. </al><al/><al><vet>Artikel 2 Toepassingsbereik en doel van de Klachtenregeling</vet></al><al/><al>In dit artikel wordt het toepassingsbereik en doel van de Klachtenregeling
                        beschreven. Zoals in de algemene toelichting al is aangegeven, geldt voor de
                        gemeente Veenendaal dat klachtbehandeling meer is dan alleen het voldoen aan
                        minimum wettelijke eisen. Zie ook de algemene toelichting.</al><al/><al><vet>Artikel 3 Een mondelinge klacht kenbaar gemaakt bij een ambtenaar
                        </vet></al><al/><al>Artikel 9:2 van de Awb bepaalt dat het bestuursorgaan zorg draagt voor een
                        behoorlijke behandeling van mondelinge en schriftelijke klachten. Wat een
                        behoorlijke behandeling precies inhoudt, kan per geval verschillen.</al><al/><al>Overigens is een mondeling geuite klacht niet altijd direct als zodanig
                        herkenbaar. Niet iedere negatieve opmerking hoeft bedoeld te zijn als
                        klacht. Van de medewerkers van de gemeente wordt verwacht dat zij negatieve
                        opmerkingen serieus nemen en - als zij er aan twijfelen of de betreffende
                        opmerking is bedoeld als een klacht - daar dan gericht naar informeren. </al><al/><al>Wanneer iemand zich telefonisch of persoonlijk met een klacht op het
                        gemeentehuis meldt, zal het eerste aanspreekpunt de ontvangstbalie/receptie
                        en daarna de behandelend medewerker zijn.</al><al>Het ligt voor de hand dat de betrokken ambtenaar direct zelfstandig nagaat
                        of (de oorzaak van) de klacht weggenomen kan worden. Waar dat redelijkerwijs
                        mogelijk is, verdient dat uiteraard de voorkeur. Het kan voorkomen dat een
                        klager er de voorkeur aan geeft om een klacht te bespreken met de direct
                        leidinggevende van een ambtenaar. Daar kunnen allerlei redenen of oorzaken
                        voor zijn. Uitgangspunt is dat aan een dergelijk verzoek altijd gehoor moet
                        worden gegeven omdat de klager in een dergelijke situatie blijkbaar geen of
                        onvoldoende vertrouwen heeft in de objectiviteit van de betreffende
                        ambtenaar. De vraag of dat in een concrete situatie terecht is, is niet
                        relevant. Een klacht kan slechts worden weggenomen indien de klager
                        vertrouwen heeft in degene met wie hij zijn klacht bespreekt.</al><al/><al><vet>Artikel 4 Indiening klaagschrift</vet></al><al/><al><cursief>Lid 1</cursief></al><al>In artikel 9:1, tweede lid, van de Awb staat dat een gedraging van een
                        persoon, werkzaam onder verantwoordelijkheid van een bestuursorgaan, wordt
                        aangemerkt als een gedraging van dat bestuursorgaan. </al><al/><al><cursief>Lid 2</cursief></al><al>Voor een snelle en correcte behandeling van een klaagschrift is het gewenst
                        om direct zo volledig mogelijk geïnformeerd te zijn. Om die reden is
                        opgenomen dat van de klager verwacht mag</al><al>worden dat hij zoveel als mogelijk alle relevante stukken overlegt bij de
                        indiening van een klaagschrift.</al><al/><al><vet>Artikel 5 Registratie en ontvangstbevestiging klaagschrift </vet></al><al/><al><cursief>Lid 1</cursief></al><al>De klachtencoördinator vervult een centrale rol in de klachtbehandeling. Hij
                        is de eerst</al><al>aanspreekbare functionaris ter zake, zowel binnen als buiten de organisatie
                        en dient dan ook het</al><al>vertrouwen van de organisatie te bezitten. </al><al/><al><cursief>Lid 2</cursief></al><al>De eis dat de ontvangst van het klaagschrift schriftelijk wordt bevestigd,
                        is opgenomen in artikel 9:6 van de Awb. </al><al/><al>De klachtencoördinator zorgt ervoor dat het klaagschrift met de daarbij
                        meegezonden stukken ter afhandeling wordt doorgestuurd aan de
                        klachtbehandelaar die vervolgens degene waarop de klacht betrekking heeft
                        informeert over de klacht (artikel 9:9 van de Awb). </al><al>De doorzending vindt niet plaats in de in het vierde lid van dit artikel
                        genoemde situatie. De klachtencoördinator doet in dat geval in feite de
                        klacht af met de mededeling dat de klacht niet in behandeling wordt genomen. </al><al/><al><cursief>Lid 3</cursief></al><al>De eisen waaraan een klaagschrift (schriftelijke klacht) moet voldoen, staan
                        in artikel 9:4, tweede lid, van de Awb vermeld. Hierin staat dat een
                        klaagschrift ondertekend moet zijn en ten minste de volgende gegevens</al><al> moet bevatten: </al><al>a. de naam en het adres van de indiener; </al><al>b. de dagtekening; </al><al>c. een omschrijving van de gedraging waartegen de klacht is gericht.</al><al/><al>In artikel 9:4 van de Awb is voor klaagschriften artikel 6:5 van de Awb van
                        overeenkomstige toepassing verklaard. Dit betekent dat - indien de klacht in
                        een vreemde taal is gesteld en een vertaling voor een goede behandeling van
                        het klaagschrift noodzakelijk is - de indiener zorg dient te dragen voor een
                        vertaling. </al><al/><al>Indien het klaagschrift niet aan deze criteria voldoet, hoeft het niet in
                        behandeling te worden genomen. Wel blijft de plicht bestaan voor een
                        behoorlijke klachtbehandeling. De Nationale ombudsman is van oordeel dat een
                        behoorlijke klachtafhandeling altijd het herstel van verzuimen mogelijk moet
                        maken. Dit kan ertoe leiden dat klager in de gelegenheid wordt gesteld zijn
                        klaagschrift aan te vullen, waarna de klacht alsnog dient te worden
                        behandeld (vergelijk 9:28, derde lid, van de Awb). </al><al/><al>Anoniem ingediende klachten worden in beginsel niet in behandeling genomen.
                        Naar het oordeel van de Nationale ombudsman kan op dit beginsel een
                        uitzondering worden gemaakt wanneer aannemelijk is dat de klager
                        zwaarwegende belangen heeft om anoniem te blijven. Uiteraard dient de
                        anonieme klager op een zodanige wijze kenbaar en bereikbaar te zijn, dat
                        zijn klacht naar behoren kan worden onderzocht.</al><al/><al><cursief>Lid 4</cursief></al><al>De schriftelijke klacht hoeft volgens het eerste lid van artikel 9:8 van de
                        Awb niet te worden behandeld als de klacht betrekking heeft op een
                        gedraging:</al><lijst><li nr="a."><al> waarover al eerder een klacht is ingediend die met inachtneming van
                                de artikelen 9:4 en volgende is behandeld; </al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>die langer dan één jaar vóór indiening van de klacht heeft
                                plaatsgevonden; </al></li></lijst><lijst><li nr="c."><al>waartegen door de klager bezwaar gemaakt had kunnen worden; </al></li></lijst><lijst><li nr="d."><al>waartegen door de klager beroep kan worden ingesteld, tenzij die
                                gedraging bestaat uit het niet tijdig nemen van een besluit, of
                                beroep kon worden ingesteld; </al></li></lijst><lijst><li nr="e."><al>die door het instellen van een procedure aan het oordeel van een
                                andere rechterlijke instantie dan een administratieve rechter
                                onderworpen is, dan wel onderworpen is geweest; of </al></li></lijst><lijst><li nr="f."><al>zolang ter zake daarvan een opsporingsonderzoek op bevel van de
                                officier van justitie of een vervolging gaande is, dan wel indien de
                                gedraging deel uitmaakt van de opsporing of vervolging van een
                                strafbaar feit en ter zake van dat feit een opsporingsonderzoek op
                                bevel van de officier van justitie of een vervolging gaande is.
                            </al></li></lijst><al/><al>Tenslotte geldt dat een bestuursorgaan niet verplicht is de schriftelijke
                        klacht te behandelen indien het belang van de klager dan wel het gewicht van
                        de gedraging kennelijk onvoldoende is (artikel 9:8, tweede lid van de Awb). </al><al/><al>Van het niet in behandeling nemen van de schriftelijke klacht moet de klager
                        zo spoedig mogelijk doch uiterlijk binnen vier weken na ontvangst van het
                        klaagschrift schriftelijk in kennis worden gesteld (artikel 9:8, derde lid,
                        van de Awb). Artikel 9:12, tweede lid, van de Awb is van overeenkomstige
                        toepassing. Dit betekent dat de klager in kennis moet worden gesteld dat hij
                        bij de Nationale ombudsman binnen een jaar een verzoekschrift kan indienen.
                        </al><al/><al><vet>Artikel 6 Behandeling klacht door klachtbehandelaar</vet></al><al/><al>In dit artikel wordt aangegeven wie een klacht behandelt.</al><al>Uitgangspunt is hierbij artikel 9:7 van de Awb. Hierin is bepaald dat de
                        klacht wordt behandeld door een persoon die niet betrokken is geweest bij de
                        gedraging, waarop de klacht betrekking heeft, tenzij de klacht betrekking
                        heeft op de gedraging van het bestuursorgaan zelf dan wel de voorzitter of
                        een lid daarvan.</al><al/><al><cursief>Klachten tegen ambtenaren</cursief></al><al/><al>In deze Klachtenregeling is het uitgangspunt dat de klacht over de gedraging
                        van een ambtenaar, niet zijnde een afdelingsmanager, een directeur, de
                        gemeentesecretaris, de algemeen directeur, de griffier of een
                        griffiemedewerker, wordt behandeld door de afdelingsmanagers. De
                        afdelingsmanager is echter bevoegd om de feitelijke behandeling van de
                        klacht, dat wil zeggen het uitvoeren van het onderzoek, op te dragen aan een
                        medewerker van zijn afdeling. Hiertoe is besloten omdat het niet is uit te
                        sluiten dat bij één of meerdere afdelingen het aantal klachten zodanig is,
                        dat de behandeling daarvan door één persoon een onevenredige werkbelasting
                        veroorzaakt. Indien daartoe door de afdelingsmanager wordt besloten, dient
                        hij er wel voor zorg te dragen dat de behandeling van klachten een onderdeel
                        van het takenpakket van de desbetreffende medewerker is en dat daarvoor ook
                        ruimte wordt gegeven.</al><al/><al>De afdelingsmanager blijft wel eindverantwoordelijk voor de behandeling van
                        de klacht. Dat betekent dat het verslag van bevindingen altijd door de
                        afdelingsmanager moet worden ondertekend, waarmee het verslag tevens wordt
                        vastgesteld. Er is dus geen sprake van mandaat. In dat geval zou er sprake
                        zijn van het toekennen van de bevoegdheid om de klacht namens de
                        afdelingsmanager af te doen. Daarvan is echter geen sprake. </al><al/><al><cursief>Klachten tegen bestuursorganen of leden daarvan</cursief></al><al/><al>Bestuursorganen, de voorzitter of leden daarvan staan niet in een
                        hiërarchische en/of functionele relatie tot elkaar. Artikel 9:7, tweede lid,
                        van de Awb staat dan ook toe dat klachten tegen bestuursorganen, de
                        voorzitter of leden daarvan, door henzelf behandeld mogen worden. Bij de
                        gemeente Veenendaal is er echter voor gekozen om klachten tegen de
                        burgemeester als bestuursorgaan, het college van burgemeester en wethouder
                        en de raad te laten behandelen door één persoon. </al><al/><al>Voor wat betreft andere bestuursorganen, denk aan de
                        bezwaarschriftencommissies en de welstandscommissie, geldt dat zij zelf de
                        klachten tegen de commissie, de voorzitter of leden daarvan behandelen.
                        Indien mogelijk en wenselijk wordt artikel 9:7, eerste lid, van de Awb
                        toegepast.</al><al/><al>Klachten over ambtenaren met geattribueerde bevoegdheden, die zelf
                        bestuursorgaan zijn (zoals de heffingsambtenaar) worden toegerekend aan het
                        bestuursorgaan waarvoor zij werkzaam zijn. </al><al/><al>N.B. Een gemeenteraadslid is niet werkzaam onder verantwoordelijkheid van de
                        raad, zodat alleen geklaagd kan worden over gedragingen van de gemeenteraad
                        als zodanig, maar niet over gedragingen van individuele
                        raadsleden.</al><al/><al><vet>Artikel 7 Informele behandeling schriftelijke klacht </vet></al><al/><al>Het kan voorkomen dat een schriftelijk ingediende klacht eenvoudig en snel
                        is op te lossen. In een dergelijk geval is het de behandelaar van de klacht
                        natuurlijk toegestaan om, zonder toepassing van de formele procedurele
                        regels, de klacht op praktische wijze op te lossen. Immers, het doel van de
                        Klachtenregeling blijft, waar redelijkerwijs mogelijk, het adequaat oplossen
                        van klachten. Hierbij moet wel worden opgemerkt dat de behandelaar van de
                        klacht slechts voor de praktische oplossing mag kiezen na instemming van de
                        klager. </al><al/><al>In dit kader wordt nog gewezen op artikel 9:5 van de Awb dat bepaalt dat -
                        zodra het bestuursorgaan naar tevredenheid van de klager aan diens klacht is
                        tegemoet gekomen - de verplichting tot het verder toepassen van hoofdstuk 9
                        vervalt.</al><al/><al><vet>Artikel 8 Taken klachtbehandelaar</vet></al><al/><al>In dit artikel zijn de taken van de klachtbehandelaar opgesomd. De
                        klachtbehandelaar is verantwoordelijk voor het be- en afhandelen van
                        ingediende klaagschriften.</al><al/><al><cursief>Zorgvuldig onderzoek</cursief></al><al>Een klaagschrift kan uiteraard pas worden afgedaan door de klachtbehandelaar
                        nadat een onderzoek heeft plaatsgevonden. Afhankelijk van de aard van de
                        klacht zal het onderzoek meer of minder formeel kunnen verlopen. </al><al/><al><cursief>Horen</cursief></al><al>De klachtbehandelaar krijgt op grond van dit artikel machtiging van het
                        bestuursorgaan om zorg te dragen voor het horen van de klager en degene op
                        wiens gedraging de schriftelijke kracht betrekking heeft. De hoorplicht zelf
                        is geregeld in artikel 9:10 Awb.</al><al/><al><cursief>Afdoeningstermijn</cursief></al><al>Voor wat betreft de termijn voor het afdoen van een klacht regelt artikel
                        9:11 van de Awb - voor zover hier van belang - het volgende.1. Het
                        bestuursorgaan handelt de klacht af binnen zes weken na ontvangst van het
                        klaagschrift. 2. Het bestuursorgaan kan de afhandeling voor ten hoogste vier
                        weken verdagen. Van de verdaging wordt schriftelijk mededeling gedaan aan de
                        klager en aan degene op wiens gedraging de klacht betrekking heeft. 3.
                        Verder uitstel is mogelijk voor zover de klager daarmee schriftelijk
                        instemt. </al><al/><al><cursief>Afdoeningsbrief </cursief></al><al>Artikel 9:12, eerste lid, van de Awb bepaalt dat het bestuursorgaan de
                        klager schriftelijk en gemotiveerd in kennis stelt van de bevindingen van
                        het onderzoek naar de klacht, zijn oordeel daarover en de eventuele
                        conclusies die het daaraan verbindt. Bij de kennisgeving wordt vermeld bij
                        welke ombudsman en binnen welke termijn de klager vervolgens een
                        verzoekschrift kan indienen.</al><al/><al><cursief>Onverwijld toesturen aan de klachtencoördinator van
                            stukken</cursief></al><al>In het kader van een adequate uitvoering van zijn taken (zie artikel 10) is
                        het van groot belang dat de klachtencoördinator zo snel mogelijk in kennis
                        wordt gesteld van de afdoening van de klacht en de genoemde stukken
                        ontvangt. </al><al/><al><vet>Artikel 9 Het horen naar aanleiding van een klacht</vet></al><al/><al>Een belangrijk onderdeel van de behandeling van het klaagschrift is het
                        principe van hoor en wederhoor, met inbegrip van de mogelijkheid om op
                        elkaars standpunten te reageren (artikelen 9:10, eerste lid en 9:30, tweede
                        lid, van de Awb).</al><al/><al>Van horen kan worden afgezien als de klacht kennelijk gegrond is danwel als
                        de klager heeft aangegeven geen gebruik te willen maken van het recht om te
                        worden gehoord (artikel 9:10, tweede lid, van de Awb). </al><al/><al>Van het horen wordt een verslag gemaakt (artikel 9:10, derde lid, van de
                        Awb)</al><al/><al>Het verdient in het algemeen aanbeveling om de klager en degene over wiens
                        handelen geklaagd wordt, in elkaars aanwezigheid te horen. Daarom is bepaald
                        dat het horen in de regel gelijktijdig plaatsvindt, apart horen is
                        uitzondering. Betrokkenen kunnen dan direct op elkaars stellingen reageren
                        en vaak wordt ook duidelijk over welke punten wel overeenstemming bestaat en
                        over welke punten dat niet het geval is. Verder kan het horen in elkaars
                        tegenwoordigheid bijdragen aan herstel van geschonden vertrouwen en
                        waarheidsvinding.</al><al/><al><cursief>Lid 2</cursief></al><al>Hierbij kan gedacht worden aan de situatie dat klager of geklaagde te kennen
                        geven niet in elkaars bijzijn te willen worden gehoord. </al><al/><al><cursief>Getuigen</cursief></al><al>Hoewel hoofdstuk 9 van de Awb er niet over rept, wordt aan alle betrokkenen
                        het recht gegeven getuigen op te roepen of mee te brengen. Hiermee is
                        aansluiting gezocht bij de bepalingen inzake de behandeling van
                        bezwaarschriften. Het is gewenst dat het oproepen of meebrengen van de
                        getuigen zoveel mogelijk vooraf wordt aangekondigd. Eventuele</al><al>onkostenvergoedingen zijn voor rekening van degene die de getuige oproept of
                        meebrengt.</al><al/><al><cursief>Bijstand</cursief></al><al>Het staat de klager of degene waarover geklaagd wordt vrij om zich tijdens
                        het gesprek te laten vergezellen of bijstaan door iemand van zijn of haar
                        keuze.</al><al>Het kan immers voorkomen dat de betrokkene zich onprettig of onzeker voelt
                        zonder de aanwezigheid van iemand die hij of zij vertrouwt. Het is
                        belangrijk dat men zich veilig voelt om vrijuit te spreken. Dit komt de
                        zorgvuldige behandeling van de klacht ten goede. Ook hier geldt dat</al><al>eventuele onkostenvergoedingen voor rekening zijn van degene die de
                        betreffende persoon heeft meegebracht.</al><al/><al>In sommige gevallen volstaat telefonisch horen. Daarom is deze mogelijkheid
                        opgenomen.</al><al/><al><vet>Artikel 10 Taken klachtencoördinator</vet></al><al/><al><cursief>Lid 1, onder a </cursief> In dit artikellid zijn de taken van de
                        klachtencoördinator genoemd.</al><al/><al><cursief>Lid 1, onder b</cursief></al><al>In artikel 9:12a van de Awb is de verplichting voor het bestuursorgaan
                        vastgelegd om alle schriftelijk ingediende klachten te registreren en om de
                        geregistreerde klachten jaarlijks te publiceren. Deze publicatie is vormvrij
                        en kan in de vorm van de publicatie van een jaarverslag. </al><al/><al>Omdat de schriftelijke klachten geregistreerd worden door de
                        klachtencoördinator en de klachtbehandelaar de afdoening van de klacht moet
                        terugkoppelen naar de klachtencoördinator (artikel 8, onder f, van de
                        Klachtenregeling) en hij dus het overzicht heeft, is het logisch om de in
                        het eerste en tweede lid van artikel 10 genoemde taken bij de
                        klachtencoördinator te leggen.</al><al/><al>De klachtencoördinator moet een volledig overzicht opstellen van alle bij de
                        gemeente in het voorafgaande kalenderjaar in behandeling genomen klachten,
                        aangevuld met een overzicht van de klachten die tegen de gemeente zijn
                        ingediend bij de Nationale ombudsman. </al><al/><al>De verslaglegging wordt geanonimiseerd opgesteld, dat wil zeggen dat er geen
                        persoonsgegevens in het rapport worden opgenomen. Het eindrapport wordt
                        uitgebracht aan het college van burgemeester en wethouders en is
                        openbaar.</al><al/><al><cursief>Lid 2</cursief></al><al>Met ingang van 1 januari 2002 is de gemeente Veenendaal aangesloten bij de
                        Nationale ombudsman. Indien een klager niet tevreden is over de wijze waarop
                        zijn klacht binnen het gemeentelijk apparaat is behandeld of indien hij het
                        niet eens is met de conclusie die de behandelaar na het onderzoek heeft
                        getrokken, dan moet hij de gelegenheid hebben zijn klacht nog eens voor te
                        leggen aan een onafhankelijke instantie. Sinds 2005 zijn de bevoegdheden en
                        de procedures voor de afhandeling van klachten door de (Nationale) ombudsman
                        in titel 9.2 van de Awb geregeld.</al><al/><al>Wanneer de Nationale ombudsman een klacht ontvangt, beoordeelt hij eerst of
                        hij bevoegd is (zie onder meer artikel 9:22 van de Awb). Als het antwoord op
                        die vraag positief is, gaat hij na of er een grond is voor een onderzoek. De
                        Nationale ombudsman heeft namelijk in een aantal gevallen de vrijheid om af
                        te zien van een onderzoek of een onderzoek te beëindigen, ook al is hij
                        bevoegd (zie de artikelen 9:23 en 9:24 van de Awb). </al><al/><al>In het geval dat tot een onderzoek wordt besloten, krijgen beide partijen de
                        gelegenheid om te reageren. Het onderzoek en het oordeel van de Nationale
                        ombudsman zijn gebaseerd op een samenvatting van de klacht. Indien er een
                        reden is om over een klacht een openbaar rapport uit te brengen, worden de
                        bevindingen van de Nationale ombudsman (de feiten en omstandigheden,
                        standpunten van partijen) als verslag van het onderzoek eerst aan partijen
                        voorgelegd, zodat deze daar op kunnen reageren. Daarna brengt de Nationale
                        ombudsman het rapport over de kwestie uit. Daarin geeft hij zijn beoordeling
                        van de zaak, en hij verbindt daaraan zo nodig een aanbeveling indien hij het
                        gewenst vindt dat het bestuur/de gemeente een maatregel neemt.</al><al/><al>In lang niet alle gevallen is het overigens nodig om een openbaar rapport
                        over een onderzoek uit te brengen. Indien bijvoorbeeld al tijdens het
                        onderzoek een bevredigende oplossing voor een probleem wordt bereikt kan dit
                        een reden zijn om het onderzoek te beëindigen. In dat geval worden alleen de
                        bij de kwestie betrokken partijen daarover per brief geïnformeerd.</al><al/><al>De Nationale ombudsman geeft in zijn beoordeling aan of hij de klacht
                        gegrond acht en of hij de onderzochte gedraging van het bestuursorgaan (de
                        burgemeester, het college of de gemeenteraad) behoorlijk vindt.</al><al>Hij geeft daarbij ook aan welke normen voor dit oordeel van betekenis zijn.
                        Deze behoorlijkheidsvereisten zijn opgenomen in de "Behoorlijkheidswijzer".
                        Deze is te raadplegen op www.nationaleombudsman.nl. </al><al/><al>Het benoemen van één centrale klachtencoördinator voor de coördinatie van de
                        behandeling van de klachten die bij de Nationale ombudsman worden ingediend,
                        heeft diverse redenen en voordelen.</al><al/><al>De belangrijkste reden is dat de Nationale ombudsman niet geconfronteerd wil
                        worden met meerdere aanspreekpunten binnen één bestuursorgaan. Ook voor de
                        gemeente zelf is het wenselijk dat er één punt is binnen het apparaat waar
                        overzicht bestaat over de klachten die bij de Nationale ombudsman over de
                        gemeente worden ingediend, zowel voor wat betreft het aantal als voor wat
                        betreft de aard daarvan. De klachtencoördinator is op die manier in staat om
                        tendensen binnen afdelingen of gemeentebreed te signaleren en kan naar
                        aanleiding daarvan aanbevelingen doen om het functioneren van de gemeente
                        waar mogelijk te verbeteren en eenheid van beleid te bevorderen.</al><al/><al>Ook is de registratie eenvoudiger te realiseren. Overigens zullen de
                        afdelingen de nodige informatie onverwijld moeten aanleveren aan de
                        klachtencoördinator, zodat deze de Nationale ombudsman tijdig kan
                        informeren. </al><al/><al><vet>Artikelen 11 (intrekken oude regeling), 12 (Inwerkingtreding) en 13
                            (Citeertitel)</vet></al><al> Deze artikelen spreken voor zich. </al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>