<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR122261_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Re-integratieverordening WWB, IOAW en IOAZ 2011</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Boekel</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-01-23</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Boekel</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Weekblad Boekel &amp; Venhorst 07-03-2012</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Re-integratieverordening WWB, IOAW en IOAZ 2011</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=147">Gemeentewet, artikel 147</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=149">Gemeentewet, artikel 149</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0015703&amp;artikel=7">Wet werk en bijstand, artikel 7</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0015703&amp;artikel=8">Wet werk en bijstand, artikel 8</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0015703&amp;artikel=10">Wet werk en bijstand, artikel 10</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0015703&amp;artikel=10a">Wet werk en bijstand, artikel 10a</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0004044&amp;artikel=34">Wet IOAW, artikel 34</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0004044&amp;artikel=35">Wet IOAW, artikel 35</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0004044&amp;artikel=36">Wet IOAW, artikel 36</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0004163&amp;artikel=34">Wet IOAZ, artikel 34</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0004163&amp;artikel=35">Wet IOAZ, artikel 35</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0004163&amp;artikel=36">Wet IOAZ, artikel 36</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-02-16</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-03-08</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2012-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2013-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Toevoeging hoofdstuk 3A, artikelen 16a, 16b.</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Z/16226 AB/007924</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling vervangt de Re-integratieverordening WWb 2004</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Re-integratieverordening WWB, IOAW en IOAZ 2011</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Raadsbesluit</vet></al><al/><al>De raad van de gemeente Boekel;</al><al>gezien het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 23 augustus
                        2011;</al><al>gelet op:</al><al>de Gemeentewet, artikel 147 eerste lid, jo. artikel 149 en Wet werk en
                        bijstand artikelen 7,8,10 en 10a, de IOAW en IOAZ artikelen 34, 35 en
                        36;</al><al><vet>BESLUIT</vet>:</al><al>vast te stellen de <vet>Re-integratieverordening</vet><vet> WWB, IOAW en
                        IOAZ 2011.</vet></al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>- Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>– Begripsbepalingen</titel></kop><al>1.In deze verordening wordt verstaan onder:</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colwidth="32*"/><colspec colname="col2" colwidth="7*"/><colspec colname="col3" colwidth="61*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>a.<cursief>De wet</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>:</al></entry><entry colname="col3"><al>De Wet werk en bijstand;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>b.<cursief>Raad</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>:</al></entry><entry colname="col3"><al>De gemeenteraad van Boekel;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>c.<cursief>College</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>:</al></entry><entry colname="col3"><al>Het college van burgemeester en wethouders;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>d.<cursief>Uitkeringsgerechtigden</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>:</al></entry><entry colname="col3"><al>Personen met een uitkering ingevolge de Wet Werk en
                                                Bijstand (WWB), de IOAW of de IOAZ;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>e.<cursief>Anw-ers</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>:</al></entry><entry colname="col3"><al>Personen met een nabestaanden- of halfwezenuitkering
                                                op grond van de Algemene nabestaandenwet die
                                                ingeschreven zijn bij het UWV WERKbedrijf;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>f.<cursief>Nuggers</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>:</al></entry><entry colname="col3"><al>Niet-uitkeringsgerechtigden als bedoeld in artikel
                                                6, onderdeel a, van de wet;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>g.<cursief>Doelgroep</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>:</al></entry><entry colname="col3"><al>Personen, die hun woonplaats hebben in gemeente
                                                Boekel en aan wie op grond van artikel 7, eerste
                                                lid, onderdeel a, van de wet, op grond van artikel
                                                34 van de IOAW of op grond van artikel 34 van de
                                                IOAZ, door het college ondersteuning kan worden
                                                geboden;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>h.<cursief>Voorliggende voorziening</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>:</al></entry><entry colname="col3"><al>Een voorziening zoals bedoeld in artikel 5 onder e.
                                                van de wet;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>i.<cursief>Voorziening</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>:</al></entry><entry colname="col3"><al>Een voorziening als bedoeld in artikel 7, eerste
                                                lid, onderdeel a van de Wet en artikel 34 eerste lid
                                                onder a. van de IOAW en IOAZ, waaronder begrepen
                                                wordt elke vorm van ondersteuning die het college
                                                voor een belanghebbende in kan zetten ten behoeve
                                                van de arbeidsinpassing of sociale activering van de
                                                onder zijn verantwoordelijkheid vallende
                                                doelgroepen;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>j.<cursief>Ondersteuning</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>:</al></entry><entry colname="col3"><al>Ondersteuning als bedoeld in artikel 7, eerste lid,
                                                onderdeel a. van de wet en artikel 34 eerstel id
                                                onder a. van de IOAW en IOAZ;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>k.<cursief>IOAW</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>:</al></entry><entry colname="col3"><al>Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                                                arbeidsongeschikte werkloze werknemers;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>l.<cursief>IOAZ</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>:</al></entry><entry colname="col3"><al>Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                                                arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>m.<cursief>WIJ</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>:</al></entry><entry colname="col3"><al>Wet investeren in jongeren;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>n.<cursief>WW</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>:</al></entry><entry colname="col3"><al>Werkloosheidsweg;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>o.<cursief>Wia</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>:</al></entry><entry colname="col3"><al>Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>p.<cursief>Wajong</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>:</al></entry><entry colname="col3"><al>Wet arbeidsongeschiktsheidsvoorziening
                                                jonggehandicapten;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>q.<cursief>UWV</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>:</al></entry><entry colname="col3"><al>Uitvoerder van de WW, WAO, WIA, Ziektewet, Wajong en
                                                Waz;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>r.<cursief>Belanghebbende</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>:</al></entry><entry colname="col3"><al>Degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is
                                                betrokken;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>s.<cursief>Werknemers in</cursief></al><al>s.<cursief> gesubsidieerde arbeid</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>:</al></entry><entry colname="col3"><al>Personen als bedoeld in artikel 10, tweede lid van
                                                de wet;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>t.<cursief>Subsidie</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>:</al></entry><entry colname="col3"><al>De aanspraak op financiële middelen, door een
                                                bestuursorgaan verstrekt met het oog op bepaalde
                                                activiteiten van de aanvrager anders dan de betaling
                                                voor aan het bestuursorgaan geleverde goederen of
                                                diensten;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>u.<cursief>Premie</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>:</al></entry><entry colname="col3"><al>Financiële beloning ter bevordering van
                                                arbeidsinschakeling;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>v.<cursief>Bijstandsnorm</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>:</al></entry><entry colname="col3"><al>De norm bedoeld in artikel 5 onderdeel c van de
                                                wet;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>w.<cursief>Algemeen geaccepteerde </cursief></al><al>w.<cursief> arbeid</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>:</al></entry><entry colname="col3"><al>Alle arbeid, niet zijnde arbeid in het kader van de
                                                Wet sociale werkvoorziening, die algemeen
                                                maatschappelijk aanvaard is en niet indruist tegen
                                                de openbare orde of goede zeden;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>x.<cursief>Startkwalificatie</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>:</al></entry><entry colname="col3"><al>Een diploma als bedoeld in artikel 1 onderdeel d,
                                                van de wet;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>y.<cursief>Participatieplaats</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>:</al></entry><entry colname="col3"><al>Tijdelijke, onbeloonde en additionele werkzaamheden
                                                in de zin van artikel 10a van de wet die met behoud
                                                van uitkering kunnen worden verricht door personen
                                                die vooralsnog niet bemiddelbaar zijn op de
                                                arbeidsmarkt;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>z.<cursief>Sociale activering</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>:</al></entry><entry colname="col3"><al>De definitie zoals bedoeld in artikel 6 lid 1
                                                onderdeel c van de wet.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>– Beleidskader en budgetten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>– Opdracht college</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Ingevolge artikel 7 van de Wet of op grond van artikel 34 van de
                                IOAW en IOAZ biedt het college ondersteuning aan leden van de
                                doelgroepen en zorgt voor een voldoende gevarieerd aanbod van
                                voorzieningen. Het college houdt daarbij rekening met de aard en de
                                omvang van de verschillende binnen de doelgroepen te onderscheiden
                                groepen en de voorzieningen die het geschiktst zijn voor de leden
                                van die groepen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan bij het bepalen van het aanbod van voorzieningen
                                prioriteiten stellen in verband met de financiële mogelijkheden dan
                                wel de maatschappelijke, economische of conjuncturele
                                ontwikkelingen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan nadere regels stellen ten aanzien van de
                                voorzieningen en subsidies.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>– Doelgroepen en prioriteiten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Alle personen uit de doelgroepen krijgen in principe ondersteuning
                                op maat aangeboden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij (een dreigend) tekort op het budget hebben op de eerste plaats
                                jongeren zoals bedoeld in de WIJ voorrang boven de overige
                                doelgroeppersonen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien en voor zover het budget toereikend is voor de prioritaire
                                doelgroep zoals bedoeld in het tweede lid, hebben
                                uitkeringsgerechtigden voorrang boven de Nuggers en Anw-ers.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Ondersteuning die al is opgestart wordt niet onderbroken als gevolg
                                van (een dreigend) tekort op het budget.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>– Budget- en subsidieplafonds</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan bij uitvoeringsbesluit één of meer subsidie- of
                                budgetplafonds vaststellen voor de verschillende voorzieningen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan een plafond instellen voor het aantal personen dat
                                in aanmerking komt voor een specifieke voorziening.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>– aanspraken van de doelgroepen en voorwaarden premies en subsidies</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>– Aanspraak op ondersteuning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Personen uit de doelgroepen hebben aanspraak op ondersteuning bij de
                                arbeidsinschakeling of sociale activering.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De in het eerste lid bedoelde ondersteuning kan bestaan uit:</al><lijst><li nr="a."><al>ondersteuning bij de verwerving van arbeid;</al></li><li nr="b."><al>ondersteuning bij het behoud van arbeid;</al></li><li nr="c."><al>een voorziening als bedoeld in artikel 8 en 9.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>– Combinatie arbeid en zorg</titel></kop><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 9 van de wet, en met in acht neming
                            van de het bepaalde in artikel 9a van de wet, artikel 37a en artikel 38
                            van de IOAW en IOAZ, betrekt het college bij de ondersteuning de
                            beschikbaarheid van passende kinderopvang, het belang van voldoende
                            scholing en de belastbaarheid van de belanghebbende.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>– Arbeidsongeschiktheid en medische beperkingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In aansluiting op het bepaalde in artikel 9, tweede lid van de wet
                                en artikel 37a, eerste lid van de IOAW en IOAZ, stemt het college de
                                ondersteuning af op de medische beperkingen van de
                                belanghebbende.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De duur van ontheffing van de arbeidsverplichting voor de personen
                                die blijvend geheel arbeidsongeschikt zijn, bedraagt vijf jaar.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De beoordeling of iemand volledig en duurzaam arbeidsongeschikt of
                                gedeeltelijk arbeidsgeschikt is, wordt gebaseerd op een medisch of
                                een arbeidskundig onderzoek, danwel beide.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>– Voorzieningen gericht op arbeidsinschakeling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan een persoon uit de doelgroepen een voorziening
                                aanbieden, voor zover het college deze noodzakelijk acht voor de
                                arbeidsinschakeling van de desbetreffende persoon.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De in het eerste lid bedoelde voorziening kan bestaan uit:</al><lijst><li nr="a."><al>ondersteuning bij het verwerven en behouden van arbeid;</al></li><li nr="b."><al>ondersteuning bij het verbeteren of behouden van de positie
                                        op de arbeidsmarkt en/of binnen de maatschappij;</al></li><li nr="c."><al>ondersteuning bij het wegnemen van belemmeringen voor de
                                        arbeidsinschakeling;</al></li><li nr="d."><al>ondersteuning bij de verwerving van een dienstverband als
                                        bedoeld in artikel 2, eerste lid van de Wet sociale
                                        werkvoorziening.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In aanvulling op het eerste lid kan een voorziening ook bestaan uit
                                een voorbereidingsperiode op een zelfstandig beroep of bedrijf.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Onverminderd het tweede lid kan een voorziening tevens zien op:</al><lijst><li nr="a."><al>de noodzakelijke kosten samenhangende met de deelname aan
                                        een voorziening;</al></li><li nr="b."><al>de kosten ter bepaling van de noodzakelijkheid en inhoud van
                                        een voorziening;</al></li><li nr="c."><al>de noodzakelijke ksoten in verband met loonvormende
                                        arbeid.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>– Voorzieningen gericht op sociale activering</titel></kop><al>Het college kan een persoon uit de doelgroepen een voorziening
                            aanbieden, voor zover het college deze noodzakelijk acht voor de
                            maatschappelijke participatie van de desbetreffende persoon.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>– De voorzieningen</titel></kop><al>Onverminderd het bepaalde in de artikelen 8 en 9, kan het college
                            personen uit de doelgroepen, één of meer van de volgende voorzieningen
                            aanbieden:</al><lijst><li nr="a."><al>ondersteuning bij een beroep op maatschappelijke opvang of
                                    medische zorg;</al></li><li nr="b."><al>ondersteuning bij maatschappelijke participatie;</al></li><li nr="c."><al>arbeidsactivering en –toeleiding;</al></li><li nr="d."><al>sociale activering;</al></li><li nr="e."><al>stages bij bedrijven of instellingen;</al></li><li nr="f."><al>opleidingen die de toegang tot de arbeidsmarkt bevorderen;</al></li><li nr="g."><al>loonkostensubsidies;</al></li><li nr="h."><al>participatieplaatsen;</al></li><li nr="i."><al>nazorg bij arbeidsinschakeling;</al></li><li nr="j."><al>voorbereidingstrajecten voor zelfstandige arbeid;</al></li><li nr="k."><al>kinderopvang;</al></li><li nr="l."><al>bijzondere onkostenvergoedingen;</al></li><li nr="m."><al>diagnose-instrumenten;</al></li><li nr="n."><al>onderzoeken door deskundigen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>– Algemene bepalingen over voorzieningen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De nadere regels als bedoeld in artikel 2, derde lid kunnen in ieder
                                geval betrekking hebben op:</al><lijst><li nr="a."><al>de voorwaarden waaronder een voorziening of subsidie wordt
                                        aangeboden;</al></li><li nr="b."><al>de weigeringsgronden bij het beoordelen van voorzieningen of
                                        subsidies;</al></li><li nr="c."><al>de intrekking of wijziging van de verlening of vaststelling
                                        van subsidies, premies en kostenvergoedingen;</al></li><li nr="d."><al>de aanvraag van en de besluitvorming over subsidies, premies
                                        en kostenvergoedingen;</al></li><li nr="e."><al>de betaling van subsidies, premies en kostenvergoedingen en
                                        het verlenen van voorschotten;</al></li><li nr="f."><al>het vragen van een eigen bijdrage.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan, in aanvulling op de verplichtingen die voortvloeien
                                uit de wet, de IOAW en IOAZ en deze verordening, aan een voorziening
                                nadere verplichtingen verbinden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan een voorziening beëindigen:</al><lijst><li nr="a."><al>indien de belanghebbende die aan de voorziening deelneemt
                                        zijn verplichting als bedoeld in de Wet Werk en Bijstand en
                                        de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen
                                        (SUWI) niet nakomt;</al></li><li nr="b."><al>indien de belanghebbende die deelneemt niet meer behoort tot
                                        de doelgroepen van de wet;</al></li><li nr="c."><al>indien de belanghebbende algemeen geaccepteerde arbeid
                                        aanvaardt, waarbij geen gebruik wordt gemaakt van deze
                                        voorziening;</al></li><li nr="d."><al>indien naar het oordeel van het college de voorziening
                                        onvoldoende bijdraagt aan een doelmatige
                                        arbeidsinschakeling.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan de kosten terugvorderen, die verband houden met
                                verstrekte voorzieningen aan personen uit de doelgroep zoals bedoeld
                                in artikel 1 onder e. en f. wanneer deze personen naar het oordeel
                                van het college onvoldoende meewerken aan een doelmatige
                                arbeidsinschakeling.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>– Loonkostensubsidies</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan subsidie verstrekken aan werkgevers die met een
                                persoon bedoeld in artikel 1, eerste lid, aanhef en onder d. een
                                arbeidsovereenkomst sluiten gericht op arbeidsinschakeling.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan nadere regels stellen ten aanzien van de duur van de
                                subsidie, de hoogte en de verplichtingen die aan de subsidie worden
                                verbonden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>– Participatieplaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan toestemming verlenen voor het verrichten van
                                onbeloonde additionele arbeid ten behoeve van werkgevers die met
                                uitkeringsgerechtigde een overeenkomst sluiten gericht op
                                maatschappelijke participatie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan nadere regels stellen ten aanzien van de duur van de
                                plaatsing en de verplichtingen die aan de participatieplaats worden
                                verbonden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan nadere regels stellen ten aanzien van de premie
                                participatieplaats zoals bedoeld in artikel 10a, zesde lid van de
                                Wet, de duur, de hoogte en de verplichtingen die aan de subsidie
                                worden verbonden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>– Scholing of opleiding participatieplaats</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor zover de belanghebbende niet beschikt over een
                                startkwalificatie, wordt zes maanden na aanvang van de onbeloonde
                                additionele werkzaamheden als bedoeld in artikel 13, eerste lid door
                                het college bekeken in hoeverre scholing of opleiding kan bijdragen
                                aan vergroting van de kans op inschakeling in het
                                arbeidsproces.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college betrekt bij deze beoordeling:</al><lijst><li nr="a."><al>het oordeel van degene in wiens opdracht de belanghebbende
                                        de werkzaamheden uitvoert; en</al></li><li nr="b."><al>de scholingswens van de belanghebbende.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>– Vrijlating van inkomsten en premies</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor de uitkeringsgerechtigde die arbeid in deeltijd aanvaardt
                                waarmee een inkomen wordt verworven dat minder bedraagt dan de voor
                                hem van toepassing zijnde bijstandsnorm, kan vrijlating van
                                inkomsten uit arbeid plaatsvinden conform artikel 31, tweede lid,
                                onderdeel o van de Wet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Aan de uitkeringsgerechtigde die doorstroomt op de
                                participatieladder of uitstroomt naar arbeid, la dan niet
                                gesubsidieerd, kan een premie worden verstrekt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan aan een werkgever, die een uitkeringsgerechtigde
                                duurzaam tewerkstelt, een premie verstrekken.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan nadere regels stellen ter uitvoering van het
                                bepaalde in dit artikel.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>– Cumulatie van premie en vrijlating van inkomsten</titel></kop><al>De uitkeringsgerechtigde die werkzaam is in een deeltijd
                            dienstbetrekking, heeft niet tegelijkertijd recht op een
                            inkomstenvrijlating op grond van artikel 15, eerste lid, een premie
                            zoals omschreven in artikel 15, tweede lid en als bedoeld in artikel 10a
                            van de Wet, met uitzondering van de eenmalige premie bij uitstroom door
                            werkaanvaarding.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3A</nr><titel>Regelingen in verband met de wijzigingen in de WWB en intrekking van
                            de WIJ per 1 januari 2012</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16a</nr><titel>Wijziging betekenis begrippen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Waar in deze verordening de begrippen ‘alleenstaande’,
                                ‘alleenstaande ouder’ en ‘gezin’ worden gebruikt, hebben deze vanaf
                                1 januari 2012 dezelfde betekenis als in artikel 4 van de wet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Waar in deze verordening wordt gesproken van ‘gehuwde(n)’ of
                                ‘gehuwdennorm’ hebben deze begrippen vanaf 1 januari 2012 dezelfde
                                betekenis als ‘gezin’, bedoeld in artikel 4, respectievelijk
                                ‘gezinsnorm’, bedoeld in artikel 21, eerste lid, van de wet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16b</nr><titel>Afwijkende bepalingen voor jongeren</titel></kop><al>In afwijking van hetgeen in deze verordening is bepaald, kunnen de
                            volgende voorzieningen bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel b van
                            de wet niet worden ingezet voor de arbeidsinschakeling van
                            belanghebbenden jonger dan 27 jaar:</al><al>a. onbeloonde additionele arbeid als bedoeld in artikel 10a van de
                            wet;</al><al>b. de voorzieningen bedoeld in artikel 31, vijfde lid van de wet.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>– slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>– Hardheidsclausule</titel></kop><al>Het college kan ten gunste van de belanghebbende afwijken van de
                            bepalingen van deze verordening, indien de toepassing hiervan leidt tot
                            onbillijkheden van overwegende aard.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>- Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2012.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op die datum wordt de Re-integratieverordening WWB 2004
                                ingetrokken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>– Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als:
                                <vet>Re-integratieverordening</vet><vet> WWB, IOAW en IOAZ
                                2011</vet></al><al/><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare vergadering van</ondertekening><ondertekening>de raad van de gemeente Boekel, gehouden op 3 november 2011</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de griffier, </ondertekening><ondertekening>M.R.P. Philipse </ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>P.M.J.H. Bos</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>