<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR121752_2</dcterms:identifier><dcterms:title>verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2012</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Gouda</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-03-13</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Gouda</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">De Goudse Post, 21 december 2011</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening reinigingsheffingen 2012</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet art. 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet milieubeheer art. 15.33</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2011-12-14</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2013-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>720454</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2012</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>de raad van de gemeente gouda</vet></al><al/><al>Gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 15
                        november 2011;</al><al/><al>Gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de
                        Gemeentewet en artikel 15.33 van de Wet milieubeheer;</al><al/><al>besluit vast te stellen de volgende verordening:</al><al/><al><vet>verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing en
                            reinigingsrechten 2012</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>I</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>inleidende bepaling</titel></kop><lid><lidnr/><al>Krachtens deze verordening worden geheven:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>een afvalstoffenheffing</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>reinigingsrechten</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>begripsomschrijvingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder
                                ‘gebruik maken’ in Hoofdstuk II Afvalstoffenheffing: gebruik maken
                                in de zin van artikel 15:33 Wet milieubeheer.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor de toepassing van deze verordening wordt als één perceel
                                aangemerkt hetgeen in artikel 16 van de Wet waardering onroerende
                                zaken als één onroerende zaak wordt aangemerkt.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>II</nr><titel/></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>aard van de belasting en belastbaar feit</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onder de naam ‘afvalstoffenheffing’ wordt een directe belasting
                                geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De afvalstoffenheffing als bedoeld in deze verordening wordt naar
                                afzonderlijke grondslagen geheven ter zake van het gebruik maken van
                                een perceel ten aanzien waarvan krachtens de artikelen 10.21 en
                                10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van
                                huishoudelijke afvalstoffen geldt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>belastingplicht</titel></kop><al>De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente naar de
                            omstandigheden beoordeeld al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt
                            recht of persoonlijk recht gebruik maakt van een perceel ten aanzien
                            waarvan ingevolge de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer
                            een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen
                            geldt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>maatstaf van heffing en belastingtarief</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting bedraagt per perceel per belastingjaar 268,80 indien
                                het perceel wordt gebruikt door één persoon.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De belasting bedraagt per perceel per belastingjaar 336,-- indien
                                het perceel wordt gebruikt door twee of meer personen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien betreffende de voorgaande leden in de loop van het
                                belastingjaar een verandering plaatsvindt van het tweede naar het
                                eerste lid, wordt het tarief als bedoeld in het eerste lid,
                                toegepast met ingang van de eerstvolgende kalendermaand.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Belastingaanslagen van 5,-- of minder worden niet opgelegd. Voor de
                                toepassing van de vorige volzin wordt het totaal van de op één
                                aanslag verschuldigde bedragen voor belastingen of andere heffingen
                                aangemerkt als één belastingaanslag.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>belastingjaar</titel></kop><al>Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>wijze van heffing</titel></kop><al>De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>ontstaan van de belastingschuld en heffing naar
                                tijdsgelang</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of,
                                zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt,
                                is de belasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de
                                voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de
                                aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden
                                overblijven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt,
                                bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van
                                de voor dat jaar verschuldigde belasting, als er in dat jaar, na het
                                einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden
                                overblijven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>termijnen van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990
                                moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen,
                                waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op
                                de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en
                                de tweede twee maanden later.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in lid 1 geldt dat, ingeval het
                                totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als
                                het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan, meer is
                                dan € 75,--., doch minder dan € 5.000,--, en zolang de verschuldigde
                                bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden
                                afgeschreven, de aanslagen moeten worden betaald in acht gelijke
                                termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van
                                het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens één maand
                                later.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de
                                voorgaande leden gestelde termijnen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>III</nr><titel>Reinigingsrechten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>belastbaar feit</titel></kop><al>Onder de naam ‘reinigingsrechten’ worden rechten geheven voor zowel het
                            genot van door het gemeentebestuur verstrekte diensten als voor het
                            gebruik van voor de openbare dienst bestemde gemeentebezittingen, werken
                            of inrichtingen die bij de gemeente in beheer of in onderhoud zijn.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>belastingplicht</titel></kop><al>De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag dan wel ten
                            behoeve van wie de dienst wordt verricht of van degene die van de
                            bezittingen, werken of inrichtingen gebruik maakt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>maatstaf van heffing en belastingtarief</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het recht bedraagt per belastingjaar voor het verwijderen van
                                bedrijfsafval in plastic zakken met een hoeveelheid afvalstoffen van
                                maximaal 7 kilogram per zak en gelijktijdig ophalen met de
                                huisvuilinzameling:</al><al> bij een hoeveelheid van:</al><al>00 tot en met 04 plastic zakken per week: per jaar: € 389,00</al><al>05 tot en met 08 plastic zakken per week: per jaar: € 778,00</al><al>09 tot en met 12 plastic zakken per week: per jaar: € 1.167,00</al><al>13 tot en met 16 plastic zakken per week: per jaar: € 1.556,00</al><al>17 tot en met 20 plastic zakken per week: per jaar: € 1.945,00</al><al>21 tot en met 24 plastic zakken per week: per jaar: € 2.334,00</al><al>25 tot en met 28 plastic zakken per week: per jaar: € 2.723,00</al><al>29 tot en met 32 plastic zakken per week: per jaar: € 3.112,00</al><al>33 tot en met 36 plastic zakken per week: per jaar: € 3.501,00</al><al>37 tot en met 40 plastic zakken per week: per jaar: € 3.890,00</al><al>Bij een hoeveelheid van meer dan 40 zakken wordt het tarief naar
                                evenredigheid verhoogd overeenkomstig vorenvermelde reeks.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De tarieven voor bedrijfsafval worden nog verhoogd met de wettelijk
                                verplichte belasting op de toegevoegde waarde.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor de berekening van de rechten wordt een gedeelte van een eenheid
                                als een volle eenheid aangemerkt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>belastingjaar</titel></kop><al>Met betrekking tot de rechten die per jaar worden geheven is het
                            belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>wijze van heffing</titel></kop><al>De rechten worden geheven bij wege van aanslag met dien verstande dat
                            per belastbaar feit een afzonderlijke aanslag kan worden opgelegd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>aangifte</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belastingplichtige die niet binnen drie maanden na afloop van het
                                belastingtijdvak of, bij gebreke daarvan, binnen drie maanden na
                                afloop van het belastbaar feit is uitgenodigd tot het doen van
                                aangifte of aan wie niet binnen drie maanden na afloop van het
                                belastingtijdvak of bij gebreke daarvan binnen drie maanden na
                                afloop van het belastbare feit een aanslag is opgelegd, is gehouden
                                binnen veertien dagen na afloop van die drie maanden bij de
                                directeur van Belastingsamenwerking Gouwe-Rijnland (hierna BSGR) een
                                schriftelijk verzoek in te dienen om te worden uitgenodigd tot het
                                doen van aangifte. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een ieder die in de loop van het belastingjaar belastingplichtig
                                wordt, is gehouden binnen één maand nadien bij de directeur van BSGR
                                een schriftelijk verzoek in te dienen om te worden uitgenodigd tot
                                het doen van aangifte.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De belastingplichtige ten aanzien van wie de hoeveelheden af te
                                voeren bedrijfsafval met betrekking waartoe hij voor het laatst
                                aangifte heeft gedaan, wijziging ondergaat, is gehouden binnen één
                                maand na het tijdstip waarop die wijziging heeft plaatsgevonden bij
                                de directeur van BSGR een schriftelijk verzoek in te dienen om te
                                worden uitgenodigd tot het doen van aangifte.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>ontstaan van de belastingschuld en de heffing naar tijdsgelang
                                voor de jaarlijks verschuldigde rechten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rechten zijn verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of,
                                zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt
                                zijn de rechten verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de
                                voor dat jaar verschuldigde rechten als er in dat jaar, na de
                                aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden
                                overblijven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt,
                                bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van
                                de voor dat jaar verschuldigde rechten als er in dat jaar, na het
                                einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden
                                overblijven.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing indien de
                                belastingplichtige binnen de gemeente verhuist. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>termijnen van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990
                                moeten de aanslagen worden betaald binnen één maand na de
                                dagtekening van het aanslagbiljet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste
                                lid gestelde termijn.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>IV</nr><titel>aanvullende bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>nadere regels door het college van burgemeester en
                                wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                            betrekking tot de heffing en de invordering van de
                            reinigingsheffingen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>overgangsrecht</titel></kop><al>De ‘Verordening reinigingsheffingen 2011’ van 15 december 2010, wordt
                            ingetrokken met ingang van de in artikel 20, tweede lid, genoemde datum
                            van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing
                            blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben
                            voorgedaan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na die van
                                de bekendmaking.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2012.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als 'Verordening reinigingsheffingen
                            2012'.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 14 december 2011.</al></slotformulering><ondertekening>De voorzitter,</ondertekening><ondertekening>De griffier,</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting op de Verordening reinigingsheffingen 2012</titel></kop><al>Op 10 november 2011 is de Programmabegroting 2012-2015 vastgesteld. De in de
                    paragraaf Lokale Heffingen globaal aangegeven tariefsaanpassingen voor het jaar
                    2012 zijn in de gemeentelijke belastingverordeningen voor 2012 verwerkt. Bij de
                    redactie hiervan is zoveel mogelijk aangesloten bij de modelverordeningen van de
                    VNG. De toelichting op de modelverordening is te raadplegen via de volgende
                    link: <extref doc="http://www.gouda.nl/Modelverordeningen_gem_belastingen_toelichting.pdf">http://www.gouda.nl/Modelverordeningen_gem_belastingen_toelichting.pdf</extref></al><al/><al>Voor de reinigingsheffingen gelden kostendekkende tarieven. De meest actuele
                    calculatie geeft aan dat voor de reinigingsheffingen een tariefsverhoging van
                    3,7% noodzakelijk is.</al><al>Het tarief voor een meerpersoonshuishouden voor 2012 is vastgesteld op een
                    bedrag van € 336,00 (2011: € 324,00). Het tarief voor een eenpersoonshuishouden
                    is 80% van het tarief van een meerpersoonshuishouden: € 268,80 (2011: €
                    259,20).</al><al/><al>Voorts is van belang dat vanaf 2011 de uitvoering van de heffing en invordering
                    van de gemeentelijke belastingen alsmede de uitvoering van de Wet WOZ is
                    opgedragen aan de Gemeenschappelijke Regeling BSGR (Belastingsamenwerking
                    Gouwe-Rijnland).</al><al>De BSGR combineert zoveel mogelijk gemeentelijke en waterschapsaanslagen op één
                    aanslagbiljet. De gecombineerde aanslag die eind februari 2012 vanuit de BSGR
                    zal worden verzonden, zal voor bijna alle inwoners en bedrijven naast
                    waterschapsaanslagen en de WOZ-waarde met peildatum 1 januari 2011, de volgende
                    gemeentelijke aanslagen bevatten: onroerende-zaakbelastingen,
                    afvalstoffenheffing, rioolheffingen en hondenbelasting. Alleen de inwoners en
                    bedrijven die niet binnen het gebied van het hoogheemraadschap van Rijnland
                    wonen c.q. gevestigd zijn, ontvangen een afzonderlijke aanslag
                    waterschapsbelastingen van het hoogheemraadschap van Schieland en de
                    Krimpenerwaard.</al><al>Gecombineerde aanslagen waarvan het eindbedrag hoger is dan e 75,-- maar lager
                    dan e 5.000,-- kunnen in acht betaaltermijnen worden voldaan zolang de
                    verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen
                    worden voldaan.</al><al>Voor gecombineerde aanslagen waarvoor geen automatische betalingsincasso van
                    toepassing is, blijven twee betaaltermijnen gelden waarvan de eerste vervalt op
                    de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het
                    aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>