<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR121718_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Treasurystatuut Blaricum 2011</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Blaricum</dcterms:creator><dcterms:modified>2019-01-29</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Blaricum</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Hei en wei 11-11-2011</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Treasurystatuut Blaricum 2011</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=GEMEENTEWET">Gemeentewet, art. 160 </dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2011-10-18</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2011-11-12</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Raadsbesluit 18-10-2011</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Financiën en economie</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling vervangt het Treasurystatuut 2009</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Treasurystatuut Blaricum 2011</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Sinds 2001 geldt de verplichting tot het opstellen van een treasurystatuut
                        waarin het beleid en uitvoering van de treasuryfunctie wordt vastgelegd. De
                        drie gemeenten Blaricum, Eemnes en Laren kennen allemaal een
                        treasurystatuut. Om de efficiency te bevorderen, zijn de treasurystatuten in
                        2009 geharmoniseerd.</al><al> Daarna zijn als gevolg van de kredietcrisis de wettelijke eisen
                        aangescherpt, het gaat dan met name om de mate van kredietwaardigheid van
                        partijen. Het hernieuwde treasurystatuut is aangepast aan deze eisen.</al><al> Met dit treasurystatuut geeft de raad aan het college beleidskaders mee te
                        geven voor het uitoefenen van de treasurytaken. </al><al> Wettelijk kader</al><al> De wettelijke vereisten voor het uitoefenen van de treasuryfunctie staan in
                        de Wet Fido en in de wettelijke regelingen die daaruit voortvloeien. De
                        wetsteksten hiervan zijn als bijlagen toegevoegd. Hieronder kort de
                        belangrijkste bepalingen daaruit.</al><al> Het belangrijkste uitgangspunt van de wet Fido is het beheersen van
                        risico’s. Dat uit zich in een tweetal kwalitatieve randvoorwaarden voor het
                        treasurybeleid. De eerste is dat het aangaan en verstrekken van leningen
                        evenals het verlenen van garanties alleen zijn toegestaan voor de
                        uitoefening van de publieke taak. De tweede houdt in dat uitzettingen en
                        derivaten een prudent karakter moeten hebben en niet gericht zijn op het
                        genereren van inkomsten door het lopen van overmatige risico’s. Uit deze
                        beide randvoorwaarden komt naar voren dat bankieren – zoals het bewust
                        aantrekken van gelden om deze uit te lenen met als doel het genereren van
                        inkomen - verboden is. Ook is het innemen van open posities met derivaten
                        niet toegestaan. Kortom de treasury van decentrale overheden is een
                        servicecentre en geen profitcentre.</al><al> Het beheersen van de risico’s wordt concreet handen en voeten gegeven
                        doordat gemeenten moeten voldoen aan de kasgeldlimiet en de renterisiconorm.
                        Beide beogen de renterisico’s te begrenzen die verbonden zijn aan
                        financiering door middel van achtereenvolgens korte schuld en lange schuld. </al><al> In de wettelijke regeling ‘uitzettingen en derivaten decentrale overheden’
                        worden nadere voorwaarden aangegeven met betrekking tot het uitzetten van
                        gelden. Hierbij worden onder andere eisen gesteld aan de kredietwaardigheid
                        van de tegenpartijen en wordt aangegeven waarin wel en niet mag worden
                        belegd. De belangrijkste eis daarbij is dat voor uitzettingen altijd de
                        hoofdsom gegarandeerd moet worden aan het einde van de looptijd en dat
                        alleen in vastrentende waarden mag worden belegd.</al><al> In het treasurystatuut worden de belangrijkste wettelijke bepalingen
                        opnieuw aangehaald zodat het treasurystatuut als een zelfstandig kader kan
                        worden gelezen voor het treasurybeleid. </al><al> Kader verordening artikel 212 Gemeentewet</al><al> De verordening 212 is de verordening waarmee de raad aan het college kaders
                        meegeeft voor het financiële beleid, het financiële beheer en de inrichting
                        van de financiële organisatie.</al><al> Voor het financiële beheer en de inrichting van de financiële organisatie
                        zijn in de verordening al algemene uitgangspunten geregeld. Het enige wat
                        nog geregeld moet worden is het treasurybeleid. Er staat ook expliciet in de
                        verordening dat dit terug moet komen in een treasurystatuut. In bijgaand
                        treasurystatuut treft u dan ook alleen beleidsmatige kaders aan. Voor de
                        uitwerking van het financiële beheer en de financiële organisatie zal het
                        college teruggrijpen op de verordening.</al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Deel</label><nr/><titel>Algemeen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begrippenkader</titel></kop><al>In dit statuut wordt verstaan onder:</al><al>BEL Combinatie De werkorganisatie voor de gemeenten Blaricum, Eemnes en
                            Laren.</al><al> belegging het uitzetten van eigen vermogen en andere financiële
                            middelen voor een periode van minimaal één jaar.</al><al> financiering het aantrekken van vreemd vermogen voor een periode van
                            minimaal één jaar.</al><al> financiele derivaten financiële instrumenten waarmee een transactie kan
                            plaatsvinden waarvan de waarde gerelateerd is aan onderliggende activa,
                            referentieprijzen of indices.</al><al> geldstromenbeheer omvat al die activiteiten die nodig zijn om
                            liquiditeiten te transfereren, zowel binnen de organisatie zelf als
                            tussen de organisatie en derden (betalingsverkeer).</al><al> intern liquiditeitsrisicobeheer het beheersen van risico’s als gevolg
                            van mogelijke wijzigingen in de liquiditeitenplanning en
                            meerjaren-investeringsplanning.</al><al> kasbeheer het beheren van geldstromen en daaruit voortvloeiende
                            saldi</al><al> en liquiditeitsposities tot een periode van één jaar.</al><al> kasgeldlimiet Het wettelijk maximumbedrag waarvoor gemiddeld per
                            kwartaal de liquiditeitspositie negatief mag zijn.</al><al> liquiditeitenbeheer omvat het beheer van liquiditeiten tot één
                            jaar.</al><al> liquiditeitspositie omvat het totaal van de rekeningcourantsaldi,
                            kasgeld- en daggeldleningen og/ug.</al><al> koersrisicobeheer het beheersen van de risico’s die voortvloeien uit de
                            mogelijkheid dat de financiële activa van de organisatie in waarde
                            verminderen door negatieve koersontwikkelingen.</al><al> kredietrisicobeheer het beheersen van de risico’s die voortvloeien uit
                            de mogelijkheid op een waardedaling ten gevolge van het niet na kunnen
                            komen van de verplichtingen door de tegenpartij als gevolg van
                            insolventie of deficit.</al><al> relatiebeheer omvat het onderhouden van relaties met partijen die
                            actief zijn op financiële markten, waaronder banken en
                            geldmakelaars.</al><al> renterisicobeheer het beheersen van risico’s die voortvloeien uit de
                            mogelijkheid dat in de toekomst de rentelasten van het vreemd vermogen
                            hoger respectievelijk dat de renteopbrengsten van activa lager zullen
                            zijn dan een bepaald wenselijk geacht niveau.</al><al> renterisiconorm De norm waarmee de vaste schuld – verminderd met
                            verstrekte leningen - jaarlijks maximaal een renteherziening mag
                            ondergaan. Bedoeling hiervan is het vermijden van renteschokken.
                            Gemeenten die – per saldo – een schuld lager dan € 2,5 mln hebben, zijn
                            vrijgesteld van deze verplichting. Het wettelijk percentage voor de norm
                            ligt nu op 20% van het saldo.</al><al> saldobeheer omvat het beheren van de dagelijkse banksaldi.</al><al> treasuryfunctie de uitvoering van alle activiteiten die zich richten op
                            het sturen en beheersen en bewaken van financiële posities, financiële
                            stromen en de hieraan verbonden risico’s.</al><al> treasuryfunctionaris de treasurer of de plaatsvervangend
                            treasurer.</al><al> uitzettingen het beleggen van middelen, anders dan het aanhouden van
                            saldi in rekening-courant, voor een periode van korter dan één
                            jaar.</al><al> vastrentende waarden openbare of onderhandse leningen (openbaar is voor
                            iedereen toegankelijk, onderhands is een overeenkomst tussen twee
                            partijen).</al><al> wet Fido de Wet financiering decentrale overheden.</al><al/><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Algemene doelstellingen</titel></kop><al>a. de treasuryfunctie streeft naar beheersing van renterisico’s,
                            kredietrisico’s, koersrisico’s en interne liquiditeitsrisico’s;</al><al> b. binnen de kaders van de wet Fido, aanvullende regelgeving en de
                            voorschriften die in dit statuut zijn opgenomen wordt gestreefd naar een
                            optimaal renteresultaat;</al><al> c. interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheer van
                            geldstromen en financiële posities worden geminimaliseerd.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Deel</label><nr/><titel>Risicobeheer</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Algemeen</titel></kop><al>a. Het gebruik van financiële derivaten is uitsluitend toegestaan om
                            financiële risico’s te vermijden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Renterisico</titel></kop><al>genoemd in de wet fido, niet worden overschreden.</al><al> b. Om het renterisico op de korte schuld te bespreken mogen de
                            uitstaande korte schulden de kasgeldlimiet, zoals genoemd in de wet
                            fido, niet overschrijden.</al><al> c. Nieuwe leningen en uitzettingen worden afgestemd op de bestaande
                            financiële positie en de liquiditeitenplanning.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Kredietrisico</titel></kop><al>a. Uitzettingen vinden slechts plaats bij financiële ondernemingen die
                            gevestigd zijn in een lidstaat die ten minste beschikt over een
                            AA-rating afgegeven door ten minste twee ratingbureaus.</al><al> b. Uitzettingen korter of gelijk aan drie maanden vinden uitsluitend
                            plaats bij: financiële instellingen met ten minste een A rating
                            afgegeven door ten minste twee internationaal gerenommeerde rating
                            agency’s, of bij instellingen voor wiens waardepapier een
                            solvabiliteitsratio van 0% geldt.</al><al> c. Uitzettingen langer dan drie maanden vinden uitsluitend plaats bij
                            financiële instellingen met ten minste een AA minus rating afgegeven
                            door ten minste twee internationaal gerenommeerde rating agency’s of bij
                            instellingen voor wiens waardepapier een solvabiliteitsratio van 0%
                            geldt.</al><al> d. Wanneer er bij uitzettingen en beleggingen redelijke alternatieven
                            beschikbaar zijn, wordt altijd gekozen voor de hoogst mogelijke
                            kredietwaardigheid c.q. rating.</al><al> e. Bij het uitzetten van beleggingen wordt ook het spreiden van
                            risico’s in overweging genomen. Spreiding van risico’s zal daarbij
                            sterker spelen naarmate de instelling een lagere kredietwaardigheid
                            heeft.</al><al> f. Bij het verstrekken van leningen en garanties uit hoofde van de
                            publieke taak worden zoveel mogelijk zekerheden geëist.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Koersrisico</titel></kop><al>a. Uitzettingen en beleggingen mogen alleen plaatsvinden in producten
                            waarvan de hoofdsom aan het eind van de looptijd gegarandeerd is.</al><al> b. Beleggingen mogen alleen plaatsvinden in vastrentende waarden.</al><al> c. Een uitzondering op bovenstaande bepalingen is de deelname in het
                            kapitaal van een rechtspersoon vanuit de publieke taak. Een belegging in
                            aandelen is dan toegestaan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Liquiditeitsrisico</titel></kop><al>a. Het liquiditeitsrisico wordt beperkt door gebruik van een
                            liquiditeitenplanning waardoor geanticipeerd kan worden op eventuele
                            tekorten. Deze liquiditeitenplanning geeft een beeld van de korte en de
                            middellange termijn.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Valutarisico</titel></kop><al>a. Valutarisico’s worden uitgesloten door uitsluitend in euro’s te
                            handelen. Mochten er buitenlandse transacties tegen buitenlandse valuta
                            plaatsvinden, dan worden deze gelijk afgedekt.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Deel</label><nr/><titel>Financiering</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Langlopende leningen</titel></kop><al>a. Leningen met een looptijd vanaf een jaar worden uitsluitend
                            aangetrokken ten behoeve van de publieke taak.</al><al> b. Leningen met een looptijd vanaf een jaar worden niet aangetrokken
                            met het doel deze tegen een hoger rendement uit te zetten.</al><al> c. Bij het aantrekken van gelden voor een periode vanaf één jaar worden
                            minimaal twee partijen benaderd voor een offerte.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Beleggingen</titel></kop><al>a. Voor de beleggingen moet in ieder geval worden voldaan aan de
                            voorwaarden zoals gesteld in artikel 4, 5 en 6.</al><al> b. Voor elke belegging worden minimaal twee offertes opgevraagd bij
                            verschillende instellingen, alvorens een belegging wordt gedaan.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Deel</label><nr/><titel>Kasbeheer</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Geldstromenbeheer</titel></kop><al>a. Voor het betalingsverkeer wordt gestreefd naar zo min mogelijke
                            bankrekeningen.</al><al> b. Het betalingsverkeer wordt zoveel mogelijk ondergebracht bij één
                            bankier.</al><al> c. Het betalingsverkeer wordt zoveel mogelijk elektronisch
                            uitgevoerd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Saldobeheer</titel></kop><al>a. Bankrekeningen worden op een dusdanige manier gesaldeerd dat de
                            rentekosten zo laag mogelijk blijven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Liquiditeitenbeheer</titel></kop><al>a. Er wordt te allen tijde voor gezorgd dat er voldoende liquiditeit
                            aanwezig is om aan de verplichtingen op korte termijn te voldoen.</al><al> b. Bij het extern uitzetten van gelden korter dan een jaar zijn slechts
                            de in artikel 5.a genoemde partijen toegestaan.</al><al> c. Voor tijdelijke liquiditeitsoverschotten wordt een optimaal
                            renteresultaat nagestreefd tegen aanvaardbare risico’s.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Uitvoering</titel></kop><al>Het college regelt de organisatie van de treasuryfunctie in een
                            afzonderlijk uitvoeringsbesluit.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Dit statuut kan worden aangehaald als ‘Treasurystatuut Blaricum
                            2011’.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus vastgesteld door de gemeenteraad in de vergadering van 18 oktober
                        2011.</al></slotformulering></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>