<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR121061_1</dcterms:identifier><dcterms:title>1e herziening Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Lopik 2010</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Lopik</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-05-15</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Lopik</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/BWBR0005416/TitelIII/HoofdstukIX/Artikel149/geldigheidsdatum_17-11-2011">Artikel 149 van de Gemeentewet</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>1e herziening Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Lopik 2010</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/BWBR0005416/TitelIII/HoofdstukIX/Artikel149/geldigheidsdatum_17-11-2011">Artikel 149 van de Gemeentewet </dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-09-28</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-10-15</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2012-07-04</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Herziening</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Raadsbesluit 28 september 2010, nr. 9.1</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>APV en algemene plaatselijke verordening</overheidrg:onderwerp><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>1e herziening Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Lopik 2010</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>Algemene Plaatselijke Verordening</titel></kop></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="·"><al>a. openbare plaats: een voor het publiek toegankelijke plaats,
                                    waaronder begrepen de weg als bedoeld onder b;</al></li><li nr="·"><al>b. weg: weg, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van
                                    de Wegenverkeerswet 1994 ;</al></li><li nr="·"><al>c. openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op
                                    andere wijze toegankelijk zijn;</al></li><li nr="·"><al>d. bebouwde kom: de bebouwde kom of kommen waarvan gedeputeerde
                                    staten de grenzen hebben vastgesteld overeenkomstig artikel 27,
                                    tweede lid, van de Wegenwet , bij hun besluit van ... ;</al></li><li nr="·"><al>e. rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft
                                    krachtens een zakelijk of persoonlijk recht;</al></li><li nr="·"><al>f. bouwwerk: bouwwerk als bedoeld in artikel 1 van de
                                    Bouwverordening ... ;</al></li><li nr="·"><al>g. gebouw: gebouw als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder c,
                                    van de Woningwet ;</al></li><li nr="·"><al>h. handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of
                                    diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang
                                    te dienen;</al></li><li nr="·"><al>i. bevoegd gezag: bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1.1,
                                    eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht .</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:2</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><lid><lidnr>·</lidnr><al>1. Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een
                                vergunning of ontheffing binnen <onderstreept>acht
                                    weken</onderstreept> na de datum van ontvangst van de aanvraag.
                            </al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>2. Het bestuursorgaan kan de termijn voor ten hoogste
                                    <onderstreept>acht weken</onderstreept> verlengen. </al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>3. In afwijking van het tweede lid is artikel 3.9 van de Wet
                                algemene bepalingen omgevingsrecht van toepassing indien beslist
                                wordt op een aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 2:11
                                of artikel 4:11.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:3</nr><titel>Indiening aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>·</lidnr><al>1. Indien een aanvraag voor een vergunning of ontheffing wordt
                                ingediend minder dan <onderstreept>drie weken</onderstreept> vóór
                                het tijdstip waarop de aanvrager de vergunning of ontheffing nodig
                                heeft, kan het bestuursorgaan besluiten de aanvraag niet te
                                behandelen. </al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>2. Voor bepaalde, door het bestuursorgaan aan te wijzen,
                                vergunningen of ontheffingen kan de in het eerste lid genoemde
                                termijn worden verlengd tot ten hoogste acht weken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:4</nr><titel>Voorschriften en beperkingen</titel></kop><lid><lidnr>·</lidnr><al>1. Aan een vergunning of ontheffing kunnen voorschriften en
                                beperkingen worden verbonden. Deze voorschriften en beperkingen
                                strekken slechts tot bescherming van het belang of de belangen in
                                verband waarmee de vergunning of ontheffing is vereist. </al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>2. Degene aan wie een vergunning of ontheffing is verleend, is
                                verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen na te
                                komen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:5</nr><titel>Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing</titel></kop><al>Elke vergunning of ontheffing is persoonsgebonden, tenzij bij of
                            krachtens deze verordening anders is bepaald of de aard van de
                            vergunning zich daartegen verzet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:6</nr><titel>Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd:</al><lijst><li nr="·"><al>a. indien ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige
                                    gegevens zijn verstrekt; </al></li><li nr="·"><al>b. indien op grond van een verandering van de omstandigheden of
                                    inzichten opgetreden na het verlenen van de ontheffing of
                                    vergunning, intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege het
                                    belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of
                                    ontheffing is vereist; </al></li><li nr="·"><al>c. indien de aan de vergunning of ontheffing verbonden
                                    voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen;
                                </al></li><li nr="·"><al>d. indien van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt
                                    gemaakt binnen een daarin gestelde termijn dan wel, bij het
                                    ontbreken van een gestelde termijn, binnen een redelijke
                                    termijn; </al></li><li nr="·"><al>e. indien de houder dit verzoekt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:7</nr><titel>Termijnen</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing geldt voor onbepaalde tijd, tenzij bij de
                            vergunning of ontheffing anders is bepaald of de aard van de vergunning
                            of ontheffing zich daartegen verzet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:8</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing kan door het bevoegd gezag of het bevoegde
                            bestuursorgaan worden geweigerd in het belang van:</al><lijst><li nr="·"><al>a. de openbare orde;</al></li><li nr="·"><al>b. de openbare veiligheid;</al></li><li nr="·"><al>c. de volksgezondheid;</al></li><li nr="·"><al>d. de bescherming van het milieu.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Openbare orde</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>Bestrijding van ongeregeldheden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:1</nr><titel>Samenscholing en ongeregeldheden</titel></kop><lid><lidnr>·</lidnr><al>1. Het is verboden op een openbare plaats deel te nemen aan een
                                    samenscholing, onnodig op te dringen of door uitdagend gedrag
                                    aanleiding te geven tot ongeregeldheden. </al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>2. Hij die op een openbare plaats aanwezig is bij een voorval
                                    waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan, of hij
                                    een tot toeloop van publiek aanleiding gevende gebeurtenis
                                    waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan, dan
                                    wel zich bevindt in of aanwezig is bij een samenscholing, is
                                    verplicht op bevel van een ambtenaar van politie zijn weg te
                                    vervolgen of zich in de door hem aangewezen richting te
                                    verwijderen. </al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>3. Het is verboden zich te begeven of te bevinden op openbare
                                    plaatsen die door of vanwege het bevoegd bestuursorgaan (was
                                    gezag) in het belang van de openbare veiligheid of ter
                                    voorkoming van ongeregeldheden zijn afgezet. </al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>4. De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het derde
                                    lid gestelde verbod. </al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>5. Het bepaalde in de voorgaande leden geldt niet voor
                                    betogingen, vergaderingen en godsdienstige en
                                    levensbeschouwelijke samenkomsten als bedoeld in de Wet openbare
                                    manifestaties .</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2</nr><titel>Betoging</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:2</nr><titel>Optochten[gereserveerd]</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:3</nr><titel>Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen</titel></kop><lid><lidnr>·</lidnr><al>1. Hij die het voornemen heeft op een openbare plaats een
                                    betoging te houden, geeft daarvan voor de openbare aankondiging
                                    en ten minste <onderstreept>48 uur</onderstreept> voordat de
                                    betoging wordt gehouden, schriftelijk kennis aan de
                                    burgemeester.</al><lijst><li nr="2."><al>De kennisgeving bevat:</al><lijst><li nr="o"><al>a. naam en adres van degene die de betoging
                                                  houdt;</al></li><li nr="o"><al>b. het doel van de betoging;</al></li><li nr="o"><al>c. de datum waarop de betoging wordt gehouden en
                                                  het tijdstip van aanvang en van beëindiging;</al></li><li nr="o"><al>d. de plaats en, voor zover van toepassing, de
                                                  route en de plaats van beëindiging;</al></li><li nr="o"><al>e. voor zover van toepassing, de wijze van
                                                  samenstelling;</al></li><li nr="o"><al>f. maatregelen die degene die de betoging houdt
                                                  zal treffen om een regelmatig verloop te
                                                  bevorderen. </al></li></lijst></li></lijst></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>3. Hij die de kennisgeving doet, ontvangt daarvan een bewijs
                                    waarin het tijdstip van de kennisgeving is vermeld.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>4. Indien het tijdstip van de schriftelijke kennisgeving valt op
                                    een vrijdag na 12.00 uur, een zaterdag, een zondag of een
                                    algemeen erkende feestdag, wordt de kennisgeving gedaan
                                    uiterlijk 12.00 uur op de aan de dag van dat tijdstip
                                    voorafgaande werkdag.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>5. De burgemeester kan in bijzondere omstandigheden de in het
                                    eerste lid genoemde termijn verkorten en een mondelinge
                                    kennisgeving in behandeling nemen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:4</nr><titel>Afwijking termijn</titel></kop><al>(Vervallen; opgenomen in artikel 2:3)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:5</nr><titel>Te verstrekken gegevens</titel></kop><al>(Vervallen; opgenomen in artikel 2:3)</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3</nr><titel>Verspreiden van gedrukte stukken</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:6</nr><titel>Beperking aanbieden e.d. van geschreven of gedrukte stukken
                                    of afbeeldingen</titel></kop><lid><lidnr>·</lidnr><al>1. Het is verboden gedrukte of geschreven stukken dan wel
                                    afbeeldingen onder publiek te verspreiden dan wel openlijk aan
                                    te bieden op door het college aangewezen openbare plaatsen.
                                </al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>2. Het college kan de werking van het verbod beperken tot
                                    bepaalde dagen en uren.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>3. Het verbod geldt niet voor het huis-aan-huis verspreiden of
                                    het aan huis bezorgen van gedrukte of geschreven stukken en
                                    afbeeldingen. </al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>4. Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid
                                    gestelde verbod.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4</nr><titel>Vertoningen e.d. op de weg</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:7</nr><titel>Feest, muziek en wedstrijd e.d.[gereserveerd]</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:8</nr><titel>Dienstverlening[gereserveerd]</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:9</nr><titel>Straatartiest e.d.[gereserveerd]</titel></kop><al/></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5</nr><titel>Bruikbaarheid en aanzien van de weg</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:10</nr><titel>Het plaatsen van voorwerpen op of aan de weg in strijd met de
                                    publieke functie ervan</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden de weg of een weggedeelte anders te gebruiken
                                    dan overeenkomstig de publieke functie daarvan, als:</al><lijst><li nr="o"><al>a. het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg,
                                            gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor
                                            het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een
                                            belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en
                                            onderhoud van de weg;</al></li><li nr="o"><al>b. het beoogde gebruik hetzij op zichzelf, hetzij in
                                            verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen
                                            van welstand.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bevoegd bestuursorgaan kan in het belang van de openbare
                                    orde of de woon- en leefomgeving nadere regels stellen ten
                                    aanzien van terrassen en uitstallingen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het bevoegd bestuursorgaan kan ontheffing verlenen van het in
                                    het eerste lid gestelde verbod.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>4. Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor
                                    het in het eerste lid bedoelde gebruik, voor zover dit een
                                    activiteit betreft als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder
                                    j. of onder k. van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht
                                    .</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor:</al><lijst><li nr="o"><al>a. evenementen als bedoeld in artikel 2:24;</al></li><li nr="o"><al>b. standplaatsen als bedoeld in artikel 5:19.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid van dit artikel geldt niet voor
                                    zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de
                                    Wet beheer rijkswaterstaatswerken , artikel 5 van de
                                    Wegenverkeerswet , of het Provinciaal wegenreglement.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:11</nr><titel>(Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en
                                    veranderen van een weg</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning een
                                    weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, in een
                                    weg te graven of te spitten, aard of breedte van de
                                    wegverharding te veranderen of anderszins verandering te brengen
                                    in de wijze van aanleg van een weg. 2. De vergunning wordt
                                    verleend</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag, indien de
                                    activiteiten zijn verboden bij een bestemmingsplan,
                                    beheersverordening, exploitatieplan of
                                    voorbereidingsbesluit;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>door het college in de overige gevallen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De vergunning wordt verleend</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag, indien de
                                    activiteiten zijn verboden bij een bestemmingsplan,
                                    beheersverordening, exploitatieplan of
                                    voorbereidingsbesluit;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>door het college in de overige gevallen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod geldt voorts niet voor zover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht , de
                                    Wet beheer rijkswaterstaatswerken , het Provinciaal
                                    wegenreglement, de Waterschapskeur, de Telecommunicatiewet of de
                                    daarop gebaseerde Telecommunicatieverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:12</nr><titel>Maken, veranderen van een uitweg</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:12</nr><titel>Maken, veranderen van een uitweg</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het college een uitweg te
                                    maken naar de weg of verandering aan te brengen in een bestaande
                                    uitweg naar de weg: </al><lijst><li nr="a."><al>indien degene die voornemens is een uitweg te maken naar
                                            de weg of verandering te brengen in een bestaande uitweg
                                            naar de weg daarvan niet van tevoren een vergunning
                                            heeft aangevraagd bij het college, onder indiening van
                                            een situatieschets van de gewenste uitweg en een foto
                                            van de bestaande situatie;</al></li><li nr="b."><al>indien het college het maken of veranderen van de uitweg
                                            heeft verboden. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college verbiedt het maken of veranderen van de uitweg:
                                </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>indien daardoor het verkeer op de weg in gevaar wordt
                                    gebracht;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>indien dat zonder noodzaak ten koste gaat van een openbare
                                    parkeerplaats;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>indien het openbaar groen daardoor op onaanvaardbare wijze wordt
                                    aangetast;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>indien er sprake is van een uitweg van een perceel dat al door
                                    een andere uitweg wordt ontsloten, en de aanleg van deze tweede
                                    uitweg ten koste gaat van een openbare parkeerplaats of het
                                    openbaar groen. </al><al>3.Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in het
                                    daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer
                                    Rijkswaterstaatswerken, de Waterschapskeur of het Provinciaal
                                    wegenreglement.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>6</nr><titel>Veiligheid op de weg</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:13</nr><titel>Veroorzaken van gladheid</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:14</nr><titel>Winkelwagentjes</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rechthebbende op een bedrijf die winkelwagentjes ter
                                    beschikking stelt, mede ten behoeve van het vervoer van
                                    winkelwaren over de weg, is verplicht ze te voorzien van de naam
                                    van het bedrijf of een ander herkenningsteken, en de in de
                                    omgeving van dat bedrijf door het publiek op een openbare plaats
                                    achtergelaten winkelwagentjes terstond te verwijderen of te doen
                                    verwijderen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover in het
                                    daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet
                                    milieubeheer.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is verboden een winkelwagentje dat is gebruikt op de weg,
                                    onbeheerd daarop achter te laten anders dan op een daartoe
                                    aangewezen plaats.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover in het
                                    daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet
                                    milieubeheer.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:15</nr><titel>Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:16</nr><titel>Openen straatkolken e.d.</titel></kop><al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een
                                straatkolk, rioolput, brandkraan of een andere afsluiting die
                                behoort tot een openbare nutsvoorziening, te openen, onzichtbaar te
                                maken of af te dekken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:17</nr><titel>Kelderingangen e.d.</titel></kop><al>[Gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:18</nr><titel>Rookverbod in bossen en natuurterreinen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden te roken in bossen, op heide of veengronden dan
                                    wel in duingebieden of binnen een afstand van dertig meter
                                    daarvan van <onderstreept>1 maart tot 1
                                    november.</onderstreept></al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden in bossen, op heide of veengronden dan wel in
                                    duingebieden of binnen een afstand van honderd meter daarvan,
                                    voor zover het de open lucht betreft, brandende of smeulende
                                    voorwerpen te laten vallen, weg te werpen of te laten
                                    liggen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste en tweede lid gestelde verbod geldt niet voor
                                    zover in her daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door
                                    artikel 429, aanhef en onder 3, van het Wetboek van Strafrecht
                                    .</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt voorts niet voor
                                    zover het roken plaatsvindt in gebouwen en aangrenzende
                                    erven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:19</nr><titel>Gevaarlijk of hinderlijk voorwerp</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:20</nr><titel>Vallende voorwerpen</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:21</nr><titel>Voorzieningen voor verkeer en verlichting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te laten dat
                                    op of aan dat bouwwerk voorwerpen, borden of voorzieningen ten
                                    behoeve van het verkeer of de openbare verlichting worden
                                    aangebracht, onderhouden, gewijzigd of verwijderd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bepaalde geldt niet voor zover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door de Waterstaatswet 1900, de
                                    Onteigeningswet, of de Belemmeringenwet Privaatrecht .</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:22</nr><titel>Objecten onder hoogspanningslijn</titel></kop><al>[Gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:23</nr><titel>Veiligheid op het ijs</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden:</al><lijst><li nr="o"><al>a. voor het publiek toegankelijke ijsvlakten te
                                            beschadigen, te verontreinigen, te versperren of het
                                            verkeer daarop op enige andere wijze te belemmeren of in
                                            gevaar te brengen;</al></li><li nr="o"><al>b. bakens of andere voorwerpen ten behoeve van de
                                            veiligheid geplaatst op de onder a bedoelde ijsvlakten
                                            te verplaatsen, weg te nemen, te beschadigen of op enige
                                            andere wijze het gebruik daarvan te verijdelen of te
                                            belemmeren.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht of de
                                    Provinciale vaarwegenverordening.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>7</nr><titel>Evenementen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:24</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt onder evenement verstaan elke voor
                                    publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering
                                    van:</al><lijst><li nr="o"><al>a. bioscoopvoorstellingen;</al></li><li nr="o"><al>b. markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder
                                            h, van de Gemeentewet en artikel 5:22 van deze
                                            verordening;</al></li><li nr="o"><al>c. kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen
                                            ;</al></li><li nr="o"><al>d. het in een inrichting in de zin van de Drank en
                                            Horecawet gelegenheid geven tot dansen;</al></li><li nr="o"><al>e. betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld
                                            in de Wet openbare manifestaties ;</al></li><li nr="o"><al>f. activiteiten als bedoeld in artikel 2:9 en 2:39 van
                                            deze verordening.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder evenement wordt mede verstaan:</al><lijst><li nr="o"><al>a. een herdenkingsplechtigheid;</al></li><li nr="o"><al>b. een braderie;</al></li><li nr="o"><al>c. een optocht, niet zijnde een betoging als bedoeld in
                                            artikel 2:3 van deze verordening, op de weg;</al></li><li nr="o"><al>d. een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan
                                            de weg;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Nadere regels kunnen worden gesteld aan grote en kleine
                                    evenementen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:25</nr><titel>Evenement</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                                    evenement te organiseren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Aan een vergunning als bedoeld in het eerste lid kan de
                                    burgemeester nadere regels stellen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod van het eerste lid geldt niet voor een wedstrijd op
                                    of aan de weg, voor zover in het geregelde onderwerp wordt
                                    voorzien door artikel 10 juncto 148, van de Wegenverkeerswet
                                    1994 .</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:26</nr><titel>Ordeverstoring</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden bij evenementen de orde te verstoren, onnodig op
                                    te dringen, door uitdagend gedrag aanleiding te geven tot
                                    wanordelijkheden of wanordelijkheden te veroorzaken. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden bij evenementen messen, knuppels, slagwapens of
                                    andere voorwerpen die als wapen kunnen worden gebruikt, op een
                                    zodanige wijze mee te voeren dat de openbare orde of veiligheid
                                    in gevaar komt of kan komen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor wapens die behoren tot categorie I t/m IV Wet wapens en
                                    munitie geldt onverkort de Wet wapens en munitie. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Eenieder is verplicht bij evenementen alle aanwijzingen van
                                    ambtenaren van politie en brandweer in het belang van openbare
                                    orde of veiligheid terstond en stipt op te volgen. </al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>8</nr><titel>Toezicht op openbare inrichtingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:27</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onder horecabedrijf wordt in deze paragraaf verstaan: alle
                                    categorie 1 horeca, zijnde discotheek, dancing, bar, en café en
                                    categorie 2 alle horeca niet zijnde categorie 1.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder horecabedrijf als bedoeld in het eerste lid wordt mede
                                    verstaan: een bij dit bedrijf behorend terras en de andere
                                    aanhorigheden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een terras in de zin van deze paragraaf is een buiten de
                                    besloten ruimte van de inrichting liggend deel van het
                                    horecabedrijf waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en
                                    waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of
                                    spijzen voor directe consumptie kunnen worden bereid of
                                    verstrekt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Onder houder wordt in deze paragraaf verstaan: degene die een
                                    horecabedrijf exploiteert op grond van het bepaalde in artikel
                                    2:28 APV.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Deze paragraaf verstaat niet onder bezoekers:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>de gezinsleden van de houder, alsmede zijn elders wonende bloed
                                    en aanverwanten, in de rechte lijn onbeperkt, in de zijlijn tot
                                    en met de derde graad;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>de personen die voorkomen in het register als bedoeld in artikel
                                    438 van het Wetboek van Strafrecht, alsmede personen bedoeld in
                                    artikel 438, derde lid, van het Wetboek van Strafrecht;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>de personen wier aanwezigheid in de inrichting wegens dringende
                                    redenen noodzakelijk is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:28</nr><titel>Exploitatie openbare inrichting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een categorie I horecabedrijf, als bedoeld in
                                    artikel 2:27 APV te exploiteren zonder vergunning van de
                                    burgemeester.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester weigert de vergunning als bedoeld in het eerste
                                    lid, indien de vestiging of de exploitatie van het horecabedrijf
                                    in strijd is met een geldend bestemmingsplan.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De burgemeester kan de vergunning als bedoeld in het eerste lid
                                    geheel of gedeeltelijk weigeren, indien naar zijn oordeel moet
                                    worden aangenomen dat de woon- leefsituatie in de omgeving van
                                    het horecabedrijf en/of de openbare orde op ontoelaatbare wijze
                                    nadelig worden beïnvloed door de aanwezigheid van het
                                    horecabedrijf en/of geen Verklaring Omtrent Gedrag kan worden
                                    overlegt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij toepassing van de in het derde lid genoemde weigeringgrond
                                    houdt de burgemeester rekening met het karakter van de straat en
                                    de wijk, waarin het horecabedrijf is gelegen of zal zijn
                                    gelegen, de aard van het horecabedrijf en de spanning, waaraan
                                    het woonmilieu ter plaatse reeds blootstaat of bloot zal komen
                                    te staan door de exploitatie van het horecabedrijf. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in artikel 2:10 APV beslist de
                                    burgemeester in geval van een vergunningsaanvraag die betrekking
                                    heeft op één of meer bij het horecabedrijf behorende terrassen
                                    voor zover deze zich op de weg bevinden tevens over de
                                    ingebruikneming van die weg ten behoeve van het terras. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Onverminderd het gestelde in het derde en vierde lid kan de
                                    burgemeester de in het vijfde lid bedoelde ingebruikneming van
                                    de weg ten behoeve van één of meer bij een horecabedrijf
                                    behorende terrassen weigeren: </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>indien het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg dan wel
                                    gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het
                                    doelmatig en veilig gebruik daarvan;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>indien dat gebruik een belemmering kan vormen voor het doelmatig
                                    beheer en onderhoud van de weg.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Het bepaalde in het vijfde en zesde lid geldt niet voor zover
                                    het Rijkswegenreglement of de Wegenverordening provincie Utrecht
                                    1987 van toepassing is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:29</nr><titel>Sluitingstijd</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is de houder van een horecabedrijf verboden dit voor het
                                        publiek geopend te hebben of daarin een of meer bezoekers
                                        toe te laten of te laten verblijven <vet>op zondag tot en
                                            met donderdag tussen 01:00 uur en 08:00 uur en op
                                            vrijdag en zaterdag tussen 02:00 uur en 08:00 uur
                                        </vet>(dagen voorafgaand aan een nationale feestdag of
                                        zijnde een nationale feestdag). </al></li><li nr="2."><al>De burgemeester kan voor een afzonderlijk horecabedrijf of
                                        een daartoe behorend terras door middel van een
                                        vergunningvoorschrift andere sluitingstijden vaststellen.
                                    </al></li><li nr="3."><al>De burgemeester kan voor horecabedrijven die beschikken over
                                        een exploitatievergunning, of een aparte ontheffing door
                                        middel van het verbinden van een voorschrift aan deze
                                        vergunning ontheffing verlenen van het in het eerste lid
                                        vermelde verbod. In de exploitatievergunning wordt het
                                        tijdstip vermeld waarop in afwijking van het eerste lid het
                                        verbod intreedt om in het horecabedrijf een of meerbezoekers
                                        toe te laten of te laten verblijven, met dien verstande dat
                                        dit tijdstip niet later mag liggen dan 03:00 uur. </al></li><li nr="4."><al>De burgemeester verbindt – behoudens indien naar zijn
                                        oordeel bijzondere omstandigheden daartoe aanleiding geven -
                                        aan de ontheffing het voorschrift de houder van een
                                        horecabedrijf verboden is bezoekers tot dat bedrijf toe te
                                        laten vanaf twee uur voorafgaand aan het in het derde lid,
                                        tweede volzin bedoelde tijdstip.</al></li><li nr="5."><al>Het bepaalde in het derde lid is niet van toepassing op
                                        horecabedrijven waarin</al><al>bedrijfsmatig etenswaren of alcoholvrije dranken mede voor
                                        gebruik ter plaatse worden verstrekt. </al></li><li nr="6."><al>Het in de voorgaande leden bepaalde geldt niet voor zover
                                        voorschriften bij of krachtens de Wet milieubeheer van
                                        toepassing zijn.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:30</nr><titel>Afwijking sluitingstijd; tijdelijke sluiting</titel></kop><lid><lidnr>·</lidnr><al>1. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde,
                                    veiligheid, zedelijkheid of gezondheid of in geval van
                                    bijzondere omstandigheden voor een of meer openbare inrichtingen
                                    tijdelijk andere sluitingstijden vaststellen of tijdelijk
                                    sluiting bevelen. </al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>2. Het eerste lid is niet van toepassing in die situaties waarin
                                    artikel 13b van de Opiumwet voorziet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:31</nr><titel>Verboden gedragingen</titel></kop><al>Het is bezoekers verboden zich in een horecabedrijf te bevinden
                                gedurende de tijd dat het bedrijf krachtens artikel 2:29 of
                                ingevolgde een op grond van artikel 2:30 genomen besluit gesloten
                                dient te zijn.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:32</nr><titel>Handel binnen openbare inrichtingen</titel></kop><lid><lidnr>·</lidnr><al>1. In dit artikel wordt onder handelaar verstaan: de handelaar
                                    als bedoeld in artikel 1 van de algemene maatregel van bestuur
                                    op grond van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van
                                    Strafrecht. </al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>2. De exploitant van een openbare inrichting staat niet toe dat
                                    een handelaar of een voor hem handelend persoon in dat bedrijf
                                    enig voorwerp verwerft, verkoopt of op enig andere wijze
                                    overdraagt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:33</nr><titel>Ordeverstoring</titel></kop><al>Het is verboden in een horecabedrijf de orde te verstoren. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34</nr><titel>Het college als bevoegd bestuursorgaan</titel></kop><al>Indien een openbare inrichting geen voor het publiek openstaand
                                gebouw of bijbehorend erf is in de zin van artikel 174 van de
                                Gemeentewet , treedt het college bij de toepassing van artikel 2:28
                                tot en met 2:30 op als bevoegd bestuursorgaan.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>9</nr><titel>Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van
                                nachtverblijf</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:35</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder inrichting: elke al dan niet
                                besloten ruimte waarin, in de uitoefening van beroep of bedrijf, aan
                                personen de mogelijkheid van nachtverblijf of gelegenheid tot
                                kamperen wordt verschaft</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:36</nr><titel>Kennisgeving exploitatie</titel></kop><al>Degene die een inrichting opricht, overneemt, verplaatst of de
                                exploitatie of feitelijke leiding van een inrichting staakt, is
                                verplicht <onderstreept>binnen drie dagen </onderstreept>daarna
                                daarvan schriftelijk kennis te geven aan de burgemeester.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:37</nr><titel>Nachtregister</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De houder van een inrichting is verplicht een register, als
                                    bedoeld in artikel 438 van het Wetboek van Strafrecht, bij te
                                    houden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan ter aanvulling van het eerste lid nadere regels
                                    stellen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:38</nr><titel>Verschaffing gegevens nachtregister</titel></kop><al>Degene die in een inrichting nachtverblijf houdt of de kampeerder is
                                verplicht de exploitant of feitelijk leidinggevende van die
                                inrichting volledig en naar waarheid naam, adres, woonplaats,
                                geboortedatum, geboorteplaats, betrekking, dag van aankomst en de
                                dag van vertrek te verstrekken.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>10</nr><titel>Toezicht op speelgelegenheden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:39</nr><titel>Speelgelegenheden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Dit artikel verstaat onder speelgelegenheid: een voor het
                                    publiek toegankelijke gelegenheid waar bedrijfsmatig of in een
                                    omvang alsof deze bedrijfsmatig is de mogelijkheid wordt geboden
                                    enig spel te beoefenen, waarbij geld of in geld inwisselbare
                                    voorwerpen kunnen worden gewonnen of verloren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                                    speelgelegenheid te exploiteren of te doen exploiteren. Het
                                    verbod is niet van toepassing op:</al><lijst><li nr="o"><al>a. speelautomatenhallen waarvoor op grond van artikel
                                            30c, eerste lid, onder b, van de Wet op de Kansspelen
                                            vergunning is verleend;</al></li><li nr="o"><al>b. speelgelegenheden waarvoor de minister van Justitie
                                            of de Kamer van Koophandel bevoegd is vergunning te
                                            verlenen;</al></li><li nr="o"><al>c. speelgelegenheden waar de mogelijkheid wordt geboden
                                            om het kleine kansspel als bedoeld in artikel 7c van de
                                            Wet op de kansspelen te beoefenen, of te spelen op
                                            speelautomaten als bedoeld in artikel 30 van de Wet op
                                            de kansspelen , of de handeling als bedoeld in artikel
                                            l, onder a, van de Wet op de kansspelen te
                                            verrichten.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De burgemeester weigert de vergunning:</al><lijst><li nr="o"><al>a. indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat
                                            de woon- en leefsituatie in de omgeving van de
                                            speelgelegenheid of de openbare orde op ontoelaatbare
                                            wijze nadelig worden beïnvloed door de exploitatie van
                                            de speelgelegenheid;</al></li><li nr="o"><al>b. indien de exploitatie van de speelgelegenheid in
                                            strijd is met een geldend bestemmingsplan.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:40</nr><titel>Kansspelautomaten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In dit artikel wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="o"><al>a. Wet: de Wet op de kansspelen ;</al></li><li nr="o"><al>b. kansspelautomaat: automaat als bedoeld in artikel 30,
                                            onder c. van de Wet; </al></li><li nr="o"><al>c. hoogdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in
                                            artikel 30, onder d, van de Wet; </al></li><li nr="o"><al>d. laagdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in
                                            artikel 30, onder e, van de Wet .</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In hoogdrempelige inrichtingen zijn maximaal <onderstreept>2
                                        kansspelautomaten</onderstreept> toegestaan.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In laagdrempelige inrichtingen zijn <onderstreept>2
                                        kansspelautomaten</onderstreept> niet toegestaan.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>11</nr><titel>Maatregelen tegen overlast en baldadigheid</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:41</nr><titel>Betreden gesloten woning of lokaal</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder ontheffing van de burgemeester een
                                    krachtens artikel 174a van de Gemeentewet gesloten woning, een
                                    niet voor publiek toegankelijk lokaal of een bij die woning of
                                    dat lokaal behorend erf te betreden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden zonder ontheffing van de burgemeester een
                                    krachtens artikel 13b van de Opiumwet gesloten woning, een niet
                                    voor het publiek toegankelijk lokaal, een bij die woning of dat
                                    lokaal behorend erf, een voor het publiek toegankelijk lokaal of
                                    bij dat lokaal behorend erf te betreden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Deze verboden gelden niet voor personen wier aanwezigheid in de
                                    woning of het lokaal wegens dringende reden noodzakelijk
                                    is.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>de burgemeester is bevoegd van de in het eerste en tweede lid
                                    bedoelde verboden ontheffing te verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:42</nr><titel>Plakken en kladden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een openbare plaats of dat gedeelte van een
                                    onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is te bekrassen
                                    of te bekladden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden zonder schriftelijke toestemming van de
                                    rechthebbende op een openbare plaats of dat gedeelte van een
                                    onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is:</al><lijst><li nr="o"><al>a. een aanplakbiljet of ander geschrift, afbeelding of
                                            aanduiding aan te plakken, te doen aanplakken, op andere
                                            wijze aan te brengen of te doen aanbrengen;</al></li><li nr="o"><al>b. met kalk, krijt, teer of een kleur of verfstof een
                                            afbeelding, letter, cijfer of teken aan te brengen of te
                                            doen aanbrengen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het tweede lid gestelde verbod is niet van toepassing
                                    indien gehandeld wordt krachtens wettelijk voorschrift.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan aanplakborden aanwijzen voor het aanbrengen van
                                    meningsuitingen en bekendmakingen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het is verboden de in het vierde lid bedoelde aanplakborden te
                                    gebruiken voor bet aanbrengen van handelsreclame.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het college kan nadere regels stellen voor het aanbrengen van
                                    meningsuitingen en bekendmakingen, die geen betrekking mogen
                                    hebben op de inhoud van de meningsuitingen en
                                    bekendmakingen.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De houder van de in het tweede lid bedoelde schriftelijke
                                    toestemming is verplicht die aan een opsporingsambtenaar op
                                    diens eerste vordering terstond ter inzage af te geven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:43</nr><titel>Vervoer plakgereedschap e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op de weg of openbaar water te vervoeren of bij
                                    zich te hebben enig aanplakbiljet, aanplakdoek, kalk, teer,
                                    kleur of verfstof of verfgereedschap.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Dit verbod is niet van toepassing, indien de genoemde materialen
                                    of gereedschappen niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd voor
                                    handelingen als verboden in artikel 2:42.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:44</nr><titel>Vervoer inbrekerswerktuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Her is verboden op een openbare plaats inbrekerswerktuigen te
                                    vervoeren of bij zich te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod is niet van toepassing indien de genoemde
                                    gereedschappen, voorwerpen of middelen niet zijn gebruikt of
                                    niet zijn bestemd voor de in het eerste lid bedoelde
                                    handelingen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:45</nr><titel>Betreden van plantsoenen e.d.</titel></kop><al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden zonder
                                ontheffing van het college zich te bevinden in of op bij de gemeente
                                in onderhoud zijnde parken, wandelplaatsen, plantsoenen,
                                groenstroken of grasperken, buiten de daarin gelegen wegen of
                                paden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:46</nr><titel>Rijden over bermen e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden met voertuigen die niet voorzien zijn van
                                    rubberbanden te rijden over de berm, de glooiing of de zijkant
                                    van een weg, tenzij dit door de omstandigheden redelijkerwijs
                                    wordt vereist.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatswerken of het Provinciaal wegenreglement.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:47</nr><titel>Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden:</al><lijst><li nr="o"><al>a. op een openbare plaats te klimmen of zich te bevinden
                                            op een beeld, monument, overkapping, constructie,
                                            openbare toiletgelegenheid, voertuig, hekheining of
                                            andere afsluiting, verkeersmeubilair en daarvoor niet
                                            bestemd straatmeubilair;</al></li><li nr="o"><al>b. zich op een openbare plaats zodanig op te houden dat
                                            aan weggebruikers of bewoners van nabij de weg gelegen
                                            woningen onnodig overlast of hinder wordt
                                            veroorzaakt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door artikel 424 , 426bis of 431 van
                                    het Wetboek van Strafrecht of artikel 5 van de Wegenverkeerswet
                                    1994 .</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:48</nr><titel>Verboden drankgebruik</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op ren openbare plaats, die deel uitmaakt van
                                    een door het college aangewezen gebied, alcoholhoudende drank te
                                    gebruiken of aangebroken flessen, blikjes en dergelijke met
                                    alcoholhoudende drank bij zich te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bepaalde in liet eerste lid geldt niet voor:</al><lijst><li nr="o"><al>a. een terras dat behoort bij een horecabedrijf, als
                                            bedoeld in artikel 1 van de Drank- en Horecawet ;</al></li><li nr="o"><al>b. de plaats niet zijnde een horecabedrijf, als bedoeld
                                            onder a, waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel
                                            35 van de Drank en Horecawet .</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:49</nr><titel>Verboden gedrag bij of in gebouwen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden:</al><lijst><li nr="o"><al>a. zich zonder redelijk doel in een portiek of poort op
                                            te houden;</al></li><li nr="o"><al>b. zonder redelijk doel in, op of tegen een raamkozijn
                                            of een drempel van een gebouw te zitten of te
                                            liggen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is aan anderen dan bewoners of gebruikers van flatgebouwen,
                                    appartementsgebouwen en soortgelijke meergezinshuizen en van
                                    gebouwen die voor publiek toegankelijk zijn, verboden zich
                                    zonder redelijk doel te bevinden in een voor gemeenschappelijk
                                    gebruik bestemde ruimte van zo'n gebouw.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:50</nr><titel>Hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke
                                    ruimten</titel></kop><al>Het is verboden zich zonder redelijk doel op een voor anderen
                                hinderlijke wijze op te houden in of op een voor het publiek
                                toegankelijk portaal, telefooncel, wachtlokaal voor een openbaar
                                vervoermiddel, parkeergarage, rijwielstalling of een andere
                                soortgelijke, voor het publiek toegankelijke ruimte dan wel deze te
                                verontreinigen of te bezigen voor een ander doel dan waarvoor de
                                desbetreffende ruimte is bestemd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:51</nr><titel>Neerzetten van fietsen e.d.</titel></kop><al>Het is verboden op een openbare plaats een fiets of een bromfiets te
                                plaatsen of te laten staan tegen een raam, een raamkozijn, een deur,
                                de gevel van een gebouw dan wel in de ingang van een portiek
                                indien:</al><lijst><li nr="a."><al>dit in strijd is met de uitdrukkelijk verklaarde wil van de
                                        gebruiker van dat gebouw of dat portiek;</al></li><li nr="b."><al>daardoor die ingang versperd wordt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:52</nr><titel>Overlast van fiets of bromfiets op markt en kermisterrein
                                    e.d.</titel></kop><al>Het is verboden op de door het college of de burgemeester aangewezen
                                uren en plaatsen zich met een fiets of bromfiets te bevinden op een
                                door het college of de burgemeester aangewezen terrein waar een
                                markt, kermis, uitvoering, bijeenkomst of plechtigheid gehouden
                                wordt die publiek trekt, mits dit verbod kenbaar is aan de bezoekers
                                van het terrein.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:53</nr><titel>Bespieden van personen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zich in de nabijheid van een persoon dan wel een
                                    gebouw, woonwagen of woonschip op te houden met de kennelijke
                                    bedoeling deze persoon dan wel een zich in dit gebouw, deze
                                    woonwagen of dit woonschip bevindende persoon, te
                                    bespieden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden door middel van een verrekijker of enig ander
                                    optisch instrument een zich in een gebouw, woonwagen of
                                    woonschip bevindende persoon te bespieden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:54</nr><titel>Bewakingsapparatuur</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:55</nr><titel>Nodeloos alarmeren</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:56</nr><titel>Alarminstallaties</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:57</nr><titel>Loslopende honden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te
                                    laten verblijven of te laten lopen:</al><lijst><li nr="o"><al>a. binnen de bebouwde kom op de weg zonder dat die hond
                                            aangelijnd is;</al></li><li nr="o"><al>b. op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk
                                            als zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of
                                            speelweide of op een andere door het college aangewezen
                                            plaats;</al></li><li nr="o"><al>c. op de weg zonder voorzien te zijn van een halsband of
                                            een ander identificatiemerk dat de eigenaar of houder
                                            duidelijk doet kennen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan plaatsen aanwijzen waar het verbod genoemd in
                                    het eerste lid onder a niet geldt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De verboden genoemd in het eerste lid onder a en b gelden niet
                                    voor zover de eigenaar of houder van een hond zich vanwege zijn
                                    handicap door een geleidehond laat begeleiden of als een
                                    eigenaar of houder van een hond deze aantoonbaar gekwalificeerd
                                    opleidt tot geleidehond.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:58</nr><titel>Verontreiniging door honden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De eigenaar of houder van een hond is verplicht ervoor te zorgen
                                    dat die hond zich niet van uitwerpselen ontdoet:</al><lijst><li nr="o"><al>a. op een gedeelte van de weg dat bestemd is of mede
                                            bestemd voor het verkeer van voetgangers;</al></li><li nr="o"><al>b. op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk
                                            als zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of
                                            speelweide;</al></li><li nr="o"><al>c. op een andere door het college aangewezen
                                            plaats.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan plaatsen aanwijzen waar het verbod genoemd in
                                    het eerste lid, onder a niet geldt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De strafbaarheid wegens overtreding van het in het eerste lid
                                    gestelde gebod wordt opgeheven indien de eigenaar of houder van
                                    de hond er zorg voor draagt dat de uitwerpselen onmiddellijk
                                    worden verwijderd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:59</nr><titel>Gevaarlijke honden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te
                                    laten verblijven of te laten lopen op een openbare plaats of op
                                    het terrein van een ander:</al><lijst><li nr="o"><al>a. anders dan kort aangelijnd nadat het college aan de
                                            eigenaar of de houder heeft bekendgemaakt dat het die
                                            hond gevaarlijk of hinderlijk acht en een aanlijngebod
                                            in verband met het gedrag van die hond noodzakelijk
                                            vindt;</al></li><li nr="o"><al>b. anders dan kort aangelijnd en voorzien van een
                                            muilkorf nadat het college aan de eigenaar of de houder
                                            heeft bekendgemaakt dat het die hond gevaarlijk of
                                            hinderlijk acht en een aanlijn en muilkorfgebod in
                                            verband met het gedrag van die hond noodzakelijk
                                            vindt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 2:57, eerste lid onder c,
                                    geldt voor het bepaalde in het eerste lid bovendien dat de hond
                                    voorzien moet zijn van een optisch leesbaar, niet- verwijderbaar
                                    identificatiekenmerk in het oor of de buikwand.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In het eerste lid wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="o"><al>a. muilkorf: een muilkorf als bedoeld in artikel l,
                                            onder d, van de Regeling agressieve dieren;</al></li><li nr="o"><al>b. kort aanlijnen: aanlijnen van een hond met een lijn
                                            met een lengte, gemeten van hand tot halsband, die niet
                                            langer is dan <onderstreept>1,50
                                            meter</onderstreept>.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door de Regeling agressieve
                                    dieren.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:60</nr><titel>Houden van hinderlijke of schadelijke dieren</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan buiten een inrichting in de zin van de Wet
                                    milieubeheer plaatsen aanwijzen waar het ter voorkoming of
                                    opheffing van overlast of schade aan de openbare gezondheid
                                    verboden is daarbij aangeduide dieren:</al><lijst><li nr="o"><al>a. aanwezig te hebben, of</al></li><li nr="o"><al>b. aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de
                                            door hen gestelde regels, of</al></li><li nr="o"><al>c. aanwezig te hebben tot een groter aantal dan in die
                                            aanwijzing is aangegeven.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden op een krachtens het eerste lid aangewezen
                                    plaats daarbij aangeduide dieren aanwezig te hebben, dan wel
                                    aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de door het
                                    college gestelde regels, dan wel aanwezig te hebben in een
                                    groter aantal dan door het college is aangegeven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan de rechthebbende op een onroerende zaak gelegen
                                    binnen een krachtens het eerste lid aangewezen gedeelte van de
                                    gemeente ontheffing verlenen van het in het tweede lid gestelde
                                    verbod.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:61</nr><titel>Wilde dieren</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:62</nr><titel>Loslopend vee</titel></kop><al>De rechthebbende op vee dat zich bevindt in een aan een weg liggend
                                weiland of terrein dat niet van die weg is afgescheiden door een
                                deugdelijke veekering, is verplicht ervoor te zorgen dat zodanige
                                maatregelen getroffen worden dat dit vee die weg niet kan
                                bereiken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:63</nr><titel>Duiven</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rechthebbende op duiven is verplicht ervoor te zorgen dat die
                                    duiven niet kunnen uitvliegen tussen <onderstreept>8.00 uur en
                                        18.00 uur </onderstreept>in een door het college te bepalen
                                    tijdvak dat ligt tussen <onderstreept>1 maart en 1
                                        juni.</onderstreept></al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid
                                    gesteld gebod.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover in het
                                    daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Provinciale
                                    ophokverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:64</nr><titel>Bijen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden bijen te houden:</al><lijst><li nr="o"><al>a. binnen een afstand van dertig meter van woningen of
                                            andere gebouwen waar overdag mensen verblijven;</al></li><li nr="o"><al>b. binnen een afstand van dertig meter van de weg.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet indien op een
                                    afstand van ten hoogste zes meter vanaf de korven of kasten een
                                    afscheiding is aangebracht van twee meter hoogte of zoveel hoger
                                    als noodzakelijk is om het laag uit- en invliegen van de bijen
                                    te voorkomen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste lid, aanhef en onder a, gestelde verbod geldt
                                    niet voor zover de bijenhouder rechthebbende is op de woningen
                                    of gebouwen als bedoeld in dat lid.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het eerste lid, aanhef en onder b, gestelde verbod geldt
                                    niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien
                                    door het Provinciaal wegenreglement ... .</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod
                                    ontheffing verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:65</nr><titel>Bedelarij</titel></kop><al>Het is verboden in door het college aangewezen gebieden op of aan de
                                weg of in een voor het publiek toegankelijk gebouw te bedelen om
                                geld of andere raken.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>12</nr><titel>Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:66</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder handelaar: de handelaar als
                                bedoeld in artikel 1 van de algemene maatregel van bestuur op grond
                                van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht .</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:67</nr><titel>Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De handelaar is verplicht aantekening te houden van alle
                                    gebruikte of ongeregelde goederen die hij verkoopt of op andere
                                    wijze overdraagt, in een doorlopend en een door of namens de
                                    burgemeester gewaarmerkt register en daarin vermeldt hij
                                    onverwijld:</al><lijst><li nr="o"><al>a. het volgnummer van de aantekening met betrekking tot
                                            het goed;</al></li><li nr="o"><al>b. de datum van verkoop of overdracht van het goed;</al></li><li nr="o"><al>c. een omschrijving van het goed, daaronder begrepen -
                                            voor zover dat mogelijk is - soort, merk en nummer van
                                            het goed;</al></li><li nr="o"><al>d. de verkoopprijs of andere voorwaarden voor overdracht
                                            van het goed;</al></li><li nr="o"><al>e. de naam en het adres van degene die het goed heeft
                                            verkregen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester is bevoegd vrijstelling te verlenen van deze
                                    verplichtingen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:68</nr><titel>Voorschriften als bedoeld in artikel 437ter van het Wetboek
                                    van Strafrecht</titel></kop><al>De handelaar af een voor hem handelend persoon is verplicht:</al><lijst><li nr="a."><al>de burgemeester binnen drie dagen schriftelijk in kennis te
                                        stellen:</al><lijst><li nr="o"><al>1° dat hij het beroep van handelaar uitoefent met
                                                vermelding van zijn woonadres en het adres van de
                                                bij zijn onderneming behorende vestiging;</al></li><li nr="o"><al>2° van een verandering van de onder a, sub l°,
                                                bedoelde adressen;</al></li><li nr="o"><al>3° als hij het beroep van handelaar niet langer
                                                uitoefent;</al></li><li nr="o"><al>4° dat hij enig goed kan verkrijgen dat
                                                redelijkerwijs van een misdrijf afkomstig is of voor
                                                de rechthebbende verloren is gegaan;</al></li></lijst></li><li nr="b."><al>de burgemeester op eerste aanvraag zijn administratie of
                                        register ter inzage te geven;</al></li><li nr="c."><al>aan de hoofdingang van elke vestiging een kenteken te hebben
                                        waarop zijn naam en de aard van de onderneming duidelijk
                                        zichtbaar zijn;</al></li><li nr="d."><al>een door opkoop verkregen goed gedurende de eerste drie
                                        dagen in bewaring te houden in de staat waarin het goed
                                        verkregen is.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:69</nr><titel>Vervreemding van door opkoop verkregen goederen</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:70</nr><titel>Handel in horecabedrijven</titel></kop><al>[Dit artikel is verplaatst naar afdeling 8 (Toezicht op
                                horecabedrijven) onder artikel 2:32]</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>13</nr><titel>Vuurwerk</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:71</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder consumentenvuurwerk:
                                Consumentenvuurwerk waarop het Besluit van 22 januari 2002, houdende
                                nieuwe regels met betrekking tot consumenten- en professioneel
                                vuurwerk (Vuurwerkbesluit ) van toepassing is.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:72</nr><titel>Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk tijdens de
                                    verkoopdagen.</titel></kop><al>Het is verboden in de uitoefening van een bedrijf of nevenbedrijf
                                consumentenvuurwerk ter beschikking te stellen dan wel voor het ter
                                beschikking stellen aanwezig te houden, zonder een vergunning van
                                het college van de gemeente waar het bedrijf is of zal worden
                                gevestigd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:73</nr><titel>Bezigen van consumentenvuurwerk tijdens de
                                    jaarwisseling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden consumentenvuurwerk op een openbare plaats te
                                    bezigen als dat gevaar, schade of overlast kan veroorzaken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De in het eerste en tweede lid gestelde verboden gelden niet
                                    voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door
                                    artikel 429, aanhef en onder 1, van het Wetboek van Strafrecht
                                    .</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>14</nr><titel>Drugsoverlast</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:74</nr><titel>Drugshandel op straat</titel></kop><al>Onverminderd het bepaalde in de Opiumwet is het verboden op of aan
                                de weg post te vatten of zich daar heen en weer te bewegen en zich
                                op of aan wegen in of op een voertuig te bevinden of daarmee heen en
                                weer of rond te rijden, met het kennelijke doel om middelen als
                                bedoeld in artikel 2 en 3 van de Opiumwet , of daarop gelijkende
                                waar, al dan niet tegen betaling af te leveren, aan te bieden of te
                                verwerven, daarbij behulpzaam te zijn of daarin te bemiddelen.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>15</nr><titel>Bestuurlijke ophouding, veiligheidsrisicogebieden en
                                cameratoezicht op openbare plaatsen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:75</nr><titel>Bestuurlijke ophouding</titel></kop><al>De burgemeester kan overeenkomstig artikel 154a van de Gemeentewet
                                besluiten tot het tijdelijk doen ophouden van door hem aangewezen
                                groepen van personen op een door hem aangewezen plaats indien deze
                                personen het bepaalde in de artikelen <cursief>2:1
                                    (samenscholingsverbod), 2:10 (voorwerpen of stoffen op, aan of
                                    boven de weg), 2:11 (aanleggen, beschadigen en veranderen van
                                    een weg), 2:16 (openen straatkolken en dergelijke), 2:19
                                    (gevaarlijk of hinderlijk voorwerp), 2:24 sub c (optochten),
                                    2:26a evenementen), 2:47 (hinderlijk gedrag op of aan de weg),
                                    2:48 (hinderlijk drankgebruik) en 2:49 (hinderlijk gedrag in of
                                    bij gebouwen) </cursief>van de Algemene plaatselijke verordening
                                Lopik 2008 groepsgewijs niet naleven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:76</nr><titel>Veiligheidsrisicogebieden</titel></kop><al>De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151b van de Gemeentewet
                                bij verstoring van de openbare orde door de aanwezigheid van wapens,
                                dan wel bij ernstige vrees voor het ontstaan daarvan, een gebied,
                                met inbegrip van de daarin gelegen voor het publiek openstaande
                                gebouwen en daarbij behorende erven, aanwijzen als
                                veiligheidsrisicogebied.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:77</nr><titel>Cameratoezicht op openbare plaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151c van de
                                    Gemeentewet besluiten tot plaatsing van vaste camera’s voor een
                                    bepaalde duur ten behoeve van het toezicht op een openbare
                                    plaats.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>2. De burgemeester heeft de bevoegdheid als bedoeld in het
                                    eerste lid eveneens ten aanzien van andere openbare plaatsen:
                                    (door de gemeenteraad aan te wijzen).</al></lid></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Seksinrichtingen, sekswinkels, straatprostitutie e.d.</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:l</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:</al><al>a.prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van
                                seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding; b. prostituee:
                                degene die zich beschikbaar stelt tot het verrichten van seksuele
                                handelingen met een ander tegen vergoeding; c. seksinrichting: de
                                voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig
                                of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was seksuele handelingen
                                worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische aard
                                plaatsvinden. Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan:
                                een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub of
                                een prostitutiebedrijf waaronder tevens begrepen een
                                erotische-massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar; d.
                                escortbedrijf: de natuurlijke persoon, groep van personen of
                                rechtspersoon die bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij
                                bedrijfsmatig was prostitutie aanbiedt die op een andere plaats dan
                                in de bedrijfsruimte wordt uitgeoefend; e. sekswinkel: de voor het
                                publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin hoofdzakelijk goederen
                                van erotisch-pornografische aard aan particulieren plegen te worden
                                verkocht of verhuurd; f. exploitant: de natuurlijke persoon of
                                personen of rechtspersoon of rechtspersonen die een seksinrichting
                                of escortbedrijf exploiteert, dan wel exploiteren en de tot
                                vertegenwoordiging van die rechtspersoon of rechtspersonen bevoegde
                                natuurlijke persoon of personen; g. beheerder: de natuurlijke
                                persoon of personen die de onmiddellijke feitelijke leiding
                                uitoefent, dan wel uitoefenen in een seksinrichting of
                                escortbedrijf; h. bezoeker: degene die aanwezig is in een
                                seksinrichting, met uitzondering van:</al><lijst><li nr="o"><al>1. de exploitant;</al></li><li nr="o"><al>2. de beheerder;</al></li><li nr="o"><al>3. de prostituee;</al></li><li nr="o"><al>4. het personeel dat in de seksinrichting werkzaam is;</al></li><li nr="o"><al>5. toezichthouders die zijn aangewezen op grond van artikel
                                        6.2 van deze verordening;</al></li><li nr="o"><al>6. andere personen wier aanwezigheid in de seksinrichting
                                        wegens dringende redenen noodzakelijk is.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:2</nr><titel>Bevoegd bestuursorgaan</titel></kop><al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder bevoegd bestuursorgaan: het
                                college of, voor zover het betreft voor het publiek openstaande
                                gebouwen en daarbij behorende erven als bedoeld in artikel 174 van
                                de Gemeentewet, de burgemeester.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:3</nr><titel>Nadere regels</titel></kop><al>Met het oog op de in artikel 3:13 genoemde belangen, kan het college
                                over de uitoefening van de bevoegdheden zoals genoemd in dit
                                hoofdstuk nadere regels vaststellen.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2</nr><titel>Seksinrichtingen, straatprostitutie, sekswinkels en
                                dergelijke</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:4</nr><titel>Seksinrichtingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een seksinrichting of escortbedrijf te
                                    exploiteren of te wijzigen zonder vergunning van het bevoegd
                                    bestuursorgaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In de aanvraag om vergunning en in de vergunning wordt in ieder
                                    geval vermeld:</al><lijst><li nr="a."><al>de persoonsgegevens van de exploitant;</al></li><li nr="b."><al>de persoonsgegevens van de beheerder; </al></li><li nr="c."><al><cursief>het aantal werkzame prostituees;</cursief></al></li><li nr="d."><al>de aard van de seksinrichting of het escortbedrijf;</al></li><li nr="e."><al><cursief>de plaatselijke en kadastrale ligging van de
                                                seksinrichting door middel van een situatietekening
                                                met een schaal van tenminste 1:1000;</cursief></al></li><li nr="f."><al><cursief>de plattegrond van de seksinrichting door
                                                middel van een tekening met een schaal van tenminste
                                                1:100;</cursief></al></li><li nr="g."><al><cursief>bewijs van inschrijving in het handelsregister
                                                bij de Kamer van koophandel; en</cursief></al></li><li nr="h."><al><cursief>bewijs waaruit blijkt dat de exploitant
                                                gerechtigd is tot het gebruik van de ruimte bestemd
                                                voor de seksinrichting.</cursief></al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:5</nr><titel>Gedragseisen exploitant en beheerder</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De exploitant en de beheerder:</al><lijst><li nr="o"><al>a. staat niet onder curatele en is niet ontzet uit de
                                            ouderlijke macht of de voogdij;</al></li><li nr="o"><al>b. is niet in enig opzicht van slecht levensgedrag;
                                            en</al></li><li nr="o"><al>c. heeft de leeftijd van eenentwintig jaar bereikt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Naast de gestelde eisen in het eerste lid, is de exploitant en
                                    de beheerder niet:</al><lijst><li nr="o"><al>a. met toepassing van de artikel 37 van het Wetboek van
                                            Strafrecht in een psychiatrisch ziekenhuis geplaatst of
                                            met toepassing van artikel 37a van het Wetboek van
                                            Strafrecht ter beschikking gesteld;</al></li><li nr="o"><al>b. binnen de laatste <onderstreept>vijf
                                                jaar</onderstreept> onherroepelijk veroordeeld tot
                                            een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van
                                                <onderstreept>zes maanden</onderstreept> of meer
                                            door de rechter in Nederland, de Nederlandse Antillen of
                                            Aruba, dan wel door een andere rechter wegens een
                                            misdrijf waarvoor naar Nederlands recht een bevel tot
                                            voorlopige hechtenis ingevolge artikel 67, eerste lid
                                            van het Wetboek van Strafvordering is toegelaten;</al></li><li nr="o"><al>c. binnen de laatste <onderstreept>vijf
                                                jaar</onderstreept> bij tenminste twee rechterlijke
                                            uitspraken onherroepelijk veroordeeld tot een
                                            onvoorwaardelijke geldboete van 500 euro of meer of tot
                                            een andere hoofdstraf als bedoeld in artikel 9, eerste
                                            lid, onder a van het Wetboek van Strafrecht , wegens dan
                                            wel mede wegens overtreding van: </al><lijst><li nr="§"><al>- bepalingen gesteld bij of krachtens de Drank-
                                                  en Horecawet , de Opiumwet , de Vr</al></li><li nr="§"><al>eemdelingenwet en de Wet arbeid vreemdelingen
                                                  ;</al></li><li nr="§"><al>- de artikelen 137c tot en met 137g, 140 , 240b
                                                  , 242 tot en met 249 , 252 , 250a (oud), 273f ,
                                                  300 tot en met 303 , 416 , 417 , 417bis , 426 ,
                                                  429quater en 453 van het Wetboek van Strafrecht
                                                  ;</al></li><li nr="§"><al>- de artikelen 8 en 162, derde lid , alsmede
                                                  artikel 6 juncto artikel 8 of juncto artikel 163
                                                  van de Wegenverkeerswet 1994 ;</al></li><li nr="§"><al>- de artikelen 1, onder a, b en d , 13 , 14 , 27
                                                  en 30b van de Wet op de kansspelen ;</al></li><li nr="§"><al>- de artikelen 2 en 3 van de Wet op de
                                                  weerkorpsen; </al></li><li nr="§"><al>- de artikelen 54 en 55 van de Wet wapens en
                                                  munitie .</al></li></lijst></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Met een veroordeling als bedoeld in het tweede lid wordt gelijk
                                    gesteld:</al><lijst><li nr="o"><al>a. vrijwillige betaling van een geldsom als bedoeld in
                                            artikel 74, tweede lid onder a van het Wetboek van
                                            Strafrecht of artikel 76, derde lid onder a van de
                                            Algemene wet inzake rijksbelastingen , tenzij de geldsom
                                            minder dan 375 euro bedraagt;</al></li><li nr="o"><al>b. een bevel tot tenuitvoerlegging van een
                                            voorwaardelijke straf.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De periode van vijf jaar, genoemd in het tweede lid, wordt:</al><lijst><li nr="o"><al>a. bij de weigering van een vergunning teruggerekend
                                            vanaf de datum van beslissing op de aanvraag van de
                                            vergunning;</al></li><li nr="o"><al>b. bij de intrekking van een vergunning teruggerekend
                                            vanaf de datum van de intrekking van deze
                                            vergunning.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De exploitant of de beheerder is binnen de laatste vijf jaar
                                    geen exploitant of beheerder geweest van een seksinrichting of
                                    escortbedrijf die voor ten minste een maand door het bevoegde
                                    bestuursorgaan is gesloten, of waarvan de vergunning bedoeld in
                                    artikel 3:4, eerste lid, is ingetrokken, tenzij aannemelijk is
                                    dat hem terzake geen verwijt treft.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:6</nr><titel>Sluitingstijden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te
                                    hebben en daarin bezoekers toe te laten of te laten
                                    verblijven:</al><lijst><li nr="a."><al>op zondag tot en met donderdag tussen <vet>01:00 uur en
                                                08:00 uur</vet>;</al></li><li nr="b."><al>op vrijdag en zaterdag tussen <vet>02:00 uur en 08:00
                                                uur</vet>.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bevoegd bestuursorgaan kan door middel van een voorschrift
                                    als bedoeld in artikel 1:4 voor een afzonderlijke seksinrichting
                                    andere sluitingstijden vaststellen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is bezoekers van een seksinrichting verboden zich daarin te
                                    bevinden gedurende de tijd dat die seksinrichting krachtens het
                                    eerste lid of tweede lid, dan wel krachtens artikel 3:7, eerste
                                    lid, gesloten dient te zijn.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het eerste tot en met derde lid bepaalde geldt niet voor
                                    zover in de daarin geregelde onderwerpen wordt voorzien door de
                                    op de Wet milieubeheer gebaseerde voorschriften.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:7</nr><titel>Tijdelijke afwijking sluitingstijden; (tijdelijke)
                                    sluiting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Met het oog op de in artikel 3:13, tweede lid, genoemde belangen
                                    of in geval van strijdigheid met de bepalingen in dit hoofdstuk
                                    kan het bevoegd bestuursorgaan:</al><lijst><li nr="o"><al>a. tijdelijk andere dan de krachtens artikel 3:6, eerste
                                            of tweede lid, geldende sluitingsuren vaststellen;</al></li><li nr="o"><al>b. van een afzonderlijke seksinrichting al dan niet
                                            tijdelijk de gedeeltelijke of algehele sluiting
                                            bevelen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 3:41 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht , maakt het bevoegd bestuursorgaan het in het
                                    eerste lid bedoelde besluit bekend overeenkomstig artikel 3:42
                                    Algemene wet bestuursrecht .</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:8</nr><titel>Aanwezigheid van en toezicht door exploitant en
                                    beheerder</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te
                                    hebben, zonder dat de ingevolge artikel 3:4 op de vergunning
                                    vermelde exploitant of beheerder in de seksinrichting aanwezig
                                    is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De exploitant en de beheerder zien er voortdurend op toe dat in
                                    de seksinrichting:</al><lijst><li nr="o"><al>a. geen strafbare feiten plaatsvinden, waaronder in
                                            ieder geval de feiten genoemd in de titels XIV
                                            (misdrijven tegen de zeden), XVIII (misdrijven tegen de
                                            persoonlijke vrijheid), XX (mishandeling), XXII
                                            (diefstal) en XXX (heling) van het Tweede Boek van het
                                            Wetboek van Strafrecht , in de Opiumwet en in de Wet
                                            wapens en munitie ; en</al></li><li nr="o"><al>b. geen prostitutie wordt uitgeoefend door personen in
                                            strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid
                                            vreemdelingen of de Vreemdelingenwet bepaalde.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:9</nr><titel>Straatprostitutie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden, door handelingen, houding, woord, gebaar of op
                                    andere wijze, passanten tot prostitutie te bewegen, uit te
                                    nodigen dan wel aan te lokken:</al><lijst><li nr="o"><al>a. op of aan andere dan door het college aangewezen
                                            wegen of gebieden;</al></li><li nr="o"><al>b. gedurende andere dan door het college vastgestelde
                                            tijden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Met het oog op de naleving van het in het eerste lid gestelde
                                    verbod, kan door politieambtenaren het bevel worden gegeven zich
                                    onmiddellijk in een bepaalde richting te verwijderen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Met het oog op de in artikel 3:13, tweede lid, genoemde belangen
                                    kan door politieambtenaren aan personen die zich bevinden op de
                                    wegen en gedurende de tijden bedoeld in het eerste lid, het
                                    bevel worden gegeven zich onmiddellijk in een bepaalde richting
                                    te verwijderen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De burgemeester kan met het oog op de in artikel 3:13, tweede
                                    lid, genoemde belangen personen aan wie ten minste eenmaal een
                                    bevel is gegeven als bedoeld in het derde lid hij besluit
                                    verbieden zich gedurende bepaalde termijn, anders dan in een
                                    openbaar middel van vervoer, te bevinden op of aan de wegen en
                                    op de tijden bedoeld in het eerste lid.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De burgemeester beperkt het in het vierde lid genoemde verbod
                                    indien dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van
                                    betrokkene noodzakelijk is.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het is verboden zich te gedragen in strijd met een door de
                                    burgemeester opgelegd verbod als bedoeld in het vierde lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:10</nr><titel>Sekswinkels</titel></kop><al>Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin een
                                sekswinkel te exploiteren in door het college in het belang van de
                                openbare orde of de woon- en leefomgeving aangewezen gebieden of
                                delen van de gemeente.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:11</nr><titel>Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van
                                    erotisch-pornografische goederen, afbeeldingen en
                                    dergelijke</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin
                                    of daarop goederen, opschriften, aankondigingen, gedrukte of
                                    geschreven stukken dan wel afbeeldingen van
                                    erotisch-pornografische aard openlijk ten toon te stellen, aan
                                    te bieden of aan te brengen:</al><lijst><li nr="o"><al>a. indien het bevoegd bestuursorgaan aan de
                                            rechthebbende heeft bekendgemaakt dat de wijze van
                                            tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen daarvan, de
                                            openbare orde of de woon- en leefomgeving in gevaar
                                            brengt;</al></li><li nr="o"><al>b. anders dan overeenkomstig de door het bevoegd
                                            bestuursorgaan in het belang van de openbare orde of de
                                            woon- en leefomgeving gestelde regels.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op
                                    het tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen van goederen,
                                    opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken dan
                                    wel afbeeldingen, die dienen tot het openbaren van gedachten en
                                    gevoelens als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Grondwet
                                    .</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3</nr><titel>Beslissingstermijn: weigeringsgronden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:12</nr><titel>Beslissingstermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bevoegd bestuursorgaan neemt het besluit op de aanvraag om
                                    vergunning bedoeld in artikel 3.4, eerste lid, binnen
                                        <onderstreept>twaalf weken</onderstreept> na de dag waarop
                                    de aanvraag ontvangen is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bevoegd bestuursorgaan kan zijn besluit voor ten hoogste
                                        <onderstreept>twaalf weken</onderstreept> verdagen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:13</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergunning bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, wordt
                                    geweigerd indien:</al><lijst><li nr="o"><al>a. de exploitant of de beheerder niet voldoet aan de in
                                            artikel 3:5 gestelde eisen;</al></li><li nr="o"><al>b. de vestiging of de exploitatie van de seksinrichting
                                            of het escortbedrijf in strijd is met een geldend
                                            bestemmingsplan, stadsvernieuwingsplan of
                                            leefmilieuverordening;</al></li><li nr="o"><al>c. er aanwijzingen zijn dat in de seksinrichting of het
                                            escortbedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn in
                                            strijd met artikel 273f van het Wetboek van Strafrecht
                                            of met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen
                                            of de Vreemdelingenwet bepaalde.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van artikel 1:8 kan de vergunning bedoeld in
                                    artikel 3:4, eerste lid, dan wel de aanwijzing of vaststelling
                                    bedoeld in artikel 3:9, eerste lid, worden geweigerd in het
                                    belang van:</al><lijst><li nr="o"><al>a. de openbare orde;</al></li><li nr="o"><al>b. het voorkomen of beperken van overlast;</al></li><li nr="o"><al>c. het voorkomen of beperken van aantasting van het
                                            woon- en leefklimaat;</al></li><li nr="o"><al>d. de veiligheid van personen of goederen;</al></li><li nr="o"><al>e. de verkeersvrijheid of -veiligheid;</al></li><li nr="o"><al>f. de gezondheid of zedelijkheid;</al></li><li nr="o"><al>g. de arbeidsomstandigheden van de prostituee;</al></li><li nr="o"><al>h. indien vergunning wordt aangevraagd voor een locatie
                                            die zich bevindt op een afstand van minder dan 500 meter
                                            van een school, kerk of een gebouw dat voor één van
                                            beide genoemde doelen is bestemd, alsmede openbare
                                            gebouwen en gebouwen waarin jeugd 0- 18 jaar
                                            verblijft.</al></li></lijst></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4</nr><titel>Beëindiging exploitatie; wijziging beheer</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:14</nr><titel>Beëindiging exploitatie</titel></kop><lid><lidnr>·</lidnr><al>1. De vergunning vervalt zodra de ingevolge artikel 3:4 op de
                                    vergunning vermelde exploitant, de exploitatie van de
                                    seksinrichting of het escortbedrijf feitelijk heeft
                                    beëindigd.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>2. Binnen een week na de feitelijke beëindiging van de
                                    exploitatie, geeft de exploitant daarvan schriftelijk kennis aan
                                    het bevoegd bestuursorgaan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:15</nr><titel>Wijziging beheer</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een beheerder als bedoeld in artikel 3:1, onder g, het
                                    beheer in de seksinrichting of het escortbedrijf feitelijk heeft
                                    beëindigd, geeft de exploitant daarvan binnen een week na de
                                    feitelijke beëindiging van het beheer schriftelijk kennis aan
                                    het bevoegd bestuursorgaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het beheer kan worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder,
                                    indien het bevoegd bestuursorgaan op aanvraag van de exploitant
                                    heeft besloten de verleende vergunning overeenkomstig de
                                    wijziging in het beheer te wijzigen. Het bepaalde in artikel
                                    3:13, eerste lid, aanhef en onder a, is van overeenkomstige
                                    toepassing.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwachting van het besluit bedoeld in het tweede lid, kan het
                                    beheer worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder zodra de
                                    exploitant een aanvraag als bedoeld in het tweede lid heeft
                                    ingediend, totdat over de aanvraag is besloten.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:16</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het
                            uiterlijk aanzien van de gemeente</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>Geluidhinder en verlichting</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="·"><al>a. Besluit: het Besluit algemene regels voor inrichtingen
                                        milieubeheer; </al></li><li nr="·"><al>b. inrichting: inrichting type A of type B als bedoeld in
                                        het Besluit ;</al></li><li nr="·"><al>c. houder van een inrichting: degene die als eigenaar,
                                        bedrijfsleider, beheerder of anderszins een inrichting
                                        drijft;</al></li><li nr="·"><al>d. collectieve festiviteit: festiviteit die niet specifiek
                                        aan één of een klein aantal inrichtingen is verbonden;</al></li><li nr="·"><al>e. incidentele festiviteit: festiviteit of activiteit die
                                        gebonden is aan één of een klein aantal inrichtingen;</al></li><li nr="·"><al>f. geluidsgevoelige gebouwen: woningen en gebouwen die op
                                        grond van artikel 1 van de Wet geluidhinder worden
                                        aangemerkt als geluidsgevoelige gebouwen met uitzondering
                                        van gebouwen behorende bij de betreffende inrichting;</al></li><li nr="·"><al>g. geluidsgevoelige terreinen: terreinen die op grond van
                                        artikel 1 van de Wet geluidhinder worden aangemerkt als
                                        geluidsgevoelige terreinen met uitzondering van terreinen
                                        behorende bij de betreffende inrichting;</al></li><li nr="·"><al>h. onversterkte muziek: muziek die niet elektronisch is
                                        versterkt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:2</nr><titel>Aanwijzing collectieve festiviteiten</titel></kop><lid><lidnr>·</lidnr><al>1. De geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en
                                    2.20 van het Besluit en artikel 4:5 van deze verordening gelden
                                    niet voor door het college per kalenderjaar aan te wijzen
                                    collectieve festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen
                                    dagen of dagdelen.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>2. De voorwaarden met betrekking tot de verlichting ten behoeve
                                    van sportbeoefening in de buitenlucht als bedoeld in artikel
                                    4.113, eerste lid, van het Besluit gelden niet voor door het
                                    college per kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten
                                    gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>3. In een aanwijzing als bedoeld in het eerste en tweede lid,
                                    kan het college bepalen dat de aanwijzing slechts geldt in een
                                    of meer van de volgende delen: ...</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>4. Het college maakt de aanwijzing ten minste <onderstreept>vier
                                        weken</onderstreept> voor het begin van een nieuw
                                    kalenderjaar bekend.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>5. Het college kan wanneer een collectieve festiviteit
                                    redelijkerwijs niet te voorzien was, een festiviteit terstond
                                    als collectieve festiviteit als bedoeld in het eerste lid
                                    aanwijzen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:3</nr><titel>Kennisgeving incidentele festiviteiten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is een inrichting toegestaan maximaal
                                        <onderstreept>2</onderstreept> incidentele festiviteiten per
                                    kalenderjaar te houden waarbij de geluidsnormen als bedoeld in
                                    de artikelen 2.17 , 2.19 en 2.20 van het Besluit algemene regels
                                    voor inrichtingen milieubeheer en artikel 4:5 van deze
                                    verordening niet van toepassing zijn, mits de houder van de
                                    inrichting ten minste twee weken voor de aanvang van de
                                    festiviteit het college daarvan in kennis heeft gesteld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is een inrichting toegestaan om tijdens maximaal
                                        <onderstreept>2 incidentele festiviteiten per kalenderjaar
                                    </onderstreept>de verlichting langer aan te houden ten behoeve
                                    van sportactiviteiten waarbij artikel 4.113, eerste lid, van het
                                    Besluit niet van toepassing is, mits de houder van de inrichting
                                    ten minste tien werkdagen voor de aanvang van de festiviteit het
                                    college daarvan in kennis heeft gesteld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De kennisgeving wordt tevens geacht te zijn gedaan wanneer het
                                    college op verzoek van de houder van een inrichting een
                                    incidentele festiviteit, die redelijkerwijs niet te voorzien
                                    was, terstond toestaat.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De geluidsnorm als bedoeld in het zesde lid geldt voor het
                                    bebouwde gedeelte van de inrichting en niet voor de
                                    buitenruimte.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Bij het ten gehore brengen van muziekgeluid blijven ramen en
                                    deuren gesloten, behoudens voor het onmiddellijk doorlaten van
                                    personen of goederen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:4</nr><titel>Verboden incidentele festiviteiten</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:5</nr><titel>Onversterkte muziek</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:6</nr><titel>Overige geluidhinder</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet
                                    milieubeheer in de openlucht een geluidsapparaat, een
                                    knalapparaat om vogels te weren, een (recreatie)toestel of een
                                    (bouw)machine in werking te hebben op een zodanige wijze dat
                                    voor een omwonende of overigens voor de omgeving (geluid)hinder
                                    wordt veroorzaakt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan van het in het eerste lid bepaalde ontheffing
                                    verlenen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan terreinen of wateren aanwijzen, waar het verbod,
                                    vervat in het eerste lid, niet van toepassing is op het in
                                    werking hebben van bepaalde in de aanwijzing aangewezen
                                    categorieën van geluidsapparaten, knalapparaten om vogels te
                                    verjagen, (recreatie)toestellen of (bouw)machines, voor zover
                                    wordt voldaan aan de door het college vast te stellen
                                    voorschriften ter voorkoming of beperking van
                                    (geluid)hinder.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door de Wet geluidhinder, de
                                    Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit
                                    of de Provinciale milieuverordening Utrecht.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De in het derde lid bedoelde voorschriften kunnen onder meer
                                    betreffen:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>het maximale geluidsniveau;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>de situering van geluidsbronnen;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>de frequentie en tijden van gebruik.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2</nr><titel>Bodem-, weg- en milieuverontreiniging</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:7</nr><titel>Straatvegen</titel></kop><al>Het is verboden op een door het college ten behoeve van de
                                werkzaamheden van de gemeentelijke reinigingsdienst aangewezen
                                weggedeelte, een voertuig te parkeren of enig ander voorwerp te
                                laten staan gedurende een daarbij aangeduide tijdsperiode.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:8</nr><titel>Natuurlijke behoefte doen</titel></kop><al>Het is verboden binnen de bebouwde kom op een openbare plaats ziin
                                natuurlijke behoefte te doen buiten daarvoor bestemde plaatsen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:9</nr><titel>Toestand van sloten en andere wateren en niet openbare riolen
                                    en putten buiten gebouwen</titel></kop><al>Sloten en andere wateren en niet openbare riolen en putten buiten
                                gebouwen mogen zich niet bevinden in een toestand die gevaar
                                oplevert voor de veiligheid, nadeel voor de gezondheid of hinder
                                voor de gebruikers van de gebouwen of voor anderen.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3</nr><titel>Het bewaren van houtopstanden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:10</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:11</nr><titel>Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden</titel></kop><al/></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>(gereserveerd)</titel></kop><afdeling><kop><label/><nr/><titel/></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:12</nr><titel>Vergunning van rechtswege</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4</nr><titel>Maatregelen tegen ontsiering en stankoverlast</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:13</nr><titel>Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen
                                    enz.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op een door het college aangewezen plaats buiten
                                    een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer , in de
                                    openlucht en buiten de weg gelegen in het belang van het
                                    uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing
                                    van overlast dan wel voorkoming van schade aan de openbare
                                    gezondheid, de volgende voorwerpen of stoffen op te slaan, te
                                    plaatsen of aanwezig te hebben:</al><lijst><li nr="o"><al>a. onbruikbare of aan hun oorspronkelijke bestemming
                                            onttrokken voer- of vaartuigen of onderdelen
                                            daarvan;</al></li><li nr="o"><al>b. bromfietsen en motorvoertuigen of onderdelen
                                            daarvan;</al></li><li nr="o"><al>c. kampeermiddelen als bedoeld in artikel 4:17 of
                                            onderdelen daarvan, indien het plaatsen of aanwezig
                                            hebben daarvan geschiedt voor verkoop of verhuur of
                                            anderszins voor een commercieel doel;</al></li><li nr="o"><al>d. mestopslag, gierkelder of andere verzamelplaatsen van
                                            vuil, een verzameling ingekuild gras, loof of pulp of
                                            ingekuilde landbouwproducten, afbraakmaterialen en oude
                                            metalen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan bij de aanwijzing als bedoeld in het eerste
                                    nadere regels stellen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in dit artikel bepaalde geldt niet voor zover in het daarin
                                    geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet ruimtelijke
                                    ordening of de Provinciale Verordening Utrecht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:14</nr><titel>Stankoverlast door gebruik van meststoffen</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:15</nr><titel>Verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame</titel></kop><al>Het is verboden op of aan een onroerende zaak handelsreclame te
                                maken of te voeren door middel van een opschrift, aankondiging of
                                afbeelding waardoor het verkeer in gevaar wordt gebracht of ernstige
                                hinder ontstaat voor de omgeving.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:16</nr><titel>Vergunningsplicht lichtreclame</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5</nr><titel>Kamperen buiten kampeerterreinen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:17</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt onder kampeermiddel verstaan: Een onderkomen
                                of voertuig waarvoor geen bouwvergunning in de zin van artikel 40
                                van de Woningwet is vereist, dat bestemd of opgericht is dan wel
                                gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor recreatief
                                nachtverblijf.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:18</nr><titel>Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden ten behoeve van recreatief nachtverblijf
                                    kampeermiddelen te plaatsen of geplaatst te houden buiten een
                                    kampeerterrein dat als zodanig in het bestemmingsplan is bestemd
                                    of mede bestemd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor het plaatsen van kampeermiddelen voor
                                    eigen gebruik door de rechthebbende op een terrein voor ten
                                    hoogste zes weken per kalenderjaar.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod als bedoeld
                                    in het eerste lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:19</nr><titel>Aanwijzing kampeerplaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan plaatsen aanwijzen waarop het verbod van artikel
                                    4:18, eerste lid niet geldt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan daarbij nadert regels stellen in het belang van
                                    de gronden, genoemd in artikel 4:18, vierde lid.</al></lid></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Andere onderwerpen betreffende de huishouding der gemeente</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>Parkeerexcessen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:l</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>voertuigen: voertuigen als bedoeld in artikel 1, onder al,
                                        van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV
                                        1990) met uitzondering van kleine wagens zoals: kruiwagens,
                                        kinderwagens en rolstoelen;</al></li><li nr="b."><al>parkeren: parkeren als bedoeld in artikel 1, onder ac, van
                                        het Reglement verkeersregels en verkeerstekens ( RVV
                                        1990).</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:2</nr><titel>Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onder verhuren als bedoeld in dit artikel wordt mede
                                    verstaan:</al><lijst><li nr="o"><al>a. het gebruiken van een voertuig voor het geven van
                                            lessen;</al></li><li nr="o"><al>b. het gebruiken van een voertuig voor het vervoeren van
                                            personen tegen betaling.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Tot de voertuigen als bedoeld in dit artikel worden niet
                                    gerekend:</al><lijst><li nr="o"><al>a. voertuigen waaraan herstel- of
                                            onderhoudswerkzaamheden worden verricht die in totaal
                                            niet meer dan een uur vergen, en dit gedurende de tijd
                                            die nodig is en gebruikt wordt voor deze
                                            werkzaamheden;</al></li><li nr="o"><al>b. voertuigen voor persoonlijk gebruik van de in het
                                            derde lid bedoelde persoon.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is degene die er zijn bedrijf, nevenbedrijf dan wel een
                                    gewoonte van maakt voertuigen te stallen, te herstellen, te
                                    slopen, te verhuren of te verhandelen, verboden:</al><lijst><li nr="o"><al>a. drie of meer voertuigen die hem toebehoren of zijn
                                            toevertrouwd, op de weg te parkeren binnen een cirkel
                                            met een straal van <onderstreept>25 meter</onderstreept>
                                            met als middelpunt een van deze voertuigen;</al></li><li nr="o"><al>b. de weg als werkplaats voor voertuigen te
                                            gebruiken.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan ontheffing van het verbod verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:3</nr><titel>Te koop aanbieden van voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op een door het college aangewezen weg een
                                    voertuig te parkeren met het kennelijke doel het te koop aan te
                                    bieden of te verhandelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan ontheffing van het verbod verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:4</nr><titel>Defecte voertuigen</titel></kop><al>Het is verboden een voertuig waarmee als gevolg van andere dan
                                eenvoudig te verhelpen gebreken niet kan of mag worden gereden,
                                langer dan op drie achtereenvolgende dagen op de weg te
                                parkeren.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:5</nr><titel>Voertuigwrakken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat rijtechnisch in onvoldoende
                                    staat van onderhoud en tevens in een kennelijk verwaarloosde
                                    toestand verkeert op de weg te parkeren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer .</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:6</nr><titel>Kampeermiddelen e.a.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat voor recreatie of anderszins
                                    voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebruikt:</al><lijst><li nr="o"><al>a. langer dan op drie achtereenvolgende dagen te
                                            plaatsen of te hebben op een door het college aangewezen
                                            weg, waar dit naar zijn oordeel buitensporig is met het
                                            oog op de verdeling van beschikbare parkeerruimte of
                                            schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de
                                            gemeente;</al></li><li nr="o"><al>b. op een door het college aangewezen plaats te
                                            parkeren, waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor
                                            het uiterlijk aanzien van de gemeente.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid,
                                    aanhef en onder a, gestelde verbod.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor zover in
                                    het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het
                                    Provinciaal wegenreglement of de Provinciale
                                    landschapsverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:7</nr><titel>Parkeren van reclamevoertuigen</titel></kop><lid><lidnr>·</lidnr><al>1. Het is verboden een voertuig dat is voorzien van een
                                    aanduiding van handelsreclame, op de weg te parkeren met het
                                    kennelijk doel om daarmee handelsreclame te maken.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>2. Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:8</nr><titel>Parkeren van grote voertuigen</titel></kop><al>1.Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading, een
                                lengte heeft van meer dan <onderstreept>6 meter</onderstreept> of
                                een hoogte van meer dan <onderstreept>2,4 meter</onderstreept> of
                                zelfstandig zwaarder is dan 3500 kilo te parkeren op de weg en/of
                                een openbare plaats binnen en buiten de bebouwde kom, anders dan op
                                de door het college aangewezen plaatsen. 2. Het college kan van het
                                in het eerste lid gestelde verbod ontheffing verlenen. 3. Het in het
                                eerste lid gestelde verbod geldt niet voor voertuigen genoemd in het
                                eerste lid onder a van artikel 5:6, mits voldaan wordt aan het niet
                                langer dan drie achtereenvolgende dagen op de weg plaatsen of
                                hebben. 4. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet
                                gedurende de tijd, die nodig is voor en gebruikt wordt voor het
                                uitvoeren van werkzaamheden, waarvoor de aanwezigheid van het
                                voertuig ter plaatse noodzakelijk is. 5. Het college kan ten aanzien
                                van het eerste lid nadere regels stellen</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:9</nr><titel>Parkeren van uitzichtbelemmerende voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>·</lidnr><al>1. Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van lading,
                                    een lengte heeft van meer dan <onderstreept>6
                                        meter</onderstreept> of een hoogte van meer dan
                                        <onderstreept>2,4 meter</onderstreept> of zelfstandig
                                    zwaarder is dan <onderstreept>3500 kilo</onderstreept>, te
                                    parkeren op de weg en/of openbare plaats bij een voor bewoning
                                    of ander dagelijks gebruik bestemd op zodanige wijze dat
                                    daardoor het uitzicht van bewoners of gebruikers vanuit dat
                                    gebouw op hinderlijke wijze wordt belemmerd of hun anderszins
                                    hinder of overlast wordt aangedaan.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>2. Het verbod geldt niet gedurende de tijd die nodig is voor en
                                    gebruikt wordt voor het uitvoeren van werkzaamheden waarvoor de
                                    aanwezigheid van het voertuig ter plaatse noodzakelijk is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:10</nr><titel>Parkeren van voertuigen met stankverspreidende
                                    stoffen</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:11</nr><titel>Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden met een voertuig te rijden door of deze te
                                        doen of te laten staan in een park of plantsoen of een van
                                        gemeentewege aangelegde beplanting of groenstrook.</al></li><li nr="2."><al>Dit verbod is niet van toepassing:</al><lijst><li nr="o"><al>a. op de weg;</al></li><li nr="o"><al>b. op voertuigen die worden gebruikt voor
                                                werkzaamheden door of vanwege de overheid;</al></li><li nr="o"><al>c. op voertuigen, waarmee standplaats wordt of is
                                                ingenomen op terreinen die voor dit doel zijn
                                                bestemd.</al></li></lijst></li></lijst><al> 3. Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:12</nr><titel>Overlast van fiets of bromfiets</titel></kop><al>Het college kan op de weg gelegen plaatsen aanwijzen waar het in het
                                belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of
                                opheffing van overlast, of ter voorkoming van schade aan de openbare
                                gezondheid, verboden is fietsen of bromfietsen onbeheerd buiten de
                                daarvoor bestemde ruimten of plaatsen te laten staan.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2</nr><titel>Collecteren</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:13</nr><titel>Inzameling van geld of goederen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het college een openbare
                                    inzameling van geld of goederen te houden of daartoe een
                                    intekenlijst aan te bieden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder een inzameling van geld of goederen wordt mede verstaan:
                                    het bij het aanbieden van goederen, waartoe ook worden gerekend
                                    geschreven of gedrukte stukken, dan wel bij het aanbieden van
                                    diensten aanvaarden van geld of goederen, indien daarbij te
                                    kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst
                                    geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is
                                    bestemd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor een inzameling die in besloten kring
                                    gehouden wordt.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3</nr><titel>Venten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:14</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt onder venten verstaan: het in de
                                    uitoefening van de ambulante handel te koop aanbieden, verkopen
                                    of afleveren van goederen dan wel diensten op een openbare en in
                                    de open lucht gelegen plaats of aan huis;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder venten wordt niet verstaan:</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>a. het aan huis afleveren van goederen door of vanwege degene
                                    die dit doet ter exploitatie van zijn winkel als bedoeld in
                                    artikel 1 van de Winkeltijdenwet </al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>b. het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan
                                    wel het aanbieden van diensten op jaarmarkten en markten als
                                    bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h, van de Gemeentewet
                                    of op snuffelmarkten als bedoeld in artikel 5:22;</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>c. het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan
                                    wel het aanbieden van diensten op een standplaats als bedoeld in
                                    artikel 5:17.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:15</nr><titel>Ventverbod</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden te venten indien daardoor de openbare orde, de
                                    openbare veiligheid,de volksgezondheid of het milieu in gevaar
                                    komt. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden te venten op zondagen en maandag t/m zaterdag
                                    tussen <vet><onderstreept>21:00 en 09:00
                                        uur</onderstreept></vet>. Venten is wel toegestaan op
                                    nationale feestdagen voor zover deze niet vallen op een zondag
                                    of daaraan gelijkgesteld worden. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod als bedoeld in het eerste lid geldt niet voor zover
                                    in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 5
                                    van de Wegenverkeerswet. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Eventuele aanwijzingen en/of bevelen door of vanwege de politie
                                    gegeven in het kader van het venten dienen direct te worden
                                    opgevolgd. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Bij het venten mag geen hinder worden veroorzaakt voor het
                                    verkeer. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De venter vrijwaart de gemeente Lopik van alle aanspraken op
                                    vergoeding van schade, die het gevolg zijn van het gebruik maken
                                    van deze vergunning. </al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Er mag in het kader van venten geen vaste standplaats worden
                                    ingenomen in de gemeente Lopik. </al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Kinderen dienen onder begeleiding van een volwassene te venten.
                                </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:16</nr><titel>Vrijheid van meningsuiting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het verbod als bedoeld in artikel 5:15, eerste lid geldt niet
                                    voor venten met gedrukte of geschreven stukken waarin gedachten
                                    en gevoelens worden geopenbaard als bedoeld in artikel 7, eerste
                                    lid, van de Grondwet .</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan de vrijheid van meningsuiting als bedoeld in het
                                    eerste lid beperken door een verbod in te stellen:</al><lijst><li nr="o"><al>a. op door het college aangewezen openbare plaatsen,
                                            of</al></li><li nr="o"><al>b. voor bepaalde dagen en uren.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod als bedoeld
                                    in het tweede lid.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4</nr><titel>Standplaatsen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:17</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt verstaan onder standplaats: het vanaf een
                                    vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen plaats
                                    te knop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel
                                    diensten, gebruikmakend van fysieke middelen, zoals een kraam,
                                    een wagen of een tafel.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder standplaats wordt niet verstaan:</al><lijst><li nr="o"><al>a. een vaste plaats op een jaarmarkt of markt als
                                            bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder h,
                                            van de Gemeentewet;</al></li><li nr="o"><al>b. een vaste plaats op een evenement als bedoeld in
                                            artikel 2:24.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:18</nr><titel>Standplaatsvergunning en weigeringsgronden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het college een
                                    standplaats in te nemen of te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan de vergunning weigeren wegens strijd met een
                                    geldend bestemmingsplan.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning
                                    worden geweigerd:</al><lijst><li nr="o"><al>a. indien de standplaats hetzij op zichzelf hetzij in
                                            verband met de omgeving niet voldoet aan de redelijke
                                            eisen van welstand;</al></li><li nr="o"><al>b. indien als gevolg van bijzondere omstandigheden in de
                                            gemeente of in een deel van de gemeente redelijkerwijs
                                            te verwachten is dat door het verlenen van de vergunning
                                            voor een standplaats voor het verkopen van goederen een
                                            redelijk verzorgingsniveau voor de consument ter plaatse
                                            in gevaar komt.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:19</nr><titel>Toestemming rechthebbende</titel></kop><al>Het is de rechthebbende op een perceel verboden toe te staan dat
                                daarop zonder vergunning van het college standplaats wordt of is
                                ingenomen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:20</nr><titel>Afbakeningsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>·</lidnr><al>1. Het verbod van artikel 5:18, eerste lid geldt niet voor zover
                                    in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet
                                    milieubeheer , de Wet beheer rijkswaterstaatswerken . of het
                                    Provinciaal wegenreglement.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>2. De weigeringsgrond van artikel 5:18, derde lid, onder a,
                                    geldt niet voor bouwwerken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:21</nr><titel>Aanhoudingsplicht</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5</nr><titel>Snuffelmarkten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:22</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt verstaan onder snuffelmarkt: een markt in
                                    een voor het publiek toegankelijk gebouw waar hoofdzakelijk
                                    tweedehands en incourante goederen worden verhandeld of diensten
                                    worden aangeboden vanaf een standplaats.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder een snuffelmarkt wordt niet verstaan:</al><lijst><li nr="o"><al>a. een markt of jaarmarkt als bedoeld in artikel 160,
                                            eerste lid, aanhef en onder h, van de Gemeentewet; </al></li><li nr="o"><al>b. een evenement als bedoeld in artikel 2:24.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:23</nr><titel>Organiseren van een snuffelmarkt</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een snuffelmarkt te organiseren: </al><lijst><li nr="a."><al>Indien dit in strijd is met het bestemmingsplan;</al></li><li nr="b."><al>indien de burgemeester het organiseren van de
                                            snuffelmarkt verboden heeft in het belang van de
                                            openbare orde, de openbare veiligheid, de
                                            volksgezondheid of het milieu.</al></li><li nr="c."><al>tenzij aan de eisen genoemd in lid 2 wordt voldaan.
                                        </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De organisator: </al><lijst><li nr="a."><al>meldt uiterlijk vier weken voor dat de snuffelmarkt
                                            plaatsvindt bij de burgemeester dat men voornemens is
                                            een snuffelmarkt te organiseren;</al></li><li nr="b."><al>beschrijft in de melding in ieder geval naam, adres, en
                                            contactgegevens van de melder en een beschrijving van de
                                            aard en omvang van de snuffelmarkt;</al></li><li nr="c."><al>vrijwaart de gemeente Lopik van alle aanspraken op
                                            vergoeding van schade welke een gevolg zijn van de
                                            snuffelmarkt; </al></li><li nr="d."><al>draagt er zorg voor dat het parkeren van de auto's van
                                            bezoekers geen overlast oplevert voor de overige
                                            weggebruikers; </al></li><li nr="e."><al>draagt er zorg voor dat al die maatregelen worden
                                            getroffen, welke redelijkerwijs kunnen worden verwacht
                                            ter waarborging van de veiligheid van bezoekers en
                                            deelnemers;</al></li><li nr="f."><al>draagt er zorg voor dat als gevolg van de activiteiten
                                            overlast voor omwonenden, in welke vorm dan ook,
                                            voorkomen wordt; </al></li><li nr="g."><al>draagt er zorg voor dat de plaats en directe omgeving
                                            waar de snuffelmarkt heeft plaatsgevonden na afloop vrij
                                            van vuil wordt opgeleverd; </al></li><li nr="h."><al>neemt bij gewenst gebruik van dranghekken contact op met
                                            de gemeente Lopik. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is verboden een snuffelmarkt te organiseren op zondagen en
                                    maandagen t/m zaterdag tussen <onderstreept>21:00 en 09:00
                                        uur</onderstreept>, met uitzondering van nationale
                                    feestdagen voor zover deze niet vallen op een zondag.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De verboden gelden niet voor ruimten die uitsluitend dan wel
                                    nagenoeg geheel en voortdurend in gebruik zijn als winkel in de
                                    zin van de Winkeltijdenwet.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>6</nr><titel>Openbaar water</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:24</nr><titel>Voorwerpen op, in of boven openbaar water</titel></kop><lid><lidnr>·</lidnr><al>1. Het is in verband met de veiligheid op het openbaar water
                                    verboden een voorwerp, niet zijnde een vaartuig, op, in of boven
                                    openbaar water te plaatsen, aan te brengen of te hebben, indien
                                    dit door zijn omvang of vormgeving, constructie of plaats van
                                    bevestiging gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van het
                                    openbaar water of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan
                                    dan wel een belemmering vormt voor het doelmatig beheer en
                                    onderhoud van het openbaar water.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>2. Degene die voornemens is een steiger, een meerpaal of een
                                    ander voorwerp met een permanent karakter op, in of boven
                                    openbaar water te plaatsen, doet daarvan uiterlijk twee weken
                                    tevoren een melding aan het college.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>3. De melding bevat in ieder geval naam, adres en
                                    contactgegevens van de melder, en een beschrijving van de aard
                                    en omvang van het voorwerp.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>4. Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in de
                                    daarin geregelde onderwerpen wordt voorzien door het Wetboek van
                                    Strafrecht , de Scheepvaartverkeerswet , het
                                    Binnenvaartpolitiereglement , de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatswerken , de Provinciale vaarwegenverordening, de
                                    Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde
                                    Telecommunicatieverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:25</nr><titel>Ligplaats woonschepen en overige vaartuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden met een vaartuig een ligplaats in te nemen of te
                                    hebben dan wel een ligplaats voor een vaartuig beschikbaar te
                                    stellen op door het college aangewezen gedeelten van openbaar
                                    water.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan aan het innemen, hebben of beschikbaar stellen
                                    van een ligplaats met dan wel voor een vaartuig op niet
                                    krachtens het eerste lid aangewezen gedeelten van openbaar
                                    water:</al><lijst><li nr="o"><al>a. nadere regels stellen in het belang van de openbare
                                            orde, volksgezondheid, veiligheid, milieuhygiëne en het
                                            aanzien van de gemeente;</al></li><li nr="o"><al>b. beperkingen stellen naar soort en aantal
                                            vaartuigen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in het daarin
                                    geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer, het
                                    Binnenvaartpolitiereglement , de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatswerken , de Provinciale vaarwegenverordening
                                    Utrecht, de Provinciale landschapsverordening Utrecht, of het
                                    keur van het hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden van
                                    toepassing is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:26</nr><titel>Aanwijzingen ligplaats</titel></kop><lid><lidnr>·</lidnr><al>1. Onverminderd het krachtens het tweede lid van artikel 5:25
                                    bepaalde kan het college aan de rechthebbende op een vaartuig
                                    aanwijzingen geven met betrekking tot het innemen, veranderen of
                                    gebruik van een ligplaats in het belang van de openbare orde,
                                    volksgezondheid, veiligheid, de milieuhygiëne en het aanzien van
                                    de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>2. De rechthebbende op een vaartuig is verplicht alle door of
                                    vanwege het college gegeven aanwijzingen met betrekking tot het
                                    innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats op te
                                    volgen.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>3. Het in het eerste en tweede lid bepaalde geldt niet voor
                                    zover in de daarin geregelde onderwerpen wordt voorzien door het
                                    Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatswerken, de Provinciale vaarwegenverordening
                                    Utrecht of de Provinciale landschapsverordening Utrecht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:27</nr><titel>Verbod innemen ligplaats</titel></kop><al>Het is verboden een ligplaats in te nemen, te hebben of beschikbaar
                                te stellen in strijd met het krachtens artikel 5:25, tweede lid en
                                5:26 bepaalde.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:28</nr><titel>Beschadigen van waterstaatswerken</titel></kop><lid><lidnr>·</lidnr><al>1. Het is verboden schade toe te brengen aan of veranderingen
                                    aan te brengen in de toestand van bij de gemeente in beheer
                                    zijnde openbare wateren, havens, dijken, wallen, kaden,
                                    trekpaden, beschoeiingen, oeverbegroeiing, bruggen, zetten,
                                    duikers, pompen, waterleidingen, gordingen, aanlegpalen,
                                    stootpalen, bakens of sluizen.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>2. Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregeld
                                    onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, het
                                    Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatswerken of de Provinciale vaarwegenverordening
                                    Utrecht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:29</nr><titel>Reddingsmiddelen</titel></kop><al>Het is verboden een voor het redden van drenkelingen bestemd en
                                daartoe bij het water aangebracht voorwerp te gebruiken voor een
                                ander doel dan wel voor dadelijk gebruik ongeschikt te maken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:30</nr><titel>Veiligheid op het water</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is aan een ieder die zich als bader of zwemmer in het
                                    openbaar water ophoudt, verboden zich zodanig te gedragen dat
                                    het scheepvaartverkeer daarvan hinder of gevaar kan
                                    ondervinden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door het Binnenvaartpolitiereglement,
                                    de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of de Provinciale
                                    vaarwegenverordening Utrecht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:31</nr><titel>Overlast aan vaartuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder redelijk doel zich vast te houden aan een
                                    vaartuig in openbaar water, daarop te klimmen of zich daarop of
                                    daarin te begeven of te bevinden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een
                                    vaartuig, liggend in of aan een openbaar water, los te
                                    maken.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>7</nr><titel>Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in
                                natuurgebieden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:32</nr><titel>Crossterreinen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een
                                    motorvoertuig als bedoel in artikel 1, onderdeel z, en een
                                    bromfiets als bedoeld in artikel 1, onderdeel i van het
                                    Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 een wedstrijd
                                    dan wel, ter voorbereiding van een wedstrijd, een trainings- of
                                    proefrit te houden of te doen houden dan wel daaraan deel te
                                    nemen, dan wel een motorvoertuig of een bromfiets met het
                                    kennelijke doel daartoe aanwezig te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan terreinen aanwijzen waarvoor het verbod niet van
                                    toepassing is. Het kan daarbij regels stellen voor het gebruik
                                    van deze terreinen:</al><lijst><li nr="o"><al>a. in het belang van het voorkomen of beperken van
                                            overlast;</al></li><li nr="o"><al>b. in het belang van de bescherming van het uiterlijk
                                            aanzien van de omgeving en ter bescherming van andere
                                            milieuwaarden;</al></li><li nr="o"><al>c. in het belang van de veiligheid van de deelnemers van
                                            de in het eerste lid bedoelde wedstrijden en ritten of
                                            van het publiek.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor de toepassing van het eerste lid wordt dat onder weg
                                    verstaan wat artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 daaronder
                                    verstaat.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in het daarin
                                    geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer of
                                    het Besluit geluidproductie sportmotoren .</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:33</nr><titel>Beperking verkeer in natuurgebieden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden binnen voor publiek toegankelijke
                                    natuurgebieden, parken, plantsoenen of voor recreatief gebruik
                                    beschikbare terreinen te rijden of zich te bevinden met een
                                    motorvoertuig als bedoeld in artikel 1, onder z, Reglement
                                    Verkeersregels en verkeerstekens 1990 , een bromfiets als
                                    bedoeld in artikel 1, onder i, Reglement verkeersregels en
                                    verkeerstekens 1990 of met een fiets of een paard.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan terreinen aanwijzen waarvoor het in het eerste
                                    lid gestelde verbod niet van toepassing is. Het kan daarbij
                                    regels stellen ten aanzien van het gebruik van deze
                                    terreinen:</al><lijst><li nr="o"><al>a. in het belang van het voorkomen van overlast;</al></li><li nr="o"><al>b. in het belang van de bescherming van natuur- of
                                            milieuwaarden;</al></li><li nr="o"><al>c. in het belang van de veiligheid van het publiek.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het eerst lid geldt niet voor bestuurders van
                                    motorvoertuigen en bromfietsen en voor fietsers of berijders van
                                    paarden:</al><lijst><li nr="o"><al>a. ten dienste van politie, brandweer en geneeskundige
                                            hulpverlening en van andere krachtens artikel 29, eerste
                                            lid, Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990
                                            door de minister van Verkeer en Waterstaat aangewezen
                                            hulpverleningsdiensten;</al></li><li nr="o"><al>b. die worden gebruikt in verband met beheer, onderhoud
                                            of exploitatie van de terreinen als in het eerste lid
                                            bedoeld;</al></li><li nr="o"><al>c. die worden gebruikt in verband met werken die
                                            krachtens wettelijk voorschrift moeten worden
                                            uitgevoerd;</al></li><li nr="o"><al>d. van de zakelijk gerechtigden, huurders en pachters
                                            van percclen die gelegen zijn binnen de terreinen als in
                                            het eerste lid bedoeld;</al></li><li nr="o"><al>e. voor het verkeer ten behoeve van bezoek en van de
                                            verzorging van de onder d bedoelde personen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt voorts niet:</al><lijst><li nr="o"><al>a. op wegen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder
                                            b, van de Wegenverkeerswet 1994 ;</al></li><li nr="o"><al>b. binnen de bij of krachtens de Provinciale verordening
                                            'Stiltegebieden' aangewezen stiltegebieden ten aanzien
                                            van motorrijtuigen die bij of krachtens die verordening
                                            zijn aangewezen als 'toestel'.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid
                                    gestelde verbod.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>8</nr><titel>Verbod vuur te stoken</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:34</nr><titel>Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of
                                    anderszins vuur te stoken</titel></kop><al>1.Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden buiten
                                inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer of anderszins vuur
                                aan te leggen, te stoken of te hebben tenzij:</al><lijst><li nr="a."><al>de verbranding betrekking heeft op schoon takken- en
                                        snoeihout;</al></li><li nr="b."><al>de verbranding plaatsvindt op particuliere grond dat in
                                        eigendom is van de verbrander;</al></li><li nr="c."><al>het verbranden van oogstafval, takken- en snoeihout
                                        plaatsvindt op een onbrandbare ondergrond;</al></li><li nr="d."><al>de omvang van de brandstapel niet groter is dan
                                            <onderstreept>10
                                            m</onderstreept><onderstreept><sup>3</sup></onderstreept>;</al></li><li nr="e."><al>de aanvrager ervoor zorgt dat er geen bodemverontreiniging
                                        optreedt en daarmee artikel 13 van de Wet bodembescherming
                                        (zorgplicht) niet wordt overtreden. Voor het aanmaken van
                                        het vuur mag derhalve geen gebruik worden gemaakt van
                                        vloeibare brandstoffen;</al></li><li nr="f."><al>de verbrandingsresten binnen <onderstreept>7
                                            dagen</onderstreept> na de verbranding worden verwijderd
                                        en afgevoerd op een verantwoorde wijze;</al></li><li nr="g."><al>de weersomstandigheden het toelaten. Ten eerste moet het
                                        droog weer zijn; dus bij regen of mist mag er geen
                                        verbranding plaatsvinden. Ten tweede mag de windkracht
                                            <onderstreept>maximaal 5
                                            Bea</onderstreept><onderstreept>u</onderstreept><onderstreept>fort</onderstreept>
                                        zijn (max. 40 km/h);</al></li><li nr="h."><al>er mag geen overlast voor de omgeving optreedt;</al></li><li nr="i."><al>er continu toezicht van een volwassene is op het vuur. Dit
                                        om het overslaan van vuur en ongelukken te voorkomen;</al></li><li nr="j."><al>de volgende minimale afstanden worden aangehouden:
                                            <onderstreept>50
                                            m</onderstreept><onderstreept>e</onderstreept><onderstreept>ter</onderstreept>
                                        van de openbare weg, <onderstreept>30 meter</onderstreept>
                                        van erven, gebouwen of brandgevaarlijke objecten,
                                            <onderstreept>7 meter</onderstreept> van beplantingen en
                                            <onderstreept>5 meter</onderstreept> uit de insteek van
                                        een watergang;</al></li><li nr="k."><al>de verbranding plaatsvindt tussen zonsop- en ondergang;</al></li><li nr="l."><al>er maar geen verbranding plaatsvindt op zon- en
                                        feestdagen;</al></li><li nr="m."><al>binnen één uur voordat met de verbranding wordt begonnen,
                                        dit wordt gemeld bij de regionale meldkamer van de brandweer
                                        te Utrecht (tel. 030-2892714).</al></li></lijst></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>9</nr><titel>Verstrooiing van as</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:35</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder incidentele asverstrooiing:
                                het verstrooien van as als bedoeld in de Wet op de lijkbezorging op
                                een door de overledene of nabestaande(n) gewenste plek buiten een
                                permanent daartoe bestemd terrein.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:36</nr><titel>Verboden plaatsen</titel></kop><al>1.Incidentele asverstrooiing is verboden op:</al><lijst><li nr="o"><al>a. verharde delen van de weg;</al></li><li nr="o"><al>b. gemeentelijke begraafplaatsen en
                                        crematoriumterreinen.</al></li></lijst><al> 2. Het college kan een besluit nemen waarin voor een bepaalde
                                termijn wordt verboden dat op andere plaatsen en dan genoemd in het
                                eerste lid asverstrooiing plaatsvindt.</al><al>3.Het college kan op verzoek van de nabestaande die zorg draagt voor
                                de asbus op grond van bijzondere omstandigheden ontheffing verlenen
                                van het verbod uit het eerste lid, behoudens de gemeentelijke
                                begraafplaatsen en crematoriumterreinen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:37</nr><titel>Hinder of overlast</titel></kop><al>Incidentele asverstrooiing is verboden indien daardoor hinder of
                                overlast wordt veroorzaakt voor derden. </al></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>6.</nr><titel>STRAF-, OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:1</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Overtreding van het bij of krachtens de volgende artikelen bepaalde
                                en de op grond van artikel 1:4 daarbij gegeven voorschriften en
                                beperkingen wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie
                                maanden of geldboete van de tweede categorie en kan bovendien worden
                                gestraft met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak: </al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>Afdeling 5 t/m 8 hoofdstuk 2; </al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>Afdeling 10 hoofdstuk 2; </al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>Artikel 2:41 t/m 2:44 hoofdstuk 2; </al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>Afdeling 12 t/m 15 hoofdstuk 2; </al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>Hoofdstuk 3; </al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>Artikel 4:2 en 4:3 hoofdstuk 4; </al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>Afdeling 2 hoofdstuk 4; </al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>Afdeling 4 en 5 hoofdstuk 4; </al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>Afdeling 1 t/m 5 hoofdstuk 5; </al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>Afdeling 7 t/m 9 hoofdstuk 5. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Anders dan beschreven in het eerste lid wordt overtreding van het
                                bij of krachtens de volgende artikelen bepaalde en de op grond van
                                artikel 1:4 daarbij gegeven voorschriften en beperkingen gestraft
                                met een geldboete van de eerste categorie: </al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>Afdeling 1 t/m 4 hoofdstuk 2; </al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>Afdeling 9 hoofdstuk 2; </al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>Artikel 2:45 t/m 2:53 hoofdstuk 2; </al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>Artikel 2:57 t/m 2:65 hoofdstuk 2; </al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>Artikel 4:6 t/m 4:6c hoofdstuk 4; </al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>Afdeling 6 hoofdstuk 5. </al><al>3. De strafbaarstelling genoemd in het eerste lid is niet van
                                toepassing op overtredingen ten aanzien waarvan straf is bedreigd in
                                of bij andere wetten. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:2</nr><titel>Toezichthouders</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens
                                deze verordening zijn belast: de bij besluit van het college
                                aangegeven personen<cursief>. </cursief></al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voorts zijn met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of
                                krachtens deze verordening belast de bij besluit van het college dan
                                wel de burgemeester aan te wijzen personen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:3</nr><titel>Binnentreden woningen</titel></kop><al>Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van
                            een overtreding van de bij of krachtens deze verordening gegeven
                            voorschriften welke strekken tot handhaving van de openbare orde of
                            veiligheid of bescherming van het leven of de gezondheid van personen,
                            zijn bevoegd tot het binnentreden in een woning zonder toestemming van
                            de bewoner. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:4</nr><titel>Inwerkingtreding nieuwe en intrekking oude verordening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De Algemene plaatselijke verordening van de gemeente Lopik,
                                vastgesteld op 7 juli 2009 wordt ingetrokken. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking op de 8<vet>e </vet>dag na die
                                waarop zij is bekendgemaakt. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:5</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><al>Besluiten, genomen krachtens de verordening bedoeld in artikel 6:4,
                            eerste lid, die golden op het moment van de inwerkingtreding van deze
                            verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent,
                            gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:6</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene plaatselijke verordening
                            gemeente Lopik 2010. </al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de vergadering van 28 september 2010.</ondertekening><ondertekening>De raad voornoemd, </ondertekening><ondertekening>De griffier, De voorzitter, </ondertekening><ondertekening>Mw. mr. G.M.G. Dolders Mw. mr. R.G. Westerlaken-Loos </ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>