<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.90--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--
      meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR120682_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Stikstof en Natura 2000 Gelderland</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Provincie">Gelderland</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-12-06</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Provincie">Gelderland</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Provinciaal Blad, 2012/15</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Stikstof en Natura 2000 Gelderland</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Natuurbeschermingswet 1998, artkel 19ke</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Provinciewet, artikel 143, lid 1</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanProvincie">provinciale staten</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>milieu</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-01-25</dcterms:issued><dcterms:rights>
          De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
          databankrecht
        </dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-01-31</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2011-10-15</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-11-24</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Wijziging regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>PS2011-929</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>milieu</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening Stikstof en Natura 2000 Gelderland</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>PROVINCIALE STATEN VAN GELDERLAND Gezien het voorstel van Gedeputeerde
                        Staten van 20 december 2011 inzake de wijziging van artikel 9 en 16 van de
                        Verordening Stikstof en Natura 2000 Gelderland; BESLUITEN Vast te stellen de
                        als volgt gewijzigde Verordening Stikstof en Natura 2000 Gelderland </al></preambule></aanhef><regeling-tekst><paragraaf><kop><titel/></kop><artikel><kop><titel>Artikel 1 Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze regeling en de daarop rustende bepalingen wordt verstaan
                            onder:</al><lijst><li nr="a."><al> ammoniakemissie: emissie van ammoniak, uitgedrukt in kg NH3 per
                                    jaar;</al></li><li nr="b."><al> bedrijf: inrichting in de zin van artikel 1.1, eerste lid van
                                    de Wet milieubeheer, bestemd voor het fokken, mesten en houden
                                    van dieren, inclusief de aan de betreffende inrichting
                                    gekoppelde mestopslag of –verwerkingstechnieken;</al></li><li nr="c."><al> Blm: Besluit landbouw milieubeheer;</al></li><li nr="d."><al> drempelwaarde: 0,5% van de kritische depositiewaarde van een
                                    voor stikstofgevoelig habitat, met uitzondering van het Natura
                                    2000-gebied de Rijntakken, waarvoor een waarde van 1% van de
                                    kritische depositiewaarde geldt als drempelwaarde;</al></li><li nr="e."><al> kritische depositiewaarde: de stikstofdepositie uitgedrukt in
                                    mol/N/ha/jr waarboven de kwaliteit van het habitattype mogelijk
                                    wordt aangetast als gevolg van de verzurende of vermestende
                                    invloed van de atmosferische stikstofdepositie;</al></li><li nr="f."><al> piekbelasting: stikstofdepositie van ten minste 50% van de
                                    kritische depositiewaarde van een voor stikstofgevoelig habitat
                                    veroorzaakt door een individueel bedrijf op het door dat
                                    bedrijf, relatief meest belaste stikstofgevoelige habitat;</al></li><li nr="g."><al> Rijntakken: de gezamenlijke Natura 2000-gebieden Uiterwaarden
                                    Waal, Gelderse Poort, Loevestein, Uiterwaarden IJssel en
                                    Uiterwaarden Neder-Rijn.</al></li><li nr="h."><al> salderen: vereffenen van een door een bedrijf veroorzaakte
                                    toename van de stikstofdepositie op een stikstofgevoelig habitat
                                    met de afname van de stikstofdepositie als gevolg van het geheel
                                    of gedeeltelijk beëindigen van de bedrijfsvoering door één of
                                    meer andere bedrijven;</al></li><li nr="i."><al> salderingssysteem: een door de provincie Gelderland beheerd
                                    registratie- en monitoringssysteem met betrekking tot de toe- en
                                    afname van de stikstofdepositie van veehouderijbedrijven;</al></li><li nr="j."><al> stikstofdepositie: neerslag van stikstofverbindingen uit de
                                    atmosfeer op een habitat, waarbij de belasting, op een punt
                                    binnen het habitat, wordt uitgedrukt in mol N/ha/jr en de
                                    belasting op het habitat in geheel in mol N/jr;</al></li><li nr="k."><al> stikstofgevoelig habitat: natuurlijke habitats en habitats van
                                    soorten in een Natura 2000-gebied ten aanzien waarvan op grond
                                    van artikel 6, eerste lid of tweede lid, van richtlijn 92/43/EEG
                                    een verplichting geldt tot het treffen van herstel- of
                                    instandhoudingsmaatregelen, met een kritische depositiewaarde
                                    kleiner dan 2410 mol N/ha/jr.</al></li><li nr="l."><al> totale depositie: de totale neerslag van stikstofverbindingen,
                                    ammoniak en stikstofoxiden uit de lucht;</al></li><li nr="m."><al> Wabo Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;</al></li><li nr="n."><al> wet: Natuurbeschermingswet 1998.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>PARAGRAAF 1 Reikwijdte van de verordening</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 2 Reikwijdte</titel></kop><al>Deze verordening is van toepassing op veehouderijbedrijven, waarbij
                            sprake is van wijziging in veebezetting of staltype die leidt tot een
                            toename van de stikstofdepositie op een voor stikstofgevoelig habitat in
                            een Gelderland gelegen Natura 2000-gebied.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>PARAGRAAF 2 Salderingssysteem</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 3 Berekening van stikstofdeposities</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De berekening van de stikstofdepositie in het kader van deze
                                verordening vindt plaats op de wijze zoals aangegeven in Bijlage
                                1.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Gedeputeerde Staten passen Bijlage 1 aan indien gewijzigde
                                inzichten daartoe aanleiding geven.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4 Inrichting salderingssysteem</titel></kop><al>Gedeputeerde Staten dragen zorg voor het inrichten en onderhouden van
                            het salderingssysteem, waarin de stikstofdepositie wordt opgenomen van
                            bedrijven die na 1 februari 2009, de bedrijfsvoering geheel of
                            gedeeltelijk hebben beëindigd en waarvan de vergunning krachtens de Wet
                            milieubeheer of de Wabo is ingetrokken, of waarvan de melding op basis
                            van het Blm is ingetrokken of vervallen.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5 Onderverdeling salderingssysteem</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Stikstofdeposities die beneden de drempelwaarde liggen, worden niet
                                opgenomen in het salderingssysteem.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De stikstofdeposities die meer bedragen dan 0,5% van de kritische
                                depositiewaarde van een stikstofgevoelig habitat, respectievelijk
                                1,0% van de kritische depositiewaarde van de Rijntakken, en minder
                                bedragen dan 1,5% van de kritische depositiewaarde van een voor
                                stikstofgevoelig habitat, respectievelijk 2,0% van de kritische
                                depositiewaarde van de Rijntakken, worden opgenomen in
                                deelregistratie A.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> De stikstofdeposities die meer dan 1,5% van de kritische
                                depositiewaarde bedragen, respectievelijk meer dan 2,0% van de
                                kritische depositiewaarde van de Rijntakken, worden opgenomen in
                                deelregistratie B.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6 beperking bij deelregistratie B</titel></kop><al>Indien gesaldeerd wordt, ten behoeve van een bedrijf waarvan de
                            depositie geregistreerd is in deelregistratie B bedoeld in artikel 5,
                            derde lid, kan uitsluitend gebruik worden gemaakt van de depositieruimte
                            in de deelregistratie B, bedoeld in artikel 5, derde lid.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7 vermindering stikstofdepositie</titel></kop><al>Van de ingebrachte stikstofdepositie wordt 30% opgenomen in het
                            salderingssysteem.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8 vermindering ammoniakemissie</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Van de ingebrachte ammoniakemissie wordt 85% opgenomen in het
                                salderingssysteem.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Registratie van de ammoniakemissie vindt plaats per Natura
                                2000-gebied.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Gedeputeerde Staten kunnen voor de registratie van de
                                ammoniakemmissie per Natura 2000-gebied compartimenten
                                vaststellen.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9 nadere regeling door Gedeputeerde Staten</titel></kop><al>Gedeputeerde Staten kunnen nadere regels stellen.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>PARAGRAAF 3 Saldering</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 10 Saldering uitsluitend via het
                                salderingssysteem</titel></kop><al>Saldering vindt uitsluitend plaats met de stikstofdeposities die zijn
                            opgenomen in het salderingssysteem als bedoeld in artikel 4.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 11 voorwaarden aan saldering</titel></kop><al>Saldering vindt slechts plaats in situaties waarbij:</al><lijst><li nr="a."><al> de totale stikstofdepositie op één of meer voor
                                    stikstofgevoelige habitats binnen een Natura 2000-gebied na de
                                    wijziging of uitbreiding van het bedrijf de kritische
                                    depositiewaarde overschrijdt, en</al></li><li nr="b."><al> de maximale stikstofdepositie van het betrokken bedrijf op het
                                    relatief meest belaste stikstofgevoelig habitat gelegen binnen
                                    een Natura 2000-gebied na wijziging of uitbreiding van het
                                    bedrijf de drempelwaarde overschrijdt, en</al></li><li nr="c."><al> het salderingssysteem voldoende geregistreerde
                                    stikstofdeposities bevat om de saldering uit te voeren op
                                    hetzelfde habitattype of dezelfde habitattypen binnen hetzelfde
                                    Natura 2000-gebied, en</al></li><li nr="d."><al> er voldoende geregistreerde emissieruimte nabij het betreffende
                                    Natura 2000-gebied beschikbaar is, en</al></li><li nr="e."><al> als gevolg van de wijziging of uitbreiding van het betrokken
                                    bedrijf geen piekbelasting ontstaat.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 12 beperking groeitempo grotere belastingen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Saldering is slechts mogelijk met een maximum van 10% van de
                                kritische depositiewaarde van het relatief meest belaste
                                stikstofgevoelige habitat.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Bij saldering is per periode van telkens zes jaar, geldend vanaf de
                                inwerkingtreding van de verordening, maximaal een verdubbeling van
                                de totale stikstofdepositie door het bedrijf toegestaan.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 13 Voorlopige saldering tijdens
                                vergunningsprocedures</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De uitgifte van geregistreerde deposities uit het
                                    salderingssysteem vindt plaats per de datum dat een aanvraag om
                                    een vergunning krachtens de Wabo door het bevoegd gezag wordt
                                    ontvangen of een aanvraag om een vergunning op grond van de wet
                                    door Gedeputeerde Staten wordt ontvangen.</al></li><li nr="2."><al>De uitgifte is tijdelijk voor een periode van ten hoogste een
                                    jaar en wordt definitief op het moment dat de
                                    omgevingsvergunning of de vergunning op grond van de wet in
                                    werking treedt.</al></li><li nr="3."><al>Gedeputeerde Staten kunnen de termijn genoemd in het tweede lid
                                    met maximaal één jaar verlengen.</al></li><li nr="4."><al>De tijdelijke uitgifte eindigt door het buiten behandeling laten
                                    van de aanvraag op grond van de wet of de Wabo, of door
                                    weigering van de aanvraag op grond van de wet of door weigering
                                    van het afgeven van een verklaring van geen bedenkingen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 14 voorkomen dubbele onttrekking</titel></kop><al>Tijdelijk en definitief uitgegeven deposities zijn niet beschikbaar in
                            het kader van gelijktijdig lopende maar later ingediende aanvragen om
                            een vergunning op grond van de wet of aanvragen om een
                            omgevingsvergunning.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>PARAGRAAF 4 BIJZONDERE SITUATIES</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 15 hardheidsclausule</titel></kop><al>Gedeputeerde Staten kunnen in individuele gevallen bepalingen
                            vastgesteld bij of krachtens deze verordening buiten toepassing laten of
                            daarvan afwijken, voor zover de toepassing gelet op de betrokken
                            belangen zal leiden tot onbillijkheid van overwegende aard.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>PARAGRAAF 5 OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 16 collectieve saldering</titel></kop><al>Voor zover de stikstofdepositie op de voor stikstofgevoelige habitats
                            als gevolg van uitbreiding van bedrijven tussen 7 december 2004 en 1
                            februari 2009 of tussen 24 maart 2000 en 1 februari 2009 voor Natura
                            2000 gebieden die zijn aangewezen op grond van de Vogelrichtlijn heeft
                            geleid tot toename van de stikstofdepositie op de voor stikstofgevoelige
                            habitats die niet wordt gecompenseerd met een afname van de
                            stikstofdepositie op de betreffende habitats, kunnen Gedeputeerde Staten
                            hiervoor stikstofdepositie beschikbaar stellen uit het
                            salderingssysteem.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 17 monitoring</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Gedeputeerde Staten doen jaarlijks verslag aan Provinciale Staten
                                van de ontwikkeling van de stikstofdeposities op de Natura
                                2000-gebieden in het voorafgaande kalenderjaar, voor het eerst in
                                september 2012.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Bij de verslaggeving komen in ieder geval de volgende aspecten aan
                                de orde: </al><lijst><li nr="a."><al> de ontwikkeling van de ammoniakemissie en de ontwikkeling
                                        van de depositie van stikstof per stikstofgevoelig
                                        habitattype per Natura 2000-gebied;</al></li><li nr="b."><al> de werking van het salderingssysteem;</al></li><li nr="c."><al> de sanering van de piekbelastingen;</al></li><li nr="d."><al> de ontwikkeling van de stikstofdepositie als gevolg van de
                                        salderingssystematiek.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 18 citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening Stikstof en Natura
                            2000 Gelderland.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 19 inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na de datum van
                            uitgifte van het Provinciaal Blad waarin zij wordt geplaatst.</al></artikel></paragraaf></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Provinciale Staten van Gelderland</al></slotformulering></regeling-sluiting><bijlage><kop><titel>Bijlage 1 bij de Verordening Stikstof en Natura 2000 Provincie
                        Gelderland</titel></kop><al>Berekening van deposities</al><lijst><li nr="1."><al>berekening van bedrijfsgebonden depositie</al><al/><al>Ten behoeve van de effectbepaling op een stikstofgevoelig habitat en de
                            saldering wordt de stikdepositie berekend met behulp van de meest
                            recente versie van het model/ rekenprogramma Aagro-stacks;</al></li><li nr="2."><al>berekening van regionale depositie</al><al/><al>Ten behoeve van de monitoring wordt de regionale stikstofdepositie met
                            inbegrip van de algemene depositieachtergrond berekend met de meest
                            recente versie van het OPSmodel, dat ter beschikking is gesteld door het
                            Planbureau voor de Leefomgeving (PBL).</al></li><li nr="3."><al>afrondingsregels</al><al/><al>De beoordeling van relevante depositieberekeningen vindt plaats op basis
                            van het berekeningsresultaat na afronding op 1 decimaal conform de
                            afrondingsregels van NEN 1047 ‘Receptbladen voor de statistische
                            verwerking van waarnemingen’, Blad 2.1.</al></li></lijst></bijlage></regeling></body></cvdr>