<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR120564_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Algemene subsidieverordening Schiedam 2006</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Schiedam</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-05-29</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Schiedam</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Huis-aan-huisblad Het Nieuwe Stadsblad 18-01-2012</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Algemene subsidieverordening Schiedam 2006</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Artikel 149 Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2011-12-15</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-01-26</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2012-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2012-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>intrekking</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>VR 107/2011</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>algemene subsidieverordening schiedam 2006</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze verordening vervangt de Algemene subsidieverordening 2000</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Algemene subsidieverordening Schiedam 2006</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al>budgetsubsidie: een subsidie waarbij de gemeente de activiteiten
                                    die met de subsidie worden verricht inhoudelijk stuurt op
                                    prestaties en resultaten;</al></li><li nr="b."><al>investeringssubsidie: een subsidie in de kosten van de bouw,
                                    herstel, verbouwing en uitbreiding van gebouwen of de inrichting
                                    daarvan;</al></li><li nr="c."><al>waarderingssubsidie: een subsidie waarbij in beginsel geen
                                    verband bestaat tussen de kosten die de ontvanger maakt en de
                                    subsidie die zij ontvangt, bedoeld om een bepaalde activiteit of
                                    groep van activiteiten aan te moedigen dan wel waardering
                                    daarvoor kenbaar te maken;</al></li><li nr="d."><al>tussentijdse subsidie: een subsidie ten behoeve van een
                                    activiteit dan wel investering die verricht wordt in het jaar
                                    waarin de subsidieaanvraag wordt gedaan;</al></li><li nr="e."><al>activiteitenplan: een overzicht dat de activiteiten waarvoor
                                    subsidie wordt aangevraagd aangeeft met de daarmee nagestreefde
                                    doelstellingen en beoogde effecten en de relatie met het
                                    gemeentelijk beleid;</al></li><li nr="f."><al>de raad: de raad van de gemeente Schiedam;</al></li><li nr="g."><al>burgemeester en wethouders: burgemeester en wethouders van
                                    Schiedam.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.2</nr><titel>De aanvrager</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een subsidie kan slechts worden aangevraagd door een rechtspersoon
                                naar burgerlijk recht die zich als doel stelt de behartiging van
                                belangen op een of meer terreinen waarvoor deze verordening van
                                toepassing is, met uitzondering van openbare lichamen, die zijn
                                ingesteld krachtens de Wet gemeenschappelijke regelingen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen bepalen dat een subsidie ook kan
                                worden aangevraagd door een natuurlijke persoon of een groep
                                natuurlijke personen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.3</nr><titel>Reikwijdte</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen subsidie verlenen voor
                                activiteiten op de volgende beleidsterreinen:</al><lijst><li nr="a."><al>welzijn;</al></li><li nr="b."><al>educatie;</al></li><li nr="c."><al>sport en recreatie;</al></li><li nr="d."><al>kunst en cultuur;</al></li><li nr="e."><al>belangenbehartiging;</al></li><li nr="f."><al>jeugd- en jongerenwerk;</al></li><li nr="g."><al>kinderopvang;</al></li><li nr="h."><al>emancipatie;</al></li><li nr="i."><al>maatschappelijke dienstverlening;</al></li><li nr="j."><al>volksgezondheid;</al></li><li nr="k."><al>ouderenwerk;</al></li><li nr="l."><al>evenementen;</al></li><li nr="m."><al>stadspromotie en toerisme;</al></li><li nr="n."><al>internationale samenwerking; en</al></li><li nr="o."><al>natuur</al></li><li nr="p."><al>bouwen en milieu.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen deze verordening van toepassing
                                verklaren op andere dan in het eerste lid genoemde beleidsterreinen,
                                voor zover daarvoor op de gemeentebegroting gelden zijn
                                aangewezen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders zijn bevoegd ter zake van onderwerpen in
                                deze verordening genoemd nadere beleidsregels te stellen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.4</nr><titel>Subsidieplafond</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen jaarlijks, al dan niet per
                                beleidsterrein, subsidieplafonds vaststellen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien van deze bevoegdheid gebruik wordt gemaakt, bepalen
                                burgemeester en wethouders hoe het beschikbare bedrag wordt
                                verdeeld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.5</nr><titel>Begrotingsvoorbehoud</titel></kop><al>Indien burgemeester en wethouders besluiten subsidie te verlenen ten
                            laste van een begroting die nog niet is vastgesteld of goedgekeurd door
                            de raad, nemen zij in het besluit omtrent de subsidieverlening op dat de
                            subsidie wordt verleend onder de voorwaarde dat door de raad voldoende
                            gelden ter beschikking worden gesteld.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.6</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><al>De subsidieverstrekking kan naast de in de artikelen 4:25 en 4:35 van de
                            wet genoemde gevallen worden geweigerd, indien gegronde redenen bestaan
                            aan te nemen dat:</al><lijst><li nr="a."><al> de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd zich niet in
                                    hoofdzaak richten op Schiedam en de ingezetenen van Schiedam,
                                    dan wel niet ten goede komen aan de Schiedamse gemeenschap;</al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>de gelden niet of in onvoldoende mate besteed zullen worden voor
                                    het doel waarvoor de subsidie beschikbaar wordt gesteld;</al></li><li nr="c."><al>de aanvrager doelstellingen beoogt of activiteiten zal
                                    ontplooien die in strijd zijn met de wet, het algemeen belang of
                                    de openbare orde;</al></li><li nr="d."><al>de aanvrager ook zonder subsidieverstrekking over voldoende
                                    gelden, hetzij uit eigen middelen, hetzij uit middelen van
                                    derden kan beschikken om de kosten van de activiteiten te
                                    dekken;</al></li><li nr="e."><al>in het beoogde doel of de voorgenomen activiteiten al op andere
                                    wijze in belangrijke mate is voorzien;</al></li><li nr="f."><al>de subsidieverstrekking niet past binnen het beleid van de
                                    gemeente;</al></li><li nr="g."><al>de subsidieaanvrager gelieerd is aan een commerciële instelling
                                    die dezelfde of vergelijkbare activiteiten biedt.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>De subsidieverlening</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1</nr><titel>Subsidieaanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een aanvraag voor een subsidie wordt bij burgemeester en wethouders
                                ingediend voor 1 april van het jaar, voorafgaand aan het
                                kalenderjaar waarop de subsidie betrekking heeft. Bij aanvragen die
                                na deze datum worden ingediend kunnen burgemeester en wethouders
                                besluiten de aanvraag niet in behandeling te nemen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een aanvraag voor een tussentijdse subsidie kan gedurende het hele
                                jaar worden ingediend bij burgemeester en wethouders tot 8 weken
                                voordat met de activiteit waarvoor de subsidie wordt aangevraagd een
                                begin wordt gemaakt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor zover door burgemeester en wethouders hiervoor formulieren zijn
                                vastgesteld, dient voor het aanvragen van een subsidie gebruik te
                                worden gemaakt van deze formulieren.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij een aanvraag worden de volgende stukken overlegd: </al><lijst><li nr="a."><al>een activiteitenplan;</al></li><li nr="b."><al>een begroting;</al></li><li nr="c."><al>een dekkingsplan, respectievelijk een opgave van eventueel
                                        bij anderen aangevraagde subsidie voor dezelfde activiteiten
                                        met daarbij de stand van zaken van die aanvragen;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Bij een eerste aanvraag legt de aanvrager tevens over:</al><lijst><li nr="a."><al>een afschrift van de notariële akte, waarin de statuten zijn
                                        opgenomen;</al></li><li nr="b."><al>een bewijs van inschrijving in een van de door de Kamer van
                                        Koophandel gehouden registers;</al></li><li nr="c."><al>een opgave van haar bestuurssamenstelling;</al></li><li nr="d."><al>een overzicht van de financiële situatie op het moment van
                                        de aanvraag, indien mogelijk in de vorm van een jaarrekening
                                        over het voorafgaande boekjaar.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Bij een aanvraag voor een investeringssubsidie legt de aanvrager
                                tevens over:</al><lijst><li nr="a."><al>een plan tot investering en financiering;</al></li><li nr="b."><al>een specificatie of raming van de kosten;</al></li><li nr="c."><al>de raming van de gevolgen voor de exploitatie die uit de
                                        investering voortvloeien.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen binnen een door hen te bepalen
                                termijn overlegging van andere stukken of anderszins verstrekking
                                van nadere informatie verlangen, indien zij dit ter beoordeling van
                                de aanvraag nodig achten.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen bepalen dat een of meer van de in
                                dit artikel vermelde stukken niet hoeven te worden overlegd, indien
                                daarmee geen aantoonbaar belang is gediend of indien dit
                                redelijkerwijs niet van de aanvrager verlangd kan worden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.2</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders beslissen op een aanvraag als bedoeld in
                                artikel 2.1 voor 31 december voorafgaande aan het jaar waarop de
                                aanvraag betrekking heeft.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders beslissen op een aanvraag voor een
                                tussentijdse subsidie binnen 8 weken nadat de aanvraag, met de
                                daartoe benodigde bescheiden, ontvangen is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3</nr><titel>Overleg bij budgetsubsidies</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders treden in overleg met de aanvrager
                                teneinde tot overeenstemming te komen omtrent de gewenste
                                activiteiten en prestaties en de te verstrekken subsidie, tenzij
                                hier met goedvinden van de aanvrager van wordt afgezien.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Leidt het overleg tot overeenstemming dan kan ter uitvoering van de
                                beschikking tot subsidieverlening een overeenkomst worden
                                gesloten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Leidt het overleg niet tot overeenstemming dan wordt in het besluit
                                melding gemaakt van de afwijkende opvatting van de aanvrager.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4</nr><titel>Meerjarige budgetsubsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Subsidieverlening voor een langere periode dan een jaar geschiedt
                                door de raad.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De periode waarvoor subsidie wordt verleend bedraagt maximaal vier
                                jaar.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In de beschikking tot subsidieverlening wordt aangegeven op welk
                                bedrag de aanvrager voor ieder jaar recht heeft, dan wel op welke
                                wijze het toegekende bedrag jaarlijks geïndexeerd wordt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien er sprake is van indexering passen burgemeester en wethouders
                                jaarlijks het subsidiebedrag aan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.5</nr><titel>Vorming reserves en voorzieningen</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders kunnen bij de subsidieverlening in de
                            beschikking bepalingen opnemen over de vorming van reserves en
                            voorzieningen.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Verplichtingen van de subsidieontvanger</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.1</nr><titel>Uitvoering van activiteiten</titel></kop><al>De subsidieontvanger is verplicht de activiteiten uit te voeren die in
                            de beschikking tot subsidieverlening vermeld staan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.2</nr><titel>Informatieverstrekking</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De subsidieontvanger verstrekt burgemeester en wethouders tijdig
                                informatie over feiten en ontwikkelingen die voor de
                                subsidieverlening relevant kunnen zijn. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de voortgang van de uitvoering van de activiteiten of de
                                realisatie van de prestaties niet correspondeert met de planning,
                                geeft de ontvanger aan of en op welke wijze realisatie van het
                                activiteitenplan alsnog zal worden bereikt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.3</nr><titel>Tussentijdse rapportages bij budgetsubsidies</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Uiterlijk op 1 november van het subsidiejaar doet de ontvanger
                                verslag van de voortgang van de activiteiten in de eerste negen
                                maanden van het jaar.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen aangeven in welke vorm deze
                                rapportage dient plaats te vinden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien gedurende het subsidiejaar aanmerkelijke verschillen tussen
                                werkelijke en begrote uitgaven en inkomsten ontstaan, doet de
                                ontvanger daarvan direct verslag onder vermelding van de oorzaak
                                daarvan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.4</nr><titel>Besluiten van de subsidieontvanger</titel></kop><al>1.De subsidieontvanger mag, zonder voorafgaande toestemming van
                            burgemeester en wethouders, geen besluiten nemen over:</al><lijst><li nr="a."><al>het wijzigen van zijn doelstelling;</al></li><li nr="b."><al>het ontbinden van zijn rechtspersoon;</al></li><li nr="c."><al>het doen van aangifte tot zijn faillissement of het aanvragen
                                    van surseance van betaling;</al></li><li nr="d."><al>het aangaan van overeenkomsten waarbij hij zich verbindt tot
                                    zekerheidstelling voor schulden van derden of waarbij hij zich
                                    als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt of zich voor
                                    eenderde sterk maakt.</al></li></lijst><lijst><li nr="2"><al>De subsidieontvanger mag zonder voorafgaande toestemming van
                                    burgemeester en wethouders geen risicovolle beleggingen
                                    aangaan.</al></li><li nr="3"><al>De subsidieontvanger mag geen stille verpanding op gemeentelijke
                                    subsidies of vorderingen aangaan.</al></li><li nr="4"><al>Burgemeester en wethouders kunnen in bepaalde gevallen
                                    vastgelegd in beleidsregels van het in lid 1 tot en met 3
                                    bepaalde afwijken.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.5</nr><titel>Inzage in administratie</titel></kop><al>De subsidieontvanger verleent op verzoek van burgemeester en wethouders
                            inzage in de administratie en verstrekt de inlichtingen die voor de
                            beoordeling van de doelmatigheid en de rechtmatigheid van de besteding
                            van de subsidie van belang zijn.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.6</nr><titel>Onderzoek</titel></kop><al>De subsidieontvanger verleent de nodige medewerking indien door
                            burgemeester en wethouders of na overleg met burgemeester en wethouders
                            door andere overheden of de Rekenkamercommissie onderzoeken worden
                            ingesteld.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.7</nr><titel>Verzekering</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De subsidieontvanger is verplicht zijn roerende en onroerende zaken
                                behoorlijk te verzekeren en verzekerd te houden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De subsidieontvanger is verplicht zijn wettelijke aansprakelijkheid
                                ten opzichte van derden te dekken door afsluiting van een
                                verzekering voor de onder zijn verantwoordelijkheid werkende
                                vrijwilligers en in dienst zijnde personeel. Burgemeester en
                                wethouders kunnen van deze verplichting in bepaalde gevallen
                                vastgelegd in beleidsregels vrijstelling verlenen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen in voorkomende gevallen aan de
                                subsidieontvanger de verplichting opleggen zich genoegzaam te
                                verzekeren tegen andere risico's, een en ander ter beoordeling van
                                burgemeester en wethouders.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.8</nr><titel>Vergoeding vermogensvorming</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In de gevallen bedoeld in artikel 4:41, tweede lid van de Algemene
                                wet bestuursrecht is de subsidieontvanger aan burgemeester en
                                wethouders een vergoeding van de vermogenswaarden verschuldigd, voor
                                zover deze vermogenswaarden zijn opgebouwd door middel van
                                gemeentelijke subsidies.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De wijze waarop de hoogte van de vergoeding wordt bepaald, wordt
                                vermeld in de beschikking tot verlening, vaststelling of beëindiging
                                van de subsidie.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij de bepaling van de hoogte van de vergoeding wordt uitgegaan van
                                de waarde van de goederen op het tijdstip waarop de vergoeding
                                verschuldigd wordt, met dien verstande dat in geval van ontvangst
                                van schadevergoeding voor verlies of beschadiging van goederen wordt
                                uitgegaan van het bedrag dat als schadevergoeding door de
                                subsidieontvanger wordt ontvangen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien het onroerende zaken betreft, geschiedt de waardebepaling
                                door een onafhankelijke deskundige.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.9</nr><titel>Invloed en klachtenregeling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De subsidieontvanger betrekt de deelnemers, vrijwilligers en
                                werknemers bij het beleid van haar organisatie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen de subsidieontvanger verplichten
                                een klachtenregeling in te stellen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.10</nr><titel>Bestuurssamenstelling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen een organisatie die subsidie
                                aanvraagt aanbevelingen doen omtrent de samenstelling van haar
                                bestuur.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Worden deze aanbevelingen niet gevolgd dan kunnen burgemeester en
                                wethouders deze aanbeveling als verplichting aan de subsidie
                                verbinden.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>De subsidievaststelling</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.1</nr><titel>Vaststelling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De subsidieontvanger dient “voor 1 mei na afloop van het jaar,
                                volgend op het jaar” waarvoor subsidie is verleend, een aanvraag tot
                                subsidievaststelling als bedoeld in artikel 4:44 van de Algemene wet
                                bestuursrecht in, tenzij bij de subsidieverlening een andere termijn
                                is gesteld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders stellen de subsidie vast binnen acht
                                weken nadat de aanvraag daartoe is ontvangen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen de in het tweede lid bedoelde
                                termijn met ten hoogste acht weken verlengen. Van deze verlenging
                                doen zij mededeling aan de subsidieontvanger die de aanvraag tot
                                vaststelling heeft ingediend.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De subsidie kan door burgemeesters en wethouders geheel of
                                gedeeltelijk ambtshalve worden vastgesteld binnen 16 weken na afloop
                                van de activiteiten of het tijdvak waarvoor de subsidie is verleend,
                                tenzij bij de subsidieverlening een andere termijn is gesteld.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen, zonder waarschuwing vooraf, een
                                korting opleggen van 20% op het verleende subsidiebedrag indien de
                                termijn van aanvraag zoals bedoeld in artikel 4:44, derde lid van de
                                Algemene wet bestuursrecht, tot subsidievaststelling is verstreken.
                                De korting kan met 5% worden verhoogd voor elke week dat de aanvraag
                                tot vaststelling niet door burgemeester en wethouders is ontvangen
                                tot een maximum van 50% van de verleende subsidie. Blijft de
                                aanvraag tot subsidievaststelling achterwege dan wordt de subsidie
                                op nihil vastgesteld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.2</nr><titel>Gegevens bij de aanvraag tot vaststelling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De subsidieontvanger voldoet aan de in artikel 4:45, eerste lid van
                                de Algemene wet bestuursrecht bedoelde verplichting door een door
                                het bestuur gewaarmerkt verslag van de activiteiten te overleggen.
                                Het verslag bevat in ieder geval:</al><lijst><li nr="a."><al>een beschrijving van de aard en de omvang van de
                                        activiteiten;</al></li><li nr="b."><al>een vergelijking tussen de nagestreefde en gerealiseerde
                                        doelstellingen; en</al></li><li nr="c."><al>een toelichting op de verschillen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De subsidieontvanger voldoet aan de in artikel 4:45, tweede lid van
                                de Algemene wet bestuursrecht bedoelde verplichting door een door
                                het bestuur gewaarmerkte rekening van baten en lasten en een balans
                                met een toelichting daarop te overleggen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien zulks naar het oordeel van burgemeester en wethouders nodig
                                is, legt de subsidieontvanger naast de in het eerste en tweede lid
                                genoemde gegevens tevens een verklaring van een accountant
                                over.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen vrijstelling verlenen van een of
                                meer onderdelen van het eerste en tweede lid, indien naleving
                                daarvan redelijkerwijs niet verlangd kan worden of daarmee geen
                                aantoonbaar belang is gediend.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Betaling en bevoorschotting</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.1</nr><titel>Bevoorschotting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen voorschotten als bedoeld in
                                artikel 4:54 van de Algemene wet bestuursrecht verlenen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien geen gebruik is gemaakt van de mogelijkheid tot
                                bevoorschotting, kunnen burgemeester en wethouders bij de
                                subsidievaststelling bepalen dat het subsidiebedrag in gedeelten
                                wordt betaald.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.2</nr><titel>Betaling</titel></kop><al>Het subsidiebedrag wordt binnen zes weken na de subsidievaststelling
                            betaald.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6</nr><titel>Overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.1</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In bijzondere gevallen en voor zover de toepassing van de bepalingen
                                van deze verordening leidt tot een bijzondere hardheid zijn
                                burgemeester en wethouders bevoegd te beslissen in afwijking van
                                deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In gevallen waarin deze verordening niet voorziet beslissen
                                burgemeester en wethouders.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.2</nr><titel>Rijkssubsidies</titel></kop><al>Indien de rijksoverheid aan het beschikbaar stellen van specifieke
                            bijdragen voorwaarden verbindt, die afwijken van de bepalingen in deze
                            verordening, prevaleren de rijksvoorschriften.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.3</nr><titel>Intrekking en overgangsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De "Algemene subsidieverordening 2000" vastgesteld in de raad van 4
                                oktober 1999 wordt ingetrokken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De bepalingen van de in het eerste lid genoemde verordening blijven
                                van kracht voor zover dat noodzakelijk is voor de vaststelling en
                                afrekening van in voorgaande jaren op grond van die verordening
                                verleende subsidies.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.4</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2006</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.5</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als "Algemene subsidieverordening
                            Schiedam 2006” of als “ASV Schiedam 2006”.</al><al/><al/><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><nota-toelichting><al><vet>Algemene toelichting op de Algemene subsidieverordening Schiedam
                                2006 Inleiding</vet></al><al/><al>Deze verordening vervangt de Algemene subsidieverordening 2000.</al><al>De nieuwe verordening is gebaseerd op de volgende uitgangspunten:</al><al>de verordening bevat algemene, procedurele regels en criteria voor
                            subsidiering.</al><al>Beleidsinhoudelijke criteria worden vastgesteld in algemene
                            beleidsnota's en beleidsnota’s voor het betreffende beleidsterrein. Dit
                            bevordert de flexibiliteit en de mate van inhoudelijke sturing; </al><lijst><li nr="·"><al>de subsidie wordt in beginsel verstrekt voor te verrichten
                                    activiteiten en prestaties;</al></li><li nr="·"><al>bij de voorwaarden die gelden voor subsidieverlening en
                                    subsidievaststelling en bij de verplichtingen waaraan de
                                    subsidieontvanger moet voldoen wordt zoveel mogelijk rekening
                                    gehouden met de individuele omstandigheden van de
                                    subsidieontvanger (maatwerk).</al></li></lijst><al/><al>Algemene wet bestuursrecht (Awb) Afdeling 4.2 regelt de
                            subsidieverhouding tussen overheid en burger. Hoofdregel is dat een
                            wettelijke grondslag is vereist voor het verstrekken van subsidies.
                            Oogmerk is verbetering van de rechtszekerheid van aanvragers en
                            ontvangers van subsidie en van de doelmatigheid van overheidsuitgaven.
                            De bedoelde wettelijke grondslag voor gemeentelijke subsidies wordt
                            gevormd door een verordening, in dit geval de Algemene
                            subsidieverordening Schiedam 2006.</al><al>De Awb onderscheidt drie fasen in het subsidieproces:</al><lijst><li nr="1."><al>de subsidieverlening</al></li><li nr="2."><al>de subsidievaststelling</al></li><li nr="3."><al>de uitbetaling.</al></li></lijst><al/><al><vet><cursief>De subsidieverlening</cursief></vet></al><al>Het subsidieproces begint met een subsidieaanvraag. Op deze aanvraag
                            neemt de subsidieverstrekker een besluit of de subsidie wordt verleend:
                            de beschikking tot subsidieverlening. In deze beschikking moet of een
                            maximumbedrag worden opgenomen óf de wijze waarop de subsidie wordt
                            berekend met daarbij een maximumbedrag. Bovendien moet in de beschikking
                            tot subsidieverlening een omschrijving staan van de activiteiten
                            waarvoor de subsidie wordt verleend.</al><al>Deze beschikking geeft de aanvrager aanspraak op uitbetaling van de
                            subsidie, op voorwaarde dat de aanvrager de activiteiten waarvoor de
                            subsidie wordt verstrekt en de daaraan verbonden verplichtingen ook
                            daadwerkelijk uitvoert. Zonodig kunnen aan de aanvrager voorschotten
                            worden verstrekt ter uitvoering van deze activiteiten.</al><al/><al><vet><cursief>De subsidievaststelling</cursief></vet></al><al>Wanneer de activiteiten zijn afgerond, dient de aanvrager een verzoek
                            tot vaststelling van de subsidie in. In dit verzoek legt de aanvrager
                            tevens rekening en verantwoording af. De subsidieverstrekker stelt
                            vervolgens de definitieve subsidie vast: de beschikking tot
                            subsidievaststelling. </al><al>Het bedrag van de subsidievaststelling kan lager zijn dan het bedrag
                            genoemd in de beschikking tot subsidieverlening, bijvoorbeeld indien de
                            aanvrager niet alle overeengekomen activiteiten heeft uitgevoerd.</al><al>De Awb biedt de mogelijkheid om de subsidieverlening en
                            subsidievaststelling samen te laten vallen. In dat geval wordt meteen
                            het definitieve subsidiebedrag vastgesteld en is er geen sprake van een
                            (voorafgaande) beschikking tot subsidieverlening.</al><al/><al><vet><cursief>De uitbetaling</cursief></vet></al><al>De beschikking tot de subsidievaststelling verplicht de
                            subsidieverstrekker tot uitbetaling, tenzij de subsidie op € 0,-- wordt
                            vastgesteld. De uitbetaling is een privaatrechtelijke rechtshandeling en
                            dus geen beschikking in de zin van de Awb. Op uitbetalingen is het
                            privaatrecht van toepassing.</al><al>Bij de uitbetaling vindt een verrekening plaats met eventueel verstrekte
                            voorschotten.</al><al>In deze fase van het subsidieproces kunnen ook terugvordering van
                            voorschotten en onverschuldigd betaalde subsidies plaatsvinden.</al><al>Voor de verschillende subsidiesoorten wordt verwezen naar de toelichting
                            bij artikel 1.1. De verordening volgt de opbouw van de subsidietitel in
                            de Awb.</al><al><vet>Artikelsgewijze toelichting van de Algemene subsidieverordening
                                Schiedam 2006</vet></al><al/><divisie><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1.1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al>budgetsubsidie: een subsidie waarbij de gemeente de activiteiten
                                    die met de subsidie worden verricht inhoudelijk stuurt op
                                    prestaties en resultaten; n </al></li><li nr="b."><al>investeringssubsidie: een subsidie in de kosten van de bouw,
                                    herstel, verbouwing en uitbreiding van gebouwen of de inrichting
                                    daar van;</al></li><li nr="c."><al>waarderingssubsidie: een subsidie waarbij in beginsel geen
                                    verband bestaat tussen de kosten die de ontvanger maakt en de
                                    subsidie die zij ontvangt, bedoeld om een bepaalde activiteit of
                                    groep van activiteiten aan te moedigen dan welwaardering
                                    daarvoor kenbaar te maken. Waarderingssubsidies zijn vrijwel
                                    altijd structureel en dienen te worden aangevraagd voor 1 april
                                    voorafgaande aan het jaar waarvoor de subsidie wordt
                                    aangevraagd;</al></li><li nr="d."><al>tussentijdse subsidie: een subsidie ten behoeve van een
                                    activiteit dan wel investering die verricht wordt in het jaar
                                    waarin de subsidieaanvraag wordt gedaan. Een tussentijdse
                                    subsidie kan gedurende het hele jaar -mits niet structureel van
                                    aard; dan betreft het een waarderingssubsidie- worden
                                    aangevraagd. Een tussentijdse subsidie kan overigens wel het
                                    karakter van een waarderingssubsidie hebben;</al></li><li nr="e."><al>activiteitenplan: een overzicht dat de activiteiten waarvoor
                                    subsidie wordt aangevraagd aangeeft met de daarmee nagestreefde
                                    doelstellingen en beoogde effecten en de relatie met het
                                    gemeentelijk beleid;</al></li><li nr="f."><al>de raad: de raad van de gemeente Schiedam</al></li><li nr="g."><al>burgemeester en wethouders: burgemeester en wethouders van
                                    Schiedam.</al></li></lijst><al><vet><cursief>Subsidie</cursief></vet></al><al>Het begrip subsidie wordt in de begripsomschrijvingen niet opgenomen,
                            aangezien de Awb dit al definieert in artikel 4:21. Dit artikel bepaalt
                            dat onder subsidie wordt verstaan: "de aanspraak op financiële middelen,
                            door een bestuursorgaan verstrekt met het oog op bepaalde activiteiten
                            van de aanvrager, anders dan als betaling voor aan het bestuursorgaan
                            geleverde goederen of diensten".</al><al/><al>Deze definitie is bepalend voor beantwoording van de vraag of een </al><al>bepaalde relatie tussen de gemeente en een instelling is te kwalificeren
                            als subsidierelatie. Zo is het leveren van goederen en diensten om niet
                            of onder de kostprijs (denk aan het beschikbaar stellen van
                            (sport)accommodaties) geen subsidie. Geld van particuliere instellingen
                            en particuliere fondsen valt evenmin onder het subsidiebegrip, aangezien
                            deze instellingen geen bestuursorganen zijn. </al><al>Ook inkomensvoorzieningen op grond van de Wet Bijzondere Bijstand, de
                            Wet voorzieningen gehandicapten of de Wet individuele huursubsidies zijn
                            geen subsidies. Deze gelden worden namelijk niet verstrekt met het oog
                            op bepaalde activiteiten van de aanvrager, maar om te voorzien in de
                            kosten van het bestaan. De subsidietitel van de Awb is tenslotte ook
                            niet van toepassing op uitkeringen waarvoor een wettelijke grondslag
                            geldt en waarvan de ontvanger een publiekrechtelijke rechtspersoon is
                            (bijvoorbeeld uitkeringen van de rijksoverheid aan de andere overheden
                            en uitkeringen aan gemeenschappelijke regelingen).</al><al/><al>De verschillen tussen de genoemde subsidies zijn de volgende.</al><al/><al>Budgetsubsidies worden gekenmerkt door een primair inhoudelijke sturing
                            vanwege de gemeente op de prestaties en resultaten die met activiteiten
                            worden bereikt. Dit wordt ook wel output- of troughputsturing genoemd.
                            Strikt genomen is de omvang van de afspraken en de subsidie niet van
                            belang als criterium voor deze subsidievorm; meestal worden ze niettemin
                            toegepast bij grotere instellingen.</al><al/><al>Een investeringssubsidie is een subsidievorm die louter betrekking heeft
                            op het subsidiëren van investeringen in gebouwen, terreinen en/of
                            inrichtingen (en dus niet activiteiten). Achteraf vindt de vaststelling
                            van de subsidie plaats op basis van toegestane subsidiabele kosten.</al><al/><al>Van een waarderingssubsidie is sprake indien de gemeente niet
                            nadrukkelijk op prestaties of resultaat wil sturen. Het betreft meestal
                            kleine subsidies voor activiteiten die men (op basis van vastgesteld
                            beleid) graag wil stimuleren respectievelijk in stand wil houden. Deze
                            subsidies worden direct vastgesteld en dus niet meer achteraf
                            'afgerekend'.</al><al/><al>Het verschil tussen de voorgaande subsidies en de tussentijdse subsidie
                            is dat de eerdergenoemde subsidies aangevraagd (en toegekend) worden in
                            het jaar vóórdat de activiteiten plaats vinden en dat de tussentijdse
                            subsidie pas in het lopende begrotingsjaar wordt aangevraagd. Toekenning
                            vindt dan meestal plaats uit stelposten in de begroting. Subsidiëring
                            kan zowel in de vorm van directe vaststelling (dan lijkt het op een
                            waarderingssubsidie of op een budgetsubsidie 'zonder afrekening') als in
                            de vorm van verlening met vaststelling achteraf (dan lijkt het op een
                            investeringssubsidie of op een budgetsubsidie met 'afrekening').</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1.2</nr><titel>De aanvrager</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een subsidie kan slechts worden aangevraagd door een rechtspersoon
                                naar burgerlijk recht die zich als doel stelt de behartiging van
                                belangen op een of meer terreinen waarvoor deze verordening van
                                toepassing is, met uitzondering van openbare lichamen, die zijn
                                ingesteld krachtens de Wet gemeenschappelijke regelingen.</al></li><li nr="2."><al>Burgemeester en wethouders kunnen bepalen dat een subsidie ook kan
                                worden aangevraagd door een natuurlijke persoon of een groep
                                natuurlijke personen. De ASV 2006 biedt de mogelijkheid om zowel aan
                                natuurlijke als aan rechtspersonen subsidie toe te kennen, waarbij
                                de voorkeur uitgaat naar toekenning aan rechtspersonen.</al></li></lijst></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1.3</nr><titel>Reikwijdte</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders kunnen subsidie verlenen voor
                                    activiteiten op de volgende beleidsterreinen:</al></li><li nr="a."><al>welzijn;</al></li><li nr="b."><al>educatie;</al></li><li nr="c."><al>sport en recreatie;</al></li><li nr="d."><al>kunst en cultuur;</al></li><li nr="e."><al>belangenbehartiging;</al></li><li nr="f."><al>jeugd- en jongerenwerk;</al></li><li nr="g."><al>kinderopvang;</al></li><li nr="h."><al>emancipatie;</al></li><li nr="i."><al>maatschappelijke dienstverlening;</al></li><li nr="j."><al>volksgezondheid;</al></li><li nr="k."><al>ouderen werk;</al></li><li nr="l."><al>evenementen;</al></li><li nr="m."><al>stadspromotie en toerisme;</al></li><li nr="n."><al>intemationale samenwerking;</al></li><li nr="o."><al>natuur</al></li><li nr="p."><al>bouwen en milieu.</al></li><li nr="2"><al>Burgemeester en wethouders kunnen deze verordening van
                                    toepassing verklaren op andere dan in het eerste lid genoemde
                                    beleidsterreinen, voor zover daarvoor op de gemeentebegroting
                                    gelden zijn aangewezen.</al></li><li nr="3"><al>Burgemeester en wethouders zijn bevoegd ter zake van onderwerpen
                                    in deze verordening genoemd nadere beleidsregels te
                                    stellen.</al></li></lijst><al/><al>Deze verordening heeft het oog op de verstrekking van alle gemeentelijke
                            subsidies, tenzij hiervoor een andere verordening van toepassing is. </al><al/><al>Uitgangspunt is dat de raad gelet op haar budgetrecht het (financiële)
                            beleidskader stelt en dat de uitvoering binnen deze kaders een zaak is
                            voor het college van burgemeester en wethouders. Dit is in lijn met wat
                            met de dualisering wordt voorgestaan.</al><al/><al>Het derde lid bepaalt dat burgemeester en wethouders bevoegd zijn om
                            nadere beleidsregels vast te stellen.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1.4</nr><titel>Subsidieplafond</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders kunnen jaarlijks, al dan niet per
                                    beleidsterrein, subsidieplafonds vaststellen.</al></li><li nr="2."><al>Indien van deze bevoegdheid gebruik wordt gemaakt, bepalen
                                    burgemeester en wethouders hoe het beschikbare bedrag wordt
                                    verdeeld.</al></li></lijst><al>Bij subsidiering kan zich de situatie voordoen dat het geld op is, maar
                            dat weigering van een aanvraag niet goed mogelijk is wegens strijd met
                            de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Indien er door het
                            college een subsidieplafond is ingesteld geldt bij het bereiken hiervan
                            het principe "op is op". Het subsidieplafond is volgens artikel 4:22 van
                            de Awb het bedrag dat gedurende een bepaald tijdvak ten hoogste
                            beschikbaar is voor de verstrekking van subsidies krachtens een bepaald
                            wettelijk voorschrift.</al><al/><al>Het artikel is zo dat het college per beleidsterrein de ruimte heeft om
                            te bepalen of de noodzaak voor het vaststellen van een subsidieplafond
                            aanwezig is.</al><al/><al>Beleidsterreinen waarvoor een subsidieplafond kan worden vastgesteld
                            zijn bijvoorbeeld die in artikel 1.2 genoemd zijn. De Awb stelt aan een
                            subsidieplafond de eis dat in de subsidieverordening de mogelijkheid van
                            een subsidieplafond is opgenomen en dat verdeelregels worden opgesteld.
                            Bovendien moet het subsidieplafond vastgesteld en bekend gemaakt worden
                            voor de aanvang van het subsidietijdvak. Voor de verdeel regels zijn
                            verschillende methoden te gebruiken, variërend van procedurele ("wie het
                            eerst komt, wie het eerst maalt") tot inhoudelijke bepalingen. Deze
                            verdeelregels maken deel uit van de beleidsregels voor het betreffende
                            terrein en zijn dus niet in de ASV 2006 terug te vinden.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1.5</nr><titel>Begrotingsvoorbehoud</titel></kop><al>Indien burgemeester en wethouders besluiten subsidie te verlenen ten
                            laste van een begroting die nog niet is vastgesteld of goedgekeurd door
                            de raad, nemen zij in het besluit op dat de subsidie wordt verleend
                            onder de voorwaarde dat door de raad voldoende gelden ter beschikking
                            worden gesteld. </al><al/><al>Het begrotingsvoorbehoud is bedoeld voor situaties waarbij de
                            beschikking tot subsidieverlening uitgaat, voordat de raad de begroting
                            heeft goedgekeurd. Het voorbehoud dient ook in de beschikking tot
                            subsidieverlening te worden opgenomen uit oogpunt van
                            rechtszekerheid.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1.6</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><al>De subsidieverstrekking kan naast de in de artikelen 4:25 en 4:35 van de
                            Algemene wet bestuursrecht genoemde gevallen worden geweigerd, indien
                            gegronde redenen bestaan aan te nemen dat:</al><lijst><li nr="a."><al>de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd zich niet in
                                    hoofdzaak richten op Schiedam en de ingezetenen van Schiedam,
                                    dan wel niet ten goede komen aan de Schiedamse gemeenschap;</al></li><li nr="b."><al>de gelden niet of in onvoldoende mate besteed zullen worden voor
                                    het doel waarvoor de subsidie beschikbaar wordt gesteld;</al></li><li nr="c."><al>de aanvrager doelstellingen beoogt of activiteiten zal
                                    ontplooien die in strijd zijn met de wet, het algemeen belang of
                                    de openbare orde;</al></li><li nr="d."><al>de aanvrager ook zonder subsidie verstrekking over voldoende
                                    gelden, hetzij uit eigen middelen, hetzij uit middelen van
                                    derden kan beschikken om de kosten van de activiteiten te
                                    dekken;</al></li><li nr="e."><al>in het beoogde doel of de voorgenomen activiteiten al op andere
                                    wijze in belangrijke mate is voorzien;</al></li><li nr="f."><al>de subsidieverstrekking niet past binnen het beleid van de
                                    gemeente;</al></li><li nr="g."><al>de subsidieaanvrager gelieerd is aan een commerciële instelling
                                    die dezelfde of vergelijkbare activiteiten biedt.</al></li></lijst><al>Artikel 4:25 Awb luidt: "Een subsidie wordt geweigerd voor zover door
                            verstrekking van de subsidie het subsidieplafond zou worden
                            overschreden."</al><al>Artikel 4:35 Awb luidt:</al><al/><lijst><li nr="1."><al>De subsidieverlening kan in ieder geval worden geweigerd indien
                                    een gegronde reden bestaat om aan te nemen dat:</al></li><li nr="a."><al>de activiteiten niet of niet geheel zullen plaatsvinden;</al></li><li nr="b."><al>de aanvrager niet zal voldoen aan de aan de subsidie verbonden
                                    verplichtingen;</al></li><li nr="c."><al>de aanvrager niet op een behoorlijke wijze rekening en
                                    verantwoording zal afleggen omtrent de verrichte activiteiten en
                                    de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten, voor zover deze voor
                                    de vaststelling van de subsidie van belang zijn.</al></li><li nr="2."><al>De subsidieverlening kan voorts in ieder geval worden geweigerd
                                    indien de aanvrager:</al></li><li nr="a."><al>in het kader van de aanvraag onjuiste of onvolledige gegevens
                                    verstrekt en de verstrekking van deze gegevens tot een onjuiste
                                    beschikking op de aanvraag zou hebben geleid, of</al></li><li nr="b."><al>failliet is verklaard of aan hem surseance van betaling is
                                    verleend, dan wel een verzoek daar toe bij de rechtbank is
                                    ingediend."</al></li></lijst><al/><al>Artikel 4:25 Awb betreft het vaststellen van een subsidieplafond. Een
                            subsidieplafond is het bedrag dat gedurende een bepaald tijdvak ten
                            hoogste beschikbaar is voor de verstrekking van subsidies krachtens een
                            bepaald wettelijk voorschrift. Overschrijding van een subsidieplafond is
                            een weigeringsgrond voor subsidieverlening.</al><al/><al>In artikel 4:35 Awb is een aantal subjectieve en objectieve
                            weigeringsgronden vastgelegd. De subjectieve weigeringsgronden bieden de
                            subsidieverstrekker de gelegenheid na te gaan of er gegronde redenen
                            bestaan om aan te nemen, dat:</al><lijst><li nr="a."><al>de activiteiten niet of niet geheel zullen plaatsvinden;</al></li><li nr="b."><al>de aanvrager niet zal voldoen aan de aan de subsidie verbonden
                                    verplichtingen;</al></li><li nr="c."><al>de aanvrager niet op een behoorlijke wijze rekening en
                                    verantwoording zal afleggen omtrent de verrichte activiteiten en
                                    de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten, voorzover deze voor
                                    de vaststelling van de subsidie van belang zijn.</al></li></lijst><al/><al>De objectieve weigeringsgronden voor het weigeren van subsidies hebben
                            betrekking op frauduleus handelen (verstrekken van onjuiste of
                            onvolledige gegevens door de aanvrager) en op faillissement van de
                            aanvrager dan wel surseance van betaling.</al><al/><al>Vooral de weigeringsgrond onder f is van belang. Deze maakt het mogelijk
                            subsidies te weigeren die niet binnen het beleid van de gemeente vallen.
                            Dit kan worden uitgewerkt in algemene beleidsnota’s of beleidsnota's per
                            beleidsterrein. Van belang is dat dit beleid dient te worden
                            gepubliceerd, voor dat er een beroep op kan worden gedaan. </al><al/><al>Het komt voor dat commerciële instellingen een vereniging oprichten ten
                            einde in aanmerking te komen voor bijvoorbeeld een sportsubsidie. De
                            vereniging biedt dan dezelfde of vergelijkbare activiteiten aan tegen
                            een gereduceerd tarief dankzij de subsidie. In zo'n geval is er sprake
                            van een nauwe verbondenheid tussen de commerciële instelling en de
                            vereniging. Bij een dergelijke constructie is de subsidiering van de
                            vereniging in feite een verkapte subsidiering van de commerciële
                            instelling die aan de vereniging gelieerd is.</al><al>Die verwevenheid komt bijvoorbeeld tot uitdrukking in de deelname van de
                            eigenaar van de commerciële instelling aan het verenigingsbestuur. De
                            bepaling in artikel 1.7, sub g beoogt subsidieverlening aan dergelijke
                            verenigingen uit te sluiten.</al></divisie><divisie><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>De subsidieverlening</titel></kop><al>De artikelen 4.29 tot en met 4:36 van de Awb regelen de
                            subsidieverlening. Een beschikking tot subsidieverlening moet aan twee
                            eisen voldoen, tenzij in de subsidieverordening iets anders is bepaald.
                            De twee eisen die de Awb stelt zijn:</al><lijst><li nr="1."><al>de beschikking moet een omschrijving bevatten van de
                                    activiteiten ("iedere vorm van menselijk handelen, voor zover de
                                    overheid dat wil stimuleren") waarvoor subsidie wordt verleend;
                                    en</al></li><li nr="2."><al>het maximale subsidiebedrag óf de wijze waarop het bedrag wordt
                                    bepaald plus maximale bedrag moet in de beschikking worden
                                    vermeld.</al></li></lijst></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2.1</nr><titel>Subsidieaanvraag</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een aanvraag voor een subsidie wordt bij burgemeester en
                                    wethouders ingediend voor 1 april van het jaar, voorafgaand aan
                                    het kalenderjaar waarop de subsidie betrekking heeft.</al></li><li nr="2."><al>Een aanvraag voor een tussentijdse subsidie kan gedurende het
                                    hele jaar worden ingediend bij burgemeester en wethouders tot 8
                                    weken voordat met de activiteit waarvoor de subsidie wordt
                                    aangevraagd een begin wordt gemaakt.</al></li><li nr="3."><al>Voor zover door burgemeester en wethouders hiervoor formulieren
                                    zijn vastgesteld, dient voor het aanvragen van een subsidie
                                    gebruikt te worden gemaakt van deze formulieren.</al></li><li nr="4."><al>Bij een aanvraag worden de volgende stukken overlegd:</al></li><li nr="a."><al>een activiteitenplan;</al></li><li nr="b."><al>een begroting;</al></li><li nr="c."><al>een dekkingsplan, respectievelijk een opgave van eventueel bij
                                    anderen aangevraagde subsidie voor dezelfde activiteiten met
                                    daarbij de stand van zaken van die aanvragen;</al></li><li nr="5."><al>Bij een eerste aanvraag legt de aanvrager tevens over:</al></li><li nr="a."><al>een afschrift van de notariële akte, waarin de statuten zijn
                                    opgenomen;</al></li><li nr="b."><al>een bewijs van inschrijving in een van de door de Kamer van
                                    Koophandel gehouden registers;</al></li><li nr="c."><al>een opgave van haar bestuurssamenstelling;</al></li><li nr="d."><al>een overzicht van de financiële situatie op het moment van de
                                    aanvraag, indien mogelijk in de vorm van een jaarrekening over
                                    het voorafgaande boekjaar.</al></li><li nr="6."><al>Bij een aanvraag voor een investeringssubsidie legt de aanvrager
                                    tevens over:</al></li><li nr="a."><al>een plan tot investering en financiering;</al></li><li nr="b."><al>een specificatie of raming van de kosten;</al></li><li nr="c."><al>de raming van de gevolgen voor de exploitatie die uit de
                                    investering voortvloeien.</al></li><li nr="7."><al>Burgemeester en wethouders kunnen binnen een door hen te bepalen
                                    termijn overlegging van andere stukken of anderszins
                                    verstrekking van nadere informatie verlangen, indien zij dit ter
                                    beoordeling van de aanvraag nodig achten.</al></li><li nr="8."><al>Burgemeester en wethouders kunnen bepalen dat een of meer van de
                                    in dit artikel vermelde stukken niet hoeven worden overlegd,
                                    indien daarmee geen aantoonbaar belang is gediend of indien dit
                                    redelijkerwijs niet van de aanvrager verlangd kan worden.</al></li></lijst><al/><al>Volgens de Awb is een aanvraag "een verzoek van een belanghebbende een
                            besluit te nemen".</al><al>Een besluit is "een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan,
                            inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling".</al><al/><al>Afdeling 4.1.1 van de Awb omvat bepalingen over het indienen van de
                            aanvraag, de vereisten waaraan de aanvraag moet voldoen e.d. In de
                            subsidietitel van de Awb zijn geen extra bepalingen voor
                            subsidieaanvragen opgenomen. De Awb laat de mogelijkheid open in een
                            subsidieverordening aanvullende bepalingen op te nemen die de
                            subsidieaanvraag uitgebreider regelen.</al><al/><al>Indien een aanvraag na de in de ASV 2006 genoemde termijn wordt
                            ingediend, kunnen burgemeester en wethouders in beginsel besluiten de
                            aanvraag niet in behandeling te nemen. Bij een dergelijk besluit dienen
                            de belangen van de subsidieaanvrager echter meegewogen te worden. Indien
                            bijvoorbeeld de begrotingsprocedure nog in het beginstadium is en de
                            aanvraag zonder problemen verwerkt kan worden of indien de aanvrager
                            zwaarwegende redenen kan aanvoeren waarom zijn aanvraag niet voor een
                            bepaalde termijn is of kon worden ingediend, kan besloten worden de
                            aanvraag alsnog in behandeling te nemen.</al><al/><al>Verder is nog van belang dat burgemeester en wethouders kunnen bepalen
                            dat bepaalde stukken niet te hoeven worden ingediend om onnodige
                            administratieve last of bureaucratisering te voorkomen.</al><al/><al>De datum 1 april is gekozen, opdat de afdelingen een nauwkeurige
                            inschatting kunnen maken van het bedrag van de aangevraagde subsidies
                            ten behoeve van de financiële kadernota.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2.2</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders beslissen op een aanvraag als bedoeld
                                    in artikel 2.1 voor 31 december voorafgaande aan het jaar waarop
                                    de aanvraag betrekking heeft.</al></li><li nr="2."><al>Burgemeester en wethouders beslissen op een aanvraag voor een
                                    tussentijdse subsidie binnen 8 weken nadat de aanvraag, met de
                                    daartoe benodigde bescheiden, ontvangen is.</al></li></lijst><al/><al>De in het eerste lid genoemde termijn is dusdanig ruim gekozen dat
                            hiermee ook eventuele probleemgevallen binnen de termijn kunnen worden
                            afgehandeld. Natuurlijk kunnen burgemeester en wethouders ook eerder
                            besluiten tot het verlenen van een subsidie. Behoorlijk bestuur brengt
                            met zich mee dat ze dit indien mogelijk ook doen. Gebeurt dit voor
                            vaststelling van de begroting, dan zal op grond van artikel1.5 een
                            begrotingsvoorbehoud moeten worden opgenomen in de beschikking tot
                            subsidieverlening.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2.3</nr><titel>Overleg bij budgetsubsidies</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders treden in overleg met de aanvrager
                                    teneinde tot overeenstemming te komen omtrent de gewenste
                                    activiteiten en prestaties en de te verstrekken subsidie, tenzij
                                    hier met goedvinden van de aanvrager van wordt afgezien.</al></li><li nr="2."><al>Leidt het overleg tot overeenstemming dan kan ter uitvoering van
                                    de beschikking tot subsidieverlening een overeenkomst worden
                                    gesloten.</al></li><li nr="3."><al>Leidt het overleg niet tot overeenstemming dan wordt in het
                                    besluit melding gemaakt van de afwijkende opvatting van de
                                    aanvrager.</al></li></lijst><al/><al>Bij budgetsubsidiëring gaat het met name om het leveren van de
                            afgesproken prestaties. Hetgeen van de subsidieontvanger verlangd wordt,
                            dient in meetbare prestaties te worden uitgedrukt. Hierop is het
                            inhoudelijke overleg met name gericht.</al><al/><al>Met de grote instellingen die een budgetsubsidie ontvangen kan op grond
                            van artikel 4:36, tweede lid van de Awb een uitvoeringsovereenkomst
                            worden aangegaan (convenant). Hiertoe wordt in de beschikking tot
                            subsidieverlening het voorschrift opgenomen dat een
                            uitvoeringsovereenkomst wordt aangegaan.</al><al/><al>De uitvoeringsovereenkomst kan de beschikking niet vervangen. Het vormt
                            een bijlage bij de beschikking. De beschikking moet in ieder geval een
                            omschrijving van de activiteiten, de verplichtingen en het
                            subsidiebedrag omvatten. In de uitvoeringsovereenkomst kunnen de
                            activiteiten uitgebreid worden omschreven en kunnen meetbare
                            prestatieafspraken worden opgenomen.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2.4</nr><titel>Meerjarige budgetsubsidie</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Subsidieverlening voor een langere periode dan een jaar
                                    geschiedt door de raad.</al></li><li nr="2."><al>De periode waarvoor subsidie wordt verleend bedraagt maximaal
                                    vier jaar.</al></li><li nr="3."><al>In de beschikking tot subsidieverlening wordt aangegeven op welk
                                    bedrag de aanvrager voor ieder jaar recht heeft, dan wel op
                                    welke wijze het toegekende bedrag jaarlijks geïndexeerd
                                    wordt.</al></li><li nr="4."><al>Indien er sprake is van indexering passen burgemeester en
                                    wethouders jaarlijks het subsidiebedrag aan.</al></li></lijst><al/><al>Voor grotere instellingen is een zekere continuïteit van belang. Vandaar
                            dat in de verordening subsidieverlening voor meerdere jaren mogelijk
                            wordt gemaakt. In plaats van het college is de raad bevoegd om deze
                            subsidie te verlenen. Zou het college dit doen dan zou hier mee het
                            budgetrecht van de raad worden gefrustreerd. Ook hier kunnen ter
                            uitvoering van de beschikking overeenkomsten worden gesloten.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2.5</nr><titel>Vorming reserves en voorzieningen</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders kunnen bij de subsidieverlening in de
                            beschikking bepalingen opnemen over de vorming van reserves en
                            voorzieningen.</al><al>Dit artikel biedt de mogelijkheid bepalingen te stellen aan het vormen
                            van reserves (spaartegoeden) al dan niet voor een specifiek doel
                            (voorziening). Zie ook de bepalingen in artikel 3.8.</al></divisie><divisie><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Verplichtingen van de subsidieontvanger</titel></kop></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3.1</nr><titel>Uitvoering van activiteiten</titel></kop><al>De subsidieontvanger is verplicht de activiteiten uit te voeren die in
                            de beschikking tot subsidieverlening vermeld staan.</al><al/><al>In zijn algemeenheid verplicht een beschikking tot subsidieverlening de
                            subsidieaanvrager niet tot het daadwerkelijk uitvoeren van de
                            activiteiten waarvoor subsidie beschikbaar is gesteld. Als de aanvrager
                            de activiteiten niet uitvoert, krijgt hij niet de middelen waarop hij
                            aanspraak kon maken. Er zijn echter geen sancties voor het niet
                            uitvoeren van de overeengekomen activiteiten.</al><al/><al>De Awb biedt subsidieverstrekkers twee mogelijkheden om daadwerkelijke
                            uitvoering van activiteiten af te dwingen:</al><lijst><li nr="1."><al>de verplichting tot uitvoering van activiteiten opnemen in de
                                    subsidieverordening, of</al></li><li nr="2."><al>op grond van artikel 4:36, tweede lid een overeenkomst afsluiten
                                    met daarin een verplichting tot uitvoering van de overeengekomen
                                    activiteiten, dit kan gebeuren bij de verstrekking van
                                    budgetsubsidies.</al></li></lijst></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3.2</nr><titel>Informatieverstrekking</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De subsidieontvanger verstrekt burgemeester en wethouders tijdig
                                    informatie over feiten en ontwikkelingen die voor de
                                    subsidieverlening relevant kunnen zijn. </al></li><li nr="2."><al>Indien de voortgang van de uitvoering van de activiteiten of de
                                    realisatie van de prestaties niet correspondeert met de
                                    planning, geeft de ontvanger aan of en op welke wijze realisatie
                                    van het activiteitenplan alsnog zal worden bereikt.</al></li></lijst><al/><al>Bij de bedoelde informatie kan gedacht worden aan wijzigingen in de
                            bestuurssamenstelling en belangrijke organisatorische wijzigingen,
                            veranderingen in beleid en ontwikkelingen op het werkterrein van de
                            subsidieontvanger. Het gaat met name om zaken die voor de gemeente van
                            belang zijn om tijdig haar beleid en subsidiëring te kunnen aanpassen
                            aan nieuwe ontwikkelingen en veranderende omstandigheden.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3.3</nr><titel>Tussentijdse rapportages bij budgetsubsidies</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Uiterlijk op 1 november van het subsidie jaar doet de ontvanger
                                    verslag van de voortgang van de activiteiten in de eerste negen
                                    maanden van het jaar.</al></li><li nr="2."><al>Burgemeester en wethouders kunnen aangeven in welke vorm deze
                                    rapportage dient plaats te vinden.</al></li><li nr="3."><al>Indien gedurende het subsidiejaar aanmerkelijke verschillen
                                    tussen werkelijke en begrote uitgaven en inkomsten ontstaan,
                                    doet de ontvanger daarvan direct verslag onder vermelding van de
                                    oorzaak daarvan.</al></li></lijst><al>Lid 1</al><al>Tegenover de toegenomen vrijheid van de instellingen met betrekking tot
                            de bedrijfsvoering staat dat de gemeente zich meer zal richten op de
                            beoordeling van de geleverde prestaties.</al><al/><al>Art. 4:70 Awb luidt:</al><al>"Indien gedurende het boekjaar aanmerkelijke verschillen ontstaan of
                            dreigen te ontstaan tussen de werkelijke uitgaven en inkomsten en de
                            begrote uitgaven en inkomsten, doet de subsidieontvanger daarvan
                            onverwijld mededeling aan het bestuursorgaan onder vermelding van de
                            oorzaak van de verschillen."</al><al/><al>Het bestuursorgaan is in dit geval burgemeester en wethouders.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3.4</nr><titel>Besluiten van de subsidieontvanger</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De subsidieontvanger mag, zonder voorafgaande toestemming van
                                    burgemeester en wethouders, geen besluiten nemen over:</al></li><li nr="a."><al>het wijzigen van zijn doelstelling</al></li><li nr="b."><al>het ontbinden van zijn rechtspersoon,</al></li><li nr="c."><al>het doen van aangifte tot zijn faillissement of het aanvragen
                                    van surseance van betaling;</al></li><li nr="d."><al>het aangaan van overeenkomsten waarbij hij zich verbindt tot
                                    zekerheidstelling voor schulden van derden of waarbij hij zich
                                    als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt of zich voor een
                                    derde sterk maakt.</al></li><li nr="2"><al>De subsidieontvanger mag zonder voorafgaande toestemming van
                                    burgemeester en wethouders geen risicovolle beleggingen
                                    aangaan.</al></li><li nr="3"><al>De subsidieontvanger mag geen stille verpanding op gemeentelijke
                                    subsidies of vorderingen aangaan.</al></li><li nr="4"><al>Burgemeester en wethouders kunnen in bepaalde gevallen
                                    vastgelegd in beleidsregels van het in lid 1 tot en met 3
                                    bepaalde afwijken.</al></li></lijst><al/><al>In principe zijn de uitvoerende instellingen verantwoordelijk voor de
                            eigen bedrijfsvoering. Niettemin zijn er enkele gevallen waarbij een
                            zekere inbreuk op de handelingsvrijheid van de subsidieontvanger
                            noodzakelijk wordt gevonden. Niet dat deze vrijheid al bij voorbaat is
                            ingeperkt, maar de gemeente wil bij kunnen sturen indien zich een (te)
                            groot risico aandient. Dit artikel beoogt bijvoorbeeld te voorkomen dat
                            de subsidieontvanger zijn financiële positie tot inzet maakt van
                            risico's (bijv. het deelnemen in een andere rechtspersoon of het geven
                            van zekerheidsstelling voor schulden van derden), zonder dat dit het
                            gevolg is van de normale activiteiten van de subsidieontvanger
                            zelf.</al><al/><al>Artikel 3.4, tweede lid, verbiedt het zonder voorafgaande toestemming
                            van burgemeester en wethouders aangaan van risicovolle beleggingen. Voor
                            richtlijnen die kunnen worden gehanteerd bij het bepalen of een
                            belegging risicovol is wordt verwezen naar het Treasurystatuut van de
                            gemeente Schiedam.</al><al/><al>Artikel 3.4, derde lid, verbiedt stille verpanding. Van stille
                            verpanding is sprake als zonder medeweten van de subsidieverstrekker de
                            subsidiestroom als onderpand bij leningen wordt gebruikt. Indien de
                            afbetalingen niet op tijd plaatsvinden geeft stille verpanding de
                            betreffende bank het recht de subsidie te gebruiken voor afbetaling van
                            de lening. De subsidie wordt dan niet gebruikt voor het doel waarvoor
                            het bedoeld is. Om dit te voorkomen is in de ASV 2006 de bepaling
                            opgenomen dat stille verpanding niet is toegestaan.</al><al/><al>Gewezen wordt op artikel 4:71 Awb. Dit artikel luidt -voor zover van
                            belang- als volgt:</al><lijst><li nr="1."><al>Indien dit bij wettelijk voorschrift of bij de subsidieverlening
                                    is bepaald, behoeft de subsidieontvanger de toestemming van het
                                    bestuursorgaan voor ……………;</al></li><li nr="2."><al>Het bestuursorgaan beslist binnen vier weken omtrent de
                                    toestemming.</al></li><li nr="3."><al>De beslissing kan eenmaal voor ten hoogste vier weken worden
                                    verdaagd.</al></li><li nr="4."><al>lndien omtrent de toestemming niet tijdig is beslist, wordt de
                                    toestemming geacht te zijn verleend."</al></li></lijst></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3.5</nr><titel>Inzage in administratie</titel></kop><al>De subsidieontvanger verleent op verzoek van burgemeester en wethouders
                            inzage in de administratie en verstrekt de inlichtingen die voor de
                            beoordeling van de doelmatigheid en de rechtmatigheid van de besteding
                            van de subsidie van belang zijn. </al><al>Dit artikel spreekt voor zich.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3.6</nr><titel>Onderzoek</titel></kop><al>De subsidieontvanger verleent de nodige medewerking indien door
                            burgemeester en wethouders en de Rekenkamercommissie of na overleg met
                            burgemeester en wethouders door andere overheden onderzoeken worden
                            ingesteld.</al><al/><al>Dit artikel spreekt voor zich.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3.7</nr><titel>Verzekering</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De subsidieontvanger is verplicht zijn roerende en onroerende
                                    zaken behoorlijk te verzekeren en verzekerd te houden.</al></li><li nr="2."><al>De subsidieontvanger is verplicht zijn wettelijke
                                    aansprakelijkheid ten opzichte van derden te dekken door
                                    afsluiting van een verzekering voor de onder zijn
                                    verantwoordelijkheid werkende vrijwilligers en in dienst zijnde
                                    personeel. Burgemeester en wethouders kunnen van deze
                                    verplichting in bepaalde gevallen vastgelegd in beleidsregels
                                    vrijstelling verlenen.</al></li><li nr="3."><al>Burgemeester en wethouders kunnen in voorkomende gevallen aan de
                                    subsidieontvanger de verplichting opleggen zich genoegzaam te
                                    verzekeren tegen andere risico's, een en ander ter beoordeling
                                    van burgemeester en wethouders.</al></li></lijst><al>De subsidieontvanger dient verzekerd te zijn tegen schade en wettelijke
                            aansprakelijkheid om te voorkomen dat subsidiegelden daaraan besteed
                            worden.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3.8</nr><titel>Vergoeding vermogensvorming</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In de gevallen bedoeld in artikel 4:41, tweede lid van de
                                    Algemene wet bestuursrecht is de subsidieontvanger aan
                                    burgemeester en wethouders een vergoeding van de vermogens
                                    waarden verschuldigd, voor zover deze vermogenswaarden zijn
                                    opgebouwd door middel van gemeentelijke subsidies.</al></li><li nr="2."><al>De wijze waarop de hoogte van de vergoeding wordt bepaald, wordt
                                    vermeld in de beschikking tot verlening, vaststelling of
                                    beëindiging van de subsidie.</al></li><li nr="3."><al>Bij de bepaling van de hoogte van de vergoeding wordt uitgegaan
                                    van de waarde van de goederen op het tijdstip waarop de
                                    vergoeding verschuldigd wordt, met dien verstande dat in geval
                                    van ontvangst van schadevergoeding voor verlies of beschadiging
                                    van goederen wordt uitgegaan van het bedrag dat als
                                    schadevergoeding door de subsidieontvanger wordt ontvangen.</al></li><li nr="4."><al>Indien het onroerende zaken betreft, geschiedt de waardebepaling
                                    door een onafhankelijke deskundige.</al></li></lijst><al/><al>Artikel 4:41 Awb bepaalt dat "de subsidieontvanger, voor zover het
                            verstrekken van de subsidie heeft geleid tot vermogensvorming, daarvoor
                            een vergoeding verschuldigd is aan het bestuursorgaan, mits:</al><lijst><li nr="a."><al>dit bij wettelijk voorschrift of, indien de subsidie niet op een
                                    wettelijk voorschrift berust, bij de subsidieverlening is
                                    bepaald, en</al></li><li nr="b."><al>daarbij is aangegeven hoe de hoogte van de vergoeding wordt
                                    bepaald".</al></li></lijst><al/><al>Door het opnemen van artikel 3.8 in de subsidieverordening wordt het
                            mogelijk een vergoeding voor eventuele vermogensvorming te vragen aan de
                            subsidieontvanger. Indien de vermogensvorming uitsluitend door het eigen
                            spaargeld van een vereniging is opgebouwd, kan er geen sprake zijn van
                            het vragen van een vergoeding (bijvoorbeeld een sportvereniging die
                            gespaard heeft voor een nieuwe kantine). In het tweede lid van artikel
                            4:41 Awb wordt bepaald dat de vergoeding voor vermogensvorming slechts
                            verschuldigd is, indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de subsidieontvanger voor de gesubsidieerde activiteiten
                                    gebruikte of bestemde goederen vervreemdt of bezwaart of de
                                    bestemming daarvan wijzigt;</al></li><li nr="b."><al>de subsidieontvanger een schadevergoeding ontvangt voor verlies
                                    of beschadiging van voor de gesubsidieerde activiteiten
                                    gebruikte of bestemde goederen;</al></li><li nr="c."><al>de gesubsidieerde activiteiten geheel of gedeeltelijk worden
                                    beëindigd;</al></li><li nr="d."><al>de subsidieverlening of de subsidievaststelling wordt
                                    ingetrokken of de subsidie wordt beëindigd, of</al></li><li nr="e."><al>de rechtspersoon die de subsidie ontving wordt ontbonden.</al></li></lijst><al/><al>De vergoeding dient te worden vastgesteld "binnen een jaar nadat het
                            bestuursorgaan op de hoogte is gekomen of kon zijn van de gebeurtenis
                            die het recht op vergoeding deed ontstaan, doch in ieder geval binnen
                            vijf jaren na de bekendmaking van de laatste beschikking tot
                            subsidievaststelling" (artikel 4:41, derde lid Awb).</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3.9</nr><titel>Invloed en klachtenregeling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De subsidieontvanger betrekt de deelnemers, vrijwilligers en
                                    werknemers bij het beleid van haar organisatie.</al></li><li nr="2."><al>Burgemeester en wethouders kunnen de subsidieontvanger
                                    verplichten een klachtenregeling in te stellen.</al></li></lijst><al/><al>Het college kan het bepaalde in het eerste en tweede lid opleggen indien
                            dit naar haar oordeel van belang is om het doel van de subsidie te
                            helpen verwezenlijken.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3.10</nr><titel>Bestuurssamenstelling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders kunnen een organisatie die subsidie
                                    aanvraagt aanbevelingen doen omtrent de samenstelling van haar
                                    bestuur.</al></li><li nr="2."><al>Worden deze aanbevelingen niet gevolgd dan kunnen burgemeester
                                    en wethouders deze aanbeveling als verplichting aan de subsidie
                                    verbinden.</al></li></lijst><al/><al>Volgens artikel 4:39 van de Algemene wet bestuursrecht kunnen
                            verplichtingen die niet strekken tot verwezenlijking van het doel van de
                            subsidie slechts aan de subsidie worden verbonden, voor zover dit bij
                            wettelijk voorschrift is bepaald. Vandaar dat deze twee bepalingen in
                            deze verordening (=wettelijk voorschrift) worden opgenomen.</al><al>Bij artikel 3.10 kan gedacht worden aan de eis dat het bestuur van een
                            wijkvereniging een afspiegeling vormt van de bevolkingssamenstelling van
                            die wijk.</al></divisie><divisie><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>De subsidievaststelling</titel></kop></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4.1</nr><titel>Vaststelling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De aanvraag voor de subsidievaststelling (het financiële en
                                    inhoudelijke jaarverslag) dient te worden ingediend voor 1 mei
                                    na afloop van het jaar, volgend op het subsidiejaar. Met deze
                                    wijziging wordt een verruiming van de termijn aangebracht. Dat
                                    is redelijk, maar ook noodzakelijk. Daarmee hebben de instelling
                                    meer respijt en tijd om de benodigde stukken op orde te
                                    krijgen.</al></li><li nr="2."><al>Burgemeester en wethouders stellen de subsidie vast binnen acht
                                    weken nadat de aanvraag daartoe is ontvangen.</al></li><li nr="3."><al>Burgemeester en wethouders kunnen de in het tweede lid bedoelde
                                    termijn met ten hoogste acht weken verlengen. Van deze
                                    verlenging doen zij mededeling aan de subsidieontvanger die de
                                    aanvraag tot vaststelling heeft ingediend.</al></li><li nr="4."><al>De subsidie kan geheel of gedeeltelijk ambtshalve worden
                                    vastgesteld binnen 16 weken na afloop van de activiteiten of het
                                    tijdvak waarvoor de subsidie is verleend, tenzij bij de
                                    subsidieverlening een andere termijn is gesteld.</al></li><li nr="5."><al>Burgemeester en wethouders kunnen, zonder waarschuwing vooraf,
                                    een korting opleggen van 20% op het verleende subsidiebedrag
                                    indien de termijn van aanvraag zoals bedoeld in artikel 4:44,
                                    derde lid van de Algemene wet bestuursrecht, tot
                                    subsidievaststelling is verstreken. De korting kan met 5% worden
                                    verhoogd voor elke week dat de aanvraag tot vaststelling niet
                                    door burgemeester en wethouders is ontvangen tot een maximum van
                                    50% van de verleende subsidie. Blijft de aanvraag tot
                                    subsidievaststelling achterwege dan wordt de subsidie op nihil
                                    vastgesteld.</al></li></lijst><al/><al>Het vierde lid van dit artikel biedt de mogelijkheid een subsidie
                            ambtshalve te laten vaststellen. Ambtshalve vaststelling van subsidies
                            is relevant in situaties waarin er geen reden is een afzonderlijk
                            verzoek tot vaststelling te laten doen. Bijvoorbeeld als de gegevens die
                            nodig zijn voor de vaststelling van de subsidie tussentijds al verkregen
                            zijn.</al><al/><al>Daarnaast is ambtshalve vaststelling van belang, wanneer sprake is van
                            intrekking of wijziging van de subsidieverlening of -vaststelling of
                            wanneer een aanvraag tot subsidievaststelling binnen de daarvoor
                            vastgestelde termijn uitblijft.</al><al/><al>Subsidieontvangers hebben de verplichting tijdig te melden indien ze
                            niet aan de overeengekomen activiteiten kunnen voldoen. De vakafdeling
                            heeft op grond van deze gegevens een behoorlijk inzicht voor welk bedrag
                            er aan subsidies zal worden vastgesteld op het moment dat ze deze
                            gegevens dient aan te leveren voor de jaarrekening.</al><al/><al>Het vijfde lid bepaalt dat, nadat de door het bestuursorgaan
                            vastgestelde termijn voor het indienen van de aanvraag is verstreken en
                            geen aanvraag is ingediend, burgemeester en wethouders zonder
                            waarschuwing vooraf een korting op kunnen leggen. Met de toevoeging van
                            dit lid hebben burgemeester en wethouders een middel om druk op de
                            instellingen uit te oefenen om de benodigde gegevens te overleggen.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4.2</nr><titel>Gegevens bij de aanvraag tot vaststelling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De subsidieontvanger voldoet aan de in artikel 4:45, eerste lid
                                    van de Algemene wet bestuursrecht bedoelde verplichting door een
                                    door het bestuur gewaarmerkt verslag van de activiteiten te
                                    overleggen. Het verslag bevat in ieder geval:</al></li><li nr="a."><al>een beschrijving van de aard en de omvang van de
                                    activiteiten;</al></li><li nr="b."><al>een vergelijking tussen de nagestreefde en gerealiseerde
                                    doelstellingen; en</al></li><li nr="c."><al>een toelichting op de verschillen.</al></li><li nr="2."><al>De subsidieontvanger voldoet aan de in artikel 4:45, tweede lid
                                    van de Algemene wet bestuursrecht bedoelde verplichting door een
                                    door het bestuur gewaarmerkte rekening van baten en lasten en
                                    een balans met een toelichting daarop te overleggen.</al></li><li nr="3."><al>Indien zulks naar het oordeel van burgemeester en wethouders
                                    nodig is, legt de subsidieontvanger naast de in het eerste en
                                    tweede lid genoemde gegevens tevens een verklaring van een
                                    accountant over.</al></li><li nr="4."><al>Burgemeester en wethouders kunnen vrijstelling verlenen van een
                                    of meer onderdelen van het eerste en tweede lid, indien naleving
                                    daarvan redelijkerwijs niet verlangd kan worden of daarmee geen
                                    aantoonbaar belang is gediend.</al></li></lijst><al/><al>Artikel 4:45 Awb luidt:</al><lijst><li nr="1."><al>Bij de aanvraag tot subsidievaststelling toont de aanvrager aan
                                    dat de activiteiten hebben plaatsgevonden overeenkomstig de aan
                                    de subsidie verbonden verplichtingen, tenzij de subsidie voor de
                                    aanvang van de activiteiten wordt vastgesteld.</al></li><li nr="2."><al>Bij de aanvraag tot subsidievaststelling legt de aanvrager
                                    rekening en verantwoording af omtrent de aan de activiteiten
                                    verbonden uitgaven en inkomsten, voorzover deze voor de
                                    vaststelling van de subsidie van belang zijn."</al></li></lijst><al/><al><vet><cursief>Intrekking en wijziging van subsidies</cursief></vet></al><al>Na de afdeling over de vaststelling van subsidies volgt in de Awb
                            afdeling 4.2.6 Intrekking en wijziging. Deze bevat een aantal dwingende
                            bepalingen over intrekking en wijziging van de subsidie. Van deze
                            bepalingen mag niet worden afgeweken. Deze bepalingen zijn rechtstreeks
                            van toepassing op de subsidieverstrekking en derhalve niet in de
                            verordening overgenomen.</al><al/><al>Artikel 4:48 Awb bepaalt:</al><lijst><li nr="1."><al>Zolang de subsidie niet is vastgesteld kan het bestuursorgaan de
                                    subsidieverlening intrekken of ten nadele van de
                                    subsidieontvanger wijzigen, indien:</al></li><li nr="a."><al>de activiteiten waarvoor subsidie is verleend niet of niet
                                    geheel hebben plaatsgevonden of zullen plaatsvinden;</al></li><li nr="b."><al>de subsidieontvanger niet heeft voldaan aan de aan de subsidie
                                    verbonden verplichtingen;</al></li><li nr="c."><al>de subsidieontvanger onjuiste of onvolledige gegevens heeft
                                    verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens
                                    tot een andere beschikking op de aanvraag tot subsidieverlening
                                    zou hebben geleid;</al></li><li nr="d."><al>de subsidieverlening anderszins onjuist was en de
                                    subsidieontvanger dit wist of behoorde te weten, of</al></li><li nr="e."><al>met toepassing van artikel 4:34, vijfde lid, een beroep wordt
                                    gedaan op de voorwaarde dat voldoende gelden ter beschikking
                                    worden gesteld.</al></li><li nr="2."><al>De intrekking of wijziging werkt terug tot en met het tijdstip
                                    waarop de subsidie is verleend, tenzij bij de intrekking of
                                    wijziging anders is bepaald.</al></li></lijst><al/><al>Dus de subsidie kan komen te vervallen of lager uitvallen dan gevraagd,
                            als de activiteiten niet doorgaan, de subsidieontvanger zich niet aan
                            zijn verplichten houdt of frauduleus handelt.</al><al/><al>Artikel 4:34 Awb heeft betrekking op de begrotingsvoorwaarde en het
                            beroep hierop. De begrotingsvoorwaarde is terug te vinden in artikel1.5
                            van deze verordening.</al><al/><al>Artikel 4:49 Awb bepaalt:</al><lijst><li nr="1."><al>Het bestuursorgaan kan de subsidievaststelling intrekken of ten
                                    nadele van de ontvanger wijzigen:</al></li><li nr="a."><al>op grond van feiten of omstandigheden waarvan het bij de
                                    subsidievaststelling redelijkerwijs niet op de hoogte kon zijn
                                    en op grond waarvan de subsidie lager dan overeenkomstig de
                                    subsidieverlening zou zijn vastgesteld;</al></li><li nr="b."><al>indien de subsidievaststelling onjuist was en de
                                    subsidieontvanger dit wist of behoorde te weten, of</al></li><li nr="c."><al>indien de subsidieontvanger na de subsidievaststelling niet
                                    heeft voldaan aan de aan de subsidie verbonden
                                    verplichtingen.</al></li><li nr="2"><al>De intrekking of wijziging werkt terug tot en met het tijdstip
                                    waarop de subsidie is verleend, tenzij bij de intrekking of
                                    wijziging anders is bepaald.</al></li><li nr="3"><al>De subsidievaststelling kan niet meer worden ingetrokken of ten
                                    nadele van de ontvanger worden gewijzigd, indien vijf jaren zijn
                                    verstreken sedert de dag waarop zij is bekendgemaakt dan wel, in
                                    het geval, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, sedert de dag
                                    waarop de handeling in strijd met de verplichting is verricht of
                                    de dag waarop aan de verplichting had moeten zijn voldaan.</al></li></lijst><al/><al>Artikel 4:50 Awb bepaalt:</al><lijst><li nr="1."><al> Zolang de subsidie niet is vastgesteld kan het bestuursorgaan
                                    de subsidieverlening met inachtneming van een redelijke termijn
                                    intrekken of ten nadele van de subsidieontvanger wijzigen:</al></li><li nr="a."><al>voorzover de subsidieverlening onjuist is;</al></li><li nr="b."><al>voorzover veranderde omstandigheden of gewijzigde inzichten zich
                                    in overwegende mate tegen voortzetting of ongewijzigde
                                    voortzetting van de subsidie verzetten, of</al></li><li nr="c."><al>in andere bij wettelijk voorschrift geregelde gevallen.</al></li><li nr="2."><al>Bij intrekking of wijziging op grond van het eerste lid,
                                    onderdeel a of b, vergoedt het bestuursorgaan de schade die de
                                    subsidieontvanger lijdt doordat hij in vertrouwen op de subsidie
                                    anders heeft gehandeld dan hij zonder subsidie zou hebben
                                    gedaan.</al></li></lijst><al/><al>Artikel 4:51 Awb bepaalt:</al><lijst><li nr="1."><al>Indien aan een subsidieontvanger voor drie of meer
                                    achtereenvolgende jaren subsidie is verstrekt voor dezelfde of
                                    in hoofdzaak dezelfde voortdurende activiteiten geschiedt gehele
                                    of gedeeltelijke weigering van de subsidie voor een daarop
                                    aansluitend tijdvak op de grond, dat veranderde omstandigheden
                                    of gewijzigde inzichten zich tegen voortzetting of ongewijzigde
                                    voortzetting van de subsidie verzetten, slechts met inachtneming
                                    van een redelijke termijn.</al></li><li nr="2."><al>Voorzover aan het einde van het tijdvak waarvoor subsidie is
                                    verleend sedert de bekendmaking van het voornemen tot weigering
                                    voor een daarop aansluitend tijdvak nog geen redelijke termijn
                                    is verstreken, wordt de subsidie voor het resterende deel van
                                    die termijn verleend, zo nodig in afwijking van artikel 4:25,
                                    tweede lid.</al></li></lijst><al/><al>Artikel 4:25, tweede lid betreft een weigering vanwege het overschrijden
                            van een subsidieplafond.</al></divisie><divisie><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Betaling en bevoorschotting</titel></kop><al>De artikelen 4:52 tot en met 4:57 Awb hebben betrekking op de betaling
                            en terugvordering van subsidies. Bepaald wordt dat het subsidiebedrag
                            overeenkomstig de subsidievaststelling moet worden uitbetaald onder
                            verrekening van eventuele voorschotten. De verplichting tot betaling
                            wordt opgeschort, indien de subsidieverstrekker de subsidieontvanger
                            schriftelijk zijn ernstige vermoeden meedeelt dat er grond bestaat voor
                            het toepassen van artikel 4:48 of 4:49 Awb. </al><al/><al>Binnen vijf jaar na de subsidievaststelling of het niet nakomen van zijn
                            verplichtingen door de subsidieontvanger kunnen onverschuldigd betaalde
                            subsidiebedragen en voorschotten teruggevorderd worden.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>5.1</nr><titel>Bevoorschotting</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders kunnen voorschotten als bedoeld in
                                    artikel 4:54 van de Algemene wet bestuursrecht verlenen.</al></li><li nr="2."><al>Indien er geen gebruik is gemaakt van de mogelijkheid tot
                                    bevoorschotting, kunnen burgemeester en wethouders bij de
                                    subsidie vaststelling bepalen dat het subsidiebedrag in
                                    gedeelten wordt betaald. </al></li></lijst><al/><al>Het subsidiebedrag kan in gedeelten worden betaald, mits in de
                            verordening of in de beschikking tot subsidieverlening (dan wel bij het
                            ontbreken hiervan de beschikking tot subsidievaststelling) is aangegeven
                            hoe de gedeelten worden berekend en op welke tijdstippen zij worden
                            betaald.</al><al/><al>Ook kunnen voorschotten worden verstrekt, mits deze mogelijkheid in de
                            verordening is opgenomen, zoals bij dit artikel is gebeurd.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>5.2</nr><titel>Betaling</titel></kop><al>Het subsidiebedrag wordt binnen zes weken na de subsidievaststelling
                            betaald.</al><al/><al>Als uitbetalingstermijn houdt de Awb vier weken aan. Van deze termijn
                            kan worden afgeweken, indien dit in de verordening is vastgelegd.</al></divisie><divisie><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6</nr><titel>Overgangs- en slotbepalingen</titel></kop></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>6.1</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In bijzondere gevallen en voor zover de toepassing van de
                                        bepalingen van deze verordening leidt tot een bijzondere
                                        hardheid zijn burgemeester en wethouders bevoegd te
                                        beslissen in afwijking van deze verordening.</al></li><li nr="2."><al>In gevallen waarin deze verordening niet voorziet beslissen
                                        burgemeester en wethouders. </al></li></lijst><al/><al>Er kunnen zich gevallen voordoen waarin de toepassing van deze
                                verordening ongewenste effecten heeft. Burgemeester en wethouders
                                hebben de bevoegdheid in die gevallen van een of meer bepalingen van
                                deze verordening af te wijken.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>6.2</nr><titel>Rijkssubsidies</titel></kop><al>Indien de rijksoverheid aan het beschikbaar stellen van specifieke
                                bijdragen voorwaarden verbindt, die afwijken van de bepalingen in
                                deze verordening, prevaleren de rijksvoorschriften. </al><al/><al>Het komt voor, dat de gemeente van een of meerdere ministeries
                                financiële middelen ontvangt of kan ontvangen voor bepaalde,
                                specifieke activiteiten. Vaak verbindt de rijksoverheid daaraan
                                voorwaarden met betrekking tot de aanvraag, tussentijdse rapportages
                                of verantwoording. Deze voorwaarden kunnen afwijken van de
                                bepalingen in de verordening, bijvoorbeeld ten aanzien van de
                                termijnen. Indien sprake is van tegenstrijdigheid of
                                onverenigbaarheid, gaan de voorwaarden verbonden aan de
                                rijksmiddelen, boven de bepalingen van deze verordening.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>6.3</nr><titel>Intrekking en overgangsbepaling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De "Algemene subsidieverordening 2000" vastgesteld in de
                                        raad van 4 oktober 1999 wordt ingetrokken.</al></li><li nr="2."><al>De bepalingen van de in het eerste lid genoemde verordening
                                        blijven van kracht voor zover dat noodzakelijk is voor de
                                        vaststelling en afrekening van in voorgaande jaren op grond
                                        van die verordening verleende subsidies.</al></li></lijst><al/><al>Lid 2 van deze bepaling is nodig om zeker te stellen dat vaststellen
                                van en geschillen over subsidies die tot 1 januari 2006 zijn
                                toegekend, afgehandeld worden met toepassing van de tot die datum
                                geldende verordening.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>6.4</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2006</al><al>Deze datum is gekozen aangezien de meeste subsidies per kalenderjaar
                                worden verstrekt.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>6.5</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als "Algemene subsidie
                                verordening Schiedam 2006" of als “ASV Schiedam 2006”.</al><al/><al>Dit artikel spreekt voor zichzelf.</al><al/><al><vet>Tekst van subsidietitel van de Algemene wet
                                bestuursrecht</vet></al><al/><al><vet><cursief>TITEL 4.2 SUBSIDIES</cursief></vet></al><al/><al>AFDELING 4.2.1 INLEIDENDE BEPALINGEN</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4:21</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>Onder subsidie wordt verstaan: de aanspraak op financiële
                                    middelen, door een bestuursorgaan verstrekt met het oog op
                                    bepaalde activiteiten van de aanvrager, anders dan als betaling
                                    voor aan het bestuursorgaan geleverde goederen of diensten.</al></li><li nr="2."><al>Deze titel is niet van toepassing op aanspraken of
                                    verplichtingen die voortvloeien uit een wettelijk voorschrift
                                    inzake belastingen of de heffing van een premie dan wel een
                                    premievervangende belasting ingevolge de Wet financiering
                                    volksverzekeringen.</al></li><li nr="3."><al>Deze titel is niet van toepassing op de aanspraak op financiële
                                    middelen die wordt verstrekt op grond van een wettelijk
                                    voorschrift dat uitsluitend voorziet in verstrekking aan
                                    rechtspersonen die krachtens publiekrecht zijn ingesteld.</al></li><li nr="4."><al>Deze titel is van overeenkomstige toepassing op de bekostiging
                                    van het onderwijs en onderzoek.</al></li></lijst></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4:22</nr></kop><al>Onder subsidieplafond wordt verstaan: het bedrag dat gedurende een
                                bepaald tijdvak ten hoogste beschikbaar is voor de verstrekking van
                                subsidies krachtens een bepaald wettelijk voorschrift.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4:23</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>Een bestuursorgaan verstrekt slechts subsidie op grond van een
                                    wettelijk voorschrift dat regelt voor welke activiteiten
                                    subsidie kan worden verstrekt.</al></li><li nr="2."><al>Indien een zodanig wettelijk voorschrift is opgenomen in een
                                    niet op een wet berustende algemene maatregel van bestuur,
                                    vervalt dat voorschrift vier jaren nadat het in werking is
                                    getreden, tenzij voor dat tijdstip een voorstel van wet bij de
                                    Staten-Generaal is ingediend waarin de subsidie wordt
                                    geregeld.</al></li><li nr="3."><al>Het eerste lid is niet van toepassing:</al><lijst><li nr="a."><al>in afwachting van de totstandkoming van een wettelijk
                                    voorschrift gedurende ten hoogste een jaar of totdat een binnen
                                    dat jaar bij de Staten-Generaal ingediend wetsvoorstel is
                                    verworpen of tot wet is verheven en in werking is getreden;</al></li><li nr="b."><al>indien de subsidie rechtstreeks op grond van een door de Raad
                                    van de Europese Unie, het Europees Parlement en de Raad
                                    gezamenlijk of de Commissie van de Europese Gemeenschappen
                                    vastgesteld programma wordt verstrekt;</al></li><li nr="c."><al>indien de begroting de subsidieontvanger en het bedrag waarop de
                                    subsidie ten hoogste kan worden vastgesteld, vermeldt, of</al></li><li nr="d."><al>in incidentele gevallen, mits de subsidie voor ten hoogste vier
                                    jaren wordt verstrekt.</al></li><li nr="e."><al>Het bestuursorgaan publiceert jaarlijks een verslag van de
                                    verstrekking van subsidies met toepassing van het derde lid,
                                    onderdelen a en d.</al></li></lijst></li></lijst></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4:24</nr></kop><al>Indien een subsidie op een wettelijk voorschrift berust, wordt ten
                                minste eenmaal in de vijf jaren een verslag gepubliceerd over de
                                doeltreffendheid en de effecten van de subsidie in de praktijk,
                                tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald.</al></divisie><divisie><kop><label>AFDELING</label><nr>4.2.2</nr><titel>HET SUBSIDIEPLAFOND</titel></kop></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4:25</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>Een subsidieplafond kan slechts bij of krachtens wettelijk
                                    voorschrift worden vastgesteld.</al></li><li nr="2."><al>Een subsidie wordt geweigerd voor zover door verstrekking van de
                                    subsidie het subsidieplafond zou worden overschreden.</al></li><li nr="3."><al>Indien niet tijdig, dan wel in bezwaar of beroep of ter
                                    uitvoering van een rechterlijke uitspraak omtrent verstrekking
                                    wordt beslist, geldt de verplichting van het tweede lid slechts
                                    voor zover zij ook gold op het tijdstip, waarop de beslissing in
                                    eerste aanleg werd genomen of had moeten worden genomen.</al></li></lijst></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4:26</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>Bij of krachtens wettelijk voorschrift wordt bepaald hoe het
                                    beschikbare bedrag wordt verdeeld.</al></li><li nr="2."><al>Bij de bekendmaking van het subsidieplafond wordt de wijze van
                                    verdeling vermeld.</al></li></lijst></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4:27</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>Het subsidieplafond wordt bekendgemaakt voor de aanvang van het
                                    tijdvak waarvoor het is vastgesteld.</al></li><li nr="2."><al>Indien het subsidieplafond of een verlaging daarvan later wordt
                                    bekendgemaakt, heeft deze bekendmaking geen gevolgen voor
                                    voordien ingediende aanvragen.</al></li></lijst></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4:28</nr></kop><al>Artikel 4:27, tweede lid, is niet van toepassing, indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de aanvragen voor het tijdvak waarvoor het subsidieplafond
                                        is vastgesteld ingevolge wettelijk voorschrift moeten worden
                                        ingediend op een tijdstip waarop de begroting nog niet is
                                        vastgesteld of goedgekeurd;</al></li><li nr="b."><al>het een verlaging betreft die voortvloeit uit de
                                        vaststelling of goedkeuring van de begroting, en</al></li><li nr="c."><al>bij de bekendmaking van het subsidieplafond is gewezen op de
                                        mogelijkheid van verlaging en de gevolgen daarvan voor reeds
                                        ingediende aanvragen.</al></li></lijst><al/><al><vet>AFDELING 4.2.3 DE SUBSIDIEVERLENING</vet></al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4:29</nr></kop><al>Tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald kan voorafgaand
                                aan een subsidievaststelling een beschikking omtrent
                                subsidieverlening worden gegeven, indien een aanvraag daartoe is
                                ingediend voor de afloop van de activiteit of het tijdvak waarvoor
                                de subsidie wordt gevraagd.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4:30</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>De beschikking tot subsidieverlening bevat een omschrijving van
                                    de activiteiten waarvoor subsidie wordt verleend.</al></li><li nr="2."><al>De omschrijving kan later worden uitgewerkt, voor zover de
                                    beschikking tot subsidieverlening dit vermeldt.</al></li></lijst></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4:31</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>De beschikking tot subsidieverlening vermeldt het bedrag van de
                                    subsidie, dan wel de wijze waarop dit bedrag wordt bepaald.</al></li><li nr="2."><al>Indien de beschikking tot subsidieverlening het bedrag van de
                                    subsidie niet vermeldt, vermeldt zij het bedrag waarop de
                                    subsidie ten hoogste kan worden vastgesteld, tenzij bij
                                    wettelijk voorschrift anders is bepaald.</al></li></lijst></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4:32</nr></kop><al>Een subsidie in de vorm van een periodieke aanspraak op financiële
                                middelen wordt verleend voor een bepaald tijdvak, dat in de
                                beschikking tot subsidieverlening wordt vermeld.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4:33</nr></kop><al>Een subsidie kan niet worden verleend onder de voorwaarde dat
                                uitsluitend het bestuursorgaan of uitsluitend de subsidieontvanger
                                een bepaalde handeling verricht, tenzij het betreft de voorwaarde
                                dat:</al><lijst><li nr="a."><al>de subsidieontvanger medewerkt aan de totstandkoming van een
                                        overeenkomst ter uitvoering van de beschikking tot
                                        subsidieverlening, of</al></li><li nr="b."><al>de subsidieontvanger aantoont dat een gebeurtenis, niet
                                        zijnde een handeling van het bestuursorgaan of van de
                                        subsidieontvanger, heeft plaatsgevonden.</al></li></lijst></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4:34</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>Voor zover een subsidie wordt verleend ten laste van een
                                    begroting die nog niet is vastgesteld of goedgekeurd, kan zij
                                    worden verleend onder de voorwaarde dat voldoende gelden ter
                                    beschikking worden gesteld.</al></li><li nr="2."><al>De voorwaarde kan niet worden gesteld, voor zover zulks
                                    voortvloeit uit het wettelijk voorschrift waarop de subsidie
                                    berust.</al></li><li nr="3."><al>De voorwaarde vervalt, indien het bestuursorgaan daarop niet
                                    binnen vier weken na de vaststelling of goedkeuring van de
                                    begroting een beroep heeft gedaan.</al></li><li nr="4."><al>Het beroep op de voorwaarde geschiedt bij een subsidie voor een
                                    activiteit die door het bestuursorgaan ook in het voorafgaande
                                    begrotingsjaar werd gesubsidieerd door een intrekking wegens
                                    veranderde omstandigheden overeenkomstig artikel 4:50.</al></li><li nr="5."><al>In andere gevallen geschiedt het beroep op de voorwaarde door
                                    een intrekking overeenkomstig artikel 4:48, eerste lid.</al></li></lijst></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4:35</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>De subsidieverlening kan in ieder geval worden geweigerd indien
                                    een gegronde reden bestaat om aan te nemen dat:</al><lijst><li nr="a."><al>de activiteiten niet of niet geheel zullen plaatsvinden;</al></li><li nr="b."><al>de aanvrager niet zal voldoen aan de aan de subsidie verbonden
                                    verplichtingen;</al></li><li nr="c."><al>de aanvrager niet op een behoorlijke wijze rekening en
                                    verantwoording zal afleggen omtrent de verrichte activiteiten en
                                    de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten, voor zover deze voor
                                    de vaststelling van de subsidie van belang zijn.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De subsidieverlening kan voorts in ieder geval worden geweigerd
                                    indien de aanvrager:</al><lijst><li nr="a."><al>in het kader van de aanvraag onjuiste of onvolledige gegevens
                                    heeft verstrekt en de verstrekking van deze gegevens tot een
                                    onjuiste beschikking op de aanvraag zouden hebben geleid,
                                    of</al></li><li nr="b."><al>failliet is verklaard of aan hem surseance van betaling is
                                    verleend, dan wel een verzoek daartoe bij de rechtbank is
                                    ingediend.</al></li></lijst></li></lijst></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4:36</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>Ter uitvoering van de beschikking tot subsidieverlening kan een
                                    overeenkomst worden gesloten.</al></li><li nr="2."><al>Tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald of de aard
                                    van de subsidie zich daartegen verzet, kan in de overeenkomst
                                    worden bepaald dat de subsidieontvanger verplicht is de
                                    activiteiten te verrichten waarvoor de subsidie is
                                    verleend.</al></li></lijst></divisie><divisie><kop><label>AFDELING</label><nr>4.2.4</nr><titel>VERPLICHTINGEN VAN DE SUBSIDIEONTVANGER</titel></kop></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4:37</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>Het bestuursorgaan kan de subsidieontvanger verplichtingen
                                    opleggen met betrekking tot:</al><lijst><li nr="a."><al>aard en omvang van de activiteiten waarvoor subsidie wordt
                                    verleend;</al></li><li nr="b."><al>de administratie van aan de activiteiten verbonden uitgaven en
                                    inkomsten;</al></li><li nr="c."><al>het vóór de subsidievaststelling verstrekken van gegevens en
                                    bescheiden die nodig zijn voor een beslissing omtrent de
                                    subsidie;</al></li><li nr="d."><al>de te verzekeren risico's;</al></li><li nr="e."><al>het stellen van zekerheid voor verleende voorschotten;</al></li><li nr="f."><al>het afleggen van rekening en verantwoording omtrent de verrichte
                                    activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten, voor
                                    zover deze voor de vaststelling van de subsidie van belang
                                    zijn;</al></li><li nr="g."><al>het beperken of wegnemen van de nadelige gevolgen van de
                                    subsidie voor derden;</al></li><li nr="h."><al>het uitoefenen van controle door een accountant als bedoeld in
                                    artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek
                                    op het door het bestuursorgaan gevoerde financiële beheer en de
                                    financiële verantwoording daarover.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Indien een verplichting als bedoeld in het eerste lid, onderdeel
                                    c, wordt opgelegd, zijn de artikelen 4:3 en 4:4 van
                                    overeenkomstige toepassing.</al></li></lijst></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4:38</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>Het bestuursorgaan kan de subsidieontvanger ook andere
                                    verplichtingen opleggen die strekken tot verwezenlijking van het
                                    doel van de subsidie.</al></li><li nr="2."><al>Indien de subsidie op een wettelijk voorschrift berust, worden
                                    de verplichtingen opgelegd bij wettelijk voorschrift of
                                    krachtens wettelijk voorschrift bij de subsidieverlening.</al></li><li nr="3."><al>Indien de subsidie niet op een wettelijk voorschrift berust,
                                    kunnen de verplichtingen worden opgelegd bij de
                                    subsidieverlening.</al></li></lijst></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4:39</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>Verplichtingen die niet strekken tot verwezenlijking van het
                                    doel van de subsidie kunnen slechts aan de subsidie worden
                                    verbonden voor zover dit bij wettelijk voorschrift is
                                    bepaald.</al></li><li nr="2."><al>Verplichtingen als bedoeld in het eerste lid kunnen slechts
                                    betrekking hebben op de wijze waarop of de middelen waarmee de
                                    gesubsidieerde activiteit wordt verricht.</al></li></lijst></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4:40</nr></kop><al>De verplichtingen kunnen na de subsidieverlening worden uitgewerkt,
                                voor zover de beschikking tot subsidieverlening dit vermeldt.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4:41</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>In de gevallen, genoemd in het tweede lid, is de
                                    subsidieontvanger, voor zover het verstrekken van de subsidie
                                    heeft geleid tot vermogensvorming, daarvoor een vergoeding
                                    verschuldigd aan het bestuursorgaan, mits:</al><lijst><li nr="a."><al>dit bij wettelijk voorschrift of, indien de subsidie niet op een
                                    wettelijk voorschrift berust, bij de subsidieverlening is
                                    bepaald, en</al></li><li nr="b."><al>daarbij is aangegeven hoe de hoogte van de vergoeding wordt
                                    bepaald.</al></li></lijst></li><li nr="2"><al>De vergoeding is slechts verschuldigd indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de subsidieontvanger voor de gesubsidieerde activiteiten
                                    gebruikte of bestemde goederen vervreemdt of bezwaart of de
                                    bestemming daarvan wijzigt;</al></li><li nr="b."><al>de subsidieontvanger een schadevergoeding ontvangt voor verlies
                                    of beschadiging van voor de gesubsidieerde activiteiten
                                    gebruikte of bestemde goederen;</al></li><li nr="c."><al>de gesubsidieerde activiteiten geheel of gedeeltelijk worden
                                    beëindigd;</al></li><li nr="d."><al>de subsidieverlening of de subsidievaststelling wordt
                                    ingetrokken of de subsidie wordt beëindigd, of</al></li><li nr="e."><al>de rechtspersoon die de subsidie ontving wordt ontbonden.</al></li></lijst></li><li nr="3"><al>De vergoeding wordt vastgesteld binnen een jaar nadat het
                                    bestuursorgaan op de hoogte is gekomen of kon zijn van de
                                    gebeurtenis die het recht op vergoeding deed ontstaan, doch in
                                    ieder geval binnen vijf jaren na de bekendmaking van de laatste
                                    beschikking tot subsidievaststelling.</al></li></lijst></divisie><divisie><kop><label>AFDELING</label><nr>4.2.5</nr><titel>DE SUBSIDIEVASTSTELLING</titel></kop></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4:42</nr></kop><al>De beschikking tot subsidievaststelling stelt het bedrag van de
                                subsidie vast en geeft aanspraak op betaling van het vastgestelde
                                bedrag overeenkomstig afdeling 4.2.7.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4:43</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien geen beschikking tot subsidieverlening is gegeven, bevat
                                    de beschikking tot subsidievaststelling een aanduiding van de
                                    activiteiten waarvoor subsidie wordt verstrekt.</al></li><li nr="2."><al>De artikelen 4:32, 4:35, tweede lid, 4:38 en 4:39 zijn van
                                    overeenkomstige toepassing.</al></li></lijst></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4:44</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien een beschikking tot subsidieverlening is gegeven, dient
                                    de subsidieontvanger na afloop van de activiteiten of het
                                    tijdvak waarvoor de subsidie is verleend een aanvraag tot
                                    vaststelling van de subsidie in, tenzij:</al><lijst><li nr="a."><al>de subsidie met toepassing van artikel4:47, onderdeel a,
                                    ambtshalve wordt vastgesteld;</al></li><li nr="b."><al>bij wettelijk voorschrift of bij de subsidieverlening is bepaald
                                    dat de aanvraag wordt ingediend telkens na afloop van een
                                    gedeelte van het tijdvak waarvoor de subsidie is verleend, of
                                </al></li><li nr="c."><al>de vaststelling van de subsidie bij een overeenkomst als bedoeld
                                    in artikel 4:36, eerste lid, anders is geregeld.</al></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr="1."><al>Indien bij wettelijk voorschrift geen termijn is bepaald, wordt
                                    de aanvraag tot vaststelling ingediend binnen een bij de
                                    subsidieverlening te bepalen termijn.</al></li><li nr="2."><al>Indien voor de indiening van de aanvraag tot vaststelling geen
                                    termijn is bepaald of de aanvraag na afloop van de daarvoor
                                    bepaalde termijn niet is ingediend kan het bestuursorgaan de
                                    subsidieontvanger een termijn stellen binnen welke de aanvraag
                                    moet zijn ingediend.</al></li><li nr="3."><al>Indien na afloop van deze termijn geen aanvraag is ingediend,
                                    kan de subsidie ambtshalve worden vastgesteld.</al></li></lijst></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4:45</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>Bij de aanvraag tot subsidievaststelling toont de aanvrager aan
                                    dat de activiteiten hebben plaatsgevonden overeenkomstig de aan
                                    de subsidie verbonden verplichtingen, tenzij de subsidie voor de
                                    aanvang van de activiteiten wordt vastgesteld.</al></li><li nr="2."><al>Bij de aanvraag tot subsidievaststelling legt de aanvrager
                                    rekening en verantwoording af omtrent de aan de activiteiten
                                    verbonden uitgaven en inkomsten, voor zover deze voor de
                                    vaststelling van de subsidie van belang zijn.</al></li></lijst></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4:46</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien een beschikking tot subsidieverlening is gegeven, stelt
                                    het bestuursorgaan de subsidie overeenkomstig de
                                    subsidieverlening vast.</al></li><li nr="2."><al>De subsidie kan lager worden vastgesteld indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de activiteiten waarvoor subsidie is verleend niet of niet
                                    geheel hebben plaatsgevonden;</al></li><li nr="b."><al>de subsidieontvanger niet heeft voldaan aan de aan de subsidie
                                    verbonden verplichtingen;</al></li><li nr="c."><al>de subsidieontvanger onjuiste of onvolledige gegevens heeft
                                    verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens
                                    tot een andere beschikking op de aanvraag tot subsidieverlening
                                    zou hebben geleid, of</al></li><li nr="d."><al>de subsidieverlening anderszins onjuist was en de
                                    subsidieontvanger dit wist of behoorde te weten.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Voor zover het bedrag van de subsidie afhankelijk is van de
                                    werkelijke kosten van de activiteiten waarvoor subsidie is
                                    verleend, worden kosten die in redelijkheid niet als
                                    noodzakelijk kunnen worden beschouwd bij de vaststelling van de
                                    subsidie niet in aanmerking genomen.</al></li></lijst></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4:47</nr></kop><al>Het bestuursorgaan kan de subsidie geheel of gedeeltelijk ambtshalve
                                vaststellen, indien:</al><lijst><li nr="a."><al>bij wettelijk voorschrift of bij de subsidieverlening een
                                        termijn is bepaald binnen welke de subsidie ambtshalve wordt
                                        vastgesteld;</al></li><li nr="b."><al>toepassing wordt gegeven aan artikel 4:44, vierde lid,
                                        of</al></li><li nr="c."><al>de beschikking tot subsidieverlening of de beschikking tot
                                        subsidievaststelling wordt ingetrokken of ten nadele van de
                                        ontvanger wordt gewijzigd.</al></li></lijst></divisie><divisie><kop><label>AFDELING</label><nr>4.2.6</nr><titel>INTREKKING EN WIJZIGING</titel></kop></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4:48</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>Zolang de subsidie niet is vastgesteld kan het bestuursorgaan de
                                    subsidieverlening intrekken of ten nadele van de
                                    subsidieontvanger wijzigen, indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de activiteiten waarvoor subsidie is verleend niet of niet
                                    geheel hebben plaatsgevonden of zullen plaatsvinden;</al></li><li nr="b."><al>de subsidieontvanger niet heeft voldaan aan de aan de subsidie
                                    verbonden verplichtingen;</al></li><li nr="c."><al>de subsidieontvanger onjuiste of onvolledige gegevens heeft
                                    verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens
                                    tot een andere beschikking op de aanvraag tot subsidieverlening
                                    zou hebben geleid;</al></li><li nr="d."><al>de subsidieverlening anderszins onjuist was en de
                                    subsidieontvanger dit wist of behoorde te weten, of</al></li><li nr="e."><al>met toepassing van artikel 4:34, vijfde lid, een beroep wordt
                                    gedaan op de voorwaarde dat voldoende gelden ter beschikking
                                    worden gesteld.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De intrekking of wijziging werkt terug tot en met het tijdstip
                                    waarop de subsidie is verleend, tenzij bij de intrekking of
                                    wijziging anders is bepaald.</al></li></lijst></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4:49</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>Het bestuursorgaan kan de subsidievaststelling intrekken of ten
                                    nadele van de ontvanger wijzigen:</al><lijst><li nr="a."><al>op grond van feiten of omstandigheden waarvan het bij de
                                    subsidievaststelling redelijkerwijs niet op de hoogte kon zijn
                                    en op grond waarvan de subsidie lager dan overeenkomstig de
                                    subsidieverlening zou zijn vastgesteld;</al></li><li nr="b."><al>indien de subsidievaststelling onjuist was en de
                                    subsidieontvanger dit wist of behoorde te weten, of</al></li><li nr="c."><al>indien de subsidieontvanger na de subsidievaststelling niet
                                    heeft voldaan aan de aan de subsidie verbonden
                                    verplichtingen.</al></li></lijst></li><li nr="2"><al>De intrekking of wijziging werkt terug tot en met het tijdstip
                                    waarop de subsidie is vastgesteld, tenzij bij de intrekking of
                                    wijziging anders is bepaald.</al></li><li nr="3"><al>De subsidievaststelling kan niet meer worden ingetrokken of ten
                                    nadele van de ontvanger worden gewijzigd indien vijf jaren zijn
                                    verstreken sedert de dag waarop zij is bekendgemaakt dan wel, in
                                    het geval, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, sedert de dag
                                    waarop de handeling in strijd met de verplichting is verricht of
                                    de dag waarop aan de verplichting had moeten zijn voldaan.</al></li></lijst></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4:50</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>Zolang de subsidie niet is vastgesteld kan het bestuursorgaan de
                                    subsidieverlening met inachtneming van een redelijke termijn
                                    intrekken of ten nadele van de subsidieontvanger wijzigen:</al><lijst><li nr="a."><al>voor zover de subsidieverlening onjuist is;</al></li><li nr="b."><al>voor zover veranderde omstandigheden of gewijzigde inzichten
                                    zich in overwegende mate tegen voortzetting of ongewijzigde
                                    voortzetting van de subsidie verzetten, of </al></li><li nr="c."><al>in andere bij wettelijk voorschrift geregelde gevallen.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Bij intrekking of wijziging op grond van het eerste lid,
                                    onderdeel a of b, vergoedt het bestuursorgaan de schade die de
                                    subsidieontvanger lijdt doordat hij in vertrouwen op de subsidie
                                    anders heeft gehandeld dan hij zonder subsidie zou hebben
                                    gedaan.</al></li></lijst></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4:51</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien aan een subsidieontvanger voor drie of meer
                                    achtereenvolgende jaren subsidie is verstrekt voor dezelfde of
                                    in hoofdzaak dezelfde voortdurende activiteiten, geschiedt
                                    gehele of gedeeltelijke weigering van de subsidie voor een
                                    daarop aansluitend tijdvak op de grond, dat veranderde
                                    omstandigheden of gewijzigde inzichten zich tegen voortzetting
                                    of ongewijzigde voortzetting van de subsidie verzetten, slechts
                                    met inachtneming van een redelijke termijn.</al></li><li nr="2."><al>Voor zover aan het einde van het tijdvak waarvoor subsidie is
                                    verleend sedert de bekendmaking van het voornemen tot weigering
                                    voor een daarop aansluitend tijdvak nog geen redelijke termijn
                                    is verstreken, wordt de subsidie voor het resterende deel van
                                    die termijn verleend, zo nodig in afwijking van artikel 4:25,
                                    tweede lid.</al></li></lijst></divisie><divisie><kop><label>AFDELING</label><nr>4.2.7</nr><titel>BETALING EN TERUGVORDERING</titel></kop></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4:52</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>Het subsidiebedrag wordt overeenkomstig de subsidievaststelling
                                    betaald, onder verrekening van de betaalde voorschotten.</al></li><li nr="2."><al>Het subsidiebedrag wordt binnen vier weken na de
                                    subsidievaststelling betaald, tenzij bij wettelijk voorschrift
                                    anders is bepaald.</al></li><li nr="3."><al>Indien de subsidie niet op een wettelijk voorschrift berust, kan
                                    bij de subsidieverlening, of, indien geen beschikking tot
                                    subsidieverlening is gegeven, bij de subsidievaststelling, een
                                    andere termijn worden bepaald waarbinnen het subsidiebedrag
                                    wordt betaald.</al></li></lijst></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4:53</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>Het subsidiebedrag kan in gedeelten worden betaald, mits bij
                                    wettelijk voorschrift is bepaald hoe de gedeelten worden
                                    berekend en op welke tijdstippen zij worden betaald.</al></li><li nr="2."><al>Indien de subsidie niet op een wettelijk voorschrift berust, kan
                                    het subsidiebedrag in gedeelten worden betaald, mits bij de
                                    subsidieverlening, of indien geen beschikking tot
                                    subsidieverlening is gegeven, bij de subsidievaststelling, is
                                    bepaald hoe de gedeelten worden berekend en op welke tijdstippen
                                    zij worden betaald.</al></li></lijst></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4:54</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>Het bestuursorgaan kan de subsidieontvanger voorschotten
                                    verlenen, voor zover dit bij wettelijk voorschrift of bij de
                                    subsidieverlening is bepaald.</al></li><li nr="2."><al>De beschikking tot voorschotverlening vermeldt het bedrag van
                                    het voorschot, dan wel de wijze waarop dit bedrag wordt
                                    bepaald.</al></li></lijst></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4:55</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>Voorschotten worden overeenkomstig de voorschotverlening
                                    betaald.</al></li><li nr="2."><al>De voorschotten worden binnen vier weken na de
                                    voorschotverlening betaald, tenzij bij wettelijk voorschrift of
                                    bij de voorschotverlening anders is bepaald.</al></li></lijst></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4:56</nr></kop><al>De verplichting tot betaling van een subsidiebedrag of een voorschot
                                wordt opgeschort met ingang van de dag waarop het bestuursorgaan aan
                                de subsidieontvanger schriftelijk kennis geeft van het ernstige
                                vermoeden dat er grond bestaat om toepassing te geven aan artikel
                                4:48 of 4:49, tot en met de dag waarop de beschikking omtrent de
                                intrekking of wijziging is bekendgemaakt of de dag waarop sedert de
                                kennisgeving van het ernstige vermoeden dertien weken zijn
                                verstreken.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4:57</nr></kop><al>Onverschuldigd betaalde subsidiebedragen en voorschotten kunnen
                                worden teruggevorderd voor zover na de dag waarop de subsidie is
                                vastgesteld, dan wel de handeling als bedoeld in artikel4:49, eerste
                                lid, onderdeel c, heeft plaatsgevonden, nog geen vijf jaren zijn
                                verstreken.</al></divisie><divisie><kop><label>AFDELING</label><nr>4.2.8</nr><titel>PER BOEKJAAR VERSTREKTE SUBSIDIES AAN RECHTSPERSONEN</titel></kop></divisie><divisie><kop><label>Paragraaf</label><nr>4.2.8.1</nr><titel>Inleidende bepalingen</titel></kop></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4:58</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze afdeling is van toepassing op per boekjaar verstrekte
                                        subsidies, indien dat bij wettelijk voorschrift of bij
                                        besluit van het bestuursorgaan is bepaald.</al></li><li nr="2."><al>Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat
                                        deze afdeling van toepassing is op daarbij aangewezen
                                        subsidies.</al></li></lijst></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4:59</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>Het bestuursorgaan dat met toepassing van deze afdeling een
                                        subsidie verleent kan een of meer toezichthouders aanwijzen
                                        die zijn belast met het toezicht op de naleving van de aan
                                        de ontvanger van die subsidie opgelegde verplichtingen.</al></li><li nr="2."><al>De toezichthouder beschikt niet over de bevoegdheden,
                                        vermeld in de artikelen 5:18 en 5:19. </al></li></lijst></divisie><divisie><kop><label>Paragraaf</label><nr>4.2.8.2</nr><titel>De aanvraag</titel></kop></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4:60</nr></kop><al>Tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald, wordt de
                                    aanvraag van de subsidie uiterlijk dertien weken voor de aanvang
                                    van het boekjaar ingediend.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4:61</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>De aanvraag van de subsidie gaat in ieder geval vergezeld
                                        van:</al><lijst><li nr="a."><al>een activiteitenplan, tenzij redelijkerwijs kan worden
                                        aangenomen dat daaraan geen behoefte is, en </al></li><li nr="b."><al>een begroting, tenzij deze voor de berekening van het bedrag
                                        van de subsidie niet van belang is.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Indien de aanvrager beschikt over een egalisatiereserve als
                                        bedoeld in artikel 4:72, vermeldt de aanvraag de omvang
                                        daarvan.</al></li></lijst></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4:62</nr></kop><al>Het activiteiten plan behelst een overzicht van de activiteiten
                                    waarvoor subsidie wordt gevraagd en de daarmee nagestreefde
                                    doelstellingen en vermeldt per activiteit de daarvoor benodigde
                                    personele en materiële middelen.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4:63</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>De begroting behelst een overzicht van de voor het boekjaar
                                        geraamde inkomsten en uitgaven van de aanvrager, voor zover
                                        deze betrekking hebben op de activiteiten waarvoor subsidie
                                        wordt gevraagd.</al></li><li nr="2."><al>De begrotingsposten worden ieder afzonderlijk van een
                                        toelichting voorzien.</al></li><li nr="3."><al>Tenzij voor de activiteiten waarop de aanvraag betrekking
                                        heeft nog niet eerder subsidie werd verstrekt, behelst de
                                        begroting een vergelijking met de begroting van het lopende
                                        boekjaar en de gerealiseerde inkomsten en uitgaven van het
                                        jaar, voorafgaand aan het lopende boekjaar.</al></li></lijst></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4:64</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>Tenzij de aanvraag wordt ingediend door een krachtens
                                        publiekrecht ingestelde rechtspersoon, gaat deze, indien
                                        voor het jaar voorafgaand aan het subsidiejaar geen subsidie
                                        werd aangevraagd, voorts vergezeld van:</al><lijst><li nr="a."><al>een afschrift van de oprichtingsakte van de rechtspersoon
                                        dan wel van de statuten zoals deze laatstelijk zijn
                                        gewijzigd, en</al></li><li nr="b."><al>de laatst opgemaakte jaarrekening als bedoeld in artikel 361
                                        van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek dan wel de balans en
                                        de staat van baten en lasten en de toelichting daarop of,
                                        indien deze bescheiden ontbreken, een verslag over de
                                        financiële positie van de aanvrager op het moment van de
                                        aanvraag.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De in het eerste lid, onderdeel b, bedoelde bescheiden dan
                                        wel het verslag over de financiële positie zijn voorzien van
                                        een van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste
                                        lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek afkomstige
                                        schriftelijke verklaring omtrent de getrouwheid
                                        onderscheidenlijk een mededeling, inhoudende dat van
                                        onjuistheden niet is gebleken.</al></li><li nr="3."><al>Bij wettelijk voorschrift of bij besluit van het
                                        bestuursorgaan kan vrijstelling of ontheffing worden
                                        verleend van het in het tweede lid bepaalde.</al></li></lijst></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4:65</nr></kop><al>Voor zover de aanvrager voor dezelfde begrote uitgaven tevens
                                    subsidie heeft aangevraagd bij een of meer andere
                                    bestuursorganen, doet hij daarvan mededeling in de aanvraag,
                                    onder vermelding van de stand van zaken met betrekking tot de
                                    beoordeling van die aanvraag of aanvragen.</al></divisie><divisie><kop><label>Paragraaf</label><nr>4.2.8.3</nr><titel>De subsidieverlening</titel></kop></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4:66</nr></kop><al>De subsidie wordt slechts verleend aan een rechtspersoon met
                                    volledige rechtsbevoegdheid.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4:67</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>De subsidie wordt voor een boekjaar of voor een bepaald
                                        aantal boekjaren verleend.</al></li><li nr="2."><al>Indien de subsidie voor twee of meer boekjaren wordt
                                        verleend, wordt aan de subsidie de verplichting verbonden
                                        tot het periodiek aan het bestuursorgaan verstrekken van de
                                        gegevens die voor de vaststelling van de subsidie van belang
                                        zijn.</al></li><li nr="3."><al>De beschikking tot subsidieverlening vermeldt welke gegevens
                                        de subsidieontvanger krachtens het tweede lid moet
                                        verstrekken, alsmede op welke tijdstippen de gegevens moeten
                                        worden verstrekt.</al></li></lijst></divisie><divisie><kop><label>Paragraaf</label><nr>4.2.8.4</nr><titel>Verplichtingen van de subsidieontvanger</titel></kop></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4:68</nr></kop><al>Tenzij bij wettelijk voorschrift of bij de subsidieverlening
                                    anders is bepaald, stelt de subsidieontvanger het boekjaar
                                    gelijk aan het kalenderjaar.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4:69</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>De subsidieontvanger voert een zodanig ingerichte
                                        administratie, dat daaruit te allen tijde de voor de
                                        vaststelling van de subsidie van belang zijnde rechten en
                                        verplichtingen alsmede de betalingen en de ontvangsten
                                        kunnen worden nagegaan.</al></li><li nr="2."><al>De administratie en de daartoe behorende bescheiden worden
                                        gedurende zeven jaren bewaard.</al></li></lijst></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4:70</nr></kop><al>Indien gedurende het boekjaar aanmerkelijke verschillen ontstaan
                                    of dreigen te ontstaan tussen de werkelijke uitgaven en
                                    inkomsten en de begrote uitgaven en inkomsten doet de
                                    subsidieontvanger daarvan onverwijld mededeling aan het
                                    bestuursorgaan onder vermelding van de oorzaak van de
                                    verschillen.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4:71</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien dit bij wettelijk voorschrift of bij de
                                        subsidieverlening is bepaald, behoeft de subsidieontvanger
                                        de toestemming van het bestuursorgaan voor:</al><lijst><li nr="a."><al>het oprichten van dan wel deelnemen in een
                                        rechtspersoon;</al></li><li nr="b."><al>het wijzigen van de statuten;</al></li><li nr="c."><al>het in eigendom verwerven, het vervreemden of het bezwaren
                                        van registergoederen, indien zij mede zijn verworven door
                                        middel van de subsidiegelden, dan wel de lasten daarvoor
                                        mede worden bekostigd uit de subsidiegelden;</al></li><li nr="d."><al>het aangaan en beëindigen van overeenkomsten tot
                                        verkrijging, vervreemding of bezwaring van registergoederen
                                        of tot huur, verhuur of pacht daarvan, indien deze goederen
                                        geheel of gedeeltelijk zijn verworven door middel van de
                                        subsidie dan wel de uitgaven daarvoor mede zijn bekostigd
                                        uit de subsidie;</al></li><li nr="e."><al>het aangaan van kredietovereenkomsten en van overeenkomsten
                                        van geldlening;</al></li><li nr="f."><al>het aangaan van overeenkomsten waarbij de subsidieontvanger
                                        zich verbindt tot zekerheidsstelling met inbegrip van
                                        zekerheidsstelling voor schulden van derden of waarbij hij
                                        zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt of zich
                                        voor een derde sterk maakt;</al></li><li nr="g."><al>het vormen van fondsen en reserveringen;</al></li><li nr="h."><al>het vaststellen of wijzigen van tarieven voor door de
                                        subsidieontvanger in de gewone uitoefening van zijn
                                        gesubsidieerde activiteiten te verrichten prestaties;</al></li><li nr="i."><al>het ontbinden van de rechtspersoon;</al></li><li nr="j."><al>het doen van aangifte tot zijn faillissement of het
                                        aanvragen van zijn surseance van betaling.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het bestuursorgaan beslist binnen vier weken omtrent de
                                        toestemming.</al></li><li nr="3."><al>De beslissing kan eenmaal voor ten hoogste vier weken worden
                                        verdaagd.</al></li><li nr="4."><al>Indien omtrent de toestemming niet tijdig is beslist, wordt
                                        de toestemming geacht te zijn verleend.</al></li></lijst></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4:72</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien dit bij wettelijk voorschrift of bij de
                                        subsidieverlening is bepaald, vormt de ontvanger een
                                        egalisatiereserve.</al></li><li nr="2."><al>Het verschil tussen de vastgestelde subsidie en de
                                        werkelijke kosten van de activiteiten waarvoor subsidie werd
                                        verleend komt ten gunste onderscheidenlijk ten laste van de
                                        egalisatiereserve.</al></li><li nr="3."><al>De egalisatiereserve wordt zo hoog rentend en zo veilig als
                                        redelijkerwijs mogelijk is belegd.</al></li><li nr="4."><al>De van de egalisatiereserve genoten rente wordt aan de
                                        egalisatiereserve toegevoegd.</al></li><li nr="5."><al>In de gevallen bedoeld in artikel 4:41, tweede lid,
                                        onderdelen c, den e, is de subsidieontvanger ter zake van de
                                        egalisatiereserve vergoedingsplichtig naar evenredigheid van
                                        de mate waarin de subsidie aan de egalisatiereserve heeft
                                        bijgedragen.</al></li></lijst></divisie><divisie><kop><label>Paragraaf</label><nr>4.2.8.5</nr><titel>De subsidievaststelling</titel></kop></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4:73</nr></kop><al>De subsidie wordt per boekjaar vastgesteld.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4:74</nr></kop><al>De subsidieontvanger dient binnen zes maanden na afloop van het
                                    boekjaar een aanvraag tot vaststelling van de subsidie in,
                                    tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald of de
                                    subsidie met toepassing van artikel 4:67, tweede lid, voor twee
                                    of meer boekjaren is verleend.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4:75</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>De aanvraag tot vaststelling gaat in ieder geval vergezeld
                                        van een financieel verslag en een activiteitenverslag.</al></li><li nr="2."><al>Indien de subsidieontvanger ingevolge wettelijk voorschrift
                                        verplicht is tot het opstellen van een jaarrekening als
                                        bedoeld in artikel 361 van Boek 2 van het Burgerlijk
                                        Wetboek, of indien dit bij de subsidieverlening is bepaald,
                                        legt hij in plaats van het financieel verslag de
                                        jaarrekening over, onverminderd artikel 4:45, tweede
                                        lid.</al></li></lijst></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4:76</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien de subsidieontvanger zijn inkomsten geheel ontleent
                                        aan de subsidie omvat het financiële verslag de balans en de
                                        exploitatierekening met de toelichting en zijn het tweede
                                        tot en met vijfde lid van toepassing.</al></li><li nr="2."><al>Het financiële verslag geeft volgens normen die in het
                                        maatschappelijk verkeer als aanvaardbaar worden beschouwd,
                                        een zodanig inzicht dat een verantwoord oordeel kan worden
                                        gevormd omtrent:</al><lijst><li nr="a."><al>het vermogen en het exploitatiesaldo, en</al></li><li nr="b."><al>voor zover de aard van het financiële verslag dat toelaat,
                                        omtrent de solvabiliteit en de liquiditeit van de
                                        subsidieontvanger.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>De balans met de toelichting geeft getrouw, duidelijk en
                                        stelselmatig de grootte en de samenstelling in actief- en
                                        passiefposten van het vermogen op het einde van het boekjaar
                                        weer.</al></li><li nr="4."><al>De exploitatierekening met de toelichting geeft getrouw,
                                        duidelijk en stelselmatig de grootte van het
                                        exploitatiesaldo van het boekjaar weer.</al></li><li nr="5."><al>Het financiële verslag sluit aan op de begroting waarvoor
                                        subsidie is verleend en behelst een vergelijking met de
                                        gerealiseerde inkomsten en uitgaven van het jaar,
                                        voorafgaand aan het boekjaar.</al></li></lijst></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4:77</nr></kop><al>Indien de subsidieontvanger zijn inkomsten in overwegende mate
                                    ontleent aan de subsidie kan bij wettelijk voorschrift of bij de
                                    subsidieverlening worden bepaald dat artikel 4:76 van
                                    overeenkomstige toepassing is.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4:78</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>De subsidieontvanger geeft opdracht tot onderzoek van het
                                        financiële verslag aan een accountant als bedoeld in artikel
                                        393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.</al></li><li nr="2."><al>De accountant onderzoekt of het financiële verslag voldoet
                                        aan de bij of krachtens de wet gestelde voorschriften en of
                                        het activiteitenverslag, voor zover hij dat verslag kan
                                        beoordelen, met het financiële verslag verenigbaar is.</al></li><li nr="3."><al>De accountant geeft de uitslag van zijn onderzoek weer in
                                        een schriftelijke verklaring omtrent de getrouwheid van het
                                        financiële verslag.</al></li><li nr="4."><al>De aanvraag tot vaststelling van de subsidie gaat vergezeld
                                        van de in het derde lid bedoelde verklaring.</al></li><li nr="5."><al>Bij wettelijk voorschrift of bij de subsidieverlening kan
                                        vrijstelling of ontheffing worden verleend van het eerste
                                        tot en met het vierde lid.</al></li></lijst></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4:79</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>Bij wettelijk voorschrift of bij de subsidieverlening kan
                                        worden bepaald dat de in artikel 4:78, eerste lid, bedoelde
                                        opdracht tevens strekt tot onderzoek van de naleving van aan
                                        de subsidie verbonden verplichtingen.</al></li><li nr="2."><al>Bij toepassing van het eerste lid gaat de opdracht vergezeld
                                        van een bij of krachtens wettelijk voorschrift of bij de
                                        subsidieverlening vast te stellen aanwijzing over de
                                        reikwijdte en de intensiteit van de controle.</al></li><li nr="3."><al>Bij toepassing van het eerste lid, gaat het financiële
                                        verslag tevens vergezeld van een schriftelijke verklaring
                                        van de accountant over de naleving door de subsidieontvanger
                                        van de aan de subsidie verbonden verplichtingen.</al></li></lijst></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4:80</nr></kop><al>Het activiteitenverslag beschrijft de aard en omvang van de
                                    activiteiten waarvoor subsidie werd verleend en bevat een
                                    vergelijking tussen de nagestreefde en de gerealiseerde
                                    doelstellingen en een toelichting op de verschillen.</al><al/><al>Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Schiedam in zijn
                                    openbare vergadering van 21 juni 2007</al><al/><al>de griffier, J. Gordijn</al><al>de voorzitter, W.M.Verver-Aartsen</al></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>