<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR120559_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en invordering van een eenmalig rioolaansluitrecht</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Steenwijkerland</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-11-21</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Steenwijkerland</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad, 2011, 23</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening eenmalig rioolaansluitrecht</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, artikel 229, eerste lid aanhef en onderdeel b</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2011-10-25</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2011-11-16</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2011/85</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze verordening vervangt de Verordening Aansluitvoorwaarden Riolering Gemeente Steenwijk 2002.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>VERORDENING OP DE HEFFING EN INVORDERING VAN EEN EENMALIG RIOOLAANSLUITRECHT
            </intitule><regeling><aanhef><preambule><al>(Verordening eenmalig ricoolaansluitrecht).</al><al/><al/><al>De raad van de gemeente Steenwijkerland;</al><al/><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 4 oktober 2011,
                        nummer 2011/85</al><al/><al>besluit:</al><lijst><li nr="-"><al>de "Verordening Aansluitvoorwaarden Riolering Gemeente Steenwijk
                                2002" in te trekken;</al></li><li nr="-"><al>vast te stellen de volgende verordening:</al></li></lijst><al/><al>VERORDENING OP DE HEFFING EN INVORDERING VAN EEN EENMALIG RIOOLAANSLUITRECHT
                        (Verordening eenmalig rioolaansluitrecht).</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:</al><al/><lijst><li nr="a."><al>gemeentelijke riolering:het gedeelte van de riolering dat bij
                                de gemeente in eigendom en/of beheer is voor de inzameling en het
                                transport van stedelijk afvalwater, met inbegrip van de daartoe
                                behorende rioolgemalen en persleidingen alsmede werken en
                                installaties van overeenkomstige aard en het voor de openbare dienst
                                bestemde gemeentewater;</al></li><li nr="b."><al>eigendom: een roerende of onroerende zaak;</al></li><li nr="c."><al>aansluiting van een eigendom: het leggen door de gemeente van een
                                buisleiding van het in de openbare weg aanwezige afvoerstelsel tot
                                aan het eigendom waarvoor de aansluiting plaatsvindt, om voor dat
                                eigendom een directe of indirecte lozing op de gemeentelijke
                                riolering mogelijk te maken.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Belastbaar feit</titel></kop><al>Onder de naam “eenmalig rioolaansluitrecht” wordt een recht geheven ter zake
                        van het genot van door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten in
                        verband met het tot stand brengen van een directe of indirecte aansluiting
                        van een eigendom op de gemeentelijke riolering.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><al>Belastingplichtig is de aanvrager van de dienst dan wel degene ten behoeve
                        van wie de dienst wordt verleend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Maatstaf van heffing en tarief</titel></kop><al>Het recht bedoeld in artikel 2 bedraagt het voorafgaand aan de
                        dienstverlening aan de belastingplichtige meegedeelde bedrag, dat blijkt uit
                        een begroting die ter zake door of vanwege het college van burgemeester en
                        wethouders is opgesteld.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>Het recht wordt bij wege van aanslag geheven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het recht is verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Als de begroting bedoeld in artikel 4 is uitgebracht, vangt de
                            dienstverlening aan op de vijfde werkdag na de dag waarop de begroting
                            aan de belastingplichtige ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag
                            voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Termijn van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet
                            het recht worden voldaan uiterlijk op de laatste dag van de maand
                            volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is
                            vermeld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid
                            gestelde termijn.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Kwijtschelding</titel></kop><al>Bij de invordering van het recht wordt geen kwijtschelding verleend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en
                            wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                        betrekking tot de heffing en de invordering van het eenmalig
                        rioolaansluitrecht.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die
                            van de bekendmaking.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De datum van ingang van de heffing is 16 november 2011.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Met het inwerkingtreden van deze verordening wordt de Verordening
                            Aansluitvoorwaarden Riolering Gemeente Steenwijk 2002 ingetrokken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening eenmalig
                        rioolaansluitrecht”.</al><al/><al/></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de griffier, R.G.H.P. Moonen</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de voorzitter, M.A.J. van der Tas</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><tussenkop>Toelichting</tussenkop><al/><al>In deze bijlage vindt u een algemene toelichting op de verordening eenmalig
                    rioolaansluitrecht en een toelichting per artikel. </al><al/><tussenkop>B2.1 Algemene toelichting</tussenkop><al/><al>Een verordening eenmalig rioolaansluitrecht is een belastingverordening. Zoals
                    alle belastingen moeten gemeentelijke belastingen een wettelijke basis hebben.
                    Het rioolaansluitrecht is gebaseerd op <cursief>artikel 229</cursief> van de
                        <cursief>Gemeentewet (</cursief><cursief>Gw</cursief><cursief>)</cursief>.
                    In dit artikel, eerste lid aanhef en onderdeel b, staat:</al><al/><al>1 Rechten kunnen worden geheven ter zake van:</al><al>a. ….,</al><al>b. het genot van door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten;</al><al>c. …</al><al/><al>Op dit artikel is bijvoorbeeld ook de heffing van de bouw- en paspoortleges
                    gebaseerd. Om op basis van dit wetsartikel tot een werkelijke heffing te komen,
                    heeft Gemeente Steenwijkerland een verordening nodig waarin zij de belasting
                    nader uitwerkt. Daarvoor moet zij de verordening eenmalig rioolaansluitrecht
                    vaststellen.</al><al/><al>De voorwaarden waaraan de gemeentelijke belastingverordening moet voldoen, staan
                    in hoofdstuk <cursief>XV </cursief><cursief>Gw</cursief>. In <cursief>artikel
                        217</cursief> staat dat de verordening onder meer de volgende elementen moet
                    bevatten:</al><al>• Wie moet de belasting betalen (de belastingplichtige)?</al><al>• Waarvoor moet de belasting worden betaald (het belastbare feit)?</al><al>• Waarover moet de belasting worden betaald (de heffingsmaatstaf)?</al><al>• Het tarief van de belasting.</al><al/><al>Voor een heffing gebaseerd op <cursief>artikel 229
                        </cursief><cursief>Gw</cursief> geldt nog een extra voorwaarde. De geraamde
                    heffingsopbrengsten mogen niet hoger zijn dan de geraamde kosten van de
                    diensten. De rechten van <cursief>artikel 229 </cursief><cursief>Gw</cursief>
                    zijn dus alleen bedoeld om de kosten van de betreffende dienstverlening te
                    verhalen.</al><tussenkop>B2.2 Toelichting per artikel</tussenkop><tussenkop>Aanhef en opschrift</tussenkop><al>De aanhef van een raadsbesluit verwijst naar de Gemeentewet. Hier staat het
                    artikel waarop de gemeentelijke belasting is gebaseerd. </al><tussenkop>Artikel 1 Begripsomschrijvingen</tussenkop><al>Voor de duidelijkheid kan in een eerste artikel een omschrijving opgenomen
                    worden van de in de belastingverordening voorkomende begrippen. Maar sommige
                    begrippen lenen zich minder voor een vastomlijnde omschrijving. Zo kan een
                    definitie van de gemeentelijke riolering of een (verbeterd) gescheiden stelsel
                    door nieuwe technische ontwikkelingen al snel verouderd zijn. Voor zulke
                    begrippen wordt geen definitie opgenomen, maar de uitleg in de praktijk gevolgd.
                    Bij de invoering van een nieuwe werkwijze voor de aanleg van riolering zal de
                    begripsomschrijvingen in de verordening kritisch bekeken worden.</al><tussenkop>Artikel 2 Belastbaar feit</tussenkop><al>Het belastbare feit is de omschrijving van de activiteit waarvoor de gemeente de
                    belasting in rekening brengt. In dit geval dus realisatie van een aansluiting op
                    de gemeentelijke riolering.</al><tussenkop>Artikel 3 Belastingplicht</tussenkop><al>Degene die de belasting moet betalen, is degene die Gemeente Steenwijkerland
                    vraagt de riolering aan te leggen. In dit geval dus de aanvrager van de dienst.
                    Over het algemeen is dat de eigenaar van het eigendom, maar het kan ook iemand
                    anders zijn. Daarom staat in de omschrijving dat degene voor wie de gemeente de
                    dienst verleent, belastingplichtig kan zijn. Als de aannemer de aanvraag
                    bijvoorbeeld voor de particulier indient, kan de particulier toch de
                    belastingplichtige blijven. In zo’n geval is de keuze tussen twee
                    belastingplichtigen. Bij de belanghebbenden wordt nadere informatie ingewonnen
                    over wie als belastingplichtige moet worden gezien. Indien daarover geen
                    uitsluitsel is, dan wordt de aanslag gestuurd naar degene die het meeste belang
                    heeft bij de dienst.</al><al/><al>Een belangrijk element van een heffing gebaseerd op gemeentelijke
                    dienstverlening is dat iemand daadwerkelijk om de dienst vraagt. Dat klinkt in
                    eerste instantie problematischer dan het in de praktijk vaak is. Natuurlijk
                    zitten veel mensen niet te wachten op een gemeentelijke belastingheffing op
                    verzoek, maar de aansluitingsverplichting dwingt in dit geval de aanvraag
                    af.</al><tussenkop>Artikel 4 Maatstaf van heffing en tarief</tussenkop><al>Op grond van <cursief>artikel 219,</cursief> tweede lid, Gw kan een gemeente
                    belastingen heffen naar heffings maatstaven die zij in de belastingverordening
                    bepaalt. Maar het bedrag mag niet afhankelijk zijn van inkomen, winst of
                    vermogen. De gemeente mag haar belastingen namelijk niet naar draagkracht
                    heffen. Alleen het Rijk mag inkomensbeleid voeren.</al><al/><al>Het begrip ‘bedrag’ in <cursief>artikel 219</cursief>, tweede lid, duidt erop
                    dat naast de heffingsmaatstaf het tarief of de vrijstellingen niet afhankelijk
                    mogen zijn van inkomen, winst of vermogen. Behalve de beperkingen in
                        <cursief>artikel 219</cursief>, tweede lid, zijn gemeenten vrij om
                    heffingsmaatstaven op te nemen in hun verordening eenmalig rioolaansluitrecht.
                    Maar de algemene rechtsbeginselen beperken deze vrijheid wel. Bij het eenmalig
                    rioolaansluitrecht speelt vooral mee dat er geen sprake is van een zuivere
                    belastingheffing, maar van kostenverhaal van gemeentelijke dienstverlening. </al><al/><al>Per geval maakt de gemeente een begroting van de kosten die zij aan de
                    potentiële belastingplichtigen in rekening brengt. Zo betaalt iedereen de kosten
                    voor zijn eigen aansluiting. Bij deze mogelijkheid krijgt de aanvrager
                    bedenktijd, omdat het belastingrecht de eis stelt dat iedereen de omvang van
                    zijn belastingschuld vooraf moet kunnen kennen.</al><tussenkop>Artikel 5 Wijze van heffing</tussenkop><al>Dit artikel bepaalt dat de gemeente een aanslag verstuurt. De gemeente neemt dus
                    het initiatief voor de belastingheffing door een aanslagbiljet te sturen. Andere
                    methoden van belastingheffing (zoals aangifte door degene die de belasting moet
                    betalen) zijn niet geschikt.</al><tussenkop>Artikel 6 Ontstaan van de belastingschuld</tussenkop><al>Dit artikel bepaalt dat de gemeente direct na indiening van de aanvraag met het
                    kostenverhaal begint.</al><tussenkop>Artikel 7 Termijn van betaling</tussenkop><al>Alle panden in Gemeente Steenwijkerland zijn aangesloten op de riolering. Bij
                    uitbreidingswijken wordt de rioolaansluiting gerealiseerd in de bouw- en
                    woonrijpfase, waarbij de kosten verwerkt zijn in de grondprijs. Het betreft hier
                    dus aansluitingen van panden waarvan de eigenaar een andere aansluiting wenst,
                    of incidentele nieuwbouw. Derhalve is er niet gekozen, ondanks dat het om
                    relatief grote bedragen kan gaan, voor een betaling in termijnen. Lid 2 is
                    opgenomen om een aantal uitzonderingen over onder meer feestdagen in de algemene
                    termijnenwet niet van toepassing te verklaren. Dit is voor gemeentelijke
                    belastingen gebruikelijk.</al><tussenkop>Artikel 8 Kwijtschelding</tussenkop><al>In principe is kwijtschelding van deze belasting mogelijk. Maar eigenlijk is dit
                    niet redelijk. Het gaat tenslotte om het verhaal van kosten voor dienstverlening
                    op verzoek. Bovendien leidt deze dienstverlening meestal tot waardevermeerdering
                    van het eigendom van de aanvrager.</al><tussenkop>Artikel 9 Nadere regels door het College van Burgemeester
                    en Wethouders</tussenkop><al>Dit artikel bepaalt dat het College van Burgemeester en Wethouders
                    uitvoeringstechnische zaken kan regelen.</al><tussenkop>Artikel 10 Inwerkingtreding en citeertitel</tussenkop><al>Naast een tijdstip van inwerkingtreding moet een belastingverordening bepalen
                    vanaf wanneer de gemeente de heffing toepast (de ingangsdatum van de heffing).
                    Deze tijdstippen kunnen samenvallen. Meestal is het tijdstip van
                    inwerkingtreding afhankelijk van de datum waarop de gemeente de
                    belasting-verordening bekendmaakt. Zonder bekendmaking is de verordening niet
                    bindend (artikel 139 Gw). De datum van inwerkingtreding ligt ná die van de
                    bekendmaking. De ingangsdatum van de heffing moet ná de datum van vaststelling
                    van de verordening door de raad liggen, anders is sprake van terugwerkende
                    kracht. Bij invoering van een nieuwe heffing is terugwerkende kracht niet
                    mogelijk, tenzij de heffing was te voorzien.</al><al/><al>De citeertitel vergemakkelijkt de verwijzing naar de verordening.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>