<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR120505_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening individuele voorzieningen maatschappelijke ondersteuning, gemeente West Maas en Waal</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">West Maas en Waal</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-09-12</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">West Maas en Waal</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening individuele voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente West Maas en Waal</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2011-10-20</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-01-11</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2011/10-17</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening individuele voorzieningen maatschappelijke ondersteuning, gemeente West Maas en Waal</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening en de daarop gebaseerde regelgeving wordt verstaan
                            onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Wet: Wet maatschappelijke ondersteuning;</al></li><li nr="b."><al>College: College van burgemeester en wethouders;</al></li><li nr="c."><al>Compensatieplicht: de plicht van het college op basis van
                                    artikel 4 van de wet om aan een persoon met een beperking, een
                                    chronisch psychisch of een psychosociaal probleem voorzieningen
                                    te bieden ter compensatie van zijn beperkingen op het gebied van
                                    zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie teneinde hem in
                                    staat te stellen een huishouden te voeren, zich te verplaatsen
                                    in en om de woning, zich lokaal te verplaatsen per vervoermiddel
                                    en medemensen te ontmoeten en op basis daarvan sociale verbanden
                                    aan te gaan.</al></li><li nr="d."><al>Aanmelding: de kennisgeving aan het college dat een persoon
                                    beperkingen ondervindt op grond waarvan wordt verzocht om een
                                    gesprek;</al></li><li nr="e."><al>Gesprek: een contact na een aanmelding waarin met degene die
                                    maatschappelijke ondersteuning zoekt zijn gehele situatie wordt
                                    geïnventariseerd ten aanzien van de beperkingen en gevolgen
                                    daarvan voor zijn maatschappelijke participatie, de te bereiken
                                    resultaten, de te kiezen oplossingen via eigen mogelijkheden of
                                    via mogelijkheden van het sociale netwerk dan wel via algemene,
                                    algemeen gebruikelijke collectieve, (wettelijk) voorliggende en
                                    individuele voorzieningen.</al></li><li nr="f."><al>Aanvraag: het verzoek van een belanghebbende om in aanmerking te
                                    komen voor één of meerdere voorzieningen om een resultaat te
                                    bereiken zoals omschreven in artikel 2 van deze
                                    verordening.</al></li><li nr="g."><al>Belanghebbende: een persoon met een beperking, een chronisch
                                    psychische probleem of een psychosociaal probleem die
                                    ondersteuning vraagt bij het bevorderen van zijn deelname aan
                                    het maatschappelijk verkeer en het zelfstandig functioneren en
                                    die voor zichzelf of, met behulp van een machtiging, door een
                                    ander een aanmelding of een aanvraag doet of laat doen;</al></li><li nr="h."><al>Psychosociaal probleem: een situatie van verlies van
                                    zelfstandigheid en, met name, een gebrek aan mogelijkheden tot
                                    deelname aan het maatschappelijk verkeer, veroorzaakt door
                                    belemmeringen die iemand ondervindt in zijn relatie met anderen,
                                    met zijn sociale omgeving.</al></li><li nr="i."><al>Maatschappelijke participatie: normale deelname aan het
                                    maatschappelijk verkeer, te weten het voeren van een huishouden,
                                    het normale gebruik van de woning, het zich in en om de woning
                                    verplaatsen, het zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel en
                                    het ontmoeten van medemensen en op basis daarvan sociale
                                    verbanden aan te gaan.</al></li><li nr="j."><al>Algemene voorziening: een voorziening die:</al><lijst><li nr="-"><al>regulier in de handel verkrijgbaar is;</al></li><li nr="-"><al>niet uitsluitend bedoeld is voor mensen met een
                                            beperking;</al></li><li nr="-"><al>wordt geleverd op basis van directe
                                            beschikbaarheid;</al></li><li nr="-"><al>niet aanzienlijk duurder is dan vergelijkbare producten
                                            met hetzelfde doel;</al></li><li nr="-"><al>een snelle, regelarme en adequate oplossing biedt voor
                                            de beperkingen die een persoon ondervindt in zijn
                                            maatschappelijke participatie</al></li></lijst></li></lijst><al>De algemene voorziening wordt niet door de gemeente beheerd of verstrekt
                            en is eveneens toegankelijk voor personen zonder beperkingen in
                            maatschappelijke participatie,</al><lijst><li nr="k."><al>Algemeen gebruikelijk: naar geldende maatschappelijke normen tot
                                    het gangbare gebruiks- dan wel bestedingspatroon behorend;</al></li><li nr="l."><al>Wettelijk voorliggende voorziening: een voorziening op grond van
                                    een wettelijke bepaling anders dan ingevolge de wet, waarmee het
                                    resultaat geheel of gedeeltelijk bereikt kan worden.</al></li><li nr="m."><al>Individuele voorziening: een voorziening die door het college
                                    ten behoeve van één persoon op basis van artikel 4 Wmo wordt
                                    verstrekt als blijkt dat er geen sprake is van algemene,
                                    algemeen gebruikelijke, of wettelijk voorliggende
                                    voorzieningen.</al></li><li nr="n."><al>Gebruikelijke zorg: de zorgplicht die op het gebied van het
                                    voeren van het huishouden voor alle leden van een leefeenheid
                                    geldt om gezamenlijk voor het huishouden te zorgen;</al></li><li nr="o."><al>Voorziening in natura: een voorziening die in eigendom, in huur,
                                    in bruikleen of in de vorm van persoonlijke dienstverlening
                                    wordt verstrekt;</al></li><li nr="p."><al>Persoonsgebonden budget: een geldbedrag om te gebruiken voor het
                                    te bereiken resultaat, als alternatief voor een voorziening in
                                    natura;</al></li><li nr="q."><al>Financiële tegemoetkoming: een geldbedrag, al dan niet
                                    forfaitair of gemaximeerd, dat ingezet kan worden voor het in
                                    het besluit op de aanvraag genoemde te bereiken resultaat.</al></li><li nr="r."><al>Mantelzorger: een persoon die mantelzorg in de zin van artikel
                                    1, lid 1 onder b van de wet biedt;</al></li><li nr="s."><al>Voorliggende voorziening: iedere voorziening waar de persoon
                                    gebruik van kan maken, zonder dat daar een toegangsbeoordeling
                                    door de gemeente aan vooraf gaat én die een passende oplossing
                                    vormt voor de participatiebeperkingen die de persoon
                                    ervaart.</al></li><li nr="t."><al>Collectieve voorziening: een voorziening die individueel wordt
                                    toegekend maar die door meerdere personen tegelijk wordt
                                    gebruikt.</al></li><li nr="u."><al>Hoofdverblijf: de woonruimte, bestemd en geschikt voor
                                    permanente bewoning, waar belanghebbende zijn vaste woon- en
                                    verblijfplaats heeft en in de gemeentelijke basisadministratie
                                    staat ingeschreven dan wel zal staan ingeschreven, dan wel het
                                    feitelijk woonadres indien het een persoon met een briefadres
                                    is;</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Resultaatgerichte compensatie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>De te bereiken resultaten</titel></kop><al>De op basis van artikel 4 lid 1 van de wet via compenserende maatregelen
                            te bereiken resultaten zijn:</al><lijst><li nr="a."><al>een schoon en leefbaar huis;</al></li><li nr="b."><al>wonen in een geschikt huis;</al></li><li nr="c."><al>beschikken over goederen voor primaire levensbehoeften;</al></li><li nr="d."><al>beschikken over schone, draagbare en doelmatige kleding;</al></li><li nr="e."><al>het thuis kunnen zorgen voor kinderen die tot het gezin
                                    behoren;</al></li><li nr="f."><al>zich verplaatsen in en om de woning;</al></li><li nr="g."><al>zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel;</al></li><li nr="h."><al>de mogelijkheid om contacten te hebben met medemensen en deel te
                                    nemen aan recreatieve, maatschappelijke of religieuze
                                    activiteiten.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Hoe te komen tot de te bereiken resultaten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Scheiding aanmelding en aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan het innemen van een aanvraag voor een individuele voorziening ex
                                artikel 1, lid 1 aanhef en onder g sub 6 van de wet gaat een gesprek
                                vooraf indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de aanmelding afkomstig is van een belanghebbende die nog
                                        niet eerder een aanvraag in het kader van de wet heeft
                                        gedaan;</al></li><li nr="b."><al>de aanmelding afkomstig is van een belanghebbende die al
                                        eerder een gesprek heeft gevoerd maar waarbij sprake is van
                                        gewijzigde omstandigheden of gewijzigde te bereiken
                                        resultaten;</al></li><li nr="c."><al>belanghebbende of het college daarom verzoekt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Als gedurende het gesprek blijkt dat voor de beoordeling van de
                                vraag of het ondersteuningsarrangement in de situatie van de persoon
                                als passend kan worden gekwalificeerd nader (medisch) advies
                                noodzakelijk is, vindt er een (medische) beoordeling plaats. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het gesprek wordt afgerond met een gespreksverslag nadat de
                                informatie zoals bedoeld in lid 2 is ontvangen en besproken met
                                belanghebbende.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Aanmelding voor een gesprek</titel></kop><al>Een aanmelding voor een gesprek kan schriftelijk, elektronisch,
                            mondeling of telefonisch worden gedaan bij Vraagwijzer door of namens
                            een persoon met een beperking, een chronisch psychische probleem of een
                            psychosociaal probleem die behoefte heeft aan compensatie ten behoeve
                            van het bevorderen van zijn deelname aan het maatschappelijk verkeer en
                            het zelfstandig functioneren.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Het gesprek</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het doel van het gesprek is een goed beeld te verkrijgen van de aard
                                van de ervaren belemmeringen in het maatschappelijk participeren en
                                de (on)mogelijkheden van de persoon om deze belemmeringen zelf, met
                                behulp van zijn sociale omgeving of door gebruik te maken van
                                algemene en voorliggende voorzieningen, op te lossen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij het voeren van het gesprek zal de International Classification
                                of Functions, Disabilities and Health als basis voor het
                                begrippenkader worden gehanteerd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Als de belanghebbende een mantelzorger is wordt met de mantelzorger
                                en zo mogelijk met de verzorgde geïnventariseerd welke belemmeringen
                                de belanghebbende ondervindt bij de uitvoering van de
                                mantelzorg.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Het verslag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het gesprek wordt afgesloten met een verslag. Opmerkingen van
                                belanghebbende over dit verslag kunnen als bijlage aan het verslag
                                worden toegevoegd. Uitsluitend een door belanghebbende ondertekend
                                verslag kan als aanvraagformulier als bedoeld in artikel 7 lid 3
                                worden gebruikt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Na het voeren van een gesprek kan een belanghebbende, gebruik makend
                                van het ondertekende verslag van het gesprek, dat in die situatie
                                als aanvraagformulier dient, een aanvraag indienen voor een
                                individuele voorziening ex artikel 1, lid 1 aanhef en onder g sub 6
                                van de wet.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>De aanvraag van een individuele voorziening</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>De aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De aanvraag van een individuele voorziening moet schriftelijk of
                                elektronisch plaatsvinden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan belanghebbende alsmede zijn gemachtigde of
                                wettelijke vertegenwoordiger verplichten zich te legitimeren door
                                middel van een identiteitsbewijs als bedoeld in de Wet op de
                                identificatieplicht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij het innemen van de aanvraag wordt een ondertekend verslag van
                                het aanmeldingsgesprek als aanvraagformulier aangemerkt. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Beoordeling van de te bereiken resultaten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Uitvoering compensatieplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Met het oog op het bereiken van een of meerdere resultaten als
                                genoemd in artikel 2, verstrekt het college individuele
                                voorzieningen waarmee belanghebbende naar het oordeel van het
                                college in aanvaardbare mate zelfredzaam is en in staat tot
                                maatschappelijke participatie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het te bereiken resultaat, als bedoeld in lid 1, is maatwerk en
                                houdt rekening met persoonskenmerken en behoeften van de aanvrager
                                en diens sociale omgeving.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college betrekt bij de beoordeling omtrent de noodzaak een
                                voorziening te verstrekken:</al><lijst><li nr="a."><al>de vastgestelde beperkingen in maatschappelijke participatie
                                        die belanghebbende ondervindt op één of meerdere
                                        resultaatgebieden als genoemd in artikel 2;</al></li><li nr="b."><al>de woon- en gezinssituatie van belanghebbende en de verdere
                                        sociale structuur om de belanghebbende heen;</al></li><li nr="c."><al>de feitelijke beschikbaarheid van mantelzorg en overige
                                        hulp;</al></li><li nr="d."><al>de eigen mogelijkheden, ook in financieel opzicht, om de
                                        beperkingen te compenseren;</al></li><li nr="e."><al>de beschikbaarheid van algemene en voorliggende
                                        voorzieningen waarmee het resultaat behaald kan worden;</al></li><li nr="f."><al>de keuzes die belanghebbende maakt in het leven, waarbij
                                        verwacht mag worden dat hij keuzes maakt die passend en
                                        verantwoord zijn gelet op zijn individuele situatie.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Voorwaarden bij compensatie</titel></kop><al>Een voorziening kan slechts worden verstrekt indien:</al><lijst><li nr="a."><al>deze vanuit de optiek van de gemeente valt aan te merken als een
                                    financieel voordeligste voorziening om te compenseren;</al></li><li nr="b."><al>deze noodzakelijk is;</al></li><li nr="c."><al>deze in overwegende mate individueel is gericht;</al></li><li nr="d."><al>deze als proportioneel en doeltreffend valt aan te merken.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Geen compensatie</titel></kop><al>Een voorziening wordt niet toegekend:</al><lijst><li nr="a."><al>indien de belanghebbende niet zijn hoofdverblijf heeft in de
                                    gemeente West Maas en Waal of aantoonbaar op korte termijn
                                    woonachtig zal zijn;</al></li><li nr="b."><al>indien de voorziening voor een persoon als belanghebbende
                                    algemeen gebruikelijk is;</al></li><li nr="c."><al>indien belanghebbende ter compensatie van zijn beperkingen
                                    gebruik kan maken van een wettelijk voorliggende voorziening of
                                    een algemene voorziening die passend en toereikend is;</al></li><li nr="d."><al>voor zover belanghebbende de beperkingen die hij ondervindt kan
                                    opheffen of verminderen door het anders organiseren van het
                                    dagelijks leven waaronder het huishouden, eventueel met behulp
                                    van huisgenoten of anderen uit zijn sociale omgeving;</al></li><li nr="e."><al>indien deze voor de persoon van de gebruiker onveilig is;</al></li><li nr="f."><al>voor zover de aanvraag betrekking heeft op kosten die de
                                    belanghebbende voorafgaand aan de aanvraag of de beschikking
                                    heeft gemaakt en de noodzaak van de kosten niet meer beoordeeld
                                    kan worden;</al></li><li nr="g."><al>indien de normale afschrijvingstermijn van een eerdere
                                    voorziening nog niet is verstreken, tenzij deze voorziening
                                    verloren is gegaan als gevolg van omstandigheden die
                                    belanghebbende niet zijn toe te rekenen of niet voor zijn risico
                                    komen;</al></li><li nr="h."><al>indien de voorziening betrekking heeft op een hoger niveau dan
                                    het uitrustingsniveau van de sociale woningbouw;</al></li><li nr="i."><al>voor zover er aan de zijde van de belanghebbende geen sprake is
                                    van aantoonbare extra kosten in vergelijking met de situaties
                                    voorafgaand aan het optreden van de beperkingen,</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Een schoon en leefbaar huis</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het eerste te bereiken resultaat ten aanzien van het voeren van een
                                huishouden bestaat uit het kunnen wonen in een huis dat schoon is.
                                Dit geldt ten aanzien van de woonkamer, slaapvertrekken, keuken en
                                sanitaire ruimten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Met het oog op een schoon en leefbaar huis kan een individuele
                                voorziening getroffen worden voor het lichte en/of het zware
                                huishoudelijke werk.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de belanghebbende een of meer huisgenoten heeft die in staat
                                zijn werkzaamheden over te nemen wordt dit eerst in het kader van
                                gebruikelijke zorg beoordeeld.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Voor zover de in het vorige lid genoemde mogelijkheden beschikbaar
                                en bruikbaar zijn in de situatie van de aanvrager, worden ten
                                aanzien van die onderdelen geen individuele voorzieningen
                                verstrekt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Wonen in een geschikt huis</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het tweede te bereiken resultaat ten aanzien van het voeren van een
                                huishouden bestaat uit het normaal gebruik kunnen maken van de
                                woning waar men over beschikt. Dit geldt ten aanzien van de
                                woonkamer, slaapvertrekken, keuken, sanitaire ruimten, berging, tuin
                                of balkon.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Met het oog op het normale gebruik van de woning kan een individuele
                                voorziening worden getroffen ten aanzien van de bereikbaarheid,
                                toegankelijkheid en bruikbaarheid van de woning.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor zover de belanghebbende binnen een redelijke termijn van zes
                                maanden kan verhuizen naar een geschikte woning of een gemakkelijker
                                geschikt te maken woning welke verhuizing kan leiden tot het te
                                bereiken resultaat, zal deze mogelijkheid eerst beoordeeld worden.
                            </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Voor zover de in het vorige lid genoemde mogelijkheden beschikbaar
                                en bruikbaar zijn in de situatie van de aanvrager worden ten aanzien
                                van die onderdelen geen individuele voorzieningen verstrekt. Een
                                verhuiskostenvergoeding kan dan wel verstrekt worden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Beschikken over goederen voor primaire levensbehoeften</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het derde te bereiken resultaat ten aanzien van het voeren van een
                                huishouden bestaat uit het voorhanden zijn van de dagelijks
                                benodigde hoeveelheid voedsel voor maaltijden en andere momenten
                                waarop iets genuttigd wordt, toiletartikelen, alsmede het bereiden
                                en aanreiken van maaltijden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Met het oog op het beschikken over goederen voor primaire
                                levensbehoeften kan een individuele voorziening worden getroffen
                                voor het doen van boodschappen, voor levensmiddelen,
                                schoonmaakmiddelen, en toiletartikelen, alsmede het bereiden en
                                aanreiken van maaltijden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de belanghebbende een of meer huisgenoten heeft die in staat
                                zijn werkzaamheden over te nemen of voor zover de belanghebbende
                                gebruik kan maken van een aanwezige en bruikbare boodschappenservice
                                of maaltijdvoorziening die in de individuele situatie van de
                                belanghebbende kan leiden tot het te bereiken resultaat, wordt deze
                                mogelijkheid eerst beoordeeld.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Voor zover de in het vorige lid 3 genoemde mogelijkheden beschikbaar
                                en bruikbaar zijn in de situatie van de aanvrager worden ten aanzien
                                van die onderdelen geen individuele voorzieningen verstrekt. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Beschikken over schone, draagbare en doelmatige kleding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het vierde te bereiken resultaat ten aanzien van het voeren van een
                                huishouden bestaat uit het aanwezig zijn van kleding in gewassen en
                                zonodig gestreken, opgevouwen of opgehangen staat.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Met het oog op het beschikken over schone, draagbare en doelmatige
                                kleding kan een individuele voorziening worden getroffen ten aanzien
                                van het wassen, drogen en strijken en opruimen van de dagelijkse
                                was.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de belanghebbende een of meer huisgenoten heeft die in staat
                                zijn werkzaamheden over te nemen, wordt dit eerst in het kader van
                                gebruikelijke zorg beoordeeld.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Voor zover de in het vorige lid genoemde mogelijkheden beschikbaar
                                en bruikbaar zijn in de situatie van de aanvrager worden ten aanzien
                                van die onderdelen geen individuele voorzieningen verstrekt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Het thuis kunnen zorgen voor kinderen die tot het gezin
                                behoren</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het vijfde te bereiken resultaat ten aanzien van het voeren van een
                                huishouden bestaat uit de dagelijkse, gebruikelijke zorg voor in het
                                huishouden aanwezige kinderen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Met het oog op het thuis kunnen zorgen voor kinderen die tot het
                                gezin behoren, kan een individuele voorziening worden getroffen ten
                                aanzien van het – zo mogelijk tijdelijk ter overbrugging van een
                                periode noodzakelijk voor het nemen van meer definitieve maatregelen
                                – vervangen van de ouder die in principe voor de kinderen
                                zorgt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor zover de belanghebbende gebruik kan maken van een aanwezige en
                                bruikbare voor-, tussen- en naschoolse opvang, kinderopvang of
                                andere opvangmogelijkheden die in de individuele situatie van de
                                belanghebbende kunnen leiden tot het te bereiken resultaat worden
                                deze mogelijkheden eerste beoordeeld.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Voor zover de in het vorige lid genoemde mogelijkheden beschikbaar
                                en bruikbaar zijn in de situatie van de aanvrager worden ten aanzien
                                van die onderdelen geen individuele voorzieningen verstrekt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Zich verplaatsen in en om de woning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het te bereiken resultaat ten aanzien van het zich verplaatsen in en
                                om de woning bestaat uit het in staat zijn de woonkamer, het
                                slaapvertrek en/of slaapvertrekken, het toilet en de douche, de
                                berging, de tuin of het balkon kunnen bereiken en er zich zodanig
                                kunnen redden dat normaal functioneren mogelijk is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Met het oog op het verplaatsen in en om de woning kan een
                                individuele voorziening worden getroffen bestaande uit een
                                rolstoel;</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor zover de belanghebbende gebruik kan maken van een aanwezige en
                                bruikbare rolstoelpool die in de individuele situatie van de
                                belanghebbende kan leiden tot het te bereiken resultaat wordt deze
                                mogelijkheid eerst beoordeeld.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Voor zover de in het vorige lid genoemde mogelijkheden beschikbaar
                                en bruikbaar zijn in de situatie van de aanvrager worden ten aanzien
                                van die onderdelen geen individuele voorziening verstrekt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel>Zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het te bereiken resultaat ten aanzien van het zich lokaal
                                verplaatsen per vervoermiddel bestaat uit het kunnen doen van
                                dagelijkse boodschappen, het kunnen bezoeken van familie, kennissen
                                en het doen van gewenste activiteiten binnen de directe woon- en
                                leefomgeving.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Met het oog op het zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel, kan
                                een individuele voorziening worden getroffen ten aanzien van het
                                verplaatsen over de korte afstand rond de woning en het verplaatsen
                                over de langere afstand binnen de directe woon- en
                                leefomgeving.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor zover de belanghebbende gebruik kan maken van een aanwezige en
                                bruikbare scootermobielpool of van vraagafhankelijk vervoer van deur
                                tot deur die in de individuele situatie van de belanghebbende kan
                                leiden tot het te bereiken resultaat worden deze mogelijkheden eerst
                                beoordeeld.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Voor zover de in het vorige lid genoemde mogelijkheden beschikbaar
                                en bruikbaar zijn in de situatie van de aanvrager worden voor die
                                onderdelen geen individuele voorzieningen verstrekt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18.</nr><titel>De mogelijkheid om contacten te hebben met medemensen en deel te
                                nemen aan recreatieve, maatschappelijke of religieuze activiteiten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het te bereiken resultaat ten aanzien van de mogelijkheid om
                                    contacten te hebben met medemensen en deel te nemen aan
                                    recreatieve, maatschappelijke of religieuze activiteiten bestaat
                                    uit het zo mogelijk kunnen afleggen van gewenste bezoeken en het
                                    deelnemen aan gewenste activiteiten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Met het oog op de mogelijkheid om contacten te hebben met
                                    medemensen en deel te nemen aan recreatieve, maatschappelijke of
                                    religieuze activiteiten kan een individuele voorziening worden
                                    getroffen ten aanzien van het vervoer naar de gewenste
                                    bestemmingen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor zover de belanghebbende gebruik kan maken van een of meer
                                    aanwezige en bruikbare (vrijwilligers)organisaties die in de
                                    individuele situatie van belanghebbende kan leiden tot het te
                                    bereiken resultaat worden deze mogelijkheid eerst
                                    beoordeeld.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Voor zover de in het vorige lid genoemde mogelijkheden
                                    beschikbaar en bruikbaar zijn in de situatie van de aanvrager
                                    worden ten aanzien van die onderdelen geen individuele
                                    voorzieningen verstrekt.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Verstrekking in natura, als persoonsgebonden budget en als financiële
                            tegemoetkoming, eigen bijdragen en eigen aandeel</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19.</nr><titel>Vormen en keuzevrijheid</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een individuele voorziening kan verstrekt worden in natura, als
                                persoonsgebonden budget of als financiële tegemoetkoming.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Belanghebbende heeft de keuzevrijheid om in plaats van de
                                voorziening in natura een persoonsgebonden budget te ontvangen,
                                tenzij zich een situatie voordoet als beschreven in artikel 25.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20.</nr><titel>Voorziening in natura</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een voorziening in natura wordt verstrekt in eigendom, in bruikleen
                                of als persoonlijke dienstverlening, ter beoordeling aan het
                                college.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien een voorziening in bruikleen wordt verstrekt wordt aan de
                                belanghebbende de verplichting opgelegd – middels het ondertekenen
                                van een bruikleenovereenkomst – akkoord te gaan met de voorwaarden
                                waaronder de voorziening wordt verstrekt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Als er sprake is van een te betalen eigen bijdragen wordt dit in de
                                beschikking opgenomen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21.</nr><titel>Financiële tegemoetkoming</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stelt de hoogte van de financiële tegemoetkoming voor de
                                individuele voorziening vast in het Financieel Besluit.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij verstrekking van een financiële tegemoetkoming worden de
                                toepasselijke voorschriften – zoals vastgelegd in het Financieel
                                Besluit – in de beschikking opgenomen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Ingeval een financiële tegemoetkoming voor een auto- of
                                woningaanpassing wordt verstrekt, wordt in de beschikking de
                                verplichting opgelegd dat de voorziening toereikend is
                                verzekerd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22.</nr><titel>Algemene bepalingen bij persoonsgeboden budget</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De hoogte van het persoonsgebonden budget wordt afgeleid van de
                                tegenwaarde van de in de betreffende situatie te verstrekken
                                voorziening in natura.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het persoonsgebonden budget wordt, indien noodzakelijk, aangevuld
                                met een vergoeding voor aanvullende kosten, zoals vastgelegd in het
                                Financieel Besluit.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De wijze waarop en de hoogte van het persoonsgebonden budget worden
                                vastgelegd in het Financieel Besluit. (</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In de beschikking worden de onderbouwde hoogte en de verwachte
                                looptijd c.q. afschrijvingstermijn van de voorziening, de hiermee te
                                bereiken resultaten en indien van toepassing, de aanvullende eisen
                                met betrekking tot de besteding van het te verstrekken
                                persoonsgebonden budget vastgelegd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23.</nr><titel>Verplichtingen bij verstrekking van het persoonsgebonden
                                budget</titel></kop><al>Bij de verstrekking van een persoonsgebonden budget worden
                            belanghebbende de volgende verplichtingen opgelegd:</al><lijst><li nr="a."><al>hij gebruikt het persoonsgebonden budget uitsluitend voor het
                                    bereiken van het in de beschikking vastgelegde resultaat. </al></li><li nr="b."><al>Het resultaat dat met de ingekochte dienstverlening of
                                    voorziening wordt bereikt voldoet aan hetgeen dat daarover in
                                    het bij de beschikking gevoegde programma van eisen is
                                    gesteld;</al></li><li nr="c."><al>De voorziening of dienstverlening die met het persoonsgebonden
                                    budget wordt aangeschaft is kwalitatief verantwoord.</al></li><li nr="d."><al>De voorziening of dienst die met het persoonsgebonden budget
                                    wordt aangeschaft heeft tenminste dezelfde gebruiksduur als een
                                    voorziening in natura.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24.</nr><titel>Verantwoording besteding persoonsgebonden budget door
                                belanghebbende</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij een eenmalig aan te schaffen voorziening dient belanghebbende de
                                besteding van het persoonsgebonden budget binnen 60 dagen na
                                dagtekening van de beschikking te verantwoorden door middel van het
                                overleggen van een factuur en een bewijs van betaling.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor de verantwoording van het persoonsgebonden budget voor
                                dienstverlening dient de belanghebbende een deugdelijke
                                administratie bij te houden, waarin tenminste de volgende
                                bewijsstukken zijn opgenomen:</al><lijst><li nr="-"><al>een arbeidsovereenkomst of een dienstverleningsovereenkomst
                                        waarin de aard en de omvang van de dienstverlening wordt
                                        beschreven;</al></li><li nr="-"><al>betaalbewijzen waaruit de besteding van het persoonsgebonden
                                        budget blijkt;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college verricht steekproefsgewijs onderzoek naar de besteding
                                van het persoonsgebonden budget zoals bedoeld in lid 2. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De omvang van de steekproef bedraagt 10% van de totale omvang van
                                persoonsgebonden budgetten voor periodieke dienstverlening. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Belanghebbende is verplicht om de gevraagde bewijsstukken zoals
                                genoemd in lid 2, per ommegaande aan het college te verstrekken,
                                nadat hierom is verzocht.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Indien de verantwoording niet voldoende is, kan het college het
                                recht op het persoonsgebonden budget geheel of gedeeltelijk
                                intrekken.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De verantwoording kan niet worden gedaan door een natuurlijk persoon
                                of een rechtspersoon die leverancier is van de voorziening, waaraan
                                het persoonsgebonden budget is besteed.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25.</nr><titel>Gronden voor weigering van een persoonsgebonden budget</titel></kop><al>Belanghebbende heeft niet de mogelijkheid om te kiezen voor een
                            persoonsgebonden budget als er overwegende bezwaren zijn als bedoeld in
                            artikel 6 van de wet.</al><al>Daarvan is in ieder geval sprake als zich een van de volgende situaties
                            voordoet:</al><lijst><li nr="a."><al>de voorziening betreft een vervoerspas voor gebruik van het
                                    collectief vervoer waarmee de belanghebbende volledig in zijn
                                    vervoersbehoefte kan voorzien; </al></li><li nr="b."><al>belanghebbende heeft zich in de periode van twee jaar
                                    voorafgaand aan de aanvraag niet gehouden aan –bij eerdere
                                    verstrekking van een persoonsgebonden budget- opgelegde
                                    verplichtingen;</al></li><li nr="c."><al>belanghebbende zit in een financieel hulpverleningstraject of
                                    zou daarvoor in aanmerking kunnen komen;</al></li><li nr="d."><al>er zijn gegronde redenen om aan te nemen dat belanghebbende zelf
                                    niet in staat is tot een verantwoord beheer en een verantwoorde
                                    besteding en er is geen ondersteuning beschikbaar van een
                                    echtgenoot, wettelijke vertegenwoordiger, bewindvoerder of
                                    mentor.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26.</nr><titel>Eigen bijdragen en eigen aandeel</titel></kop><lid><lidnr>1,</lidnr><al>Bij het verstrekken van een voorziening is een eigen bijdrage
                                    of een eigen aandeel verschuldigd ten aanzien van de volgende
                                    resultaten:</al><lijst><li nr="a."><al>een schoon en leefbaar huis;</al></li><li nr="b."><al>wonen in een geschikt huis;</al></li><li nr="c."><al>beschikken over goederen voor primaire
                                            levensbehoeften;</al></li><li nr="d."><al>beschikken over schone, draagbare en doelmatige
                                            kleding;</al></li><li nr="e."><al>het thuis kunnen zorgen voor kinderen die tot het gezin
                                            behoren;</al></li><li nr="f."><al>zich verplaatsen in, om en nabij de woning voor zover
                                            het geen rolstoel betreft;</al></li><li nr="g."><al>zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel;</al></li><li nr="h."><al>de mogelijkheid om contacten te hebben met medemensen en
                                            deel te nemen aan recreatieve, maatschappelijke of
                                            religieuze activiteiten.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college legt in het Besluit voorzieningen
                                            maatschappelijk ondersteuning gemeente West Maas en Waal
                                            vast in welke gevallen een eigen bijdrage en een eigen
                                            aandeel wordt opgelegd en regelt de omvang van deze
                                            eigen bijdrage en het eigen aandeel met inachtneming van
                                            het Besluit maatschappelijke ondersteuning (AMvB)</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6</nr><titel>Procedurele bepalingen rond onderzoek, advies
                                        en besluitvorming, intrekking en terugvordering.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27.</nr><titel>Loket</titel></kop><al>De aanvraag moet worden ingediend bij Vraagwijzer van de
                                    gemeente West Maas en Waal.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28.</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De termijn waarbinnen na ontvangst van de aanvraag
                                            uiterlijk een besluit wordt genomen bedraagt op het
                                            resultaatsgebied:</al><lijst><li nr="a."><al>een schoon en leefbaar huis: 8 weken</al></li><li nr="b."><al>een geschikte woning: 26 weken</al></li><li nr="c."><al>beschikken over goederen voor primaire
                                                  levensbehoeften: 8 weken</al></li><li nr="d."><al>beschikken over schone draagbare en doelmatige
                                                  kleding: 8 weken</al></li><li nr="e."><al>het thuis kunnen zorgen voor kinderen die tot
                                                  het gezin behoren: 8 weken</al></li><li nr="f."><al>zich verplaatsen in en om de woning:13
                                                  weken</al></li><li nr="g."><al>zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel: 8
                                                  weken</al></li><li nr="h."><al>de mogelijkheid om contacten te hebben met
                                                  medemensen en deel te nemen aan recreatieve,
                                                  maatschappelijke of religieuze activiteiten: 8
                                                  weken.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De in lid 1 bedoelde termijn wordt met 6 weken verlengd,
                                            indien een (medisch) advies als bedoeld in artikel 29
                                            lid 1 onder b wordt gevraagd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De in lid 1 onder b genoemde termijn wordt verlengd met
                                            8 weken als een bouwkundige offerte opgevraagd moet
                                            worden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29.</nr><titel>Inlichtingenplicht</titel></kop><al>Belanghebbende is verplicht om op verzoek of onverwijld uit
                                    eigen beweging aan het college mededeling te doen van alle
                                    feiten en omstandigheden, waarvan hem redelijkerwijs duidelijk
                                    moet zijn dat deze van invloed kunnen zijn op de te verstrekken
                                    voorziening dan wel verstrekte voorziening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30.</nr><titel>Onderzoek en advies</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college is bevoegd om de belanghebbende:</al><lijst><li nr="a."><al>op te roepen te verschijnen op een aangegeven plaats en
                                            tijdstip en hem in het belang van de beoordeling van de
                                            aanvraag te bevragen;</al></li><li nr="b."><al>op een aangegeven plaats en tijdstip door een of meer
                                            daartoe aangewezen deskundigen in het belang van de
                                            beoordeling van de aanvraag te doen bevragen en te laten
                                            onderzoeken.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze bevoegdheid heeft het college eveneens ten aanzien
                                            van huisgenoten van belanghebbende, voor zover de gebruikelijke zorg als omschreven in artikel 1
                                    onder n moet worden beoordeeld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De MO-zaak wordt hierbij aangewezen als alleen bevoegde
                                    externe uitvoerder van de Wmo-indicatiestelling.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college vraagt de MO-zaak om advies indien:</al><lijst><li nr="a."><al>er sprake is van een noodzakelijke medische beoordeling
                                            om de noodzaak voor het treffen van een voorziening vast
                                            te kunnen stellen;</al></li><li nr="b."><al>het college dat overigens gewenst vindt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Bij de advisering zoals genoemd in het vierde lid, wordt
                                            door de adviseur gebruik gemaakt van de systematiek zoals
                                            neergelegd in de International Classification
                                    of Functions, Disabilities and Health, de zogenaamde ICF-classifiactie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31.</nr><titel>Heronderzoek</titel></kop><al>Het college is bevoegd, na de verstrekking van een voorziening
                                    krachtens de wet of de Wet voorzieningen gehandicapten, een
                                    heronderzoek uit te voeren om vast te kunnen stellen of de
                                    omstandigheden, die hebben geleid tot het verstrekken van een
                                    voorziening, gewijzigd zijn.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32.</nr><titel>Nazorg</titel></kop><al>Het college voert drie maanden na het gesprek een onderzoek uit
                                    om te beoordelen of de beoogde resultaten door inzet van het
                                    overeengekomen ondersteuningsarrangement zijn bereikt. Indien
                                    daartoe aanleiding bestaat zal het ondersteuningsarrangement op
                                    onderdelen worden aangepast. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>33</nr><titel>Intrekking en wijziging</titel></kop><al>Het college kan een besluit geheel of gedeeltelijk intrekken of
                                    ten nadele van belanghebbende wijzigen als:</al><lijst><li nr="a."><al>niet of niet meer wordt voldaan aan de voorwaarden of
                                            verplichtingen zoals opgenomen in deze verordening of
                                            krachtens de wet;</al></li><li nr="b."><al>gebleken is dat de gegevens op grond waarvan is beschikt
                                            zodanig onjuist waren dat, waren de juiste gegevens bekend geweest, een andere beslissing zou zijn
                                    genomen;</al></li><li nr="c."><al>de voorziening ten onrechte is verstrekt en belanghebbende dit
                                    wist of redelijkerwijs heeft kunnen weten;</al></li><li nr="d."><al>de financiële tegemoetkoming of het persoonsgebonden budget
                                    zes maanden na uitbetaling niet of niet volledig is aangewend 
                                    voor het doel waarvoor deze
                                    is verstrekt;</al></li><li nr="e."><al>achteraf blijkt dat een aanspraak op grond van een
                                            wettelijk voorliggende voorziening bestaat;</al></li><li nr="f."><al>uit onderzoek blijkt dat belanghebbende geen gebruik
                                            maakt van een aan hem verstrekte voorziening.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>34.</nr><titel>Terugvordering en verrekening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Ingeval het recht op een voorziening geheel of gedeeltelijk is
                                    ingetrokken of ten nadele van belanghebbende is gewijzigd, kan het 
                                    college op basis daarvan
                                    een ten onrechte betaalde financiële tegemoetkoming of persoonsgebonden budget
                                    terugvorderen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ingeval het recht op een in eigendom of bruikleen verstrekte
                                    voorziening is ingetrokken, kan deze voorziening worden 
                                    teruggevorderd dan wel teruggehaald.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college is bevoegd een persoonsgebonden budget of
                                    financiële tegemoetkoming dat ten onrechte of tot een te hoog bedrag is uitgekeerd, te verrekenen
                                    met een persoonsgebonden budget  of financiële tegemoetkoming waar belanghebbende nadien op
                                    grond van deze verordening recht op heeft.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college is bevoegd een geldschuld, die het gevolg is van
                                    onverantwoord gebruik van een hulpmiddel, te verrekenen met een persoonsgebonden budget of
                                    financiële tegemoetkoming waar belanghebbende nadien op grond van deze verordening recht op
                                    heeft.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>7</nr><titel>Slotbepalingen.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>35.</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de
                                    belanghebbende afwijken van de bepalingen in deze verordening en
                                    het Financieel besluit, indien toepassing hiervan leidt tot
                                    onbillijkheden van overwegende aard.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>36.</nr><titel>Indexering</titel></kop><al>Het college kan jaarlijks per 1 januari de geldende bedragen,
                                    die vermeld zijn in deze verordening en in het Financieel
                                    Besluit, verhogen of verlagen aan de hand van de prijsindex voor
                                    gezinsconsumptie zoals bepaald in artikel 4.5 lid 1 van het
                                    landelijk Besluit maatschappelijke ondersteuning.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>37.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari
                                    2012.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>38.</nr><titel>Intrekking oude regeling en
                                        overgangsregeling</titel></kop><al>De Verordening maatschappelijke ondersteuning, gemeente West
                                    Maas en Waal, versie 3.0 wordt ingetrokken, met dien verstande
                                    dat zij:</al><lijst><li nr="a."><al>van toepassing blijft op aanvragen die zijn ingediend
                                            voor 1 januari 2012;</al></li><li nr="b."><al>van toepassing blijft op de financiële verantwoording,
                                            vaststelling en uitbetaling van voorzieningen die zijn verstrekt voor 1 januari 2012.</al></li></lijst><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>39</nr><titel>Citeertitel.</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening individuele
                                    voorzieningen maatschappelijke ondersteuning, gemeente West Maas
                                    en Waal.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>DE RAAD VAN DE GEMEENTE WEST MAAS EN WAAL,</ondertekening><ondertekening>De griffier, De voorzitter,</ondertekening><ondertekening>Mr. G.E.M. Gieling Th.A.M. Steenkamp</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>