<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR120448_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Richtlijnen bijzondere bijstand</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Eemnes</dcterms:creator><dcterms:modified>2019-01-29</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Eemnes</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Laarder Courant De BEL 16-12-2004</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Richtlijnen bijzondere bijstand</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=WET WERK EN BIJSTAND">Wet werk en bijstand </dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2004-10-05</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2005-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Collegebesluit 5-10-2004</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Maatschappelijke zorg en welzijn</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Richtlijnen bijzondere bijstand</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Eemnes heeft de
                        navolgende Richtlijnen bijzondere bijstand vastgesteld.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemeen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.1</nr><titel>Inleiding en achtergrond</titel></kop><al>Op 1 januari 2004 is de Wet werk en bijstand (WWB) in werking getreden.
                            Artikel 35 WWB biedt de wettelijke basis voor de verlening van
                            bijzondere bijstand. De invulling en uitvoering van het bijzondere
                            bijstandsbeleid is aan het college van burgemeester en wethouders. Het
                            college heeft beleidsvrijheid bij de vaststelling van de draagkracht en
                            de draagkrachtperiode van de belanghebbende, en tot op zekere hoogte bij
                            de bepaling van de inhoud van het bijzondere bijstandsbeleid. In deze
                            notitie wordt uitgewerkt hoe de Intergemeentelijke afdeling sociale
                            zaken Huizen, Eemnes en Blaricum (sozaheb) invulling geeft aan haar
                            beleidsvrijheid ten aanzien van het verstrekken van bijzondere bijstand
                            onder de WWB.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.2</nr><titel>Begrippen algemen bijstand, bijzondere bijstand,
                                langdurigheidstoeslag en categoriale bijstand</titel></kop><al>In artikel 5 WWB is terug te vinden wat moet worden verstaan onder
                            algemene bijstand, bijzondere bijstand en de landurigheidstoeslag.</al><al>Algemene bijstand is bijstand, die wordt verstrekt voor de normale,
                            noodzakelijke kosten van het bestaan, zoals kosten van levensonderhoud,
                            die uit het inkomen moeten worden voldaan.</al><al> Bijzondere bijstand is bijstand, die wordt verstrekt indien er door
                            bijzondere omstandigheden kosten gemaakt moeten worden, die niet uit het
                            normale inkomen kunnen worden voldaan. Voorbeelden zijn de
                            aanschafkosten van een bril of de kosten van een kunstgebit. Aan
                            bijzondere bijstand zijn de volgende voorwaarden verbonden:</al><al> • De kosten moeten bijzonder zijn.</al><al> De bijzondere individuele situatie van de belanghebbende en/of zijn
                            gezin bepaalt of kosten als bijzonder kunnen worden aangemerkt. Door
                            medische of sociale omstandigheden kunnen kosten als bijzonder worden
                            aangemerkt.</al><al> • De kosten moeten noodzakelijk zijn.</al><al> Het is alleen mogelijk bijzondere bijstand te verlenen voor
                            noodzakelijke kosten, dit ter onderscheiding van wenselijke kosten. Om
                            de noodzaak te bepalen, is het mogelijk dat een advies bij een externe
                            deskundige (bijvoorbeeld een medisch adviseur) wordt ingewonnen.</al><al> • Voor de kosten mag geen voorliggende voorziening aanwezig zijn.</al><al> Hiermee wordt bedoeld dat de kosten door een andere instantie of
                            regeling (kunnen) worden vergoed. In veel gevallen is het wel mogelijk
                            bijzondere bijstand te verlenen voor een eigen bijdrage. Dit is
                            afhankelijk van de kosten, waarvoor de bijzondere bijstand wordt
                            aangevraagd. Het is mogelijk dat bepaalde kosten bewust niet zijn
                            opgenomen in een vergoedingenpakket van een andere instantie, omdat men
                            van mening is dat de noodzaak voor vergoeding ontbreekt. Verlening van
                            bijzondere bijstand is in dat geval eveneens niet mogelijk door het
                            ontbreken van de noodzaak. Het ligt anders, indien de kosten om
                            financiële redenen niet langer door een andere instantie worden vergoed.
                            Verlening van bijzondere bijstand is dan wel mogelijk. Deze problematiek
                            speelt vaak bij de vergoeding van medische kosten. In deze notitie wordt
                            ingegaan op wat door sociale zaken wordt beschouwd als een voorlopige
                            voorziening.</al><al> • De kosten kunnen niet zelf door de belanghebbende worden betaald</al><al> Door Sozaheb worden richtlijnen vastgesteld over hoe om te gaan met het
                            inkomen en het vermogen. Bij welk inkomen mag er vanuit worden gegaan
                            dat een belanghebbende de kosten zelf kan voldoen? Welk deel van het
                            vermogen moet eventueel door de belanghebbende voor de kosten worden
                            aangewend? De WWB heeft de gemeente volledige beleidsvrijheid gegeven in
                            de vaststelling van de draagkracht van de belanghebbende.</al><al> Deze elementen wordt in deze notitie uitgewerkt.</al><al/><al>Naast de kosten, die op grond van de algemene omschrijving horen tot de
                            bijzonder noodzakelijke kosten van het bestaan, zijn er een aantal
                            kosten, die wanneer er bijstand voor wordt verleend, ook vallen onder
                            het begrip bijzondere noodzakelijke kosten. Het gaat hierbij
                            bijvoorbeeld om een particuliere ziektekostenverzekering voor personen,
                            die niet in aanmerking komen voor een verplichte ziekenfondsverzekering,
                            en aanvullingen op de algemene bijstand voor jong-meerderjarigen
                            (personen van 18, 19 of 20 jaar), die noodzakelijk hogere kosten van het
                            bestaan hebben dan de voor hen geldende bijstandsnorm (ter hoogte van de
                            kinderbijslag). </al><al/><al>De Langdurigheidstoeslag is een nieuwe toeslag, die is ingevoerd bij de
                            inwerkingtreding van de WWB en is geregeld in artikel 36 WWB. De
                            langdurigheidstoeslag is een extraatje voor personen, die vijf jaar of
                            langer van een minimuminkomen moeten rondkomen, en in die vijf jaar
                            niet-verwijtbaar geen inkomsten uit of in verband met arbeid hebben
                            gehad. De langdurigheidstoeslag is min of meer in de plaats gekomen van
                            het categoriale bijzondere bijstandsbeleid (minimabeleid) dat tot 1
                            januari 2004 was toegestaan. Huizen, Eemnes en Blaricum hadden ieder hun
                            eigen, sterk verschillende, minimabeleid.</al><al/><al> Het verlenen van categoriale bijstand is met de invoering van de WWB
                            per 1 januari 2004 voor personen jonger dan 65 jaar door het rijk
                            verboden. Bij categoriale bijstandsverlening wordt aangenomen dat voor
                            een bepaalde groep bepaalde kosten niet (geheel) uit het inkomen betaald
                            kunnen worden. Als vervolgens iemand een aanvraag voor die kosten
                            indient, hoeft alleen maar gekeken te worden of die persoon tot de
                            doelgroep behoort. Een individuele afweging van de noodzaak van de
                            kosten en bestedingscontrole zijn in dat geval niet nodig. Het rijk
                            heeft dit categoriaal beleid verboden, omdat dit beleid in de praktijk
                            in vele gevallen zondanig werd ingevuld dat er sprake was van ongerichte
                            inkomensondersteuning, en dit de armoedeval in bevordert. Het rijk is
                            van mening dat inkomensbeleid aan het rijk voorbehouden dient te zijn. </al><al> De WWB maakt een uitzondering voor 65-plussers, chronisch zieken en
                            gehandicapten. Voor deze groepen is categoriaal beleid nog wel
                            toegestaan, omdat de armoedeval dan geen rol speel en 65-plussers geen
                            recht hebben op de langdurigheidstoeslag. </al><al>In een aparte notitie is een voorstel gedaan voor een nieuwe invulling
                            van een categoriaal beleid voor 65-plussers en chronisch zieken en
                            gehandicapten. Een aantal elementen, die voorheen hoorden tot de
                            categoriale bijstandsverlening, is opgenomen in het bijzondere
                            bijstandsbeleid. Mits op aanvraag en na individuele beoordeling en er
                            sprake is van bestedingscontrole, is dit toegestaan.</al><al/><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.3</nr><titel>Beleidsuitgangspunten</titel></kop><al>Bij de ontwikkeling van het bijzondere bijstandsbeleid spelen de
                            volgende uitgangspunten een rol.</al><al> • Geen strijd met rijksinkomensbeleid</al><al> Bij het verlenen van bijzondere bijstand blijft het uitgangspunt dat de
                            verstrekking niet strijdig mag zijn met het rijksinkomensbeleid. Hierbij
                            dient overigens wel rekening te worden gehouden met het feit dat de
                            gemeente (door de nieuwe regelgeving) in bepaalde opzichten wel degelijk
                            bevoegd is om zich te begeven op het terrein van het inkomensbeleid
                            (hoogte en duur draagkracht, wel of geen drempelbedrag, gedeeltelijke
                            vrijheid bij de invulling van het pakket, wel of geen categoriaal beleid
                            voor 65-plussers, chronisch zieken en gehandicapten e.d.).</al><al> • Geen bijstand voor niet noodzakelijke kosten.</al><al> Artikel 14 WWB somt een aantal posten op, die in elk geval niet worden
                            gerekend tot de noodzakelijke kosten van het bestaan. Bijstandsverlening
                            is dan niet mogelijk. Het gaat hier onder meer kosten van medische
                            behandelingen en verrichtingen die gerekend kunnen worden tot de
                            ontwikkelingsgeneeskunde, alimentatieverplichtingen, geleden of
                            toegebrachte schade, vrijwillige premiebetaling in het kader van een
                            publiekrechtelijke verzekering en de betaling van een boete. </al><al>• Het bijzondere bijstandsbeleid mag het beleid van voorliggende
                            voorzieningen niet doorkruisen.</al><al> De bijzondere bijstand in het kader van de WWB mag het beleid wat
                            gevoerd wordt bij voorliggende voorzieningen niet doorkruisen (onder
                            voorliggende voorziening wordt verstaan: elke voorziening buiten deze
                            wet waarop de persoon of het gezin aanspraak kan maken, dan wel een
                            beroep kan doen, ter verwerving van middelen of ter bekostiging van
                            specifieke uitgaven).</al><al> • Bijzondere bijstand staat open voor alle minima</al><al> Bijzondere bijstand is niet voorbehouden aan personen met een
                            bijstandsuitkering voor levensonderhoud. Ook degene, die beschikt over
                            een ander inkomen (bijvoorbeeld inkomen uit arbeid, alimentatie,
                            uitkering van het UWV kan een beroep op bijzondere bijstand doen, als
                            dat inkomen niet toereikend is om bepaalde bijzondere noodzakelijke
                            kosten te voldoen. </al><al>• Terugdringen van het niet-gebruik van de voorzieningen</al><al> Sociale zaken spant zich in om de regelingen onder de aandacht te
                            brengen en toegankelijk te maken voor die personen, die er recht op
                            hebben. Dit gebeurt onder meer door middel van het geven van
                            voorlichting.</al><al> • Voortzetting van een vorm van minimabeleid binnen de kaders van de
                            WWB</al><al> Gestreefd wordt naar voortzetting van een vorm van minimabeleid binnen
                            de wettelijke kaders van de WWB en de beschikbare budgetten. </al><al>• Het bijzondere bijstandsbeleid moet rechtvaardig, betaalbaar en
                            efficiënt zijn.</al><al> Met ingang van 2004 zijn gemeenten volledig financieel verantwoordelijk
                            voor de bijstand. Bovendien heeft het Rijk in 2004 aanzienlijke
                            bezuinigingen doorgevoerd op de budgetten voor de bijzondere bijstand.
                            De gemeenteraden van Huizen, Eemnes en Blaricum hebben dit voorjaar de
                            financiële en inhoudelijke kaders voor het bijzondere bijstandsbeleid
                            aangegeven. </al><al> • Individualiseringsprincipe</al><al> Naast bovengenoemde uitgangspunten geldt uiteraard het
                            individualiseringsprincipe van de WWB. Dit is geregeld in artikel 18 lid
                            1 WWB. Dit betekent dat het college de bijstand en de daaraan verbonden
                            verplichtingen dient af te stemmen op de omstandigheden, mogelijkheden
                            en middelen van de belanghebbende(n). Het kan dus voorkomen dat de
                            algemene richtlijnen moeten wijken voor individualisering als de
                            omstandigheden, mogelijkheden en middelen van persoon en/of gezin
                            daartoe aanleiding geven. </al><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Kostensoorten en vergoedingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1</nr><titel>Medische kosten</titel></kop><al>Voorliggende voorzieningen bij medische kosten</al><al> Indien er sprake is van een dekkende voorliggende voorziening voor
                            bepaalde kosten is er in beginsel geen bijstandsverlening voor die
                            kosten mogelijk.</al><al> In grote lijnen zijn medische voorzieningen te onderscheiden in:</al><al> • farmaceutische en geneeskundige hulp</al><al> • verpleging/verzorging en revalidatie</al><al> • overige hulp en verstrekkingen</al><al> • hulpmiddelen kort- en langdurig</al><al> • leef-, woon- en inkomensondersteunende voorzieningen.</al><al> Veel van deze zaken worden (gedeeltelijk) vergoed via verschillende
                            wettelijke regelingen, zoals de ziekenfondswet, de AWBZ en de WVG.
                            Indien er sprake is van een kostensoort die vergoed kan worden via
                            bovengenoemde regelingen is er sprake van een voorliggende
                            voorziening.</al><al> Indien er sprake is van een dekkende vergoeding ingevolge een
                            voorliggende voorziening is er in beginsel geen bijstand mogelijk.
                            Indien er sprake is van gedeeltelijk vergoeding ingevolge een
                            voorliggende voorziening, of indien er in het geheel geen voorliggende
                            voorziening is zal nagegaan moeten worden of bijstandsverlening mogelijk
                            is.</al><al> Aanvullende verzekering en vrije ziekenfondskeuze</al><al> Veel ziekenfondsen hebben aanvullende verzekeringen, die recht geven op
                            extra vergoedingen voor geneeskundige zorg of daarmee verband houdende
                            verstrekkingen, al naar gelang de wens van de verzekerde. Deelname aan
                            de aanvullende verzekering is vrijwillig. De aanvullende verzekeringen
                            kunnen per ziektekostenverzekeraar verschillend zijn.</al><al> In deze richtlijnen is uitgegaan van de aanvullende verzekeringen van
                            Agis, omdat het overgrote deel van de cliënten bij Agis verzekerd is .
                            Door sociale zaken wordt aangenomen dat cliënten zich minimaal
                            aanvullend hebben verzekerd op het niveau van de Comfortpolis van Agis.
                            Indien tot vergoeding van noodzakelijke ziektekosten vanuit de
                            bijzondere bijstand wordt overgegaan, gebeurt dit in principe onder
                            aftrek van de vergoeding die de Comfortpolis van Agis dan wel die de
                            eigen betere verzekering biedt. </al><al> Nederland kent vrijheid van ziekenfondskeuze. Van cliënten mag worden
                            verwacht dat zij zich voldoende aanvullend verzekeren . Als cliënten een
                            gerechtvaardigde reden hebben waarom zij bijvoorbeeld geen, een andere
                            of een mindere aanvullende verzekering dan de Agis Comfortpolis hebben,
                            dan is er geen sprake van tekortschietend besef van verantwoordelijkheid
                            en kan bijzondere bijstand worden verleend met inachtneming van de
                            eventuele maximale vergoedingen op grond van het gemeentelijk beleid, en
                            onder aftrek van de vergoeding, die hij van zijn eigen
                            ziektekostenverzekeraar kan ontvangen.</al><al> Heeft de cliënt geen gerechtvaardigde reden waarom hij niet is
                            verzekerd op het niveau van de Comfortpolis van Agis, dan wordt de
                            eventuele bijstand verminderd met het bedrag dat hij ingevolge de
                            Comfortpolis als tegemoetkoming zou hebben kunnen ontvangen.</al><al> Voorliggende voorziening niet meer toegankelijk</al><al> De Centrale Raad van Beroep is van mening dat niet gesproken mag worden
                            van een voorliggende voorziening als op het moment van de
                            bijstandsaanvraag de voorziening niet meer toegankelijk is voor de
                            desbetreffende persoon. De bijstand kan in die gevallen derhalve niet
                            afgestemd of geweigerd worden met als reden het bestaan of het geen
                            gebruik hebben gemaakt van een voorliggende voorziening. De Raad staat
                            wel toe dat de bijstand geweigerd of afgestemd wordt in verband met een
                            betoond tekortschietend besef van verantwoordelijkheid. Per saldo
                            verandert dus alleen de grond tot afstemming of weigering. </al><al> Nominale premie en bijstand </al><al> Omdat de nominale premie behoort tot de normale algemene
                            bestaanskosten, wordt ervan uitgegaan dat de bijstandsnorm voldoende is
                            om de nominale premie kunnen betalen. Het is niet mogelijk voor deze
                            premie bijstand te verlenen. </al><al> AV Huizen</al><al> Voor minima in Huizen (personen met een inkomen tot 120% van de
                            bijstandsnorm) staat sinds medio 2001 AV Huizen open. Dit is een
                            collectieve ziektekostenverzekering van Agis op basis van de
                            Comfortpolis met een aantal extra’s. Deze extra’s gelden onder meer voor
                            brillen/lenzen, tandheelkunde en thuiszorg. Voor personen met een
                            uitkering voor levensonderhoud wordt de premie ingehouden op de
                            uitkering. De “overige minima” betalen hun premie zelf aan Agis. </al><al> De gemeente Huizen vergoedt € 0,91 per maand van de premie. AV Huizen
                            is hierdoor iets goedkoper dan de Comfortpolis en biedt een uitgebreider
                            pakket.</al><al> Personen met een kunstgebit kunnen kiezen voor een aangepaste versie
                            van AV Huizen (namelijk zonder vergoeding voor tandheelkunde) tegen een
                            lagere premie. </al><al> Vergoeding van medische kosten</al><al> Medisch advies</al><al> Indien tot vergoeding van noodzakelijke ziektekosten vanuit de
                            bijzondere bijstand wordt overgegaan, gebeurt dit in principe onder
                            aftrek van de vergoeding die de Comfortpolis van Agis biedt (BIJLAGE 1).
                            Voor een eventuele resterende eigen bijdrage kan bijzondere bijstand
                            worden verleend, zonder dat een aanvullend medisch advies over de
                            noodzaak wordt aangevraagd, tenzij het bedrag, waarvoor bijstand wordt
                            aangevraagd, € 500,-- of hoger is. Het bedrag van € 500,-- geldt per
                            kostensoort. Bij periodieke kosten geldt het per jaar (bijvoorbeeld:
                            psychotherapie). Bijstandsverlening is mogelijk voor zover de gevraagde
                            voorziening de goedkoopst adequate noodzakelijke oplossing is. Het
                            advies moet worden aangevraagd bij de hiervoor aangewezen instantie,
                            vóór met de (voortgezette) behandeling wordt gestart en de kosten zijn
                            gemaakt. </al><al> Bij kosten in verband met tandheelkunde geldt dat het medisch advies
                            moet worden aangevraagd bij een andere tandarts dan de eigen
                            tandarts.</al><al> Op een aantal kosten wordt in deze notitie nader ingegaan. </al><al> Eigen bijdrage in de kosten van aanschaf, onderhoud of reparatie van
                            een hoorapparaat plus</al><al> batterijen</al><al> De resterende eigen bijdrage in de kosten van aanschaf, reparatie van
                            een hoorapparaat en noodzakelijke batterijen komt voor
                            bijstandsverlening in aanmerking. Ook hier geldt dat bijstandsverlening
                            mogelijk is voor de goedkoopste adequate noodzakelijke oplossing. Hoewel
                            de kosten in veel gevallen meer zullen bedragen dan € 500,-- is geen
                            aanvullend medisch advies nodig.</al><al> Een advies van de arts (vrijwel altijd kno-arts) is toereikend voor een
                            “gewoon” hoortoestel. Vergoeding van de duurdere digitale toestellen is
                            mogelijk, indien de noodzaak van een digitaal toestel blijkt uit het
                            advies van de kno-arts. Voor de noodzakelijke batterijen kan eveneens
                            bijzondere bijstand worden verleend tot een maximum van € 50,00 per
                            hoortoestel per jaar.</al><al> De resterende eigen bijdrage in de kosten van aanschaf of reparatie van
                            een kunstgebit of</al><al> gedeeltelijke prothese (=plaatje)</al><al> De resterende eigen bijdrage in de kosten van aanschaf of reparatie van
                            een kunstgebit of gedeeltelijke prothese komt voor bijstandsverlening in
                            aanmerking. Een medisch advies is van het Rio is niet nodig. </al><al> Eigen bijdrage tandheelkundige hulp</al><al> Van cliënten wordt verwacht dat zij aanvullend verzekerd zijn op het
                            niveau van de Comfortpolis van Agis. Voor de resterende eigen bijdrage
                            van noodzakelijke tandheelkundige hulp kan in beginsel bijstand worden
                            verleend, zeker waar het preventieve tandheelkundige hulp betreft.
                            Anders ligt dit wanneer men van plan is om voor duurdere oplossingen te
                            kiezen, bijvoorbeeld kronen en bruggen in plaats van een plaatje met
                            elementen. Hoe begrijpelijk deze keuze ook, dit is een luxe keuze die
                            belanghebbenden zelf dienen te financieren door een goede aanvullende
                            tandverzekering af te sluiten, en zo nodig door middel van reservering
                            vooraf of gespreide betaling achteraf.</al><al> In geval van twijfel over de noodzaak van de behandeling en indien de
                            kosten hoger zijn dan € 500,-- dient de medische noodzaak van de
                            voorziening via een aanvullend medisch advies te worden
                            vastgesteld.</al><al> Brillen en lenzen</al><al> Voor de maximale vergoeding van brillen en lenzen wordt aansluiting
                            gezocht bij de vergoeding van AV Huizen (bijlage 1). De vergoeding van
                            een bril is eenmaal per 36 maanden mogelijk, onder aftrek van de
                            vergoeding van de verzekering.</al><al> Vervanging van de glazen binnen 36 maanden is mogelijk indien de
                            sterkte van de glazen moet worden aangepast. Vergoeding van montuur is
                            dat geval ook mogelijk indien bij verandering in de sterkte van de
                            glazen de nieuwe glazen niet in het oude montuur passen. Ook kan worden
                            gedacht aan opgroeiende kinderen waarbij het montuur te klein is
                            geworden.</al><al> Indien de maximale vergoeding voor een bril om medische redenen niet
                            toereikend is, kunnen de noodzakelijke meerkosten worden vergoed, mits
                            op advies van een oogarts.</al><al> Wenselijke, maar niet noodzakelijke kosten, komen niet voor vergoeding
                            in aanmerking. </al><al> Vergoeding van duurdere lenzen dan de maximale vergoeding van AV Huizen
                            is alleen mogelijk op voorschrift van een oogarts. Vervanging 1 x 36
                            maanden, tenzij andere sterkte wordt voorgeschreven.</al><al> Lenzenvloeistof wordt vergoed tot een maximum per jaar (bijlage
                            2).</al><al> Er wordt geen bijstand verleend voor de kosten van een
                            contactlenzenabonnement.</al><al> Extra kosten wassen en slijtage kleding/beddengoed ten gevolge van
                            ziekte of handicap</al><al> Indien er ten gevolge van een ziekte of handicap extra kosten voor
                            wassen en slijtage kleding/beddengoed gemaakt moeten worden, die niet op
                            een andere wijze kunnen worden vergoed, is in beginsel bijstand mogelijk
                            voor de meerkosten. Met betrekking tot de noodzakelijkheid en de omvang
                            van de meerkosten wordt een medisch advies aangevraagd bij de hiervoor
                            aangewezen instantie. Als de meerkosten eenmaal via een medisch advies
                            zijn vastgesteld, kunnen de kosten, zolang deze noodzakelijk zijn,
                            jaarlijks worden geïndexeerd met het indexeringspercentage voor
                            alimentatie. </al><al> Extra stookkosten ten gevolge van ziekte of handicap</al><al> In voorkomende gevallen zal in redelijkheid bepaald moeten worden wat
                            de hoogte is van de kosten bij een regulier verbruik in die woning. Dat
                            kan worden bepaald door bij het Nuon/de energieleverancier te informeren
                            naar het gemiddeld verbruik van soortgelijke woningen in dezelfde
                            straat. Als de meerkosten eenmaal via een medisch advies zijn
                            vastgesteld, kunnen de kosten jaarlijks worden geïndexeerd met het
                            indexeringspercentage voor alimentatie, zolang de kosten noodzakelijk
                            zijn. Verhuizing is reden de situatie opnieuw te bekijken.</al><al> Dieetkosten</al><al> Om vast te stellen of een dieet noodzakelijk is, en wat de meerskosten
                            van het dieet zijn, wordt een medisch advies opgevraagd bij de hiervoor
                            aangewezen instantie. Als de meerkosten eenmaal via een medisch advies
                            zijn vastgesteld, kunnen de kosten jaarlijks worden geïndexeerd met het
                            indexeringspercentage voor alimentatie, zolang het volgen van het dieet
                            noodzakelijk is. </al><al> Pedicure</al><al> Bijstand kan worden verleend in de kosten van noodzakelijke
                            pedicurebehandeling tot een maximum van 9 behandelingen per jaar.
                            Vergoed worden de werkelijke kosten. In 2003 was de richtprijs voor een
                            standaardpedicure behandeling in de salon € 20,--. Voor cliënten van 65
                            jaar en ouder wordt de noodzaak op grond van hun leeftijd aangenomen.
                            Voor cliënten jonger dan 65 jaar is vergoeding van de pedicure mogelijk
                            op voorschrift van een arts.</al><al> De meerkosten van behandeling bij cliënt thuis worden uitsluitend
                            vergoed als er sprake is van noodzakelijke behandeling thuis.</al><al> Vergoeding van meer dan 9 behandelingen per jaar is mogelijk op
                            voorschrift van een arts.</al><al> Bij twijfel of onduidelijkheid over de noodzaak van het aantal
                            behandelingen per jaar, de prijs of de soort behandeling, kan een
                            aanvullend medisch advies worden aangevraagd. </al><al> Maaltijdvoorziening</al><al> De kosten van warme maaltijden komen voor bijzondere bijstand in
                            aanmerking, voor zover de werkelijke kosten van de warme maaltijd
                            (eventueel inclusief soep en toetje) uitstijgen boven de kosten van een
                            warme maaltijd volgens de Prijzengids van het Nibud. De Stichting
                            Welzijn Ouderen indiceert de noodzaak.</al><al> Tevens kan bijzondere bijstand worden verleend voor de kosten van de
                            noodzakelijke aanschaf of huur van een vriezer en/of magnetron indien
                            bijzondere bijstand wordt verleend voor de kosten van warme maaltijden.
                            Voor de maximale vergoeding van de aanschaf van vriezer of magnetron
                            gelden de prijzen van de Prijzengids van het Nibud. Voor de vergoeding
                            van de kosten van huur van de vriezer of magnetron gelden de tarieven,
                            die worden gehanteerd door de Stichting Welzijn Ouderen.</al><al> Alarmering</al><al> Bijstand kan worden verleend voor de aansluit-en abonnementkosten bij
                            noodzakelijke aansluiting op een alarmeringssysteem. Indicering vindt
                            plaats door de Stichting Welzijn Ouderen. </al><al> Kosten van steunzolen, orthopedische of allergeenvrije schoenen</al><al> De resterende eigen bijdrage wordt vergoed voor zover de eigen
                            bijdrage, die na ontvangst van de vergoeding van het ziekenfonds voor
                            rekening van cliënt blijft - de kosten van normale schoenen te bovengaan
                            en er sprake is van een positief medisch advies van de behandelend
                            specialist (huidarts ingeval van allergeenvrije schoenen).</al><al> Voor de kosten van normale schoenen wordt verwezen naar de prijzen,
                            zoals vermeld in de Prijzengids van het Nibud. Vergoed wordt maximaal 2
                            paar per jaar voor personen van 16 jaar en ouder. Voor personen jonger
                            dan 16 jaar moet het aantal schoenen ( in verband met de groei)
                            geïndividualiseerd worden.</al><al> Vergoeding van steunzolen: maximaal twee paar per jaar.</al><al> Thuishulp</al><al> Bijzondere bijstand kan worden verleend voor de eigen bijdrage in de
                            kosten van:</al><al> • Noodzakelijke thuishulp; </al><al> • intensieve (terminale) thuishulp;</al><al> • kosten van particuliere thuiszorg, indien en zolang feitelijk nog
                            geen thuiszorg via Thuiszorg Gooi en Vechtstreek of de Hervormde
                            Thuiszorg of hulp op basis van het persoonsgebonden budget (AWBZ)
                            geboden kan worden.</al><al> De bijstand kan alleen worden verleend voor het aantal uren, dat door
                            het Rio als noodzakelijk is geïndiceerd. </al><al> Kraamhulp/bevalling</al><al> Hier worden bedoeld de kosten van het bevallen zelf, niet de algemeen
                            noodzakelijke kosten van een baby-uitzet en/of het inrichten van een
                            baby-kamer.</al><al> Ten aanzien van de kosten van bevalling bestaat een voorliggende
                            voorziening via de</al><al> ziektekostenverzekering. De Comfortpolis van Agis kent geen eigen
                            bijdrage voor kraamzorg thuis.</al><al> Voor de eigen bijdrage in de ziekenhuiskosten kan alleen bijstand
                            verleend worden als er sprake isvan een sociale/medische indicatie.</al><al> Herstellingsoorden</al><al> Slechts een beperkt aantal herstellingsoorden is door de
                            ziekenfondsraad aangewezen in het kader van een financieringsbesluit en
                            gelden derhalve als erkende inrichting. De kosten van een eigen bijdrage
                            (inkomensafhankelijk) opgelegd op basis van een tabel van het ministerie
                            komen voor bijstandsverlening in aanmerking. </al><al> Niet erkende inrichtingen</al><al> Bijstand is in principe niet mogelijk. De erkende mogelijkheden van
                            verzorging en verpleging dienen benut te worden. Indien uit medisch
                            advies blijkt dat erkende inrichtingen geen oplossing bieden kan
                            bijzondere bijstand verleend worden.</al><al> Spoedopname bij niet verzekerd zijn</al><al> Indien iemand onverwijld opgenomen moet worden in een ziekenhuis
                            (algemeen of psychiatrisch)</al><al> en niet verzekerd is, kan geen bijstand worden verleend. De
                            consequenties van het niet afsluiten van een ziektekostenverzekering
                            dient cliënt zelf te dragen. Het belang van een ziektekostenverzekering
                            wordt geacht algemeen bekend te zijn en is van overwegende betekenis.
                            Uitzondering is alleen mogelijk indien het cliënt op geen enkele manier
                            te verwijten is dat hij niet verzekerd is. </al><al> Overige medische kosten</al><al> Voorbeelden van overige medische kosten zijn onder meer:</al><al> • verbandmiddelen, die bestemd zijn voor een langdurige behandeling bij
                            een ernstige aandoening;</al><al> • pijnstillers, bestemd voor langdurig gebruik, indien specifiek op
                            medisch voorschrift voorgeschreven;</al><al> • therapeutisch kamp voor kinderen;</al><al> • orthodontie.</al><al/><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.2</nr><titel>Woonkosten</titel></kop><al>Algemeen</al><al> In bepaalde situaties kan er bijstand worden verleend in de kosten van
                            het wonen. Wanneer dit het geval is wordt de bijstand verstrekt als
                            bijzondere bijstand. Indien er aanspraak kan worden gemaakt op de
                            Huursubsidiewet of de Vangnetregeling, dan geldt dit als voorliggende
                            voorziening. De Vangnetregeling is in het leven geroepen om de gevolgen
                            van de huursubsidiewet te verzachten. In de huursubsidiewet wordt in
                            beginsel bij de bepaling van het inkomen gekeken naar het kalenderjaar
                            dat voorafgaat aan het begin van het huursubsidietijdvak. Bij terugval
                            van het inkomen met meer dan 20% tijdens het huursubsidiejaar kan een
                            beroep op de Vangnetregeling worden gedaan. De Vangnetregeling wordt
                            uitgevoerd door sociale zaken. De Vangnetregeling wordt steeds voor een
                            periode van drie maanden toegekend tot het nieuwe huursubsidiejaar
                            begint.</al><al>Woonkosten onder de huursubsidiegrens</al><al> Bijstandsverlening is mogelijk indien op grond van inkomsten in het
                            jaar voorafgaand aan het huursubsidietijdvak of een gewijzigde situatie
                            voor wat betreft inwonenden:</al><al> • geen aanspraak bestaat op huursubsidie (en dit belanghebbende niet te
                            verwijten is) en er geen aanspraak bestaat op het Besluit
                            vangnetregeling huursubsidie; of</al><al> • aanspraak bestaat op minder huursubsidie dan waarop op grond van de
                            huidige omstandigheden recht zou bestaan en het Besluit vangnetregeling
                            dit verschil niet (geheel) compenseert.</al><al> Bijstand kan verleend worden indien de huursubsidie nog niet is
                            afgestemd op de veranderde situatie en de Vangnetregeling geen oplossing
                            biedt. Bijstand kan verleend worden tot de eerstvolgende peildatum van
                            de huursubsidie (de peildatum is jaarlijks 1 juli) dan wel de datum
                            waarop de Vangnetregeling van toepassing wordt. De woonkostentoeslag
                            wordt op dezelfde manier als de huursubsidie berekend. De toeslag is
                            derhalve gelijk aan het huursubsidiebedrag dat voor de huidige situatie
                            toegekend zou zijn (dus rekening houdende met de veranderde situatie),
                            verminderd met de daadwerkelijk toegekende huursubsidie, eventuele
                            vangnetvergoeding en verminderd met de eventuele draagkracht. Bij de
                            berekening dient ook rekening te worden gehouden met inkomsten van
                            inwonende verdienende kinderen of mogelijke kamerverhuur (zie paragrafen
                            2.2.5 en 2.2.6). </al><al>Mogelijkheid van huursubsidie bij wijzigingen in bewonerssituatie
                            tijdens</al><al> huursubsidiejaar</al><al> Met ingang van subsidiejaar 2002-2003 kan bij tussentijdse wijzigingen
                            in de bewonerssituatie (bijvoorbeeld bij verlating of overlijden)
                            huursubsidie worden aangevraagd, als vóórdat de wijziging zich voordeed,
                            geen huursubsidie werd ontvangen. Als op het moment, waarop de wijziging
                            zich voordeed, al wel huursubsidie werd ontvangen, kan bij een
                            tussentijdse wijziging in de bewonerssituatie een beroep worden gedaan
                            op de Vangnetregeling.</al><al> Gevolgen wijziging regelgeving met betrekking tot inwoning</al><al> Wanneer de verlaging van de huursubsidie het gevolg is van de
                            regelgeving binnen de Huursubsidiewet betreffende inwoning, en de
                            situatie is wat betreft de inwoning niet gewijzigd, dan kan geen
                            (aanvullende) woonkostentoeslag worden verstrekt. </al><al> Woonkosten boven de huursubsidiegrens</al><al> Indien geen aanspraak bestaat op huursubsidie omdat de woonkosten de
                            huursubsidiegrens te boven gaan is verlening van bijzondere bijstand
                            mogelijk indien door een verandering in inkomsten of een veranderde
                            situatie wat betreft inwonenden de woonkosten niet zelf meer volledig
                            kunnen worden voldaan. De bijstand wordt in beginsel verleend voor de
                            duur van zes maanden. Van de belanghebbende wordt in beginsel verwacht
                            dat hij woonruimte zoekt binnen een straal van 30 kilometer van zijn
                            huidige woning. Aan de bijstand wordt de verplichting verbonden dat
                            wordt gezocht naar goedkopere woonruimte (met een huur waarvoor
                            aanspraak op huursubsidie bestaat). Na zes maanden wordt bekeken welke
                            pogingen er zijn ondernomen ter verkrijging van goedkopere woonruimte.
                            Bij voldoende en concrete activiteiten kan de bijstand met zes maanden
                            verlengd worden. Deze verlenging kan bij voldoende en concrete
                            activiteiten ter verkrijging van goedkopere woonruimte nog twee maal met
                            een periode van zes maanden plaats vinden. De maximum termijn waarover
                            een woonkostentoeslag verleend kan worden bedraagt (zeer bijzondere
                            gevallen daargelaten) twee jaar.</al><al> Ook in dit geval wordt de woonkostentoeslag op dezelfde manier als de
                            huursubsidie berekend. Voor het gedeelte van de huur boven de huurgrens
                            wordt 100% woonkostentoeslag toegekend. Tevens dient rekening te worden
                            gehouden met de inkomsten van inwonende verdienende kinderen en verhuur
                            van kamers (zie paragrafen 2.2.5 en 2.2.6) </al><al>Huurwoning/eigen woning</al><al> Het gestelde over de mogelijkheden van toekenning van een
                            woonkostentoeslag is zowel van toepassing bij een huurwoning als bij een
                            eigen woning.</al><al> Welke kosten mogen worden meegenomen in de berekening?</al><al> De woonkosten die meegenomen mogen worden in de berekening van een
                            woonkostentoeslag betreffende een huurwoning zijn die kosten die
                            meegenomen worden bij de bepaling van de huur ingevolge de
                            Huursubsidiewet (kale huur plus enkele benoemde extra kosten). </al><al>De woonkosten die meegenomen mogen worden in de berekening van een
                            woonkostentoeslag voor een eigen woning zijn de volgende:</al><al> • de hypotheekrente (dus niet de aflossing);</al><al> • het eigenaargedeelte van de onroerend-zaak belasting;</al><al> • de opstalverzekering;</al><al> • de waterschapslasten (eigenaargedeelte);</al><al> • rioolrechten;</al><al> • een vast bedrag voor de kosten van onderhoud van de woning en de
                            centrale verwarmingsinstallatie. Een specificatie van deze kosten is
                            terug te vinden op het normenoverzicht.</al><al> Bij een eigen woning wordt de hoogte van de maandelijkse
                            woonkostentoeslag in beginsel (bij ongewijzigde persoonlijke en
                            financiële omstandigheden) eenmaal per jaar vastgesteld op basis van de
                            huursubsidietabellen zoals deze op dat moment gelden. </al><al>Inwoning kinderen en gevolgen voor woonkostentoeslag</al><al> Ingeval van inwoning door (pleeg)kinderen tot 23 jaar worden de
                            inkomsten van deze verwanten niet in aanmerking genomen tot het bedrag
                            per maand per verwant dat is genoemd in artikel 3 lid 2 van de
                            Huursubsidiewet. Een eventueel hoger inkomen wordt verdisconteerd op
                            wijze van de Huursubsidiewet.</al><al> Onderhuurders, kostgangers en andere inwonenden en gevolgen voor
                            woonkostentoeslag </al><al>Ingeval van inwoning door onderhuurders, kostgangers en andere
                            inwonenden, worden de woonkosten voor het vaststellen van het recht op
                            bijzondere bijstand gedeeld door het aantal bewoners. De bijzondere
                            bijstand wordt vervolgens vastgesteld, afhankelijk van de hoogte van de
                            woonkosten, op de wijze zoals hierboven beschreven.</al><al/><al/><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3</nr><titel>Rechtshulp</titel></kop><al>Algemeen</al><al> De eigen bijdrage en eventueel griffierecht en bureaukosten van de
                            advocaat komen voor bijstandsverlening in aanmerking als er sprake is
                            van toevoeging op grond van de Wet op de rechtsbijstand. (CrvB 30 maart
                            1999, nrs. 97/5836/5837/5838 ABW). Er behoeft geen nader onderzoek te
                            worden ingesteld naar de noodzaak van de rechtshulp. Deze wordt
                            aangenomen indien er sprake is van toevoeging.</al><al>Bijkomende proceskosten kunnen alleen voor bijzondere bijstand in
                            aanmerking komen, voor zover is geconstateerd dat ze noodzakelijk zijn.
                            Daarbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan de bijkomende kosten die
                            door de advocaat aan betrokkene in rekening worden gebracht. Aan de hand
                            van een specificatie moet de noodzaak van de kosten worden
                            beoordeeld.</al><al> Winnen procedure</al><al> Indien de procedure is gewonnen dient onderzocht te worden of de
                            tegenpartij is veroordeeld in deze kosten. De verleende bijstand dient
                            dan te worden terugbetaald. E.e.a. wordt in het vonnis of beschikking
                            vermeld. Zonodig dient een machtiging te worden gevraagd. </al><al>Rechtshulp in strafrechtelijke procedures</al><al> Voor kosten van rechtshulp in strafrechtelijke procedures wordt geen
                            bijstand verleend. Deze kosten worden niet beschouwd als noodzakelijke
                            kosten van het bestaan in de zin van de WWB omdat altijd gebruik kan
                            worden gemaakt van de toegewezen advocaat.</al><al> Griffierecht</al><al> Als een procedure ingevolge de Algemene Wet Bestuursrecht wordt
                            gevolgd, wordt griffierecht terugbetaald door de rechtelijke instantie,
                            indien de zaak door cliënt wordt gewonnen. Als hiervoor bijstand is
                            verleend, dient deze door cliënt te worden terugbetaald. </al><al>Veroordeling in de proceskosten van de tegenpartij/ niet noodzakelijke
                            deurwaarderskosten</al><al> Veroordeling in de proceskosten van de tegenpartij zijn voor rekening
                            van cliënt. Alleen als een proces begonnen is op verzoek van sociale
                            zaken wordt bijstand verleend in deze kosten. Deurwaarderskosten, die
                            voorkomen hadden kunnen worden, worden niet gezien als bijzondere
                            kosten.</al><al> Bijzondere bijstand voor kosten onderbewindstelling</al><al> Als de kantonrechter op grond van artikel 1:431 e.v. BW de noodzaak tot
                            onderbewindstelling heeft beoordeeld en vastgesteld, staat het de
                            gemeente niet meer vrij om zelf de noodzaak van die onder bewindstelling
                            te beoordelen en evenmin om te bezien of andere oplossingen mogelijk
                            zouden zijn.</al><al> De met bewindvoering samenhangende kosten komen voor bijzondere
                            bijstand in aanmerking (CRvB, 21-8-01, 99/1771, 99/3916 NABW, Usz
                            2001,250).</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4</nr><titel>Kosten in verband met reïntegratie</titel></kop><al>Noodzakelijke kosten, die verband houden met reïntegratie op de
                            arbeidsmarkt komen in principe niet voor bijzondere bijstand in
                            aanmerking, omdat deze kosten op grond van de reïntegratieverordening
                            vergoed kunnen worden.</al><al> Voorbeelden zijn: kosten van kinderopvang, reiskosten, kosten scholing.
                            Bij kinderopvang geldt dat zolang de Wet kinderopvang nog niet in
                            werking is getreden, kinderopvang in principe via de gesubsidieerde
                            kinderopvang dient plaats te vinden, waarbij de rekening rechtstreeks
                            naar sociale zaken wordt gezonden. Zolang er geen gesubsidieerde plaats
                            of een plaats bij een erkende instelling beschikbaar is, kan de opvang
                            op andere wijze plaats vinden. Voor de bedragen, die maximaal worden
                            vergoed wordt verwezen naar bijlage 2.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.5</nr><titel>Kosten van kinderopvang (geen reïntegratie)</titel></kop><al>De noodzakelijke kosten van kinderopvang om andere redenen dan
                            reïntegratie en/of op reïntegratie gerichte sociale activering komen
                            voor bijzondere bijstand in aanmerking. Voor de bedragen, die maximaal
                            worden vergoed: bijlage 2</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.6</nr><titel>Reiskosten i.v.m. geneeskundige behandeling</titel></kop><al>Voor kosten van vervoer in verband met een geneeskundige behandeling kan
                            men bij het ziekenfonds of een particuliere ziektekostenverzekering
                            terecht. Voor de eigen bijdrage kan bijzondere bijstand worden
                            verleend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.7</nr><titel>Kosten van een uitvaart van bloedverwanten in de eerste graad,
                                echtgenoot of partner</titel></kop><al>De noodzakelijke uitvaartkosten van echtgenoot of partner en/of
                            minderjarige kinderen, komen voor</al><al> bijzondere bijstandsverlening in aanmerking onder aftrek van de
                            uitkering van de</al><al> begrafenis/uitvaartverzekering. De bijzondere bijstand is per uitvaart
                            gemaximeerd, onder aftrek van de uitkering van de
                            begrafenis/uitvaartverzekering. Voor het bedrag, dat maximaal kan worden
                            vergoed wordt verwezen naar bijlage 2. Bij overlijden in het buitenland
                            wordt geen extra bijstand verleend voor de kosten van repatriëring. Er
                            wordt geen bijstand verleend indien voor een begrafenis en/of uitvaart
                            in het buitenland.</al><al> Voor de uitvaart van andere personen, dan echtgenoot/partner of
                            minderjarige kinderen wordt in principe geen bijstand verleend, omdat de
                            kosten van de uitvaart uit de erfenis moeten worden voldaan, dan wel de
                            mogelijkheid bestaat de erfenis te verwerpen. Erfgenamen zijn dan niet
                            verantwoordelijk voor de kosten van de uitvaart.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.8</nr><titel>Kosten in verband met verhuizing of woninginrichting</titel></kop><al>Verhuiskosten en kosten van woninginrichting zijn normale bestaanskosten
                            die uit een inkomen op bijstandsniveau dienen te worden bestreden.
                            Alleen in bijzondere omstandigheden is bijstand in deze kosten mogelijk.
                            Deze voorwaarden zijn: de noodzaak van de verhuizing moet vaststaan, de
                            kosten zijn onvoorzien, er waren geen reserveringsmogelijkheden (vooraf
                            of gespreide betaling achteraf), er zijn geen voorliggende
                            voorzieningen.</al><al> Uitgangspunt is dat de gemeente van vertrek beoordeelt of voor de
                            verhuizing bijstand wordt verleend. Het standpunt van de gemeente van
                            vertrek zal in principe worden overgenomen door de gemeente van
                            vestiging. Bij een verhuizing naar een andere gemeente neemt de gemeente
                            van vertrek die kosten voor haar rekening, die direct betrekking hebben
                            op het vertrek zelf, zoals de huur van de verhuiswagen. De kosten, die
                            betrekking hebben op de nieuwe woning, komen voor rekening van de
                            gemeente van vestiging. Het betreft hier onder meer de kosten van het
                            schilderen/behangen, aansluitkosten energievoorzieningen, en –indien van
                            toepassing de kosten van woninginrichting (zie echter ook de opmerkingen
                            bij het kopje "woninginrichting" over bijzondere bijstandsverlening voor
                            duurzame gebruiksgoederen).</al><al>Om te voorkomen dat discussie ontstaat over de dubbele huur, wordt ervan
                            uitgegaan dat de huur van de oude woning dubbel is.</al><al> Verhuiskosten is bijstand om niet</al><al> Voor verhuiskosten kan geen lening worden verstrekt (of borgtocht voor
                            een lening) omdat de WWB dit niet toestaat. De WWB bepaalt in welke
                            gevallen bijstand in de vorm van een geldlening kan worden verstrekt.
                            Bijstand voor verhuiskosten wordt in principe verleend om niet, als de
                            noodzaak vaststaat. Een lening is wel mogelijk als er sprake is van
                            onvoldoende verantwoordelijkheidsbesef of als er later middelen ter
                            beschikking komen (b.v. waarborgsom). </al><al>Woninginrichting</al><al> Woninginrichting bestaat in hoofdzaak uit duurzame gebruiksgoederen. In
                            beginsel wordt geen bijzondere bijstand voor deze kosten verleend, omdat
                            de kosten behoren tot de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan.
                            Daarin dient vanuit het inkomen voorzien te worden door reservering
                            vooraf of gespreide betaling achteraf. Indien sprake is van bijzondere
                            omstandigheden kan hiervan worden afgeweken.</al><al> Primair geldt dat cliënten worden verwezen naar de Stadsbank voor een
                            geldlening. Als de Stadsbank de gemeente verzoekt om borg te staan dient
                            een onderzoek gedaan te worden naar de noodzaak. Verder moet de looptijd
                            van de lening worden vastgesteld en eventueel de bijstand voor aflossing
                            en rente (suppletie). Dit gebeurt in veel gevallen bij voormalige
                            asielzoekers, die uit een AZC komen. </al><al> Bijzondere bijstand in de vorm van geldlening is van toepassing indien
                            een lening bij de Stadsbank (met borgtocht) niet mogelijk is. Bijstand
                            om niet wordt slechts in zeer uitzonderlijke omstandigheden verleend. </al><al>Indien bijzondere bijstand wordt verleend voor de kosten van aflossing
                            en rente, dient door middel van bonnen te worden aangetoond dat de
                            geldlening is besteed aan inrichting van de woning.</al><al> Voor richtprijzen van kosten van woninginrichting (losse onderdelen)
                            wordt het prijzenboekje van het Nibud gehanteerd. Als sprake is van
                            volledige woninginrichting, worden de maximale bedragen van de Stadsbank
                            Midden Nederland gehanteerd. Deze bedragen en de aflossingsbedragen zijn
                            terug te vinden op het normenoverzicht. </al><al>Verhuiskostenfonds</al><al> De belanghebbende met een gezinsinkomen, dat niet hoger is dan 120% van
                            de toepasselijke bijstandsnorm of de belanghebbende met een huur boven
                            de huursubsidiegrens, die woonkostentoeslag ontvangt en in verband
                            hiermee de verhuisverplichting opgelegd heeft gekregen, komt voor het
                            verhuiskostenfonds in aanmerking als hij verhuist van een woning met een
                            huur, die hoger is dan de toepasselijke aftoppingsgrens voor de
                            huursubsidie naar een woning met een huur, die lager is dan de
                            toepasselijke aftoppingsgrens voor de huursubsidie, en de maandelijkse
                            huurvermindering tenminste € 50,-- bedraagt.</al><al> De vergoeding bedraagt maximaal € 1.250,--. De kosten moeten worden
                            aangetoond.</al><al/><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.9</nr><titel>Regeling voor deelname aan maatschappelijk verkeer</titel></kop><al>Voor belanghebbenden die gedurende tenminste één jaar een inkomen hebben
                            dat niet hoger is dan 120% van toepasselijke bijstandsnorm worden als
                            bijzondere kosten aangemerkt:</al><al> • De kosten van deelname aan sportieve, culturele of educatieve
                            voorzieningen;</al><al> • De kosten van lidmaatschap bibliotheek per gezinslid;</al><al> • De kosten van een abonnement van een dagblad .</al><al> • Indien deze belanghebbenden kinderen hebben, die onderwijs volgen en
                            tussen de 10 en 18 jaar zijn, worden de bijkomende kosten van basis- en
                            voortgezet onderwijs als bijzondere kosten aangemerkt. Hierbij kan
                            gedacht worden aan de kosten van schoolreisje, schoolkamp en
                            werkweek.</al><al>Voor de hoogte van de bijzondere bijstand wordt verwezen naar bijlage
                            2.</al><al> Indien de ouders gescheiden of uit elkaar zijn, kan de ouder, die
                            kinderbijslag voor het kind ontvangt, de aanvraag mede voor de kinderen
                            doen.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.10</nr><titel>Bijzondere bijstand voor jong-meerderjarigen</titel></kop><al>Een belanghebbende van 18, 19 of 20 jaar heeft slechts recht op
                            bijzondere bijstand voor zover de noodzakelijke kosten van het bestaan
                            van de belanghebbende uitgaan boven de bijstandsnorm en voor deze kosten
                            geen beroep kan worden gedaan op de ouders, omdat:</al><al> • de middelen van de ouders daartoe niet toereikend zijn; of</al><al> • de belanghebbende redelijkerwijs het onderhoudsrecht jegens zijn
                            ouders niet te gelde kan maken.</al><al> Van noodzakelijke bestaanskosten, die de bijstandsnorm te boven gaan,
                            kan uitsluitend sprake zijn ingeval de belanghebbende, als bedoeld in
                            het eerste lid, zelfstandige huisvesting heeft én zelfstandige
                            huisvesting noodzakelijk is.</al><al>De hoogte van de bijzondere bijstand wordt, in principe vastgesteld op
                            het verschil tussen de norm voor een belanghebbende van 21 jaar in
                            vergelijkbare omstandigheden, en de toepasselijke bijstandsnorm voor een
                            18,19 en 20 jarige, waarbij afwijking in het individuele geval mogelijk
                            blijft. Een voorbeeld hiervan is bijvoorbeeld de verlening van
                            woonkostentoeslag als er geen of onvoldoende huursubsidie wordt
                            ontvangen.</al><al/><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.11</nr><titel>Ziektekostenverzekering</titel></kop><al>Bijzondere bijstand voor de premie van een particuliere
                            ziektekostenverzekering is mogelijk als de belanghebbende niet in
                            aanmerking komt voor ziekenfondsverzekering. Bijstand kan worden
                            verleend voor de standaardpakketpolis. Aanvullende dekkingen en de
                            nomimale premie komen niet voor bijstandsverlening in aanmerking.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.12</nr><titel>Indexering en aanpassing bedragen</titel></kop><al>De bedragen in het kader in het kader van de bijzondere bijstand worden
                            jaarlijks door het hoofd van de Intergemeentelijke afdeling sociale
                            zaken Huizen, Eemnes en Blaricum aangepast met het indexeringscijfer
                            voor alimentaties, dat jaarlijks wordt vastgesteld door de
                            Staatsecretaris van Justitie. De geïndexeerde bedragen worden naar boven
                            afgerond op hele euro’s. Voor zover bedragen zijn gerelateerd aan andere
                            voorzieningen of wetgeving worden deze voorzieningen of wetgeving
                            gevolgd.</al><al>De jaarlijkse indexering van bedragen geldt niet voor:</al><al> • de draagkrachtgrenzen;</al><al> • de vergoeding voor kosten van deelname aan sportieve, culturele of
                            educatieve voorzieningen en de kosten van lidmaatschap bibliotheek en de
                            kosten van een abonnement op een dagblad;</al><al> • de bijkomende kosten van basis-en voortgezet onderwijs voor personen
                            met kinderen van 10 tot 18 jaar.</al><al> • de kosten van brillen, monturen en contactlenzen;</al><al> • kosten kinderopvang;</al><al> • kosten pedicure;</al><al> • orthopedische of allergeenvrije schoenen of steunzolen;</al><al> • verhuiskostenfonds;</al><al> • de categoriale regeling voor 65+</al><al> • de categoriale regeling voor chronisch zieken en gehandicapten.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Inkomen, vermogen en draagkracht</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.1</nr><titel>Algemeen</titel></kop><al>In artikel 35 van de wet is geregeld dat het college in het kader van de
                            bijzondere bijstand volledige beleidsvrijheid heeft in de vaststelling
                            van de draagkracht van de belanghebbende.</al><al> Dit betekent dat zij zelf kunnen bepalen welk deel van de middelen bij
                            de vaststelling van de draagkracht in aanmerking wordt genomen. De
                            vrijlatingsbepalingen van artikel 31 (inkomen) en 34 ( vermogen) zijn
                            niet verplicht van toepassing zijn op de bijzondere bijstand. De aard
                            van de kosten waarvoor bijstand wordt aangevraagd kan een rol spelen bij
                            de vaststelling van de draagkracht en de bepaling welke middelen worden
                            meegenomen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.2</nr><titel>Draagkracht uit inkomen en draagkrachtpercentage</titel></kop><al>Draagkracht uit inkomen of draagkrachtruimte</al><al> Als een belanghebbende beschikt over een inkomen, dat hoger is dan de
                            toepasselijke bijstandsnorm, moet (een gedeelte van) dit inkomen worden
                            aangewend voor deze kosten. Deze draagkracht uit inkomen bestaat uit het
                            gedeelte van het inkomen, dat hoger is dan de toepasselijke
                            bijstandsnorm verminderd met buitengewone uitgaven.</al><al>Relevante inkomenscomponenten</al><al> In artikel 32 van de wet is bepaald wat onder inkomen moet worden
                            verstaan. De inkomenscomponenten, die op grond van dit artikel tot het
                            inkomen worden gerekend, worden ook in het kader van de bijzondere
                            bijstand als inkomen aangemerkt, echter exclusief vakantiegeld. Dat
                            betekent niet dat het vakantiegeld buiten beschouwing wordt gelaten,
                            maar dat de volgende afwijkende berekening wordt toegepast voor het
                            vakantiegeld: De inkomenscomponenten waarover vakantiegeld wordt
                            uitbetaald, worden verhoogd met het vakantiegeldpercentage, dat wordt
                            toegepast voor de bijstand (percentage van artikel 19 derde lid van de
                            WWB).</al><al> De reden hiervoor is praktisch: de hoogte van het werkelijk ontvangen
                            vakantiegeld is vaak pas eind mei of eind juni bekend. Als het
                            vakantiegeld voor de afhandeling van een aanvraag bijzondere bijstand al
                            eerder nodig is, is het lastig om het nettobedrag correct uit te rekenen
                            (door heffingskortingen, soort inkomen, belastingtabel etc). Hiervoor
                            zou een speciaal rekenprogramma nodig zijn.</al><al> De aansluiting bij het inkomensbegrip van artikel 32 van de wet
                            impliceert dat die inkomensbestanddelen, die op grond van artikel 31 van
                            de wet worden vrijgelaten, ook worden vrijgelaten in het kader van de
                            bijzondere bijstand.</al><al> Buitengewone uitgaven</al><al> Het inkomen kan worden verminderd in verband met buitengewone uitgaven.
                            Er kan slechts van buitengewone uitgaven sprake zijn voor zover voor die
                            uitgaven geen tegemoetkoming wordt verleend.</al><al> Als buitengewone uitgaven die van invloed zijn op het inkomen (voordat
                            een draagkrachtpercentage wordt toegepast), worden de volgende kosten
                            aangemerkt:</al><al> • woonkosten, tot het verschil tussen de maximaal mogelijke
                            huursubsidie op basis van een inkomen op bijstandsniveau en de feitelijk
                            ontvangen huursubsidie/bijdrage vangnetregeling;</al><al> • voor eigen rekening blijvende reiskosten woon-werkverkeer;</al><al> • formeel verschuldigde en betaalde alimentatie en
                            onderhoudsbijdragen;</al><al> • de premie van de standaardpakketpolis, indien de belanghebbende niet
                            verplicht verzekerd is, met uitzondering van de nominale premie.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.3</nr><titel>Draagkrachtruimte</titel></kop><al>De draagkrachtruimte bestaat uit de draagkracht uit inkomen en de
                            draagkracht uit vermogen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.4</nr><titel>Peildatum inkomen en draagkrachtperiode</titel></kop><al>Peildatum inkomen</al><al> Bij de vaststelling van het inkomen wordt uitgegaan van het periodieke
                            inkomen van de belanghebbende(n) in de draagkrachtperiode. De
                            draagkrachtperiode gaat in op de maand waarin de kosten zijn gemaakt.
                            Uitgangspunt is daarom in principe het periodieke inkomen van de maand,
                            waarin de kosten zijn gemaakt.</al><al> Indien de aanvraag betrekking heeft op nog te maken kosten, wordt
                            uitgegaan van het periodieke inkomen van de belanghebbende(n) in maand
                            van aanvraag.</al><al> Indien het periodieke inkomen geen juist inzicht geeft in het (te
                            verwachten) inkomen gedurende de draagkrachtperiode, wordt uitgegaan van
                            het gemiddelde inkomen gedurende het aan de bedoelde maand voorafgaande
                            kwartaal, half jaar of jaar. Dit is afhankelijk van welke periode het
                            juiste inzicht geeft in het te verwachten inkomen.</al><al> Het (periodieke) inkomen wordt omgerekend naar een netto
                            jaarinkomen.</al><al>Draagkrachtperiode</al><al> De draagkracht wordt telkens voor de periode van een jaar vastgesteld,
                            beginnende op de eerste dag van de maand waarin de kosten zijn
                            gemaakt.</al><al> Slechts in zeer bijzondere situaties, waarin een jaardraagkracht
                            onrechtvaardig werkt, kan de draagkracht voor een afwijkende periode
                            worden vastgesteld. De aanvangsdatum van de draagkrachtperiode kan op
                            een andere dag bepaald worden, indien de omstandigheden dat vragen.</al><al> Indien binnen de vastgestelde draagkrachtperiode een nieuwe aanvraag om
                            bijzondere bijstand wordt ingediend, blijven de reeds eerder
                            vastgestelde draagkracht en draagkrachtperiode gelden.</al><al> Wijziging draagkracht(periode)</al><al> Een vastgestelde draagkracht of draagkrachtperiode kan slechts
                            gewijzigd worden, indien de persoonlijke of financiële omstandigheden
                            van de belanghebbende(n) ingrijpend gewijzigd zijn.</al><al> Wijziging van de draagkracht, die (in de toekomst is berekend) kan
                            alleen plaats vinden als er ingrijpende wijzigingen in het inkomen
                            zijn.</al><al> Onder ingrijpende wijzigingen van het inkomen wordt verstaan een
                            permanente verlaging of verhoging van het inkomen met tenminste
                            10%.</al><al> Onder ingrijpende wijzingen van de persoonlijke omstandigheden wordt
                            verstaan een wijziging van alleenstaand naar gezin/alleenstaande ouder
                            of andersom.</al><al/><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.5</nr><titel>Draagkrachtpercentage</titel></kop><al>Van het inkomen boven de bijstandsnorm (draagkrachtinkomen) wordt 100%
                            in aanmerking genomen indien het kosten betreft van:</al><al> • duurzame gebruiksgoederen;</al><al> • levensonderhoud van jongeren van 18, 19 of 20 jaar;</al><al> • ziektekostenverzekering;</al><al> • arbeidsongeschiktheidsverzekering;</al><al> • reiskosten woon-werkverkeer;</al><al> • woonlasten;</al><al> • woonkostentoeslag;</al><al> • buitengewone verwervingskosten</al><al> • schuldsanering;</al><al> • verhuizing;</al><al> • woninginrichting;</al><al> • kosten crematie/uitvaart</al><al>Indien de aanvraag andere kosten betreft dan hierboven genoemd wordt van
                            het inkomen boven de bijstandsnorm (draagkracht uit inkomen) op de
                            volgende manier een draagkrachtpercentage in acht genomen:</al><al> • 0% over de draagkracht uit inkomen tot € 600 per jaar </al><al> • 35% over de draagkracht uit inkomen van € 600 tot € 1.800</al><al> • 100% over de draagkracht uit inkomen vanaf € 1.800.</al><al/><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.6</nr><titel>Draagkracht uit vermogen</titel></kop><al>Er is beleidsvrijheid om te bepalen of en in hoeverre het vermogen dient
                            te worden aangewend voor de kosten, waarvoor bijzondere bijstand wordt
                            aangevraagd.</al><al>Vermogen</al><al> In deze richtlijnen wordt onderscheid gemaakt tussen het volledige
                            vermogen en het vrijgelaten vermogen. Met het volledige vermogen wordt
                            bedoeld het vermogen zoals genoemd in artikel 34, eerste lid van de wet.
                            Onder het vrijgelaten vermogen wordt verstaan het vermogen zoals genoemd
                            in artikel 34, tweede lid, sub b en derde lid van de wet.</al><al> Voor sommige kosten wordt verwacht dat belanghebbenden hun volledige
                            vermogen aanwenden voordat tot bijstandsverlening kan worden overgegaan,
                            voor andere kosten geldt dat een gedeelte van het vermogen wordt
                            vrijgelaten.</al><al/><al> In het kader van de bijzondere bijstand wordt het volledige vermogen in
                            aanmerking genomen indien het de volgende kosten betreft: </al><al> • duurzame gebruiksgoederen</al><al> • schuldsanering;</al><al> • verhuizing;</al><al> • woninginrichting;</al><al> • kosten crematie/uitvaart.</al><al> Voor de overige kosten geldt dat rekening wordt gehouden met het
                            volledige vermogen onder aftrek van het vrijgelaten vermogen. </al><al>Peildatum vermogen</al><al> Het vermogen wordt vastgesteld op de datum waarop de kosten, waarop de
                            aanvraag betrekking heeft, zijn gemaakt. Dat betekent dat het vermogen
                            bij een aanvraag voor bijzondere bijstand afzonderlijk van de
                            vermogensvaststelling in het kader van de algemene bijstand wordt
                            vastgesteld. De reden hiervoor is, dat een eerder vastgestelde
                            vermogenspositie kan zijn gewijzigd.</al><al> Indien wordt geconstateerd dat het vermogen in korte tijd op
                            onverantwoorde wijze is ingeteerd (bijvoorbeeld met het oog op het
                            verkrijgen van bijzondere bijstand) dan kan rekening mee worden
                            gehouden.</al><al> Volgorde tussen draagkracht uit vermogen en draagkracht uit
                            inkomen</al><al> Eerst wordt gekeken of er draagkracht uit vermogen is, daarna naar
                            draagkracht uit inkomen. </al><al>Draagkrachtverrekening</al><al> Uitgangspunt is dat de bijzondere bijstand in één keer met de
                            draagkracht wordt verrekend. Er zijn echter situaties denkbaar waarin
                            het niet mogelijk is de bijstand in één keer te verrekenen. Dat kan
                            bijvoorbeeld het geval zijn bij periodieke bijstand voor woonkosten. In
                            zo’n situatie kan de bijzondere bijstand per maand met de draagkracht
                            worden verrekend.</al><al/><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.7</nr><titel>Peildatum leeftijd categoriale regelingen 65+ en chronisch zieken
                                en gehandicapten (uitsluitend van toepassing indien deze regelingen
                                worden vastgesteld)</titel></kop><al>Vanaf het moment dat de aanvrager 65 jaar is (bij gehuwden: de oudste
                            echtgenoot) wordt voldaan aan de leeftijdsvoorwaarden voor de
                            categoriale regeling voor 65+.</al><al> Vanaf het moment dat de aanvrager 18 jaar is, wordt voldaan aan de
                            leeftijdsvoorwaarde voor de categoriale regeling voor chronisch zieken
                            en gehandicapten.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Terugwerkende kracht en administratieve drempel</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.1</nr><titel>Indiening aanvraag</titel></kop><al>De aanvraag voor bijzondere bijstand dient uiterlijk één jaar nadat de
                            kosten zijn gemaakt te zijn ingediend, tenzij het de volgende kosten
                            betreft:</al><al> • verhuis- en woninginrichtingskosten;</al><al> • kosten die hoger zijn dan € 500,-- eenmalig een bij periodieke kosten
                            die hoger zijn dan € 500,-- per jaar;</al><al> In die gevallen moet de bijzondere bijstand worden aangevraagd, vóórdat
                            de kosten zijn gemaakt.</al><al>Voor begrafenis- of crematiekosten geldt een indieningstermijn tot één
                            maand na dag van de uitvaart.</al><al> Voor de categoriale regelingen voor 65+ en chronisch zieken en
                            gehandicapten geldt dat de aanvraag voor de vergoeding in een bepaald
                            jaar uiterlijk binnen één jaar, gerekend vanaf de peildatum voor de
                            leeftijd, dient te zijn ingediend (n.b.: uitsluitend van toepassing
                            indien deze regelingen worden vastgesteld)</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.2</nr><titel>Administratieve drempel</titel></kop><al>Een aanvraag kan worden ingediend:</al><al> • indien de kosten meer bedragen dan het drempelbedrag zoals genoemd in
                            artikel 35, lid 2 van de wet;</al><al> • op het moment dat de totale kosten meer bedragen dan het
                            drempelbedrag in een periode van twaalf maanden (bij meerdere lage
                            kosten);</al><al> • na afloop van een aaneengesloten periode van 10 maanden indien de
                            kosten in die periode onder het drempelbedrag blijven;</al><al> • bij vervolgaanvragen indien de kosten meer bedragen dan het
                            drempelbedrag.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Inwerkingtreding, overgangsbepalingen, beslissing B&amp;W</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.1</nr><titel>Inwerkingtreding en overgangsbepalingen</titel></kop><al>Deze richtlijnen treden in werking op 1 januari 2005. Tegelijkertijd
                            vervalt het beleid met betrekking tot de bijzondere bijstand (inclusief
                            het woonlastenfonds) en categoriale bijzondere bijstand voor Huizen,
                            Eemnes en Blaricum, zoals dat tot de datum van inwerkingtreding van deze
                            richtlijnen gold, met dien verstande dat de categoriale bijzondere
                            bijstand van Huizen, Eemnes en Blaricum met terugwerkende kracht tot 1
                            januari 2004 vervalt. Dit heeft tot gevolg dat de oude “echt”
                            categoriale regelingen met ingang van 1 januari 2004 zijn vervallen, en
                            dat regelingen, die hoorden tot het minimabeleid maar een individuele
                            toetsing kenden, vervallen op de datum, waarop de nieuwe richtlijnen in
                            werking treden.</al><al>De regeling voor deelname aan het aatschappelijk verkeer (paragraaf 2.9
                            van deze richtlijnen) treedt uitsluitend in werking indien de hiervoor
                            benodigde extra middelen met ingang van 2005 door de gemeenteraad
                            beschikbaar worden gesteld. In hoofdstuk 6 van deze richtlijnen worden
                            de financiële consequenties van deze regeling uiteengezet.</al><al> Aan bijzondere bijstand, die is toegekend, op basis van het oude
                            beleid, wordt gedurende de vastgestelde draagkrachtperiode niet getornd.
                            Vervolgaanvragen of nieuwe aanvragen, die worden ingediend op of na de
                            datum van inwerkingtreding van deze richtlijnen bijzondere bijstand
                            worden afgehandeld op basis van de nieuwe richtlijnen.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.2</nr><titel>Overgangsregeling Tuinproject</titel></kop><al>In Huizen is in het verleden bijzondere bijstand verleend voor de
                            noodzakelijke kosten van tuinonderhoud, na indicatie van de Stichting
                            Welzijn Huizen. Bijzondere bijstand voor het tuinproject komt in het
                            nieuwe bijzondere bijstandsbeleid te vervallen. In verband hiermee wordt
                            de volgende overgangsregeling ingesteld: belanghebbenden, die in 2004
                            bijzondere bijstand hebben ontvangen voor de noodzakelijke kosten van
                            tuinonderhoud, houden hier recht op zolang de noodzaak voortduurt en aan
                            alle voorwaarden voor bijzondere bijstandsverlening wordt voldaan. Bij
                            verhuizing eindigt het recht op bijzondere bijstand voor de kosten van
                            tuinonderhoud.</al><al> Belanghebbenden, die in 2004 geen bijzondere bijstand voor
                            tuinonderhoud hadden, komen ook na de inwerkingtreding van deze
                            richtlijnen niet in aanmerking voor bijzondere bijstand.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.3</nr><titel>Overgangsregeling Woonlastenfonds</titel></kop><al>In Huizen is in het verleden bijzondere bijstand voor woonlasten
                            (woonlastenfonds) verleend, tot een maximum van € 36,00 per maand. Deze
                            regeling komt in het nieuwe bijzondere bijstandsbeleid te vervallen. In
                            verband hiermee wordt de volgende overgangsregeling ingesteld:
                            belanghebbenden, die in 2004 bijzondere bijstand voor het
                            woonlastenfonds ontvingen, en die indien zij in 2005 en 2006 aan de
                            voorwaarden voor het fonds en de bijzondere bijstand voldoen, hebben
                            recht op de volgende afbouwregeling: in 2005 2/3 van de maandelijkse
                            bijdrage, in 2006 1/3 van de maandelijkse bijdrage en vanaf 2007 vervalt
                            de bijdrage volledig.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.4</nr><titel>Beslissing B&amp;W</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan ten gunste van de
                            belanghebbende afwijken van de bepalingen van deze richtlijnen, als de
                            toepassing hiervan leidt tot bijzonder onredelijke gevolgen.</al><al> In gevallen, de uitvoering van deze richtlijnen betreffende, waarin
                            deze richtlijnen niet voorzien, beslist het college van burgemeester en
                            wethouders.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6</nr><titel>Financiële consequenties</titel></kop><structuurtekst><al>De budgetten voor uitvoering van de individuele bijzondere bijstand zijn
                            naar aanleiding van de notitie ”budgetten bijzondere bijstand 2004” met
                            ingang van 2004 vastgesteld op € 438.000,-- voor Huizen, € 40.000,--
                            voor Eemnes en € 50.000,-- voor Blaricum.</al><al> Op basis van een prognose van de verstrekkingen in de eerste vijf
                            maanden van 2004 wordt ingeschat dat de budgetten toereikend zijn voor
                            het individuele bijzondere bijstandsbeleid, echter exclusief de regeling
                            voor deelname aan het maatschappelijk verkeer.</al><al>Voor invoering van de regeling voor deelname aan het maatschappelijk
                            verkeer zijn extra middelen nodig.</al><al> In de notitie “budgetten bijzondere bijstand” is een eerste prognose
                            opgenomen van de kosten van een regeling voor deelname aan het
                            maatschappelijk verkeer. Hierbij wordt vooralsnog aansluiting gezocht.
                            Dit betekent dat voorlopig wordt ingeschat dat uitvoering van de
                            regeling voor deelname aan het maatschappelijk verkeer met ingang van
                            2005 voor Huizen € 184.000,--, voor Eemnes en Blaricum elk € 23.000,--
                            structureel kost.</al><al/><al> Aantal aanvragen Aantal aanvragen maal € 230</al><al> Huizen 800 € 184.000</al><al> Eemnes 100 € 23.000</al><al> Blaricum 100 € 23.000</al></structuurtekst></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van de
                        gemeente Eemnes in de vergadering van 5 oktober 2004.</al></slotformulering></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>