<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.92--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.91--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR120225_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Nadeelcompensatie Langzaamverkeertunnel Den Deijl</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Wassenaar</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-12-05</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Wassenaar</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">De Wassenaarse Krant, 20-09-2011</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Nadeelcompensatie Langzaamverkeertunnel Den Deijl</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 147 en 149</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Algemene wet bestuursrecht, art. 3:2 en 3:4</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2011-09-05</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2011-09-21</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-12-06</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>no. 11067</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>1.Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging><overheidrg:externeBijlage>exb-2016-39061</overheidrg:externeBijlage></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening Nadeelcompensatie Langzaamverkeertunnel Den Deijl</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De Raad der gemeente Wassenaar;</al><al>gezien het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 12 juli 2011,</al><al>raadsvoorstel no. 11067;</al><al>gelet op artikel 147 en 149 van de Gemeentewet en de artikelen 3:2 en 3:4
                        van de Algemene wet bestuursrecht; </al><al>overwegende:</al><lijst><li nr="-"><al>dat als gevolg van de feitelijke uitvoering van bouwproject
                                Langzaamverkeertunnel Den Deijl door of vanwege de gemeente
                                Wassenaar natuurlijke dan wel rechtspersonen onevenredig financieel
                                nadeel kunnen ondervinden dat redelijkerwijs niet of niet geheel te
                                hunner laste behoort te blijven;</al></li><li nr="-"><al>dat dit mogelijke nadeel niet in alle gevallen op basis van
                                bestaande wettelijke regelingen voor vergoeding van overheidswege in
                                aanmerking komt;</al></li><li nr="-"><al>dat het daarom wenselijk is voorschriften vast te leggen met
                                betrekking tot de inhoud, indiening en behandeling van verzoeken om
                                vergoeding van nadeel welke het gevolg is van de feitelijke
                                uitvoering van bouwproject Langzaamverkeertunnel Den Deijl door of
                                vanwege de gemeente Wassenaar;</al></li></lijst><al>b e s l u i t:</al><al>vast te stellen de volgende:</al><al><vet>Verordening Nadeelcompensatie Langzaamverkeertunnel Den Deijl</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Definities</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>het college: het college van burgemeester en wethouders van de
                                gemeente Wassenaar;</al></li><li nr="b."><al>bouwproject: de aanleg van een langzaamverkeertunnel bij kruispunt
                                Den Deijl, waartoe de gemeenteraad van Wassenaar heeft besloten op 3
                                februari 2009 en welk omvat de aanleg van een langzaamverkeertunnel,
                                zoals omschreven in de ruimtelijke onderbouwing bij genoemd besluit
                                en aangegeven op tekening F3338 van 2 oktober 2008, tekening
                                9T0703-2321-001 van 25 augustus 2008 en tekeningen 9T0703-2321-101
                                en 9T0703-2321-102 van 26 augustus 2008 behorende bij het besluit
                                van 3 februari 2009; </al></li><li nr="c."><al>het verzoek: een verzoek om toekenning van nadeelcompensatie als
                                bedoeld in artikel 3 van deze verordening of het verzoek om een
                                voorlopige voorziening als bedoeld in artikel 8 van deze
                                verordening; </al></li><li nr="d."><al>de belanghebbende: een natuurlijke of rechtspersoon die een verzoek
                                indient ingevolge artikel 3 of 8 van deze verordening; </al></li><li nr="e."><al>het nadeel: de (tijdelijke) schade die een direct gevolg is van de
                                rechtmatige en feitelijke uitvoering van het bouwproject
                                langzaamverkeertunnel Den Deijl; </al></li><li nr="f."><al>de deskundige: de door het college aan te wijzen onafhankelijk
                                deskundige op het gebied van nadeelcompensatie.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Recht op nadeelcompensatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Iedere belanghebbende die meent dat hij rechtstreeks door het
                            bouwproject nadeel ondervindt welke, gezien alle relevante
                            omstandigheden, redelijkerwijs niet of niet geheel te zijnen laste
                            behoort te blijven kan bij het college een verzoek om nadeelcompensatie
                            indienen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vergoeding kan in geld of op andere wijze worden bepaald.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Belanghebbende kan pas dan een beroep op deze verordening doen indien
                            belanghebbende niet of niet voldoende op basis van andere regelingen
                            c.q. verzekeringen voor vergoeding van de geleden schade in aanmerking
                            komt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Het verzoek om nadeelcompensatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het verzoek om nadeelcompensatie dient niet eerder dan zes maanden na en
                            uiterlijk binnen een periode van twee jaar na de eindoplevering van het
                            bouwproject te worden ingediend bij het college.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij het verzoek dient belanghebbende gebruik te maken van het door
                            burgemeester en wethouders vast te stellen aanvraagformulier.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor zover het verzoek als bedoeld in lid 1 betrekking heeft op
                            planschade als bedoeld in artikel 49 van de Wet op de Ruimtelijke
                            Ordening, wordt die aanvraag als zodanig in behandeling genomen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>De procedure met advies deskundige</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een verzoek wordt door het college binnen vier weken na ontvangst,
                            behoudens toepassing van artikel 7, ter advisering voorgelegd aan de
                            deskundige.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De deskundige stelt zowel de belanghebbende als het college in de
                            gelegenheid hun zienswijze naar voren te brengen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Zowel de belanghebbende als het college verschaft de deskundige, voor
                            zover zij daarover redelijkerwijs de beschikking hebben of kunnen
                            krijgen, alle gegevens en bescheiden die voor advisering nodig
                            zijn.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De deskundige kan inlichtingen inwinnen bij derden en kan een
                            bezichtiging ter plaatse houden.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Alvorens de deskundige zijn definitieve advies aan het college opstelt,
                            maakt hij een conceptadvies. Dit conceptadvies wordt uiterlijk binnen
                                <onderstreept>twaalf weken</onderstreept> na het indienen van de
                            zienswijze als bedoeld in lid 2 aan de belanghebbende en aan het college
                            gezonden. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De in het vijfde lid genoemde termijn kan eenmaal met ten hoogste
                                <onderstreept>zes weken</onderstreept> worden verlengd. De
                            deskundige deelt de belanghebbende en het college schriftelijk en
                            gemotiveerd mee waarom de termijn wordt verlengd.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De belanghebbende en het college kunnen tegen het conceptadvies binnen
                                <onderstreept>zes weken</onderstreept> na de datum van verzending
                            daarvan schriftelijk reageren. </al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>De deskundige zendt zijn definitieve advies met inbegrip van het verslag
                            van de eventuele mondelinge toelichting en zienswijzen binnen
                                <onderstreept>zes weken</onderstreept> na het verstrijken van de in
                            het vorige lid genoemde termijn toe aan de belanghebbende en aan het
                            college.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>De inhoud en de kosten van het advies</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In het advies dient de deskundige aan te geven:</al><lijst><li nr="a."><al>of de belanghebbende schade heeft geleden c.q. nog zal lijden
                                    ten gevolge van het bouwproject;</al></li><li nr="b."><al>of de belanghebbende deze schade redelijkerwijs had kunnen
                                    voorkomen c.q. had kunnen beperken;</al></li><li nr="c."><al>of, en zo ja in welke mate, de belanghebbende kosten heeft
                                    moeten maken voor schadevoorkomende en/of –beperkende
                                    maatregelen, die voor vergoeding in aanmerking komen;</al></li><li nr="d."><al>of, en zo ja in welke mate, de schade redelijkerwijs ten laste
                                    moet komen van de gemeente dan wel ten laste van de
                                    belanghebbende behoort te blijven;</al></li><li nr="e."><al>of de schade niet of niet voldoende via een andere regeling c.q.
                                    verzekering kan worden gecompenseerd;</al></li><li nr="f."><al>of, en zo ja voor welk bedrag de belanghebbende kosten heeft
                                    moeten maken voor het indienen en onderbouwen van zijn verzoek,
                                    die voor vergoeding in aanmerking komen;</al></li><li nr="g."><al>of, en zo ja op welke wijze dan wel voor welk bedrag de
                                    belanghebbende dient te worden gecompenseerd.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De kosten van het advies van de deskundige komen volledig ten laste van
                            de gemeente.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>De beslissing op het verzoek</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college neemt uiterlijk 6 weken na ontvangst van het definitieve
                            advies van de deskundige een besluit op het verzoek van
                            belanghebbende.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De in het eerste lid genoemde termijn kan door het college éénmaal met
                            ten hoogste 6 weken worden verlengd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>De vereenvoudigde procedure zonder advies deskundige</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan het verzoek, zonder onderzoek en advies van de
                            deskundige, binnen 6 weken na ontvangst van het verzoek af- of
                            toewijzen, indien blijkt dat het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk,
                            kennelijk gegrond dan wel kennelijk ongegrond is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De in het eerste lid genoemde termijn kan door het college éénmaal met
                            ten hoogste 6 weken worden verlengd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Voorlopige voorziening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan, op het verzoek van de belanghebbende en vooruitlopend
                            op zijn besluit overeenkomstig artikel 6 of 7, besluiten een voorlopige
                            voorziening te treffen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verzoek kan in afwijking van het bepaalde in artikel 3, lid 1,
                            worden ingediend vanaf de start van het bouwproject.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Aan het besluit als bedoeld in lid 1 kunnen door de belanghebbende geen
                            rechten worden ontleend ten aanzien van het besluit op het verzoek om
                            nadeelcompensatie.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien de voorlopige voorziening van financiële aard is, is de
                            belanghebbende verplicht het bij wijze van voorlopige voorziening
                            uitgekeerde bedrag terug te betalen indien blijkt dat: </al><lijst><li nr="a."><al>zijn verzoek om nadeelcompensatie geheel of gedeeltelijk wordt
                                    afgewezen;</al></li><li nr="b."><al>op grond van nieuwe gegevens blijkt dat de getroffen voorlopige
                                    voorziening geheel of gedeeltelijk ten onrechte is
                                    getroffen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Bij het treffen van een voorlopige voorziening in de vorm van een
                            voorschot kan het college een zekerheidsstelling verlangen in de vorm
                            van een hypotheek of een bankgarantie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Indien een strikte toepassing van deze verordening zou leiden tot een
                        onbillijkheid van overwegende aard voor de belanghebbende, kan het college
                        afwijken van het in deze verordening bepaalde.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening Nadeelcompensatie
                        Langzaamverkeertunnel Den Deijl.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op de dag na bekendmaking.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Wassenaar, 5 september 2011</al><al>De Raad voornoemd,</al></slotformulering><ondertekening>de Secretaris, de Voorzitter,</ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><kop><label>Bijlage</label><nr/><titel>Aanvraagformulier</titel></kop><al><extref doc="/cvdr/images/Wassenaar/i68161.pdf">Aanvraagformulier</extref></al><al/></bijlage><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting</titel></kop><tussenkop>Inleiding</tussenkop><al>Binnen de gemeente Wassenaar vormt de Rijksstraatweg/N44 een barrière voor het
                    langzaam verkeer in oost-west richting. Schoolgaande jeugd, woon-werkverkeer en
                    recreatief verkeer gebruikt dagelijks intensief het kruispunt Den Deijl om de
                    Rijksstraatweg te kruisen. Reeds in het Verkeersplan 2000 en de hierop volgende
                    verkeersplannen is als oplossing voor de bovengrondse kruising de aanleg van een
                    (brom)fiets- en voetgangerstunnel opgenomen.</al><al>De aanleg van een veilige, vlotte en comfortabele oversteek voor het langzaam
                    verkeer door middel van de tunnel, zal de doorstroming van het snelverkeer op de
                    Rijksstraatweg bevorderen en de bereikbaarheid van Wassenaar voor het langzaam
                    verkeer verbeteren.</al><al>De gemeente Wassenaar is inmiddels gestart met de realisering van het project
                    “Langzaamverkeertunnel Den Deijl”. De gemeente Wassenaar is zich er van bewust,
                    dat de belangen van individuele burgers en ondernemers in het gedrang kunnen
                    komen door de uitvoering van het project. Aanleg van de tunnel wordt echter
                    geacht in het algemeen belang te zijn. De (tijdelijke) schade die wordt geleden
                    als gevolg van uitvoering van het project wordt onder bepaalde voorwaarden door
                    de gemeente vergoed.</al><tussenkop>Grondslag nadeelcompensatie</tussenkop><al>Een aan de overheid gericht verzoek om schadevergoeding kan worden gebaseerd op
                    zowel de onrechtmatige als de rechtmatige daad. Schadevergoeding op basis van
                    een <onderstreept>onrechtmatige</onderstreept> daad is aan de orde als de
                    overheid een fout heeft gemaakt die haar kan worden toegerekend. Schade die
                    hieruit voortvloeit dient volledig te worden vergoed, waarbij herstel in de oude
                    toestand het uitgangspunt is. </al><al>Daarnaast kan een burger door <onderstreept>rechtmatige</onderstreept>
                    uitoefening van overheidbevoegdheden schade lijden. In deze gevallen komt alleen
                    de schade die in redelijkheid niet ten laste van de burger mag blijven voor
                    vergoeding in aanmerking. De schadevergoeding die uit een rechtmatige
                    overheidsdaad voortvloeit, wordt nadeelcompensatie genoemd.</al><tussenkop>Voorwaarden beroep op nadeelcompensatie</tussenkop><al>Om voor schadevergoeding door nadeelcompensatie in aanmerking te komen moet aan
                        <onderstreept>alle</onderstreept> onderstaande voorwaarden worden
                    voldaan.</al><al>1.<onderstreept>Geen vergoeding onder andere regeling mogelijk.
                    </onderstreept></al><al>Voor bepaalde vormen van schade als gevolg van rechtmatig overheidshandelen zijn
                    specifieke wettelijke regelingen getroffen (bijvoorbeeld art. 49 WRO. Art.
                    15.20-21 Wet milieubeheer). Als de schade via zo’n regeling vergoed kan worden,
                    kan geen beroep worden gedaan op nadeelcompensatie. </al><al>Ook indien de aanvrager van nadeelcompensatie een uitkering krijgt van een
                    verzekering ter zake van de geleden schade komt hij niet voor vergoeding van de
                    schade in aanmerking.</al><al>2.<onderstreept>Ongelijkheid van openbare lasten </onderstreept></al><al>De verplichting tot vergoeden van schade ten gevolge van rechtmatig
                    overheidshandelen wordt gebaseerd op het rechtsbeginsel van “égalité devant les
                    charges publiques”: het beginsel van gelijkheid voor openbare lasten. </al><al>Elke burger moet een zekere overlast en/of financieel nadeel dulden als gevolg
                    van de omstandigheid dat hij tezamen met anderen op een beperkt grondgebied in
                    een gemeenschap verenigd leeft. Zolang de nadelige gevolgen van rechtmatig
                    overheidshandelen door de gemeenschap gedragen worden, behoort dit nadeel in
                    beginsel voor rekening van betrokkene te blijven. Echter indien slechts een
                    enkel individu of een beperkte groep van burgers/instellingen dit nadeel moet
                    dragen, terwijl de rest van de gemeenschap voornamelijk profijt heeft van het
                    handelen, moet de overheid dit nadeel (deels) compenseren. </al><al>Om in aanmerking te komen voor compensatie, moet het gaan om schade die: </al><al>-<cursief>onevenredig is</cursief> d.w.z. schade die buiten het normaal
                    maatschappelijk risico en/of het normale ondernemersrisico valt;</al><al>- Of de gevolgen van een overheidshandeling buiten het normaal maatschappelijk
                    risico vallen, kan alleen beantwoord worden met inachtneming van alle van belang
                    zijnde omstandigheden van het geval. Van belang kan o.a. zijn:</al><lijst><li nr="·"><al>De aard van de overheidshandeling; </al></li><li nr="·"><al>Het gewicht van het met de overheidshandeling te dienen (algemeen)
                            belang; </al></li><li nr="·"><al>In hoeverre die handeling en de gevolgen daarvan voorzienbaar zijn voor
                            de derde die schade lijdt; </al></li><li nr="·"><al>Aard en omvang van de toegebrachte schade.</al></li></lijst><al>Zo wordt in de jurisprudentie aangenomen dat ingrepen in de infrastructuur
                    moeten worden beschouwd als een normale maatschappelijke ontwikkeling, waarmee
                    iedereen kan worden geconfronteerd. Een zekere omzetdaling behoort dan tot het
                    normaal maatschappelijk/ondernemersrisico. Welk percentage redelijk is hangt van
                    andere omstandigheden af. Vaak wordt gekeken naar de duur van de maatregel,
                    schadebeperkende maatregelen van de gemeente en in hoeverre het bedrijf nog
                    bereikbaar was.</al><tussenkop>en</tussenkop><lijst><li nr=""><al>-<cursief>die op een enkel individu of een beperkte groep van burgers of
                                instellingen rust</cursief>.</al><al>- Schade waar iedereen mee te maken krijgt, komt niet voor vergoeding in
                            aanmerking. De burger of het bedrijf moet onevenredig zwaar worden
                            getroffen in vergelijking met een andere groep burgers of bedrijven die
                            in een met de zijne vergelijkbare positie verkeren.</al><lijst><li nr="3."><al><onderstreept>Causaal verband</onderstreept></al></li></lijst></li></lijst><al>Er moet een causaal verband bestaan tussen het betreffende rechtmatig
                    overheidshandelen en de geleden schade. Dit houdt in dat er een direct en
                    rechtstreeks verband moet zijn tussen de schade en het betreffende
                    overheidshandelen en/of uitvoering van werkzaamheden. Het kan zijn dat de schade
                    (mede) andere oorzaken heeft. Dit kunnen maatschappelijke ontwikkelingen zijn,
                    zoals bijvoorbeeld omzetdaling als gevolg van een verzadiging van de markt,
                    brancheontwikkelingen etc. of door het bedrijf gemaakte keuzen m.b.t. de
                    bedrijfsvoering.</al><al>4.<onderstreept>Bewijslast</onderstreept></al><al>De bewijslast rust op degene die stelt nadeel te lijden dat het maatschappelijk
                    risico te boven gaat. De aanvrager van nadeelcompensatie moet zijn schade aan de
                    hand van bewijsstukken onderbouwen. De gegevens moeten bij de aanvraag worden
                    verschaft. </al><al>Mocht het bestuursorgaan niet alle benodigde stukken hebben ontvangen, dan dient
                    de verzoeker in de gelegenheid te worden gesteld de ontbrekende gegevens alsnog,
                    binnen een gestelde termijn aan te leveren. </al><al>Indien de schadeposten na de gestelde termijn niet zijn gemotiveerd of
                    anderszins aannemelijk zijn gemaakt door de aanvrager, kan het verzoek om
                    schadevergoeding worden afgewezen of buiten behandeling worden gesteld (art. 4:5
                    Awb).</al><al>5.<onderstreept>Geen risicoaanvaarding</onderstreept></al><al>De schade blijft in ieder geval voor rekening van de aanvrager indien hij het
                    risico van het ontstaan van schade heeft aanvaard (<cursief>actieve
                        risicoaanvaarding</cursief>). Hier is o.a. sprake van: </al><lijst><li nr="·"><al>als men een ongunstige overheidsmaatregel ziet aankomen en toch
                            investeringen doet;</al></li><li nr="·"><al>als men zich vestigt op een plek waar ten tijde van vestiging al bekend
                            is, dat de overheid een (verkeers)maatregel gaat nemen of
                            (ontwikkelings)plannen heeft; </al></li><li nr="·"><al>als men in een bepaalde situatie een bepaalde keuze heeft gemaakt,
                            waaraan bijvoorbeeld kostenoverwegingen ten grondslag lagen. Indien men
                            zich in een goedkopere, maar risicovollere situatie heeft begeven, is
                            het risico van mogelijk nadeel door de benadeelde aanvaard. </al></li></lijst><al>Ook als de aanvrager heeft nagelaten tijdig redelijkerwijs te verlangen
                    maatregelen ter voorkoming of beperking van schade te nemen (<cursief>passieve
                        risicoaanvaarding) </cursief>kan schadevergoeding geweigerd worden of wordt
                    de plicht tot het vergoeden van schade beperkt. </al><al>Tot slot kan bij vaststelling van de te vergoeden schade ook gekeken worden of
                    het besluit dat schade heeft veroorzaakt ook niet tevens een voordeel voor de
                    benadeelde heeft opgeleverd. Dit voordeel moet worden verrekend met de te
                    vergoeden schade. Voorbeeld daarvan is een zusterfiliaal van de benadeelde
                    onderneming dat een deel van de klap opvangt door de overloop van klanten. </al><tussenkop>Artikelsgewijze toelichting</tussenkop><tussenkop>Artikel 1. Begripsbepalingen.</tussenkop><al>In dit artikel worden enkele kernbegrippen van de regeling omschreven. </al><lijst><li nr="1."><al>b: In de omschrijving van het project is aangegeven waarop de
                            onderhavige regeling betrekking heeft en ligt derhalve tevens de
                            beperking van de werkingssfeer van deze verordening. De regeling ziet
                            uitsluitend op de feitelijke uitvoering van werkzaamheden van
                            substantiële omvang en duur door of in opdracht van de gemeente
                            Wassenaar.</al></li><li nr="1."><al>e: In het kader van deze verordening dient het te gaan om op geld
                            waardeerbare schade die leidt tot aantasting van het inkomen en/of
                            vermogen.</al></li></lijst><tussenkop>Artikel 2. Het recht op nadeelcompensatie.</tussenkop><lijst><li nr="2."><al>1: Dit is de maatstaf aan de hand waarvan wordt gekeken of
                            nadeelcompensatie zal worden toegekend:</al><lijst><li nr="-"><al>Het nadeel komt niet voor vergoeding in aanmerking, indien het
                                    anderszins is verzekerd. Deze verordening heeft een aanvullend
                                    karakter. Indien nadeel al via een andere weg vergoed is, valt
                                    dit nadeel niet meer onder de verordening. De verordening treedt
                                    dan ook niet in de plaats van bestaande (wettelijke)
                                    compensatieregelingen (zie ook lid 3).</al></li><li nr="-"><al>Het moet gaan om nadeel dat redelijkerwijs niet of niet geheel
                                    te zijner laste behoort te blijven. Nadeel dat geacht wordt tot
                                    het normaal maatschappelijk risico te behoren komt niet voor
                                    vergoeding in aanmerking. Het moet gaan om onevenredig nadeel,
                                    zie de algemene toelichting.</al></li><li nr="-"><al>De schade moet het rechtstreekse gevolg zijn van de feitelijke
                                    uitvoering van het project Langzaamverkeertunnel Den Deijl. Er
                                    moet derhalve sprake zijn van causaal verband. Indien zonder de
                                    werkzaamheden in verband met het project het nadeel zich
                                    eveneens zou hebben voorgedaan, is er geen oorzakelijk verband
                                    tussen het project en de schade, waardoor de schade niet voor
                                    vergoeding in de zin van deze verordening in aanmerking
                                    komt.</al></li><li nr="-"><al>Verder komt het nadeel niet voor vergoeding in aanmerking,
                                    indien de verzoeker het risico van mogelijke benadeling (actief
                                    of passief) heeft aanvaard. Zie voor de uitleg van deze
                                    begrippen de algemene toelichting. Kosten voor schadevoorkomende
                                    en/of –beperkende maatregelen vallen juist onder "nadeel" dat in
                                    principe wel voor vergoeding in aanmerking kan komen (zie
                                    artikel 5 lid 1 sub c van deze verordening).</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>2: De vergoeding kan in geld of op andere wijze plaatsvinden. Dit kan op
                            verzoek of voorstel van de benadeelde, burgemeester en wethouders of op
                            advies van de deskundige. De waarde van de compensatie anders dan in
                            geld mag echter niet hoger zijn dan het bedrag in geld waarop de
                            verzoeker aanspraak zou kunnen maken. Wanneer de waarde van de
                            compensatie op andere wijze groter zou zijn dan het bedrag in geld
                            waarop de verzoeker aanspraak zou kunnen maken, kunnen burgemeester en
                            wethouders besluiten alsnog nadeelcompensatie in geld toe te
                            kennen.</al></li></lijst><tussenkop>Artikel 3. Het verzoek om nadeelcompensatie.</tussenkop><al>3.1: Verzoeken kunnen niet eerder dan zes maanden na oplevering van het project
                    worden ingediend. Hiervoor is gekozen, omdat men na de eindoplevering dan een
                    periode kan wennen aan de nieuwe situatie. Klanten van ondernemingen kunnen dan
                    weer hun weg terug vinden naar de ondernemingen en bewoners kunnen wennen aan de
                    veranderde omstandigheden. Na die zes maanden kan men dan overwegen om een
                    verzoek om compensatie in te dienen. Voor spoedeisende zaken tijdens de bouw en
                    voordat de zes maandentermijn verstreken is, kan gebruik worden gemaakt van de
                    mogelijkheid van een voorlopige voorziening.</al><al>Verzoeken dienen uiterlijk binnen twee jaar ingediend te worden. Hiervoor is
                    gekozen, zodat in het geval van omzetderving de belanghebbende ondernemer heeft
                    kunnen bekijken wat de effecten zijn gedurende ten minste één volledig boekjaar.
                    Bij het stellen van een nog langere termijn wordt het steeds moeilijker het
                    oorzakelijk verband tussen het project en de schade te bepalen. Er kunnen zich
                    echter gevallen voordoen, waarbij de schade eerst na langere tijd intreedt of
                    kenbaar wordt en derhalve pas na geruime tijd een verzoek om nadeelcompensatie
                    ingediend kan worden. Het tegenwerpen van een termijn die is verstreken, is dan
                    onjuist. Indien de aanvrager redelijkerwijs niet eerder een verzoek kon
                    indienen, zal zijn aanvraag toch in behandeling worden genomen. </al><al>Om misverstanden te voorkomen zal door het college van burgemeester en
                    wethouders worden bepaald welke datum geldt als eindoplevering van het project.
                    Dit zal worden gepubliceerd op de gebruikelijke wijze in de gemeenterubriek
                    binnen zes weken na de eindoplevering. </al><al>Op deze verzoeken is de Algemene wet bestuursrecht van toepassing
                    (onvolledigheid stukken, aanvullen, buiten behandeling laten etc.).</al><tussenkop>Artikel 4. De procedure met advies deskundige.</tussenkop><lijst><li nr="4."><al>1: Afdeling 3.3 van de Algemene wet bestuursrecht is op deze
                            adviesprocedure van toepassing.</al></li><li nr="4."><al>2: Van de mondelinge zienswijzen gepresenteerd tijdens een eventuele
                            hoorzitting wordt een verslag gemaakt. Het verslag wordt aan de
                            belanghebbende en de gemeente toegezonden. Zowel de belanghebbende als
                            de gemeente kunnen zich tijdens de hoorzitting laten bijstaan door
                            meegebrachte deskundigen. Deze deskundigen worden in de gelegenheid
                            gesteld een toelichting te geven.</al></li></lijst><tussenkop>Artikel 5. Het advies van de deskundige.</tussenkop><al>5.1.f: Het betreft hier door belanghebbende gemaakte deskundigenkosten, voor
                    zover het inschakelen van bijstand van een professioneel deskundige (zoals een
                    financieel deskundige of rechtsbijstand) redelijkerwijs noodzakelijk was voor
                    indiening en onderbouwing van het verzoek en voor zover de gemaakte kosten
                    redelijk zijn. </al><tussenkop>Artikel 6. De beslissing op het verzoek.</tussenkop><lijst><li nr="6."><al>1: Het advies van de deskundige is niet bindend. Het college behoudt
                            zijn eigen verantwoordelijkheid voor het te nemen besluit. Zoals elk
                            besluit van een bestuursorgaan dient, met name een besluit dat afwijkt
                            van het advies, voldoende te worden onderbouwd.</al></li><li nr="6."><al>2: Een verlenging van de beslistermijn dient gemotiveerd aan de
                            belanghebbende te worden medegedeeld.</al></li></lijst><tussenkop>Artikel 7. De vereenvoudigde procedure zonder advies
                    deskundige.</tussenkop><lijst><li nr="7."><al>1: De vereenvoudigde procedure is bedoeld voor zaken waarbij een
                            onderzoek en advies van de deskundige overbodig zijn, omdat burgemeester
                            en wethouders over voldoende gegevens beschikken om een toe- of
                            afwijzend besluit te nemen. Indien een verzoek naar het oordeel van
                            burgemeester en wethouders kennelijk gegrond of kennelijk ongegrond is,
                            wordt het verzoek zonder behandeling door de deskundige toe- of
                            afgewezen. Indien bijvoorbeeld na summier onderzoek reeds duidelijk is
                            dat het geleden nadeel voor vergoeding in aanmerking komt en de hoogte
                            hiervan duidelijk is, kunnen burgemeester en wethouders het verzoek
                            direct, zonder nader onderzoek, toewijzen. Eveneens kunnen burgemeester
                            en wethouders het verzoek om nadeelcompensatie direct afwijzen indien
                            duidelijk is dat het geleden nadeel niet door de gemeente is
                            veroorzaakt.</al></li><li nr="7."><al>2: Een verlenging van de beslistermijn dient gemotiveerd aan de
                            belanghebbende te worden medegedeeld.</al></li></lijst><tussenkop>Artikel 8. Voorlopige voorziening.</tussenkop><lijst><li nr="8."><al>1: In bijzondere gevallen kan het voorkomen dat niet gewacht kan worden
                            op de eindbeslissing op het verzoek om nadeelcompensatie. Een voorlopige
                            voorziening zal veelal bestaan uit een voorschot, maar kan bijvoorbeeld
                            ook bestaan uit het door de gemeente uitvoeren van bepaalde
                            werkzaamheden ten gunste van de belanghebbende (zoals het verbeteren van
                            de bereikbaarheid). De mogelijkheid een voorschot te verkrijgen staat
                            open voor:</al><lijst><li nr="a."><al>belanghebbenden die aannemelijk kunnen maken dat zij
                                    waarschijnlijk in aanmerking zullen komen voor (gedeeltelijke)
                                    nadeelcompensatie;</al></li><li nr="b."><al>èn dat zij een spoedeisend belang hebben.</al><al> Voor ondernemers zal bijvoorbeeld van een dergelijk spoedeisend
                                    belang sprake zijn, indien bij toepassing van het uitgangspunt
                                    dat nadeel pas achteraf wordt gecompenseerd, de
                                    bedrijfscontinuïteit wordt bedreigd. Op deze wijze wordt met
                                    name met de belangen van kleine(re) ondernemingen rekening
                                    gehouden. </al></li></lijst></li><li nr="8."><al>2: Als start van het bouwproject kan gehanteerd worden 13 juli 2011 toen
                            in het kader van de werkzaamheden begonnen is met het kappen van de
                            bomen.</al></li><li nr="8."><al>3: Een positief besluit van burgemeester en wethouders op het verzoek
                            tot het treffen van een voorlopige voorziening betekent niet per
                            definitie dat er ook op het verzoek om nadeelcompensatie positief
                            besloten zal worden. Het besluit omtrent de voorlopige voorziening wordt
                            al genomen gedurende de werkzaamheden. De situatie over de langere
                            termijn is dan nog onvoldoende in beeld. Na afronding van het project is
                            het daadwerkelijke nadeel vaak pas goed te overzien. Dit kan een heel
                            ander beeld van het geleden nadeel geven dan gedurende de werkzaamheden
                            het geval kan zijn.</al></li><li nr="8."><al>4: De term "voorlopige voorziening" impliceert al dat er nog een
                            definitief besluit genomen moet worden. Het verzoek om een voorlopige
                            voorziening wordt dan ook zes maanden na afronding van de werkzaamheden
                            (dus als de periode waarin verzoeken om nadeelcompensatie ingediend
                            kunnen worden begint) aangemerkt als verzoek om nadeelcompensatie. De
                            belanghebbende zal dan de noodzakelijke gegevens moeten overleggen om te
                            beoordelen of hij in aanmerking komt voor nadeelcompensatie. Pas als het
                            bouwproject afgerond is, kan d.m.v. het onderzoek voor de
                            nadeelcompensatie vastgesteld worden of er nadeel is en zo ja, hoe hoog
                            het nadeel daadwerkelijk is geweest en kan definitief geconcludeerd
                            worden of een eventueel toegekend voorschot terecht was of niet. Het
                            voorschot kan dan worden verrekend met het uitgekeerde
                            nadeelcompensatie.</al></li></lijst><tussenkop>Artikel 9. Hardheidsclausule</tussenkop><al>Via de hardheidsclausule is de mogelijkheid opengelaten om in zeer bijzondere,
                    incidentele gevallen van het bepaalde in deze verordening af te wijken en een,
                    voor dat incidentele geval, passende nadeelcompensatie te verstrekken. </al><gegeven><label>Nota-toelichting</label><dagtekening><datum isodatum="2011-11-04">2011-11-04</datum></dagtekening></gegeven><bijlage><kop><label>Nota-toelichting</label><nr/><titel/></kop><al/></bijlage></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>