<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91-->
  
  
  
  
  
  
  
  
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR120212_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening inburgering 2012</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Beuningen</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-07-25</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Beuningen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">De Koerier, 14 november 2011</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening inburgering 2012</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet inburgering</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2011-11-01</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>BW11.01166</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>De verordening vervangt de Verordening inburgering, vastgesteld 24 juni 2008.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      verordening inburgering 2012
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef>
        <preambule>
          <al>De raad van de gemeente Beuningen;</al>
          <al/>
          <al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 27 september
                        2011, gelezen het voorstel van de Commissie Samenleving d.d. 10 oktober
                        2011 en gelet op de artikelen 8, 19, vijfde lid, 23, derde lid, 24a,
                        vijfde lid, 24f en 35 van de Wet inburgering en artikel 4.27, derde lid,
                        van het Besluit inburgering;</al>
          <al/>
          <al>besluit vast te stellen de volgende verordening:</al>
          <al>
            <vet>VERORDENING INBURGERING 2012</vet>
          </al>
        </preambule>
      </aanhef>
      <regeling-tekst>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>1.</nr>
            <titel>Begripsomschrijvingen en informatieverstrekking</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1</nr>
              <titel>- Begripsomschrijvingen</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>het college: het college van burgemeester en wethouders van
                                        de gemeente Beuningen;</al></li>
                <li nr="b."><al>de wet: de Wet inburgering;</al></li>
                <li nr="c."><al>voorziening: een inburgeringsvoorziening of
                                        taalkennisvoorziening.</al></li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>De overige begripsomschrijvingen in de wet en de daarop berustende
                                regelingen zijn van toepassing op de begrippen die in deze
                                verordening worden gebruikt.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>2</nr>
              <titel>- De informatieverstrekking aan inburgeringsplichtigen en
                                vrijwillige inburgeraars</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Het college draagt er zorg voor dat de inburgeringsplichtigen en de
                                vrijwillige inburgeraars op een doeltreffende en doelmatige wijze
                                worden geïnformeerd over hun rechten en plichten uit hoofde van de
                                wet en over het aanbod van en de toegang tot de voorzieningen.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Het college maakt bij de informatieverstrekking aan de
                                inburgeringsplichtigen en de vrijwillige inburgeraars in ieder geval
                                gebruik van de volgende middelen:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>het verstrekken van schriftelijk informatiemateriaal</al></li>
                <li nr="b."><al>het inrichten van een gemeentelijke informatie- en
                                        adviesfunctie</al></li>
                <li nr="c."><al>het geven digitale informatie op de website van de gemeente
                                        Beuningen.</al></li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Het college beoordeelt tenminste eens in de vier jaren de
                                doeltreffendheid en doelmatigheid van de informatieverstrekking aan
                                de inburgeringsplichtigen en de vrijwillige inburgeraars, en
                                rapporteert daarover aan de raad.</al>
            </lid>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>2.</nr>
            <titel>Het aanbieden van een voorziening</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>3</nr>
              <titel>- Aanwijzen van de doelgroepen</titel>
            </kop>
            <al>Het college wijst de groepen inburgeringsplichtigen en vrijwillige
                            inburgeraars aan waaraan hij bij voorrang een voorziening kan aanbieden
                            op basis van de volgende criteria:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>asielgerechtigde inburgeringsplichtige inburgeraars.</al></li>
              <li nr="b."><al>geestelijk bedienaren die inburgeringsplichtig zijn.</al></li>
              <li nr="c."><al>de inburgeringsplichtige of vrijwillige inburgeraar die een
                                    uitkering ontvangt op grond van de Wet Werk en Bijstand en/of de
                                    Wet Investering in Jongeren.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>4</nr>
              <titel>- De samenstelling van de inburgeringsvoorziening</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Het college stemt de voorziening, met uitzondering van de
                                inburgeringsvoorziening aan geestelijke bedienaren, af op het
                                startniveau en de vaardigheden, de persoonlijke omstandigheden en de
                                maatschappelijke positie van de inburgeringsplichtige of vrijwillige
                                inburgeraar.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Indien de inburgeringsplichtige of vrijwillige inburgeraar een
                                voorziening gericht op arbeidsinschakeling wordt aangeboden draagt
                                het college er zorg voor dat de inburgeringsvoorziening hierop is
                                afgestemd.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Een voorziening kan, naast datgene dat in de wet is geregeld, een of
                                meer van de volgende onderdelen bevatten:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>NT2 onderwijs;</al></li>
                <li nr="b."><al>Een voorziening zoals bedoeld in de Re-integratieverordening
                                        WWB/IOAW/IOAZ/ verordening werkleeraanbod WIJ gemeente
                                        Beuningen; </al></li>
                <li nr="c."><al>Oriëntatie op loopbaan, beroep, scholing of
                                        vrijwilligerswerk;</al></li>
                <li nr="d."><al>Opvoedingsondersteuning;</al></li>
                <li nr="e."><al>Stage of vrijwilligerswerk;</al></li>
                <li nr="f."><al>Voorbereiding Staatsexamens I en II;</al></li>
                <li nr="g."><al>Ondersteuning van een taalcoach;</al></li>
                <li nr="h."><al>Rekenvaardigheden en budgettering;</al></li>
                <li nr="i."><al>Sollicitatietraining, inclusief digitale vaardigheden;</al></li>
                <li nr="j."><al>Maatschappelijke ondersteuning voor vluchtelingen;</al></li>
                <li nr="k."><al>Vaktaal.</al></li>
              </lijst>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>5</nr>
              <titel>- De procedure van het doen van een aanbod</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Het aanbod bedoeld in het tweede lid wordt niet eerder gedaan dan
                                nadat de identiteit van de inburgeringsplichtige of de vrijwillige
                                inburgeraar is vastgesteld aan de hand van een document als bedoeld
                                in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht. </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Het college doet het aanbod, bedoeld in artikel 19, of artikel 24a
                                van de wet schriftelijk. Het aanbod wordt gezonden naar het adres
                                waar de inburgeringsplichtige of de vrijwillige inburgeraar in de
                                gemeentelijke basisadministratie is ingeschreven. </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Het aanbod geeft een omschrijving van de inburgeringsvoorziening of
                                taalkennisvoorziening die wordt aangeboden en vermeldt de rechten en
                                verplichtingen die aan de inburgeringsvoorziening of
                                taalkennisvoorziening worden verbonden. </al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>6</nr>
              <titel>- De voorziening in de vorm van een persoonlijk
                                inburgeringsbudget</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Het college behandelt het verzoek van de inburgeringsplichtige of
                                vrijwillige inburgeraar om in aanmerking te komen voor een
                                voorziening in de vorm van een persoonlijk inburgeringsbudget op de
                                volgende wijze:</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>a.</lidnr>
              <al>de inburgeringsplichtige of vrijwillige inburgeraar dient
                                voorafgaande aan de voorziening een schriftelijk gemotiveerd verzoek
                                tot een persoonlijk inburgeringsbudget in. </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>b.</lidnr>
              <al>de gemeente begeleidt de betreffende inburgeraar actief met de
                                samenstelling van de voorziening, met het doel dat de
                                inburgeringsvoorziening moet leiden tot een succesvol afgelegd
                                inburgeringexamen of een van de inburgeringsplicht vrijstellend
                                examen; </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>c.</lidnr>
              <al>de doorlooptijd is gesteld binnen de gestelde inburgeringstermijn.
                            </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Het college keurt het voorstel van de inburgeringsplichtige of
                                vrijwillige inburgeraar voor het volgen van een (duaal)
                                inburgeringprogramma goed, indien: </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>a.</lidnr>
              <al>het voorgestelde traject naar het oordeel van het college passend is
                                om hem of haar voor te bereiden op en toe te leiden naar het
                                inburgeringsexamen of staatsexamen Nederlands als tweede taal I of
                                II; en </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>b.</lidnr>
              <al>de kosten voor dit traject niet hoger zijn dan € 5.000,-;</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>c.</lidnr>
              <al>de inburgeringsplichtige of vrijwillige inburgeraar niet al
                                deelneemt aan een ander gemeentelijk inburgeringstraject; en </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>d.</lidnr>
              <al>het voorgestelde traject wordt verzorgd door een inburgeringsbedrijf
                                dat voldoet aan de volgende vereisten: </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>·</lidnr>
              <al>de aanbieder heeft aantoonbare ervaring op het gebied van het
                                verzorgen van inburgeringsvoorzieningen; </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>·</lidnr>
              <al>de aanbieder van de voorziening moet zijn ingeschreven bij de Kamer
                                van Koophandel. </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Het college keurt het voorstel van de inburgeringsplichtige of
                                vrijwillige inburgeraar voor het volgen van een
                                taalkennisvoorziening goed, indien deze taalkennisvoorziening: </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>·</lidnr>
              <al>naar het oordeel van het college passend is om hem of haar de kennis
                                van de Nederlandse taal te laten verwerven die noodzakelijk is voor
                                het kunnen afronden van een mbo-opleiding op niveau 1 of 2; en</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>·</lidnr>
              <al>wordt verzorgd door een erkend taalinstituut dat ingeschreven staat
                                bij de Kamer van Koophandel.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al>Als het college de voorziening in de vorm van een persoonlijk
                                inburgeringsbudget heeft vastgesteld, sluit het college en de
                                inburgeringsplichtige een overeenkomst met het inburgeringsbedrijf.
                            </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>5.</lidnr>
              <al>Als het college de overeenkomst met de vrijwillige inburgeraar,
                                bedoeld in artikel 24d, tweede lid, van de wet, waarin de
                                voorziening in de vorm van een persoonlijk inburgeringsbudget is
                                opgenomen, heeft gesloten, sluiten het college en de vrijwillige
                                inburgeraar een overeenkomst met het inburgeringsbedrijf.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>6.</lidnr>
              <al>Het college beheert het toegekende persoonlijke
                                inburgeringsbudget.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>7</nr>
              <titel>- De inning van de eigen bijdrage</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>De eigen bijdrage, bedoeld in artikel 23, tweede lid en artikel
                                24<sup>e</sup> van de Wet inburgering wordt in ten hoogste 6
                                termijnen betaald.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Het college legt in de beschikking tot vaststelling van de
                                voorziening de termijnen van betaling vast. Indien het college de
                                eigen bijdrage verrekent met de algemene bijstand, wordt dat in de
                                beschikking vastgelegd.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Indien de inburgeraar, die een eigen bijdrage, als bedoeld in
                                artikel 23, tweede lid van de Wet inburgering is verschuldigd, op
                                grond van artikel 31 van de Wet inburgering wordt ontheven van zijn
                                inburgeringsplicht wordt de eigen bijdrage kwijtgescholden.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al>Het derde lid is van overeenkomstige toepassing op de inburgeraar
                                van wie het college op grond van door de inburgeraar aantoonbaar
                                geleverde inspanning van oordeel is dat het voor hem redelijkerwijs
                                niet mogelijk is het inburgeringsexamen te behalen.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>5.</lidnr>
              <al>De vrijwillige inburgeraar met wie een inburgeringsvoorziening is
                                overeengekomen in de periode 1-1-2010 tot 1-1-2011 is geen eigen
                                bijdrage verschuldigd.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>8</nr>
              <titel>- Opleggen van verplichtingen</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Het college kan een inburgeringsplichtige bij beschikking een of
                                meer van de volgende verplichtingen opleggen:</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>a.</lidnr>
              <al>het deelnemen aan de voorziening;</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>b.</lidnr>
              <al>het deelnemen aan gesprekken met de trajectbegeleider;</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>c.</lidnr>
              <al>het deelnemen aan voortgangsgesprekken;</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>d.</lidnr>
              <al>voor de eerste maal deelnemen aan het inburgeringsexamen of
                                staatsexamen Nederlands als tweede taal I of II op een tijdstip dat
                                door het college wordt bepaald;</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>e.</lidnr>
              <al>het melden indien door ziekte dan wel door andere relevante
                                omstandigheden niet aan de verplichtingen in de beschikking kan
                                worden voldaan;</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>f.</lidnr>
              <al>overige verplichtingen die het bereiken van het doel van de
                                inburgeringsvoorziening kunnen ondersteunen.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Het college kan de onder lid 1 sub a tot en met f genoemde
                                verplichtingen ook opnemen in de met de vrijwillige inburgeraar te
                                sluiten overeenkomst.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>9</nr>
              <titel>- De inhoud van de beschikking</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>a.</lidnr>
              <al>Het besluit tot vaststelling van de voorziening bevat in ieder
                                geval:</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>b.</lidnr>
              <al>een beschrijving van de voorziening;</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>c.</lidnr>
              <al>een opgave van de rechten en verplichtingen van de
                                inburgeringsplichtige;</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>d.</lidnr>
              <al>de datum waarop het inburgeringsexamen of staatsexamen Nederlands
                                als tweede taal I of II moet zijn behaald;</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>e.</lidnr>
              <al>de termijnen en wijze van betaling van de eigen bijdrage; en</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>f.</lidnr>
              <al>ingeval van een oudkomer: de datum waarop de termijn van handhaving
                                van de inburgeringsplicht, bedoeld in artikel 26 van de Wet
                                inburgering, aanvangt.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>10</nr>
              <titel>- De inhoud van de overeenkomst voor de vrijwillige
                                inburgeraar</titel>
            </kop>
            <al>De overeenkomst met de vrijwillige inburgeraar, bedoeld in artikel 24d,
                            tweede lid van de wet bevat in ieder geval: </al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>een beschrijving van de voorziening; </al></li>
              <li nr="b."><al>een opgave van de rechten en verplichtingen van de vrijwillige
                                    inburgeraar; </al></li>
              <li nr="c."><al>de datum waarop aan het inburgeringsexamen of staatsexamen
                                    Nederlands als tweede taal I of II moet zijn deelgenomen; </al></li>
              <li nr="d."><al>de sancties die kunnen worden toegepast wanneer de
                                    verplichtingen niet worden nagekomen, en indien van toepassing.</al></li>
              <li nr="e."><al>de termijnen en wijze van betaling van de eigen bijdrage.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>11</nr>
              <titel>- Sancties bij niet-nakoming van de overeenkomst voor de
                                vrijwillige inburgeraar</titel>
            </kop>
            <al>Indien de vrijwillige inburgeraar de verplichtingen die zijn neergelegd
                            in de overeenkomst niet of onvoldoende nakomt kan het college een
                            geldboete van € 250,- opleggen.</al>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>3.</nr>
            <titel>De bestuurlijke boete</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>12</nr>
              <titel>- De hoogte van de bestuurlijke boetes voor de verschillende
                                overtredingen</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>De bestuurlijke boete bedraagt € 100,- indien de
                                inburgeringsplichtige of de persoon ten aanzien van wie het college
                                op redelijke gronden kan vermoeden dat deze inburgeringsplichtig is
                                geen of onvoldoende medewerking verleent aan het onderzoek, bedoeld
                                in artikel 25, vierde lid, van de Wet inburgering.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>De bestuurlijke boete bedraagt € 200,- indien de
                                inburgeringsplichtige geen of onvoldoende medewerking verleent aan
                                de uitvoering van de voor hem vastgestelde voorziening, bedoeld in
                                artikel 23, eerste lid, van de Wet inburgering of aan de
                                verplichtingen, bedoeld in artikel 8 van deze verordening.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 200,- indien de
                                inburgeringsplichtige niet binnen de in artikel 7, eerste lid, van
                                de Wet inburgering bedoelde termijn of binnen de door het college op
                                grond van 5.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al>artikel 31, tweede lid, onderdeel a, van de Wet inburgering
                                verlengde termijn het inburgeringsexamen heeft behaald.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>13</nr>
              <titel>- Verhoging van de bestuurlijke boete bij herhaling van de
                                overtreding</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>De bestuurlijke boete voor overtredingen, bedoeld in artikel 10,
                                eerste lid, Wet inburgering bedraagt € 200,- indien de
                                inburgeringsplichtige zich binnen twaalf maanden na de vorige als
                                verwijtbaar aangemerkte overtreding opnieuw schuldig maakt aan
                                dezelfde overtreding.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>De bestuurlijke boete voor overtredingen, bedoeld in artikel 10,
                                tweede lid, Wet inburgering bedraagt € 400,- indien de
                                inburgeringsplichtige zich binnen twaalf maanden na de vorige als
                                verwijtbaar aangemerkte overtreding opnieuw schuldig maakt aan
                                dezelfde overtreding.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 400,- indien de
                                inburgeringsplichtige niet binnen de door het college op grond van
                                artikel 32 van de Wet inburgering vastgestelde termijn het
                                inburgeringsexamen heeft behaald.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al>De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 600,- indien de
                                inburgeringsplichtige niet binnen de door het college op grond van
                                artikel 33 van de Wet inburgering vastgestelde termijn het
                                inburgeringsexamen heeft behaald.</al>
            </lid>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>4.</nr>
            <titel>Overgangs- en slotbepalingen</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>14</nr>
              <titel>- Onvoorziene gevallen en hardheidsclausule</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>In alle gevallen waarin deze verordening niet voorziet, beslist het
                                college.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Het college kan in bijzondere gevallen afwijken van de bepalingen in
                                deze verordening, als toepassing daarvan tot onbillijkheden van
                                overwegende aard leidt.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>15</nr>
              <titel>– Inwerkingtreding</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2012.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>In afwijking van lid 1 treedt artikel 7 lid 5 in werking met ingang
                                van 1 januari 2010.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>De verordening inburgering, vastgesteld bij besluit van 24 juni 2008
                                wordt ingetrokken met ingang van de datum van inwerkingtreding van
                                de verordening Wet inburgering gemeente Beuningen 2012.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>16</nr>
              <titel>– Overgangsbepaling</titel>
            </kop>
            <al>Besluiten, genomen krachtens de verordening bedoeld in artikel 15 tweede
                            lid, die golden op het moment van de inwerkingtreding van deze
                            verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent,
                            gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>17</nr>
              <titel>Citeertitel</titel>
            </kop>
            <al>De verordening wordt aangehaald als: Verordening inburgering 2012.</al>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
      </regeling-tekst>
      <nota-toelichting>
        <kop>
          <label>Nota-toelichting</label>
          <nr/>
          <titel/>
        </kop>
        <tussenkop>Toelichting bij de verordening</tussenkop>
        <al/>
        <al>De Wet inburgering (Wi) regelt de inburgeringsplicht voor in beginsel alle
                    onderdanen van derdelanden van 18 tot 65 jaar die duurzaam in Nederland willen
                    en mogen verblijven. Bij het invulling geven aan de inburgeringsverplichting
                    staat de eigen verantwoordelijkheid (ook in financiële zin) van de
                    inburgeringsplichtige centraal. De inburgeringsplichtige kan naar eigen inzicht
                    bepalen hoe hij zich wil voorbereiden op het inburgeringsexamen. Aan de
                    inburgeringsverplichting is voldaan wanneer het inburgeringsexamen is behaald
                    (een resultaatsverplichting).</al>
        <al>Daarnaast is in de Wet inburgering ook de vrijwillige inburgering geregeld. De
                    bepalingen in de wet over vrijwillige inburgering zijn zoveel mogelijk
                    geformuleerd overeenkomstig de bepalingen die gelden voor de
                    inburgeringsplichtigen. Gemeenten krijgen in de Wet inburgering een aantal
                    belangrijke taken toebedeeld. Zo hebben gemeenten de opdracht om de
                    inburgeringsplichtigen en de vrijwillige inburgeraars in de gemeente goed te
                    informeren over de rechten en plichten die voortvloeien uit deze wet.</al>
        <al>Daarnaast hebben gemeenten de taak aan inburgeringsplichtigen en vrijwillige
                    inburgeraars die daarvoor op grond van de wet of het gemeentelijk beleid in
                    aanmerking komen een inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening aan te
                    bieden. Een inburgeringsvoorziening leidt toe naar het inburgeringsexamen of het
                    staatsexamen Nederlands als tweede taal. In plaats van een
                    inburgeringsvoorziening mogen gemeenten aan inburgeringsplichtigen en
                    vrijwillige inburgeraars die een mbo-opleiding op niveau 1 of 2 volgen of gaan
                    volgen een taalkennisvoorziening aanbieden. In de verordening wordt gesproken
                    over ‘voorziening’. Hieronder wordt zowel de inburgeringsvoorziening als de
                    taalkennisvoorziening begrepen. Ook moeten gemeenten de inburgeringsplicht van
                    inburgeringsplichtigen handhaven. Het college moet een bestuurlijke boete
                    opleggen als een inburgeringsplichtige zich verwijtbaar niet houdt aan de
                    verplichtingen die voor hem gelden. Het ligt voor de hand dat het college ook
                    toezicht houdt of de overeenkomst door de vrijwillige inburgeraar wordt
                    nagekomen en indien dat niet het geval is zo nodig maatregelen neemt.</al>
        <al>In verband met deze taken draagt de Wet inburgering gemeenten op om bij
                    verordening regels te stellen over de volgende onderwerpen:</al>
        <lijst>
          <li nr="1."><al>De informatieverstrekking door de gemeente aan inburgeringsplichtigen en
                            vrijwillige inburgeraars (artikel 8 en artikel 24f Wi).</al></li>
          <li nr="2."><al>Het aanbieden van een voorziening en de rechten en plichten van de
                            inburgeringsplichtige voor wie een voorziening is vastgesteld (artikel
                            19, vijfde lid, en artikel 23, derde lid, Wi).</al></li>
          <li nr="3."><al>Het vaststellen van het bedrag van de bestuurlijke boete die voor de
                            verschillende overtredingen kan worden opgelegd (artikel 35 Wi).</al></li>
          <li nr="4."><al>Het aanbieden van een voorziening aan vrijwillige inburgeraars (artikel
                            24a tot en met 24f Wi).</al></li>
          <li nr="5."><al>Het persoonlijk inburgeringsbudget (artikel 19, tweede lid en artikel
                            24a, tweede lid, Wi).</al></li>
        </lijst>
        <tussenkop>De informatieverstrekking aan inburgeringsplichtigen en vrijwillige
                    inburgeraars</tussenkop>
        <al>Artikel 8 en 24f Wi bepalen dat de gemeenteraad bij verordening regels vaststelt
                    over de informatieverstrekking door de gemeente aan respectievelijk
                    inburgeringsplichtigen en vrijwillige inburgeraars over de rechten en plichten
                    uit hoofde van de wet.</al>
        <tussenkop>Het aanbieden van voorzieningen aan inburgeringsplichtigen</tussenkop>
        <al>Het uitgangspunt van de wet is de eigen verantwoordelijkheid van de
                    inburgeringsplichtige om te bepalen hoe hij zich voorbereidt op het
                    inburgeringsexamen. Gemeenten kunnen inburgeringsplichtigen ondersteunen door
                    het aanbieden van een inburgeringsvoorziening of een taalkennisvoorziening. Alle
                    inburgeringsplichtigen kunnen in beginsel in aanmerking komen voor een
                    voorziening. De gemeenteraad bepaalt welke groepen inburgeringsplichtigen bij
                    voorrang in aanmerking komen voor een voorziening en welke groepen op eigen
                    kracht dienen in te burgeren. Deze keuze dient te berusten op objectieve
                    criteria die in de verordening worden vastgelegd. </al>
        <al>Een inburgeringsvoorziening leidt toe naar het inburgeringsexamen of het
                    staatsexamen Nederlands als tweede taal I of II en omvat het eenmaal kosteloos
                    afleggen van dat examen. Een inburgeringsvoorziening kan ook een duale
                    inburgeringsvoorziening zijn. Dit is een inburgeringsvoorziening die met het oog
                    op de actieve deelname van de inburgeringsplichtige aan de Nederlandse
                    samenleving mede voorziet in activiteiten die in samenhang, en ten minste voor
                    een deel gelijktijdig, met het verwerven van mondelinge en schriftelijke
                    vaardigheden in de Nederlandse taal en kennis van de Nederlandse samenleving
                    worden uitgevoerd. Een taalkennisvoorziening is gericht op de verwerving van de
                    kennis van de Nederlands taal die noodzakelijk is voor het kunnen afronden van
                    een mbo-opleiding op niveau 1 of 2 (artikel 19, derde lid, Wi). De
                    inburgeringsplichtige is verplicht een eigen bijdrage van € 270,- te betalen
                    voor de voorziening. Voor asielgerechtigde inburgeringsplichtigen bestaat een
                    voorziening ook uit maatschappelijke begeleiding (artikel 19, zesde lid,
                    Wi).</al>
        <al>De Wet inburgering draagt de gemeenteraden op om bij verordening regels te
                    stellen met betrekking tot het aanbieden van een voorziening. In de wet is ook
                    vastgelegd over welke onderwerpen in ieder geval regels moeten worden
                    gesteld:</al>
        <lijst>
          <li nr="·"><al>De procedure die door het college wordt gevolgd voor het doen van een
                            aanbod aan inburgeringsplichtigen (artikel 19, vijfde lid, onderdeel a,
                            Wi).</al></li>
          <li nr="·"><al>De criteria die worden gehanteerd bij het doen van een aanbod aan
                            inburgeringsplichtigen (artikel 19, vijfde lid, onderdeel a, Wi).</al></li>
          <li nr="·"><al>De vaststelling door het college van een passende voorziening, met
                            inbegrip van de totstandkoming en de samenstelling van die voorziening
                            (artikel 19, vijfde lid, onderdeel b, Wi).</al></li>
          <li nr="·"><al>De rechten en plichten van de inburgeringsplichtige voor wie een
                            voorziening is vastgesteld. Deze regels hebben in ieder geval betrekking
                            op de inning van de eigen bijdrage door het college en de mogelijkheid
                            van betaling in termijnen (artikel 23, derde lid, Wi).</al></li>
        </lijst>
        <tussenkop>Het vaststellen van het bedrag van de bestuurlijke boete</tussenkop>
        <al>Artikel 35 Wi draagt gemeenten op bij verordening de hoogte van de bestuurlijke
                    boete vast te stellen die voor de verschillende overtredingen kan worden
                    opgelegd. Artikel 34 van de wet bepaalt het bedrag dat ten hoogste als
                    bestuurlijke boete kan worden opgelegd.</al>
        <tussenkop>Het aanbieden van voorzieningen aan vrijwillige inburgeraars</tussenkop>
        <al>De bepalingen in de wet over vrijwillige inburgering zijn zoveel mogelijk
                    geformuleerd overeenkomstig de bepalingen die gelden voor de
                    inburgeringsplichtigen. In artikel 24a van de Wi wordt geregeld dat het college
                    aan de vrijwillige inburgeraar een aanbod kan doen voor een (duale)
                    inburgeringsvoorziening die toe leidt naar het inburgeringsexamen of het
                    staatsexamen Nederlands als tweede taal I en II, of een taalkennisvoorziening.
                    Artikel 24d van de wet regelt dat indien een vrijwillige inburgeraar in
                    aanmerking komt voor een voorziening, het college een aanbod doet aan de
                    vrijwillige inburgeraar. Als de vrijwillige inburgeraar het aanbod voor een
                    voorziening aanvaardt, sluit het college met hem een overeenkomst. De
                    gemeenteraad stelt in een verordening in ieder geval regels over de procedure
                    die het college volgt voor het doen van een aanbod en de criteria die daarbij
                    worden gehanteerd, de wijze waarop met de vrijwillige inburgeraar in overleg
                    wordt getreden om te komen tot een passende voorziening, met inbegrip van de
                    totstandkoming en samenstelling van die voorziening (artikel 24a, vijfde lid,
                    Wi). Op grond van artikel 24e Wi is de vrijwillige inburgeraar met wie een
                    voorziening is overeengekomen de in artikel 23, tweede lid vastgestelde eigen
                    bijdrage verschuldigd. Vrijwillige inburgeraars die een gecombineerde
                    voorziening als bedoeld in artikel 24b, eerste lid, van de wet, moeten volgen,
                    hoeven geen eigen bijdrage te betalen (artikel 24 e, derde lid, Wi). De
                    gemeenteraad kan bij verordening bepalen dat alle of bepaalde categorieën
                    vrijwillige inburgeraars geen eigen bijdrage hoeven te betalen of een lager
                    bedrag dan het bedrag dat in de wet is vastgelegd (artikel 24 e, tweede lid,
                    Wi). Artikel 24f Wi draagt gemeenten op om bij verordening regels te stellen
                    over de informatieverstrekking door de gemeente aan vrijwillige inburgeraars ter
                    zake van hun rechten en plichten uit hoofde van deze wet, de inning van de eigen
                    bijdrage door het college en de mogelijkheid van betaling in termijnen, de
                    niet-nakoming van de overeenkomst alsmede het vaststellen van de identiteit van
                    de vrijwillige inburgeraar.</al>
        <tussenkop>Het persoonlijk inburgeringsbudget</tussenkop>
        <al>Op grond van artikel 19, tweede lid en artikel 24a, tweede lid, Wi kan het
                    college een (duale) inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening aanbieden
                    in de vorm van een persoonlijk inburgeringsbudget als de inburgeringsplichtige
                    respectievelijk de vrijwillige inburgeraar daarom verzoekt. Een
                    inburgeringsplichtige of een vrijwillige inburgeraar kan niet zonder meer
                    aanspraak doen op een persoonlijk inburgeringsbudget. Hij dient daartoe een
                    verzoek te doen aan het college. De inburgeringsplichtige of vrijwillige
                    inburgeraar zal in beginsel zelf op zoek moeten naar een inburgeringsbedrijf dat
                    een inburgeringsprogramma kan bieden dat past bij zijn voorkeur en ambities. Het
                    college heeft als taak de inburgeringsplichtigen en vrijwillige inburgeraars bij
                    de vormgeving van hun inburgering en de keuze van een inburgeringsbedrijf te
                    begeleiden (artikel 4.27, eerste lid, Besluit inburgering). De
                    inburgeringsplichtige of vrijwillige inburgeraar moet een voorstel voor een
                    inburgeringsprogramma bij het college indienen. Het voorstel van de
                    inburgeringsplichtige of de vrijwillige inburgeraar behoeft de goedkeuring van
                    het college (artikel 4.27, tweede lid, Besluit inburgering). Het college
                    beoordeelt het voorstel voor het inburgeringsprogramma of het geschikt is om de
                    betrokkene voor te bereiden op en toe te leiden naar het inburgeringsexamen of
                    het staatsexamen Nederlands als tweede taal I of II, en in het geval van een
                    taalkennisvoorziening of deze geschikt is om de betrokkene kennis van de
                    Nederlandse taal te laten verwerven die noodzakelijk is voor het kunnen afronden
                    van een mbo-opleiding op niveau 1 of 2. Het inburgeringsbedrijf dient te voldoen
                    aan de eisen die in de verordening zijn gesteld.</al>
        <al>De inburgeringsplichtige of vrijwillige inburgeraar krijgt geen geld in handen.
                    Het geld voor het betalen van de inburgeringscursus gaat rechtstreeks van de
                    gemeente naar het inburgeringsbedrijf.</al>
        <al>Gemeenten moeten in hun verordening regels opnemen die betrekking hebben op het
                    aanbieden van een inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening in de vorm
                    van een persoonlijk inburgeringsbudget (artikel 19, vijfde lid, Wi en artikel
                    24a, vijfde lid. Wi).</al>
        <tussenkop>Artikelgewijze toelichting</tussenkop>
        <tussenkop>Artikel 1 - Begripsomschrijvingen</tussenkop>
        <al>Omwille van leesbaarheid van de verordening wordt het begrip ‘voorziening’
                    gebruikt (eerste lid, onderdeel c). Een voorziening kan zowel een
                    inburgeringsvoorziening als een taalkennisvoorziening inhouden.</al>
        <al>Het tweede lid geeft aan dat de omschrijvingen van de begrippen die worden
                    gebruikt in respectievelijk de Wet inburgering, het Besluit inburgering en de
                    Regeling inburgering ook van toepassing zijn op deze verordening.</al>
        <tussenkop>Artikel 2 - De informatieverstrekking aan inburgeringsplichtigen en
                    vrijwillige inburgeraars</tussenkop>
        <al>De gemeente heeft als taak de inburgeringsplichtigen en de vrijwillige
                    inburgeraars in haar gemeente goed te informeren over de rechten en plichten die
                    voortvloeien uit de Wet inburgering. De wet laat gemeenten vrij om zelf te
                    bepalen op welke wijze de informatievoorziening wordt georganiseerd. Wel bepalen
                    de artikelen 8 Wi en 24f Wi dat de gemeenteraad bij verordening regels
                    vaststellen over de informatieverstrekking door de gemeente aan respectievelijk
                    inburgeringsplichtigen en vrijwillige inburgeraars ter zake van hun rechten en
                    plichten uit hoofde van deze wet. Ten aanzien van inburgeringsplichtigen dienen
                    ook regels te worden vastgesteld ter zake van het aanbod van en de toegang tot
                    inburgeringsvoorzieningen. Dit artikel in de verordening vormt de uitwerking van
                    deze verplichting. Overeenkomstig de rolverdeling tussen raad en college, stelt
                    de raad in dit artikel de kaders vast voor een adequate informatievoorziening
                    aan de inburgeringsplichtigen en vrijwillige inburgeraars. Het college is belast
                    met de organisatie van de informatieverstrekking en legt daarover (periodiek)
                    verantwoording af aan de raad.</al>
        <tussenkop>Artikel 3 - Aanwijzen van de doelgroepen</tussenkop>
        <al>Het college kan aan alle inburgeringsplichtigen en vrijwillige inburgeraars een
                    aanbod doen voor een inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening (artikel
                    19 eerste lid en artikel 24a Wi). Het college is echter verplicht een
                    inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening aan te bieden aan
                    asielgerechtigden verplichte inburgeraars en een inburgeringsvoorziening aan
                    geestelijke bedienaren die inburgeringsplichtig zijn. Op grond van artikel 19,
                    vijfde lid, onderdeel a en artikel 24a, vijfde lid, onderdeel a, Wi moet de
                    gemeenteraad bij verordening regels stellen met betrekking tot de criteria die
                    worden gehanteerd bij het doen van een aanbod aan inburgeringsplichtigen en
                    vrijwillige inburgeraars. Dit artikel vormt de uitwerking van deze verplichting.
                    In dit artikel wordt het college opgedragen om vast te stellen aan welke groepen
                    inburgeringsplichtigen en vrijwillige inburgeraars bij voorrang een voorziening
                    kan worden aangeboden. Bovendien wordt in dit artikel vastgelegd binnen welke
                    kaders het college tot zijn keuze van doelgroepen moet komen. De uitwerking van
                    deze groepen sluit aan bij de participatievisie zoals vastgelegd in de integrale
                    visie op het participatiebudget.</al>
        <al>Dit artikel regelt dat de groepen die het college aanwijst <onderstreept>bij
                        voorrang</onderstreept> een voorziening krijgen aangeboden. Dit betekent dat
                    het college de ruimte heeft om in bepaalde gevallen ook een voorziening aan te
                    bieden aan vrijwillige en verplichte inburgeraars die niet behoren tot de groep
                    of groepen die hij heeft aangewezen. Om te voorkomen dat vrijwillige en
                    verplichte inburgeraars die behoren tot de groep of groepen die het college
                    heeft aangewezen aan deze aanwijzing een recht gaan ontlenen op het krijgen van
                    een aanbod, bepaalt dit artikel dat het college aan de groepen die hij aanwijst
                    een voorziening <onderstreept>kan</onderstreept> aanbieden. </al>
        <al>In de keuze van de prioritaire doelgroepen is uitgegaan van de conceptvisie
                    participatiebudget die op 15 februari 2011 door de gemeenteraad is vastgesteld.
                    Hierin zijn de kaders voor het doelbereik en de doelgroep vastgelegd. Er zijn
                    twee wettelijk verplichte groepen aan wie de gemeente een aanbod moet doen. Dit
                    zijn asielgerechtigde inburgeringsplichtige inburgeraars en geestelijk
                    bedienaren die inburgeringsplichtig zijn. Daarnaast heeft de gemeenteraad
                    vastgesteld dat met voorrang aan de inburgeringsplichtige of vrijwillige
                    inburgeraars die een uitkering ontvangen op grond van de Wet Werk en Bijstand
                    en/of de Wet Investering in Jongeren een aanbod wordt gedaan.</al>
        <tussenkop>Artikel 4 - De samenstelling van de voorziening</tussenkop>
        <al>In de verordening dienen regels te worden gesteld met betrekking tot de
                    vaststelling door het college van een passende inburgeringsvoorziening of
                    taalkennisvoorziening, met inbegrip van de totstandkoming en samenstelling van
                    die voorziening (artikel 19, vijfde lid, onderdeel b, Wi). In dit artikel worden
                    de kaders vastgesteld waarbinnen het college de opdracht heeft voor iedere
                    inburgeringsplichtige en vrijwillige inburgeraar die daarvoor in aanmerking
                    komt, een op de persoon toegesneden voorziening samen te stellen. In het eerste
                    lid wordt aangegeven op welke wijze het college een passende voorziening moet
                    vaststellen. Bij het bepalen van de passendheid van een voorziening kunnen de
                    volgende factoren een rol spelen:</al>
        <lijst>
          <li nr="·"><al>De kennis van de inburgeraar van de Nederlandse taal en de Nederlandse
                            samenleving en zijn of haar leercapaciteit.</al></li>
          <li nr="·"><al>De maatschappelijke rol die de inburgeraar vervult of gaat vervullen in
                            de Nederlandse samenleving. Daarbij kan worden gedacht aan het
                            verrichten van betaalde arbeid of het opvoeden van kinderen.</al></li>
          <li nr="·"><al>De persoonlijke situatie van de inburgeraar. Daarbij kan bijvoorbeeld
                            worden gedacht aan eventuele zorgtaken die de inburgeraar moet
                            vervullen.</al></li>
        </lijst>
        <al>Voor de mogelijkheden van het aanbieden van duale inburgeringsvoorzieningen
                    wordt verwezen naar de toelichting bij het Besluit inburgering. De samenstelling
                    van de inburgeringsvoorziening voor geestelijke bedienaren wordt geregeld bij
                    ministeriële regeling. Gemeenten hebben dus niet de mogelijkheid om de
                    inburgeringsvoorziening die zij aan geestelijke bedienaren aanbieden naar eigen
                    inzicht vorm te geven. In geval van uitkeringsgerechtigde inburgeringsplichtigen
                    en vrijwillige inburgeraars die een voorziening gericht op arbeidsinschakeling
                    ontvangen, kan het voordelen opleveren de voorziening daarmee te combineren. De
                    Wet inburgering bepaalt dat de voorziening gecombineerd moet worden met een
                    voorziening gericht op arbeidsinschakeling (re-integratievoorziening) als een
                    voorziening wordt aangeboden aan een inburgeringsplichtige of vrijwillige
                    inburgeraar die bijstandsgerechtigd is of een uitkering ontvangt op grond van
                    een andere socialezekerheidswet of socialezekerheidsregeling én deze verplicht
                    is om arbeid te verkrijgen of te aanvaarden (artikel 20, eerste lid en artikel
                    24a, eerste lid Wi). Het college is verantwoordelijk voor het aanbieden van de
                    gecombineerde voorziening (artikel 20, tweede lid en artikel 24B, tweede lid
                    Wi).</al>
        <al>Artikel 19, vierde lid Wi draagt het college op om er voor te zorgen dat de
                    voorziening wordt afgestemd op de mogelijkheden van betrokkene tot
                    arbeidsinschakeling. De voorziening dient dus te worden afgestemd op de
                    re-integratievoorziening. Aangezien de re-integratievoorziening in het kader van
                    de uitkeringsverstrekking op grond van socialezekerheidswetten of –regelingen
                    ook door andere partijen dan het college wordt verstrekt, zal het college
                    afspraken moeten maken met de verantwoordelijke uitvoerders van de
                    socialezekerheidswet of –regeling: het Uitvoeringsinstituut
                    werknemersverzekeringen (UWV), eigenrisicodragers of overheidswerkgevers
                    (artikel 21 en 24c Wi).</al>
        <al>Het tweede lid regelt de bijkomende faciliteiten die het college als onderdeel
                    van de inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening kan opnemen. In de wet
                    is geregeld waaruit een inburgeringsvoorziening in ieder geval moet bestaan: een
                    cursus die toe leidt naar het inburgeringsexamen of het staatsexamen Nederlands
                    als tweede taal I of II en het eenmaal kosteloos afleggen van het desbetreffende
                    examen (artikel 19, derde lid en 24a, derde lid Wi).</al>
        <al>Voor asielgerechtigde inburgeringsplichtigen (oud- én nieuwkomers) maakt ook
                    maatschappelijke begeleiding een verplicht onderdeel uit van de voorziening
                    (artikel 19, zesde lid, WI). Hiervoor werkt de gemeente Beuningen samen met
                    stichting Vluchtelingen en Nieuwkomers Zuid &amp; Oost Gelderland.</al>
        <tussenkop>Artikel 5 - De procedure van het doen van een aanbod</tussenkop>
        <al>Dit artikel bevat enkele procedurele bepalingen die er voor moeten zorgen dat
                    het doen van een aanbod op zorgvuldige wijze gebeurt. Dit is van belang omdat
                    zo’n aanbod de start is van een procedure die – als het goed is – leidt tot een
                    besluit tot het toekennen van een inburgeringsvoorziening of
                    taalkennisvoorziening. In het eerste lid van dit artikel wordt geregeld dat het
                    college het aanbod van een voorziening aan de inburgeringsplichtige en
                    vrijwillige inburgeraar op schriftelijke wijze doet en dat het aanbod wordt
                    toegestuurd naar het adres waar de inburgeringsplichtige staat ingeschreven in
                    de GBA. Op deze wijze kan er geen onduidelijk ontstaan over het feit dat het
                    college de inburgeringsplichtige een aanbod heeft gedaan.</al>
        <al>Het aanbod zal inhoudelijk dezelfde strekking moeten hebben als de uiteindelijke
                    beschikking (het tweede lid). Hierdoor kan de instemming met het aanbod tevens
                    worden opgevat als instemming met de beschikking tot het vaststellen van de
                    voorziening (die eenzijdig door de gemeente wordt opgelegd). Deze beschikking
                    moet dan wel dezelfde inhoud hebben als het aanbod (het vierde lid).</al>
        <al>De zorgvuldigheid van de procedure gebiedt dat als de inburgeringsplichtige en
                    vrijwillige inburgeraar het aanbod aanvaardt of weigert, hij of zij dit
                    schriftelijk aan de gemeente meedeelt (het derde lid). Het kan natuurlijk
                    voorkomen dat een inburgeraar aan de gemeente meldt dat hij wel een voorziening
                    wil, maar dat hij gelet op zijn situatie bepaalde wijzigingen aangebracht zou
                    willen zien in het aanbod van de gemeente. Als de gemeente hierop positief
                    reageert, zal ze het gedane aanbod moeten aanpassen.</al>
        <al>Een inburgeringsplichtige hoeft een aanbod niet te accepteren. Weigert de
                    inburgeringsplichtige het aanbod, dan zal hij zich zelfstandig moeten
                    voorbereiden op het inburgeringsexamen. Gaat het om een oudkomer, dan is er geen
                    termijn vastgesteld waarbinnen de betreffende persoon het inburgeringsexamen
                    moet hebben behaald. Het ligt voor de hand dat het college in een dergelijke
                    situatie een handhavingsbeschikking neemt. </al>
        <tussenkop>Artikel 6 - De voorziening in de vorm van een persoonlijk
                    inburgeringsbudget</tussenkop>
        <al>Op grond van artikel 19, tweede lid, Wi kan het college de voorziening aanbieden
                    in de vorm van een persoonlijk inburgeringsbudget als de inburgeringsplichtige
                    of vrijwillige inburgeraar daarom verzoekt. Op grond van het vijfde lid van
                    artikel 19 Wi moet de gemeenteraad bij verordening regels stellen over de
                    procedure die door het college wordt gevolgd bij het behandelen van verzoeken om
                    een persoonlijk inburgeringsbudget en de criteria die worden gehanteerd bij het
                    toekennen van een persoonlijk inburgeringsbudget. In het eerste lid legt de
                    gemeente vast op welke wijze verzoeken van inburgeraars om toekenning van een
                    persoonlijk inburgeringsbudget worden behandeld. In de verordening kunnen de
                    volgende onderwerpen worden geregeld:</al>
        <lijst>
          <li nr="·"><al>De wijze waarop het verzoek moet worden ingediend: schriftelijk of ook
                            mondeling.</al></li>
          <li nr="·"><al>De wijze van begeleiding door de gemeente van de inburgeringsplichtige
                            bij vormgeving van zijn inburgering en de keuze van een
                            inburgeringsbedrijf. Op grond van artikel 4.27, eerste lid, Besluit
                            inburgering moet het college deze taak op zich nemen.</al></li>
          <li nr="·"><al>De termijn die de inburgeringsplichtige krijgt om op zoek te gaan naar
                            een inburgeringsbedrijf dat past bij zijn voorkeur en ambities.</al></li>
        </lijst>
        <al>Op grond van artikel 4.27, tweede lid, Besluit inburgering moet het college het
                    voorstel van de inburgeringsplichtige of vrijwillige inburgeraar voor het volgen
                    van een inburgeringsprogramma of taalkennisvoorziening goedkeuren. Dit voorstel
                    zal in de praktijk worden opgesteld door het inburgeringsbedrijf. Het tweede en
                    derde lid van dit artikel leggen de twee criteria vast aan de hand waarvan het
                    college het voorstel voor het volgen van respectievelijk een
                    inburgeringsprogramma en een taalkennisvoorziening goedkeurt. De eerste eis is
                    dat het inburgeringsprogramma naar het oordeel van het college passend is om de
                    inburgeringsplichtige voor te bereiden op en toe te leiden naar het
                    inburgeringsexamen of staatsexamen Nederlands als tweede taal I of II. De
                    taalkennisvoorziening dient gericht te zijn op de verwerving van de kennis van
                    de Nederlandse taal die noodzakelijk is voor het kunnen afronden van een
                    beroepsopleiding (MBO 1 en 2). </al>
        <al>Het tweede vereiste is dat het inburgeringsprogramma of de taalkennisvoorziening
                    wordt verzorgd door een inburgeringsbedrijf dat voldoet aan de eis of de eisen
                    die de verordening aan inburgeringsbedrijven stelt. </al>
        <al>Artikel 4.27, derde lid, Besluit inburgering bepaalt dat de gemeenteraad bij
                    verordening bepaalt wie met het inburgeringsbedrijf een overeenkomst met
                    betrekking tot de inburgering van de inburgeringsplichtige sluit. Gekozen is om
                    de inburgeraar samen met het college de overeenkomst met het inburgeringsbedrijf
                    te laten afsluiten. Tot slot is bepaalt dat het college het persoonlijk
                    inburgeringsbudget beheert.</al>
        <tussenkop>Artikel 7 - De inning van de eigen bijdrage</tussenkop>
        <al>In de verordening moeten regels worden gesteld over de inning van de eigen
                    bijdrage van de inburgeraar door het college en de mogelijkheid van betaling in
                    termijnen (artikel 23, derde lid en artikel 24e Wi). De hoogte van de eigen
                    bijdrage is vastgelegd in de wet en bedraagt € 270,-. Dit bedrag kan bij
                    algemene maatregel van bestuur worden gewijzigd (artikel 23, tweede lid, Wi).
                    Voor vrijwillige inburgeraars kan de gemeenteraad bepalen dat er geen eigen
                    bijdrage of een lagere eigen bijdrage verschuldigd is. Er is voor gekozen om in
                    de nieuwe verordening alle groepen inburgeraars dezelfde eigen bijdrage op te
                    leggen. Uitzondering hierop vormen vrijwillige inburgeraars die in 2010 met een
                    inburgeringsvoorziening zijn gestart. </al>
        <al>In 2010 heeft de gemeente Beuningen extra middelen aangevraagd voor de werving
                    van inburgeraars. Er is vooral ingezet op de werving van vrijwillige
                    inburgeraars. Deze doelgroep bestaat voor een belangrijk deel uit inwoners die
                    al langere tijd in de gemeente verblijven, en nog onvoldoende de Nederlandse
                    taal beheersen. Veelal zijn deze inwoners genaturaliseerd, en hierdoor niet meer
                    inburgeringsplichtig. Om de drempels voor deze groep zo laag mogelijk te houden
                    is er geen eigen bijdrage geïnd. De werving is succesvol geweest. In 2010 zijn
                    er zeven vrijwillige inburgeraars gestart met een inburgeringsvoorziening op een
                    totaal aantal van 32 inburgeraars. Dankzij dit succes heeft de gemeente een
                    extra bonus ter hoogte van </al>
        <al>€ 33.627 van het Rijk ontvangen. Vanaf 2011 ontvangt de gemeente een lager
                    budget van het Rijk voor de inburgering. Hierdoor kan slechts aan een kleine
                    groep een aanbod worden gedaan. Van actieve werving zal geen sprake meer zijn.
                    Een gelijke eigen bijdrage voor alle inburgeraars is hierdoor
                    gerechtvaardigd.</al>
        <al>In dit artikel van de verordening wordt verder geregeld dat de
                    inburgeringsplichtige en de vrijwillige inburgeraar het recht heeft de eigen
                    bijdrage in een aantal termijnen te betalen. Artikel 24, eerste lid, Wi maakt
                    het bij inburgeringsplichtigen die algemene bijstand ontvangen mogelijk dat het
                    college de eigen bijdrage verrekent met deze uitkering. Als het college wil
                    overgaan tot verrekening, moet dat worden vastgelegd in de beschikking tot
                    vaststelling van de voorziening. Als de inburgeringsplichtige een uitkering van
                    het UWV ontvangt, kan het college het UWV verzoeken de eigen bijdrage te
                    verrekenen met of in te houden op de uitkering van het UWV (artikel 24, tweede
                    lid, Wi). In dit geval int het UWV de eigen bijdrage ten behoeve van de
                    gemeente. Deze wijze van verrekening geschiedt door het UWV en niet door de
                    gemeente, en wordt dus niet in deze verordening geregeld.</al>
        <tussenkop>Artikel 8 - Opleggen van verplichtingen</tussenkop>
        <al>Dit artikel vormt de uitwerking van artikel 23, derde lid, Wi dat bepaalt dat de
                    gemeenteraad bij verordening regels stelt over de rechten en plichten van de
                    inburgeringsplichtige voor wie een voorziening is vastgesteld. Dit artikel
                    delegeert de bevoegdheid aan het college om de verplichtingen die in het artikel
                    worden genoemd aan inburgeringsplichtigen in het kader van een voorziening op te
                    leggen. Het college legt in de beschikking tot de vaststelling van de
                    voorziening deze verplichtingen vast.</al>
        <tussenkop>Artikel 9 - De inhoud van de beschikking</tussenkop>
        <al>Het besluit tot het vaststellen van een voorziening is een beschikking. Dit
                    betekent dat de inburgeringsplichtige de mogelijkheid heeft tegen dit besluit in
                    bezwaar en beroep te gaan. In dit artikel wordt geregeld welke onderwerpen in
                    ieder geval in de beschikking moeten worden neergelegd.</al>
        <al>In de beschikking zullen de toegekende voorziening en de daaraan verbonden
                    rechten en plichten van de inburgeringsplichtige nauwkeurig moeten worden
                    vermeld (onderdelen a en b). De inburgeringsplichtige is verplicht zijn
                    medewerking te verlenen aan de uitvoering van de voorziening (artikel 23, eerste
                    lid, Wi). Handhaving hiervan is alleen mogelijk als de verplichtingen van de
                    inburgeringsplichtige duidelijk zijn omschreven en aan de betrokkene (onder
                    andere door middel van de beschikking) bekend zijn gemaakt. De termijn
                    waarbinnen een inburgeringsplichtige het inburgeringsexamen moet hebben behaald,
                    ligt vast in de wet. Deze termijn is drieënhalf jaar (artikel 7, eerste lid,
                    WI). In de beschikking hoeft (en kan) van deze termijn alleen melding worden
                    gemaakt (onderdeel c). Onderdeel d bepaalt dat in beschikking moet worden
                    vastgelegd in hoeveel termijnen de eigen bijdrage kan worden betaald en op welke
                    wijze de betaling plaatsvindt (al dan niet op basis van verrekening met de
                    bijstandsuitkering). Dit is geregeld in artikel 7 van de verordening. Onderdeel
                    e heeft betrekking op beschikkingen voor inburgeringsplichtige oudkomers. Indien
                    het college een voorziening vaststelt voor een oudkomer, dan moet het college in
                    de betreffende beschikking ook de dag opnemen waarop de termijn van handhaving
                    van de inburgeringsplicht van start gaat (artikel 22, tweede lid, juncto artikel
                    26 Wi). Binnen drieënhalf jaar ná deze datum moet de betreffende oudkomer het
                    inburgeringexamen hebben behaald. Het college kan zelf bepalen wanneer de
                    termijn van handhaving van de inburgeringsplicht van start gaat. Het ligt voor
                    de hand om deze termijn direct te laten ingaan (en bijvoorbeeld niet te koppelen
                    aan de datum waarop de voorziening van start gaat). </al>
        <al>De precieze datum waarop de voorziening van start gaat, zal niet altijd bekend
                    zijn op het moment dat deze wordt toegekend. Bovendien past het vaststellen van
                    een datum van aanvang van handhaving van de inburgeringsplicht, onafhankelijk
                    van het moment waarop met de voorziening kan worden begonnen bij het
                    uitgangspunt van de wet dat de betreffende persoon als oudkomer
                    inburgeringsplichtig is en in beginsel zelf verantwoordelijk is voor voldoen aan
                    de inburgeringsplicht.</al>
        <tussenkop>Artikel 10 - De inhoud van de overeenkomst voor de vrijwillige
                    inburgeraar</tussenkop>
        <al>De overeenkomst met de vrijwillige inburgeraar over het toekennen van een
                    voorziening zal dezelfde onderwerpen bevatten als de beschikking tot het
                    vaststellen van een voorziening voor inburgeringsplichtigen.</al>
        <tussenkop>Artikel 11 - Sancties bij niet-nakoming van de overeenkomst voor de
                    vrijwillige inburgeraar</tussenkop>
        <al>Op grond van artikel 24f moet de raad bij verordening regels stellen over de
                    niet-nakoming van de overeenkomst. In dit artikel legt de raad de sancties vast
                    die het college kan toepassen als de vrijwillige inburgeraar de verplichtingen
                    die zijn neergelegd in de overeenkomst niet nakomt.</al>
        <tussenkop>Artikel 12 - De hoogte van de bestuurlijke boetes voor de verschillende
                    overtredingen</tussenkop>
        <al>Artikel 35 Wi draagt de gemeenteraad op bij verordening de hoogte van de
                    bestuurlijke boete vast te stellen die voor de verschillende overtredingen kan
                    worden opgelegd. In artikel 34 Wi zijn voor de verschillende overtredingen de
                    bedragen van de bestuurlijke boete vastgelegd. De boetebedragen die in de
                    verordening zijn opgenomen zijn maximumbedragen en géén gefixeerde bedragen. Het
                    college zal bij elke overtreding de bestuurlijke boete moeten afstemmen op de
                    ernst van de overtreding en de mate waarin deze aan de overtreder kan worden
                    verweten. Bovendien moet het college daarbij ook zonodig rekening houden met de
                    omstandigheden waaronder de overtreding is gepleegd (artikel 5:46, tweede lid,
                    Algemene wet bestuursrecht). Deze bepaling brengt met zich mee dat het college
                    bij elke op te leggen bestuurlijke boete zal moeten nagaan welke boete passend
                    is, gelet op de individuele omstandigheden van de betrokken
                    inburgeringsplichtige.</al>
        <al>In het kader van een de uitvoering van een gecombineerde re-integratie- en
                    inburgeringsvoorziening kan het voorkomen dat dezelfde gedraging (bijvoorbeeld
                    het niet voldoen aan een oproep om te verschijnen en gegevens te verstrekken)
                    zowel aanleiding kan zijn voor het opleggen van een bestuurlijke boete als voor
                    het verlagen van de bijstand (een maatregel op grond van artikel 18, tweede lid,
                    Wet werk en bijstand) of het opleggen van een boete of maatregel op grond van
                    een andere sociale zekerheidswet of – regeling. Artikel 37 Wi bevat een regeling
                    voor deze samenloop. In dit artikel wordt bepaald dat het college in dat geval
                    géén bestuurlijke boete kan opleggen.</al>
        <tussenkop>Artikel 13 - Verhoging van de bestuurlijke boete bij herhaling van de
                    overtreding</tussenkop>
        <al>Dit artikel biedt het college de mogelijkheid om bij herhaling van de
                    overtreding een hogere boete op te leggen dan op grond van artikel 10 mogelijk
                    is. Het eerste en tweede lid kunnen alleen de verordening worden opgenomen als
                    in artikel 10, eerste en tweede lid, lagere maximum boetebedragen zijn opgenomen
                    dan de maximumbedragen in de wet. De verhoogde boetebedragen ingeval van
                    herhaling van de overtreding mogen uiteraard niet hoger zijn dan de
                    maximumbedragen die in artikel 34 Wi worden genoemd. Om te kunnen spreken van
                    een herhaling van een overtreding, moeten de overtredingen zich wel binnen een
                    bepaalde tijdspanne voordoen, bijvoorbeeld 12 maanden. Gemeenten kunnen een
                    kortere of langere termijn vaststellen.</al>
        <al>Artikel 34, onderdeel d, Wi biedt de mogelijkheid voor gemeenten om de
                    bestuurlijke boete te verhogen van maximaal € 500,- naar maximaal € 1000,- in
                    het geval dat de inburgeringsplichtige bij herhaling niet voldoet aan de
                    verplichting binnen de gestelde termijn het inburgeringsexamen te behalen. Dit
                    is geregeld in het derde en vierde lid van dit artikel. Als de
                    inburgeringsplichtige niet binnen de voor hem geldende termijn het
                    inburgeringsexamen heeft behaald, dan legt het college hem een bestuurlijke
                    boete op. De maximumboete die kan worden opgelegd, is neergelegd in artikel 14,
                    derde lid, van de verordening. Op grond van artikel 32 Wi moet het college in de
                    boetebeschikking een nieuwe termijn vaststellen waarbinnen de
                    inburgeringsplichtige alsnog het inburgeringsexamen moet behalen. Als de
                    inburgeringsplichtige ook binnen deze nieuwe termijn het inburgeringsexamen niet
                    heeft behaald, maakt het derde lid het mogelijk dat het college een hogere boete
                    vaststelt. Het wettelijk maximum bedraagt € 1000,- (artikel 34, onderdeel d,
                    WI). Ook in dat geval zal in de boetebeschikking een nieuwe termijn moeten
                    worden opgenomen waarbinnen de inburgeringsplichtige het inburgeringsexamen moet
                    behalen. Als de inburgeringsplichtige ook binnen deze (derde) termijn het
                    inburgeringsexamen niet heeft behaald, regelt het vierde lid dat het college
                    wederom een hogere bestuurlijke boete kan opleggen. De maximumboete in het
                    vierde lid geldt ook voor alle hierop volgende overschrijdingen van termijnen
                    door de inburgeringsplichtige.</al>
        <tussenkop>Artikel 14 - Onvoorziene gevallen en hardheidsclausule</tussenkop>
        <al>Dit artikel spreekt voor zich.</al>
        <tussenkop>Artikel 15 - Inwerkingtreding</tussenkop>
        <al>Dit artikel spreekt voor zich.</al>
        <tussenkop>Artikel 16 - Overgangsbepaling</tussenkop>
        <al>Dit artikel spreekt voor zich.</al>
        <tussenkop>Artikel 17 - Citeertitel</tussenkop>
        <al>Dit artikel spreekt voor zich.</al>
      </nota-toelichting>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>