<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR120042_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Beleidsregels voor het toekennen van ambtshalve verminderingen van gemeentelijke belastingen 2009</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Breda</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-10-17</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Breda</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Het Stadsblad Breda, 23-12-2008</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Beleidsregels ambtshalve vermindering gemeentelijke belastingen gemeente Breda 2009</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Algemene wet inzake rijksbelastingen, art. 65</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 231, 242 en 244, juncto artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2008-12-16</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2009-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>belastingen</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling vervangt de Beleidsregels ambtshalve vermindering gemeentelijke belastingen Breda 2008.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Beleidsregels voor het toekennen van ambtshalve verminderingen van gemeentelijke belastingen 2009</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>  Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Breda, </al><al> gelet op artikel 65 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen en de artikelen 231, 242 en 244 van de Gemeentewet juncto artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht, </al><al/><al> besluit: </al><al/><al> vast te stellen de volgende:   </al><al/><al> Beleidsregels voor het toekennen van ambtshalve verminderingen van gemeentelijke belastingen in de gemeente Breda 2009. </al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel 1 Reikwijdte en definities </label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>  Deze beleidsregels gelden bij de heffing van gemeentelijke  belastingen in de zin van artikel 219 van de Gemeentewet, met dien  verstande dat onder de gemeentelijke belastingen mede worden  begrepen rechten die door de gemeente kunnen worden geheven.        </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>  Van deze beleidsregels zijn belastingaanslagen uitgezonderd, waaraan  ingevolge een wettelijk voorschrift een op de voet van hoofdstuk IV  van de Wet waardering onroerende zaken gegeven beschikking tot  vaststelling van de waarde ten grondslag heeft gelegen, voor zover  op deze aanslagen artikel 18a, eerste lid, onder b, van de Algemene  wet inzake rijksbelastingen van (overeenkomstige) toepassing is.        </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>  Voor de toepassing van deze beleidsregels wordt  verstaan onder:     </al><lijst><li nr="a."><al>de ambtshalve vermindering: de vermindering, de ontheffing, teruggaaf of vrijstelling van belastingen bedoeld in artikel 65 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen en artikel 244 van de Gemeentewet;  </al></li><li nr="b."><al>de belanghebbende: de belastingplichtige of degene die de belasting als hoofdelijk medeaansprakelijke heeft betaald;  </al></li><li nr="c."><al>de driejaarstermijn: de termijn door welks verloop na het tijdstip van het ontstaan van de materiële belastingschuld op voet van artikel 11, derde en vierde lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, de bevoegdheid tot het vaststellen van een aanslag vervalt;   </al></li><li nr="d."><al>het bedrag van de vermindering: de vermindering van het belastingbedrag vermeerderd met (het daaraan toe te rekenen gedeelte van) de bestuurlijke boete of de kostenopslag, indien een bestuurlijke boete of een kostenopslag is toegepast. Het bedrag van de vermindering wordt berekend per belastingaanslag;   </al></li><li nr="e."><al>de belastingaanslag: de aanslag bedoeld in artikel 2, derde lid, onder e, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, met dien verstande dat voor de toepassing van deze beleidsregels wordt verstaan onder: </al><lijst><li nr="1."><al>de aanslag, de voorlopige aanslag, de navorderingsaanslag: het gevorderde bedrag, onderscheidenlijk het voorlopig gevorderde, het nagevorderde bedrag;   </al></li><li nr="2."><al>het aanslagbiljet: de kennisgeving van het in onderdeel 1 bedoelde bedrag; </al></li></lijst></li><li nr="f."><al> de belastingwet: algemeen verbindende voorschriften en beleidsregels op het gebied van gemeentelijke belastingen. </al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label> Artikel 2 Gevallen waarin ambtshalve vermindering wordt verleend </label></kop><al>Ingeval het bedrag van de belasting had behoren te zijn vastgesteld op een bedrag dat tenminste € 1,00 per aanslag lager is dan het te hoog vastgestelde bedrag van die belasting, verleent de heffingsambtenaar ambtshalve de vermindering waarvoor de belanghebbende redelijkerwijs in aanmerking komt, indien: </al><lijst><li nr="1."><al>  een bezwaarschrift of een verzoekschrift niet-ontvankelijk wordt  verklaard wegens het te laat indienen van het bezwaarschrift of het  verzoekschrift dan wel om andere redenen van formele aard, of     </al></li><li nr="2."><al>  uit enig feit blijkt dat een belastingaanslag tot  een te hoog bedrag is vastgesteld en deze aanslag bij afweging van  de betrokken belangen in redelijkheid niet gehandhaafd kan worden.          </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label> Artikel 3 Uitzonderingen   </label></kop><al> Het bepaalde in artikel 2 vindt geen toepassing indien: </al><lijst><li nr="1."><al>  ten tijde van het ontvangen van het bezwaarschrift of het  verzoekschrift, dan wel op het tijdstip waarop het in artikel 2,  onder b, bedoelde feit ter kennis van de heffingsambtenaar komt, de  driejaarstermijn is verstreken;     </al></li><li nr="2."><al>  aannemelijk is dat de belanghebbende door opzet  of grove schuld de wettelijke termijn voor het indienen van een  bezwaarschrift of een verzoekschrift ongebruikt heeft laten  verstrijken.       </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 4 Jurisprudentie </label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>  Een uitspraak van de Hoge Raad, van een gerechtshof of van een  rechtbank, waarin een toepassing van de belastingwet besloten ligt  die voor de belanghebbende gunstiger is dan de bij de heffing van de  belasting gevolgde toepassing, leidt niet tot het ambtshalve  verlenen van vermindering van belasting indien de belastingaanslag  of de voldoening op aangifte onherroepelijk is komen vast te staan  voor de dag, waarop de uitspraak door de Hoge Raad, het hof of de  rechtbank is gewezen, tenzij het college van burgemeester en  wethouders op dit punt een afwijkende regeling heeft getroffen.     </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>  Hetgeen in het eerste lid is bepaald met  betrekking tot een uitspraak van de Hoge Raad, van het gerechtshof  of van de rechtbank is in daartoe leidende gevallen van  overeenkomstige toepassing op prejudiciële beslissingen van het Hof  van Justitie van de Europese Gemeenschappen alsmede op rechterlijke  uitspraken van het Hof en andere supranationale colleges.        </al></lid></artikel><artikel><kop><label> Artikel 5 Mededeling van afwijzing </label></kop><al> Indien geen termen aanwezig zijn om ambtshalve een vermindering te verlenen, wordt daarvan gemotiveerd mededeling gedaan in de uitspraak waarin de niet-ontvankelijkheid wordt uitgesproken van een bezwaarschrift of een verzoekschrift, bedoeld in artikel 2, onder a.     </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 6 Slotbepaling </label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>  Deze beleidsregels treden in werking met ingang van de eerste dag na  die van de bekendmaking, doch niet eerder dan 1 januari 2009.     </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>  De Beleidsregels ambtshalve vermindering gemeentelijke belastingen  Breda 2008 van 17 december 2007 worden ingetrokken met ingang van de  in het eerste lid genoemde datum, met dien verstande dat zij van  toepassing blijven op de belastbare feiten die zich voor die datum  hebben voorgedaan.     </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>  Deze beleidsregels worden aangehaald als  ‘Beleidsregels ambtshalve vermindering gemeentelijke belastingen  Breda 2009’.  </al></lid></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de vergadering van 16 december 2008 </ondertekening><ondertekening/><ondertekening> , burgemeester </ondertekening><ondertekening>   </ondertekening><ondertekening> , secretaris </ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label/><nr/><titel>Toelichting op de beleidsregels ambtshalve vermindering van gemeentelijke belastingen  </titel></kop><al><vet>Aanhef</vet></al><al>In de aanhef wordt verwezen naar de relevante artikelen in de Algemene wet inzake rijksbelastingen (hierna: AWR), de Gemeentewet en de Algemene wet bestuursrecht. </al><al>Artikel 65 AWR geeft de inspecteur de mogelijkheid tot het verlenen van ambtshalve vermindering. </al><al>Artikel 231 van de Gemeentewet bepaalt (onder meer) dat artikel 65 AWR ook voor de gemeentelijke situatie van toepassing is en ‘vertaalt’ de inspecteur naar de heffingsambtenaar.  De heffingsbevoegdheid van de ambtenaar wordt uitgeoefend onder verantwoordelijkheid van het college van burgemeester en wethouders; het vaststellen van deze beleidsregels komt daarom toe aan het college. Dit is ook in overeenstemming met artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht. Artikel 244 van de Gemeentewet bepaalt dat de heffingsambtenaar naast een in de belastingverordening voorziene vermindering, ontheffing en teruggaaf ook een in de belastingverordening voorziene vrijstelling ambtshalve kan verlenen. </al><al/><al><vet>Artikel 1 Reikwijdte en definities</vet></al><al>De ‘Beleidsregels ambtshalve vermindering gemeentelijke belastingen gemeente Breda’ gelden voor alle gemeentelijke belastingen (inclusief rechten).   </al><al> In de definities wordt onder ambtshalve vermindering elke vorm van vermindering, ontheffing, teruggaaf of vrijstelling van belastingen begrepen die de AWR en de Gemeentewet kennen. Op deze wijze is de regeling op elke vorm van ambtshalve ‘tegemoetkoming’ van toepassing. </al><al> Onder belanghebbende wordt ook degene begrepen die (als hoofdelijk mede-aansprakelijke) de belasting reeds heeft voldaan. Dit is om te voorkomen dat een echtgenoot van degene die de aanslag op naam gesteld heeft gekregen, die de aanslag uit zijn of haar (door huwelijkse voorwaarden afgescheiden) vermogen heeft voldaan, geen ambtshalve vermindering zou kunnen worden verleend. </al><al> In het bedrag van de vermindering wordt tevens een bestuurlijke boete of kostenopslag (bijvoorbeeld bij de parkeerbelastingen) verrekend. </al><al> Onder ‘de aanslag’ wordt elke wijze van heffing begrepen. De regeling beperkt zich dus niet tot belastingen die bij wege van aanslag worden geheven, maar is van toepassing op alle gemeentelijke belastingen. </al><al> De belastingwet ten slotte wordt gehanteerd in de zin van elk algemeen verbindend voorschrift en elke beleidsregel die regels geeft op het gebied van (gemeentelijke) belastingen. Daarmee is zeker gesteld dat ook de gemeentelijke belastingverordening in dit verband als wettelijk voorschrift wordt aangemerkt. </al><al/><al><vet>Termijn</vet></al><al>Als termijn waarbinnen ambtshalve vermindering wordt verleend, is gekozen voor drie jaar na het ontstaan van de materiële belastingschuld. Deze termijn sluit aan bij artikel 11, derde en vierde lid, AWR. Artikel 11, derde lid, AWR bepaalt dat de bevoegdheid tot het vaststellen van aanslagen vervalt door verloop van drie jaren na het tijdstip waarop de belastingschuld is ontstaan. </al><al> Artikel 11, vierde lid, AWR bepaalt dat bij tijdvakbelastingen de grootte van de belastingschuld geacht wordt te zijn ontstaan op het tijdstip waarop het tijdvak eindigt. De aan het voornoemde artikel ten grondslag liggende gedachte is dat voor degene die meent onjuist of onterecht aangeslagen te zijn, en die de termijnen voor bezwaar en beroep ongebruikt heeft laten verlopen, de aanslag in principe vaststaat.   </al><al/><al><vet>Artikel 2 Gevallen waarin ambtshalve vermindering wordt verleend</vet></al><al>In de ‘Beleidsregels ambtshalve vermindering gemeentelijke belastingen gemeente Breda’ bestaan twee aanleidingen om over te gaan tot ambtshalve vermindering van teveel betaalde belastingen. In de eerste plaats kan een bezwaarschrift of verzoekschrift dat op formele gronden (te laat, niet gemotiveerd, geen machtiging, et cetera) niet-ontvankelijk verklaard wordt, aanleiding geven toch tot vermindering over te gaan. In de tweede plaats is het mogelijk dat het de heffingsambtenaar uit welke bron dan ook blijkt dat de belasting op een te hoog bedrag is vastgesteld. Dit laatste geval kan leiden tot ambtshalve vermindering op basis van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. </al><al> Voor het toekennen van ambtshalve vermindering van belastingen geldt een zware bewijslast. Artikel 65 AWR spreekt van ‘onjuiste belastingaanslag of beschikking’. Derhalve dient vast te staan dat sprake is van een dergelijke onjuistheid: de gestelde onjuistheid moet blijken. Het moet volkomen duidelijk zijn dat de aanslag niet correct of niet terecht is opgelegd.   </al><al> Om doelmatigheids- en systeemtechnische redenen is een drempelbedrag van € 1,00 opgenomen voor ambtshalve vermindering van gemeentelijke belastingen. Teveel geheven belasting boven dit drempelbedrag wordt verrekend met nog openstaande bedragen en/of terugbetaald.   </al><al> Een eventuele rentevergoeding uit hoofde van artikel 28 van de Invorderingswet maakt geen deel uit van het bedrag van de belasting en is dus niet relevant voor de bepaling van het drempelbedrag. In de onderhavige beleidsregel is geen regeling van rentevergoeding opgenomen, omdat artikel 28 van de Invorderingswet hier onverkort van toepassing is.   </al><al/><al><vet>Artikel 3 Uitzonderingen</vet></al><al>In de ‘Beleidsregels ambtshalve vermindering gemeentelijke belastingen gemeente Breda’ wordt een nadrukkelijke uitzondering gemaakt voor twee gevallen. In de eerste plaats voor het geval de driejaarstermijn is verstreken. Dan is het niet meer mogelijk ambtshalve vermindering te verlenen. In de tweede plaats voor het geval belanghebbende door opzet of grove schuld de wettelijke termijn voor het indienen van een bezwaarschrift of een verzoekschrift ongebruikt heeft laten verstrijken. </al><al/><al><vet>Artikel 4 Jurisprudentie</vet></al><al>Bij de beoordeling van rechtspraak die wordt gewezen na de heffing van belasting, geldt als regel dat deze jurisprudentie geen invloed meer kan hebben op de vastgestelde belasting. Hierin wordt het rijksbeleid gevolgd. Uitzondering op deze regel bestaat als het college van burgemeester en wethouders besluit een afwijkende regeling te treffen. </al><al> Overigens is het ook mogelijk om met belastingplichtige af te spreken dat zijn bezwaar ambtshalve wordt herzien na afloop van een gerechtelijke procedure in een vergelijkbaar geval (proefprocedure). </al><al/><al><vet>Artikel 5 Mededeling van afwijzing</vet></al><al>Indien, naar aanleiding van een door belanghebbende ingediend bezwaar- of verzoekschrift waarin de niet-ontvankelijkheid wordt uitgesproken, uit onderzoek blijkt dat belanghebbende niet in aanmerking komt voor een ambtshalve vermindering, wordt hem dat schriftelijk in de uitspraak op bezwaar of in de beslissing op zijn verzoekschrift medegedeeld.   </al><al/><al><vet>Artikel 6 Slotbepaling</vet></al><al>De slotbepaling bepaalt de inwerkingtreding en de manier waarop de onderhavige beleidsregels dienen te worden aangehaald. </al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>