<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR119898_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening ruimte- en inrichtingseisen peuterspeelzalen</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Gilze en Rijen</dcterms:creator><dcterms:modified>2011-10-31</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Gilze en Rijen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Weekblad Gilze en Rijen, 10-11-2010</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening ruimte- en inrichtingseisen peuterspeelzalen gemeente Gilze en Rijen 2010</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">artikel 149 Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-11-01</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-11-11</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening ruimte- en inrichtingseisen peuterspeelzalen</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>DE RAAD VAN DE GEMEENTE GILZE EN RIJEN;</vet></al><al>gezien het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 21 september
                        2010;</al><al>gelet op artikel 149 van de Gemeentewet;</al><al>overwegende dat het gewenst is in aanvulling op de Wet kinderopvang en
                        kwaliteitseisen peuterspeelzalen en de Beleidsregels kwaliteit kinderopvang
                        en peuterspeelzalen nadere eisen te stellen aan de inrichting van
                        peuterspeelzalen; </al><al><vet>b e s l u i t :</vet></al><al>vast te stellen de volgende verordening:</al><al><vet>Verordening ruimte- en inrichtingseisen peuterspeelzalen</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder peuterspeelzaal hetgeen daaronder
                        wordt verstaan in de Wet kinderopvang en Beleidsregels kwaliteit
                        kinderopvang en peuterspeelzalen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Groepspeelruimte</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In een peuterspeelzaal is voor ieder kind minimaal 3,5 m<sup>2</sup>
                            bruto-oppervlakte aan groepsspeelruimte beschikbaar.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Elke ruimte is ingericht in overeenstemming met het aantal en de
                            leeftijd van de op te vangen kinderen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Buitenspeelruimte</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De peuterspeelzaal beschikt over aangrenzende buitenspeelruimte.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De buitenspeelruimte voldoet aan de volgende eisen:</al><lijst><li nr="a."><al>voor kinderen toegankelijk en veilig bereikbaar;</al></li><li nr="b."><al>een oppervlakte van minimaal 3 m<sup>2</sup> bruto-oppervlakte
                                    speelruimte per aanwezig kind;</al></li><li nr="c."><al>ingericht in overeenstemming met de leeftijd van de op te vangen
                                    kinderen.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Aanwijzing toezichthouders</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders zien toe op de naleving van de bij deze
                            verordening gestelde regels.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders wijzen de directeur van de GGD aan als
                            toezichthouder.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Onderzoek door de toezichthouder</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De toezichthouder onderzoekt na een aanvraag als bedoeld in artikel 2.2,
                            eerste lid van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen
                            of de instandhouding redelijkerwijs zal plaatsvinden in overeenstemming
                            met de voorschriften uit deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd het eerste lid onderzoekt de toezichthouder jaarlijks of de
                            exploitatie van een peuterspeelzaal plaatsvindt in overeenstemming met
                            de voorschriften uit deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Naast het onderzoek, bedoeld in het eerste en tweede lid, kan de
                            toezichthouder incidenteel onderzoek verrichten naar de naleving van de
                            bij deze verordening gestelde voorschriften.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Vastleggen onderzoeksresultaten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De toezichthouder legt zijn oordeel naar aanleiding van een onderzoek
                            bij een peuterspeelzaal vast in een inspectierapport. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de toezichthouder oordeelt dat door de houder de bij of krachtens
                            artikel 2 en 3 gegeven voorschriften niet zijn of zullen worden
                            nageleefd, vermeldt hij dat in het rapport. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Alvorens het rapport vast te stellen, stelt de toezichthouder de houder
                            in de gelegenheid van het ontwerprapport kennis te nemen en daarover
                            zijn zienswijze kenbaar te maken. De toezichthouder vermeldt de
                            zienswijze van de houder in een bijlage bij het rapport. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De toezichthouder zendt het inspectierapport onverwijld aan de houder,
                            die een afschrift daarvan zo spoedig mogelijk ter inzage legt op een
                            voor ouders en personeel toegankelijke plaats. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De toezichthouder maakt het inspectierapport uiterlijk drie weken na de
                            vaststelling daarvan openbaar. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De toezichthouder stelt burgemeester en wethouders in kennis van de
                            vaststelling van het rapport. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders kunnen artikel 2 en 3 buiten toepassing laten of
                        daarvan afwijken, voorzover toepassing gelet op het belang van kwalitatief
                        verantwoorde opvang voor kinderen in een peuterspeelzaal leidt tot een
                        onbillijkheid van overwegende aard. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><al>Binnen twaalf maanden na inwerkingtreding van deze verordening voldoet de
                        houder van een peuterspeelzaal aan de voorschriften uit deze
                        verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Intrekking voorgaande regeling en inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De verordening “peuterspeelzalen/kindercentra” wordt ingetrokken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag volgend op haar
                            bekendmaking.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening ruimte- en
                        inrichtingseisen peuterspeelzalen gemeente Gilze en Rijen 2010. </al><al/><al/></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare</ondertekening><ondertekening>vergadering van </ondertekening><ondertekening>DE RAAD VOORNOEMD,</ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>mr. J.W. Timmermans drs. R.H. Roep</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><al><vet>Artikelsgewijze toelichting</vet></al><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>Deze bepaling spreekt voor zich.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Groepspeelruimte</titel></kop><al>In dit artikel wordt bepaald dat voor elk kind 3,5m² bruto oppervlak
                        speelruimte aanwezig moet zijn. Speelruimtes dienen passend te zijn
                        ingericht voor spelen en rusten. Bij de inrichting van de binnenruimte dient
                        rekening te worden gehouden met zowel het aantal kinderen dat van een ruimte
                        gebruik maakt als de leeftijd van de kinderen. Het gaat daarbij om het
                        totale aantal vierkante meters die beschikbaar zijn in de groepsruimten. Dus
                        de lengte vermenigvuldigd met de breedte van de ruimtes waar de kinderen
                        spelen. </al><al>Daarnaast is de houder van een peuterspeelzaal gehouden aan de eisen die
                        zijn vastgelegd in het Bouwbesluit 2003. Het Bouwbesluit bevat
                        bouwtechnische voorschriften waaraan alle bouwwerken minimaal moeten
                        voldoen. Peuterspeelzalen vallen onder de categorie ’bijeenkomstfunctie voor
                        kinderopvang’. De eisen uit het Bouwbesluit hebben betrekking op veiligheid,
                        gezondheid, bruikbaarheid, energiezuinigheid en milieu. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Buitenspeelruimte</titel></kop><al>Dit artikel geeft aan dat de buitenspeelruimte voor kinderen die gebruik
                        maken van de peuterspeelzaal aangrenzend aan de peuterspeelzaal dient te
                        zijn gesitueerd. Evenals de binnenruimte dient de buitenruimte voor spel
                        geschikt te zijn en ingericht in overeenstemming met de behoeften en
                        mogelijkheden van de kinderen. Ook voor de buitenspeelruimte geldt dat bij
                        de inrichting rekening dient te worden gehouden met het aantal kinderen en
                        de leeftijd van de kinderen die gebruik maken van de ruimte. De speelruimte
                        bestaat per aanwezig kind uit minimaal 3m² bruto oppervlakte. Met aanwezig
                        kind wordt gedoeld op in de peuterspeelzaal aanwezige kinderen, niet
                        noodzakelijkerwijs buitenspelend. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Aanwijzing toezichthouders</titel></kop><al>Dit artikel maakt burgemeester en wethouders (hierna B&amp;W)
                        verantwoordelijk voor de naleving van deze verordening. B&amp;W wijzen de
                        directeur van de GGD aan als toezichthouder. Dit is in overeenstemming met
                        het systeem van de wet. De directeur van de GGD oefent aldus het toezicht
                        uit onder het gezag van de burgemeester en wethouders. Afdeling 5.2. van de
                        Algemene wet bestuursrecht bevat een algemene regeling van de bevoegdheden
                        van toezichthouders, zoals het recht op het betreden van plaatsen, op het
                        vorderen van inlichtingen en het inzien van schriftelijke stukken. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Onderzoek door de toezichthouder</titel></kop><al>In dit artikel worden drie soorten van onderzoek onderscheiden. In de eerste
                        plaats onderzoekt de toezichthouder naar aanleiding van een aanvraag voor de
                        exploitatie van een peuterspeelzaal of aan de voorschriften uit deze
                        verordening zal worden voldaan. Daarnaast voert de toezichthouder jaarlijks
                        regulier onderzoek uit bij bestaande peuterspeelzalen. Voorts beschikt de
                        toezichthouder op grond van lid 3 over de mogelijkheid om incidenteel
                        onderzoek te verrichten naar de naleving van de voorschriften uit deze
                        verordening. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Vastleggen onderzoeksresultaten</titel></kop><al>De resultaten van het onderzoek uit artikel 5 worden door de toezichthouder
                        schriftelijk vastgelegd in een inspectierapport. De toezichthouder zendt het
                        inspectierapport aan de houder van de peuterspeelzaal. De houder zorgt er
                        voor dat zowel ouders van kinderen in de peuterspeelzaal als het personeel
                        inzage hebben in het inspectierapport van de toezichthouder. Uiterlijk 3
                        weken na ontvangst maakt de toezichthouder het inspectierapport openbaar.
                        Het ligt voor de hand dat de toezichthouder voor de openbaarmaking een breed
                        toegankelijk medium kiest. Gedacht kan worden aan de mogelijkheden die het
                        internet biedt. Ingeval de toezichthouder constateert dat niet voldaan wordt
                        aan de eisen ten aanzien van de groepspeelruimte en de buitenspeelruimte dan
                        geeft hij dit zo snel mogelijk door aan B&amp;W. In de praktijk zal het
                        veelal betekenen dat de toezichthouder het inspectierapport naar de
                        burgemeester en wethouders zendt. </al><al><vet>Artikelen 7</vet></al><al>Het opnemen van een hardheidsclausule in deze verordening opent de
                        mogelijkheid voor burgemeester en wethouders om, in gevallen waarin
                        toepassing van een artikel van de verordening een onbillijkheid van
                        overwegende aard zou opleveren, artikel 2 en 3 buiten toepassing te laten of
                        daarvan af te wijken. Het afwijkende besluit van burgemeester en wethouders
                        moet altijd binnen de doelstellingen van de verordening passen. De
                        toepassing van de hardheidsclausule moet beperkt blijven tot individuele
                        gevallen. Het gebruik van dit artikel is slechts in uitzonderlijke gevallen
                        mogelijk.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr></kop><al>De overgangsbepaling is opgenomen om houders van bestaande peuterspeelzalen
                        de tijd en gelegenheid te bieden om aan de voorschriften zoals gesteld in de
                        verordening te voldoen. Indien er binnen een gemeente al een verordening
                        bestaat met eisen aan ruimte- en inrichting van peuterspeelzalen, dan is het
                        niet nodig om deze overgangsbepaling op te nemen.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>en 10</titel></kop><al>Deze bepalingen spreken voor zich.</al></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>