<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR119853_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Reglement van Orde 2011</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Zandvoort</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-10-18</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Zandvoort</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="http://www.zandvoortsecourant.nl">Zandvoortse Courant</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Reglement van Orde 2011</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="jci1.3:c:BWBR0005416">Artikel 16 Gemeentewet</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="jci1.3:c:BWBR0005416">Artikel 82 Gemeentewet</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="jci1.3:c:BWBR0005416">Artikel 84 Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2011-04-26</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2011-05-06</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2012-11-21</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Z2010-002218</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Vervangt het "Reglement van Orde 2006"</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Reglement van Orde 2011</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Vastgesteld door de gemeenteraad van Zandvoort : d.d. 26 april 2011
                        Gepubliceerd in de Zandvoortse Courant : d.d. 05 mei 2011 Inwerkingtreding :
                        d.d. 06 mei 2011 </al><al>Registratienr: 2010/04/000557;Z2010-002218 </al><al>Gemeente Zandvoort </al><al>Reglement van Orde 2011 </al><al>voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad </al><al/><al>De raad van de gemeente Zandvoort: </al><al>overwegende dat de raad een reglement van orde voor zijn vergaderingen en
                        andere werkzaamheden vaststelt; </al><al>gelet op de artikelen 16, 82 en 84 van de Gemeentewet; </al><al>besluit vast te stellen: </al><al>Reglement van Orde 2011 inclusief toelichting. </al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>1 HET REGLEMENT VAN ORDE </label></kop><paragraaf><kop><label>1.1 ALGEMENE BEPALINGEN</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 1 Begripsomschrijvingen </label></kop><al>In dit reglement wordt verstaan onder: </al><al>a. voorzitter: de voorzitter van de raad, zijn vervanger of een door
                                de raad </al><al>aangewezen raadslid; </al><al>b. amendement: voorstel tot wijziging van een ontwerpverordening of </al><al>ontwerpbeslissing, naar de vorm geschikt om daarin direct te worden </al><al>opgenomen; </al><al>c. subamendement: voorstel tot wijziging van een aanhangig
                                amendement, naar de vorm geschikt om direct te worden opgenomen in
                                het amendement, waarop het betrekking heeft; </al><al>d. motie: korte en gemotiveerde verklaring over een onderwerp
                                waardoor een oordeel, wens of verzoek wordt uitgesproken; </al><al>e. voorstel van orde: voorstel betreffende de orde van de
                                vergadering; </al><al>f. initiatiefvoorstel: een voorstel voor een verordening of een
                                ander voorstel; </al><al>g. interpellatie: een verzoek om mondelinge vragen te mogen stellen
                                in de raad over niet geagendeerde onderwerpen; </al><al>h. raad: de gemeenteraad van Zandvoort; </al><al>i. buitengewoon lid: een door de fractie aangewezen ondersteunend
                                lid; </al><al>j. college: college van burgemeester en wethouders; </al><al>k. vergadering: bijeenkomst van de raadsleden en/of buitengewone
                                leden gericht op een bepaald doel; </al><al>l. Informatiebijeenkomst: vergadering als bedoeld in artikel 82 van
                                de </al><al>Gemeentewet van raadsleden en/of buitengewone leden met als doel het </al><al>verzamelen en uitwisselen van informatie; </al><al>m. Ronde Tafel: vergadering als bedoeld in artikel 84 van de
                                Gemeentewet van raadsleden en/of buitengewone leden en/of anderen
                                met als doel een discussie over onderwerpen en het uitwisselen van
                                gedachten, meningen etc.; </al><al>n. Debat: vergadering van raadsleden met als doel besluitvorming
                                door de raad voor te bereiden; </al><al>o. Besluitvorming: vergadering van raadsleden met als doel besluiten
                                te nemen; </al><al>p. oproep: een uitnodiging voor een vergadering; </al><al>q. besluitenlijst: overzicht van adviezen, conclusies,
                                raadsbesluiten, toezeggingen en overige resultaten voortvloeiend uit
                                een vergadering. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 2 De voorzitter </label></kop><al>De voorzitter is belast met: </al><al>a. het leiden van de vergadering; </al><al>b. het handhaven van de orde; </al><al>voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad </al><al>c. het doen naleven van het reglement van orde;</al><al>d. hetgeen de Gemeentewet of dit reglement hem verder opdraagt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 3 De griffier </label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De griffier is in de Besluitvorming aanwezig.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij verhindering of afwezigheid wordt de griffier vervangen door
                                    een door de raad daartoe aangewezen plaatsvervangend griffier.
                                </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De griffier, de plaatsvervangend griffier of de
                                    griffiemedewerker is in de</al><al>Informatiebijeenkomst, de Ronde Tafel en het Debat aanwezig.
                                </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De griffier, de plaatsvervangend griffier of de
                                    griffiemedewerker kan, indien daartoe door de voorzitter
                                    uitgenodigd, aan de beraadslagingen als bedoeld in dit reglement
                                    deelnemen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 4 De secretaris </label></kop><al>De raad kan het college verzoeken de secretaris in de vergadering
                                aanwezig te laten zijn en deel te laten nemen aan de beraadslagingen
                                als bedoeld in dit reglement. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 5 Het presidium </label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad heeft een presidium.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het presidium bestaat uit de voorzitter van de raad en de
                                    fractievoorzitters en heeft tot doel interne aangelegenheden van
                                    de raad alsmede vertrouwelijke aangelegenheden die nog niet tot
                                    besluitvorming leiden te bespreken. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Elke fractievoorzitter wijst een raadslid aan, dat hem bij zijn
                                    afwezigheid in het presidium vervangt. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Elke fractievoorzitter of zijn vervanger heeft één stem in het
                                    presidium.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De griffier of zijn vervanger is in elke vergadering van het
                                    presidium aanwezig.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De voorzitter kan voorstellen de secretaris uit te nodigen voor
                                    het presidium.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Het presidium komt bijeen op verzoek van de voorzitter of een
                                    lid van het presidium. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 6 De agendacommissie </label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Er is een agendacommissie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De agendacommissie bestaat uit alle voorzitters. De griffier of
                                    zijn vervanger is in elke vergadering van de agendacommissie
                                    aanwezig. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter van de raad is voorzitter van de
                                    agendacommissie.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De leden van de agendacommissie hebben elk één stem in de
                                    agendacommissie. Bij het staken der stemmen beslist de
                                    voorzitter. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De agendacommissie heeft tot taak het voorlopig vaststellen van
                                    de agenda van de vergaderingen en het bewaken van de lange
                                    termijnagenda. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De agendacommissie kan op niet-inhoudelijke gronden van
                                    (initiatief)voorstellen of onderwerpen oordelen dat zij niet
                                    geagendeerd worden. De agendacommissie deelt dit gemotiveerd mee
                                    aan de indiener van het voorstel of onderwerp. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 7 Overleg </label></kop><al>Het presidium en de agendacommissie hebben naar behoefte gezamenlijk
                                overleg. </al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>1.2 TOELATING VAN NIEUWE LEDEN; FRACTIES</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 8 Onderzoek geloofsbrieven; beëdiging; benoeming wethouders </label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad stelt een commissie van drie raadsleden in voor de
                                    toelating van nieuwe raadsleden of benoeming van een wethouder.
                                    De commissie onderzoekt de geloofsbrieven, de daarop betrekking
                                    hebbende stukken van nieuw benoemde raadsleden en het
                                    proces-verbaal van het (centraal)stembureau. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De commissie brengt na haar onderzoek van de geloofsbrieven
                                    verslag uit aan de raad en doet daarbij een voorstel voor een
                                    besluit. In het verslag wordt ook melding gemaakt van een
                                    minderheidsstandpunt. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Na een raadsverkiezing roept de voorzitter de toegelaten
                                    raadsleden op om in de eerste vergadering van de raad in nieuwe
                                    samenstelling, bedoeld in artikel 18 van de Gemeentewet, de
                                    voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In geval van een tussentijdse vacaturevervulling roept de
                                    voorzitter een nieuw benoemd raadslid op voor de vergadering van
                                    de raad waarin over diens toelating wordt beslist om de
                                    voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Bij de benoeming van een wethouder wordt overeenkomstig het
                                    eerste lid door de commissie onderzocht of de kandidaat voldoet
                                    aan de eisen van de Gemeentewet. De werkwijze van deze commissie
                                    is overeenkomstig het tweede lid. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 9 Fracties </label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raadsleden, die door het centraal stembureau op dezelfde
                                    kandidatenlijst verkozen zijn verklaard, worden bij de aanvang
                                    van de zitting als één fractie beschouwd. Is onder een
                                    lijstnummer slechts één raadslid verkozen, dan wordt dit
                                    raadslid als een afzonderlijke fractie beschouwd. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien boven de kandidatenlijst een aanduiding was geplaatst,
                                    voert de fractie in de raad deze aanduiding als naam. Indien
                                    geen aanduiding boven de kandidatenlijst was geplaatst, deelt de
                                    fractie in de eerste vergadering van de raad aan de voorzitter
                                    mee welke naam deze fractie in de raad wil voeren. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De namen van degenen die als voorzitter van de fractie en als
                                    diens</al><al>plaatsvervanger optreden worden zo spoedig mogelijk doorgegeven
                                    aan de voorzitter. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien:</al><lijst><li nr="-"><al>één of meer leden van een fractie als zelfstandige
                                            fractie gaan optreden;</al></li><li nr="-"><al>twee of meer fracties als één fractie gaan
                                            optreden;</al></li><li nr="-"><al>één of meer leden van een fractie zich aansluiten bij
                                            een andere fractie;</al></li></lijst><al>wordt hiervan zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling gedaan
                                    aan de voorzitter. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Met de onder lid 4 beschreven veranderde situatie wordt rekening
                                    gehouden met ingang van de eerstvolgende vergadering van de raad
                                    na de mededeling daarvan. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 10 Buitengewone leden </label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op voordracht van een fractie kan de raad per fractie maximaal
                                    één</al><al>buitengewoon lid benoemen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een buitengewoon lid, dat wordt voorgedragen door een fractie,
                                    dient tijdens de laatste verkiezingen van de raad geplaatst te
                                    zijn op de kandidatenlijst van die fractie. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De artikelen 10 tot en met 15 van de Gemeentewet zijn van
                                    overeenkomstige toepassing op een buitengewoon lid. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Een buitengewoon lid kan te allen tijde ontslag nemen. Hij doet
                                    daarvan</al><al>schriftelijk mededeling aan de raad. </al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>1.3 VERGADERINGEN</label></kop><sub-paragraaf><kop><label>1.3.1 TIJDSTIP VAN VERGADEREN; VOORBEREIDINGEN; INHOUD </label></kop><artikel><kop><label>Artikel 11 Vergaderfrequentie en voorzitter </label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergaderingen vinden plaats volgens een door het
                                        presidium vastgesteld vergaderrooster en worden gehouden in
                                        het raadhuis. </al><al>Het vergaderrooster wordt voor het begin van elk
                                        kalenderjaar vastgesteld. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij het vaststellen van het vergaderrooster wordt met het
                                        volgende rekening gehouden: </al><lijst><li nr="-"><al>De Informatiebijeenkomst vindt in de regel plaats op
                                                een dinsdag van</al><lijst><li nr="20."><al>00 – 21.00 uur.</al></li></lijst></li><li nr="-"><al>De Ronde Tafel vindt in de regel plaats op een
                                                dinsdag van 21.15 – 22.45 uur</al></li><li nr="-"><al>Het Debat vindt in de regel plaats op een woensdag
                                                van 20.00 – 21.30 uur</al></li><li nr="-"><al>De Besluitvorming vindt in de regel plaats op een
                                                woensdag van 21.45 – 22.45 uur. </al></li></lijst><al>De voorzitter kan in bijzondere gevallen een andere dag en
                                        aanvangsuur bepalen of een andere vergaderplaats aanwijzen.
                                        Hij overlegt hierover in de agendacommissie en/of met de
                                        griffie(r). </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor de vergaderingen Debat en Besluitvorming kan alleen de
                                        voorzitter van de raad of zijn vervanger de rol van
                                        voorzitter vervullen. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Voor de vergaderingen Informatiebijeenkomst en Ronde Tafel
                                        kan alleen een door de raad aangewezen raadslid de rol van
                                        voorzitter vervullen, tenzij artikel 14 lid 3 wordt
                                        toegepast. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 12 Oproep </label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter zendt ten minste 7 dagen voor een vergadering
                                        aan de raadsleden en de buitengewone leden een schriftelijke
                                        oproep onder vermelding van dag, tijdstip en plaats van de
                                        vergadering. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken, met
                                        uitzondering van de in artikel 25, eerste en tweede lid, van
                                        de Gemeentewet bedoelde stukken, worden gelijk met de
                                        schriftelijke oproep aan de raadsleden en buitengewone leden
                                        ter beschikking gesteld. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In spoedeisende gevallen mag de voorzitter van de in lid 1
                                        gestelde termijn afwijken. In spoedeisende gevallen zendt de
                                        voorzitter ten minste 48 uur voor een vergadering aan de
                                        raadsleden en de buitengewone leden een schriftelijke oproep
                                        onder vermelding van dag, tijdstip en plaats van de
                                        vergadering. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 13 Agenda </label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In spoedeisende gevallen kan de voorzitter na het verzenden
                                        van de schriftelijke oproep tot uiterlijk 48 uur voor de
                                        aanvang van een vergadering een aanvullende agenda
                                        opstellen. Deze wordt met de daarbij behorende stukken aan
                                        de raadsleden en buitengewone leden ter beschikking gesteld.
                                    </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij aanvang van de vergadering stellen de raadsleden en/of
                                        buitengewone leden de agenda vast. Op voorstel van een
                                        raadslid, een buitengewoon lid of de voorzitter kunnen bij
                                        vaststelling van de agenda onderwerpen aan de agenda worden
                                        toegevoegd, van de agenda worden afgevoerd of de volgorde
                                        van behandeling van de agendapunten worden gewijzigd. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Wanneer de raadsleden en/of buitengewone leden een onderwerp
                                        onvoldoende voor de openbare beraadslaging voorbereid
                                        achten, kunnen zij bij het onderwerp verwijzen naar een
                                        volgende vergadering of aan het college nadere inlichtingen
                                        of advies vragen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 14 Informatiebijeenkomst en Ronde Tafel </label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In de Informatiebijeenkomst worden:</al><al>a. vragen behandeld van raadsleden, buitengewone leden en
                                        anderen over raadsvoorstellen en overige stukken die
                                        geagendeerd staan voor de eerstvolgende vergaderingen Debat
                                        en Besluitvorming. </al><al>b. de termijnplanning en de afwikkeling van toezeggingen,
                                        vragen en moties bewaakt. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In de Ronde Tafel:</al><al>a. worden op oriënterende wijze onderwerpen en thema’s
                                        besproken, ingebracht door het college, raadsleden,
                                        buitengewone leden en derden, </al><al>b. kunnen gesprekken plaatsvinden met de rekenkamer en de
                                        accountant en</al><al>c. wordt één gespreksonderwerp per keer geagendeerd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor de Ronde Tafel kan door de agendacommissie worden
                                        besloten een ander dan de in artikel 1 onder a genoemde
                                        personen als voorzitter te laten functioneren als de
                                        vergadering of het te behandelen onderwerp daartoe
                                        aanleiding geeft. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Aan de vergaderingen Informatiebijeenkomst en Ronde Tafel
                                        kunnen maximaal twee raadsleden of buitengewone leden per
                                        fractie deelnemen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 15 Inbreng onderwerpen door derden </label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Anderen dan het college, raadsleden, buitengewone leden en
                                        de griffier kunnen onderwerpen inbrengen voor plaatsing op
                                        de agenda van de Ronde Tafel. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onderwerpen die niet kunnen worden ingebracht, zijn:</al><al>a. een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar of
                                        beroep openstaat of heeft opengestaan; </al><al>b. benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van
                                        personen;</al><al>een gedraging waarover een klacht ex artikel 9:1 van de
                                        Algemene wet</al><al>bestuursrecht kan of kon worden ingediend. </al><al>c. Degene die een onderwerp wil inbrengen zoals omschreven
                                        in lid 1 meldt dit ten minste vier weken voor de aanvang van
                                        de vergadering aan de griffier. Hij vermeldt daarbij ten
                                        minste zijn naam, adres en telefoonnummer en het onderwerp
                                        plus een toelichting daarop en het beoogde doel van de
                                        bespreking. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 16 Ter beschikking stellen van stukken </label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Stukken, die ter toelichting van de onderwerpen of
                                        voorstellen op de agenda dienen, worden gelijk met het
                                        verzenden van de schriftelijke oproep aan een ieder ter
                                        beschikking gesteld. Indien na het verzenden van de
                                        schriftelijke oproep stukken ter beschikking worden gesteld,
                                        wordt hiervan mededeling gedaan aan de raadsleden en
                                        buitengewone leden en zo mogelijk in een openbare
                                        kennisgeving. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een origineel van een ter beschikking gesteld stuk wordt
                                        niet buiten het</al><al>gemeentehuis gebracht. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien op stukken op grond van artikel 25, 55 of 86 van de
                                        Gemeentewet geheimhouding is opgelegd, worden deze stukken
                                        in afwijking van het eerste lid door de griffie(r)
                                        uitsluitend aan de raadsleden en/of buitengewone leden ter
                                        beschikking gesteld. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 17 Openbare kennisgeving </label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergadering wordt door aankondiging in één of meer dag-,
                                        nieuws-, of huis aan-huisbladen en door plaatsing op de
                                        gemeentelijke website openbaar gemaakt. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De openbare kennisgeving vermeldt:</al><lijst><li nr="a."><al>de datum, aanvangstijd, plaats en de voorlopige
                                                agenda van de vergadering;</al></li><li nr="b."><al>de wijze waarop en de plaats waar een ieder de bij
                                                de vergadering behorende stukken kan inzien. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken worden,
                                        indien digitaal beschikbaar, op de website van de gemeente
                                        geplaatst. </al></lid></artikel></sub-paragraaf><sub-paragraaf><kop><label>1.3.2 ORDE DER VERGADERING </label></kop><artikel><kop><label>Artikel 18 Presentielijst </label></kop><al>Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekenen ieder raadslid en
                                    buitengewoon lid de presentielijst. Aan het einde van elke
                                    vergadering wordt die lijst door de voorzitter en de griffier
                                    door ondertekening vastgesteld. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 19 Zitplaatsen </label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter, de raadsleden en de griffier hebben een vaste
                                        zitplaats in de vergaderingen van Debat en Besluitvorming,
                                        door het presidium bij aanvang van iedere nieuwe
                                        zittingsperiode van de raad aangewezen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien daartoe aanleiding bestaat, kan het presidium de
                                        indeling herzien. De voorzitter draagt zorg voor een
                                        zitplaats voor de personen, die voor de vergadering zijn
                                        uitgenodigd. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 20 Opening vergadering; quorum </label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In de vergaderingen Debat en Besluitvorming opent de
                                        voorzitter de vergadering op het vastgestelde uur, indien
                                        het daarvoor door de wet vereiste aantal raadsleden blijkens
                                        de presentielijst aanwezig is. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Wanneer een kwartier na het vastgestelde tijdstip niet het
                                        vereiste aantal raadsleden aanwezig is, bepaalt de
                                        voorzitter, na voorlezing van de namen van de afwezige
                                        raadsleden, dag en uur van de volgende vergadering, met
                                        inachtneming van artikel 20 van de Gemeentewet. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 21 Primus bij hoofdelijke stemming </label></kop><al>Bij het begin van de Besluitvorming deelt de voorzitter mee bij
                                    welk raadslid de hoofdelijke stemming zal beginnen. Daarvoor
                                    wordt bij loting een volgnummer van een alfabetische lijst met
                                    namen aangewezen; bij het daar genoemde raadslid begint de
                                    hoofdelijke stemming. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 22 Samenvattend verslag en besluitenlijst </label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De griffier draagt zorg voor het bijhouden van een
                                        presentielijst, een</al><al>samenvattend verslag en een besluitenlijst van de
                                        vergaderingen Debat en Besluitvorming. Van de vergaderingen
                                        Informatiebijeenkomst en Ronde Tafel worden alleen audio
                                        verslagen gemaakt. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het conceptverslag van de voorgaande vergadering van Debat
                                        en Besluitvorming wordt, zo mogelijk, aan de raadsleden en
                                        buitengewone leden toegezonden gelijktijdig met de
                                        schriftelijke oproep. Het conceptverslag wordt gelijktijdig
                                        aan de overige personen die het woord gevoerd hebben,
                                        toegezonden. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De raadsleden, de voorzitter, de wethouders en de griffier
                                        hebben het recht een voorstel tot verandering aan de raad te
                                        doen, indien het conceptverslag onjuistheden bevat of niet
                                        duidelijk weergeeft hetgeen gezegd of besloten is. Een
                                        voorstel tot verandering dient schriftelijk en tenminste één
                                        dag voor de aanvang van de vergadering bij de griffie(r) te
                                        worden ingediend. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het samenvattende verslag bevat:</al><al>a. de namen van de voorzitter, de griffier, de wethouders,
                                        de ter vergadering aanwezige en afwezige raadsleden en
                                        overige personen die het woord gevoerd hebben; </al><al>b. een vermelding van de zaken die aan de orde zijn
                                        geweest;</al><al>c. een zakelijke samenvatting van het gesprokene met
                                        vermelding van de namen van de aanwezigen die het woord
                                        voerden; </al><al>d. een overzicht van het verloop van elke stemming, met
                                        vermelding bij hoofdelijke stemming van de namen van de
                                        raadsleden die voor of tegen stemden, onder aantekening van
                                        de namen van de raadsleden die zich overeenkomstig de
                                        Gemeentewet van stemming hebben onthouden of zich bij het
                                        uitbrengen van hun stem hebben vergist; </al><al>e. de tekst van de ter vergadering ingediende
                                        initiatiefvoorstellen, voorstellen van orde, moties,
                                        amendementen en subamendementen;</al><al>f. bij het desbetreffende agendapunt de naam en de
                                        hoedanigheid van die personen aan wie het op grond van
                                        artikel 27 door de raad is toegestaan deel te nemen aan de
                                        beraadslagingen; </al><al> g. de namen van de aanwezige raadsleden, buitengewone leden
                                        en ambtelijke ondersteuning op de publieke tribune bij een
                                        vergadering met gesloten deuren overeenkomstig artikel 23
                                        Gemeentewet. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het samenvattende verslag wordt in een volgende vergadering
                                        vastgesteld, waarna dit door de voorzitter en de griffier
                                        wordt ondertekend. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Voor zover de aard en de inhoud van de besluitvorming zich
                                        daartegen niet verzet, wordt de besluitenlijst zo spoedig
                                        mogelijk na de vergadering openbaar gemaakt door plaatsing
                                        op de gemeentelijke website.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 23 Ingekomen stukken </label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij de raad ingekomen stukken, waaronder schriftelijke
                                        antwoorden op vragen, inlichtingen en overige mededelingen
                                        van het college aan de raad, worden op een lijst geplaatst.
                                        Deze lijst wordt aan de raadsleden en buitengewone leden ter
                                        beschikking gesteld. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De raad stelt op voorstel van de voorzitter en de griffier
                                        de wijze van afdoening van de ingekomen stukken vast. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 24 Spreekrecht burgers en spreektijd </label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In de Informatiebijeenkomst kunnen aanwezigen op de publieke
                                        tribune het woord voeren, met uitzondering van agendapunten
                                        over de interne en/of procedurele gang van zaken. Ook kunnen
                                        zij het woord voeren over raadsvoorstellen en overige
                                        stukken die geagendeerd zijn voor de eerstvolgende
                                        vergaderingen Debat en Besluitvorming. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Artikel 15 lid 2 is van overeenkomstige toepassing.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Afhankelijk van de totaal beschikbare tijd kan de
                                        voorzitter, een raadslid of een buitengewoon lid een
                                        voorstel doen over de spreektijd of aantal spreektermijnen
                                        van de aanwezigen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 25 Handhaving orde; schorsing </label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een spreker, zich beledigende of onbetamelijke
                                        uitdrukkingen veroorlooft, afwijkt van het in behandeling
                                        zijnde onderwerp, dan wel anderszins de orde verstoort,
                                        wordt hij door de voorzitter tot de orde geroepen. Indien de
                                        betreffende spreker hieraan geen gevolg geeft, kan de
                                        voorzitter hem voor de rest van de vergadering over het
                                        aanhangige onderwerp het woord ontzeggen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering
                                        voor een door hem te bepalen tijd schorsen en -indien na de
                                        heropening de orde opnieuw wordt verstoord -de vergadering
                                        sluiten. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Tijdens de vergadering is het gebruik van mobiele telefoons
                                        of andere</al><al>communicatiemiddelen, die inbreuk maken op de orde van de
                                        vergadering niet toegestaan. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 26 Beraadslaging </label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad kan op voorstel van de voorzitter of een raadslid
                                        beslissen over één of meer onderdelen van een onderwerp of
                                        voorstel afzonderlijk te beraadslagen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op verzoek van een raadslid of op voorstel van de voorzitter
                                        kan de raad besluiten de beraadslaging voor een door hem te
                                        bepalen tijd te schorsen om het college of de leden de
                                        gelegenheid te geven tot onderling nader beraad. De
                                        beraadslagingen worden hervat nadat de schorsingsperiode
                                        verstreken is. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 27 Deelname aan de beraadslaging door anderen </label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad kan bepalen dat anderen dan de in de vergadering
                                        aanwezige leden van de raad, de wethouder, de griffier en de
                                        voorzitter deelnemen aan de beraadslaging. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een beslissing daartoe wordt op voorstel van de voorzitter
                                        of één der leden van de raad genomen voordat de
                                        beraadslaging over het aan de orde zijnde agendapunt begint.
                                    </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indieners van een onderwerp bedoeld in artikel 15 worden
                                        altijd uitgenodigd in de vergadering aanwezig te zijn. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 28 Stemverklaring </label></kop><al>Na het sluiten van de beraadslaging in het Debat heeft ieder
                                    raadslid het recht zijn stemgedrag te motiveren in de
                                    Besluitvorming. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 29 Beslissing </label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Wanneer de voorzitter vaststelt dat een onderwerp of
                                        voorstel voldoende is toegelicht, sluit hij de
                                        beraadslaging, tenzij de raad anders beslist. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Nadat de beraadslaging is gesloten, vindt na een stemming
                                        over eventuele amendementen, de stemming plaats over het
                                        voorstel, zoals het dan luidt, in zijn geheel tenzij geen
                                        stemming wordt gevraagd. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voordat de stemming over het voorstel in zijn geheel
                                        plaatsvindt, formuleert de voorzitter het voorstel over de
                                        te nemen eindbeslissing. </al></lid></artikel></sub-paragraaf><sub-paragraaf><kop><label>1.3.3 PROCEDURES BIJ STEMMINGEN </label></kop><artikel><kop><label>Artikel 30 Hoofdelijke stemming </label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij hoofdelijke stemming roept de voorzitter of de griffier
                                        de raadsleden bij naam op hun stem uit te brengen. De
                                        stemming begint bij het raadslid dat daarvoor overeenkomstig
                                        artikel 21 is aangewezen. Vervolgens geschiedt de oproeping
                                        naar de volgorde van een alfabetische lijst met namen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De raadsleden brengen hun stem uit door het woord 'voor' of
                                        'tegen' uit te spreken, zonder enige toevoeging. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Heeft een raadslid zich bij het uitbrengen van zijn stem
                                        vergist, dan kan hij deze vergissing nog herstellen voordat
                                        het volgende raadslid gestemd heeft. Bemerkt het raadslid
                                        zijn vergissing pas later, dan kan hij nadat de voorzitter
                                        de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt wel
                                        aantekening vragen dat hij zich heeft vergist; </al><al>in de uitslag van de stemming brengt dit echter geen
                                        verandering. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Als geen hoofdelijke stemming wordt gevraagd, vindt stemming
                                        plaats door handopsteking. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mee
                                        en meldt het aantal voor en tegen uitgebrachte stemmen. Hij
                                        doet daarbij tevens mededeling van het genomen besluit.
                                    </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 31 Stemming over amendementen en moties </label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een amendement op een aanhangig voorstel is
                                        ingediend, wordt eerst over dat amendement gestemd. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien op een amendement een subamendement is ingediend,
                                        wordt eerst over het subamendement gestemd en vervolgens
                                        over het amendement. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien twee of meer amendementen of subamendementen op een
                                        aanhangig voorstel zijn ingediend, bepaalt de voorzitter de
                                        volgorde waarin hierover zal worden gestemd. Daarbij geldt
                                        de regel, dat het meest verstrekkende amendement of
                                        subamendement het eerst in stemming wordt gebracht. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien aangaande een aanhangig voorstel een motie is
                                        ingediend, wordt eerst over het voorstel gestemd en
                                        vervolgens over de motie. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 32 Stemming over personen </label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Als de raad geen stemming over een persoon wenst, wordt de
                                        raad geacht een besluit te hebben genomen bij acclamatie.
                                    </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Als een raadslid een stemming over een persoon wenst, dan
                                        kan het raadslid dit ook voor de vergadering aangeven bij de
                                        voorzitter van de raad en/of de griffier. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Als een raadslid een stemming over een persoon wenst,
                                        benoemt de voorzitter 3 raadsleden tot stembureau. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Ieder raadslid dat de presentielijst heeft getekend en zich
                                        niet op grond van de Gemeentewet van stemming moet onthouden
                                        is verplicht een stembriefje in te leveren. De stembriefjes
                                        dienen identiek te zijn. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Voor ieder te benoemen persoon vindt een afzonderlijke
                                        stemming plaats. De raad kan op voorstel van de voorzitter
                                        beslissen dat bepaalde stemmingen worden samengevat op één
                                        briefje. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het stembureau onderzoekt of het aantal ingeleverde
                                        stembriefjes gelijk is aan het aantal raadsleden dat volgens
                                        het tweede lid verplicht is een stembriefje in te leveren.
                                        Wanneer de aantallen niet gelijk zijn, worden de
                                        stembriefjes vernietigd zonder deze te openen en wordt een
                                        nieuwe stemming gehouden. </al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Onder de zorg van de griffier worden de stembriefjes
                                        onmiddellijk na vaststelling van de uitslag vernietigd.
                                    </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 33 Beslissing door het lot </label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Wanneer het lot moet beslissen op grond van artikel 31 lid 3
                                        Gemeentewet, worden de namen van hen tussen wie de
                                        beslissing moet plaatshebben, door de voorzitter op
                                        afzonderlijke, geheel gelijke, briefjes geschreven. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze briefjes worden, nadat zij door het stembureau zijn
                                        gecontroleerd, op gelijkewijze gevouwen, in een stembokaal
                                        gedeponeerd en omgeschud. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Vervolgens neemt de voorzitter een van de briefjes uit de
                                        stembokaal. Degene wiens naam op dit briefje voorkomt, is
                                        gekozen. </al></lid></artikel></sub-paragraaf></paragraaf><paragraaf><kop><label>1.4 RECHTEN VAN LEDEN</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 34 Amendementen </label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Ieder raadslid kan tot het sluiten van de beraadslagingen
                                    amendementen indienen. Een amendement kan het voorstel inhouden
                                    om een geagendeerd voorstel in één of meer onderdelen te
                                    splitsen, waarover afzonderlijke besluitvorming zal
                                    plaatsvinden. Alleen beraadslaagd kan worden over amendementen
                                    die ingediend zijn door raadsleden, die de presentielijst
                                    getekend hebben en in de vergadering aanwezig zijn. </al></lid><lid><lidnr>1.</lidnr><al>2.Ieder raadslid dat in de vergadering aanwezig is, is bevoegd
                                    op het amendement dat door een raadslid is ingediend, een
                                    wijziging voor te stellen (subamendement). </al></lid><lid><lidnr>1.</lidnr><al>3.Elk (sub)amendement en elk voorstel moet om in behandeling
                                    genomen tekunnen worden schriftelijk bij de voorzitter worden
                                    ingediend, tenzij de voorzitter met het oog op het eenvoudige
                                    karakter van het voorgestelde -oordeelt, dat met een mondelinge
                                    indiening kan worden volstaan. </al></lid><lid><lidnr>1.</lidnr><al>4.Intrekking, door de indiener(s), van het (sub)amendement is
                                    mogelijk, totdat de besluitvorming door de raad heeft
                                    plaatsgevonden. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 35 Moties </label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Ieder raadslid kan ter vergadering een motie indienen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een motie moet om in behandeling genomen te kunnen worden
                                    schriftelijk bij de voorzitter worden ingediend. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De behandeling van een motie over een aanhangig onderwerp of
                                    voorstel vindt tegelijk met de beraadslaging over dat onderwerp
                                    of voorstel plaats. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De behandeling van een motie over een niet op de agenda
                                    opgenomen</al><al>onderwerp vindt plaats nadat alle op de agenda voorkomende
                                    onderwerpen zijn behandeld. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Intrekking, door de indiener(s), van de motie is mogelijk totdat
                                    de besluitvorming door de raad heeft plaatsgevonden. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 36 Voorstellen van orde </label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter, een raadslid of een buitengewoon lid kunnen
                                    tijdens de vergadering mondeling een voorstel van orde doen, dat
                                    kort kan worden toegelicht. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een voorstel van orde kan uitsluitend de orde van de vergadering
                                    betreffen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Over een voorstel van orde beslissen de aanwezigen in de
                                    vergadering of de raad terstond. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 37 Initiatiefvoorstel </label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een initiatiefvoorstel moet om in behandeling genomen te kunnen
                                    worden schriftelijk via de griffier bij de agendacommissie
                                    worden ingediend. De griffie brengt de inhoud van het voorstel
                                    zo spoedig mogelijk ter kennis van de voorzitter en de overige
                                    raadsleden, de buitengewone leden en de wethouders. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De agendacommissie beslist over het plaatsen van het voorstel op
                                    de agenda van een vergadering. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij de vaststelling van de agenda in de Besluitvorming, ongeacht
                                    of daarop een ingediend initiatiefvoorstel is geplaatst, kan op
                                    verzoek van een raadslid de behandeling van het
                                    initiatiefvoorstel in stemming worden gebracht; er wordt niet
                                    tot (aparte) behandeling overgegaan als de raad oordeelt dat: </al><al>a.het voorstel door de orde van de vergadering samen met een
                                    ander geagendeerd</al><al>voorstel of onderwerp dient te worden behandeld; </al><al>b. het voorstel eerst dient te worden behandeld in een andere
                                    vergadering;</al><al>c. het college eerst gevraagd wordt te adviseren over het
                                    voorstel. In dit geval bepaalt de raad in welke vergadering het
                                    voorstel opnieuw geagendeerd wordt. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 38 Raadsvoorstel </label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een voorstel van het college aan de raad, dat vermeld staat op
                                    de agenda van een vergadering, kan in overleg met de aanwezigen
                                    in de vergadering worden teruggenomen door of teruggegeven aan
                                    het college. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de raad oordeelt dat een voorstel als bedoeld in het
                                    eerste lid voor advies terug aan het college moet worden
                                    gezonden, bepaalt de raad in welke vergadering het voorstel
                                    opnieuw geagendeerd wordt. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 39 Interpellatie </label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het verzoek tot het houden van een interpellatie wordt ten
                                    minste 48 uur voor aanvang van de vergadering via de griffier
                                    schriftelijk bij de voorzitter ingediend, tenzij de voorzitter
                                    oordeelt dat sprake is van een spoedeisend geval. Het verzoek
                                    bevat een duidelijke omschrijving van het onderwerp waarover
                                    inlichtingen worden verlangd en de te stellen vragen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De griffier brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk
                                    ter kennis van de overige raadsleden, de burgemeester en de
                                    wethouders. Na indiening van het verzoek tot interpellatie zal
                                    bij de vaststelling van de agenda in de eerstvolgende
                                    vergadering van het Debat het verzoek in stemming worden
                                    gebracht. De raad willigt het verzoek tot het houden van een
                                    interpellatie in, indien het verzoek wordt gesteund door
                                    minimaal vier leden. De raad bepaalt op welk tijdstip tijdens de
                                    vergadering de interpellatie zal worden gehouden. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De interpellant voert niet meer dan tweemaal het woord, de
                                    overige raadsleden, de burgemeester en de wethouders niet meer
                                    dan eenmaal, tenzij de raad hen hiertoe verlof geeft. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 40 Schriftelijke vragen </label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Schriftelijke vragen worden kort en duidelijk geformuleerd. De
                                    vragen worden van een toelichting voorzien. Vragen die niet
                                    voldoen aan het hiervoor gestelde worden per omgaande aan de
                                    indiener teruggestuurd. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vragen worden bij de griffier ingediend. Deze draagt er zorg
                                    voor dat de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige
                                    raadsleden en het college of de burgemeester worden gebracht.
                                </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats
                                    nadat de vragen zijn binnengekomen en in ieder geval binnen
                                    dertig dagen. Indien beantwoording niet binnen deze termijn kan
                                    plaatsvinden, stelt het verantwoordelijk lid van het college of
                                    de burgemeester de vragensteller hiervan gemotiveerd in kennis
                                    en geeft de </al><al>termijn aan, waarbinnen beantwoording zal plaatsvinden. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De antwoorden van het college of de burgemeester worden door
                                    tussenkomst van de griffier aan de raadsleden toegezonden. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 41 Vragen en inlichtingen </label></kop><al>Het bepaalde in artikel 39 en 40 geldt als nadere regeling van de
                                artikelen 155, 169 derde lid en 180 derde lid van de Gemeentewet,
                                naast de mogelijkheden tot het stellen en behandelen van vragen en
                                het verkrijgen van inlichtingen in de vergaderingen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 42 Procedure begroting en jaarrekening </label></kop><al>Onverminderd het bepaalde in de Gemeentewet geschiedt de
                                voorbereiding, het onderzoek, de behandeling en de vaststelling van
                                de begroting, de jaarrekening en het jaarverslag en van een
                                eventueel indemniteitsbesluit volgens een procedure die de
                                agendacommissie vaststelt. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 43 Facultatief behandelprocedure vaststellen </label></kop><al>Onverminderd het bepaalde in de Gemeentewet en in dit Reglement van
                                orde kan de agendacommissie voor het behandelen van onderwerpen een
                                procedure vaststellen. </al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>1.5 LIDMAATSCHAP VAN OPENBARE LICHAMEN EN ORGANISATIES</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 44 Verslag en verantwoording </label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een raadslid, een wethouder, de burgemeester of de secretaris,
                                    die door de gemeenteraad is aangewezen tot lid van het algemeen
                                    bestuur van een openbaar lichaam of van een ander
                                    gemeenschappelijk orgaan, ingesteld op grond van de Wet
                                    gemeenschappelijke regelingen, heeft het recht verslag te doen
                                    over zaken die in het algemeen bestuur als bedoeld aan de orde
                                    zijn. Als de raad hierover een discussie wenst, kan de
                                    voorzitter hiervoor verwijzen naar een andere vergadering. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ieder raadslid kan aan een persoon als bedoeld in het eerste lid
                                    schriftelijke vragen stellen. Artikel 40 is hierop van
                                    overeenkomstige toepassing. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Wanneer een raadslid een persoon als bedoeld in het eerste lid
                                    ter</al><al>verantwoording wenst te roepen over zijn wijze van functioneren
                                    als zodanig, besluit de raad over het toestaan daarvan. Artikel
                                    41 is hierop van overeenkomstige toepassing. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op andere
                                    organisaties of</al><al>instituties, waarin de raad één van zijn leden heeft benoemd.
                                </al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>1.6 BESLOTEN VERGADERING</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 45 Algemeen </label></kop><al>Op een besloten vergadering zijn de bepalingen van dit reglement van </al><al>overeenkomstige toepassing voor zover deze bepalingen niet strijdig
                                zijn met het besloten karakter van de vergadering. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 46 Verslag </label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het verslag van een besloten vergadering wordt uitsluitend aan
                                    raadsleden en buitengewone leden ter beschikking gesteld. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Dit verslag wordt zo spoedig mogelijk in een vergadering ter
                                    vaststelling</al><al>aangeboden. Tijdens deze vergadering neemt de raad een besluit
                                    over het al dan niet openbaar maken van dit verslag. Het
                                    vastgestelde verslag wordt door de voorzitter en de griffier
                                    ondertekend. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 47 Geheimhouding </label></kop><al>Voor de afloop van de besloten vergadering beslist de raad
                                overeenkomstig artikel 25 eerste lid of 86 eerste lid van de
                                Gemeentewet of voor de inhoud van de stukken en het verhandelde
                                geheimhouding zal gelden. De raad kan besluiten de geheimhouding op
                                te heffen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 48 Opheffing geheimhouding </label></kop><al>Indien de raad op grond van artikel 25 derde en vierde lid, artikel
                                55 tweede en derde lid of artikel 86 tweede en derde lid van de
                                Gemeentewet voornemens is de geheimhouding op te heffen wordt,
                                indien daarom wordt verzocht door het orgaan dat geheimhouding heeft
                                opgelegd, in een besloten vergadering met het desbetreffende orgaan
                                overleg gevoerd. </al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>1.7 TOEHOORDERS EN PERS</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 49 Toehoorders en pers </label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De toehoorders en vertegenwoordigers van de pers kunnen
                                    uitsluitend op de voor hen bestemde plaatsen openbare
                                    vergaderingen bijwonen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het geven van tekenen van goed-of afkeuring of het op andere
                                    wijze verstoren van de orde is verboden. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 50 Geluid-en beeldregistraties </label></kop><al>Degenen die in de vergaderzaal tijdens een openbare raadsvergadering
                                geluid-dan wel beeldregistraties willen maken doen hiervan
                                mededeling aan de voorzitter en gedragen zich naar zijn
                                aanwijzingen. Deze aanwijzingen kunnen niet zover gaan dat zij de
                                vrijheid van pers aantasten. </al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>1.8 HOORCOMMISSIE</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 51 Hoorcommissie; doel </label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad stelt een permanente hoorcommissie in, die op diverse
                                    beleidsterreinen kan worden ingezet, waaronder in ieder geval
                                    dat van de ruimtelijke ordening. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Als een hoorcommissie werkzaam is bij de voorbereiding op de
                                    besluitvorming over een bestemmingsplan, zoals omschreven in de
                                    Wet ruimtelijke ordening, stelt hij degenen die tijdig
                                    zienswijzen kenbaar hebben gemaakt bij de raad in de gelegenheid
                                    vóór het besluit tot vaststelling van een bestemmingsplan de
                                    zienswijzen mondeling toe te lichten. Voor overige
                                    beleidsterreinen en onderwerpen gelden overeenkomstige
                                    bepalingen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De werkzaamheden van een hoorcommissie zijn inhoudelijk van aard
                                    en monden uit in een schriftelijk advies aan de raad, waarin
                                    wordt vermeld welke zienswijzen zijn binnengekomen, welke
                                    zienswijzen ontvankelijk zijn, een samenvatting van de
                                    ontvankelijke zienswijzen, een weergave van de hoorzitting(en),
                                    een advies over de zienswijzen en een eventueel voorstel tot
                                    aanpassing van het ontwerpbesluit. Van deze opzet kan,
                                    afhankelijk van het beleidsterrein en het onderwerp, worden
                                    afgeweken. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Een hoorcommissie kan zich laten bijstaan door een
                                    onafhankelijke deskundige.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 52 Samenstelling en werkwijze </label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op voordracht van een fractie kan de raad per fractie maximaal
                                    één raadslid voor de hoorcommissie benoemen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De omvang en samenstelling van de hoorcommissie wordt per te
                                    behandelen onderwerp vastgesteld en bestaat uit minimaal drie
                                    leden. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De hoorcommissie, in de omvang als bepaald in het tweede lid van
                                    dit artikel, kiest uit zijn midden een voorzitter. De voorzitter
                                    neemt deel aan de beraadslaging en aan de advisering. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De hoorcommissie, in de omvang als bepaald in het tweede lid van
                                    dit artikel, bepaalt de werkwijze en de wijze waarop invulling
                                    wordt gegeven aan rapportering en openbaarheid. </al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>1.9 SLOTBEPALINGEN</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 53 Uitleg reglement </label></kop><al>In de gevallen waarin dit reglement niet voorziet of bij twijfel
                                over de toepassing van het reglement beslist de raad op voorstel van
                                de voorzitter. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 54 Inwerkingtreding en citeertitel </label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het “Reglement van Orde 2006” vastgesteld bij raadsbesluit van
                                    25 april 2006 wordt ingetrokken met ingang van de in het derde
                                    lid genoemde datum. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De “Verordening op de raadscommissies 2009” vastgesteld bij
                                    raadsbesluit van 21 april 2009 wordt ingetrokken met ingang van
                                    de in het derde lid genoemde datum. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Dit reglement treedt in werking op 6 mei 2011.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Dit reglement wordt aangehaald als “Reglement van Orde
                                    2011”.</al></lid></artikel></paragraaf></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 26 april 2011 </ondertekening><ondertekening>De griffier, De voorzitter, </ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label>2 TOELICHTING OP DE VERORDENING </label></kop><divisie><kop><label>2.1 ALGEMEEN</label></kop><al>Voor het overgaan op een nieuwe wijze van vergaderen is een nieuw Reglement
                        van Orde 2011 opgesteld. Het Reglement van Orde 2006 en de Verordening op de
                        raadscommissies 2009 zijn samengevoegd en aangepast aan de nieuwe
                        vergaderwijze. De artikelen zijn daar waar nodig opnieuw genummerd en ook
                        taalkundig aangepast. </al><al>In plaats van één raadsvergadering en drie commissievergaderingen per maand
                        zijn de vergaderingen verdeeld in vier onderdelen: Informatiebijeenkomst,
                        Ronde Tafel, Debat en Besluitvorming. De begrippen zijn in het eerste
                        artikel uitgelegd. </al><al/><al>Informatiebijeenkomst </al><al>Tijdens de Informatiebijeenkomst vindt uitwisseling van informatie plaats
                        over geagendeerde onderwerpen tussen raadsleden, buitengewone leden, het
                        college, de ambtelijke organisatie, burgers of instellingen/organisaties. In
                        de Informatiebijeenkomst kunnen raadsleden en buitengewone leden technische
                        vragen stellen. Het doel van de Informatiebijeenkomst is dat de raad alle
                        informatie krijgt die hij nodig heeft om zijn taken goed uit te voeren en
                        besluiten te kunnen nemen. Het is niet de bedoeling een politieke discussie
                        te houden in de Informatiebijeenkomst. </al><al/><al>Debat en Besluitvorming </al><al>De plaats voor een politieke discussie is het Debat. Het Debat wordt
                        afgesloten met een conclusie, die informatie geeft over de behandeling van
                        het voorstel in de Besluitvorming. </al><al>Aansluitend daarop neemt de raad zijn besluiten in de Besluitvorming. </al><al>Dit betekent dat de raad na het debat over een voorstel meteen aansluitend
                        een besluit over hetzelfde voorstel kan nemen. </al><al>Dit is een versnelling in vergelijking met de vergaderstructuur van
                        commissies en raad, waar altijd twee weken tijd zat voordat een besluit kon
                        worden genomen. Doel van de nieuwe vergaderwijze is dan ook onder andere om
                        de snelheid van de besluitvorming te vergroten. </al><al/><al>Ronde Tafel </al><al>De Ronde Tafel is bedoeld om de raadsleden en buitengewone leden meer </al><al>mogelijkheden te bieden om dieper in te gaan op een onderwerp of thema,
                        zonder dat daar direct een stuk ter besluitvorming voorligt. Hier kunnen
                        anderen ook aan deelnemen of voor worden uitgenodigd. Het doel van de Ronde
                        Tafel is onder andere om de betrokkenheid van burgers te vergroten. </al><al>In de Gemeentewet wordt onderscheid gemaakt tussen raadscommissies, </al><al>bestuurscommissies en andere commissies (respectievelijk de artikelen 82, 83
                        en 84 van de Gemeentewet). Raadscommissies bereiden de besluitvorming in de
                        raad voor en voeren overleg met het college en de burgemeester.
                        Bestuurscommissies zijn commissies waaraan bevoegdheden van de raad, het
                        college of de burgemeester worden overgedragen. Andere commissies kunnen
                        alle mogelijke denkbare taken hebben. Gedacht kan worden aan
                        adviescommissies, themacommissies, ad hoc commissies etc. </al><al>De Gemeentewet kent geen verplichting tot het instellen van raadscommissies. </al><al/><al>De instelling van commissies geschiedt veelal bij verordening, waarin de
                        taken, bevoegdheden, samenstelling en werkwijze van de commissies worden
                        vastgelegd. De in de verordening bedoelde Informatiebijeenkomst is een
                        raadscommissie als bedoeld in artikel 82 van de Gemeentewet. De in de
                        verordening bedoelde Ronde Tafel is een andere commissie als bedoeld in
                        artikel 84 van de Gemeentewet. Tussen beide commissies zijn twee essentiële
                        verschillen. Van een raadscommissie kan alleen een raadslid voorzitter zijn.
                        Voor een raadscommissie geldt het verschoningsrecht van artikel 22 van de
                        Gemeentewet. Voor een andere commissie geldt het vereiste van een raadslid
                        als voorzitter en het verschoningsrecht niet. </al><al>Het is de bedoeling dat de nieuwe vergaderstructuur en de keuzes die
                        hiervoor zijn gemaakt of noodzakelijkerwijs hieruit voortvloeien zullen
                        leiden tot: </al><al>-snellere besluitvorming, omdat besluitvorming iedere twee weken
                        plaatsvindt</al><al>in plaats van één keer in de maand; </al><al>-meer mogelijkheid voor onderlinge discussie door het ontbreken van</al><al>spreektermijnen; </al><al>-minder herhaling van discussies;</al><al>- kostenbesparing door een andere wijze van verslaglegging;</al><al>- het bieden van een openbaar podium voor informatieve of technische vragen; </al><al>- meer ruimte voor inbreng van burgers.</al></divisie></nota-toelichting><nota-toelichting><kop><label>2 ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING</label></kop><divisie><kop><label>Artikel 1 Begripsomschrijvingen </label></kop><al>De omschrijving van de termen amendement en initiatiefvoorstel luiden
                        hetzelfde als in de artikelen 147a en 147b van de Gemeentewet. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel 2 De voorzitter </label></kop><al>De burgemeester is voorzitter van de raad. Artikel 125 tweede lid van de
                        Grondwet en artikel 9 van de Gemeentewet schrijven dit dwingend voor. In
                        artikel 77 eerste lid is bepaald dat het langstzittende raadslid het
                        raadsvoorzitterschap waarneemt bij verhindering of ontstentenis van de
                        burgemeester. Als twee raadsleden even lang zitting hebben, is de oudste in
                        jaren degene die het raadsvoorzitterschap waarneemt. Daarnaast heeft de raad
                        altijd de mogelijkheid zelf te kiezen voor een andere waarnemer. De
                        burgemeester heeft het recht op grond van artikel 21 van de Gemeentewet in
                        de vergadering aan de beraadslaging deel te nemen. Als voorzitter </al><al>zorgt hij onder andere voor de handhaving van de orde in de vergadering.
                        Voor de overige vergaderingen kan de raad zelf bepalen hoe het
                        voorzitterschap wordt ingevuld. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel 3 De griffier </label></kop><al>De raad is verplicht een griffier te benoemen (artikel 100 en 107
                        Gemeentewet). De griffier is in eerste instantie verantwoordelijk voor de
                        bijstand aan de raad. Hij is in principe in elke vergadering van de raad
                        aanwezig. De Gemeentewet eist dat de raad de vervanging van de griffier
                        regelt (artikel 107d eerste lid). In het tweede lid is daarover een bepaling
                        opgenomen. In verband met artikel 22 Gemeentewet (verschoningsrecht) is in
                        het derde lid een bepaling opgenomen voor het deelnemen van de griffier aan
                        de beraadslaging. Rechtspositionele bepalingen over de beëdiging, woonplaats
                        etcetera zijn niet in dit reglement opgenomen, aangezien dat </al><al>beter geregeld kan worden in de ambtsinstructie voor de griffier, die de
                        raad vaststelt. In de instructie voor de griffier zijn de taken van de
                        griffier uitgewerkt. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel 4 De secretaris </label></kop><al>De secretaris houdt zich voornamelijk bezig met de ondersteuning van het
                        college en het leiden van de ambtelijke organisatie. Voor die twee taken kan
                        het wenselijk zijn dat de secretaris deelneemt aan de beraadslagingen van de
                        raad. De secretaris wordt echter benoemd en ontslagen door het college. Dit
                        houdt in dat de raad de secretaris niet kan dwingen om in de raad aanwezig
                        te zijn. De raad zal het college moeten verzoeken of het college de
                        secretaris opdraagt in de vergadering aanwezig te zijn om aan de
                        beraadslagingen deel te nemen. Zo kan de raad onder meer een </al><al>beroep doen op kennis en informatie, die de secretaris bezit of kan de
                        secretaris bijvoorbeeld deelnemen aan een discussie over het functioneren
                        van de ambtelijke organisatie. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel 5 Het presidium </label></kop><al>Het presidium heeft in het reglement voornamelijk de rol om interne en </al><al>vertrouwelijke aangelegenheden te bespreken. De procedurele rol (vaststellen
                        voorlopige agenda, uitnodigen externen, wijzigen vergadermomenten e.d.)
                        wordt overgelaten aan de agendacommissie. </al><al>De griffier (of zijn vervanger) is in elke vergadering van het presidium
                        aanwezig, omdat de griffier voor de ondersteuning van de raad zorgt. De
                        aanwezigheid van de secretaris kan gewenst zijn, omdat de secretaris
                        aandacht moet kunnen vragen voor of een toelichting kan geven op
                        onderwerpen. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel 6 De agendacommissie </label></kop><al>De bepaling in het reglement van orde regelt de instelling, samenstelling en
                        taak van de agendacommissie. De agendacommissie vervult een belangrijke
                        (coördinerende) rol bij de agendering van zaken. De agendacommissie stelt de
                        agenda’s van de vergaderingen voorlopig vast. De definitieve vaststelling
                        van de agenda van de vergaderingen geschiedt bij de aanvang van de
                        vergadering. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel 7 Overleg </label></kop><al>In artikel 7 is voorzien in een overleg tussen presidium en agendacommissie.
                        Richtlijn kan zijn om twee maal per jaar gezamenlijk te vergaderen, maar dit
                        is niet verplicht. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel 8 Onderzoek geloofsbrieven; beëdiging; benoeming wethouders </label></kop><al>Met de geloofsbrief geeft de voorzitter van het centraal stembureau de
                        benoemde kennis van zijn benoeming (artikel V1 Kieswet). Voor dit
                        benoemingsbesluit is bij ministeriële regeling een model vastgesteld. De
                        benoemde geeft schriftelijk aan of hij de benoeming aanneemt (artikel V2
                        Kieswet). Tegelijk met de mededeling dat hij zijn benoeming aanneemt worden
                        aan de raad stukken overlegd waaruit blijkt dat de benoemde voldoet aan de
                        eisen om als raadslid toegelaten te worden. Dit omvat de </al><al>volgende stukken: een ondertekende verklaring met de openbare betrekkingen
                        die hij bekleedt, een uittrekstel uit de Gemeentelijke Basis Administratie
                        (GBA) met zijn woonplaats, geboorteplaats en -datum, en (indien
                        niet-Nederlander) stukken waaruit blijkt dat hij voldoet aan de vereisten
                        van artikel 10 lid 2 Gemeentewet (artikel V3 Kieswet). De Kieswet eist in
                        artikel V4 niet dat het onderzoek van de geloofsbrieven in een openbare
                        vergadering moet gebeuren. Het kan ook voorafgaand aan een </al><al>vergadering. De Kieswet bepaalt dat de wijze van onderzoek geregeld wordt in
                        het Reglement van Orde. Bij het onderzoek zal ook de gedragscode (artikel 15
                        derde lid Gemeentewet) betrokken worden. In deze code zijn onder meer
                        bepalingen opgenomen over al dan niet toegestane nevenfuncties. De commissie
                        die de geloofsbrieven onderzoekt, brengt verslag uit. Dit kan zowel
                        mondeling als schriftelijk. </al><al/><al>De formulering van het eerste lid benadrukt dat de raad en niet de
                        voorzitter een commissie instelt, die het zogenaamde geloofsbrievenonderzoek
                        verricht nadat de voorzitter van het centraal stembureau nieuwe leden heeft
                        benoemd. Het onderzoek van de geloofsbrief strekt zich niet uit tot de
                        geldigheid van de kandidatenlijsten en </al><al>van de lijstverbindingen. </al><al>Ingevolge artikel V4 van de Kieswet beslist de raad over de toelating van
                        zijn leden. </al><al>Deze beslissing wordt gebaseerd op het resultaat van het onderzoek van de </al><al>geloofsbrieven. Daarbij is er een verschil in de procedure bij de
                        samenstelling van een nieuwe raad of bij de vervulling van een tussentijdse
                        vacature. Na een raadsverkiezing kunnen de raadsleden in de eerste
                        vergadering van de raad in nieuwe samenstelling de eed of verklaring en
                        belofte afleggen. De voorzitter zal hen hiervoor oproepen. Bij tussentijdse
                        vacaturevervulling kan de eed of verklaring en belofte aansluitend aan de
                        beslissing van de raad over de toelating van het betrokken raadslid
                        plaatsvinden. De tekst van de eed of verklaring en belofte die een raadslid
                        bij het aanvaarden van het raadslidmaatschap moet afleggen, is in artikel 14
                        van de Gemeentewet vastgelegd. </al><al>Het vijfde lid geeft invulling aan een leemte in de Gemeentewet. Uit de
                        Kieswet vloeit het geloofsbrieven onderzoek van raadsleden voort. Aangezien
                        de wethouder geen gekozen volksvertegenwoordiger is, is hierover niets in de
                        Kieswet geregeld. De Gemeentewet geeft wel aan welke formele eisen gesteld
                        worden aan een wethouder maar niet op welk moment deze getoetst worden. De
                        formele eisen voor het wethouderschap zijn grotendeels vergelijkbaar met de
                        vereisten voor het raadlidmaatschap (Gemeentewet artikelen 36a, 36b, 41b en
                        41c). Het ligt voor de hand om voor het benoemen van wethouders ook een
                        commissie voor het </al><al>onderzoek naar de geloofsbrieven in te stellen. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel 9 Fracties </label></kop><al>In een aantal gevallen blijkt behoefte te bestaan aan een regeling van wat
                        onder een fractie moet worden verstaan. De Gemeentewet kent een dergelijk
                        begrip niet maar gaat onder andere in artikel 33 tweede lid wel uit van het
                        bestaan van in de raad vertegenwoordigde groeperingen (recht op
                        fractieondersteuning). In veel gemeenten bestaan regelingen voor
                        vergoedingen aan fracties, faciliteiten voor fracties, fractieassistentie,
                        etc. In deze nadere regelingen kan worden aangesloten bij het in dit
                        reglement opgenomen fractiebegrip. </al><al/><al>Bij de aanvang van de eerste zitting van de nieuwe raad na de verkiezingen,
                        worden de leden die op dezelfde lijst hebben gestaan, als één fractie
                        beschouwd. De fractie gebruikt in de vergadering van de raad de aanduiding
                        die zij boven de kandidatenlijst hadden staan. Op deze wijze is de relatie
                        tussen de fractie in de raad en de fractie op de kandidatenlijst voor de
                        burger duidelijk. Het kan echter voorkomen dat een fractie geen aanduiding
                        boven de kandidatenlijst heeft staan. In een dergelijk geval deelt de
                        fractie in de eerste vergadering de aanduiding mee. </al><al>In de loop van een zittingsperiode kan het voorkomen dat raadsleden de raad
                        verlaten. Dan vindt een verandering in de samenstelling van de fractie
                        plaats. Als dit het geval is, deelt de fractie dit aan de voorzitter mee.
                        Het is ook mogelijk dat een raadslid zijn lidmaatschap niet opzegt maar uit
                        een fractie stapt. Hij kan als zelfstandige fractie verdergaan of zich
                        aansluiten bij een bestaande fractie. Uitgangspunt van ons kiesstelsel is
                        dat volksvertegenwoordigers op persoonlijke titel worden verkozen (een
                        kandidaat wordt door de voorzitter van het stembureau benoemd). De Kieswet
                        gaat niet uit van politieke partijen, een zetel 'hoort' dan ook </al><al>niet bij een partij maar is verbonden aan de volksvertegenwoordiger die
                        daardoor ook de mogelijkheid heeft om tussentijds van fractie te veranderen
                        of zelfstandig verder te gaan. Ook kan een fractie besluiten om haar naam te
                        veranderen. Dit staat de fractie vrij om te doen. Door deze bepalingen heeft
                        de raad geen zeggenschap over wijzigingen in de samenstelling, fusies en
                        splitsingen van fracties en de naamvoering. De raad kan hier dus geen
                        besluit over nemen. Een mededeling aan de voorzitter van de raad is
                        voldoende. De raad is gehouden met ingang van de eerstvolgende vergadering
                        nadat hiervan mededeling is gedaan rekening te houden met de nieuwe
                        situatie. </al><al>Gevolg van fractieafsplitsing en het ontstaan van een nieuwe fractie is dat
                        de nieuwe fractie een buitengewoon lid kan voordragen, de fractievoorzitter
                        lid wordt van het presidium en de fractie recht heeft op
                        fractieondersteuning etc. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel 10 Buitengewone leden </label></kop><al>Buitengewone leden kunnen alleen door de fracties worden voorgedragen. Zij
                        ondersteunen de raadsleden en kunnen deelnemen aan de vergaderingen
                        Informatiebijeenkomst en Ronde Tafel. Aan de vergaderingen Debat en
                        Besluitvorming kunnen alleen raadsleden deelnemen. </al><al>Aanvankelijk was het benoemen van buitengewone leden bedoeld om de </al><al>eenmansfracties te ontlasten. Ook wordt het gebruikt worden om fractieleden
                        kennis te laten maken met het werk van raadsleden. In dit geval worden dan
                        fractieleden voorgedragen die zelf raadslid willen worden. Door
                        ex-raadsleden voor te dragen als buitengewoon lid, kan de door hen opgedane
                        kennis en ervaring door de fractie nog langer worden benut. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel 11 Vergaderfrequentie en voorzitter </label></kop><al>Ingevolge artikel 17 van de Gemeentewet vergadert de raad zo vaak hij
                        daartoe heeft besloten en voorts indien de burgemeester het nodig oordeelt
                        of indien ten minste een vijfde van het aantal leden van de raad
                        schriftelijk met opgave van redenen daarom vraagt. </al><al>In het derde en vierde lid is expliciet aangegeven wie de rol van voorzitter
                        vervult in de verschillende vergaderingen om verwarring te voorkomen. In de
                        begripsomschrijvingen is wel duidelijk aangegeven wie de voorzitters zijn,
                        maar niet in welke vergadering zij hun rol van voorzitter vervullen. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel 12 Oproep </label></kop><al>In artikel 19 eerste lid van de Gemeentewet is bepaald dat de burgemeester
                        de leden van de raad schriftelijk uitnodigt voor de vergadering. Door de Wet </al><al>elektronisch bestuurlijk verkeer valt onder “schriftelijk” ook
                        “elektronisch”. De oproep mag dus ook per email (of op andere elektronische
                        wijze) worden verstuurd. Het eerste lid bepaalt dat de voorzitter ten minste
                        zeven dagen vóór een vergadering de leden een schriftelijke oproep stuurt,
                        waarin de vergadering wordt aangekondigd. Deze termijn is gewijzigd van tien
                        naar zeven dagen. Op de stukken waar geheimhouding op rust wordt melding
                        hiervan gemaakt op de stukken. Uiteraard is het mogelijk om de oproep en de
                        stukken uitsluitend per e-mail te versturen als het presidium dit wenst. In
                        de praktijk gebeurt digitale verzending al voor summiere aanvullende
                        vergaderstukken. Voor spoedeisende gevallen is de mogelijkheid in lid 3
                        opgenomen voor een extra vergadering, waarbij kan worden afgeweken van de
                        termijn van 7 dagen. Wel is bepaald dat de oproep voor deze extra
                        vergadering ten minste 48 uur voorafgaand aan de extra vergadering wordt
                        verstuurd. Mocht deze termijn geen recht doen aan de praktijk, omdat een
                        situatie zou noodzaken tot het terstond houden van een extra </al><al>vergadering, dan kan worden teruggevallen op artikel 17 van de Gemeentewet. </al><al>Het bepaalde in de verordening is om te bewaken dat burgers in de
                        gelegenheid worden gesteld kennis te nemen van een extra vergadering en dat
                        sprake is van enige voorbereidingstijd. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel 13 Agenda </label></kop><al>De agendacommissie stelt de voorlopige agenda vast (artikel 6). Het
                        versturen van de agenda en stukken is geregeld in artikel 12. Bij
                        belangrijke zaken die geen uitstel dulden, kan de voorzitter na het
                        verzenden van de oproep zo nodig een aanvullende agenda en stukken
                        rondsturen. Dit kan echter niet tot op het laatste moment, maar </al><al>tot uiterlijk twee dagen voor de aanvang van de vergadering. </al><al>Het tweede lid heeft tot doel om de raad een actievere rol te geven in de
                        opstelling van de agenda. Individuele raadsleden kunnen bij aanvang van de
                        vergadering een voorstel doen om onderwerpen aan de agenda toe te voegen of
                        van de agenda af te voeren. Het moet dan wel gaan om onderwerpen die zonder
                        voorbereiding kunnen worden besproken, anders heeft het toevoegen van een
                        onderwerp geen zin. Het derde lid vloeit voort uit de verplichting van het
                        college om de raad van voldoende informatie te voorzien. Als de raad niet
                        voldoende op de hoogte is van de inhoud en strekking van een onderwerp, is
                        het niet gewenst dat de raad zich over dit </al><al>onderwerp uitspreekt. In een dergelijk geval heeft de raad de mogelijkheid
                        de bespreking van het onderwerp uit te stellen en/of aan het college nadere
                        inlichtingen of advies te vragen. Voorstellen aan de raad kunnen van diverse
                        actoren afkomstig zijn. In de eerste plaats zijn dit het college en de
                        burgemeester. Daarnaast kunnen raadsleden initiatiefvoorstellen indienen.
                    </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel 14 Informatiebijeenkomst en Ronde Tafel </label></kop><al>Dit artikel geeft duidelijkheid over de inhoud van de vergaderingen </al><al>Informatiebijeenkomst en Ronde Tafel met als doel verwarring te voorkomen
                        over wat wel en niet in de vergaderingen kan worden besproken. </al><al>Voorheen was de commissie Planning &amp; Control de gesprekspartner van de </al><al>rekenkamer en de accountant. In lid 2 is geregeld dat de vergadering van de
                        Ronde Tafel de mogelijk biedt om met de accountant en rekenkamer in gesprek
                        te gaan. </al><al>Lid 3 maakt het mogelijk om voor de Ronde Tafel een externe te laten
                        voorzitten als dat beter past bij de behandeling van het geagendeerde
                        onderwerp. </al><al>Lid 4 regelt de maximale aanwezigheid van raadsleden en buitengewone leden
                        in de Informatiebijeenkomst en Ronde Tafel. Dit is overeenkomstig de
                        regeling die ook gold voor de raadscommissies Raadszaken, Planning &amp;
                        Control en Projecten &amp; Thema’s en om praktische redenen bepaald door de
                        beschikbare ruimte voor het aantal aanwezigen. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel 15 Inbreng onderwerpen door derden </label></kop><al>Voor het stimuleren van burgerbetrokkenheid wordt de gelegenheid geboden dat
                        derden eigen onderwerpen inbrengen. In dit artikel is de noodzakelijk
                        structuur aangebracht. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel 16 Ter beschikking stellen van stukken </label></kop><al>In dit artikel gaat het niet alleen om geheime stukken, maar ook om de
                        zogenaamde 'achterliggende' stukken waarvan vaak in de raadsvoorstellen
                        melding wordt gemaakt (ambtelijke adviezen, toelichtende nota's, etc.). </al><al>Een agendapunt kan betrekking hebben op een grote hoeveelheid verschillende
                        stukken. Omdat raadsleden zich bezighouden met een groot aantal
                        verschillende onderwerpen en voorstellen, is het in de meeste gevallen niet
                        wenselijk dat raadsleden alle onderliggende stukken krijgen toegezonden.
                        Uiteraard dienen alle raadsleden en andere geïnteresseerden de mogelijkheid
                        te hebben om alle stukken desgewenst in te zien. Hiervoor hebben ze wel
                        voldoende tijd nodig. Daarom worden alle stukken gelijktijdig met het
                        verzenden van de schriftelijke oproep ter beschikking gesteld. </al><al>Voorheen was bepaald dat stukken ‘ter inzage worden gelegd’, maar door de
                        mogelijkheden om stukken digitaal aan te bieden, wordt nu gesproken over
                        ‘ter beschikking gesteld’. Afhankelijk van de beschikbaarheid kan het ter
                        beschikking stellen van de stukken in de praktijk fysiek en/of digitaal
                        zijn. Een verplichting om stukken fysiek ter inzage te leggen wordt
                        overbodig geacht, nu de raad kan beschikken over een eigen digitaal te
                        raadplegen systeem en de vergaderstukken al gedurende lange tijd op de
                        gemeentelijke website worden geplaatst. Een stuk is een 'document' in de zin
                        van de Wet openbaarheid van bestuur (WOB). </al><al>Een document houdt in: een bij een bestuursorgaan berustend schriftelijk
                        stuk of ander materiaal dat gegevens bevat. Onder documenten vallen niet
                        alleen de door de overheidsorganen gecreëerde stukken of ander materiaal.
                        Ook alle van buiten komende stukken en ander voor overheidsorganen bestemd
                        materiaal zoals agenda's, notulen, (concept)adviezen en magneetbanden
                        verkrijgen de status van document in de zin van de WOB. </al><al>Een raadslid of buitengewoon lid mag een origineel (ondertekend) fysiek stuk
                        niet mee naar huis nemen, omdat anderen dan niet meer de mogelijkheid hebben
                        om het document in te zien. Hiervan mag wel een kopie worden gemaakt. Van
                        digitaal ter beschikking gesteld stukken mag eveneens een uitdraai worden
                        gemaakt. </al><al>De griffie(r) vervult de secretariaatsfunctie voor de raad. Stukken die
                        geheim moeten blijven worden afzonderlijk voor raadsleden en buitengewone
                        leden ter beschikking gesteld. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel 17 Openbare kennisgeving </label></kop><al>Met dit artikel wordt invulling gegeven aan het voorschrift van artikel 19
                        tweede lid van de Gemeentewet. Voor de publicatie is aangesloten bij artikel
                        3:12 van de Algemene wet bestuursrecht. Ook worden de stukken op het
                        internet geplaatst. Elke gemeente beschikt over een website. Dit is echter
                        niet verplicht op grond van de Gemeentewet. In het reglement van orde wordt
                        expliciet vastgelegd dat in dag-, nieuws-of huis-aan-huisbladen de
                        aankondiging van de vergadering van de raad wordt geplaatst. Het is niet
                        verstandig om de naam van een blad op te nemen, </al><al>aangezien het reglement van orde dan bij wijziging van de naam van het blad
                        steeds opnieuw moet worden aangepast. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel 18 Presentielijst </label></kop><al>De verplichting tot het hebben van een presentielijst vloeit voort uit
                        artikel 20 Gemeentewet. In dit artikel wordt de procedure vastgelegd. De
                        handtekeningen op de presentielijst zijn bedoeld om formeel vast te stellen,
                        dat het vergaderquorum aanwezig is. De lijst kan niet dienen om het
                        stemquorum vast te stellen; daarvoor geldt artikel 29 van de Gemeentewet. </al><al>De griffier geeft de ambtelijke ondersteuning die de raad nodig heeft.
                        Daarom stelt hij samen met de voorzitter de presentielijst vast en
                        ondertekent deze. Deze ondertekening dient te waarborgen dat de lijst
                        volledig is en het quorum aanwezig was. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel 19 Zitplaatsen </label></kop><al>De griffier is overeenkomstig artikel 3 in de vergaderingen van Debat en </al><al>Besluitvorming aanwezig en heeft daarom een eigen zitplaats. De voorzitter
                        kan na overleg in het presidium de indeling herzien, indien daartoe
                        aanleiding bestaat. Ook andere personen kunnen uitgenodigd worden om in de
                        vergadering aanwezig te zijn. De voorzitter is de aangewezen persoon om voor
                        een zitplaats te zorgen. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel 20 Opening vergadering; quorum </label></kop><al>De vergadering kan beginnen, indien meer dan de helft van het aantal zitting
                        hebbende raadsleden aanwezig is en de presentielijst heeft getekend. Artikel
                        20 van de Gemeentewet voorziet in een procedure voor een tweede vergadering
                        indien het vereiste aantal leden niet op komt dagen. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel 21 Primus bij hoofdelijke stemming </label></kop><al>Praktisch gezien verdient het aanbeveling de volgorde van stemmen te bepalen
                        aan het begin van de vergadering; deze volgorde geldt dan voor de hele
                        vergadering, ook na een eventuele schorsing. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel 22 Verslag en besluitenlijst </label></kop><al>Dit artikel regelt de verslagleggende taak van de griffier en de wijze
                        waarop het verslag wordt vastgesteld. Het maken van een verslag is niet
                        verplicht. In de Gemeentewet wordt alleen gesproken over de verplichting om
                        een besluitenlijst openbaar te maken (artikel 23 vijfde lid Gemeentewet). </al><al>Tijdens de informatiebijeenkomst kunnen technische vragen worden gesteld en
                        informatie worden uitgewisseld. Een audio verslag wordt hiervoor voldoende
                        geacht, vanuit praktisch en financieel oogpunt. Voor het Debat en
                        Besluitvorming wordt wel gekozen voor een schriftelijk samenvattend verslag,
                        omdat tijdens die vergaderingen duidelijk de politieke meningen en
                        tegenstellingen naar voren komen. Het conceptverslag wordt gelijk met de
                        schriftelijke oproep verstuurd aan de raadsleden en overige personen die het
                        woord gevoerd hebben. Een voorstel tot verandering dient voorafgaand aan de
                        vergadering schriftelijk te worden ingediend. In de praktijk is het vaak ook
                        nog mogelijk om wijzigingen in de vergadering door te </al><al>geven voordat het wordt vastgesteld. In het reglement is gekozen voor een </al><al>werkwijze om het voor de griffie(r) zo praktisch mogelijk te regelen en
                        vergadertijd te verminderen. </al><al>Het is aan de raad om te beslissen of een voorgestelde wijziging of
                        aanvulling geaccepteerd wordt. Een afwijzing van een dergelijk voorstel is
                        niet vatbaar voor beroep (aldus de Afdeling Rechtspraak van de Raad van
                        State). </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel 23 Ingekomen stukken </label></kop><al>Over de aan de raad gerichte ingekomen stukken worden alleen voorstellen
                        gedaan en besluiten genomen van procedurele aard: bijvoorbeeld ter
                        kennisneming, steunen, afwijzen, in behandeling nemen, doorsturen naar een
                        andere vergadering, doorsturen naar het college etc. Inhoudelijke discussie
                        over de stukken kan de voorzitter buiten de orde verklaren. Wanneer een
                        ingekomen stuk leidt tot inhoudelijke discussie en besluitvorming, dient dit
                        op de gebruikelijke wijze te worden voorbereid. De schriftelijke
                        mededelingen of beantwoording van vragen van </al><al>het college aan de raad zijn ook een ingekomen stuk. </al><al>Uit praktische overwegingen stelt de raad op voorstel van de voorzitter en
                        de griffier de wijze van afdoening van de ingekomen stukken vast. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel 24 Spreekrecht burgers en spreektijd </label></kop><al>Inspreken door burgers is alleen mogelijk tijdens de vergaderingen </al><al>Informatiebijeenkomst en Ronde Tafel. Vooraf is geen tijdslimiet bepaald om
                        de discussie onderling niet vooraf al te belemmeren. De voorzitter kan voor
                        zijn taak tot het handhaven van de orde tijdens de vergadering wel
                        voorstellen spreektijd of spreektermijnen in te stellen. Burgers kunnen ook
                        inspreken over niet geagendeerde onderwerpen. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel 25 Handhaving orde; schorsing </label></kop><al>Om te bevorderen dat leden van de raad zich niet belemmerd voelen om hun
                        mening te uiten, is in artikel 22 Gemeentewet bepaald dat zij niet in rechte
                        te vervolgd kunnen worden, aan te spreken zijn of verplicht zijn getuigenis
                        af te leggen over hetgeen zij in de vergadering zeggen of schriftelijk
                        overleggen. </al><al/><al>De bevoegdheid die in het eerste lid aan de voorzitter wordt gegeven om een
                        spreker over een aanhangig onderwerp het woord te ontzeggen, gaat minder ver
                        dan de mogelijkheid die artikel 26 derde lid van de Gemeentewet biedt om aan
                        een raadslid of buitengewoon lid, dat door zijn gedragingen de geregelde
                        gang van zaken belemmert, de toegang tot de vergadering te ontzeggen. De
                        laatstgenoemde bevoegdheid van de voorzitter blijft echter onverlet. Artikel
                        24 is slechts een aanvulling op de Gemeentewet. Een besluit van de
                        voorzitter om iemand het woord </al><al>te ontnemen is een op feitelijk handelen gerichte beslissing met een intern
                        karakter. Dit is geen besluit in de zin van artikel 1:3 Algemene wet
                        bestuursrecht. (JB 9 (2002) 138). Voor de handhaving van de orde op de
                        publieke tribune wordt verwezen naar artikel 49 lid 2 van dit reglement.
                    </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel 26 Beraadslaging </label></kop><al>Om de vergaderduur niet te zeer te verlengen wordt over een voorstel dat in
                        onderdelen of artikelen is verdeeld, in principe in zijn geheel
                        beraadslaagd. In het eerste lid is een uitzonderingsmogelijkheid opgenomen.
                        Door de toevoeging 'of een raadslid' wordt ook raadsleden het recht
                        toegekend om voor te stellen een voorstel gesplitst te behandelen. Dit
                        brengt tot uitdrukking dat de raad zijn eigen werkwijze bepaalt. Het recht
                        is aan ieder individueel raadslid toegekend. Dit past in het streven naar
                        dualisering, aangezien dualisering versterking van de vertegenwoordigende en
                        daarmee agenderende rol van de raad veronderstelt. Hiervoor dienen ook
                        individuele raadsleden en kleine fracties over adequate instrumenten te
                        beschikken. </al><al>In het tweede lid wordt onder meer gesproken over het college dat de
                        mogelijkheid krijgt tot nader beraad. Dit is uiteraard alleen het geval
                        indien het college bij de bespreking van het betreffende onderwerp
                        vertegenwoordigd is. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel 27 Deelname aan de beraadslaging door anderen </label></kop><al>Deze bepaling is nodig door het in artikel 22 Gemeentewet geregelde </al><al>verschoningsrecht. De raad kan op grond van de artikelen 3 vierde lid, 4 en
                        26 bepalen dat de griffier, de secretaris of anderen deelnemen aan de
                        beraadslagingen. De burgemeester heeft het recht deel te nemen aan de
                        beraadslagingen en een wethouder kan aan de beraadslaging deelnemen op grond
                        van artikel 21 eerste en tweede lid van de Gemeentewet. </al><al>In het tweede lid wordt het begrip 'beslissing' gebruikt. Het gaat hier niet
                        om het besluitbegrip in de zin van de Algemene wet bestuursrecht. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel 28 Stemverklaring </label></kop><al>Stemverklaringen zullen kort moeten zijn en mogen niet het karakter krijgen
                        van een reactie op de vorige spreker. De stemverklaringen worden in de
                        praktijk gegeven vóór of tijdens de stemming. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel 29 Beslissing </label></kop><al>De voorzitter formuleert na het sluiten van de beraadslaging de te nemen </al><al>eindbeslissing. Indien geen stemming wordt gevraagd, is het voorstel
                        aangenomen op grond van artikel 32 derde lid van de Gemeentewet. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel 30 Hoofdelijke stemming </label></kop><al>Indien een raadslid te kennen geeft een hoofdelijke stemming te wensen, moet
                        de stemming plaatsvinden. De raad heeft niet de bevoegdheid om van deze
                        bepaling van artikel 32 van de Gemeentewet af te wijken. Vraagt niemand
                        stemming, dan wordt het voorstel geacht te zijn aangenomen. Een uitzondering
                        hierop vormt artikel 209 tweede lid Gemeentewet, dat een hoofdelijke
                        stemming verplicht. </al><al>Een raadslid kan zich alleen onthouden van stemming op grond van artikel 28
                        Gemeentewet. In alle andere gevallen is een raadslid verplicht te stemmen.
                        Stemmingen zijn in principe ook openbaar. Een volksvertegenwoordiger dient
                        duidelijk te zijn in zijn of haar rol. Door de openbaarheid is het voor de
                        achterban (kiezers) duidelijk hoe ze vertegenwoordigd worden. Bij wie de
                        stemming begint, is </al><al>geregeld in artikel 19. </al><al>In de Winsumuitspraak (Raad van State, 7 augustus 2002) is het hoger beroep
                        op artikel 28 Gemeentewet afgewezen, maar heeft de Afdeling wel
                        geconcludeerd dat het genomen besluit in strijd is met artikel 2:4 van de
                        Algemene wet bestuursrecht omdat de schijn van belangenverstrengeling
                        onvoldoende was vermeden. Door deze uitspraak zijn er vragen gerezen over de
                        mogelijke gevolgen voor stemprocedures en de verantwoordelijkheden in
                        gemeenteraden. </al><al>In de uitspraak geeft de Afdeling het rechtsbeginsel neergelegd in artikel
                        2:4 Algemene wet bestuursrecht voorrang boven artikel 28 Gemeentewet. Over
                        de mogelijke gevolgen van de uitspraak adviseert Minister Remkes in zijn
                        beschouwing van 19 mei 2003: "de beslissing over stemonthouding dient
                        voorbehouden te blijven aan het individuele raadslid; bij stemming heeft de
                        raad geen optie dan te waarschuwen dat het te nemen besluit wel eens
                        aanvechtbaar zou kunnen zijn in een bezwaarschriftprocedure of bij de
                        bestuursrechter of in het kader van een spontane vernietiging door de Kroon
                        (artikel 268 Gemeentewet); de raad kan in dergelijke gevallen een
                        belangrijke rol spelen door in algemene zin te bespreken, individuele
                        raadsleden door hun handelen de schijn van belangenverstrengeling </al><al>kunnen wekken en hoe dat voorkomen kan worden (en dit bijv. opnemen in de
                        gedragscode); uiteraard is de gedragscode in juridische zin niet bindend,
                        dit is tevens niet wenselijk." </al><al>Bij het staken van de stemmen zijn artikel 31 tweede en derde lid voor
                        stemmingen over personen en artikel 32 vierde en vijfde lid voor overige
                        stemmingen van de Gemeentewet van toepassing. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel 31 Stemming over amendementen en moties </label></kop><al>Voor alle duidelijkheid wordt hier een verschil in procedure aangegeven
                        tussen een motie en een amendement. Een amendement komt in stemming
                        voorafgaande aan de stemming over het onderliggende voorstel. Een motie
                        strekt niet tot wijziging van een voorgesteld besluit; over een motie wordt
                        een apart besluit genomen, nadat de besluitvorming over het aanhangige
                        voorstel is afgerond. Bij een motie over een afzonderlijk onderwerp geldt
                        dit uiteraard niet en is het vierde lid niet van </al><al>toepassing. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel 32 Stemming over personen </label></kop><al>De verplichting om te stemmen met stembriefjes is vervallen. Gemeenten
                        kunnen ook met een elektronisch stemsysteem stemmen over personen, als de
                        geheimhouding gewaarborgd is. </al><al>Het reglement van orde gaat nog uit van een stemming met behoorlijk
                        ingevulde stembriefjes. Een blanco stembriefje wordt niet aangemerkt als een
                        behoorlijk ingevuld stembriefje (MvT, 19 403, nr. 3 p. 86). Bij een
                        schriftelijke stemming wordt dan ook geen rekening gehouden met blanco
                        stembriefjes. Een blanco of verkeerd ingevuld stembriefje telt wel mee bij
                        de bepaling van het quorum. Wat onder een (niet) behoorlijk ingevuld
                        stembriefje moet worden verstaan, is in de wet niet </al><al>geregeld. Bij een benoeming stelt de raad een specifiek persoon aan in een
                        bepaald ambt (raadslid, wethouder). Op het stembiljet wordt de naam van de
                        te benoemen persoon (of personen in geval van meerdere vacatures) met
                        daarachter de opties 'voor' en 'tegen' vermeld. Het gaat hier niet over de
                        benoeming tot raadslid, dat een heel ander soort benoeming is dat in artikel
                        8 van dit reglement wordt toegelicht. </al><al>Onder voordracht wordt verstaan het als kandidaat voorstellen van een
                        persoon voor een bepaald ambt. Een voordracht is voor de raad bindend. Op de
                        stembiljetten dienen de namen van de voorgedragen perso(o)n(en) te worden
                        vermeld met daarachter de opties 'voor' en 'tegen'. </al><al>Bij een aanbeveling wordt voorgesteld om bepaalde personen voor een bepaald
                        ambt voor te dragen, de raad mag van de aanbevelingen afwijken. Het betreft
                        hier een zogenaamde vrije stemming. Op de stembiljetten kunnen de namen van
                        de aanbevolen personen worden vermeld met daarachter de opties 'voor' en
                        'tegen' én een vrije ruimte waar een kandidaat van eigen keuze kan worden
                        ingevuld. </al><al>Als de raad geen stemming wenst, dan wordt het besluit bij acclamatie geacht
                        te zijn genomen. Dit geldt ook voor stemmingen over personen. Wenst een
                        raadslid wel een stemming over een persoon, dan zal het raadslid dit moeten
                        aangeven. Als dat pas in de vergadering Besluitvorming gebeurt, dan kan de
                        geheimhouding die gepaard dient te gaan met een stemming over personen in
                        het geding zijn. Hierom is in het Reglement van Orde in lid 2 opgenomen dat
                        een raadslid ook voor de vergadering kan aangeven dat een stemming wordt
                        gewenst. Op deze manier kan </al><al>de geheimhouding worden gewaarborgd. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel 33 Beslissing door het lot </label></kop><al>Dit artikel geeft een nadere uitwerking van artikel 31 derde lid van de
                        Gemeentewet. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel 34 Amendementen </label></kop><al>Het recht van amendement is neergelegd in artikel 147b van de Gemeentewet.
                        Dit artikel verplicht de raad nadere regels te stellen. Deze nadere regels
                        staan in het tweede tot en met het vierde lid. Op basis van artikel 147b van
                        de Gemeentewet is de raad verplicht een amendement te behandelen. Raadsleden
                        kunnen aan de raad wijzigingen op het voorstel van het college of op
                        initiatiefvoorstellen indienen, de zogenaamde amendementen. Wanneer een
                        amendement is ingediend, kan dit voor een ander raadslid aanleiding zijn, op
                        dit amendement nog een wijziging voor te stellen, het subamendement. Een
                        (sub)amendement kan ingediend worden op een voorgesteld besluit, dat
                        aanhangig is. Voor de stemming over amendementen wordt verwezen naar artikel
                        31. Een aangenomen voorstel tot splitsing van een voorgestelde beslissing
                        kan meebrengen, dat één onderdeel van een besluit wel en een ander niet
                        wordt aanvaard. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel 35 Moties </label></kop><al>In het eerste artikel van dit reglement is de definitie van het begrip motie
                        gegeven. Een motie is een voorstel tot het doen van een uitspraak. Het kan
                        gaan om het uitspreken van een wens (van inhoudelijke, politieke,
                        procedurele aard), het uitspreken van instemming dan wel afkeuring over
                        bepaalde ontwikkelingen of om het doen van een verzoek Een motie betreft dus
                        niet een concreet besluit dat op rechtsgevolg is gericht; een motie heeft
                        geen juridische, maar een politieke betekenis. Daarom zijn burgemeester en
                        wethouders formeel niet aan een motie gebonden of tot uitvoering ervan
                        verplicht. Wel kan het naast zich neerleggen van een motie door het college
                        leiden tot een vertrouwensbreuk tussen raad en college en hieruit kan het
                        college dan zijn consequentie trekken. Over een motie wordt een </al><al>apart besluit genomen. Voor de beraadslaging over een motie over een
                        aanhangig onderwerp geldt, dat deze plaatsvindt gelijk met de beraadslaging
                        over het onderwerp, waarop de motie betrekking heeft. Een besluit over een
                        motie over een niet op de agenda opgenomen onderwerp vindt aan het einde van
                        de vergadering plaats. Dergelijke moties benaderen de in artikel 37
                        geregelde initiatiefvoorstellen. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel 36 Voorstellen van orde </label></kop><al>De voorzitter legt aan de raad ter beslissing voor of inderdaad sprake is
                        van een voorstel van orde. Over een voorstel van orde wordt direct, zonder
                        beraadslaging, besloten door de raad. Bij staken van stemmen is het voorstel
                        niet aangenomen (artikel 32 lid 4 Gemeentewet is hierop niet van
                        toepassing). Een voorstel van orde betreft bijvoorbeeld het schorsen van de
                        vergadering voor een pauze. Indien het gaat om een niet geagendeerd
                        voorstel, dient de procedure van een initiatiefvoorstel gevolgd te worden
                        (artikel 37). </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel 37 Initiatiefvoorstellen </label></kop><al>Op grond van artikel 147b van de Gemeentewet kunnen raadsleden zelf een </al><al>voorstel voor een ontwerpverordening of ontwerpbeslissing ter behandeling
                        bij de raad indienen. De Gemeentewet bepaalt dat de raad moet regelen op
                        welke wijze een initiatiefvoorstel wordt ingediend en behandeld. Artikel 37
                        voorziet hierin. De agendacommissie bepaalt in welke vergadering het
                        voorstel zal worden geagendeerd. </al><al>Aangezien het voor de hand ligt om de raad tevens de mogelijkheid te geven
                        om een initiatiefvoorstel samen met een ander geagendeerd voorstel of
                        onderwerp te behandelen, is dit in het derde lid opgenomen. Een
                        initiatiefvoorstel hoeft formeel niet langs het college, maar als het
                        voorstel personele en/of financiële consequenties heeft, kan het raadzaam
                        zijn het initiatiefvoorstel ook aan het college voor te leggen voor advies. </al><al>Het is aan de raad om aan het begin van de vergadering met meerderheid van
                        stemmen de agenda vast te stellen. Het is dan ook de raad die beslist welke
                        onderwerpen worden behandeld. Zou elk individueel raadslid het recht
                        toekomen om agendapunten voor de vergadering aan te dragen dan zou het
                        effectief functioneren van de raad in gevaar kunnen komen. Een
                        raadsminderheid die bij herhaling onderwerpen op de agenda plaatst waarover
                        de raadmeerderheid niet wenst te beraadslagen, kan de besluitvorming van de
                        raad ernstig belemmeren. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel 38 Raadsvoorstel </label></kop><al>De raad is de enige die een voorstel voor een verordening of een ander
                        voorstel kan agenderen, dat het college heeft voorbereid. Als het college
                        het voorstel heeft voorbereid en de raad heeft het voorstel geagendeerd, kan
                        het college het door hen voorbereide voorstel niet meer intrekken omdat
                        verdere behandeling van het voorstel niet wenselijk is. De raad moet hier
                        dan toestemming voor geven. </al><al>Indien de raad van oordeel is dat een voorstel voor een verordening of een
                        ander voorstel niet voldoende is voorbereid, kan de raad het voorstel voor
                        een verordening of een ander voorstel op grond van het tweede lid nogmaals
                        voor advies aan het college zenden. De raad kan het college bijvoorbeeld
                        verzoeken het voorstel voor een verordening of ander voorstel nader te
                        onderbouwen. De raad bepaalt echter wanneer het voorstel voor een
                        verordening of ander voorstel, dat door het college verder voorbereid is,
                        opnieuw behandeld wordt. De raad kan dit in dezelfde raadsvergadering
                        regelen, maar de raad kan dit ook aan de agendacommissie overlaten. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel 39 Interpellatie </label></kop><al>Dit artikel geeft uitvoering aan het stellen van nadere regels zoals
                        voorgeschreven in artikel 155 tweede lid van de Gemeentewet. Het
                        interpellatierecht ligt in het verlengde van het mondelinge vragenrecht. Het
                        gaat om een recht van een volksvertegenwoordiger om tijdens een vergadering
                        over een niet geagendeerd onderwerp inlichtingen aan het college of de
                        burgemeester te vragen. Daarvoor is verlof van de raad nodig. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel 40 Schriftelijke vragen </label></kop><al>Het vragenrecht geeft aan de raadsleden het recht informatie te vragen over
                        aangelegenheden die tot de bevoegdheid van het college of de burgemeester
                        behoren. Het karakter van deze vragen is primair van informatieve strekking.
                        Door deze bepaling kan een raadslid schriftelijke vragen stellen aan het
                        college. Het college dient de vragensteller gemotiveerd in kennis te
                        stellen, indien de beantwoording niet binnen de gestelde termijn kan
                        plaatsvinden. Dit kan in de praktijk ook geschieden door de
                        verantwoordelijke portefeuillehouder. </al><al>Indien de vragensteller van mening is, dat de beantwoording van de vragen
                        tot een besluit van de raad moet leiden, kan hij het recht van initiatief of
                        het </al><al>interpellatierecht benutten om het onderwerp of het voorstel op de agenda
                        van het Debat en/of Besluitvorming te krijgen. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel 41 Vragen en inlichtingen </label></kop><al>In dit artikel wordt op het vlak van vragen een inlichtingen de relatie
                        tussen de Gemeentewet en het Reglement van Orde gelegd. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel 42 Procedure begroting en jaarrekening </label></kop><al>In deze artikelen wordt de procedure voor de begroting en jaarrekening
                        vastgelegd. De procedure kan jaarlijks of in zijn algemeenheid voor een
                        langere periode worden bepaald. In de Handreiking voor de financiële
                        verordeningen en controleverordeningen (artikel 212, 213, 213a Gemeentewet)
                        (uitgave Vernieuwingsimpuls) wordt de inhoudelijke kant uitgewerkt. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel 43 Facultatief behandelprocedure vaststellen </label></kop><al>Niet alleen voor de jaarrekening en de begroting, maar ook voor andere </al><al>onderwerpen kan het handig zijn als vooraf een behandelprocedure wordt </al><al>vastgesteld. Denk bijvoorbeeld aan grote projecten. Het initiatief ligt
                        hierbij de agendacommissie, aangezien de agendacommissie de concept-agenda’s
                        vaststelt. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel 44 Verslag en verantwoording </label></kop><al>Raadsleden (of in voorkomende gevallen de burgemeester, een wethouder of de
                        gemeentesecretaris), die lid zijn van een algemeen bestuur van een </al><al>gemeenschappelijke regeling, verrichten hun taak als leden van dat bestuur
                        en als vertegenwoordiger van en in naam van de gemeente. Voor de wijze
                        waarop zij in het bestuur van de gemeenschappelijke regeling functioneren,
                        zijn zij verantwoording verschuldigd aan de raad, die hen heeft aangewezen.
                        Ook de gemeenschappelijke regeling dient over deze verantwoordingsplicht en
                        over de informatieverstrekking aan de raad bepalingen te bevatten. </al><al>In het eerste lid van dit artikel is een regeling getroffen voor mondelinge </al><al>verslaglegging in een vergadering. </al><al>In het tweede lid wordt de mogelijkheid tot het stellen van schriftelijke
                        vragen aangegeven overeenkomstig de regels in artikel 40. </al><al>Het derde lid bevat de procedure voor de ter verantwoording roeping, die
                        aansluit bij de regels voor inlichtingen in artikel 41. </al><al>Het is zinvol de bepalingen van dit artikel ook van toepassing te verklaren
                        op andere organisaties, waarin de raad een of meer van zijn leden heeft
                        benoemd. Hierbij valt te denken aan privaatrechtelijke rechtspersonen en
                        vennootschappen, zoals een (raad van commissarissen van een) NV. Hierin
                        voorziet het vierde lid. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel 45 Algemeen </label></kop><al> Dit artikel bepaalt dat de bepalingen van dit reglement van overeenkomstige
                        toepassing zijn op een raadsvergadering achter gesloten deuren. Hierbij kan
                        onder meer gedacht worden aan de bepalingen voor het tijdig verzenden van
                        stukken, het recht van amendement, het recht van motie, het maken van het
                        verslag. De bepalingen van het reglement zijn echter niet van toepassing als
                        het toepassen van die bepalingen strijdig is met het besloten karakter van
                        de vergadering. Zo zullen bijvoorbeeld geen beeld-en geluidsregistraties
                        voor openbaar gebruik gemaakt kunnen worden. Voor stukken die betrekking
                        hebben op een besloten </al><al>vergadering en het behandelde zal de raad moeten besluiten of geheimhouding
                        als bedoeld in de artikelen 25, 55 en 86 van de Gemeentewet wordt opgelegd
                        dan wel opgeheven. </al><al>In artikel 23 van de Gemeentewet zijn procedurevoorschriften opgenomen voor
                        de wijze waarop een vergadering een besloten vergadering wordt. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel 46 Verslag </label></kop><al>In dit artikel wordt uitwerking gegeven aan artikel 23 vierde lid van de
                        Gemeentewet. In overeenstemming met artikel 22 is de griffier
                        verantwoordelijk voor het verslag. Dit geldt ook voor het verslag van een
                        besloten vergadering. Dit verslag wordt alleen aan raadsleden en
                        buitengewone leden ter beschikking gesteld. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel 47 Geheimhouding </label></kop><al>Hetgeen besproken wordt in een besloten vergadering valt niet van rechtswege
                        onder de geheimhoudingsplicht. Daarvoor is toepassing van de procedure
                        volgens artikel 25, 55 of 86 van de Gemeentewet nodig. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel 48 Opheffing geheimhouding </label></kop><al>In de aangehaalde artikelen wordt aan de raad de mogelijkheid geboden de </al><al>geheimhouding van stukken op te heffen. Deze stukken hoeven niet per se
                        alleen aan de raadsleden in de vergadering Debat en Besluitvorming te zijn
                        overgelegd. </al><al>Het kan ook gaan om de situatie dat de burgemeester geheimhouding heeft </al><al>opgelegd op stukken die hij aan de (voormalige) raadscommissie of de </al><al>vergaderingen Informatiebijeenkomst of Ronde Tafel heeft overgelegd. Deze
                        kunnen dan aan de raad verzoeken de geheimhouding op te heffen. </al><al>In het artikel is een overlegverplichting opgenomen waardoor recht wordt
                        gedaan aan het principe van hoor en wederhoor tussen de raad en degene die
                        de geheimhouding heeft opgelegd. </al><al>De opgelegde geheimhouding voor aan de raad overgelegde stukken vervalt, als
                        de raad de oplegging niet in zijn eerstvolgende vergadering die volgens de
                        presentielijst door meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden
                        is bezocht, wordt bekrachtigd. </al><al>Als de raad niet van plan is de opgelegde geheimhouding te bekrachtigen, kan
                        het orgaan dat geheimhouding heeft opgelegd, in een besloten vergadering met
                        de raad overleg voeren over de vraag waarom de raad de geheimhouding wil
                        opheffen. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel 49 Toehoorders en pers </label></kop><al>De hier aangeven procedurebepalingen zijn gebaseerd op de in artikel 26
                        eerste en tweede lid van de Gemeentewet gegeven bevoegdheid aan de
                        voorzitter van de raad om toehoorders die de orde verstoren te laten
                        vertrekken en bij volharding in hun gedrag de toezegging tot de vergadering
                        te ontzeggen. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel 50 Geluid-en beeldregistraties </label></kop><al>Aangezien de vergaderingen van een de raad in principe openbaar zijn, kunnen
                        radio-en tv-stations geluids-en beeldregistraties maken. Dit is uiteraard
                        niet het geval als het een besloten vergadering betreft </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel 51 Hoorcommissie; doel </label></kop><al>In mei 2004 is door de gemeenteraad een procedure vastgesteld voor de </al><al>hoorcommissie die tot op heden is ingezet voor het horen van indieners van </al><al>zienswijzen bij ontwerpbestemmingsplannen en besluiten inzake de Wet </al><al>Voorkeursrecht Gemeenten. De procedure uit 2004 is aangepast op basis van
                        ervaringen met de hoorcommissie in de praktijk en nieuwe regelgeving en
                        luidt nu als volgt: </al><lijst><li nr="1."><al>Bij aanvang van een raadsperiode wordt een vaste hoorcommissie
                                voor</al><al>bestemmingsplannen geïnstalleerd; </al></li><li nr="2."><al>Zienswijzen op ontwerpbestemmingsplan gericht aan de raad worden
                                door deambtelijke organisatie in het geautomatiseerde systeem
                                geregistreerd en worden aan de raadsleden ter beschikking
                                gesteld;</al></li><li nr="3."><al>De hoorcommissie beoordeelt de zienswijzen op ontvankelijkheid;</al></li><li nr="4."><al>De hoorcommissie bepaalt de data van zijn vergaderingen vanaf het
                                moment vanhet einde van de inspraaktermijn tot en met besluitvorming
                                door de raad (12 weken stappenplan); </al></li><li nr="5."><al>De griffie draagt – waar nodig in samenwerking met de ambtelijke of
                                externedeskundige – zorg voor een samenvatting van het voortraject,
                                de te volgen procedure (datum schouw, hoorzitting, Debat en
                                Besluitvorming) en een samenvatting van de zienswijzen; </al></li><li nr="6."><al>Een externe, onafhankelijke deskundige (niet gebonden aan de
                                ambtelijke organisatie en gedurende de hoorcommissieactiviteiten
                                niet anderszins werkzaam voor de gemeente Zandvoort) krijgt de
                                opdracht een adviesnota op te stellen die o.a. de reactie bevat op
                                de (mondelinge aanvulling op de) zienswijzen. </al></li><li nr="7."><al>De hoorcommissie huurt een externe notulist in;</al></li><li nr="8."><al>De griffie nodigt de indieners van zienswijzen uit voor de
                                hoorzitting met het verzoek zich te melden indien zij gebruik willen
                                maken van de mogelijkheid om gehoord te worden; </al></li><li nr="9."><al>De griffie stelt alle zienswijzen ter beschikking en verzorgt op
                                verzoek kopieën van zienswijzen die in de hoorzitting mondeling
                                toegelicht zullen worden; </al></li><li nr="10."><al>De griffie organiseert –indien gewenst door de hoorcommissie-een
                                rondleiding (schouw) door het plangebied; </al></li><li nr="11."><al>De griffie begeleidt de feitelijke hoorzitting;</al></li><li nr="12."><al>De griffie begeleidt de besloten beraadslaging(en) van de
                                hoorcommissie in aanwezigheid van de externe deskundige, waarin
                                gekomen wordt tot de formulering van het advies aan de
                                gemeenteraad;</al></li><li nr="13."><al>Het advies wordt aangeboden aan de raadsleden.</al></li><li nr="14."><al>Het advies van de hoorcommissie wordt voor een reactie aangeboden
                                aan het College van burgemeester en wethouders; </al></li><li nr="15."><al>Het ontwerpbestemmingsplan wordt geagendeerd voor de vergaderingen
                                Informatiebijeenkomst, Debat en Besluitvorming; bij de stukken wordt
                                het advies van de hoorcommissie en de reactie daarop van het College
                                van burgemeester en wethouders gevoegd; </al></li><li nr="16."><al>Inhoudelijke behandeling vindt plaats in de vergaderingen
                                Informatiebijeenkomsten Debat; </al></li><li nr="17."><al>Vaststelling van het bestemmingsplan vindt plaats in de
                                vergadering</al></li></lijst><al>Besluitvorming. In dit artikel is de werkwijze samengevat met de
                        mogelijkheid deze afhankelijk van het onderwerp in te vullen. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel 52 Samenstelling en werkwijze </label></kop><al> In 2008 en 2009 is uitgebreid gediscussieerd over de persoonlijke invulling
                        van de hoor-en adviescommissie. Dit heeft geleid tot het besluit van de
                        gemeenteraad van 24 maart 2009, dat luidt: </al><lijst><li nr="-"><al>De huidige hoorcommissie te laten voortbestaan;</al></li><li nr="-"><al>Plaatsvervanging binnen de eigen fractie toe te staan</al></li><li nr="-"><al>Het minimumaantal op drie leden (fracties) te stellen</al></li><li nr="-"><al>Het aan de volgende raad over te laten wijzigingen door te
                                voeren.</al></li></lijst><al>Voor verwerking van de nieuwe vergaderstructuur in het Reglement van orde is
                        in de werkgroep opnieuw de hoorcommissie ter sprake gekomen. De inhoud van
                        de artikelen over de hoorcommissie stemde niet meer overeen met de
                        praktische werkwijze en de nieuwe regelgeving. </al><al>Vervanging van een hoorcommissielid binnen de eigen fractie is geschrapt,
                        omdat de werkgroep meent dat vervanging door een ander hoorcommissielid
                        dient te geschieden. Aangezien de hoorcommissie geen politieke uitspraken
                        wordt geacht te doen, worden de hoorcommissieleden geacht elkaar bij
                        afwezigheid te kunnen vervangen. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel 53 Uitleg reglement </label></kop><al>Dit artikel behoeft geen toelichting. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel 54 Inwerkingtreding en citeertitel </label></kop><al>Dit artikel behoeft geen toelichting. </al></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>