<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR119682_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Gulpen-Wittem 2008</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Gulpen-Wittem</dcterms:creator><dcterms:modified>2019-01-29</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Gulpen-Wittem</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Heuvelland Aktueel, 17-10-2012</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Algemene plaatselijke verordening van de gemeente Gulpen-Wittem 2008</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 147, lid 1</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Algemene wet bestuursrecht</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet algemene bepalingen omgevingsrecht</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Europese dienstenrichtlijn</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-09-27</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-10-18</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2012-10-18</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Intrekking</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>G.12.01197</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>De burgemeester kan nadere regels stellen ten aanzien van het plaatsen van terrassen.</al><al>Het college kan plaatsen aanwijzen waar het verbod voor hondeneigenaren niet geldt om binnen de bebouwde kom op de weg de hond te laten verblijven zonder dat deze is aangelijnd</al><al>Het college kan aan het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen voorschriften en beperkingen verbinden in het belang van de bescherming van het milieu.</al><al>Ten aanzien van de in Hfdstk 3, artikel 3.3.2 genoemde belangen kan het college over de uitoefening hiervan nadere regels vaststellen.</al><al>Ten aanzien van de opslag van voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen enzovoort, kan het college nadere regels stellen.</al><al>Ten aanzien van het kamperen buiten kampeerterrein kan het college nadere regels stellen.</al><al>Het college kan op de weg gelegen plaatsen aanwijzen waar het verboden is fietsen of bromfietsen onbeheerd buiten de daarvoor bestemde ruimten te laten staan.</al><al>Ten aanzien van de in artikel 5.6.2. genoemde asverstrooiing kan het college nadere regels stellen.</al><al>Nadere regels op basis van art. 2.3.1.3, lid 3, m.i.v. 26-08-2009.</al><al>Nadere regels op basis van art. 2.1.5.1 m.i.v. 26-08-2009.</al><al>Kadernota evenementebeleid Gulpen-Wittem 2008</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling vervangt de Algemene plaatselijke verordening gemeente Gulpen-Wittem 2003.</al><al>Aanvragen om een vergunning als bedoeld in de artikelen 2.1.5.2 en 4.4.2 die zijn ingediend vóór de inwerkingtreding van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht worden afgehandeld volgens het recht zoals dat gold voor de inwerkingtreding van die wet</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Gulpen-Wittem 2008</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>De raad van de gemeente Gulpen-Wittem</vet></al><al/><al>gezien het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 5
                        augustus 2008 inzake bovengenoemd onderwerp;</al><al>gelet op het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht en de
                        Gemeentewet</al><al/><al><vet>Besluit</vet></al><al/><al>De Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Gulpen-Wittem 2008 vast te
                        stellen, met dien verstande dat in artikel 4.4.1 a “15 centimeter “wordt
                        vervangen door “20 centimeter”.</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan dan wel mede verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al><vet><cursief>Openbare plaats: een voor het publiek
                                            toegankelijke plaats, waaronder begrepen de weg als
                                            bedoeld onder b.</cursief></vet></al></li><li nr="b."><al><vet><cursief>Weg: weg als bedoeld in artikel 1, eerste lid,
                                            onder b, van de Wegenverkeerswet
                                    1994.</cursief></vet></al></li><li nr="c."><al><vet><cursief>Openbaar water: alle wateren die voor het publiek
                                            bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk
                                            zijn.</cursief></vet></al></li><li nr="c."><al>Bebouwde kom:</al><al>de bebouwde kom of kommen waarvan gedeputeerde staten de grenzen
                                    hebben vastgesteld overeenkomstig artikel 27, tweede lid, van de
                                    Wegenwet.</al></li><li nr="d."><al>Rechthebbende: </al><al>een ieder die over enige zaak enige zeggenschap heeft krachtens
                                    een zakelijk of persoonlijk recht.</al></li><li nr="e."><al>Voertuigen:</al><al>alle voertuigen, als bedoeld in artikel 1, onder a en onder al,
                                    van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, met
                                    uitzondering van:</al><lijst><li nr="1."><al>treinen en trams;</al></li><li nr="2."><al>kruiwagens, kinderwagens en dergelijke kleine
                                            voertuigen.</al></li></lijst></li><li nr="f."><al>Vaartuigen:</al><al>alle vaartuigen, daaronder mede verstaan drijvende werktuigen,
                                    alsmede woonschepen, glijboten en ponten.</al></li><li nr="g."><al>Woonschepen:</al><al> schepen uitsluitend of hoofdzakelijk als woning gebezigd of tot
                                    woning bestemd.</al></li><li nr="h."><al>Bouwwerk:</al><al>elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of
                                    ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct
                                    of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect
                                    steun vindt in of op de grond.</al></li><li nr="i."><al>Gebouw:</al><al>elk bouwwerk dat een voor personen toegankelijke overdekte,
                                    geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt
                                            <vet><cursief>als bedoeld in artikel 1 eerste lid onder
                                            c van de Woningwet</cursief></vet>.</al></li><li nr="j."><al>Vee:</al><al>eenhoevige dieren, herkauwende dieren en varkens,
                                            <vet><cursief>dieren die behoren tot de diersoorten
                                            genoemd in bijlage II, behorend bij artikel 55 van de
                                            Meststoffenwet.</cursief></vet></al></li><li nr="k."><al>Pluimvee:</al><al> klein- en pluimvee, eenden en ganzen.</al></li><li nr="l."><al>Handelsreclame:</al><al>iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee
                                    kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen.</al></li><li nr="m."><al><vet><cursief>College: het college van burgemeester en
                                            wethouders van de gemeente
                                        Gulpen-Wittem;</cursief></vet></al></li><li nr="n."><al><vet><cursief>Uitweg: onder uitweg wordt verstaan een verbinding
                                            (uitgedrukt in lengte en breedte) tussen een particulier
                                            terrein en de openbare weg, die geschikt is voor gebruik
                                            door motorvoertuigen en bedoeld is om van het
                                            particulier terrein op de openbare weg te komen.
                                            Hieronder valt ook een verbinding die enkel geschikt is
                                            voor het gebruik van voetgangers indien de uitweg niet
                                            uitkomt op het
                                        trottoir.</cursief></vet></al></li><li nr="o."><al>Bevoegd gezag: bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1.1, eerste
                                    lid, van de Weg algemene bepalingen omgevingsrecht.</al></li><li nr="p."><al>openbare plaats: hetgeen in artikel 1 van de Wet openbare
                                    manifestaties daaronder wordt verstaan.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.2</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><lijst><li nr="1."><al><vet><cursief>Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een
                                            aanvraag voor een vergunning of ontheffing binnen acht
                                            weken na de datum van ontvangst van de
                                            aanvraag.</cursief></vet></al></li><li nr="2."><al><vet><cursief>Het bestuursorgaan kan besluiten binnen zes weken
                                            na ontvangst van de aanvraag de beslissing voor ten
                                            hoogste acht weken te
                                        verdagen</cursief></vet><vet>.</vet></al></li><li nr="3."><al><vet><cursief>De artikelen 4:13 tot en met
                                            4:15 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van
                                            toepassing op de beschikkingen op aanvraag die bij of
                                            krachtens deze verordening worden
                                        gegeven.</cursief></vet></al></li><li nr="4."><al>In afwijking van het tweede lid is artikel 3.9 van de Wet
                                    algemene bepalingen omgevingsvergunning van toepassing indien
                                    beslist wordt op een aanvraag als bedoeld in artikel 4.4.2.</al></li></lijst><al><vet><cursief>.</cursief></vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.3</nr><titel>Indiening aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een aanvraag voor een vergunning of ontheffing wordt
                                ingediend minder dan drieweken vóór het tijdstip waarop de
                                aanvrager de vergunning of ontheffing nodig heeft, kan het bevoegde
                                bestuursorgaan besluiten de aanvraag niet te behandelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al><vet><cursief>Voor bepaalde, door het bevoegde bestuursorgaan aan te
                                        wijzen, vergunningen of ontheffingen kan de in het eerste
                                        lid genoemde termijn worden verlengd.</cursief></vet></al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.4</nr><titel>Voorschriften en beperkingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan een krachtens deze verordening verleende vergunning of
                                ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden.
                                Deze voorschriften en beperkingen mogen slechts strekken tot
                                bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de
                                vergunning of ontheffing is vereist.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Degene aan wie krachtens deze verordening een vergunning of
                                ontheffing is verleend, is verplicht de daaraan verbonden
                                voorschriften en beperkingen na te komen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.5</nr><titel>Karakter van vergunning of ontheffing</titel></kop><lijst><li nr="1."><al><vet><cursief>De vergunning is zaaksgebonden, tenzij bij of
                                            krachtens deze verordening anders is
                                        bepaald.</cursief></vet></al></li><li nr="2."><al><vet><cursief>De ontheffing is
                                            persoongebonden, tenzij bij of krachtens deze
                                            verordening anders is bepaald.</cursief></vet></al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.6</nr><titel>Intrekking, schorsing of wijziging van vergunning of
                                ontheffing</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken,
                                    <vet><cursief>geschorst </cursief></vet>of gewijzigd:</al><lijst><li nr="a."><al>indien ter verkrijging daarvan onjuiste dan wel onvolledige
                                    gegevens zijn verstrekt;</al></li><li nr="b."><al>indien op grond van een verandering van de omstandigheden of
                                    inzichten opgetreden na het verlenen van de vergunning of
                                    ontheffing, moet worden aangenomen dat intrekking of wijziging
                                    wordt gevorderd door het belang of de belangen ter bescherming
                                    waarvan devergunning of ontheffing is vereist;</al></li><li nr="c."><al>indien de aan de vergunning of ontheffing verbonden
                                    voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen;</al></li><li nr="d."><al>indien van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt
                                    gemaakt binnen een daarin gestelde termijn dan wel, bij gebreke
                                    van een dergelijke termijn, binnen een redelijke termijn;</al></li><li nr="e."><al>indien de houder of zijn rechtverkrijgende dit verzoekt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.7</nr><titel>Termijnen</titel></kop><al><vet><cursief>Een krachtens deze verordening verleende vergunning of
                                    ontheffing geldt voor onbepaalde tijd, tenzij bij de vergunning
                                    of ontheffing anders is bepaald of de aard van de vergunning of
                                    ontheffing zich daartegen verzet.</cursief></vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.8</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><al><vet><cursief>De vergunning of ontheffing kan door bevoegd gezag of het
                                    bevoegde bestuursorgaan worden geweigerd in het belang
                                    van:</cursief></vet></al><lijst><li nr="a."><al><vet><cursief>de openbare orde;</cursief></vet></al></li><li nr="b."><al><vet><cursief>de openbare veiligheid;</cursief></vet></al></li><li nr="c."><al><vet><cursief>de volksgezondheid;</cursief></vet></al></li><li nr="d."><al><vet><cursief>de bescherming van het
                                    milieu.</cursief></vet></al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.9.</nr><titel>Samenloop</titel></kop><lijst><li nr="1."><al><vet><cursief>Het bevoegde bestuursorgaan kan een aanvraag voor
                                            een vergunning of ontheffing op grond van deze
                                            verordening weigeren of een melding niet accepteren
                                            indien: </cursief></vet></al><lijst><li nr="a."><al><vet><cursief>voor dezelfde plaats reeds een vergunning
                                                  of ontheffing is verleend of melding is
                                                  geaccepteerd of daarvoor reeds een volledige
                                                  aanvraag of melding was ingediend
                                                en</cursief></vet></al></li><li nr="b."><al><vet><cursief>de verschillende activiteiten of
                                                  handelingen waarvoor een vergunning of ontheffing
                                                  is gevraagd of verleend of melding is geaccepteerd
                                                  redelijkerwijs niet gelijktijdig op dezelfde
                                                  plaats kunnen worden gehouden of
                                                  uitgevoerd.</cursief></vet></al></li></lijst></li><li nr="2."><al>de burgemeester kan een vergunning voor een evenement
                                    weigeren indien reeds een vergunning is verleend of aangevraagd
                                    voor een vergelijkbaar evenement binnen dezelfde kern dat
                                    gelijktijdig wordt gehouden of binnen een periode van drie weken
                                    voor of na het andere evenement”. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.10</nr><titel/></kop><al>Lex Silencio niet van toepassing</al><al>Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve
                            beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing op
                            vergunningen en ontheffingen op basis van deze verordening met
                            uitzondering van artikel 2.1.4.3 ontheffing voor het verbod optreden als
                            straatartiest.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.11</nr><titel/></kop><al>[Vervallen]</al><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Openbare orde</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>Orde en veiligheid op de weg</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1</nr><titel>Bestrijding van ongeregeldheden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.1.1</nr><titel>Samenscholing en ongeregeldheden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al><vet><cursief>Het is verboden op een openbare plaats
                                                  deel te nemen aan een samenscholing, onnodig op te
                                                  dringen of door uitdagend gedrag aanleiding te
                                                  geven tot ongeregeldheden.</cursief></vet></al></li><li nr="2."><al><vet><cursief>Hij die op een openbare plaats aanwezig is
                                                  bij een voorval waardoor ongeregeldheden
                                                </cursief></vet></al></li></lijst><lijst><li nr=""><al><vet><cursief>ontstaan of dreigen te ontstaan, of bij
                                                  een tot toeloop van publiek aanleiding gevende
                                                </cursief></vet></al></li><li nr=""><al><vet><cursief>gebeurtenis waardoor ongeregeldheden
                                                  ontstaan of dreigen te ontstaan, dan wel zich
                                                </cursief></vet></al></li><li nr=""><al><vet><cursief>bevindt in of aanwezig is bij een
                                                  samenscholing, is verplicht op bevel van een
                                                  ambtenaar van politie zijn weg te vervolgen of
                                                  zich in de door hem aangewezen richting te
                                                  verwijderen.</cursief></vet></al></li><li nr="3."><al><vet><cursief>Het
                                                  is verboden zich te begeven of te bevinden op
                                                  openbare plaatsen die door of vanwege
                                                </cursief></vet></al></li><li nr=""><al><vet><cursief>het bevoegdebestuursorgaan in het belang
                                                  van de openbare veiligheid of ter voorkoming van
                                                </cursief></vet></al></li><li nr=""><al><vet><cursief>wanordelijkheden zijn
                                                afgezet.</cursief></vet></al></li><li nr="4."><al><vet><cursief>De burgemeester kan
                                                  ontheffing verlenen van het in het derde lid
                                                  gestelde verbod.</cursief></vet></al></li><li nr="5."><al><vet><cursief>Het bepaalde in de
                                                  voorgaande leden geldt niet voor betogingen,
                                                  vergaderingen en godsdienstige en
                                                  levensbeschouwelijke samenkomsten als bedoeld in
                                                  de Wet openbare
                                            manifestaties.</cursief></vet></al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2</nr><titel>Optochten en betoging</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.2.1</nr><titel>Optochten</titel></kop><al><vet><cursief>(Vervallen, zie artikel 2.2.1 en
                                        2.2.2).</cursief></vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.2.2</nr><titel>Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al><vet><cursief>Hij die het voornemen heeft op een
                                                  openbare plaats een betoging te houden, geeft
                                                  daarvan voor de openbare aankondiging en ten
                                                  minste 48 uur voordat de betoging wordt gehouden,
                                                  schriftelijk kennis aan de
                                                burgemeester.</cursief></vet></al></li><li nr="2."><al><vet><cursief>De kennisgeving
                                            bevat:</cursief></vet></al><lijst><li nr="a."><al><vet><cursief>naam en adres
                                                  van degene die de betoging
                                                  houdt;</cursief></vet></al></li><li nr="b."><al><vet><cursief>het doel van
                                                  de betoging;</cursief></vet></al></li><li nr="c."><al><vet><cursief>de datum
                                                  waarop de betoging wordt gehouden en het tijdstip
                                                  van aanvang en van
                                                  beëindiging;</cursief></vet></al></li><li nr="d."><al><vet><cursief>de plaats en,
                                                  voorzover van toepassing, de route en de plaats
                                                  van beëindiging;</cursief></vet></al></li><li nr="e."><al><vet><cursief>voorzover van
                                                  toepassing, de wijze van
                                                  samenstelling;</cursief></vet></al></li><li nr="f."><al><vet><cursief>maatregelen
                                                  die degene die de betoging houdt zal treffen om
                                                  een regelmatig verloop te
                                                  bevorderen.</cursief></vet></al></li></lijst></li><li nr="3."><al><vet><cursief>Hij
                                                  die de kennisgeving doet, ontvangt daarvan een
                                                  bewijs waarin het tijdstip van de
                                            </cursief></vet></al></li><li nr=""><al><vet><cursief>kennisgeving is
                                            vermeld.</cursief></vet></al></li></lijst><lijst><li nr="4."><al><vet><cursief>Indien het tijdstip van de schriftelijke
                                                  kennisgeving valt op een vrijdag na 12.00 uur, een
                                                  zaterdag, een zondag of een algemeen erkende
                                                  feestdag, wordt de kennisgeving gedaan uiterlijk
                                                  12.00 uur op de aan de dag van dat tijdstip
                                                  voorafgaande werkdag.</cursief></vet></al></li><li nr="5."><al><vet><cursief>De burgemeester kan in bijzondere
                                                  omstandigheden de in het eerste lid, genoemde
                                                  termijn verkorten en een mondelinge kennisgeving
                                                  in behandeling nemen.</cursief></vet></al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.2.3</nr><titel>Afwijking termijn</titel></kop><al><vet>(Vervallen, opgenomen in artikel 2.1.2.2.).</vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.2.4</nr><titel>Te verstrekken gegevens</titel></kop><al><vet>(Vervallen, opgenomen in artikel 2.1.2.2.).</vet></al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3</nr><titel>Verspreiden van gedrukte stukken</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.3.1</nr><titel>Beperking aanbieden en dergelijke van geschreven of
                                        gedrukte stukken of afbeeldingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al><vet><cursief>Het is verboden gedrukte of geschreven stukken
                                                dan wel afbeeldingen onder publiek te verspreiden
                                                dan wel openlijk aan te bieden in de kernen van de
                                                gemeente Gulpen-Wittem alsmede op andere door het
                                                college aan te wijzen openbare
                                            plaatsen.</cursief></vet></al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan de werking van het verbod beperken tot
                                        bepaalde dagen en uren.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor het huis-aan-huis verspreiden of
                                        het aan huis bezorgen van gedrukte of geschreven stukken en
                                        afbeeldingen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste
                                        lid gestelde verbod.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>4</nr><titel>Vertoningen en dergelijke op de weg</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.4.1</nr><titel>Feest, muziek en wedstrijd en dergelijke</titel></kop><al><vet><cursief>(Vervallen, zie artikel 2.2.1 en
                                        2.2.2).</cursief></vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.4.2</nr><titel>Dienstverlening</titel></kop><al><vet><cursief>(Vervallen).</cursief></vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.4.3</nr><titel>Straatartiest</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden ten behoeve van publiek als straatartiest,
                                        straatmuzikant, straatfotograaf, tekenaar, filmoperateur of
                                        gids op te treden op of aan door de burgemeester aangewezen
                                        wegen of gedeelten daarvan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al><vet><cursief>Het verbod geldt in ieder geval in de kernen
                                                van de gemeente Gulpen-Wittem.</cursief></vet></al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De burgemeester kan de werking van het verbod beperken tot
                                        bepaalde dagen en uren.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van het verbod.
                                    </al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>5</nr><titel>Bruikbaarheid van de weg</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.5.1.</nr><titel>Verbod voor het plaatsen van voorwerpen of beplanting op
                                        of aan de weg in strijd met de publieke functie van de
                                        weg</titel></kop><lijst><li nr="1."><al><vet><cursief>Het is verboden de weg of een weggedeelte
                                                  anders dan overeenkomstig de publieke functie te
                                                  gebruiken indien:</cursief></vet></al></li></lijst><lijst><li nr=""><lijst><li nr="a."><al><vet><cursief>het object of de objecten door de
                                                  omvang of vormgeving, constructie, plaats van
                                                  bevestiging of het beoogde gebruik schade aan de
                                                  weg toebrengt;</cursief></vet></al></li><li nr="b."><al><vet><cursief>het object of het beoogde gebruik
                                                  daarvan gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van
                                                  de</cursief></vet><vet><cursief> weg of voor het
                                                  doelmatig en veilig gebruik van de
                                                  weg;</cursief></vet></al></li><li nr="c."><al><vet><cursief>het object of beoogde gebruik
                                                  daarvan een belemmering voor het gebruik of het
                                                  doelmatig beheer en onderhoud van de weg
                                                  vormt;</cursief></vet></al></li><li nr="d."><al><vet><cursief>het object of beoogde gebruik
                                                  overlast oplevert voor gebruikers van in de
                                                  nabijheid gelegen onroerende
                                                  zaken;</cursief></vet></al></li><li nr="e."><al><vet><cursief>het object of beoogde gebruik
                                                  risico oplevert voor de openbare orde en
                                                  veiligheid;</cursief></vet></al></li><li nr="f."><al><vet><cursief>het object hetzij op zichzelf,
                                                  hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan
                                                  redelijke eisen van welstand.</cursief></vet></al></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr="2."><al><vet><cursief>Het bevoegd gezag kan
                                                  nadere regels stellen ten aanzien van
                                                  uitstallingen en terrassen.</cursief></vet></al></li><li nr="3."><al><vet><cursief>Het college wijst de
                                                  plaatsen aan waar het is toegestaan op of aan de
                                                  weg reclame- en aankondigingsborden te
                                                  plaatsen.</cursief></vet></al></li><li nr="4."><al><vet><cursief>Het verbod geldt niet
                                                voor:</cursief></vet></al></li></lijst><lijst><li nr=""><lijst><li nr="a."><al><vet>Evenementen als bedoeld in artikel
                                                  2.2.2.;</vet></al></li><li nr="b."><al><vet>Standplaatsen als bedoeld in artikel
                                                  5.2.3.1.</vet></al></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr="5."><al><vet><cursief>Het
                                                  bevoegd bestuursorgaan kan ontheffing verlenen van
                                                  het in het eerste lid gestelde
                                            </cursief></vet></al></li><li nr=""><al><vet><cursief>verbod.</cursief></vet></al></li><li nr="6."><al><vet><cursief>He</cursief></vet><vet><cursief>t
                                                  verbod in het eerste lid geldt niet voorzover in
                                                  het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door
                                                  de Wet beheer rijkswaterstaatwerken, artikel 5 van
                                                  de Wegenverkeerswet, of de wegenverordening
                                                  Provincie Limburg 2008.</cursief></vet></al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.5.2</nr><titel>Aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg</titel></kop><al>[vervallen]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.5.3</nr><titel>Maken, veranderen van een uitweg</titel></kop><lijst><li nr="1."><al><vet><cursief>Het is verboden een uitweg te maken naar
                                                  de weg of verandering te brengen in een bestaande
                                                  uitweg naar de weg:</cursief></vet></al></li></lijst><lijst><li nr=""><lijst><li nr="a."><al><vet><cursief>indien degene die voornemens is
                                                  een uitweg te maken naar de weg of verandering te
                                                  brengen in een bestaande uitweg naar de weg
                                                  daarvan niet van tevoren melding heeft gedaan aan
                                                  het college, </cursief></vet><vet><cursief>onder
                                                  indiening van een situatieschets van de gewenste
                                                  uitweg;</cursief></vet></al></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr=""><lijst><li nr="b."><al><vet><cursief>indien het college het maken of
                                                  veranderen van de uitweg heeft
                                                  verboden.</cursief></vet></al></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr="2."><al><vet><cursief>Het college kan het maken of veranderen
                                                  van een uitweg verbieden:</cursief></vet></al><lijst><li nr="a."><al><vet><cursief>indien
                                                  daardoor het verkeer op de weg in gevaar wordt
                                                  gebracht;</cursief></vet></al></li><li nr="b."><al><vet><cursief>indien dat
                                                  ten koste gaat van een openbare
                                                  parkeerplaats;</cursief></vet></al></li><li nr="c."><al><vet><cursief>indien het
                                                  openbaar groen daardoor op onaanvaardbare wijze
                                                  wordt aangetast;</cursief></vet></al></li><li nr="d."><al><vet><cursief>indien er
                                                  sprake is van een uitweg van een perceel dat al
                                                  door een andere uitweg wordt ontsloten, en de
                                                  aanleg van deze tweede uitweg ten koste gaat van
                                                  een openbare parkeerplaats of het openbaar
                                                  groen.</cursief></vet></al></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr="3."><al><vet><cursief>De uitweg kan worden
                                                  aangelegd indien het college niet binnen vier
                                                  weken na ontvangst </cursief></vet><vet><cursief>
                                                  van de melding heeft beslist dat de gewenste
                                                  uitweg wordt verboden.</cursief></vet></al></li><li nr="5."><al><vet><cursief>Het verbod in het
                                                  eerste lid geldt niet voorzover in het daarin
                                                  geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet
                                                  beheer Rijkswaterstaatswerken, de Waterschapskeur
                                                  of het Provinciaal
                                            wegenreglement.</cursief></vet></al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>6</nr><titel>Veiligheid op de weg</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.6.1</nr><titel>Veroorzaken van gladheid</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden bij vorst of dreigende vorst water op de
                                            weg te werpen, uit te storten of te laten lopen.</al></li><li nr="2."><al><vet><cursief>Het verbod geldt niet voorzover in het
                                                  daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door
                                                  artikel 427, aanhef en onder 4e, van het Wetboek
                                                  van Strafrecht of artikel 5 van de
                                                  Wegenverkeerswet 1994.</cursief></vet></al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.6.2</nr><titel>Winkelwagentjes</titel></kop><lid><lidnr/><al>[Vervallen]</al><al/></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.6.3</nr><titel>Hinderlijke beplanting of voorwerp</titel></kop><al><vet>(Vervallen in verband met artikel 2.1.5.1)</vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.6.4</nr><titel>Openen straatkolken en dergelijke</titel></kop><al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een
                                    straatkolk, rioolput, brandkraan of enigerlei andere afsluiting,
                                    die behoort tot een openbare nutsvoorziening, te openen,
                                    onzichtbaar te maken of af te dekken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.6.5</nr><titel>Kelderingangen en dergelijke</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al><vet><cursief>Kelderingangen en andere lager dan de
                                                aangrenzende weg gelegen betreedbare delen van een
                                                bouwwerk mogen geen gevaar voor de veiligheid van de
                                                weggebruikers opleveren. </cursief></vet></al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al><vet><cursief>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet
                                                voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt
                                                voorzien door artikel 427, aanhef en onder 1 of 3,
                                                van het Wetboek van Strafrecht.</cursief></vet></al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.6.6</nr><titel>Rookverbod in bossen en natuurterreinen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al><vet><cursief>Het is verboden te
                                                  roken in bossen of op heide binnen een afstand van
                                                  dertig meter daarvan gedurende de door het college
                                                  aangewezen periode.</cursief></vet></al></li><li nr="2."><al><vet><cursief>Het is verboden in
                                                  bossen of op heide binnen een afstand van honderd
                                                  meter daarvan, voorzover het de open lucht
                                                  betreft, brandende of smeulende voorwerpen te
                                                  laten vallen, weg te werpen of te laten
                                                  liggen.</cursief></vet></al></li><li nr="3."><al><vet><cursief>Het in het eerste en
                                                  tweede lid gestelde verbod geldt niet voorzover in
                                                  het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door
                                                  artikel 429, aanhef en onder 3, van het Wetboek
                                                  van Strafrecht.</cursief></vet></al></li><li nr="4."><al><vet><cursief>Het in het eerste lid
                                                  gestelde verbod geldt voorts niet voorzover het
                                                  roken plaatsvindt in gebouwen en aangrenzende, als
                                                  tuin ingerichte, erven.</cursief></vet></al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.6.7</nr><titel>Gevaarlijk of hinderlijk voorwerp</titel></kop><al><vet>(Vervallen in verband met artikel 2.1.5.1.).</vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.6.7a </nr><titel>Gevaarlijke voorwerpen</titel></kop><al>[Vervallen]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.6.8</nr><titel>Vallende voorwerpen</titel></kop><al>[Vervallen]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.6.9</nr><titel>Voorzieningen voor verkeer en verlichting</titel></kop><lijst><li nr="1."><al><vet><cursief>De rechthebbende op
                                                  een bouwwerk is verplicht toe te laten dat op of
                                                  aan dat bouwwerk voorwerpen, borden of
                                                  voorzieningen ten behoeve van het verkeer of de
                                                  openbare verlichting worden aangebracht,
                                                  onderhouden, gewijzigd of
                                                verwijderd.</cursief></vet></al></li><li nr="2."><al><vet><cursief>Het bepaalde geldt
                                                  niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp
                                                  wordt voorzien</cursief></vet><vet><cursief>door
                                                  de Waterstaatswet 1900, de Onteigeningswet, of de
                                                  Belemmeringenwet
                                            Privaatrecht.</cursief></vet></al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.6.9a</nr><titel>Verwijdering en dergelijke van voorzieningen voor verkeer
                                        en verlichting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een
                                        bord of een andere voorziening ten behoeve van het openbaar
                                        verkeer of de openbare verlichting te verwijderen, te
                                        wijzigen, te beschadigen, de werking ervan te beletten of te
                                        belemmeren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover het
                                        Wetboek van Strafrecht van toepassing is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.6.10</nr><titel>Objecten onder hoogspanningslijn</titel></kop><al>[Vervallen]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.6.11</nr><titel>Veiligheid op het ijs</titel></kop><al>[Vervallen]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.6.12</nr><titel>Benzinepompen op of nabij de weg</titel></kop><al>[Vervallen]</al></artikel></paragraaf></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2</nr><titel>Toezicht op evenementen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.2.1</nr><titel>Begripsomschrijving</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al><vet><cursief>In deze afdeling wordt onder evenement verstaan:
                                            elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak,
                                            met uitzondering van:</cursief></vet></al><lijst><li nr="a."><al><vet><cursief>bioscoopvoorstellingen;</cursief></vet></al></li><li nr="b."><al><vet><cursief>markten als bedoeld in artikel 160, eerste
                                                  lid, onder h, van de Gemeentewet en artikel 5.2.4
                                                  van deze verordening;</cursief></vet></al></li><li nr="c."><al><vet><cursief>kansspelen als bedoeld in de Wet op de
                                                  kansspelen;</cursief></vet></al></li><li nr="d."><al><vet><cursief>het in een inrichting in de zin van de
                                                  Drank en Horecawet gelegenheid geven tot
                                                  dansen;</cursief></vet></al></li><li nr="e."><al><vet><cursief>betogingen, samenkomsten en vergaderingen
                                                  als bedoeld in de Wet openbare
                                                  manifestaties;</cursief></vet></al></li><li nr="f."><al><vet><cursief>activiteiten als bedoeld in artikel
                                                  2.1.4.3 en 2.3.3.1 van deze
                                                verordening.</cursief></vet></al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al><vet><cursief>Onder evenement wordt mede
                                        verstaan:</cursief></vet></al><lijst><li nr="a."><al><vet><cursief>een
                                                herdenkingsplechtigheid;</cursief></vet></al></li><li nr="b."><al><vet><cursief>een braderie;</cursief></vet></al></li><li nr="c."><al><vet><cursief>een optocht, niet zijnde een betoging als
                                                  bedoeld in artikel 2.1.2.2 op de
                                                weg;</cursief></vet></al></li><li nr="d."><al><vet><cursief>een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd
                                                  op de weg of een toertocht op de
                                                weg.</cursief></vet></al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.2.2</nr><titel>Evenement</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al><vet><cursief>Het is verboden, zonder vergunning van de
                                            burgemeester een evenement te
                                        organiseren.</cursief></vet></al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al><vet><cursief>Het verbod geldt niet voor evenementen binnen een
                                            horeca-inrichting, uitgezonderd een
                                            rechtspersoon,</cursief></vet><vet><cursief> naamloze
                                            vennootschap of besloten vennootschap met beperkte
                                            aansprakelijkheid, die zich richt op activiteiten van
                                            recreatieve, sportieve, sociaal-culturele, educatieve,
                                            levensbeschouwelijke of godsdienstige aard als bedoeld
                                            in artikel 4 van de Drank en
                                    Horecawet.</cursief></vet></al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al><vet><cursief>Indien een aanvraag voor een vergunning als
                                            bedoeld in lid 1 wordt ingediend minder dan drie maanden
                                            vóór het tijdstip waarop de aanvrager de vergunning
                                            nodig heeft, kan de burgemeester besluiten de aanvraag
                                            niet te behandelen.</cursief></vet></al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al><vet><cursief>Het verbod van het eerste lid geldt niet voor
                                            eendaagse evenementen, indien:</cursief></vet></al><lijst><li nr="a."><al><vet><cursief>het aantal bezoekers niet meer bedraagt
                                                  dan 200 personen;</cursief></vet></al></li><li nr="b."><al><vet><cursief>het evenement tussen 10:00 uur en 23:30
                                                  uur plaatsvindt, op vrijdagen en zaterdagen tussen
                                                  10:00 uur en 01:30 uur
                                                plaatsvindt;</cursief></vet></al></li><li nr="c."><al><vet><cursief>het evenement niet meer dan 5 straten
                                                  omvat;</cursief></vet></al></li><li nr="d."><al><vet><cursief>niet langer dan tot 23:00 uur
                                                  (live-)muziek ten gehore wordt gebracht, op
                                                  vrijdagen, zaterdagen (live-)muziek niet langer
                                                  dan tot 01:00 uur ten gehore mag worden
                                                  gebracht;</cursief></vet></al></li><li nr="e."><al><vet><cursief>het evenement niet plaatsvindt op een
                                                  parkeergelegenheid of anderszins een belemmering
                                                  vormt voor het verkeer en de
                                                  hulpdiensten;</cursief></vet></al></li><li nr="f."><al><vet><cursief>slechts kleine objecten worden geplaatst
                                                  met een oppervlakte van minder dan
                                                </cursief></vet><vet><cursief>20
                                                  m²</cursief></vet><vet><cursief> per object en
                                                  niet meer dan 6 objecten per
                                                straat;</cursief></vet></al></li><li nr="g."><al><vet><cursief>er een partytent wordt geplaatst, deze
                                                  niet groter is dan maximaal 64m² met tenminste
                                                  drie open zijkanten;</cursief></vet></al></li><li nr="h."><al><vet><cursief>er een organisator
                                            is.</cursief></vet></al></li><li nr="i."><al><vet><cursief>de organisator de burgemeester tenminste 4
                                                  weken voorafgaand aan het evenement in kennis
                                                  stelt met een door of namens de burgemeester
                                                  vastgesteld
                                                meldingsformulier.</cursief></vet></al></li><li nr="j."><al><vet><cursief>binnen 2 weken na ontvangst van het
                                                  meldingsformulier door de burgemeester geen
                                                  tegenbericht is verzonden kan het evenement zoals
                                                  gemeld
                                                plaatsvinden.</cursief></vet></al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al><vet><cursief>Het verbod van het eerste lid geldt voorts niet
                                            voor een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of
                                            aan de weg, voorzover in het geregelde onderwerp wordt
                                            voorzien door artikel 10 juncto 148, van de
                                            Wegenverkeerswet 1994.</cursief></vet></al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Gedurende de duur van het evenement dient daar waar nodig
                                    verkeersregelend te worden opgetreden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.2.3</nr><titel>Ordeverstoring</titel></kop><al>Het is verboden bij een evenement de orde te verstoren.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3</nr><titel>Toezicht op openbare inrichtingen</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1</nr><titel>Toezicht op horecabedrijven</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3.1.1</nr><titel>Begripsomschrijving</titel></kop><lijst><li nr="1."><al><vet><cursief>Onder horecabedrijf wordt in deze
                                                  paragraaf verstaan: </cursief></vet></al><lijst><li nr="a."><al><vet><cursief>de voor het publiek toegankelijke,
                                                  besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een
                                                  omvang alsof zij bedrijfsmatig was logies wordt
                                                  verstrekt of dranken worden geschonken of
                                                  rookwaren of spijzen voor directe consumptie
                                                  worden bereid of verstrekt. Onder een
                                                  horecabedrijf worden in ieder geval verstaan: een
                                                  hotel, restaurant, pension, café, cafetaria,
                                                  snackbar, discotheek, buurthuis of
                                                  clubhuis.</cursief></vet></al></li><li nr="b."><al><vet><cursief>alle al dan niet tegen betaling
                                                  voor het publiek toegankelijke lokaliteiten, open
                                                  plaatsen, tuinen of gedeelten daarvan, zomede de
                                                  daarbij behorende terrassen en de daarmee
                                                  gemeenschap hebbende vertrekken die niet
                                                  uitsluitend als woning of winkel als bedoeld in de
                                                  Winkeltijdenwet (met uitzondering van
                                                  afhaalcentra) worden gebruikt, voor zover daar bij
                                                  wijze van hoofdfunctie of overwegende nevenfunctie
                                                  logies wordt verstrekt dan wel gelegenheid wordt
                                                  gegeven om al dan niet tegen betaling enigerlei
                                                  eetwaren en/of alcoholvrije drank te verkrijgen
                                                  en/of te verbruiken.</cursief></vet></al></li><li nr="c."><al><vet><cursief>afhaalcentra, zijnde winkels waar
                                                  voor gebruik elders dan ter plaatse uitsluitend
                                                  eetwaren en/of alcoholvrije drank plegen te worden
                                                  verstrekt.</cursief></vet></al></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr="2."><al><vet><cursief>Onder horecabedrijf
                                                  als bedoeld in het eerste lid wordt mede verstaan:
                                                  een bij dit bedrijf behorend terras en de andere
                                                  aanhorigheden.</cursief></vet></al></li><li nr="3."><al><vet><cursief>Een terras in de zin
                                                  van deze paragraaf is een buiten de besloten
                                                  ruimte van de inrichting liggend deel van het
                                                  horecabedrijf waar sta- of zitgelegenheid kan
                                                  worden geboden en waar tegen vergoeding dranken
                                                  kunnen worden geschonken en/of spijzen voor
                                                  directe consumptie kunnen worden bereid en/of
                                                  verstrekt.</cursief></vet></al></li><li nr="4."><al><vet><cursief>Onder exploitant
                                                  wordt in deze paragraaf verstaan: degene die een
                                                  horecabedrijf exploiteert.</cursief></vet></al></li></lijst><lijst><li nr="5."><al><vet><cursief>Deze paragraaf
                                                  verstaat niet onder
                                            bezoekers:</cursief></vet></al><lijst><li nr="a."><al><vet><cursief>de gezinsleden van de houder,
                                                  alsmede zijn elders wonende
                                                  bloed</cursief></vet><vet><cursief>- en
                                                  aanverwanten, in de rechte lijn onbeperkt, in de
                                                  zijlijn tot en met de derde
                                                  graad;</cursief></vet></al></li><li nr="b."><al><vet><cursief>de personen
                                                  die voorkomen in het register als bedoeld in
                                                  artikel</cursief></vet><vet><cursief> 438 van het
                                                  Wetboek van Strafrecht, alsmede personen bedoeld
                                                  in artikel 438, derde lid, van het Wetboek van
                                                  Strafrecht;</cursief></vet></al></li></lijst><lijst><li nr="c."><al><vet><cursief>de personen wier aanwezigheid in
                                                  de inrichting wegens dringende redenen
                                                  noodzakelijk
                                                  is.</cursief></vet></al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3.1.2</nr><titel>Exploitatievergunning horecabedrijf</titel></kop><al><vet><cursief>(Vervallen).</cursief></vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3.1.3</nr><titel>Exploiteren van terassen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al><vet><cursief>Het is verboden een terras bij een
                                                horecabedrijf te exploiteren,
                                        als:</cursief></vet></al></lid><lid><lidnr/><lijst><li nr="a."><al><vet><cursief>met betrekking tot de ligging en het
                                                  onderhoud aan het terras door de exploitant niet
                                                  de nodige zorgvuldigheid wordt
                                                  betracht;</cursief></vet></al></li></lijst></lid><lid><lidnr/><lijst><li nr="b."><al><vet><cursief>het terras ontsierend is voor het
                                                  straatbeeld;</cursief></vet></al></li></lijst></lid><lid><lidnr/><lijst><li nr="c."><al><vet><cursief>het terras gevaar of hinder oplevert
                                                  voor de omgeving;</cursief></vet></al></li></lijst></lid><lid><lidnr/><lijst><li nr="d."><al><vet><cursief>er geen sprake is van een vrije en
                                                  onbelemmerde doorgang van minimaal 1,50 meter voor
                                                  voetgangers, invaliden- en
                                                  kinderwagens</cursief></vet><vet><cursief>;</cursief></vet></al></li></lijst></lid><lid><lidnr/><lijst><li nr="e."><al><vet><cursief>het elders dan bij het pand waar het
                                                  bedrijf wordt geëxploiteerd wordt aangelegd;
                                                  </cursief></vet></al></li></lijst></lid><lid><lidnr/><lijst><li nr="f."><al><vet><cursief>er geen vrije en onbelemmerde doorgang
                                                  van minimaal 3,50 meter aanwezig is ten behoeve
                                                  van hulpdiensten</cursief></vet></al></li></lijst></lid><lid><lidnr/><lijst><li nr="g."><al><cursief><vet>het terras wordt gesitueerd op een
                                                  openbare parkeerplaats</vet></cursief></al></li></lijst><al/></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van het verbod,
                                        bedoeld in het eerste lid. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al><vet><cursief>De burgemeester kan
                                                nadere regels stellen ten aanzien van het plaatsen
                                                van
                                        terrassen.</cursief></vet></al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3.1.4</nr><titel>Sluitingstijden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al><vet><cursief>Het is de exploitant van een horecabedrijf
                                                verboden dit voor bezoekers geopend te hebben en
                                                aldaar bezoekers toe te laten of te laten
                                                verblijven: op maandag tot en met vrijdag tussen
                                                02.00 uur en 07.00 uur, en op zaterdag en zondag
                                                tussen 03.00 uur en 07.00 uur. </cursief></vet></al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al><vet><cursief>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet
                                                voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt
                                                voorzien door op de Wet milieubeheer gebaseerde
                                                voorschriften.</cursief></vet></al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al><vet><cursief>De burgemeester kan tijdelijke ontheffing
                                                verlenen van het bepaalde in het eerste lid.
                                            </cursief></vet></al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3.1.5</nr><titel>Afwijking sluitingstijden; tijdelijke sluiting</titel></kop><lijst><li nr="1."><al><vet><cursief>De burgemeester kan
                                                  in het belang van de openbare orde, veiligheid,
                                                  zedelijkheid of gezondheid, of in geval van
                                                  bijzondere omstandigheden, te zijner beoordeling,
                                                  voor een of meer horecabedrijven tijdelijk andere
                                                  dan de krachtens artikel 2.3.1.4 geldende
                                                  sluitingstijden vaststellen of tijdelijk sluiting
                                                  bevelen. </cursief></vet></al></li><li nr="2."><al><vet><cursief>Het in het eerste lid
                                                  bepaalde geldt niet voorzover artikel 13b van de
                                                  Opiumwet van toepassing is.</cursief></vet></al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3.1.6</nr><titel>Aanwezigheid in gesloten horecabedrijf</titel></kop><al><vet><cursief>Het is bezoekers van een horecabedrijf verboden
                                            gedurende de tijd dat dit bedrijf krachtens artikel
                                            2.3.1.4 of ingevolge een op grond van artikel 2.3.1.5
                                            genomen besluit gesloten dient te zijn, zich daarin of
                                            aldaar te bevinden.</cursief></vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3.1.7</nr><titel>Ordeverstoring</titel></kop><al><vet><cursief>Het is verboden in een horecabedrijf de orde te
                                            verstoren.</cursief></vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3.1.8</nr><titel>Het college als bevoegd bestuursorgaan</titel></kop><al><vet><cursief>Indien een horecabedrijf als bedoeld in artikel
                                            2.3.1.1 geen inrichting is in de zin van artikel 174 van
                                            de Gemeentewet, treedt niet de burgemeester, maar het
                                            college op als bevoegd bestuursorgaan ten behoeve van
                                            artikel 2.3.1.3 tot en met 2.3.1.5.</cursief></vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3.1.9</nr><titel>Toegang ambtenaren van politie</titel></kop><al><vet><cursief>(Vervallen).</cursief></vet></al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2</nr><titel>Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van
                                    nachtverblijf</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3.2.1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze paragraaf wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>inrichting: elke al dan niet besloten ruimte waarin, in
                                            de uitoefening van beroep of bedrijf, aan personen de
                                            mogelijkheid van nachtverblijf of gelegenheid tot
                                            kamperen wordt verschaft;</al></li><li nr="b."><al>houder: degene die een inrichting exploiteert dan wel
                                            daarin de feitelijke leiding heeft.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3.2.2</nr><titel>Kennisgeving exploitatie</titel></kop><al>Degene die een inrichting opricht, overneemt, verplaatst of het
                                    houden van een inrichting staakt, is verplicht binnen drie dagen
                                    daarna daarvan schriftelijk kennis te geven aan de
                                    burgemeester.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3.2.3</nr><titel>Nachtregister</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De houder van een inrichting of een voor hem handelend
                                        persoon is verplicht een register, als bedoeld in artikel
                                        438 van het Wetboek van Strafrecht, bij te
                                            houden.<vet><cursief>Het
                                                modelregister dient door de burgemeester te worden
                                                goedgekeurd.</cursief></vet></al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De houder van een inrichting of een voor hem handelend
                                        persoon is verplicht het in het eerste lid bedoelde register
                                        aan de burgemeester of aan een door hem aangewezen ambtenaar
                                        over te leggen op een door de burgemeester te bepalen
                                        wijze.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3.2.4</nr><titel>Verschaffing gegevens nachtregister</titel></kop><al>Degene die in een inrichting nachtverblijf houdt dan wel de
                                    kampeerder is verplicht onverwijld aan de houder van die
                                    inrichting volledig en naar waarheid zijn of haar naam, adres
                                    woonplaats, geboortedatum, geboorteplaats, betrekking, dag van
                                    aankomst, alsmede de dag van vertrek te verstrekken.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3</nr><titel>Toezicht op speelgelegenheden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3.3.1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al><vet><cursief>Dit artikel verstaat onder speelgelegenheid:
                                                een voor het publiek toegankelijke gelegenheid waar
                                                bedrijfsmatig of in een omvang alsof deze
                                                bedrijfsmatig is de mogelijkheid wordt geboden enig
                                                spel te beoefenen, waarbij geld of in geld
                                                inwisselbare voorwerpen kunnen worden gewonnen of
                                                verloren.</cursief></vet></al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al><vet><cursief>Het is verboden zonder vergunning van de
                                                burgemeester een speelgelegenheid te exploiteren of
                                                te doen exploiteren. </cursief></vet></al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al><vet><cursief>Het verbod is niet van toepassing
                                                op:</cursief></vet></al><lijst><li nr="a."><al><vet><cursief>speelautomatenhallen waarvoor op grond
                                                  van artikel 30c, eerste lid, onder c, van de Wet
                                                  op de Kansspelen vergunning is
                                                  verleend;</cursief></vet></al></li><li nr="b."><al><vet><cursief>speelgelegenheden waarvoor de minister
                                                  van Justitie of de Kamer van Koophandel bevoegd is
                                                  vergunning te verlenen;</cursief></vet></al></li><li nr="c."><al><vet><cursief>speelgelegenheden waar de mogelijkheid
                                                  wordt geboden om het kleine kansspel als bedoeld
                                                  in artikel 7c van de Wet op de kansspelen te
                                                  beoefenen, of te spelen op speelautomaten als
                                                  bedoeld in artikel 30 van de Wet op de kansspelen,
                                                  of de handeling als bedoeld in artikel 1, onder a,
                                                  van de Wet op de kansspelen te
                                                  verrichten.</cursief></vet></al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al><vet><cursief>De burgemeester weigert de
                                                vergunning:</cursief></vet></al></lid><lid><lidnr/><lijst><li nr="a."><al><vet><cursief>indien naar zijn oordeel moet worden
                                                  aangenomen dat de woon en leefsituatie in de
                                                  omgeving van de speelgelegenheid of de openbare
                                                  orde op ontoelaatbare wijze nadelig worden
                                                  beïnvloed door de exploitatie van de
                                                  speelgelegenheid.</cursief></vet></al></li></lijst></lid><lid><lidnr/><lijst><li nr="b."><al><vet><cursief>indien de exploitatie van de
                                                  speelgelegenheid in strijd is met een geldend
                                                  bestemmingsplan.</cursief></vet></al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3.3.1a</nr><titel>Aanvraag</titel></kop><al>[Vervallen]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3.3.1b</nr><titel>Sluiting speelgelegenheid</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in de verordening kan de
                                        burgemeester indien het belang van de openbare orde en
                                        veiligheid dat naar zijn oordeel vereist, de sluiting
                                        bevelen van een speelgelegenheid.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de in het eerste lid genoemde belangen de sluiting
                                        naar zijn oordeel niet langer vereisen, heft de burgemeester
                                        de sluiting op.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3.3.1c</nr><titel>Beëindiging exploitatie speelgelegenheid</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De exploitant is verplicht, indien hij de exploitatie van
                                        een speelgelegenheid ten behoeve waarvan de vergunning is
                                        verleend, beëindigt, hiervan binnen twee weken na de
                                        beëindiging schriftelijke mededeling te doen aan de
                                        burgemeester.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij ontvangst van deze mededeling vervalt de vergunning,
                                        tenzij daarbij is aangegeven dat de bedrijfsactiviteiten
                                        door een ander worden voortgezet en een aanvraag voor een
                                        nieuwe vergunning binnen vier weken na de mededeling is
                                        ingediend.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Behoudens het geval dat zwaarwegende feiten of
                                        omstandigheden zich daartegen verzetten blijft de vergunning
                                        in dat geval van kracht, totdat op de aanvraag een besluit
                                        is genomen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3.3.1d</nr><titel>Bevoegd orgaan</titel></kop><al>Indien de speelgelegenheid niet in een voor publiek toegankelijk
                                    gebouw is gevestigd, worden de in deze paragraaf aan de
                                    burgemeester toegekende bevoegdheden uitgeoefend door het
                                    college.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3.3.2</nr><titel>Speelautomaten</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In dit artikel wordt verstaan
                                            onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Wet: de Wet op de kansspelen</al></li><li nr="b."><al>speelautomaat: automaat als bedoeld in artikel
                                                  30, onder a, van de Wet;</al></li><li nr="c."><al>kansspelautomaat: automaat als bedoeld in
                                                  artikel 30, onder c, van de Wet;</al></li><li nr="d."><al>hoogdrempelige inrichting: inrichting als
                                                  bedoeld in artikel 30, onder d, van de Wet;</al></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr=""><lijst><li nr="e."><al>laagdrempelige inrichting: inrichting als
                                                  bedoeld in artikel 30, onder e, van de Wet.</al></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr="2."><al>In hoogdrempelige inrichtingen zijn twee speelautomaten
                                            toegestaan, waarvan maximaal twee
                                            kansspelautomaten.</al></li><li nr="3."><al>In laagdrempelige inrichtingen zijn twee speelautomaten
                                            toegestaan, met dien verstande dat kansspelautomaten in
                                            het geheel niet zijn toegestaan.</al></li></lijst></artikel></paragraaf></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4</nr><titel>Maatregelen tegen overlast en baldadigheid</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4.1</nr><titel>Betreden gesloten woning of lokaal</titel></kop><lijst><li nr="1."><al><vet><cursief>Het is verboden zonder ontheffing van de
                                                burgemeester een krachtens artikel 174a van de
                                                Gemeentewet gesloten woning, een niet voor publiek
                                                toegankelijk lokaal of een bij die woning of dat
                                                lokaal behorend erf te
                                        betreden.</cursief></vet></al></li><li nr="2."><al><vet><cursief>Het is verboden zonder
                                                ontheffing van de burgemeester een krachtens artikel
                                                13b van de Opiumwet gesloten woning, een niet voor
                                                het publiek toegankelijk lokaal, een bij die woning
                                                of dat lokaal behorend erf, een voor het publiek
                                                toegankelijk lokaal of bij dat lokaal behorend erf
                                                te betreden.</cursief></vet></al></li><li nr="3."><al><vet><cursief>Deze verboden gelden niet
                                                voor personen wier aanwezigheid in de woning of het
                                                lokaal wegens dringende reden noodzakelijk
                                                is.</cursief></vet></al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4.2</nr><titel>Plakken en kladden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al><vet><cursief>Het is verboden een openbare plaats of dat
                                                gedeelte van een onroerende zaak dat vanaf die
                                                plaats zichtbaar is te bekrassen of te
                                                bekladden.</cursief></vet></al></li><li nr="2."><al><vet><cursief>Het is verboden zonder
                                                schriftelijke toestemming van de rechthebbende op
                                                een openbare plaats of dat gedeelte van een
                                                onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar
                                                is:</cursief></vet></al><lijst><li nr="a."><al><vet><cursief>een aanplakbiljet
                                                  of ander geschrift, afbeelding of aanduiding aan
                                                  te plakken, te doen aanplakken, op andere wijze
                                                  aan te brengen of te doen
                                                  aanbrengen;</cursief></vet></al></li><li nr="b."><al><vet><cursief>met kalk, krijt,
                                                  teer of een kleur of verfstof een afbeelding,
                                                  letter, cijfer of teken aan te brengen of te doen
                                                  aanbrengen.</cursief></vet></al></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr="3."><al><vet><cursief>Het in het tweede lid
                                                gestelde verbod is niet van toepassing indien
                                                gehandeld wordt krachtens wettelijk
                                                voorschrift.</cursief></vet></al></li><li nr="4."><al><vet><cursief>Het college kan
                                                aanplakborden aanwijzen voor het aanbrengen van
                                                meningsuitingen en
                                        bekendmakingen.</cursief></vet></al></li><li nr="5."><al><vet><cursief>Het is verboden de in het
                                                vierde lid bedoelde aanplakborden te gebruiken voor
                                                het aanbrengen van
                                        handelsreclame.</cursief></vet></al></li><li nr="6."><al><vet><cursief>Het college kan nadere
                                                regels stellen voor het aanbrengen van
                                                meningsuitingen en bekendmakingen, die geen
                                                betrekking mogen hebben op de inhoud van de
                                                meningsuitingen en
                                        bekendmakingen.</cursief></vet></al></li><li nr="7."><al><vet><cursief>De houder van de in het
                                                tweede lid bedoelde schriftelijke toestemming is
                                                verplicht die aan een opsporingsambtenaar op diens
                                                eerste vordering terstond ter inzage af te
                                                geven.</cursief></vet></al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4.3</nr><titel>Vervoer plakgereedschap en dergelijke</titel></kop><al>[Vervallen]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4.4.</nr><titel>Vervoer inbrekerswerktuigen</titel></kop><al>[Vervallen]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4.5</nr><titel>Betreden van plantsoenen en dergelijke</titel></kop><al><vet><cursief>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden
                                        zonder ontheffing van het college zich te bevinden in of op
                                        bij de gemeente in onderhoud zijnde parken, wandelplaatsen,
                                        plantsoenen, groenstroken of grasperken, buiten de daarin
                                        gelegen wegen of
                                paden</cursief></vet><cursief>.</cursief></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4.6</nr><titel>Rijden over bermen en dergelijke</titel></kop><lijst><li nr="1."><al><vet><cursief>Het is verboden met voertuigen die niet
                                                voorzien zijn van rubberbanden te rijden over de
                                                berm, de glooiing of de zijkant van een weg, tenzij
                                                dit door de omstandigheden redelijkerwijs wordt
                                                vereist.</cursief></vet></al></li><li nr="2."><al><vet><cursief>Het verbod geldt niet
                                                voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt
                                                voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken
                                                of het Provinciaal
                                        wegenreglement.</cursief></vet></al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4.7</nr><titel>Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al><vet><cursief>Het is verboden :</cursief></vet></al><lijst><li nr="a."><al><vet><cursief>op een openbare
                                                  plaats te klimmen of zich te bevinden op een
                                                  beeld, monument, overkapping, constructie,
                                                  openbare toiletgelegenheid, voertuig, hekheining
                                                  of andere afsluiting, verkeersmeubilair en
                                                  daarvoor niet bestemd
                                                  straatmeubilair;</cursief></vet></al></li><li nr="b."><al><vet><cursief>zich op een
                                                  openbare plaats zodanig op te houden dat aan
                                                  gebruikers of bewoners van nabij de openbare
                                                  plaats gelegen woningen onnodig overlast of hinder
                                                  wordt veroorzaakt.</cursief></vet></al></li></lijst></li><li nr="2."><al><vet><cursief>Het verbod geldt niet
                                                voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt
                                                voorzien door artikel 424, 426bis of 431 van het
                                                Wetboek van Strafrecht of artikel 5 van de
                                                Wegenverkeerswet 1994.</cursief></vet></al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4.8</nr><titel>Hinderlijk drankgebruik</titel></kop><lid><lidnr/><lijst><li nr="1."><al><vet><cursief>Het is verboden op openbare plaats, die
                                                  deel uitmaakt van een door het college aangewezen
                                                  gebied, alcoholhoudende drank te gebruiken of
                                                  aangebroken flessen, blikjes en dergelijke met
                                                  alcoholhoudende drank bij zich te hebben.
                                                </cursief></vet></al></li><li nr="2."><al><vet><cursief>Het verbod geldt in ieder geval in de
                                                  kernen van de gemeente
                                                Gulpen-Witte</cursief></vet><vet>m.</vet></al></li></lijst></lid><lid><lidnr/><lijst><li nr="3."><al>Het bepaalde in het eerste lid geldt niet voor:</al></li></lijst></lid><lid><lidnr/><lijst><li nr=""><lijst><li nr="a."><al>een terras dat behoort bij een horecabedrijf,
                                                  als bedoeld in artikel 1 van de Drank- en
                                                  Horecawet;</al></li></lijst></li></lijst></lid><lid><lidnr/><lijst><li nr=""><lijst><li nr="b."><al>de plaats, niet zijnde een horecabedrijf, als
                                                  bedoeld onder a, waarvoor een ontheffing geldt
                                                  krachtens artikel 35 van de Drank- en
                                                  Horecawet.</al></li></lijst></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4.9</nr><titel>Hinderlijk gedrag bij of in gebouwen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al><vet><cursief>Het is
                                                verboden:</cursief></vet></al><lijst><li nr="a."><al><vet><cursief>zich zonder
                                                  redelijk doel in een portiek of poort op te
                                                  houden;</cursief></vet></al></li><li nr="b."><al><vet><cursief>zonder redelijk
                                                  doel in, op of tegen een raamkozijn of een drempel
                                                  van een gebouw te zitten of te
                                                  liggen.</cursief></vet></al></li></lijst></li><li nr="2."><al><vet><cursief>Het is aan anderen dan bewoners of gebruikers
                                                van flatgebouwen, appartementsgebouwen en
                                                soortgelijke meergezinshuizen en van gebouwen die
                                                voor publiek toegankelijk zijn, verboden zich zonder
                                                redelijk doel te bevinden in een voor
                                                gemeenschappelijk gebruik bestemde ruimte van zo'n
                                                gebouw.</cursief></vet></al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4.10</nr><titel>Hinderlijk gedrag in voor publiek toegankelijke
                                    ruimten</titel></kop><al>Het is verboden zich zonder redelijk doel op een voor anderen
                                hinderlijke wijze op te houden in of op een voor het publiek
                                toegankelijk portaal, telefooncel, wachtlokaal voor een openbaar
                                vervoermiddel, parkeergarage, rijwielstalling of een andere
                                soortgelijke, voor het publiek toegankelijke ruimte dan wel deze te
                                verontreinigen of te bezigen voor een ander doel dan waarvoor de
                                desbetreffende ruimte is bestemd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4.11</nr><titel>Neerzetten van fietsen en dergelijke</titel></kop><al>Het is verboden op of aan de weg een fiets of een bromfiets te
                                plaatsen of te laten staan tegen een raam, een raamkozijn, een deur,
                                de gevel van een gebouw dan wel in de ingang van een portiek
                                indien:</al><lijst><li nr="a."><al>dit in strijd is met de uitdrukkelijk verklaarde wil van de
                                        gebruiker van dat gebouw of datportiek;</al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>daardoor die ingang versperd wordt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4.12</nr><titel>Overlast van fiets of bromfiets op markt- en kermisterrein en
                                    dergelijke</titel></kop><al><vet><cursief>(Vervallen).</cursief></vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4.13</nr><titel>Bespieden van personen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zich in de nabijheid van een persoon dan wel een
                                    gebouw of woonwagen op te houden met de kennelijke bedoeling
                                    deze persoon dan wel een zich in dit gebouw, deze woonwagen of
                                    dit woonschip bevindende persoon, te bespieden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden door middel van een verrekijker of andere
                                    apparatuur waarmee het mogelijk is om voorwerpen op afstand
                                    vergroot weer te geven zich in een gebouw of woonwagen
                                    bevindende persoon te bespieden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4.14</nr><titel>Bewakingsapparatuur</titel></kop><al><vet><cursief>(Vervallen in verband met Wet heimelijk
                                        cameratoezicht).</cursief></vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4.15</nr><titel>Nodeloos alarmeren</titel></kop><al>(Vervallen). </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4.16</nr><titel>Alarminstallaties</titel></kop><al><vet><cursief>(Vervallen). </cursief></vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4.17</nr><titel>Loslopende honden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond
                                        te laten verblijven of te laten lopen:</al><lijst><li nr="a."><al>binnen de bebouwde kom op de weg zonder dat die hond
                                                aangelijnd is;</al></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr=""><lijst><li nr="b."><al><vet><cursief>op een voor het
                                                  publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig
                                                  ingerichte kinderspeelplaats, begraafplaats,
                                                  zandbak, speelweide, parken, plantsoenen of andere
                                                  door het college aangewezen
                                                  plaatsen;</cursief></vet></al></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr=""><lijst><li nr="c."><al>op de weg zonder voorzien te zijn van een halsband
                                                of een ander identificatiemerk dat de eigenaar of
                                                houder duidelijk doet kennen.</al></li><li nr="d."><al>buiten de bebouwde kom in natuurgebieden of andere
                                                door het college aangewezen plaatsen buiten de
                                                bebouwde kom, zonder dat die hond is
                                                aangelijnd.</al></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr="2."><al><vet><cursief>Het college kan plaatsen
                                                aanwijzen waar het verbod genoemd in het eerste lid
                                                onder a niet geldt. </cursief></vet></al></li><li nr="3."><al>Het verbod geldt niet voorzover de
                                        eigenaar of houder van een hond zich vanwege zijn handicap
                                        door een geleidehond laat begeleiden en de hond als zodanig
                                        aantoonbaar gekwalificeerd is of indien een eigenaar of
                                        houder van een hond deze aantoonbaar gekwalificeerd opleidt
                                        tot geleidehond.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4.18</nr><titel>Verontreiniging door honden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is de eigenaar of houder van een hond of hij die een
                                        hond onder zijn hoede heeft verboden, indien hij zich met de
                                        hond op de openbare weg, op een voor het publiek
                                        toegankelijke plaats begeeft dan wel bevindt, dit te doen
                                        zonder een deugdelijk hulpmiddel voor het opruimen van de
                                        uitwerpselen van de hond bij zich te hebben.</al></li></lijst><lijst><li nr="2."><al>Het in het eerste lid bedoelde hulpmiddel dient op de eerste
                                        aanvraag van de toezichthoudende ambtenaar direct worden
                                        getoond.</al></li><li nr="3."><al>Het is de eigenaar of houder van een hond of hij die een
                                        hond onder zijn hoede heeft verboden, die hond op de
                                        openbare weg, op een voor het publiek toegankelijke plaats
                                        zich te laten ontdoen van uitwerpselen.</al></li><li nr="4."><al>Het in het derde lid genoemde verbod wordt opgeheven, indien
                                        de eigenaar, de houder of hij die een hond onder zijn hoede
                                        heeft van de hond de uitwerpselen met dat hulpmiddel
                                        onmiddellijk verwijdert, waaronder mede wordt verstaan het
                                        deponeren van de uitwerpselen in de berm buiten de bebouwde
                                        kom.</al></li><li nr="5."><al>Het in het derde lid genoemde verbod wordt opgeheven indien
                                        het de bermen van wegen buiten de bebouwde kom betreft.</al></li><li nr="6."><al>Onder een deugdelijk hulpmiddel als bedoeld in de leden 1, 2
                                        en 4 wordt verstaan een hulpmiddel, dat gezien de vorm en
                                        constructie dient tot het opruimen van hondenuitwerpselen
                                        en/of tot dat doel in de handel is.</al></li><li nr="7."><al>Het college kan van de in het eerste en derde lid gestelde
                                        verboden in zeer bijzondere gevallen ontheffing
                                        verlenen.</al></li><li nr="8."><al>het bepaalde in 4 en 5 voor zover het betreft het deponeren
                                        van uitwerpselen in de berm buiten de bebouwde kom en indien
                                        het bermen van wegen buiten de bebouwde kom betreft geldt
                                        dit niet binnen natuurgebieden en voor de ingevolge artikel
                                        2.4.17 sub d aangewezen plaatsen buiten de bebouwde kom.
                                    </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4.19</nr><titel>Gevaarlijke honden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al><vet>Indien het college een hond in verband met zijn gedrag
                                            gevaarlijk of hinderlijk acht, kan het de eigenaar of
                                            houder van die hond een aanlijngebod of aanlijn- en
                                            muilkorfgebod opleggen voor zover die hond verblijft of
                                            loopt op een openbare plaats of op het terrein van een
                                            ander.</vet></al></li></lijst><lijst><li nr="2."><al><vet>Een aanlijngebod houdt in dat de eigenaar of houder
                                            verplicht is de hond aangelijnd te houden met een lijn
                                            met een lengte, gemeten van de hand tot de halsband, van
                                            ten hoogste 1,50 meter.</vet></al></li><li nr="3."><al><vet>Een muilkorfgebod houdt in dat de eigenaar of houder
                                            verplicht is de hond voorzien te houden van een muilkorf
                                            die:</vet></al><lijst><li nr="a."><al><vet>vervaardigd is van stevige kunststof, van
                                                  stevig leer of van beide stoffen;</vet></al></li><li nr="b."><al><vet>door middel van een stevige leren riem zodanig
                                                  rond de hals is aangebracht dat verwijdering
                                                  zonder toedoen van de mens niet mogelijk is;
                                                  en</vet></al></li><li nr="c."><al><vet>zodanig is ingericht dat de hond niet kan
                                                  bijten, dat de afgesloten ruimte binnen de korf
                                                  een geringe opening van de bek toelaat en dat geen
                                                  scherpe delen binnen de korf aanwezig
                                                zijn.</vet></al></li></lijst></li><li nr="4."><al><vet>Onverminderd het bepaalde in artikel 2.4.17 lid c
                                            ,dient een hond als bedoeld in het eerste lid voorzien
                                            te zijn van een door de Minister van Economie, Landbouw
                                            en Innovatie op aanvraag verstrekt uniek
                                            identificatienummer door middel van: </vet></al><lijst><li nr="a."><al><vet>tatoeage op de binnenkant van het oor, of
                                                </vet></al></li><li nr="b."><al><vet>een microchip die met een chipreader afleesbaar
                                                  is. </vet></al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4.20.</nr><titel>Houden van hinderlijke of schadelijke dieren</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college kan buiten een inrichting in de zin van de Wet
                                        milieubeheer plaatsen aanwijzen waar het ter voorkoming of
                                        opheffing van overlast of schade aan de openbare gezondheid
                                        verboden is daarbij aangeduide dieren:</al><lijst><li nr="a."><al>aanwezig te hebben;</al></li><li nr="b."><al>aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van
                                                de door het college gestelde regels; of</al></li><li nr="c."><al>aanwezig te hebben in een groter aantal dan in die
                                                aanwijzing is aangegeven. </al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het college kan de rechthebbende op een onroerende zaak
                                        gelegen binnen een plaats als bedoeld in lid 1, ontheffing
                                        verlenen van een of meer verboden als bedoeld in het eerste
                                        lid.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4.21</nr><titel>Wilde dieren</titel></kop><al>(Vervallen).</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4.22</nr><titel>Loslopend vee en pluimvee</titel></kop><al>[Vervallen]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4.23</nr><titel>Duiven</titel></kop><al>[Vervallen]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4.24</nr><titel>Bijen</titel></kop><al>[Vervallen]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4.25</nr><titel>Bedelarij</titel></kop><al><vet><cursief>Het is verboden in door het college aangewezen
                                        gebieden op of aan de weg of in een voor het publiek
                                        toegankelijk gebouw te bedelen om geld of andere
                                        zaken.</cursief></vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4.26</nr><titel>Handhaving bij diverse vormen van overlast</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al><vet><cursief>In het belang van de openbare orde, het voorkomen
                                            of beperken van overlast, het voorkomen of beperken van
                                            aantasting van het woon- en leefklimaat, de veiligheid
                                            van personen en goederen, de verkeersvrijheid of
                                            veiligheid en de gezondheid of zedelijkheid kan het
                                            college een gebied aanwijzen waar door
                                            politie-ambtenaren aan een persoon, die zich bevindt op
                                            de weg of plaats, die deel uitmaakt van dit gebied,
                                            gedurende de uren daarbij genoemd, het bevel kan worden
                                            gegeven zich onmiddellijk in een bepaalde richting te
                                            verwijderen.</cursief></vet></al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al><vet><cursief>Met het oog op de in het eerste lid genoemde
                                            belangen kan:</cursief></vet></al></lid><lid><lidnr/><lijst><li nr="a."><al><vet><cursief>de burgemeester aan de persoon aan wie
                                                  tenminste eenmaal een bevel is gegeven als bedoeld
                                                  in het eerste lid, een verbod opleggen om zich
                                                  gedurende een in dat verbod genoemd tijdvak van
                                                  ten hoogste veertien dagen, anders dan in een
                                                  openbaar middel van vervoer, te bevinden op de weg
                                                  of plaats, die deel uitmaakt van een door het
                                                  college aangewezen gebied als bedoeld in het
                                                  eerste lid, gedurende de tijden daarbij
                                                  genoemd;</cursief></vet></al></li></lijst></lid><lid><lidnr/><lijst><li nr="b."><al><vet><cursief>de burgemeester aan de persoon aan wie
                                                  eerder een verbod als bedoeld onder a is opgelegd
                                                  een verbod opleggen om zich gedurende een in dat
                                                  verbod genoemd tijdvak van ten hoogste zes
                                                  maanden, anders dan in een openbaar middel van
                                                  vervoer, te bevinden op de wegof plaats, die deel
                                                  uitmaakt van een door het college aangewezen
                                                  gebied als bedoeld in het eerste lid, gedurende de
                                                  uren daarbij genoemd.</cursief></vet></al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al><vet><cursief>De burgemeester beperkt het in het tweede lid,
                                            onder a en b genoemde verbod of de daarin genoemde
                                            termijn indien dat in verband met de persoonlijke
                                            omstandigheden van betrokkene noodzakelijk
                                        is.</cursief></vet></al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al><vet><cursief>Het is verboden zich te gedragen in strijd met een
                                            door de burgemeester opgelegd verbod als bedoeld in het
                                            tweede lid, onder a en b.</cursief></vet></al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5</nr><titel>Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.5.1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>[Vervallen] </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.5.2</nr><titel>Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister</titel></kop><al>[Vervallen]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.5.3</nr><titel>Voorschriften als bedoeld in artikel 437ter, eerste lid, van
                                    het Wetboek van Strafrecht</titel></kop><al>[Vervallen]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.5.4</nr><titel>Vervreemding van door opkoop verkregen goederen</titel></kop><al>[Vervallen]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.5.5.</nr><titel>Handel in horecabedrijven</titel></kop><al>[Vervallen]</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>6</nr><titel>Vuurwerk</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.6.1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder consumentenvuurwerk:
                                Consumentenvuurwerk waarop het Besluit van 22 januari 2002, houdende
                                nieuwe regels met betrekking tot consumenten- en professioneel
                                vuurwerk (Vuurwerkbesluit) van toepassing is.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.6.2</nr><titel>Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk tijdens de
                                    verkoopdagen</titel></kop><al><vet><cursief>Het is verboden in de uitoefening van een bedrijf of
                                        nevenbedrijf consumentenvuurwerk ter beschikking te stellen
                                        dan wel voor het ter beschikking stellen aanwezig te houden,
                                        zonder een vergunning van het college van de gemeente waar
                                        het bedrijf is of zal worden gevestigd</cursief></vet>.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.6.3</nr><titel>Bezigen van consumentenvuurwerk</titel></kop><lijst><li nr="1."><al><vet><cursief>Het
                                                is verboden consumentenvuurwerk te bezigen op een
                                                door het college in het belang van de voorkoming van
                                                gevaar, schade of overlast aangewezen
                                                plaats.</cursief></vet></al></li><li nr="2."><al><vet><cursief>Het is verboden
                                                consumentenvuurwerk op een openbare plaats te
                                                bezigen als dat gevaar, schade of overlast kan
                                                veroorzaken.</cursief></vet></al></li><li nr="3."><al><vet><cursief>De in het eerste en
                                                tweede lid gestelde verboden gelden niet voorzover
                                                in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien
                                                door artikel 429, aanhef en onder 1, van het Wetboek
                                                van Strafrecht.</cursief></vet></al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.6.4.</nr><titel>Carbidschieten</titel></kop><lijst><li nr="1."><al><vet><cursief>In dit artikel wordt verstaan
                                            onder:</cursief></vet></al><lijst><li nr="a."><al><vet><cursief>bevoegd bestuursorgaan: het college
                                                  van burgemeester en wethouders of, voorzover het
                                                  openbare vermakelijkheden als bedoeld in artikel
                                                  174 van de Gemeentewet betreft, de
                                                  burgemeester;</cursief></vet></al></li><li nr="b."><al><vet><cursief>bus: een
                                                  (originele)(melk)bus van staal/ijzer, container,
                                                  opslagvat, buis of ander daarmee gelijk te stellen
                                                  voorwerp;</cursief></vet></al></li><li nr="c."><al><vet><cursief>carbidschieten:
                                                  het in een bus op explosieve wijze verbranden van
                                                  acet</cursief></vet><vet><cursief>y</cursief></vet><vet><cursief>leengas
                                                  afkomstig van een reactie tussen calciumacetylide
                                                  (carbid) en water of gasmengsels met vergelijkbare
                                                  eigenschappen.</cursief></vet></al></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr="2."><al><vet><cursief>Carbidschieten in de open lucht is
                                                verboden.</cursief></vet></al></li><li nr="3."><al><vet><cursief>Het verbod gesteld in lid 2 lid geldt niet
                                                indien:</cursief></vet></al><lijst><li nr="a."><al><vet><cursief>carbidschieten plaatsvindt op 31
                                                  december tussen 10.00 uur en 24.00 uur en op 1
                                                  januari tussen 00.00 en 02.00 uur, als daarbij
                                                  gebruik wordt gemaakt van bussen met een maximale
                                                  inhoud van </cursief></vet><vet><cursief>1
                                                  liter</cursief></vet><vet><cursief> en mits
                                                  daarbij geen handelingen worden verricht of
                                                  nagelaten waarvan degene die het carbidschieten
                                                  verricht weet of
                                                  redeli</cursief></vet><vet><cursief>j</cursief></vet><vet><cursief>kerwijs
                                                  had kunnen vermoeden dat daardoor gevaar, schade
                                                  of hinder kan optreden voor personen of voor de
                                                  omgeving;</cursief></vet></al></li><li nr="b."><al><vet><cursief>carbidschieten plaatsvindt op 31
                                                  december tussen 10.00 uur en 24.00 uur en op 1
                                                  januari tussen 00.00 en 02.00 uur buiten de
                                                  b</cursief></vet><vet><cursief>e</cursief></vet><vet><cursief>bouwde
                                                  kom waarbij gebruik wordt gemaakt van melkbussen
                                                  en/of dergelijke voorwerpen met een maximale
                                                  omvang van </cursief></vet><vet><cursief>50
                                                  liter</cursief></vet><vet><cursief>, met
                                                  gebruikmaking van acetyleengas afkomstig van
                                                  reactie tussen calciumcarbid (carbid) en water of
                                                  gasmengsels met vergelijkbare eigenschappen, mits
                                                  daarbij geen handelingen worden verricht of
                                                  nagel</cursief></vet><vet><cursief>a</cursief></vet><vet><cursief>ten
                                                  waarvan degene die het carbidschieten verricht
                                                  weet of
                                                  redeli</cursief></vet><vet><cursief>j</cursief></vet><vet><cursief>kerwijs
                                                  had kunnen vermoeden dat daardoor gevaar, schade
                                                  of hinder kan optreden voor personen of voor de
                                                  omgeving;</cursief></vet></al></li><li nr="c."><al><vet><cursief>er een schriftelijke toestemming is
                                                  van de eigenaar van het terrein van waaraf
                                                  geschoten wordt;</cursief></vet></al></li><li nr="d."><al><vet><cursief>de plaats vanwaar geschoten wordt is
                                                  gelegen; </cursief></vet></al></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr=""><lijst><li nr=""><al><vet><cursief>- op een afstand van ten minste
                                                  </cursief></vet><vet><cursief>75
                                                  meter</cursief></vet><vet><cursief> van
                                                  woonbebouwing en</cursief></vet></al></li><li nr=""><al><vet><cursief>- op een afstand van ten minste
                                                  </cursief></vet><vet><cursief>300
                                                  meter</cursief></vet><vet><cursief> van
                                                  inrichtingen voor de intramurale zorg
                                                  en</cursief></vet></al></li><li nr=""><al><vet><cursief>- op een afstand van ten minste
                                                  </cursief></vet><vet><cursief>300
                                                  meter</cursief></vet><vet><cursief> van in gebruik
                                                  zijnde voorzieningen voor het houden van dieren
                                                  en</cursief></vet></al></li><li nr=""><al><vet><cursief>- op een afstand van ten minste
                                                  </cursief></vet><vet><cursief>500
                                                  meter</cursief></vet><vet><cursief> van een
                                                  vogelbeschermingsgebied;</cursief></vet></al></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr=""><lijst><li nr="e."><al><vet><cursief>wordt geschoten in een richting welke
                                                  tegengesteld is aan de richting waarin de
                                                  dichtstbijzijnde woonbebouwing is
                                                  gelegen;</cursief></vet></al></li><li nr="f."><al><vet><cursief>het vrijschootsveld minimaal
                                                  </cursief></vet><vet><cursief>75
                                                  meter</cursief></vet><vet><cursief> is en hierin
                                                  geen verharde openbare wegen of paden
                                                  liggen;</cursief></vet></al></li><li nr="g."><al><vet><cursief>er geen busdeksels of soortgelijke
                                                  gevaarlijke projectielen worden gebruikt om met
                                                  behulp van carbid te worden
                                                  weggeschoten;</cursief></vet></al></li><li nr="h."><al><vet><cursief>het gebruik van (voet)ballen of andere
                                                  afsluitingen zodanig is dat deze geen schade aan
                                                  mens, dier of goed kan worden
                                                  veroorzaakt;</cursief></vet></al></li><li nr="i."><al><vet><cursief>het schietterrein wordt afgezet met
                                                  linten of ander vergelijkbaar
                                                  materiaal;</cursief></vet></al></li><li nr="j."><al><vet><cursief>binnen een cirkel met een straal van
                                                  </cursief></vet><vet><cursief>100
                                                  meter</cursief></vet><vet><cursief> rond de plaats
                                                  waar het carbidschieten plaatsvindt in totaal niet
                                                  meer dan tien bussen worden gebruikt dan wel
                                                  gebruiksklaar aanwezig worden gehouden voor
                                                  carbidschieten;</cursief></vet></al></li><li nr="k."><al><vet><cursief>de (melk)bussen/containers/opslagvaten
                                                  zodanig stevig worden verankerd in de bodem of in
                                                  een frame, of op andere wijze zodat terugslag kan
                                                  worden voorkomen;</cursief></vet></al></li><li nr="l."><al><vet><cursief>er wordt geschoten door een persoon
                                                  van 16 jaar of ouder, niet onder invloed van
                                                  alcohol/drugs, onder toezicht van een of meerdere
                                                  personen van 18 jaar of ouder. Deze dienen de
                                                  eigen veiligheid en die van het publiek te
                                                  waarborgen;</cursief></vet></al></li><li nr="m."><al><vet><cursief>het schietterrein goed wordt verlicht
                                                  indien het carbidschieten plaatsvindt na
                                                  zonsondergang. </cursief></vet></al></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr="4."><al><vet><cursief>Het is verboden op of aan de weg carbid bij
                                                zich te hebben op andere dagen dan op 31 december
                                                tussen 10.00 uur en 24.00 uur en op 1 januari tussen
                                                00.00 en 02.00 uur. </cursief></vet></al></li><li nr="5."><al><vet><cursief>Het bepaalde in het vierde lid is niet van
                                                toepassing op degenen aan wie carbid is afgeleverd
                                                gedurende de tijd die nodig is om thuis te komen,
                                                noch op degene die aannemelijk maakt dat hij het
                                                carbid nodig heeft in de uitoefening van beroep of
                                                bedrijf.</cursief></vet></al></li></lijst><lijst><li nr="6."><al><vet><cursief>Het bepaalde in het
                                                vierde lid is voorts niet van toepassing op de
                                                houder van een melding als bedoeld in het derde lid
                                                g</cursief></vet><vet><cursief>e</cursief></vet><vet><cursief>durende
                                                de tijd waarvoor de ontheffing als bedoeld in lid 7
                                                is verleend alsmede gedurende een uur
                                            daa</cursief></vet><vet><cursief>r</cursief></vet><vet><cursief>voor
                                                en een uur daarna.</cursief></vet></al></li></lijst><lijst><li nr="7."><al><vet><cursief>Het bevoegd bestuursorgaan kan ter voorkoming
                                                van gevaar, schade of overlast of in het belang van
                                                de natuurbescherming, plaatsen in de
                                            g</cursief></vet><vet><cursief>e</cursief></vet><vet><cursief>meente
                                                aanwijzen waar het gestelde in het lid 3 niet van
                                                toepassing is.</cursief></vet></al></li><li nr="8."><al><vet><cursief>Het bevoegde bestuursorgaan kan ontheffing
                                                verlenen van het in het lid 2 gestelde
                                                verbod.</cursief></vet></al></li><li nr="9."><al><vet><cursief>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin
                                                geregelde onderwerp wordt voorzien door het de Wet
                                                milieubeheer, de Wet wapens en munitie, de Wet
                                                milieugevaarlijke stoffen, de Wet vervoer
                                                gevaarlijke stoffen of het Wetboek van
                                                Strafrecht.</cursief></vet></al></li></lijst></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>7</nr><titel>Drugsoverlast</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.7.1</nr><titel>Drugshandel op straat</titel></kop><al>Onverminderd het bepaalde in de Opiumwet is het verboden op of aan
                                de weg post te vatten of zich daar heen en weer te bewegen en zich
                                op of aan wegen in of op een voertuig te bevinden of daarmee heen en
                                weer of rond te rijden, met het kennelijke doel om middelen als
                                bedoeld in artikel 2 en 3 van de Opiumwet, of daarop gelijkende
                                waar, al dan niet tegen betaling af te leveren, aan te bieden of te
                                verwerven, daarbij behulpzaam te zijn of daarin te bemiddelen.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>8</nr><titel>Bestuurlijke ophouding</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.8.1</nr><titel>Bestuurlijke ophouding</titel></kop><al>De burgemeester kan overeenkomstig artikel 154a van de Gemeentewet
                                besluiten tot het tijdelijk doen ophouden van door hem aangewezen
                                groepen van personen op een door hem aangewezen plaats indien deze
                                personen het bepaalde in artikel 2.1.1.1, 2.1.5.1, 2.1.5.2, 2.1.6.4,
                                2.1.6.7a, 2.1.6.9, 2.2.3, 2.4.7, 2.4.8, 2.4.9, 2.4.10, 2.6.3 en
                                5.5.1 van deze verordening niet naleven. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.8.2</nr><titel>Veiligheidsrisicogebieden</titel></kop><al>De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151b van de Gemeentewet
                                bij verstoring van de openbare orde door de aanwezigheid van wapens,
                                dan wel bij ernstige vrees voor het ontstaan daarvan, een gebied,
                                met in begrip van de daarin gelegen voor het publiek openstaande
                                gebouwen en daarbij behorende erven, aanwijzen als
                                veiligheidsrisicogebied.</al></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Seksinrichtingen,sekswinkels, straatprostitutie en dergelijke</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.1.1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al><cursief>prostitutie:</cursief> het zich beschikbaar stellen
                                        tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander
                                        tegen vergoeding;</al></li><li nr="b."><al><cursief>prostituee:</cursief> degene die zich beschikbaar
                                        stelt tot het verrichten van seksuele handelingen met een
                                        ander tegen vergoeding;</al></li><li nr="c."><al><cursief>seksinrichting:</cursief> de voor het publiek
                                        toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in
                                        een omvang alsof zij bedrijfsmatig was seksuele handelingen
                                        worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische
                                        aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting worden in elk
                                        geval verstaan: een seksbioscoop, seksautomatenhal,
                                        sekstheater, een parenclub of een prostitutiebedrijf
                                        waaronder tevens begrepen een erotische-massagesalon, al dan
                                        niet in combinatie met elkaar;</al></li><li nr="d."><al><cursief>escortbedrijf:</cursief> de natuurlijke persoon,
                                        groep van personen of rechtspersoon die bedrijfsmatig of in
                                        een omvang alsof zij bedrijfsmatig was prostitutie aanbiedt
                                        die op een andere plaats dan in de bedrijfsruimte wordt
                                        uitgeoefend;</al></li><li nr="e."><al><cursief>sekswinkel: </cursief>de voor het publiek
                                        toegankelijke, besloten ruimte waarin hoofdzakelijk goederen
                                        van erotisch-pornografische aard aan particulieren plegen te
                                        worden verkocht of verhuurd;</al></li><li nr="f."><al><cursief>exploitant:</cursief> de natuurlijke persoon of
                                        personen of rechtspersoon of rechtspersonen die een
                                        seksinrichting of escortbedrijf exploiteert en de tot
                                        vertegenwoordiging van die rechtspersoon of rechtspersonen
                                        bevoegde natuurlijke persoon of personen;</al></li><li nr="g."><al><cursief>beheerder:</cursief> de natuurlijke persoon of
                                        personen die de onmiddellijke feitelijke leiding uitoefent
                                        in een seksinrichting of escortbedrijf;</al></li><li nr="h."><al><cursief>bezoeker:</cursief> degene die aanwezig is in een
                                        seksinrichting, met uitzondering van:</al><lijst><li nr="1."><al>de exploitant;</al></li><li nr="2."><al>de beheerder;</al></li><li nr="3."><al>de prostituee;</al></li><li nr="4."><al>het personeel dat in de seksinrichting werkzaam
                                                is;</al></li><li nr="5."><al>toezichthouders die zijn aangewezen op grond van
                                                artikel 6.2;</al></li><li nr="6."><al>andere personen wier aanwezigheid in de
                                                seksinrichting wegens dringende redenen noodzakelijk
                                                is.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.1.2</nr><titel>Bevoegd bestuursorgaan</titel></kop><al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder bevoegd
                                    bestuursorgaan<cursief>:</cursief> het college of, voorzover het
                                betreft voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende
                                erven als bedoeld in artikel 174 van de Gemeentewet, de
                                burgemeester.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.1.3</nr><titel>Nadere regels</titel></kop><al>Met het oog op de in artikel 3.3.2 genoemde belangen, kan het
                                college over de uitoefening de bevoegdheden in dit hoofdstuk nadere
                                regels vaststellen.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2</nr><titel>Seksinrichtingen, straatprostitutie, sekswinkels en
                                dergelijke</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.2.1</nr><titel>Seksinrichtingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een seksinrichting of escortbedrijf te
                                        exploiteren of te wijzigen zonder vergunning van het bevoegd
                                        bestuursorgaan.</al></li><li nr="2."><al>In de aanvraag om vergunning en in de vergunning wordt in
                                        ieder geval vermeld:</al><lijst><li nr="a."><al>de persoonsgegevens van de exploitant;</al></li><li nr="b."><al>de persoonsgegevens van de beheerder;</al></li><li nr="c."><al>de aard van de seksinrichting of het
                                                escortbedrijf;</al><al>de locatie van de seksinrichting of het
                                                escortbedrijf.</al></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr="3."><al>De vergunning wordt uitsluitend verleend aan de exploitant.
                                        De vergunning is persoonsgebonden en inrichtingsgebonden en
                                        kan niet worden overgedragen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.2.2</nr><titel>Gedragseisen exploitant en beheerder</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De exploitant en de beheerder:</al><lijst><li nr="a."><al>staan niet onder curatele en zijn niet ontzet uit de
                                                ouderlijke macht of de voogdij;</al></li><li nr="b."><al>zijn niet in enig opzicht van slecht levensgedrag;
                                                en</al></li><li nr="c."><al>hebben de leeftijd van eenentwintig jaar
                                                bereikt.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Naast de gestelde eisen in het eerste lid, is de exploitant
                                        en de beheerder niet:</al><lijst><li nr="a."><al>met toepassing van artikel 37 van het Wetboek van
                                                Strafrecht in een psychiatrisch ziekenhuis geplaatst
                                                of met toepassing van artikel 37a van het Wetboek
                                                van Strafrecht ter beschikking gesteld;</al></li><li nr="b."><al>binnen de laatste vijf jaar onherroepelijk
                                                veroordeeld tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf
                                                van zes maanden of meer door de rechter in
                                                Nederland, de Nederlandse Antillen of Aruba, dan wel
                                                door een andere rechter wegens een misdrijf waarvoor
                                                naar Nederlands recht een bevel tot voorlopige
                                                hechtenis ingevolge artikel 67, eerste lid, van het
                                                Wetboek van Strafvordering is toegelaten;</al></li><li nr="c."><al>binnen de laatste vijf jaar bij tenminste twee
                                                rechterlijke uitspraken onherroepelijk veroordeeld
                                                tot een onvoorwaardelijke geldboete van € 500 of
                                                meer of tot een andere hoofdstraf als bedoeld in
                                                artikel 9, eerste lid, onder a, van het Wetboek van
                                                Strafrecht, wegens dan wel mede wegens overtreding
                                                van:</al><lijst><li nr="1."><al><vet><cursief>bepalingen gesteld bij of
                                                  krachtens de Drank- en Horecawet, de Opiumwet, de
                                                  Vreemdelingenwet en de Wet arbeid
                                                  vreemdelingen;</cursief></vet></al></li><li nr="2."><al><vet><cursief>de artikelen 137c tot en met
                                                  137g, 140, 240b, 242 tot en met 249, 252, 250a
                                                  (oud),
                                                  </cursief></vet><vet><cursief>273f</cursief></vet><vet><cursief>,
                                                  300 tot en met 303, 416, 417, 417bis, 426,
                                                  429quater en 453 van het Wetboek van
                                                  Strafrecht;</cursief></vet></al></li><li nr="3."><al><vet><cursief>de artikelen 8 en 162, derde
                                                  lid, alsmede artikel 6 juncto artikel 8 of juncto
                                                  artikel 163 van de Wegenverkeerswet
                                                  1994;</cursief></vet></al></li><li nr="4."><al><vet><cursief>de artikelen 1, onder a, b en d,
                                                  13, 14, 27 en 30b van de Wet op de
                                                  kansspelen;</cursief></vet></al></li><li nr="5."><al><vet><cursief>de artikelen 2 en 3 van de Wet
                                                  op de weerkorpsen;</cursief></vet></al></li><li nr="6."><al><vet><cursief>de artikelen 54 en 55 van de Wet
                                                  wapens en munitie.</cursief></vet></al></li></lijst></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr="3."><al><vet><cursief>Met een veroordeling als
                                                bedoeld in het tweede lid wordt gelijk
                                                gesteld:</cursief></vet></al><lijst><li nr="a."><al><vet><cursief>vrijwillige
                                                  betaling van een geldsom als bedoeld in artikel
                                                  74, tweede lid, onder a, van het Wetboek van
                                                  Strafrecht of artikel 76, derde lid, onder a, van
                                                  de Algemene wet inzake rijksbelastingen, tenzij de
                                                  geldsom minder dan € 375
                                                bedraagt;</cursief></vet></al></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr=""><lijst><li nr="b."><al>een bevel tot tenuitvoerlegging van een
                                                voorwaardelijke straf.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>De periode van vijf jaar, genoemd in het tweede lid,
                                        wordt:</al><lijst><li nr="a."><al>bij de weigering van een vergunning teruggerekend
                                                vanaf de datum van beslissing op de aanvraag van de
                                                vergunning;</al></li><li nr="b."><al>bij de intrekking van een vergunning teruggerekend
                                                vanaf de datum van de intrekking van deze
                                                vergunning.</al></li></lijst></li><li nr="5."><al>De exploitant of de beheerder is binnen de laatste vijf jaar
                                        geen exploitant of beheerder geweest van een seksinrichting
                                        of escortbedrijf die voor ten minste een maand door het
                                        bevoegde bestuursorgaan is gesloten, of waarvan de
                                        vergunning bedoeld in artikel 3.2.1, eerste lid, is
                                        ingetrokken, tenzij aannemelijk is dat hem terzake geen
                                        verwijt treft.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.2.3</nr><titel>Sluitingstijden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te
                                        hebben en daarin bezoekers toe te laten of te laten
                                        verblijven:</al><lijst><li nr="a."><al>op maandag tot en met donderdag tussen 02.00 en
                                                07.00 uur;</al></li><li nr="b."><al>op vrijdag tot en met zaterdag tussen 03.00 en 07.00
                                                uur;op zondag tussen 02.00 en 07.00 uur. </al></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr="2."><al>Het bevoegd orgaan kan door middel van een voorschrift als
                                        bedoeld in artikel 1.4 voor een afzonderlijke seksinrichting
                                        andere sluitingstijden vaststellen.</al></li><li nr="3."><al>Het is bezoekers van een seksinrichting verboden zich daarin
                                        te bevinden gedurende de tijd dat die seksinrichting
                                        krachtens het eerste lid of tweede lid, dan wel krachtens
                                        artikel 3.2.4, eerste lid, gesloten dient te zijn.</al></li><li nr="4."><al>Het in het eerste tot en met derde lid bepaalde geldt niet
                                        voorzover de op de Wet milieubeheer gebaseerde voorschriften
                                        van toepassing zijn.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.2.4</nr><titel>Tijdelijke afwijking sluitingstijden; (tijdelijke)
                                    sluiting</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Met het oog op de in artikel 3.3.2, tweede lid, genoemde
                                        belangen of in geval van strijdigheid met de bepalingen in
                                        dit hoofdstuk kan het bevoegd bestuursorgaan:</al><lijst><li nr="a."><al>tijdelijk andere dan de krachtens artikel 3.2.3,
                                                eerste of tweede lid, geldendesluitingsuren
                                                vaststellen;</al></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr=""><lijst><li nr="b."><al>van een afzonderlijke seksinrichting al dan niet
                                                tijdelijk de gedeeltelijke of algehele sluiting
                                                bevelen.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 3:41 van de Algemene
                                        wet bestuursrecht, maakt het bevoegd bestuursorgaan het in
                                        het eerste lid bedoelde besluit openbaar bekend
                                        overeenkomstig artikel 3:42 Algemene wet bestuursrecht.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.2.5</nr><titel>Aanwezigheid van en toezicht door exploitant en
                                    beheerder</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te
                                    hebben, zonder dat de ingevolge artikel 3.2.1 op de vergunning
                                    vermelde exploitant of beheerder in de seksinrichting aanwezig
                                    is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De exploitant en de beheerder zien er voortdurend op toe dat in
                                    de seksinrichting:</al></lid><lid><lidnr/><lijst><li nr="a."><al>geen strafbare feiten plaatsvinden, waaronder in ieder
                                            geval de feiten genoemd in de titels XIV (misdrijven
                                            tegen de zeden), XX (mishandeling), XXII (diefstal) en
                                            XXX (heling) van het Tweede Boek van het Wetboek van
                                            Strafrecht, in de Opiumwet en in de Wet wapens en
                                            munitie; en</al></li></lijst></lid><lid><lidnr/><lijst><li nr="b."><al>geen prostitutie wordt uitgeoefend door personen in
                                            strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid
                                            vreemdelingen of de Vreemdelingenwet bepaalde.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.2.6</nr><titel>Straatprostitutie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden, door handelingen, houding, woord, gebaar of op
                                    andere wijze, passanten tot prostitutie te bewegen, uit te
                                    nodigen dan wel aan te lokken:</al></lid><lid><lidnr/><lijst><li nr="a."><al>in de kernen van de gemeente Gulpen-Wittem;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr/><lijst><li nr="b."><al>gedurende andere dan door het college vastgestelde
                                            tijden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Met het oog op de naleving van het in het eerste lid gestelde
                                    verbod, kan door politieambtenaren het bevel worden gegeven zich
                                    onmiddellijk in een bepaalde richting te verwijderen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Met het oog op de in artikel 3.3.2, tweede lid, genoemde
                                    belangen kan door politieambtenaren aan personen die zich
                                    bevinden op de wegen en tijden bedoeld in het eerste lid, het
                                    bevel worden gegeven zich onmiddellijk in een bepaalde richting
                                    te verwijderen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De burgemeester kan met het oog op de in artikel 3.3.2, tweede
                                    lid, genoemde belangen personen aan wie ten minste eenmaal een
                                    bevel is gegeven als bedoeld in het derde lid bij besluit
                                    verbieden zich gedurende bepaalde termijn, anders dan in een
                                    openbaar middel van vervoer, te bevinden op of aan de wegen en
                                    op de tijden bedoeld in het eerste lid.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De burgemeester beperkt het in het vierde lid genoemde verbod
                                    indien dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van
                                    betrokkene noodzakelijk is.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het is verboden zich te gedragen in strijd met een door de
                                    burgemeester opgelegd verbod als bedoeld in het vierde lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.2.7</nr><titel>Sekswinkels</titel></kop><al>Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin een
                                sekswinkel te exploiteren in door het college in het belang van de
                                openbare orde of de woon- en leefomgeving aangewezen gebieden of
                                delen van de gemeente.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.2.8</nr><titel>Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van
                                    erotisch-pornografische goederen, afbeeldingen en
                                    dergelijke</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin
                                    of daarop goederen, opschriften, aankondigingen, gedrukte of
                                    geschreven stukken dan wel afbeeldingen van
                                    erotisch-pornografische aard openlijk ten toon te stellen, aan
                                    te bieden of aan te brengen:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>indien het bevoegd bestuursorgaan aan de rechthebbende heeft
                                    bekendgemaakt dat de wijze van tentoonstellen, aanbieden of
                                    aanbrengen daarvan, de openbare orde of de woon- en leefomgeving
                                    in gevaar brengt;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>anders dan overeenkomstig de door het bevoegd bestuursorgaan in
                                    het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving
                                    gestelde regels.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op
                                    het tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen van goederen,
                                    opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken dan
                                    wel afbeeldingen, die dienen tot het openbaren van gedachten en
                                    gevoelens als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de
                                    Grondwet.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3</nr><titel>Beslissingstermijn; weigeringsgronden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.3.1</nr><titel>Beslissingstermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bevoegd bestuursorgaan neemt het besluit op de aanvraag om
                                    vergunning bedoeld in artikel 3.2.1, eerste lid, binnen twaalf
                                    weken na de dag waarop de aanvraag ontvangen is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bevoegd bestuursorgaan kan zijn besluit voor ten hoogste
                                    twaalf weken verdagen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.3.2</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1.8 wordt de vergunning
                                        bedoeld in artikel 3.2.1, eerste lid, geweigerd indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de exploitant of de beheerder niet voldoet aan de in
                                                artikel 3.2.2 gestelde eisen;</al></li><li nr="b."><al>de vestiging of de exploitatie van de seksinrichting
                                                of het escortbedrijf in strijd is met een geldend
                                                bestemmingsplan, stadsvernieuwingsplan of
                                                leefmilieuverordening;</al></li><li nr="c."><al>er aanwijzingen zijn dat in de seksinrichting of het
                                                escortbedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn
                                                in strijd met artikel 250a van het Wetboek van
                                                Strafrecht of met het bij of krachtens de Wet arbeid
                                                vreemdelingen of de Vreemdelingenwet bepaalde.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De vergunning bedoeld in artikel 3.2.1, eerste lid, dan wel
                                        de aanwijzing of vaststelling bedoeld in artikel 3.2.6,
                                        eerste lid, kan worden geweigerd:</al><lijst><li nr="a."><al>in het belang van de openbare orde;</al></li><li nr="b."><al>in het belang van het voorkomen of beperken van
                                                overlast;</al></li><li nr="c."><al>in het belang van het voorkomen of beperken van
                                                aantasting van het woon- en leefklimaat;</al></li><li nr="d."><al>in het belang van de veiligheid van personen of
                                                goederen;</al></li><li nr="e."><al>in het belang van de verkeersvrijheid of
                                                -veiligheid;</al></li><li nr="f."><al>in het belang van de gezondheid of
                                                zedelijkheid;</al></li><li nr="g."><al>in het belang van de arbeidsomstandigheden van de
                                                prostituee;</al></li><li nr="h."><al>niet voldaan is aan het gestelde in de nadere regels
                                                als bedoeld in artikel 3.1.3.</al></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr="3."><al><vet><cursief>Een vergunning kan tevens worden geweigerd in
                                                het geval en onder de voorwaarden als bedoeld in
                                                artikel 3 van de Wet bevordering
                                                integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur.
                                                Voordat hier toepassing aan wordt gegeven kan het
                                                bevoegde gezag het Bureau bevordering
                                                integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur,
                                                bedoeld in artikel 8 van de Wet bevordering
                                                integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur,
                                                om een advies als bedoeld in artikel 9 van die wet
                                                worden gevraagd.</cursief></vet></al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.3.3</nr><titel>Intrekking van de vergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al><vet><cursief>Onverminderd het bepaalde in artikel 1.6 kan het
                                            bevoegde bestuursorgaan met het oog op de in artikel
                                            3.3.2, tweede lid, genoemde belangen of in geval van
                                            handelen of nalaten in strijd met de bepalingen in dit
                                            hoofdstuk, de aan de vergunning verbonden voorschriften,
                                            of de nadere regels als bedoeld in artikel 3.1.3, de
                                            vergunning intrekken.</cursief></vet></al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al><vet><cursief>Een vergunning kan tevens worden ingetrokken in
                                            het geval en onder de voorwaarden als bedoeld in artikel
                                            3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door
                                            het openbaar bestuur. Voordat hier toepassing aan wordt
                                            gegeven kan het bevoegde gezag het Bureau bevordering
                                            integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur,
                                            bedoeld in artikel 8 van de Wet bevordering
                                            integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, om
                                            een advies als bedoeld in artikel 9 van die wet worden
                                            gevraagd.</cursief></vet></al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>4</nr><titel>Beëindiging exploitatie; wijziging beheer</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.4.1</nr><titel>Beëindiging exploitatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergunning vervalt zodra de ingevolge artikel 3.2.1 op de
                                    vergunning vermelde exploitant, de exploitatie van de
                                    seksinrichting of het escortbedrijf feitelijk heeft
                                    beëindigd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Binnen een week na de feitelijke beëindiging van de exploitatie,
                                    geeft de exploitant daarvan schriftelijk kennis aan het bevoegd
                                    bestuursorgaan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.4.2</nr><titel>Wijziging beheer</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een beheerder als bedoeld in artikel 3.2.1, tweede lid,
                                    onder b, het beheer in de seksinrichting of het escortbedrijf
                                    feitelijk heeft beëindigd, geeft de exploitant daarvan binnen
                                    een week na de feitelijke beëindiging van het beheer
                                    schriftelijk kennis aan het bevoegd bestuursorgaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het beheer kan slechts worden uitgeoefend door een nieuwe
                                    beheerder, indien het bevoegd bestuursorgaan op aanvraag van de
                                    exploitant heeft besloten de verleende vergunning overeenkomstig
                                    de wijziging in het beheer te wijzigen. Het bepaalde in artikel
                                    3.3.2, eerste lid, aanhef en onder a, is van overeenkomstige
                                    toepassing.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwachting van het besluit bedoeld in het tweede lid, kan het
                                    beheer worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder zodra de
                                    exploitant een aanvraag als bedoeld in het tweede lid heeft
                                    ingediend, totdat over de aanvraag is besloten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.4.3</nr><titel>Vervallen vergunning</titel></kop><al>1.De vergunning vervalt:</al><lijst><li nr="a."><al>zodra de ingevolge artikel 3.2.1 op de vergunning vermelde
                                        exploitant de exploitatie van de inrichting feitelijk heeft
                                        beëindigd;</al></li><li nr="b."><al>er een wijziging heeft plaatsgevonden in de persoon van de
                                        exploitant;</al></li><li nr="c."><al>indien er een wijziging van bouwkundige aard in de
                                        inrichting heeft plaatsgevonden;</al></li><li nr="d."><al>indien de inrichting naar een andere locatie wordt
                                        verplaatst.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>5</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.5.1</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op het exploiteren van een bestaande seksinrichting of
                                    escortbedrijf is het gestelde in artikel 3.2.1, eerste lid, niet
                                    van toepassing:</al></lid><lid><lidnr/><lijst><li nr="a."><al>gedurende 13 weken na het in werking treden
                                            daarvan;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr/><lijst><li nr="b."><al>na afloop van de onder a gestelde termijn, indien de
                                            exploitant binnen deze termijn een aanvraag om
                                            vergunning als bedoeld in artikel 3.2.1, eerste lid,
                                            heeft ingediend, totdat op die aanvraag door het bevoegd
                                            bestuursorgaan een besluit is genomen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Gedurende de periode bedoeld in het eerste lid, kan het bevoegd
                                    bestuursorgaan met het oog op de in artikel 3.3.2, tweede lid,
                                    genoemde belangen de exploitant aanschrijven tot het treffen van
                                    in die aanschrijving vermelde voorzieningen.</al></lid></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het
                            uiterlijk aanzien van de gemeente</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>Geluid- en lichthinder</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.1.1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al><vet><cursief>In deze afdeling wordt verstaan
                                onder:</cursief></vet></al><lijst><li nr="a."><al><vet><cursief>Besluit: het Besluit algemene regels voor
                                                inrichtingen milieubeheer; </cursief></vet></al></li><li nr="b."><al><vet><cursief>inrichting: inrichting type A of type B als
                                                bedoeld in het Besluit;</cursief></vet></al></li><li nr="c."><al><vet><cursief>houder van een inrichting: degene die als
                                                eigenaar, bedrijfsleider, beheerder of anderszins
                                                een inrichting drijft;</cursief></vet></al></li><li nr="d."><al><vet><cursief>collectieve festiviteit: festiviteit die niet
                                                specifiek aan één of een klein aantal inrichtingen
                                                is verbonden; </cursief></vet></al></li><li nr="e."><al><vet><cursief>incidentele festiviteit: festiviteit of
                                                activiteit die gebonden is aan één of een klein
                                                aantal inrichtingen; </cursief></vet></al></li><li nr="f."><al><vet><cursief>geluidsgevoelige gebouwen: woningen en
                                                gebouwen die op grond van artikel 1 van de Wet
                                                Geluidhinder worden aangemerkt als geluidsgevoelige
                                                gebouwen met uitzondering van gebouwen behorende bij
                                                de betreffende inrichting;</cursief></vet></al></li><li nr="g."><al><vet><cursief>geluidsgevoelige terreinen: terreinen die op
                                                grond van artikel 1 van de Wet geluidhinder worden
                                                aangemerkt als geluidsgevoelige terreinen met
                                                uitzondering van terreinen behorende bij de
                                                betreffende inrichting;</cursief></vet></al></li><li nr="h."><al><vet><cursief>onversterkte muziek: muziek die niet
                                                elektronisch is versterkt.</cursief></vet></al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.1.2</nr><titel>Aanwijzing collectieve festiviteiten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al><vet><cursief>De geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17,
                                            2.19 en 2.20 van het Besluit en artikel 4.1.5 van deze
                                            verordening gelden niet voor door het college per
                                            kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten
                                            gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen.
                                        </cursief></vet></al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al><vet><cursief>De voorwaarden met betrekking tot de verlichting
                                            ten behoeve van sportbeoefening in de buitenlucht als
                                            bedoeld in artikel 4.113, eerste lid, van het Besluit
                                            gelden niet voor door het college per kalenderjaar aan
                                            te wijzen collectieve festiviteiten gedurende de daarbij
                                            aan te wijzen dagen of dagdelen. </cursief></vet></al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al><vet><cursief>In een aanwijzing als bedoeld in het eerste en
                                            tweede lid, kan het college bepalen dat de aanwijzing
                                            slechts geldt in bepaalde gebieden in de gemeente.
                                        </cursief></vet></al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al><vet><cursief>Het college maakt de aanwijzing ten minste vier
                                            weken voor het begin van een nieuw kalenderjaar
                                            bekend.</cursief></vet></al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al><vet><cursief>Het college kan wanneer een collectieve
                                            festiviteit redelijkerwijs niet te voorzien was, een
                                            festiviteit terstond als collectieve festiviteit als
                                            bedoeld in het eerste lid aanwijzen.
                                    </cursief></vet></al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al><vet><cursief>Het equivalente geluidsniveau LAeq veroorzaakt
                                            door de inrichting, bedraagt niet meer dan 80 dB(A),
                                            gemeten op </cursief></vet><vet><cursief>5
                                            meter</cursief></vet><vet><cursief> uit de gevel van
                                            gevoelige gebouwen op een hoogte van
                                            </cursief></vet><vet><cursief>1,5
                                            meter</cursief></vet><vet><cursief>.
                                    </cursief></vet></al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al><vet><cursief><vet>Het equivalente geluidsniveau LAeq
                                                veroorzaakt door de inrichting mag niet meer dan 96
                                                dB(C) bedragen, gemeten op 5 meter uit de gevel van
                                                de inrichting op een hoogte van ± 1,5
                                            meter</vet></cursief></vet><vet><cursief>.</cursief></vet></al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al><vet><cursief>De geluidswaarde als bedoeld in het zesdeliden
                                            zevende lid is inclusief onversterkte muziek en
                                            exclusief 10 dB(A) aftrek vanwege muziekcorrectie.
                                            Tevens wordt de bedrijfsduurcorrectie buiten beschouwing
                                            gelaten. </cursief></vet></al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al><vet><cursief><vet>Op de dagen als bedoeld in het eerste lid
                                                dient het ten gehore brengen van extra muziek (hoger
                                                dan de geluidsnorm als bedoeld in de artikelen 2.17,
                                                2.19 en 2.20 van het Besluit) een half uur vóór de
                                                sluitingstijden, conform artikel 2.3.1.4 APV, te
                                                worden
                                        beëindigd.</vet></cursief></vet></al></lid><lid><lidnr>10.</lidnr><al><vet><cursief>Bij het ten gehore brengen van muziekgeluid moeten
                                            ramen en deuren gesloten worden gehouden, behoudens voor
                                            het onmiddellijk doorlaten van personen en/of
                                            goederen.</cursief></vet></al></lid><lid><lidnr>11.</lidnr><al><vet><cursief>Op de collectieve dagen geldt de mogelijkheid om
                                            meer mechanisch of akoestisch muziekgeluid te mogen
                                            produceren alleen voor het bebouwde gedeelte van de
                                            inrichting en niet voor het terras.</cursief></vet></al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.1.3</nr><titel>Kennisgeving incidentele festiviteiten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al><vet><cursief>Het is een inrichting toegestaan maximaal 12
                                            incidentele festiviteiten per kalenderjaar te houden
                                            waarbij de geluidsnormen als bedoeld in de artikelen
                                            2.17, 2.19 en 2.20 van het Besluit en artikel 4.1.5 van
                                            deze verordening niet van toepassing zijn mits de houder
                                            van de inrichting ten minste twee weken voor de aanvang
                                            van de festiviteit het college daarvan in kennis heeft
                                            gesteld. </cursief></vet></al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al><vet><cursief>Het is een inrichting toegestaan maximaal 4
                                            incidentele festiviteiten per kalenderjaar <vet>de
                                                verlichting langer aan te houden ten behoeve van
                                                sportactiviteiten waarbij artikel 4.113 lid 1</vet>
                                            van het Besluit niet van toepassing is mits de houder
                                            van de inrichting ten minste twee weken voor de aanvang
                                            van de festiviteit het college daarvan in kennis heeft
                                            gesteld.</cursief></vet></al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al><vet><cursief>Het college stelt een formulier vast voor het doen
                                            van een kennisgeving. </cursief></vet></al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al><vet><cursief>De kennisgeving wordt geacht te zijn gedaan
                                            wanneer het formulier, volledig en naar waarheid
                                            ingevuld, tijdig is ingeleverd op de plaats op dat
                                            formulier vermeld. </cursief></vet></al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al><vet><cursief>De kennisgeving wordt tevens geacht te zijn gedaan
                                            wanneer het college op verzoek van de houder van een
                                            inrichting een incidentele festiviteit, die
                                            redelijkerwijs niet te voorzien was, terstond toestaat.
                                        </cursief></vet></al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al><vet><cursief>Het equivalente geluidsniveau LAeq veroorzaakt
                                            door de inrichting mag niet meer dan 80 dB(A) bedragen,
                                            gemeten op 5 meter uit de gevel van <vet>de
                                                inrichting</vet> op een hoogte van ± 1,5 meter.
                                        </cursief></vet></al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al><vet><cursief>Het equivalente geluidsniveau LAeq veroorzaakt
                                            door de inrichting mag niet meer dan 96 dB(C) bedragen,
                                            gemeten op 5 meter uit de gevel van de inrichting op een
                                            hoogte van ± 1,5
                                        meter.</cursief></vet></al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al><vet><cursief>De geluidswaarden als bedoeld in het zesde <vet>en
                                                zevende lid</vet> zijn inclusief onversterkte muziek
                                            en exclusief 10 dB(A) aftrek vanwege muziekcorrectie.
                                            Tevens wordt de bedrijfsduurcorrectie buiten beschouwing
                                            gelaten</cursief></vet></al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al><vet><cursief><vet>Op de dagen als bedoeld in het eerste lid
                                                dient het ten gehore brengen van extra muziek (hoger
                                                dan de geluidsnorm als bedoeld in de artikelen 2.17,
                                                2.19 en 2.20 van het Besluit) een half uur vóór de
                                                sluitingstijden, conform artikel 2.3.1.4 APV, te
                                                worden beëindigd.</vet></cursief></vet></al></lid><lid><lidnr>10.</lidnr><al><vet>Bij het ten gehore brengen van muziekgeluid moeten ramen en
                                        deuren gesloten worden gehouden, behoudens voor het
                                        onmiddellijk doorlaten van personen en/of
                                    goederen.</vet></al></lid><lid><lidnr>11</lidnr><al><vet>Op de collectieve dagen geldt de mogelijkheid om meer
                                        mechanisch of akoestisch muziekgeluid te mogen produceren
                                        alleen voor het bebouwde gedeelte van de inrichting en niet
                                        voor het terras.</vet></al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.1.4</nr><titel>Verboden incidentele festiviteiten</titel></kop><al><vet><cursief>(Vervallen).</cursief></vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.1.4a</nr><titel>Bepalingen ter voorkoming van overmatige hinder bij
                                    festiviteiten</titel></kop><al><vet><cursief>(Vervallen).</cursief></vet></al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.1.5</nr><titel>Overige geluidhinder</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet
                                        Milieubeheer toestellen of geluidsapparaten in werking te
                                        hebben of handelingen te verrichten op een zodanige wijze
                                        dat voor een omwonende of overigens voor de omgeving
                                        geluidhinder wordt veroorzaakt.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al></li></lijst><lijst><li nr="3."><al><vet><cursief>Het verbod geldt niet
                                                voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt
                                                voorzien door de Wet geluidhinder, de Wet
                                                milieubeheer, de Wegenverkeerswet 1994, de
                                                Zondagswet, het Wetboek van Strafrecht, de
                                                Luchtvaartwet, het Reglement verkeerstekens en
                                                verkeersregels 1994 of het Vuurwerkbesluit, de Wet
                                                milieugevaarlijke stoffen en de Provinciale
                                                Milieuverordening.</cursief></vet></al></li><li nr="4."><al><vet><cursief>Het in het eerste lid
                                                gestelde verbod geldt niet voor toestellen of
                                                geluidsapparaten in het kader van de normale
                                                agrarische bedrijfsvoering.</cursief></vet></al></li><li nr="5."><al><vet><cursief>Het in het eerste lid
                                                gestelde verbod geldt niet voor het rijden met een
                                                geluidswagen mits voldaan wordt aan de volgende
                                                voorwaarden:</cursief></vet></al></li></lijst><lijst><li nr=""><lijst><li nr="a."><al><vet><cursief>met een geluidswagen mag slechts
                                                  gereden worden tussen 09:30 en 18:00 uur en niet
                                                  op zon- en feestdagen;</cursief></vet></al></li><li nr="b."><al><vet><cursief>de geluidswagen mag niet onnodig
                                                  worden gestopt op of nabij kruispunten, ook mag
                                                  geen standplaats worden ingenomen met een in
                                                  werking zijnde
                                                geluidsinstallatie;</cursief></vet></al></li><li nr="c."><al><vet><cursief>geen geluid door middel van
                                                  geluidsinstallaties wordt voortgebracht nabij
                                                  kerken, scholen en
                                                  begraafplaatsen.</cursief></vet></al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.1.5a</nr><titel>(Geluid)hinder door dieren</titel></kop><al>Degene <vet><cursief>die buiten een inrichting in de zin van de Wet
                                        milieubeheer </cursief></vet>de zorg heeft voor een dier
                                moet voorkomen dat dit voor een omwonenden of overigens voor de
                                omgeving (geluid)hinder veroorzaakt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.1.5b</nr><titel>(Geluid)hinder door bromfietsen en dergelijke</titel></kop><al>Het is verboden zich met een motorvoertuig of een bromfiets zodanig
                                te gedragen, dat daardoor voor een omwonende of overigens voor de
                                omgeving (geluid)hinder ontstaat.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.1.5c</nr><titel>(Geluid)hinder door vrachtwagens</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een vrachtauto als bedoeld in artikel 1, onder
                                    ao, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1994 op
                                    zodanige wijze te laden of te lossen dat hierdoor voor omwonende
                                    of overigens (geluid)hinder wordt veroorzaakt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan van het in het eerste lid bepaalde ontheffing
                                    verlenen.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2</nr><titel>Afvalstoffen</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.2.1.1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al></lid><lid><lidnr/><lijst><li nr="a."><al>wet: Wet milieubeheer;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr/><lijst><li nr="b."><al>straatafval: huishoudelijke afvalstoffen van zeer
                                                beperkte omvang en gewicht, zoals proppen, papier,
                                                sigarettenpeuken,
                                                  kauwgom<onderstreept>,</onderstreept> plastic
                                                bekertjes en blikjes, verpakkingsmateriaal,
                                                etenswaren, niet zijnde klein chemisch afval (verder
                                                te noemen kca), ontstaan buiten een perceel;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr/><lijst><li nr="c."><al>inzamelen: de activiteiten gericht op het ophalen of
                                                innemen van afvalstoffen die binnen de gemeente ter
                                                inzameling worden aangeboden en het feitelijk
                                                ophalen en innemen daarvan;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr/><lijst><li nr="d."><al>ter inzameling aanbieden: de wijzen van overdragen
                                                van afvalstoffen aan een inzamelende persoon of
                                                instantie, inclusief het achterlaten van
                                                afvalstoffen in daartoe door of vanwege de
                                                inzamelende persoon of instantie geplaatste
                                                inzamelmiddelen of -voorzieningen of op een daartoe
                                                aangewezen plaats;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr/><lijst><li nr="e."><al>inzamelmiddel: een voor de inzameling van
                                                afvalstoffen bestemd hulp- en/of bewaarmiddel,
                                                bijvoorbeeld een huisvuilzak, minicontainer,
                                                afvalemmer, kca-box <onderstreept>of
                                                </onderstreept>big-bag, ten behoeve van één
                                                huishouden;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr/><lijst><li nr="f."><al>inzamelvoorziening: een voor de inzameling van
                                                afvalstoffen bestemd(e) bewaarmiddel of -plaats,
                                                bijvoorbeeld een verzamelcontainer, wijkcontainer of
                                                brengdepot, ten behoeve van meerdere
                                                huishoudens;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr/><lijst><li nr="a."><al>inzameldienst: de krachtens artikel 4.2.2.1, eerste
                                                lid, aangewezen inzameldienst, belast met de
                                                inzameling van huishoudelijke afvalstoffen;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr/><lijst><li nr="b."><al>andere inzamelaars: de krachtens artikel 4.2.2.1,
                                                tweede lid, aangewezen personen en instanties,
                                                belast met het afzonderlijk inzamelen van
                                                categorieën huishoudelijke afvalstoffen;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr/><lijst><li nr="c."><al>inzamelvergunning: de vergunning zoals bedoeld in
                                                artikel 4.2.2.5.;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr/><lijst><li nr="d."><al>gebruiker van een perceel: degene die in de gemeente
                                                feitelijk gebruik maakt van een perceel ten aanzien
                                                waarvan ingevolge artikel 10.22 van de Wet
                                                milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van
                                                huishoudelijke afvalstoffen geldt;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr/><lijst><li nr="e."><al>wegen: alle voor het openbaar verkeer openstaande
                                                wegen of paden met inbegrip van de daarin liggende
                                                bruggen en duikers en de tot die wegen behorende
                                                paden en bermen of zijkanten;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr/><lijst><li nr="f."><al>motorrijtuigen: alle voertuigen, bestemd om anders
                                                dan langs spoorstaven te worden voortbewogen
                                                uitsluitend of mede door een mechanische kracht, op
                                                of aan het voertuig zelf aanwezig dan wel door
                                                elektrische tractie met stroomtoevoer van
                                                elders.</al></li></lijst></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2</nr><titel>Inzameling van afvalstoffen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.2.2.1</nr><titel>Aanwijzing inzameldienst en andere inzamelaars</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college wijst de inzameldienst aan, die belast is met de
                                        inzameling van huishoudelijke afvalstoffen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Naast de inzameldienst kan het college andere inzamelaars
                                        aanwijzen, die belast zijn met het afzonderlijk inzamelen
                                        van categorieën huishoudelijke afvalstoffen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al><vet><cursief>Het college kan aan het inzamelen van
                                                huishoudelijke afvalstoffen voorschriften en
                                                beperkingen verbinden in het belang van de
                                                bescherming van het milieu.</cursief></vet></al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.2.2.2</nr><titel>Afzonderlijke inzameling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Door de inzameldienst of andere inzamelaars
                                                  <vet><cursief>kunnen </cursief></vet>de volgende
                                            categorieën huishoudelijke afvalstoffen afzonderlijk
                                            ingezameld <vet><cursief>worden</cursief></vet>:</al><lijst><li nr="a."><al>groente-, fruit- en tuinafval;</al></li><li nr="b."><al>oud papier en karton;</al></li><li nr="c."><al>glas;</al></li><li nr="d."><al>textiel (zijnde gedragen kleding en
                                                  schoenen);</al></li><li nr="e."><al>klein chemisch afval;</al></li><li nr="f."><al><vet><cursief>afgedankte elektrische en
                                                  elektronische apparatuur;</cursief></vet></al></li><li nr="g."><al>schoon puin;</al></li><li nr="h."><al>vervuild puin;</al></li><li nr="i."><al>hout;</al></li><li nr="j."><al>grof tuinafval;</al></li><li nr="k."><al>asbest en asbesthoudend afval;</al></li><li nr="l."><al>huishoudelijk restafval;</al></li><li nr="m."><al>grof huishoudelijk restafval;</al></li><li nr="n."><al>autobanden;</al></li><li nr="o."><al>kringloopgoederen;</al></li><li nr="p."><al>metalen;</al></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr=""><lijst><li nr="q."><al><vet><cursief>kunststofverpakkingen</cursief></vet></al></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr="2."><al>Het college kan een <vet><cursief>nadere
                                                </cursief></vet>omschrijving vaststellen van de
                                            categorieën huishoudelijke afvalstoffen als bedoeld in
                                            het eerste lid.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.2.2.3</nr><titel>Inzamelmiddelen en -voorzieningen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De inzameling kan plaatsvinden via:</al></lid><lid><lidnr/><lijst><li nr="a."><al>een inzamelmiddel voor de gebruiker van een
                                                perceel;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr/><lijst><li nr="b."><al>een inzamelvoorziening voor de gebruikers van een
                                                aantal percelen;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr/><lijst><li nr="c."><al>een inzamelvoorziening op wijkniveau;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr/><lijst><li nr="d."><al>een brengdepot op lokaal of regionaal niveau;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr/><lijst><li nr="e."><al><vet><cursief>zonder
                                                inzamelmiddel.</cursief></vet></al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan aanwijzen via welk al dan niet van
                                        gemeentewege verstrekt inzamelmiddel of via welke
                                        inzamelvoorziening de inzameling van een bepaalde categorie
                                        huishoudelijke afvalstoffen ten behoeve van de gebruiker van
                                        een perceel plaatsvindt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.2.2.4</nr><titel>Frequentie van inzamelen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Huishoudelijk restafval wordt tenminste één maal per
                                            twee weken bij elk perceel ingezameld.</al></li><li nr="2."><al>In afwijking van het in het eerste lid bepaalde wordt
                                            huishoudelijk restafval bij woningen, die gebruik maken
                                            van restafvalemmers van 25 liter danwel gebruik maken
                                            van een inzamel-voorziening voor een groep percelen (in
                                            casu een verzamelcontainer) een maal per week
                                            ingezameld.</al></li><li nr="3."><al>In afwijking van het eerste lid wordt huishoudelijk
                                            restafval van percelen die gebruik maken van een
                                            inzamelvoorziening voor een groep percelen (in casu een
                                            verzamelcontainer) nabij elk perceel ingezameld. Dit is
                                            het geval bij:</al><al>* Aan het Veld te Gulpen;</al><al>* Achterzijde Looierstraat te Gulpen;</al><al>* Achterzijde Rijksweg te Gulpen;</al><al>* A ge Veld te Mechelen;</al><al>* Malenshof te Mechelen;</al><al>* Oude Maastrichterweg te Gulpen;</al><al>* Pr. Bernhardstraat te Gulpen;</al><al>* Stalshof / Holegracht te Wijlre;</al><al>* Wezelderweg te Eys.</al></li></lijst><lijst><li nr="4."><al>Een lijst met de huidige percelen die gebruik maken van
                                            genoemde verzamelcontainers heeft voor de gemeenteraad
                                            ter inzage gelegen. </al></li><li nr="5."><al>Groente-, fruit- en tuinafval wordt tenminste een maal
                                            per twee weken afzonderlijk bij elk perceel
                                            ingezameld.</al></li><li nr="6."><al>Het college kan de frequentie van inzameling vaststellen
                                            van de overige categorieën huishoudelijke afvalstoffen
                                            die afzonderlijk in aangewezen delen van de gemeente bij
                                            elk perceel worden ingezameld.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.2.2.5</nr><titel>Inzamelverbod huishoudelijke afvalstoffen behoudens
                                        vergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het college
                                        huishoudelijke afvalstoffen in te zamelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De inzamelvergunning kan worden geweigerd in het belang van
                                        een doelmatig beheer van huishoudelijke afvalstoffen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor de inzameldienst of andere
                                        inzamelaars.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor personen of instanties die in het
                                        kader van producentenverantwoordelijkheid bij algemene
                                        maatregel van bestuur een inzamelplicht hebben gekregen voor
                                        categorieën van huishoudelijke afvalstoffen.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3</nr><titel>Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke
                                    afvalstoffen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.2.3.1</nr><titel>Verbod op het ter inzameling aanbieden van huishoudelijke
                                        afvalstoffen aan anderen</titel></kop><al><vet><cursief>Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen ter
                                            inzameling aan te bieden aan een andere dan
                                        de</cursief></vet></al><al><vet><cursief>inzameldienst, andere inzamelaars of de personen
                                            of instanties die in het kader van </cursief></vet></al><al><vet><cursief>producentenverantwoordelijkheid bij algemene
                                            maatregel van bestuur of ministeriële regeling een
                                        </cursief></vet></al><al><vet><cursief>inzamelplicht hebben voor categorieën van
                                            huishoudelijke afvalstoffen.</cursief></vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.2.3.2</nr><titel>Verbod op het ter inzameling aanbieden van huishoudelijke
                                        afvalstoffen door anderen dan de gebruikers van
                                        percelen</titel></kop><al><vet><cursief>Het is anderen dan gebruikers van percelen
                                            verboden om huishoudelijke afvalstoffen
                                        ter</cursief></vet></al><al><vet><cursief>inzameling aan te bieden</cursief></vet>.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.2.3.3</nr><titel>Afzonderlijk ter inzameling aanbieden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden om de volgende categorieën
                                            huishoudelijke afvalstoffen anders dan afzonderlijk ter
                                            inzameling aan te bieden:</al><lijst><li nr="a."><al>groente-, fruit- en tuinafval;</al></li><li nr="b."><al>oud papier en karton;</al></li><li nr="c."><al>glas;</al></li><li nr="d."><al>textiel (zijnde gedragen kleding en
                                                  schoenen);</al></li><li nr="e."><al>klein chemisch afval;</al></li><li nr="f."><al><vet><cursief>afgedankte elektrische en
                                                  elektronische apparatuur</cursief></vet></al></li><li nr="g."><al>schoon puin;</al></li><li nr="h."><al>vervuild puin;</al></li><li nr="i."><al>hout;</al></li><li nr="j."><al>grof tuinafval;</al></li><li nr="k."><al>asbest en asbesthoudend afval;</al></li><li nr="l."><al>huishoudelijk restafval;</al></li><li nr="m."><al>grof huishoudelijk restafval;</al></li><li nr="n."><al>autobanden;</al></li><li nr="o."><al>kringloopgoederen;</al></li><li nr="p."><al>metalen;</al></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr=""><lijst><li nr="q."><al><vet><cursief>kunststofverpakkingen</cursief></vet></al></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr="2."><al>Het college kan de inzameldienst en andere inzamelaars
                                            aanwijzen aan wie de in het eerste lid aangewezen
                                            categorieën huishoudelijke afvalstoffen moeten worden
                                            aangeboden.</al></li><li nr="3."><al>Het is verboden de aangewezen categorieën huishoudelijke
                                            afvalstoffen aan te bieden aan anderen dan de krachtens
                                            het tweede lid aangewezen inzameldienst en andere
                                            inzamelaars.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.2.3.4</nr><titel>Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen
                                        via een inzamelmiddel voor de gebruiker van een
                                        perceel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is voor de gebruiker van een perceel ten behoeve van wie
                                        krachtens artikel 4.2.2.3, tweede lid, voor een bepaalde
                                        categorie huishoudelijke afvalstoffen een inzamelmiddel is
                                        aangewezen of van gemeentewege is verstrekt, verboden de
                                        betreffende afvalstoffen anders aan te bieden dan via het
                                        daartoe aangewezen inzamelmiddel <vet><cursief>of de
                                                betreffende inzamelvoorziening of het betreffende
                                                brengdepot.</cursief></vet></al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is voor de gebruiker van een perceel verboden andere
                                        categorieën huishoudelijke afvalstoffen via een
                                        inzamelmiddel aan te bieden, dan de categorie waarvoor dit
                                        inzamelmiddel krachtens artikel 4.2.2.3, tweede lid, is
                                        bestemd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan regels stellen omtrent de plaatsen en wijzen
                                        waarop huishoudelijke afvalstoffen via een inzamelmiddel ter
                                        inzameling moeten worden aangeboden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen op andere
                                        plaatsen en wijzen ter inzameling aan te bieden dan volgens
                                        dit artikel is bepaald.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan regels stellen met betrekking tot het
                                        maximale gewicht van de afvalstoffen per inzamelmiddel en
                                        het maximale aantal inzamelmiddelen dat per keer kan worden
                                        aangeboden.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Indien van gemeentewege een inzamelmiddel aan de gebruiker
                                        van een perceel is verstrekt kan het college regels stellen
                                        omtrent de voorwaarden waaronder het inzamelmiddel is
                                        verstrekt, het gebruik en het reinigen daarvan.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Indien het inzamelmiddel niet van gemeentewege is verstrekt,
                                        kan het college eisen stellen aan het te gebruiken
                                        inzamelmiddel.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Het is verboden voor anderen dan de gebruiker van een
                                        perceel ten behoeve van wie krachtens artikel 4.2.2.3,
                                        tweede lid, een inzamelmiddel is verstrekt of aangewezen,
                                        hun afvalstoffen ter inzameling aan te bieden via dit
                                        inzamelmiddel.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.2.3.5</nr><titel>Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen
                                        via een inzamelvoorziening ten behoeve van een groep
                                        percelen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de gebruiker van een perceel voor wie krachtens
                                        artikel 4.2.2.3, tweede lid, mede ten behoeve van zijn
                                        perceel een inzamelvoorziening voor een bepaalde categorie
                                        huishoudelijke afvalstoffen is aangewezen, verboden de
                                        betreffende afvalstoffen anders aan te bieden dan via de
                                        betreffende inzamelvoorziening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden andere categorieën huishoudelijke
                                        afvalstoffen via een inzamelvoorziening voor een aantal
                                        percelen aan te bieden, dan de categorie waarvoor deze
                                        inzamelvoorziening krachtens artikel 4.2.2.3, tweede lid, is
                                        bestemd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan regels stellen ten aanzien van de wijzen
                                        waarop huishoudelijke afvalstoffen via een
                                        inzamelvoorziening ten behoeve van een groep percelen moet
                                        worden aangeboden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen op andere wijzen
                                        aan te bieden via een inzamelvoorziening ten behoeve van een
                                        groep percelen dan krachtens het derde lid is bepaald.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het is verboden voor anderen dan de gebruikers van percelen
                                        voor wie krachtens artikel 4.2.2.3, tweede lid, een
                                        inzamelvoorziening is aangewezen, huishoudelijke
                                        afvalstoffen aan te bieden via deze inzamelvoorziening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.2.3.6</nr><titel>Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen
                                        via inzamelvoorzieningen op wijkniveau</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden andere categorieën huishoudelijke
                                        afvalstoffen via een inzamelvoorziening op wijkniveau aan te
                                        bieden dan de categorie waarvoor de inzamelvoorziening
                                        krachtens artikel 4.2.2.3, tweede lid, is bestemd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan regels stellen omtrent de wijzen waarop
                                        huishoudelijke afvalstoffen ter inzameling kunnen worden
                                        aangeboden via een inzamelvoorziening op wijkniveau.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen op andere wijzen
                                        via een inzamelvoorziening op wijkniveau ter inzameling aan
                                        te bieden dan krachtens het tweede lid is bepaald.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod in artikel 4.2.3.4, vierde lid, en artikel
                                        4.2.3.5, vierde lid, geldt niet voor het aanbieden van
                                        huishoudelijke afvalstoffen via inzamelvoorzieningen op
                                        wijkniveau overeenkomstig dit artikel.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.2.3.7</nr><titel>Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen
                                        via een brengdepot op lokaal of regionaal niveau</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden andere categorieën huishoudelijke
                                        afvalstoffen via een brengdepot op lokaal of regionaal
                                        niveau aan te bieden dan de categorie waarvoor het
                                        brengdepot krachtens artikel 4.2.2.3 is bestemd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college danwel het bestuur van de gemeenschappelijke
                                        regeling belast met het beheer en/of de exploitatie van het
                                        brengdepot, kan regels stellen omtrent de wijzen waarop
                                        huishoudelijke afvalstoffen ter inzameling kunnen worden
                                        aangeboden bij het brengdepot op lokaal of regionaal
                                        niveau.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen op andere wijzen
                                        via een brengdepot op lokaal of regionaal niveau ter
                                        inzameling aan te bieden dan krachtens het tweede lid is
                                        bepaald.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod in artikel 4.2.3.4, vierde lid, en artikel
                                        4.2.3.5, vierde lid, geldt niet voor het aanbieden van
                                        huishoudelijke afvalstoffen via een brengdepot op lokaal of
                                        regionaal niveau overeenkomstig dit artikel.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.2.3.8</nr><titel>Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen
                                        zonder inzamelmiddel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan categorieën huishoudelijke afvalstoffen
                                        aanwijzen die zonder inzamelmiddel als bedoeld in artikel
                                        4.2.2.3 van deze verordening ter inzameling kunnen worden
                                        aangeboden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan regels stellen omtrent de wijzen waarop deze
                                        categorieën huishoudelijke afvalstoffen ter inzameling
                                        moeten worden aangeboden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan regels stellen omtrent het maximale gewicht,
                                        de afmetingen en het volume waarop deze categorieën
                                        huishoudelijke afvalstoffen ter inzameling moeten worden
                                        aangeboden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien niet wordt voldaan aan de door het college gestelde
                                        regels op grond van lid 2 en/of 3, is het verboden deze
                                        categorieën huishoudelijke afvalstoffen ter inzameling aan
                                        te bieden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.2.3.9</nr><titel>Dagen en tijden voor het ter inzameling aanbieden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stelt de dagen en tijden vast waarop categorieën
                                        huishoudelijke afvalstoffen ter inzameling kunnen worden
                                        aangeboden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen op andere dagen
                                        en tijden ter inzameling aan te bieden dan krachtens het
                                        eerste lid is bepaald.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.2.3.10</nr><titel>Het in bijzondere gevallen ter inzameling aanbieden van
                                        huishoudelijke afvalstoffen</titel></kop><al>In afwijking van hetgeen in deze paragraaf is bepaald kan het
                                    college regels stellen omtrent het in bijzondere gevallen ter
                                    inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen aan de
                                    inzameldienst of andere inzamelaars.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.2.3.11</nr><titel>Zorgplicht aanbieden van huishoudelijke
                                        afvalstoffen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In dit artikel wordt verstaan onder perceel: ieder gebouw of
                                        gedeelte van een gebouw, bestemd tot zelfstandige
                                        bewoning.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De gebruiker van het perceel en degene die ingevolge de
                                        Verordening Reinigingsheffingen Gulpen-Wittem 2001 en de
                                        “Beleidsregels voor het aanwijzen van een belastingplichtige
                                        in een keuzesituatie (besluit van het college van 19 juni
                                        2001)” belastingplichtig is, is verplicht om er voor te
                                        zorgen dat uit dat perceel afkomstig huishoudelijk afval
                                        volgens de voorschriften van deze verordening ter inzameling
                                        wordt aangeboden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Degene van wie huishoudelijk afval afkomstig is, is
                                        verplicht om er voor te zorgen dat dit afval volgens de
                                        voorschriften van deze verordening ter inzameling wordt
                                        aangeboden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De in het tweede en derde lid genoemde personen, zijn
                                        verplicht er voor te zorgen dat uit die woonruimte afkomstig
                                        huishoudelijk afval dat niet volgens de voorschriften van
                                        deze verordening ter inzameling is aangeboden op eerste
                                        aanzegging van een toezichthouder of een opsporingsambtenaar
                                        wordt verwijderd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.2.3.12</nr><titel>Zorgplicht huurders van zelfstandige woonruimte</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In dit artikel wordt onder zelfstandige woonruimte verstaan:
                                        woonruimte, die kan worden aangemerkt als zelfstandige
                                        woonruimte in de zin van artikel 7a:1623a, derde lid, van
                                        het Burgerlijk Wetboek.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Degene die zelfstandige woonruimte huurt, is verplicht er
                                        voor te zorgen dat uit die woonruimte afkomstig
                                        huishoudelijk afval volgens de voorschriften van deze
                                        verordening ter inzameling wordt aangeboden en is verplicht
                                        om daartoe alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van
                                        hem kunnen worden gevergd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Degene die zelfstandige woonruimte huurt, is verplicht er
                                        voor te zorgen dat uit die woonruimte afkomstig
                                        huishoudelijk afval dat niet volgens de voorschriften van
                                        deze verordening ter inzameling is aangeboden op eerste
                                        aanzegging van een toezichthouder of een opsporingsambtenaar
                                        wordt verwijderd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.2.3.13</nr><titel>Zorgplicht van verhuurders van onzelfstandige
                                        woonruimte</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In dit artikel wordt verstaan onder onzelfstandige
                                        woonruimte: woonruimte, die niet kan worden aangemerkt als
                                        zelfstandige woonruimte in de zin van artikel 7a:1623a,
                                        derde lid, van het Burgerlijk Wetboek.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Degene die onzelfstandige woonruimte verhuurt, is verplicht
                                        er voor te zorgen dat uit die woonruimte afkomstig
                                        huishoudelijk afval volgens de voorschriften van deze
                                        verordening ter inzameling wordt aangeboden en is verplicht
                                        om daartoe alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van
                                        hem kunnen worden gevergd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Degene die onzelfstandige woonruimte verhuurt, is verplicht
                                        er voor te zorgen dat uit die woonruimte afkomstig
                                        huishoudelijk afval dat niet volgens de voorschriften van
                                        deze verordening ter inzameling is aangeboden op eerste
                                        aanzegging van een toezichthouder of een opsporingsambtenaar
                                        wordt verwijderd.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>4</nr><titel>Inzameling van bedrijfsafvalstoffen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.2.4.1</nr><titel>Inzameling bedrijfsafvalstoffen door de
                                        inzameldienst</titel></kop><al>Het college kan categorieën bedrijfsafvalstoffen aanwijzen die
                                    door de inzameldienst worden ingezameld.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.2.4.2</nr><titel>Ter inzameling aanbieden van bedrijfsafvalstoffen aan de
                                        inzameldienst</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden bedrijfsafvalstoffen aan te bieden aan de
                                        inzameldienst.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor die
                                        categorieën afvalstoffen die zijn aangewezen krachtens
                                        artikel 4.2.4.1, voorzover degene die gebruik maakt van de
                                        inzameling door de inzameldienst voldoet aan de daarmee
                                        ontstane belastingplicht op grond van de verordening
                                        reinigingsheffingen Gulpen-Wittem.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan regels stellen omtrent de dagen, tijden,
                                        wijzen en plaatsen waarop de in artikel 4.2.4.1 aangewezen
                                        bedrijfsafvalstoffen aan de inzameldienst ter inzameling
                                        kunnen worden aangeboden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het is verboden de bedrijfsafvalstoffen die zijn aangewezen
                                        krachtens artikel 4.2.4.1 ter inzameling aan te bieden in
                                        strijd met deze regels.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.2.4.3</nr><titel>Het ter inzameling aanbieden van bedrijfsafvalstoffen aan
                                        de inzameldienst</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan regels stellen voor het ter inzameling
                                        aanbieden van bedrijfsafvalstoffen aan een ander dan de
                                        inzameldienst.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden bedrijfsafvalstoffen ter inzameling aan te
                                        bieden in strijd met deze regels.</al></lid></artikel></paragraaf></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3</nr><titel>Zwerfafval</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.3.1</nr><titel>Voorkomen van diffuse milieuverontreiniging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden buiten een daarvoor door het college bestemde
                                    plaats en buiten een inrichting in de zin van de Wet
                                    milieubeheer een afvalstof, stof of voorwerp op of in de bodem
                                    te brengen, te storten, te houden, achter te laten of anderszins
                                    te plaatsen op een wijze die aanleiding kan geven tot hinder of
                                    nadelige beïnvloeding van het milieu.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod is niet van toepassing op:</al></lid><lid><lidnr/><lijst><li nr="a."><al>het overeenkomstig deze verordening ter inzameling
                                            aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen of
                                            bedrijfsafvalstoffen;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr/><lijst><li nr="b."><al>het thuiscomposteren van groente-, fruit- en
                                            tuinafval;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr/><lijst><li nr="c."><al>voor zover de (afval)stoffen tijdelijk op de weg geraken
                                            of worden gebracht als onvermijdelijk gevolg van laden,
                                            lossen of vervoeren van (afval)stoffen danwel het
                                            verrichten van andere werkzaamheden op of aan de
                                            weg.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voorzover de
                                    Wet bodembescherming of het Bouwstoffenbesluit voorziet in de
                                    beoogde bescherming van het milieu.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.3.2</nr><titel>Achterlaten van straatafval</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden straatafval in de openbare ruimte achter te
                                    laten zonder gebruik te maken van de van gemeentewege of
                                    anderszins geplaatste of voorgeschreven bakken, manden of
                                    soortgelijke voorwerpen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden om andere afvalstoffen dan straatafval achter te
                                    laten in daartoe van gemeentewege of anderszins geplaatste of
                                    voorgeschreven bakken, manden of soortgelijke voorwerpen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.3.3</nr><titel>Voorkomen van zwerfafval bij ter inzameling gereed staande
                                    afvalstoffen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden afvalstoffen of inzamelmiddelen, die ter
                                    inzameling gereed staan, te doorzoeken en te verspreiden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden tegen afvalstoffen of inzamelmiddelen, die ter
                                    inzameling gereed staan, te stoten, te schoppen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.3.4</nr><titel>Afvalbakken in inrichtingen voor het verbruiken van eet- en
                                    drinkwaren</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De houder of beheerder van een inrichting waar eet- en/of
                                        drinkwaren worden verkocht welke ter plaatse kunnen worden
                                        genuttigd, is verplicht:</al></li></lijst><lijst><li nr=""><lijst><li nr="a."><al>een afvalbak, -mand of soortgelijk voorwerp in of
                                                nabij de inrichting op een duidelijk zichtbare
                                                plaats aanwezig te hebben, waarin het publiek afval
                                                kan achterlaten;</al></li><li nr="b."><al>zorg te dragen dat deze afvalbak, -mand of
                                                soortgelijke voorwerp van een zodanige constructie
                                                is dat het afval daarin deugdelijk geborgen blijft;
                                            </al></li><li nr="c."><al>en dat die afvalbak, mand of voorwerp steeds tijdig
                                                wordt geledigd;</al></li><li nr="d."><al>zorg te dragen dat dagelijks, uiterlijk een uur na
                                                sluiting van de inrichting, doch in ieder geval
                                                terstond op eerste aanzegging van een ambtenaar,
                                                belast met het toezicht op de naleving van het
                                                bepaalde in dit artikel, in de nabijheid van de
                                                inrichting achtergebleven afval, voor zover
                                                kennelijk uit of van die inrichting afkomstig,
                                                worden opgeruimd.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.3.5</nr><titel>Wegwerpen van reclamebiljetten of ander
                                    promotiemateriaal</titel></kop><al>Degene die in de openbare ruimte reclamebiljetten of dergelijke of
                                ander promotiemateriaal onder het publiek verspreidt, is verplicht
                                deze of de verpakking daarvan terstond op te ruimen of te laten
                                opruimen, indien deze in de omgeving van de plaats van uitreiking op
                                de weg of een andere voor het publiek toegankelijke plaats door het
                                publiek worden weggeworpen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.3.6</nr><titel>Zwerfafval bij vervoeren, laden en lossen of overige
                                    werkzaamheden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden afvalstoffen, stoffen of voorwerpen zodanig te
                                    laden, lossen of te vervoeren of andere werkzaamheden te
                                    verrichten, dat de weg wordt verontreinigd of het milieu nadelig
                                    kan worden beïnvloed.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien bij het laden en lossen of vervoeren van afvalstoffen,
                                    stoffen of voorwerpen deze weg wordt verontreinigd of het milieu
                                    nadelig wordt beïnvloed, is degene die genoemde werkzaamheden
                                    verricht alsmede diens opdrachtgever verplicht deze weg te
                                    reinigen of te laten reinigen:</al><lijst><li nr="a."><al>direct na het ontstaan van de verontreiniging, indien de
                                            verontreiniging gevaar voor de veiligheid van het
                                            verkeer of beschadiging van het wegdek oplevert;</al></li><li nr="b."><al>direct na beëindiging van de werkzaamheden, indien de
                                            verontreiniging geen gevaar voor de veiligheid van het
                                            verkeer oplevert of beschadiging van het wegdek
                                            oplevert;</al></li><li nr="c."><al>indien de werkzaamheden langer dan een dag duren, elke
                                            dag direct na beëindiging van de werkzaamheden.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.3.7</nr><titel>Verbod opslag van afvalstoffen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden afvalstoffen op een voor het publiek zichtbare
                                    plaats in de openlucht en buiten een inrichting in de zin van de
                                    Wet milieubeheer op te slaan of opgeslagen te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid
                                    gestelde verbod.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod is niet van toepassing op het overdragen of ter
                                    inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen aan de
                                    inzameldienst, andere inzamelaars of aan houders van een
                                    inzamelvergunning. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.3.8</nr><titel>Afgifte van autowrakken afkomstig uit een huishouden</titel></kop><al>Het is de eigenaar of kentekenhouder verboden zich te ontdoen van
                                een autowrak, dat afkomstig is van een huishouden, anders dan door
                                afgifte aan inrichtingen, genoemd in artikel 6 van het Besluit
                                Beheer autowrakken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.3.9</nr><titel>Natuurlijke behoefte doen</titel></kop><al>Het is verboden binnen de bebouwde kom op of aan de weg zijn
                                natuurlijke behoefte te doen buiten een daarvoor bestemde inrichting
                                of plaats.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.3.10</nr><titel>Toestand van sloten en andere wateren en niet-openbare riolen
                                    en putten buiten gebouwen</titel></kop><al>Sloten en andere wateren en niet-openbare riolen en putten buiten
                                gebouwen mogen zich niet bevinden in een toestand die gevaar
                                oplevert voor de veiligheid, nadeel voor de gezondheid of hinder
                                voor de gebruikers van de gebouwen of voor anderen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.3.11</nr><titel>Bestrijding ongedierte</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De rechthebbende op een onroerend goed dan wel perceel is
                                        verplicht, de door het college voorgeschreven maatregelen
                                        ter voorkoming van schade door ratten, muizen of ander
                                        ongedierte aan eigendommen of de openbare orde gezondheid te
                                        treffen dan wel van gemeentewege te gedogen.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden de in het eerste lid bedoelde maatregelen
                                        ongedaan te maken, te wijzigen, dan wel de werking ervan op
                                        enigerlei wijze te beletten dan wel te belemmeren.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.3.12</nr><titel>Verwijderen onkruid en/of afval</titel></kop><al>De rechthebbende op een onbebouwd perceel is verplicht op
                                aanschrijving van het college binnen de door haar in die
                                aanschrijving gestelde termijn, met inachtneming van eventueel te
                                stellen voorwaarden, het perceel voor zover gelegen aan en zichtbaar
                                vanaf een weg, van onkruid en/of vuilnis voldoende te reinigen en
                                gereinigd te houden.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4</nr><titel>Het bewaren van houtopstanden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.4.1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al><vet><cursief>In deze afdeling wordt verstaan
                                onder:</cursief></vet></al><lijst><li nr="a."><al><vet><cursief>boom: een houtachtig, opgaand gewas met een
                                                dwarsdoorsnede van de stam van minimaal
                                            </cursief></vet><vet><cursief>20
                                            centimeter</cursief></vet><vet><cursief> op
                                            </cursief></vet><vet><cursief>1,3
                                                meter</cursief></vet><vet><cursief> hoogte boven het
                                                maaiveld. Indien het betreft houtopstand in privaat
                                                eigendom, geldt in afwijking van het in vorige zin
                                                bepaalde voor loofbomen een dwarsdoorsnede van
                                            </cursief></vet><vet><cursief>20
                                            centimeter</cursief></vet><vet><cursief> en voor
                                                naaldbomen een dwarsdoorsnede van
                                                </cursief></vet><vet><cursief>40
                                                centimeter</cursief></vet><vet><cursief> op
                                            </cursief></vet><vet><cursief>1,3
                                                meter</cursief></vet><vet><cursief> hoogte. In geval
                                                van meerstammigheid geldt de dwarsdoorsnede van de
                                                dikste stam. </cursief></vet></al></li><li nr="b."><al><vet><cursief>houtopstand: één of meer bomen of boomvormers,
                                                of andere houtachtige gewassen, mogelijk onderdeel
                                                uitmakend van hakhout, een houtwal, een grotere
                                                (lint)begroeiing van heesters en struiken, een
                                                beplanting van bosplantsoen, een struweel of een
                                                heg, met een lengte van minimaal 25
                                            meter.</cursief></vet></al></li><li nr="c."><al><vet><cursief>monumentale boom: bijzondere beschermwaardige
                                                houtopstand met een relatief hoge leeftijd en met
                                                een bijzondere schoonheid- of zeldzaamheidswaarde,
                                                of een bijzondere functie voor de
                                                omgeving.</cursief></vet></al></li><li nr="d."><al><vet><cursief>kandelaberen:
                                                </cursief></vet>(<vet><cursief>een boom) snoeien tot
                                                op de hoofdtakken.</cursief></vet></al></li><li nr="e."><al><vet><cursief>vellen: rooien, kappen, verplanten, het
                                                snoeien van meer dan 20 procent van de kroon of het
                                                wortelgestel, met inbegrip van kandelaberen, het
                                                verrichten van handelingen, zowel boven- als
                                                ondergronds, die de dood of ernstige beschadiging of
                                                ernstige ontsiering van de houtopstand ten gevolge
                                                kunnen hebben.</cursief></vet></al></li><li nr="f."><al><vet><cursief>boomwaarde: de monetaire waarde van een boom
                                                zoals getaxeerd volgens de meest recente richtlijnen
                                                van Nederlandse Vereniging van Taxateurs van
                                                Bomen.</cursief></vet></al></li><li nr="g."><al><vet><cursief>bomen effect analyse: een standaard
                                                beoordeling van de gevolgen van voorgenomen bouw of
                                                aanleg voor houtopstand, op basis van landelijke
                                                richtlijnen van de
                                        Bomenstichting.</cursief></vet></al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.4.2</nr><titel>Kapverbod</titel></kop><lijst><li nr="1."><al><vet><cursief>Het is verboden zonder vergunning van het
                                                bevoegd gezag houtopstand te vellen of te doen
                                                vellen.</cursief></vet></al></li><li nr="2."><al><vet><cursief>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt
                                                niet voor houtopstand in privaat eigendom op
                                                percelen van minder dan
                                                120m</cursief></vet><vet><cursief><sup>2</sup></cursief></vet><vet><cursief>,
                                                tenzij het houtopstand betreft als bedoeld in
                                                artikel 4.4.2a.</cursief></vet></al></li><li nr="3."><al><vet><cursief>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt
                                                niet voor houtopstand die aantoonbaar op
                                                bedrijfseconomische wijze worden geëxploiteerd als
                                                bedoeld in artikel 15 lid 2 en 3 van de Boswet.
                                            </cursief></vet></al></li><li nr="4."><al><vet><cursief>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt
                                                verder niet voor:</cursief></vet></al></li></lijst><lijst><li nr=""><lijst><li nr="a"><al><vet><cursief>houtopstand die
                                                  moet worden geveld krachtens de Plantenziektenwet
                                                  of krachtens een aanschrijving van het college,
                                                  zulks onverminderd het bepaalde in de artikelen
                                                  4.4.5 en 4.4.6 van deze
                                                  verordening.</cursief></vet></al></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr=""><lijst><li nr="b."><al><vet><cursief>het periodiek vellen van hakhout ter
                                                  uitvoering van het reguliere
                                                  onderhoud.</cursief></vet></al></li><li nr="c."><al><vet><cursief>het periodiek knotten of kandelaberen
                                                  als noodzakelijke beheermaatregel bij knotbomen,
                                                  gekandelaberde bomen of leibomen ter uitvoering
                                                  van het reguliere onderhoud.</cursief></vet></al></li></lijst></li><li nr="5."><al><vet><cursief>In afwijking van het bepaalde in lid 1 en
                                                artikel 4.4.5. lid 1 kan de burgemeester toestemming
                                                geven tot direct vellen, indien sprake is van grote
                                                gevaarzetting of vergelijkbaar spoedeisend belang.
                                            </cursief></vet></al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.4.2a</nr><titel>Lijst van monumentale bomen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al><vet><cursief>Het college kan een lijst met monumentale bomen
                                            vaststellen. Deze lijst bevat in ieder geval de bomen
                                            voorkomende in het landelijk Register van Monumentale
                                            Bomen van de Bomenstichting, aangevuld met lokale en
                                            toekomstige monumentale bomen.
                                            </cursief></vet><vet><cursief>Deze lijst wordt elke vier
                                            jaar herzien.</cursief></vet></al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al><vet><cursief>De lijst bevat minimaal de volgende gegevens,
                                            inzake de te beschermen monumentale
                                            houtopstand:</cursief></vet></al></lid><lid><lidnr/><lijst><li nr="a."><al><vet><cursief>redengevende
                                            beschrijving;</cursief></vet></al></li></lijst></lid><lid><lidnr/><lijst><li nr="b."><al><vet><cursief>soort boom;</cursief></vet></al></li></lijst></lid><lid><lidnr/><lijst><li nr="c."><al><vet><cursief>standplaats;</cursief></vet></al></li></lijst></lid><lid><lidnr/><lijst><li nr="d."><al><vet><cursief>kadastrale gegevens;</cursief></vet></al></li></lijst></lid><lid><lidnr/><lijst><li nr="e."><al><vet><cursief>eigendomsgegevens;</cursief></vet></al></li></lijst></lid><lid><lidnr/><lijst><li nr="f."><al><vet><cursief>foto’s.</cursief></vet></al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al><vet><cursief>De eigenaar van een houtopstand die vermeld staat
                                            op de lijst van monumentale bomen is verplicht het
                                            college onmiddellijk schriftelijk mededeling te doen
                                            van:</cursief></vet></al></lid><lid><lidnr/><lijst><li nr="a."><al><vet><cursief>eigendomsoverdracht van de
                                                  houtopstand.</cursief></vet></al></li></lijst></lid><lid><lidnr/><lijst><li nr="b."><al><vet><cursief>het geheel of gedeeltelijk tenietgaan van
                                                  de houtopstand, anders dan door velling op grond
                                                  van een verleende vergunning.</cursief></vet></al></li></lijst></lid><lid><lidnr/><lijst><li nr="c."><al><vet><cursief>de dreiging dat de houtopstand geheel of
                                                  gedeeltelijk teniet kan gaan.</cursief></vet></al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.4.3</nr><titel>Aanvraag vergunning</titel></kop><lijst><li nr="1."><al><vet><cursief>De vergunning moet worden
                                                aangevraagd door of namens dan wel met toestemming
                                                van degene, die krachtens zakelijk recht of door
                                                degene die krachtens publiekrechtelijke bevoegdheid
                                                gerechtigd is over de houtopstand te
                                                beschikken.</cursief></vet></al></li><li nr="2."><al><vet><cursief>Wanneer namens de
                                                Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit
                                                aan het college een afschrift is toegezonden van de
                                                ontvangstbevestiging als bedoeld in artikel 2 van de
                                                Boswet, beschouwt het college dit afschrift mede als
                                                een vergunningsaanvraag.</cursief></vet></al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.4.4</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al><vet><cursief>Een vergunning wordt geweigerd indien de belangen
                                            van verlening niet opwegen tegen de belangen van behoud
                                            van de houtopstand op basis van één of meer van de
                                            volgende waarden:</cursief></vet></al></lid><lid><lidnr/><lijst><li nr="a."><al><vet><cursief>natuur</cursief></vet><vet><cursief>- en
                                                  milieuwaarden;</cursief></vet></al></li></lijst></lid><lid><lidnr/><lijst><li nr="b."><al><vet><cursief>landschappelijke
                                            waarden;</cursief></vet></al></li></lijst></lid><lid><lidnr/><lijst><li nr="c."><al><vet><cursief>cultuurhistorische
                                                waarden;</cursief></vet></al></li></lijst></lid><lid><lidnr/><lijst><li nr="d."><al><vet><cursief>waarden van
                                                  stads</cursief></vet><vet><cursief>- en
                                                  dorpsschoon;</cursief></vet></al></li></lijst></lid><lid><lidnr/><lijst><li nr="e."><al><vet><cursief>waarden voor recreatie en
                                                  leefbaarheid.</cursief></vet></al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al><vet><cursief>Een vergunning voor het vellen van een monumentale
                                            boom wordt slechts bij uitzondering verleend,
                                            indien:</cursief></vet></al><lijst><li nr="a."><al><vet><cursief>een zwaarwegend maatschappelijk belang
                                                  opweegt tegen duurzaam behoud van de monumentale
                                                  boom;</cursief></vet></al></li><li nr="b."><al><vet><cursief>geen alternatieven aanwezig
                                                  zijn;</cursief></vet></al></li><li nr="c."><al><vet><cursief>naar boomdeskundige maatstaven
                                                  instandhouding niet langer verantwoord is ter
                                                  voorkoming van letsel of
                                            schade.</cursief></vet></al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.4.5</nr><titel>Bijzondere vergunningsvoorschriften</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>[Vervallen]</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al><vet><cursief>Aan een vergunning kunnen tevens de navolgende
                                            voorwaarden worden verbonden:</cursief></vet></al><lijst><li nr="a."><al><vet><cursief>een
                                            herplantverplichting;</cursief></vet></al></li><li nr="b."><al><vet><cursief>indien herplant niet mogelijk is de
                                                  verplichting tot storting van een geldelijke
                                                  bijdrage in het gemeentelijk
                                                  herplantfonds;</cursief></vet></al></li><li nr="c."><al><vet><cursief>de verplichtingen en voorschriften van dit
                                                  artikel kunnen gelden voor bomen kleiner dan de in
                                                  artikel 4.4.1 genoemde minimum maat;
                                                </cursief></vet></al></li><li nr="d."><al><vet><cursief>de verplichting dat pas tot vellen van
                                                  houtopstand op en bij bouw- en aanlegwerken of
                                                  andere ruimtelijke herinrichting of reconstructie
                                                  mag worden overgegaan indien andere vergunningen
                                                  of ruimtelijke ordeningsprocedures onherroepelijk
                                                  geworden zijn en de feitelijke en financiële
                                                  voortgang van de werken voldoende gewaarborgd
                                                  is;</cursief></vet></al></li><li nr="e."><al><vet><cursief>de verplichting tot het opstellen en
                                                  overleggen van een bomen effect analyse in geval
                                                  van bouw of aanleg van werken nabij te behouden
                                                  bomen.</cursief></vet></al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al><vet><cursief>Degene aan wie een voorschrift of een verplichting
                                            als bedoeld in dit artikel is opgelegd, alsmede diens
                                            rechtsopvolger, is verplicht daaraan te
                                            voldoen.</cursief></vet></al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.4.6</nr><titel>Herplant-/instandhoudingsplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al><vet><cursief>Indien houtopstand waarop het verbod tot vellen
                                            van toepassing is, zonder vergunning van het college is
                                            geveld, dan wel op andere wijze teniet is gegaan, kan
                                            het college aan de zakelijk gerechtigde tot de grond
                                            waarop zich de houtopstand bevond dan wel aan degene die
                                            uit andere hoofde tot het treffen van voorzieningen
                                            bevoegd is, de verplichting opleggen te herplanten
                                            overeenkomstig de door hen te geven aanwijzingen binnen
                                            een door hen te stellen termijn. </cursief></vet></al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al><vet><cursief>Indien niet ter plaatse kan worden herplant wordt
                                            een financiële bijdrage gestort in het gemeentelijk
                                            herplantfonds.</cursief></vet></al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al><vet><cursief>De verplichtingen en voorschriften van dit artikel
                                            kunnen gelden voor bomen kleiner dan de in artikel 4.4.1
                                            van deze verordening genoemde
                                        minimummaat.</cursief></vet></al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al><vet><cursief>Wordt een verplichting als bedoeld in het eerste
                                            lid opgelegd, dan kan daarbij tevens worden bepaald
                                            binnen welke termijn na herplant en op welke wijze niet
                                            aangeslagen herplant moet worden
                                        vervangen.</cursief></vet></al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al><vet><cursief>Indien houtopstand waarop het verbod tot vellen
                                            van toepassing is in het voortbestaan ernstig wordt
                                            bedreigd, kan het college aan de zakelijk gerechtigde
                                            tot de grond waarop zich de houtopstand bevindt dan wel
                                            aan degene die uit andere hoofde tot het treffen van
                                            voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen
                                            om:</cursief></vet></al></lid><lid><lidnr/><lijst><li nr="a."><al><vet><cursief>overeenkomstig de door hen te geven
                                                  aanwijzingen binnen een door hen te stellen
                                                  termijn voorzieningen te treffen, waardoor die
                                                  bedreiging wordt weggenomen.</cursief></vet></al></li></lijst></lid><lid><lidnr/><lijst><li nr="b."><al><vet><cursief>een bomen effect analyse op te stellen en
                                                  aan te bieden aan het college.
                                            </cursief></vet></al></li></lijst></lid><lid><lidnr/><lijst><li nr="c."><al><vet><cursief>degene aan wie een voorschrift of een
                                                  verplichting als bedoeld in dit artikel is
                                                  opgelegd, alsmede diens rechtsopvolger, is
                                                  verplicht daaraan te voldoen.</cursief></vet></al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.4.7</nr><titel>Schadevergoeding</titel></kop><al><vet><cursief>Het college beslist op een verzoek om schadevergoeding
                                        bij weigering van een vergunning tot vellen op grond van
                                        artikel 17 van de Boswet.</cursief></vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.4.8</nr><titel>Afstand van de erfgrenslijn</titel></kop><al><vet><cursief>De afstand als bedoeld in artikel 5:42 Burgerlijk
                                        Wetboek wordt langs openbare wegen en waterlossingen
                                        vastgesteld op </cursief></vet><vet><cursief>0,5
                                        meter</cursief></vet><vet><cursief> voor bomen en op nihil
                                        voor heesters en heggen.</cursief></vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.4.9</nr><titel>Bestrijding van boomziekten</titel></kop><lid><lidnr/><lijst><li nr="1."><al><vet><cursief>Indien zich op een terrein één of meer
                                                  bomen bevinden die naar het oordeel van het
                                                  college gevaar opleveren van verspreiding van een
                                                  boomziekte of voor vermeerdering van de
                                                  ziekteverspreiders zoals insecten, is de
                                                  rechthebbende, indien hij daartoe door het college
                                                  is aangeschreven, verplicht binnen de bij
                                                  aanschrijving vast te stellen
                                                termijn:</cursief></vet></al></li></lijst></lid><lid><lidnr/><lijst><li nr=""><lijst><li nr="a."><al><vet><cursief>de houtopstand te
                                                  vellen.</cursief></vet></al></li></lijst></li></lijst></lid><lid><lidnr/><lijst><li nr=""><lijst><li nr="b."><al><vet><cursief>conform richtlijnen van de
                                                  gemeente de gevelde houtopstand direct zodanig te
                                                  behandelen dat verspreiding van de boomziekte
                                                  wordt voorkomen.</cursief></vet></al></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr="2."><al><vet><cursief>Het is verboden gevelde bomen of delen
                                                  daarvan voorhanden of in voorraad te hebben of te
                                                  vervoeren, indien het een boomsoort betreft die de
                                                  desbetreffende boomziekte kan
                                                  verspreiden.</cursief></vet></al></li><li nr="3."><al><vet><cursief>Het college kan ontheffing verlenen van
                                                  het onder het tweede lid van dit artikel gestelde
                                                  verbod.</cursief></vet></al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.4.10</nr><titel>Bescherming publieke houtopstand</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al><vet><cursief>Het is verboden om houtopstanden en
                                            groenvoorzieningen, die publiek eigendom
                                        zijn:</cursief></vet></al></lid><lid><lidnr/><lijst><li nr="a."><al><vet><cursief>te beschadigen, te bekladden of te
                                                  beplakken.</cursief></vet></al></li></lijst></lid><lid><lidnr/><lijst><li nr="b."><al><vet><cursief>daaraan snoeiwerk te verrichten, behoudens
                                                  door de gemeente opgedragen boomverzorgende
                                                  taken.</cursief></vet></al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al><vet><cursief>Het is verboden om één of meer voorwerpen in of
                                            aan een publieke houtopstand aan te brengen of
                                            anderszins te bevestigen, behoudens vergunning van het
                                            college.</cursief></vet></al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5</nr><titel>Bescherming van flora en fauna</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.5.1</nr><titel>Bescherming groenvoorzieningen</titel></kop><al><vet><cursief>(Vervallen, zie 4.4.10).</cursief></vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.5.2</nr><titel>Beschermde planten; hout sprokkelen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college is bevoegd:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>plaatsen aan te wijzen waar het ter bescherming van het natuur-,
                                    landschaps- of dorps-/stadsschoon verboden is daarbij aangeduide
                                    bloemen of planten te plukken of bij zich te hebben;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>bosgebieden of gedeelten daarvan aan te wijzen waar het om
                                    redenen van milieubeheer verboden is hout te sprokkelen of
                                    gesprokkeld hout bij zich te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden op een, door het college, krachtens het eerste
                                    lid, aangewezen plaats:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>de daarbij aangeduide bloemen of planten te plukken, bij zich te
                                    hebben dan wel</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>hout te sprokkelen of gesprokkeld hout bij zich te hebben.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in dit artikel bepaalde geldt niet:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>ten aanzien van door of met toestemming van de rechthebbende ter
                                    plaatse verkregen dan wel van elders afkomstige bloemen of
                                    planten of hout;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>indien de in dit artikel bedoelde handelingen worden verricht in
                                    het kader van normale onderhoudswerkzaamheden;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>voorzover de Natuurbeschermingswet van toepassing is.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het tweede lid, aanhef en onder b, bepaalde geldt voorts
                                    niet:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>ten aanzien van hout dat afkomstig is van houtopstanden waarop
                                    het in artikel 4.4.2 gestelde verbod niet van toepassing
                                    is;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>ten aanzien van hout dat moet worden verwijderd krachtens een
                                    verordening van het Bosschap.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het tweede lid
                                    gestelde verbod.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Onder sprokkelen van hout wordt in dit artikel verstaan: het
                                    verzamelen en verwijderen van staand of losliggend, vermolmd dan
                                    wel uitdrogend dood hout.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>6</nr><titel>Maatregelen tegen ontsiering en stankoverlast</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.6.1.</nr><titel>Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen
                                    enzovoort</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter
                                        voorkoming of opheffing van overlast dan wel voorkoming van
                                        schade aan de openbare gezondheid, kan het college plaatsen
                                        aanwijzen die buiten een inrichting in de zin van de Wet
                                        milieubeheer, in de openlucht of buiten de weg zijn gelegen,
                                        waar het verboden is de volgende voorwerpen of stoffen op te
                                        slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben:</al><lijst><li nr="a."><al>onbruikbare of aan hun oorspronkelijke bestemming
                                                onttrokken voer- of vaartuigen of onderdelen
                                                daarvan;</al></li><li nr="b."><al>bromfietsen en motorvoertuigen of onderdelen
                                                daarvan;</al></li><li nr="c."><al>kampeermiddelen als bedoeld in artikel 4.7.2 of
                                                onderdelen daarvan, indien het plaatsen of aanwezig
                                                hebben daarvan geschiedt voor verkoop of verhuur of
                                                anderszins voor een commercieel doel;</al></li><li nr="d."><al>mestopslag, gierkelders of andere verzamelplaatsen
                                                van vuil, een verzameling ingekuild gras, loof of
                                                pulp of ingekuilde landbouwproducten,
                                                afbraakmaterialen en oude metalen.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het college kan bij de aanwijzing nadere regels
                                        stellen.</al></li><li nr="3."><al>Dit artikel is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                        voorzien krachtens de Wet ruimtelijke ordening of door de
                                        krachtens de Provinciale Verordening. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.6.1a</nr><titel>Stankoverlast door gebruik van dierlijke meststoffen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Dit artikel verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al>dierlijke meststoffen: dierlijke meststoffen als
                                                bedoeld in artikel 1 van de Meststoffenwet;</al></li><li nr="b."><al>emissiearm aanwenden: gebruiken van dierlijke
                                                meststoffen op de wijze die is aangegeven in de bij
                                                het Besluit gebruik meststoffen behorende bijlage
                                                II, met dien verstande echter dat onder 3, punt a,
                                                onder 2e, gelezen moet worden: ‘<cursief>tijdens
                                                </cursief>het uitrijden van de dierlijke mest deze
                                                  <cursief>gelijktijdig </cursief>wordt
                                                ondergewerkt’;</al></li><li nr="c."><al>grond: bouwland, maïsland en grasland.</al></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr="2."><al>Onverminderd het bepaalde in het Besluit gebruik dierlijke
                                        meststoffen 1998 is het verboden op gronden dierlijke
                                        meststoffen uit te rijden, op te brengen, te doen uitrijden
                                        of te doen opbrengen op zondag en op de nationale feest- en
                                        gedenkdagen.</al></li><li nr="3."><al>Het in het tweede lid gestelde verbod is niet van toepassing
                                        voorzover de dierlijke mest emissiearm, als bedoeld in dit
                                        artikel, wordt aangewend.</al></li><li nr="4."><al>Het college kan ontheffing verlenen van de in het tweede lid
                                        gestelde verboden.</al></li><li nr="5."><al>Vervoer van dierlijke meststof als dunne mest dient te
                                        geschieden in volledig gesloten transportmiddelen die in een
                                        zindelijke staat verkeren.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.6.2</nr><titel>Handelsreclame</titel></kop><lijst><li nr="1."><al><vet><cursief>Het is verboden op of aan een onroerende zaak
                                                handelsreclame te maken of te voeren door middel van
                                                een opschrift, aankondiging of afbeelding in welke
                                                vorm dan ook die vanaf de weg zichtbaar is,
                                                indien</cursief></vet></al></li></lijst><lijst><li nr=""><lijst><li nr=""><lijst><li nr="a."><al><vet><cursief>de veiligheid van het verkeer in
                                                  gevaar wordt gebracht;</cursief></vet></al></li><li nr="b."><al><vet><cursief>ernstige hinder, overlast of
                                                  gevaar voor de omgeving wordt
                                                  veroorzaakt;</cursief></vet></al></li><li nr="c."><al><vet><cursief>de handelsreclame, hetzij op
                                                  zichzelf, hetzij in verband met de omgeving
                                                  ontsierend is;</cursief></vet></al></li><li nr="d."><al><vet><cursief>overlast voor gebruikers van een
                                                  in de nabijheid gelegen onroerende zaak
                                                  ontstaat.</cursief></vet></al></li></lijst></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr="2."><al><vet><cursief>Het verbod bedoeld in het eerste lid geldt
                                                niet voor onverlichte:</cursief></vet></al></li></lijst><lijst><li nr=""><lijst><li nr="1."><al><vet><cursief>opschriften, aankondigingen of
                                                  afbeeldingen in het inwendig gedeelte van een
                                                  onroerende zaak, die niet kennelijk gericht zijn
                                                  op zichtbaarheid vanaf de
                                                weg;</cursief></vet></al></li><li nr="2."><al><vet><cursief>opschriften of aankondigingen op of
                                                  aan onroerende zaken, daartoe aangewezen door de
                                                  het bevoegde bestuursorgaan;</cursief></vet></al></li><li nr="3."><al><vet><cursief>opschriften of aankondigingen kleiner
                                                  dan </cursief></vet><vet><cursief>0,50
                                                  m²</cursief></vet><vet><cursief> en waarvan de
                                                  langste zijde korter dan
                                                  </cursief></vet><vet><cursief>1
                                                  meter</cursief></vet><vet><cursief> is, die
                                                  betrekking hebben op: </cursief></vet></al></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr=""><lijst><li nr=""><al><vet><cursief>- openbare verkoping of aanbieding ter
                                                  verkoop, verhuur of verpachting van een onroerende
                                                  zaak, zulks voor zolang zij feitelijke betekenis
                                                  hebben;</cursief></vet></al></li><li nr=""><al><vet><cursief>- het beroep, de dienst of het bedrijf
                                                  dat in of op de onroerende zaak wordt uitgeoefend
                                                  of waarvoor die zaak is
                                                bestemd.</cursief></vet></al></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr="3"><al><vet><cursief>Opschriften die
                                                betrekking hebben op de naam of aard van in
                                                uitvoering zijnde bouwwerken of op de namen van
                                                degenen die bij het ontwerp of de uitvoering van het
                                                bouwwerk betrokken zijn, mits deze opschriften zijn
                                                aangebracht op borden bij of op de in uitvoering
                                                zijnde bouwwerken zelf, zulks voor zolang zij
                                                feitelijke betekenis hebben.</cursief></vet></al></li></lijst><lijst><li nr="4."><al><vet><cursief>Opschriften of aankondigingen op of aan
                                                onroerende zaken dienstbaar aan het openbaar
                                                vervoer, indien deze zijn aangebracht ten dienste
                                                van dat vervoer.</cursief></vet></al></li><li nr="5."><al><vet><cursief>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor
                                                opschriften of aankondigingen van kennelijk
                                                tijdelijke aard, voor zolang zij feitelijke
                                                betekenis hebben, mits:</cursief></vet></al><lijst><li nr="a."><al><vet><cursief>van het aanbrengen ervan tevoren
                                                  schriftelijk kennisgeving is gedaan aan het
                                                  college;</cursief></vet></al></li><li nr="b."><al><vet><cursief>het college niet binnen twee weken na
                                                  ontvangst van die kennisgeving van enig bezwaar
                                                  heeft doen blijken en</cursief></vet></al></li><li nr="c."><al><vet><cursief>dezen opschriften of aankondigingen
                                                  niet langer dan negen weken op de onroerende zaak
                                                  aanwezig zijn.</cursief></vet></al></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr="6."><al><vet><cursief>Het bevoegde
                                                bestuursorgaan kan ontheffing verlenen van het
                                                verbod, bedoeld in het eerste
                                        lid.</cursief></vet></al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.6.3</nr><titel>Vergunningsplicht lichtreclame</titel></kop><al><vet>(Vervallen maakt onderdeel uit van artikel 4.6.2).</vet></al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>7</nr><titel>Kamperen buiten kampeerterreinen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.7.1</nr><titel>Begripsomschrijving</titel></kop><al><vet><cursief>In deze afdeling wordt onder kampeermiddel
                                        verstaan:</cursief></vet></al><al><vet><cursief>een onderkomen of voertuig waarvoor geen
                                        bouwvergunning in de zin van artikel 40 van de Woningwet is
                                        vereist, dat bestemd of opgericht is dan wel gebruikt wordt
                                        of kan worden gebruikt voor recreatief
                                        nachtverblijf.</cursief></vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.7.2</nr><titel>Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al><vet><cursief>Het is verboden ten behoeve van recreatief
                                            nachtverblijf kampeermiddelen te plaatsen of geplaatst
                                            te houden buiten een kampeerterrein dat als zodanig in
                                            het bestemmingsplan is bestemd of mede
                                            bestemd.</cursief></vet></al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al><vet><cursief>Het verbod geldt niet voor het plaatsen van
                                            kampeermiddelen voor eigen gebruik door de rechthebbende
                                            op een terrein, tenzij dit gebruik in strijd is met het
                                            vigerende bestemmingsplan.</cursief></vet></al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al><vet><cursief>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod
                                            als bedoeld in het eerste lid. </cursief></vet></al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al><vet><cursief>Onverminderd het bepaalde in artikel 1.8. kan de
                                            ontheffing worden geweigerd in het belang van:
                                        </cursief></vet></al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al><vet><cursief>de bescherming van natuur en landschap;
                                        </cursief></vet></al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al><vet><cursief>de bescherming van een
                                        stadsgezicht.</cursief></vet></al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.7.3</nr><titel>Aanwijzing kampeerplaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al><vet><cursief>Het college kan plaatsen aanwijzen waarop het
                                            verbod van artikel 4.7.2. eerste lid, niet
                                            geldt.</cursief></vet></al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al><vet><cursief>Het college kan daarbij nadere regels stellen in
                                            het belang van de gronden, genoemd in artikel 4.7.2.
                                            vierde lid.</cursief></vet></al></lid></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Andere onderwerpen betreffende de huishouding der gemeente</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>Parkeerexcessen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.1.1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al><vet><cursief>In deze afdeling wordt verstaan
                                onder:</cursief></vet></al><lijst><li nr="a."><al><vet><cursief>voertuigen: voertuigen
                                                als bedoeld in artikel 1, onder al, van het
                                                Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV
                                                1990) met uitzondering van kleine wagens zoals:
                                                kruiwagens, kinderwagens en
                                            rolstoelen;</cursief></vet></al></li><li nr="b."><al><vet><cursief>parkeren: parkeren als
                                                bedoeld in artikel 1, onder ac, van het Reglement
                                                verkeersregels en verkeerstekens (RVV
                                                1990).</cursief></vet></al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.1.2</nr><titel>Parkeren van voertuigen van autobedrijf en dergelijke</titel></kop><lijst><li nr="1."><al><vet><cursief>Onder verhuren als
                                                bedoeld in dit artikel wordt mede
                                                verstaan:</cursief></vet></al></li><li nr=""><al><vet><cursief>a.</cursief></vet><vet><cursief> het gebruiken
                                                van een voertuig voor het geven van
                                                lessen;</cursief></vet></al></li><li nr=""><al><vet><cursief>b.</cursief></vet><vet><cursief> het gebruiken
                                                van een voertuig voor het vervoeren van personen
                                                tegen betaling.</cursief></vet></al></li></lijst><lijst><li nr="2."><al><vet><cursief>Tot de voertuigen als
                                                bedoeld in dit artikel worden niet
                                                gerekend:</cursief></vet></al></li><li nr=""><al><vet><cursief>a.</cursief></vet><vet><cursief> voertuigen
                                                waaraan herstel- of onderhoudswerkzaamheden worden
                                                verricht die in totaal niet meer dan een uur vergen,
                                                en dit gedurende de tijd die nodig is en gebruikt
                                                wordt voor deze werkzaamheden;</cursief></vet></al></li><li nr=""><al><vet><cursief>b.</cursief></vet><vet><cursief> voertuigen
                                                voor persoonlijk gebruik van de in het derde lid
                                                bedoelde persoon.</cursief></vet></al></li></lijst><lijst><li nr="3."><al><vet><cursief>Het is degene die er zijn
                                                bedrijf, nevenbedrijf dan wel een gewoonte van maakt
                                                voertuigen te stallen, te herstellen, te slopen, te
                                                verhuren of te verhandelen,
                                            verboden:</cursief></vet></al></li><li nr=""><al><vet><cursief>a.</cursief></vet><vet><cursief> drie of meer
                                                voertuigen die hem toebehoren of zijn toevertrouwd,
                                                op de weg te parkeren binnen een cirkel met een
                                                straal van </cursief></vet><vet><cursief>25
                                                meter</cursief></vet><vet><cursief> met als
                                                middelpunt een van deze
                                        voertuigen;</cursief></vet></al></li><li nr=""><al><vet><cursief>b.</cursief></vet><vet><cursief> de weg als
                                                werkplaats voor voertuigen te
                                            gebruiken.</cursief></vet></al></li><li nr="4."><al><vet><cursief>Het college kan
                                                ontheffing van het verbod
                                        verlenen.</cursief></vet></al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.1.2a</nr><titel>Te koop aanbieden van voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden in de kernen van de gemeente Gulpen-Wittem
                                            <vet><cursief>of andere door het college aan te wijzen
                                            plaatsen </cursief></vet>een voertuig te parkeren met
                                    het kennelijke doel het te koop aan te bieden of te
                                    verhandelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan ontheffing van dit verbod verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.1.3</nr><titel>Defecte voertuigen</titel></kop><al>Het is verboden een voertuig waarmee als gevolg van andere dan
                                eenvoudig te verhelpen gebreken niet kan of mag worden gereden,
                                langer dan op drie achtereenvolgende dagen op de weg te
                                parkeren.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.1.4</nr><titel>Voertuigwrakken</titel></kop><lijst><li nr="1."><al><vet><cursief>Het
                                                is verboden een voertuig dat rijtechnisch in
                                                onvoldoende staat van onderhoud en tevens in een
                                                kennelijk verwaarloosde toestand verkeert op de weg
                                                te parkeren.</cursief></vet></al></li><li nr="2."><al><vet><cursief>Het verbod geldt niet
                                                voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt
                                                voorzien door de Wet
                                        milieubeheer.</cursief></vet></al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.1.5</nr><titel>Kampeermiddelen e.a.</titel></kop><lijst><li nr="1."><al><vet><cursief>Het is verboden een voertuig dat voor
                                                recreatie of anderszins voor andere dan
                                                verkeersdoeleinden wordt
                                        gebruikt:</cursief></vet></al></li><li nr=""><al><vet><cursief>a.</cursief></vet><vet><cursief> langer dan op
                                                drie achtereenvolgende dagen te plaatsen of te
                                                hebben op een weg binnen de kernen van de gemeente
                                                Gulpen-Wittem en andere door het college aangewezen
                                                wegen, waar dit naar zijn oordeel buitensporig is
                                                met het oog op de verdeling van beschikbare
                                                parkeerruimte of schadelijk is voor het uiterlijk
                                                aanzien van de gemeente;</cursief></vet></al></li><li nr=""><al><vet><cursief>b.</cursief></vet><vet><cursief> op een door
                                                het college aangewezen plaats te parkeren, waar dit
                                                naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk
                                                aanzien van de gemeente.</cursief></vet></al></li></lijst><lijst><li nr="2."><al><vet><cursief>Het college kan
                                                ontheffing verlenen van het in het eerste lid,
                                                aanhef en onder a, gestelde
                                        verbod.</cursief></vet></al></li><li nr="3."><al><vet><cursief>Het in het eerste lid
                                                gestelde verbod geldt niet voorzover in het daarin
                                                geregelde onderwerp wordt voorzien door het
                                                Provinciaal wegenreglement of de Provinciale
                                                landschapsverordening.</cursief></vet></al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.1.6</nr><titel>Parkeren van reclamevoertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat is voorzien van een aanduiding
                                    van handelsreclame, op de weg te parkeren met het kennelijk doel
                                    om daarmee handelsreclame te maken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan van dit verbod ontheffing verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.1.7</nr><titel>Parkeren van grote voertuigen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de
                                        lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte
                                        van meer dan 2,4 meter te parkeren op een door het college
                                        aangewezen plaats, waar dit naar zijn oordeel schadelijk is
                                        voor het uiterlijk aanzien van de gemeente.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de
                                        lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter te parkeren op
                                        een door het college aangewezen weg, waar dit parkeren naar
                                        zijnoordeel buitensporig is met het oog op de verdeling van
                                        beschikbare parkeerruimte.</al></li></lijst><lijst><li nr="3."><al>Het in het tweede lid gestelde verbod geldt niet op
                                        werkdagen van maandag tot en met vrijdag, dagelijks van
                                        08.00 tot 18.00 uur.</al></li><li nr="4."><al>Het college kan van de in het eerste en tweede lid gestelde
                                        verboden ontheffing verlenen.</al></li><li nr="5."><al>Het verbod als bedoeld in het tweede lid is niet van
                                        toepassing op campers, kampeerauto’s, caravans en
                                        kampeerwagens, voor zover deze voertuigen niet langer dan
                                        drie achtereenvolgende dagen op de weg worden geplaatst of
                                        gehouden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.1.8</nr><titel>Parkeren van uitzichtbelemmerende voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van lading, een
                                    lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4
                                    meter, op de weg te parkeren bij een voor bewoning of ander
                                    dagelijks gebruik bestemd gebouw op zodanige wijze dat daardoor
                                    het uitzicht van bewoners of gebruikers vanuit dat gebouw op
                                    hinderlijke wijze wordt belemmerd of hun anderszins hinder of
                                    overlast wordt aangedaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Dit verbod geldt niet gedurende de tijd die nodig is voor en
                                    gebruikt wordt voor het uitvoeren van werkzaamheden waarvoor de
                                    aanwezigheid van het voertuig ter plaatse noodzakelijk is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.1.9</nr><titel>Parkeren van voertuigen met stankverspreidende
                                    stoffen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig met stankverspreidende stoffen daar
                                    te parkeren waar bewoners of gebruikers van nabijgelegen
                                    gebouwen of terreinen daarvan hinder of overlast kunnen
                                    ondervinden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Dit verbod geldt niet voorzover de Wet milieubeheer van
                                    toepassing is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.1.10</nr><titel>Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig, fiets of bromfiets te rijden door
                                    dan wel deze te doen of te laten staan in een park of plantsoen
                                    of een van gemeentewege aangelegde beplanting of
                                    groenstrook.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Dit verbod is niet van toepassing:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>op wegen;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>op voertuigen die nodig zijn en gebruikt worden ter uitvoering
                                    van werkzaamheden door of vanwege de overheid;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>op voertuigen, waarmee standplaats wordt of is ingenomen op
                                    terreinen die mede of uitsluitend voor dit doel zijn
                                    bestemd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.1.11</nr><titel>Overlast van fiets of bromfiets</titel></kop><al>[Vervallen]</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2</nr><titel>Collecteren, venten, standplaatsen en snuffelmarkten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.2.1</nr><titel>Inzameling van geld of goederen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder toestemming van het college een
                                        openbare inzameling van geld of goederen te houden of
                                        daartoe een intekenlijst aan te bieden. </al></li><li nr="2."><al>Onder een inzameling van geld of goederen wordt mede
                                        verstaan: het bij het aanbieden van goederen, waartoe ook
                                        worden gerekend geschreven of gedrukte stukken, dan wel bij
                                        het aanbieden van diensten aanvaarden van geld of goederen,
                                        indien daarbij te kennen wordt gegeven of de indruk wordt
                                        gewekt dat de opbrengst geheel of ten dele voor een
                                        liefdadig of ideëel doel is bestemd.</al></li><li nr="3."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor een
                                        inzameling die in besloten kring gehouden wordt.</al></li><li nr="4."><al>Voor het aanvragen van toestemming dient gebruik te worden
                                        gemaakt van het vastgestelde (digitale) meldingformulier.
                                    </al></li><li nr="5."><al>Het houden van een collecte is toegestaan indien het college
                                        niet binnen vier weken na de ontvangst van de melding heeft
                                        beslist dat de collecte niet is toegestaan.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.2.2.</nr><titel>Venten ed.</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.2.2.1</nr><titel>Begripsomschrijving</titel></kop><lijst><li nr="1."><al><vet><cursief>In deze paragraaf wordt onder venten verstaan:
                                                het in de uitoefening van de ambulante handel te
                                                koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen
                                                op of aan de weg, aan huis dan wel op een andere
                                                voor het publiek toegankelijke en in de open lucht
                                                gelegen plaats, dan wel diensten aan te
                                                bieden.</cursief></vet></al></li><li nr="2."><al><vet><cursief>Onder venten wordt niet
                                            verstaan:</cursief></vet></al></li></lijst><lijst><li nr=""><lijst><li nr="a."><al><vet><cursief>het aan huis afleveren van goederen
                                                  door of vanwege degene die dit doet ter
                                                  exploitatie van zijn winkel als bedoeld in artikel
                                                  1 van de Winkeltijdenwet;</cursief></vet></al></li><li nr="b."><al><vet><cursief>het te koop aanbieden, verkopen of
                                                  afleveren van goederen dan wel het aanbieden van
                                                  diensten op jaarmarkten en markten als bedoeld in
                                                  artikel 160, eerste lid, onder h, van de
                                                  Gemeentewet of op snuffelmarkten als bedoeld in
                                                  artikel 5.2.4 van deze
                                                  verordening;</cursief></vet></al></li><li nr="c."><al><vet><cursief>het te koop aanbieden, verkopen of
                                                  afleveren van goederen dan wel het aanbieden van
                                                  diensten op een standplaats als bedoeld in artikel
                                                  5.2.3.1 van deze verordening.</cursief></vet></al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.2.2.2</nr><titel>Ventverbod</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al><vet><cursief>Het is verboden te venten indien daardoor de
                                            openbare orde, de openbare veiligheid en de
                                            volksgezondheid in gevaar komt.</cursief></vet></al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al><vet><cursief>Het is verboden te venten op zondagen en maandag
                                            t/m zaterdag tussen 22:00 uur en 10:00 uur alsmede
                                            tijdens evenementen, feestdagen en
                                            weekmarkten.</cursief></vet></al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al><vet><cursief>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin
                                            geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 5 van de
                                            Wegenverkeerswet.</cursief></vet></al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.2.2.3</nr><titel>Vrijheid van meningsuiting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al><vet><cursief>Het verbod van artikel 5.2.2.2 geldt niet voor
                                            venten met gedrukte of geschreven stukken waarin
                                            gedachten en gevoelens worden geopenbaard als bedoeld in
                                            artikel 7, eerste lid, van de
                                    Grondwet.</cursief></vet></al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al><vet><cursief>Het college kan de vrijheid van meningsuiting als
                                            bedoeld in het eerste lid beperken door een verbod in te
                                            stellen:</cursief></vet></al><lijst><li nr="a."><al><vet><cursief>op of aan door het college aangewezen
                                                  openbare plaatsen en/of</cursief></vet></al></li><li nr="b."><al><vet><cursief>voor bepaalde dagen en
                                                uren.</cursief></vet></al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al><vet><cursief>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod
                                            als bedoeld in het tweede lid.</cursief></vet></al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.2.3</nr><titel>Standplaatsen</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.2.3.1</nr><titel>Begripsomschrijving</titel></kop><lijst><li nr="1."><al><vet><cursief>In deze paragraaf wordt verstaan onder
                                                standplaats:</cursief></vet><vet><cursief>het vanaf
                                                een vaste plaats</cursief></vet><vet><cursief>op een
                                            </cursief></vet></al></li><li nr=""><al><vet><cursief>openbare en in de openlucht gelegen plaats te
                                                koop aanbieden, verkopen of afleveren van
                                            </cursief></vet></al></li><li nr=""><al><vet><cursief>goederen dan wel diensten aan te bieden,
                                                gebruikmakend van fysieke middelen, zoals een
                                            </cursief></vet></al></li><li nr=""><al><vet><cursief>kraam, een wagen of een
                                        tafel.</cursief></vet></al></li></lijst><lijst><li nr="2."><al><vet><cursief>Onder standplaats wordt niet
                                                verstaan:</cursief></vet></al><lijst><li nr="a."><al><vet><cursief>vaste plaatsen op jaarmarkten of
                                                  markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid
                                                  onder h, van de Gemeentewet;</cursief></vet></al></li><li nr="b."><al><vet>vaste plaatsen op evenementen als bedoeld in
                                                  artikel 2.2.1;</vet></al></li><li nr="c."><al><vet>vaste plaatsen op snuffelmarkten als bedoeld in
                                                  artikel 5.2.4.</vet></al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.2.3.2</nr><titel>Standplaatsvergunning en weigeringsgronden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al><vet><cursief>Het is verboden zonder vergunning van het
                                                college een standplaats in te nemen of te
                                                hebben.</cursief></vet></al></li><li nr="2."><al><vet><cursief>Het college weigert de vergunning wegens
                                                strijd met een geldend
                                            bestemmingsplan.</cursief></vet></al></li><li nr="3."><al><vet><cursief>Onverminderd het bepaalde in artikel 1.8 kan
                                                de vergunning worden geweigerd:</cursief></vet></al><lijst><li nr="a."><al><vet><cursief>indien de standplaats hetzij op
                                                  zichzelf hetzij in verband met de omgeving niet
                                                  voldoet aan eisen van redelijke
                                                  welstand;</cursief></vet></al></li><li nr="b."><al><vet><cursief>indien de standplaats valt binnen de
                                                  door het college aangewezen plaatsen waar geen
                                                  standplaatsen mogen worden
                                                  geplaatst.</cursief></vet></al></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr="3."><al><vet><cursief>De standplaatsvergunning
                                                is persoonsgebonden.</cursief></vet></al></li><li nr="4."><al><vet>Het bepaalde in lid 1 is niet van toepassing op
                                            kleinschalige seizoensverkoop van streekproducten (onder
                                            andere groenten en of fruit) van eigen bodem.</vet></al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.2.3.3</nr><titel>Toestemming rechthebbende</titel></kop><al><vet><cursief>Het is de rechthebbende op een perceel verboden toe te
                                        staan dat daarop zonder vergunning van het college
                                        standplaats wordt of is ingenomen.</cursief></vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.2.3.4.</nr><titel>Afbakeningsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al><vet><cursief>Het verbod van artikel 5.2.3.2, eerste lid geldt
                                            niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt
                                            voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of
                                            het Provinciaal wegenreglement.</cursief></vet></al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al><vet><cursief>De weigeringsgrond overlast geldt niet voor zover
                                            in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de
                                            Wet milieubeheer.</cursief></vet></al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al><vet><cursief>De weigeringsgrond van artikel 5.2.3.2, tweede
                                            lid, onder a, geldt niet voor
                                        bouwwerken.</cursief></vet></al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.2.3.5</nr><titel>Aanhoudingsplicht</titel></kop><al><vet><cursief>Het college houdt de aanvraag om een
                                        standplaatsvergunning aan, indien de aanvraag een activiteit
                                        betreft waarvoor tevens een vergunning als bedoeld in
                                        artikel 8.1 van de Wet milieubeheer is vereist en indien
                                        geen toepassing kan worden gegeven aan het tweede lid, tot
                                        de dag waarop is beslist op de aanvraag om een vergunning
                                        als bedoeld in artikel 8.1 van de Wet
                                        milieubeheer.</cursief></vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.2.4</nr><titel>Snuffelmarkten begripsbepaling</titel></kop><al>[Vervallen]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.2.5</nr><titel>Organiseren van een snuffelmarkt</titel></kop><al>[Vervallen]</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3</nr><titel>Openbaar water</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.3.1</nr><titel>Voorwerpen op, in of boven openbaar water</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al><vet><cursief>Het is in verband met de veiligheid op het
                                            openbaar water verboden een voorwerp, niet zijnde een
                                            vaartuig, op, in of boven openbaar water te plaatsen,
                                            aan te brengen of te hebben, indien dit door zijn omvang
                                            of vormgeving, constructie of plaats van bevestiging
                                            gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van het openbaar
                                            water of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan,
                                            dan wel een belemmering vormt voor het doelmatig beheer
                                            en onderhoud van het openbaar
                                    water.</cursief></vet></al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al><vet><cursief>Degene die voornemens is een steiger, een meerpaal
                                            of een ander voorwerp met een permanent karakter op, in
                                            of boven openbaar water te plaatsen, doet daarvan
                                            uiterlijk twee weken tevoren een melding aan het
                                            college.</cursief></vet></al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al><vet><cursief>De melding bevat in ieder geval naam, adres en
                                            contactgegevens van de melder, en een beschrijving van
                                            de aard en omvang van het voorwerp.</cursief></vet></al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al><vet><cursief>Het verbod in het eerste lid geldt niet voorzover
                                            in de daarin geregelde onderwerpen wordt voorzien door
                                            het Wetboek van Strafrecht, de Scheepvaartverkeerswet,
                                            het Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer
                                            rijkswaterstaatswerken, de Provinciale
                                            vaarwegenverordening, de Telecommunicatiewet of de
                                            daarop gebaseerde
                                        Telecommunicatieverordening.</cursief></vet></al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.3.2</nr><titel>Ligplaats woonschepen en overige vaartuigen</titel></kop><al><vet><cursief>(Vervallen).</cursief></vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.3.3.</nr><titel>Aanwijzingen ligplaats</titel></kop><al><vet><cursief>(Vervallen).</cursief></vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.3.4</nr><titel>Verbod innemen ligplaats</titel></kop><al><vet><cursief>(Vervallen).</cursief></vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.3.5</nr><titel>Beschadigen van waterstaatswerken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden schade toe te brengen aan of veranderingen aan
                                    te brengen in de toestand van bij de gemeente in beheer zijnd
                                            <vet><cursief>openbaar water,</cursief></vet> havens,
                                    dijken, wallen, kaden, trekpaden, beschoeiingen,
                                    oeverbegroeiing, bruggen, zetten, duikers, pompen,
                                    waterleidingen, gordingen, aanlegpalen, stootpalen, bakens of
                                    sluizen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voorzover het Wetboek
                                    van Strafrecht, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, het
                                    Binnenvaartpolitiereglement of de Provinciale
                                    Vaarwegenverordening van toepassing is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.3.6</nr><titel>Reddingsmiddelen</titel></kop><al><vet><cursief>(Vervallen).</cursief></vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.3.7</nr><titel>Veiligheid op het water</titel></kop><al><vet><cursief>(Vervallen).</cursief></vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.3.8</nr><titel>Overlast aan vaartuigen</titel></kop><al><vet><cursief>(Vervallen).</cursief></vet></al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4</nr><titel>Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in
                                natuurgebieden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.4.1</nr><titel>Crossterreinen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een
                                        motorvoertuig als bedoeld in artikel 1, onderdeel z, en een
                                        bromfiets als bedoeld in artikel 1, onderdeel i, van het
                                        Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1994 een
                                        wedstrijd dan wel, ter voorbereiding van een wedstrijd, een
                                        trainings- of proefrit te houden of te doen houden dan wel
                                        daaraan deel te nemen, dan wel een motorvoertuig of een
                                        bromfiets met het kennelijke doel daartoe aanwezig te
                                        hebben.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan terreinen aanwijzen waarvoor het verbod niet
                                        van toepassing is. Het kan daarbij regels stellen voor het
                                        gebruik van deze terreinen:</al><lijst><li nr="a."><al>in het belang van het voorkomen of beperken van
                                                overlast;</al></li><li nr="b."><al>in het belang van de bescherming van het uiterlijk
                                                aanzien van de omgeving en ter bescherming van
                                                andere milieuwaarden;</al></li><li nr="c."><al>in het belang van de veiligheid van de deelnemers
                                                van de in het eerste lid bedoelde wedstrijden en
                                                ritten en/of van het publiek.</al></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr="3."><al>Voor de toepassing van het eerste lid wordt dat onder weg
                                        verstaan wat artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994
                                        daaronder verstaat.</al></li><li nr="4."><al>Het in dit artikel bepaalde geldt niet voorzover de Wet
                                        milieubeheer of het Besluit geluidproductie sportmotoren van
                                        toepassing is.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.4.2</nr><titel>Beperking verkeer in natuurgebieden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden binnen voor publiek toegankelijke
                                        natuurgebieden, parken, plantsoenen of voor recreatief
                                        gebruik beschikbare terreinen te rijden of zich te bevinden
                                        met een motorvoertuig als bedoeld in artikel 1, onder z,
                                        Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1994, een
                                        bromfiets als bedoeld in artikel 1, onder i, Reglement
                                        verkeersregels en verkeerstekens 1994 of met een fiets of
                                        een paard.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan terreinen aanwijzen waarvoor het in het
                                        eerste lid gestelde verbod niet van toepassing is. Het kan
                                        daarbij regels stellen ten aanzien van het gebruik van deze
                                        terreinen:</al><lijst><li nr="a."><al>in het belang van het voorkomen van overlast;</al></li><li nr="b."><al>in het belang van de bescherming van natuur- of
                                                milieuwaarden;</al></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr=""><lijst><li nr="c."><al>in het belang van de veiligheid van het
                                                publiek.</al></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr="3."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor
                                        bestuurders van motorvoertuigen en bromfietsen en voor
                                        fietsers of berijders van paarden:</al><lijst><li nr="a."><al>ten dienste van politie, brandweer en geneeskundige
                                                hulpverlening en van andere krachtens artikel 29,
                                                eerste lid, Reglement verkeersregels en
                                                verkeerstekens 1994 door de minister van Verkeer en
                                                Waterstaat aangewezen hulpverleningsdiensten;</al></li><li nr="b."><al><vet><cursief>die worden gebruikt in verband met
                                                  beheer, onderhoud of exploitatie van de terreinen
                                                  als in het eerste lid
                                                bedoeld;</cursief></vet></al></li><li nr="c."><al>die worden gebruikt in verband met werken die
                                                krachtens wettelijk voorschrift moeten worden
                                                uitgevoerd;</al></li><li nr="d."><al><vet><cursief>van de zakelijk gerechtigden, huurders
                                                  en pachters van percelen die gelegen zijn binnen
                                                  de terreinen als in het eerste lid
                                                  bedoeld;</cursief></vet></al></li><li nr="e."><al>voor het verkeer ten behoeve van bezoek en van de
                                                verzorging van de onder d bedoelde personen.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt voorts
                                        niet:</al><lijst><li nr="a."><al>op wegen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder
                                                b, van de Wegenverkeerswet 1994;</al></li><li nr="b."><al>binnen de bij of krachtens de provinciale
                                                verordening ‘Stiltegebieden’ aangewezen
                                                stiltegebieden, ten aanzien van motorrijtuigen die
                                                bij of krachtens die verordening zijn aangewezen als
                                                ‘toestel’.</al></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr="5."><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste
                                        lid gestelde verbod.</al></li></lijst></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5</nr><titel>Verbod vuur te stoken</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.5.1</nr><titel>Verbod vuur te stoken</titel></kop><lid><lidnr/><lijst><li nr="1."><al><vet><cursief>Het is verboden in de openlucht vuur aan
                                                  te leggen, te stoken of te hebben.
                                                </cursief></vet></al></li><li nr="2."><al><vet><cursief>Het verbod geldt niet voor
                                                  zover:</cursief></vet></al></li></lijst></lid><lid><lidnr/><lijst><li nr=""><lijst><li nr="a."><al><vet><cursief>op de Wet milieubeheer gebaseerde
                                                  voorschriften van toepassing
                                                  zijn;</cursief></vet></al></li></lijst></li></lijst></lid><lid><lidnr/><lijst><li nr=""><lijst><li nr="b."><al><vet><cursief>de provinciale milieuverordening
                                                  van toepassing;</cursief></vet></al></li></lijst></li></lijst></lid><lid><lidnr/><lijst><li nr=""><lijst><li nr="c."><al><vet>artikel 429, aanhef en onder 1 of 3 van het
                                                  Wetboek van strafrecht
                                                  </vet><vet><cursief>van
                                                  toepassing is; </cursief></vet></al></li></lijst></li></lijst></lid><lid><lidnr/><lijst><li nr=""><lijst><li nr="d."><al><vet><cursief>het betreft verlichting door
                                                  middel van kaarsen, fakkels en dergelijke,
                                                  sfeervuren zoals terrashaarden, vuurkorven en
                                                  dergelijke of vuur voor koken, bakken en braden,
                                                  indien dit geen gevaar, overlast of hinder
                                                  oplevert voor de omgeving. </cursief></vet></al></li></lijst></li></lijst></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>6</nr><titel>Verstrooiing van as</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.6.1</nr><titel>Begripsomschrijving</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder incidentele asverstrooiing:
                                het verstrooien van as als bedoeld in de Wet op de lijkbezorging op
                                een door de overledene of nabestaande(n) gewenste plek buiten een
                                permanent daartoe bestemd terrein.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.6.2</nr><titel>Verboden plaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Incidentele asverstrooiing is verboden op:</al></lid><lid><lidnr/><lijst><li nr="a."><al>verharde delen van de weg;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr/><lijst><li nr="b."><al>gemeentelijke begraafplaatsen en crematoriumterreinen
                                            (uitgezonderd op de zogenaamde strooiveldjes);</al></li></lijst></lid><lid><lidnr/><lijst><li nr="c."><al>parken, plantsoenen en speelweiden;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr/><lijst><li nr="d."><al>sportterreinen;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr/><lijst><li nr="e."><al>gemeentelijke vijvers/wateren.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan een besluit nemen waarin voor een bepaalde
                                    termijn wordt verboden dat op andere plaatsen dan genoemd in het
                                    eerste lid asverstrooiing plaatsvindt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan op verzoek van de nabestaande die zorg draagt
                                    voor de asbus op grond van bijzondere omstandigheden ontheffing
                                    verlenen van het verbod uit het eerste lid, behoudens de
                                    gemeentelijke begraafplaatsen en crematoriumterreinen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.6.3</nr><titel>Hinder of overlast</titel></kop><al>Incidentele asverstrooiing is verboden indien daardoor hinder of
                                overlast wordt veroorzaakt voor derden.</al></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6</nr><titel>Straf-, overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.1</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Overtreding van enige bepaling van deze verordening en de op grond
                                van artikel 1.4 daarbij gegeven voorschriften en beperkingen wordt
                                gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van
                                de tweede categorie en kan bovendien worden gestraft met
                                openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover enig ander
                                wettelijk voorschrift van toepassing is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.2</nr><titel>Toezichthouders</titel></kop><al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze
                            verordening zijn belast de bij besluit van het college dan wel de
                            burgemeester aan te wijzen personen, waaronder in ieder geval de
                            politie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.3</nr><titel>Binnentreden woningen</titel></kop><al>Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van
                            een overtreding van de bij of krachtens deze verordening gegeven
                            voorschriften welke strekken tot handhaving van de openbare orde of
                            veiligheid of bescherming van het leven of de gezondheid van personen,
                            zijn bevoegd tot het binnentreden in een woning zonder toestemming van
                            de bewoner.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.4</nr><titel>Nadere uitwerking</titel></kop><al><vet><cursief>(Vervallen).</cursief></vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.5</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking op eerste dag na de dag waarop
                                zij is bekendgemaakt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De Algemene plaatselijke verordening voor de gemeente Gulpen-Wittem
                                2003, vastgesteld 11 november 2004, wordt ingetrokken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.6</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><al><vet><cursief>Besluiten, genomen krachtens de verordening bedoeld in
                                    artikel 6:5, tweede lid, die golden op het moment van de
                                    inwerkingtreding van deze verordening en waarvoor deze
                                    verordening overeenkomstige besluiten kent, gelden als besluiten
                                    genomen krachtens deze verordening.</cursief></vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.7</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene plaatselijke verordening
                            van de gemeente Gulpen-Wittem 2008.</al><al/><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 9 oktober 2008.</ondertekening><ondertekening>De voorzitter, De griffier,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><tussenkop>Toelichting Algemene Plaatselijke Verordening van de gemeente
                    Gulpen-Wittem 2008</tussenkop><al>Voor wat betreft de artikelsgewijzige toelichting bij deze verordening wordt
                    gebruik gemaakt van de (digitale) toelichting bij de Model Algemene Plaatselijke
                    Verordening van de VNG. </al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>