<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd">
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR11954_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Algemene Plaatselijke Verordening Dordrecht</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Dordrecht</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-02-23</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Dordrecht</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeentenieuws, 2009-05-20</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Algemene Plaatselijke Verordening Dordrecht</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 108</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 149a</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 151c</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 176</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2009-05-12</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2009-06-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2010-12-30</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>artikel 2.4.8</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2009, PD/2009/289</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>apv</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      Algemene Plaatselijke Verordening Dordrecht
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef>
      <regeling-tekst>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>1</nr>
            <titel>ALGEMENE BEPALINGEN</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1.1</nr>
              <titel>Begripsomschrijvingen</titel>
            </kop>
            <al>Tenzij anders aangegeven wordt in deze verordening verstaan dan wel mede
                            verstaan onder:</al>
            <table>
              <tgroup cols="3">
                <colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="1.00*"/>
                <colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="2.28*"/>
                <colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="10.00*"/>
                <tbody>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>a.</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>bebouwde kom:</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col3">
                      <al> de bebouwde kom of kommen waarvan gedeputeerde
                                                staten van Zuid-Holland de grenzen hebben
                                                vastgesteld overeenkomstig artikel 27, tweede lid,
                                                van de Wegenwet;</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>b.</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>bouwwerk:</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col3">
                      <al> elke constructie van enige omvang van hout, steen,
                                                metaal of ander materiaal, die op de plaats van
                                                bestemming hetzij direct of indirect met de grond
                                                verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt
                                                in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te
                                                functioneren;</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>c.</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>college: </al>
                    </entry>
                    <entry colname="col3">
                      <al> het college van burgemeester en wethouders van
                                                Dordrecht;</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>d.</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>gebouw:</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col3">
                      <al> elk bouwwerk dat een voor mensen toegankelijke
                                                overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden
                                                omsloten ruimte vormt;</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>e.</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>handelsreclame:</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col3">
                      <al> iedere openbare aanprijzing van goederen of
                                                diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een
                                                commercieel belang te dienen;</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>f.</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>openbare plaats:</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col3">
                      <al> een plaats als bedoeld in artikel 1, eerste lid,
                                                juncto tweede lid van de Wet openbare
                                                manifestaties;</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>g.</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>openbaar water:</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col3">
                      <al> alle wateren die - al dan niet met enige beperking
                                                - voor het publiek bevaarbaar of anderszins
                                                toegankelijk zijn;</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>h.</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>rechthebbende:</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col3">
                      <al> een ieder die over enige zaak enige zeggenschap
                                                heeft krachtens een zakelijk of persoonlijk
                                                recht;</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>i.</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>vaartuigen:</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col3">
                      <al> alle vaartuigen, daaronder mede verstaan drijvende
                                                werktuigen, alsmede woonschepen, glijboten en
                                                ponten;</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>j.</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>voertuigen:</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col3">
                      <al> alle rij- en voertuigen, met uitzondering van:</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>1.</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col3">
                      <al>treinen en trams;</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>2.</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col3">
                      <al>kruiwagens, kinderwagens en dergelijke kleine
                                                voertuigen;</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>k.</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>weg: </al>
                    </entry>
                    <entry colname="col3">
                      <al/>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>1.</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col3">
                      <al>alle voor het openbaar verkeer openstaande wegen of
                                                paden, met inbegrip van de daarin liggende bruggen
                                                en duikers en de tot die wegen of paden behorende
                                                bermen of zijkanten, alsmede de aan die wegen of
                                                paden liggende en als zodanig aangeduide
                                                parkeerterreinen;</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>2.</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col3">
                      <al> de - al dan niet met enige beperking - voor het
                                                publiek toegankelijke pleinen en open plaatsen,
                                                parken, plantsoenen, speelweiden, bossen, stranden
                                                en natuurterreinen, ijsvlakten en aanlegplaatsen
                                                voor vaartuigen;</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>3.</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col3">
                      <al>de voor het publiek toegankelijke stoepen, trappen,
                                                portieken, gangen, passages en galerijen, welke
                                                uitsluitend tot voor bewoning in gebruik zijnde
                                                ruimte toegang geven en niet afsluitbaar zijn;</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>4.</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col3">
                      <al>andere voor het publiek toegankelijke, al dan niet
                                                afsluitbare stoepen, trappen, portieken, gangen,
                                                passages en galerijen; de afsluitbare alleen
                                                gedurende de tijd dat zij niet door of vanwege
                                                degene die daartoe naar burgerlijk recht bevoegd is,
                                                zijn afgesloten;</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al/>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>5.</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col3">
                      <al>openbaar water;</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>l.</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>woonschepen:</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col3">
                      <al>schepen uitsluitend of hoofdzakelijk als woning
                                                gebezigd of tot woning bestemd.</al>
                    </entry>
                  </row>
                </tbody>
              </tgroup>
            </table>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1.2</nr>
              <titel>Beslissingstermijn</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een
                                vergunning of ontheffing binnen acht weken na de dag waarop de
                                aanvraag ontvangen is.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Het bevoegde bestuursorgaan kan zijn beslissing voor ten hoogste
                                acht weken verdagen.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1.3</nr>
              <titel>Indiening aanvraag</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Indien een aanvraag voor een vergunning of ontheffing wordt
                                ingediend minder dan drie weken vóór het tijdstip waarop de
                                aanvrager de vergunning of ontheffing nodig heeft, kan het bevoegde
                                bestuursorgaan besluiten de aanvraag niet te behandelen. </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>De in het eerste lid genoemde termijn geldt niet voor zover in deze
                                verordening andere termijnen zijn vastgesteld.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Voor bepaalde, door het bevoegde bestuursorgaan bij openbare
                                kennisgeving aan te wijzen vergunningen of ontheffingen kan de in
                                het eerste lid genoemde termijn worden verlengd.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1.4</nr>
              <titel>Voorschriften en beperkingen</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Aan een krachtens deze verordening verleende vergunning of
                                ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden.
                                Deze voorschriften en beperkingen mogen slechts strekken tot
                                bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de
                                vergunning of ontheffing is vereist.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Degene aan wie krachtens deze verordening een vergunning of
                                ontheffing is verleend, is verplicht de daaraan verbonden
                                voorschriften of beperkingen na te komen.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1.5</nr>
              <titel>Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing</titel>
            </kop>
            <al>De vergunning of ontheffing is persoonsgebonden, tenzij bij of krachtens
                            deze verordening anders is bepaald. </al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1.6</nr>
              <titel>Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing</titel>
            </kop>
            <al>De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>indien ter verkrijging daarvan onjuiste dan wel onvolledige
                                    gegevens zijn verstrekt;</al></li>
              <li nr="b."><al>indien op grond van een verandering van de omstandigheden of
                                    inzichten opgetreden na het verlenen van de vergunning of
                                    ontheffing, de intrekking of wijziging wordt gevorderd door het
                                    belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of
                                    ontheffing is vereist;</al></li>
              <li nr="c."><al>indien de aan de vergunning of ontheffing verbonden
                                    voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen;</al></li>
              <li nr="d."><al>indien van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt
                                    gemaakt binnen een daarin gestelde termijn dan wel, bij gebreke
                                    van een dergelijke termijn, binnen een redelijke termijn;</al></li>
              <li nr="e."><al>indien de houder van de vergunning of ontheffing dit
                                    verzoekt.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1.7</nr>
              <titel>Termijnen</titel>
            </kop>
            <al>Voor zover sprake is in deze verordening van termijnen in uren, bepaald
                            door terugrekening van een tijdstip of gebeurtenis, en deze eindigen op
                            een vrijdag na 12.00 uur, een zaterdag, een zondag of een algemeen
                            erkende feestdag, worden de termijnen geacht te eindigen om 12.00 uur op
                            de voorgelegen dag, die geen zaterdag, zondag of algemeen erkende
                            feestdag is.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1.8</nr>
              <titel>Meldingsplicht in plaats van vergunningplicht</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Het bevoegde bestuursorgaan kan besluiten dat voor bepaalde
                                categorieën activiteiten, waarvoor op grond van deze verordening een
                                vergunning noodzakelijk is, geen vergunning is vereist, maar onder
                                nader door hem te bepalen voorwaarden kan worden volstaan met een
                                melding.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Het bevoegd orgaan geeft na ontvangst van de melding een
                                ontvangstbewijs af.</al>
            </lid>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>2</nr>
            <titel>OPENBARE ORDE EN VEILIGHEID</titel>
          </kop>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>Paragraaf</label>
              <nr>1</nr>
              <titel>Orde en veiligheid op de weg</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.1.1</nr>
                <titel>Samenscholing en ongeregeldheden</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden, op de weg deel te nemen aan een samenscholing,
                                    onnodig op te dringen of door uitdagend gedrag aanleiding te
                                    geven tot wanordelijkheden.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Een ieder die op de weg aanwezig is bij enig voorval, waardoor
                                    er wanordelijkheden ontstaan of dreigen te ontstaan of bij een
                                    tot toeloop van publiek aanleiding gevende gebeurtenis, waardoor
                                    er wanordelijkheden ontstaan of dreigen te ontstaan, dan wel
                                    zich bevindt in of aanwezig is bij een samenscholing, is
                                    verplicht op een daartoe strekkend bevel van een ambtenaar van
                                    politie zijn weg te vervolgen of zich in de door hem aangewezen
                                    richting te verwijderen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het is verboden zich te begeven of te bevinden op terreinen,
                                    wegen of weggedeelten, wanneer deze door of vanwege het bevoegd
                                    gezag in het belang van de openbare veiligheid of ter voorkoming
                                    van wanordelijkheden zijn afgezet.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het derde lid
                                    gestelde verbod.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al>Het bepaalde in de voorgaande leden geldt niet voor betogingen,
                                    vergaderingen en godsdienstige en levensbeschouwelijke
                                    samenkomsten als bedoeld in de Wet openbare manifestaties.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.1.2</nr>
                <titel>Optochten</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                                    optocht, niet zijnde een betoging als bedoeld in artikel 2.1.3,
                                    op de weg te doen plaatsvinden.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>De vergunning kan worden geweigerd in het belang van:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>de openbare orde;</al></li>
                  <li nr="b."><al>het voorkomen of beperken van overlast;</al></li>
                  <li nr="c."><al>de verkeersveiligheid of veiligheid van personen of
                                            goederen;</al></li>
                  <li nr="d."><al>de zedelijkheid of gezondheid.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.1.3</nr>
                <titel>Kennisgeving betogingen, vergaderingen en samenkomsten tot
                                    belijden van godsdienst of levensbeschouwing op openbare
                                    plaatsen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Degene die het voornemen heeft op een openbare plaats een
                                    betoging, vergadering of samenkomst tot belijden van godsdienst
                                    of levensbeschouwing, als bedoeld in de Wet openbare
                                    manifestaties, te houden, moet daarvan voor de openbare
                                    aankondiging ervan en tenminste 48 uur voordat deze gehouden zal
                                    worden, schriftelijk kennis geven aan de burgemeester, met
                                    inachtneming van hetgeen in artikel 2.1.5, eerste lid, hierover
                                    is bepaald.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.1.4</nr>
                <titel>Afwijking termijn</titel>
              </kop>
              <al>De burgemeester kan in bijzondere omstandigheden de in artikel
                                2.1.3, eerste lid, genoemde termijn van 48 uur verkorten en een
                                mondelinge kennisgeving in behandeling nemen.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.1.5</nr>
                <titel>Te verstrekken gegevens</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Bij de kennisgeving wordt door de burgemeester een opgave
                                    verlangd van:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>naam en adres van degene die de betoging, vergadering of
                                            samenkomst tot belijden van godsdienst of
                                            levensbeschouwing houdt;</al></li>
                  <li nr="b."><al>het doel van de betoging, vergadering of samenkomst tot
                                            belijden van godsdienst of levensbeschouwing;</al></li>
                  <li nr="c."><al>de datum waarop de betoging, vergadering of samenkomst
                                            tot belijden van godsdienst of levensbeschouwing wordt
                                            gehouden en het tijdstip van aanvang en beëindiging;
                                        </al></li>
                  <li nr="d."><al>de plaats en, voor zover van toepassing, de route en de
                                            plaats van beëindiging;</al></li>
                  <li nr="e."><al>voor zover van toepassing, de wijze van
                                            samenstelling;</al></li>
                  <li nr="f."><al>maatregelen die degene die de betoging, vergadering of
                                            samenkomst tot belijden van godsdienst of
                                            levensbeschouwing houdt, zal treffen om een regelmatig
                                            verloop daarvan te bevorderen.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Degene die de kennisgeving doet, ontvangt daarvan een bewijs
                                    waarin het tijdstip van de kennisgeving, alsmede de eventueel
                                    door de burgemeester gestelde voorschriften zijn vermeld.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Van op vooraf bepaalde tijdstippen regelmatig terugkerende
                                    betogingen, vergaderingen of samenkomsten tot belijden van
                                    godsdienst of levensbeschouwing kan, voordat deze voor de eerste
                                    keer worden gehouden, eenmalig schriftelijk kennis worden
                                    gegeven. De voorgaande leden zijn van overeenkomstige
                                    toepassing.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.1.6</nr>
                <titel>Beperking aanbieden e.d. van geschreven of gedrukte stukken,
                                    producten of afbeeldingen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden geschreven of gedrukte stukken, producten of
                                    afbeeldingen onder publiek te verspreiden dan wel openlijk aan
                                    te bieden, aan te bevelen of bekend te maken op of aan door het
                                    college aangewezen wegen of gedeelten daarvan.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het college kan de werking van het in het eerste lid gestelde
                                    verbod beperken tot in de openbare kennisgeving aan te duiden
                                    dagen en uren.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor het huis-aan-huis
                                    verspreiden of het aan huis bezorgen van de in het eerste lid
                                    bedoelde geschreven of gedrukte stukken, producten of
                                    afbeeldingen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid
                                    gestelde verbod.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.1.7</nr>
                <titel>Feest, muziek en wedstrijd e.d.</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester op of aan
                                    de weg:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>een vertoning voor publiek te geven, niet zijnde een
                                            betoging als bedoeld in artikel 2.1.3;</al></li>
                  <li nr="b."><al>voor publiek muziek ten gehore te brengen;</al></li>
                  <li nr="c."><al>een feest of een wedstrijd te geven of te houden.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het in artikel 2.1.2, tweede lid, bepaalde is van
                                    overeenkomstige toepassing.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het in het eerste lid, onder c, bepaalde blijft buiten
                                    toepassing voor zover artikel 10 juncto artikel 148 van de
                                    Wegenverkeerswet 1994 of artikel 5.4.1. van toepassing is.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.1.8</nr>
                <titel>Dienstverlening</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden zonder vergunning van het college op of aan de
                                    weg op te treden als dienstverlener of zijn diensten als zodanig
                                    aan te bieden.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het in artikel 2.1.2, tweede lid, bepaalde is van
                                    overeenkomstige toepassing.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.1.9</nr>
                <titel>Straatartiest e.d.</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden ten behoeve van publiek als straatartiest,
                                    straatmuzikant, straatfotograaf, tekenaar, gids of cameraman op
                                    te treden op of aan door de burgemeester bij openbare
                                    kennisgeving aangewezen wegen of gedeelten daarvan.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>De burgemeester kan de werking van het in het eerste lid
                                    gestelde verbod beperken tot bepaalde dagen en uren.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het eerste
                                    lid gestelde verbod.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.1.10</nr>
                <titel>Voorwerpen of stoffen op, aan of boven de weg</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden voorwerpen of stoffen aan, op, in, boven of
                                    onder de weg te plaatsen, aan te brengen, te hebben of te
                                    storten.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>voor zover gehandeld wordt met vergunning of ontheffing
                                            van het college of van de burgemeester, dan wel voor
                                            zover daarvan – overeenkomstig enig wettelijk
                                            voorschrift - melding of kennisgeving is gedaan en wordt
                                            gehandeld overeenkomstig de naar aanleiding van de
                                            melding gestelde voorschriften;</al></li>
                  <li nr="b."><al>voor het uitsteken van vlaggen, wimpels en
                                            vlaggenstokken, mits zij geen gevaar of hinder kunnen
                                            opleveren voor personen of goederen en niet voor
                                            commerciële doeleinden worden gebruikt; </al></li>
                  <li nr="c."><al>voor zonneschermen, mits deze zijn aangebracht boven het
                                            voor voetgangers bestemde gedeelte van de weg en mits: </al><lijst>
                      <li nr="i."><al>geen onderdeel zich minder dan 2,2 meter boven
                                                  dat gedeelte bevindt en </al></li>
                      <li nr="ii."><al>geen onderdeel van het scherm, in welke stand
                                                  dat ook staat, zich op minder dan 0,5 meter van
                                                  het voor het rijverkeer bestemde gedeelte van de
                                                  weg bevindt;</al></li>
                      <li nr="iii."><al>geen onderdeel verder dan 1,5 meter buiten de
                                                  opgaande gevel reikt;</al></li>
                    </lijst></li>
                  <li nr="d."><al>voor voorwerpen of stoffen, die noodzakelijkerwijze
                                            kortstondig op de weg gebracht worden in verband met
                                            laden of lossen ervan en mits degene die de
                                            werkzaamheden verricht of doet verrichten ervoor zorgt,
                                            dat onmiddellijk na het beëindigen daarvan, in elk geval
                                            voor zonsondergang, de voorwerpen of stoffen van de weg
                                            verwijderd zijn en de weg daarvan gereinigd is; </al></li>
                  <li nr="e."><al>voor voertuigen;</al></li>
                  <li nr="f."><al>voor voorwerpen of stoffen waarop gedachten of gevoelens
                                            als bedoeld in artikel 7 van de Grondwet worden
                                            geopenbaard;</al></li>
                  <li nr="g."><al>voor het innemen van een standplaats als bedoeld in
                                            artikel 5.2.3 en de Marktverordening;</al></li>
                  <li nr="h."><al>voorzover degene die werkzaamheden in of aan de weg
                                            verricht, dan wel degene in wiens opdracht deze
                                            werkzaamheden worden verricht, beschikt over een
                                            instemmingsbesluit als bedoeld in artikel 4, vijfde lid
                                            van de Telecommunicatieverordening.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Voor de toepassing van het tweede lid, onder d, wordt onder weg
                                    verstaan hetgeen artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994
                                    daaronder verstaat. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Het is verboden op, in, over of boven de weg voorwerpen of
                                    stoffen waarop gedachten of gevoelens worden geopenbaard te
                                    plaatsen, aan te brengen of te hebben, indien deze door hun
                                    omvang of vormgeving, constructie of plaats van bevestiging
                                    schade toebrengen aan de weg, gevaar opleveren voor de
                                    bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik
                                    daarvan, dan wel een belemmering vormen voor het doelmatig
                                    beheer en onderhoud van de weg.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al>Een vergunning of ontheffing als bedoeld in het tweede lid,
                                    aanhef en sub a, kan - voor zover gebaseerd op dit artikel -
                                    worden geweigerd: </al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>indien het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg,
                                            gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor
                                            het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een
                                            belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en
                                            onderhoud van de weg;</al></li>
                  <li nr="b."><al>indien het beoogde gebruik hetzij op zichzelf, hetzij in
                                            verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen
                                            van welstand;</al></li>
                  <li nr="c."><al>in het belang van de voorkoming of beperking van
                                            overlast voor gebruikers van de in de nabijheid gelegen
                                            onroerende zaak.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>6.</lidnr>
                <al>Het in het eerste lid bepaalde blijft buiten toepassing voor
                                    zover de op de Wet milieubeheer gebaseerde voorschriften, de
                                    Woningwet, artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994, de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatwerken of het Provinciaal wegenreglement
                                    Zuid-Holland van toepassing zijn of voor zover er sprake is van
                                    een evenement als bedoeld in artikel 2.2.1 of terras als bedoeld
                                    in artikel 2.3.10 eerste lid, waarvoor vergunning is
                                    verleend.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.1.11</nr>
                <titel>Winkeluitstallingen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Onverminderd het bepaalde in artikel 2.1.10 is het verboden
                                    zonder vergunning van het college op, aan of boven de weg, op,
                                    aan of boven een andere – al dan niet met enige beperking - voor
                                    publiek toegankelijke plaats goederen uit te stallen of
                                    uitgestald te hebben om deze te koop aan te bieden, te verkopen
                                    of te verstrekken aan het publiek. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Een vergunning als bedoeld in het eerste lid kan worden
                                    geweigerd, gewijzigd of worden ingetrokken:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>in het belang van de openbare orde en veiligheid;</al></li>
                  <li nr="b."><al>in het belang van de verkeersveiligheid;</al></li>
                  <li nr="c."><al>in het belang van de bescherming van het uiterlijk
                                            aanzien van de gemeente;</al></li>
                  <li nr="d."><al>in het belang van het voorkomen of het beperken van
                                            overlast;</al></li>
                  <li nr="e."><al>gelet op de ruimtelijke omstandigheden ter plaatse.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Aan de vergunning kan het college voorschriften verbinden, die
                                    betrekking hebben op:</al>
                <lijst>
                  <li nr="i."><al>de oppervlakte en omvang van de uitstalling;</al></li>
                  <li nr="ii."><al>de constructie van de uitstalling;</al></li>
                  <li nr="iii."><al>de situering van de uitstalling ten opzichte van de
                                            winkel.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.1.12</nr>
                <titel>Aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden zonder vergunning van het college een weg aan te
                                    leggen, de verharding daarvan op te breken, in een weg te graven
                                    of te spitten, aard of breedte van de wegverharding te
                                    veranderen of anderszins verandering te brengen in de wijze van
                                    aanleg van een weg. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder weg verstaan
                                    wat artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 daaronder verstaat,
                                    alsmede alle niet-openbare ontsluitingswegen van gebouwen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op
                                    het rijk, de provincie, de gemeente of het waterschap bij het
                                    uitvoeren van zijn/haar publiekrechtelijke taak.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Het verbod geldt voorts niet voorzover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wet
                                    beheer rijkswaterstaatswerken, het Provinciaal wegenreglement,
                                    de Waterschapskeur, de Telecommunicatiewet of de daarop
                                    gebaseerde Telecommunicatieverordening Dordrecht. </al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.1.13</nr>
                <titel>Maken en veranderen van een uitweg</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden zonder vergunning van het college:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>een uitweg te maken naar de weg;</al></li>
                  <li nr="b."><al>van de weg gebruik te maken voor het hebben van een
                                            uitweg;</al></li>
                  <li nr="c."><al>verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de
                                            weg.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder weg verstaan
                                    hetgeen artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 daaronder
                                    verstaat.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Een vergunning als bedoeld in het eerste lid kan worden
                                    geweigerd in het belang van:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>de bruikbaarheid van de weg;</al></li>
                  <li nr="b."><al>het veilig en doelmatig gebruik van de weg;</al></li>
                  <li nr="c."><al>de bescherming van het uiterlijk aanzien van de
                                            omgeving;</al></li>
                  <li nr="d."><al>de bescherming van groenvoorzieningen in de
                                            gemeente.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voorzover in het daarin
                                    geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer
                                    Rijkswaterstaatswerken, de Waterschapskeur of het Provinciaal
                                    wegenreglement Zuid-Holland.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.1.14</nr>
                <titel>Winkelwagentjes</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>De rechthebbende op een bedrijf die ten behoeve van het
                                    winkelend publiek winkelwagentjes ter beschikking stelt, mede
                                    ten behoeve van het vervoer van winkelwaren over de weg, is
                                    verplicht deze te voorzien van de naam van het bedrijf of van
                                    een ander herkenningsteken, en de in de omgeving van dat bedrijf
                                    door het publiek op of langs de weg achtergelaten
                                    winkelwagentjes terstond te verwijderen of te doen
                                    verwijderen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het in het eerste lid bepaalde blijft buiten toepassing voor
                                    zover de Wet milieubeheer van toepassing is.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het is verboden zich met een winkelwagentje op de weg te
                                    bevinden buiten de onmiddellijke omgeving van het bedrijf als
                                    bedoeld in het eerste lid of, indien het bedrijf gelegen is in
                                    een winkelcentrum, buiten de onmiddellijke omgeving van dat
                                    winkelcentrum. </al>
                <al>Als onmiddellijke omgeving van het bedrijf of winkelcentrum
                                    wordt aangemerkt de weg of het weggedeelte grenzende aan dat
                                    bedrijf of dat winkelcentrum en tevens een aan die weg of dat
                                    weggedeelte aansluitende parkeerplaats.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Het is verboden een winkelwagentje dat is gebruikt, op de weg
                                    onbeheerd achter te laten anders dan op een daartoe aangewezen
                                    plaats.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al>De rechthebbende als bedoeld in het eerste lid die
                                    winkelwagentjes ter beschikking stelt voor het publiek, is
                                    verplicht om ervoor te zorgen dat deze wagentjes na het
                                    winkelsluitingstijdstip niet onbeheerd op de weg
                                    achterblijven.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.1.15</nr>
                <titel>Hinderlijke beplanting of voorwerp</titel>
              </kop>
              <al>Het is verboden beplanting of een voorwerp aan te brengen of te
                                hebben op zodanige wijze dat aan de weggebruiker het vrije uitzicht
                                wordt belemmerd of daardoor op andere wijze hinder of gevaar
                                oplevert.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.1.16</nr>
                <titel>Openen straatkolken en dergelijke</titel>
              </kop>
              <al>Het is degene, die daartoe niet bevoegd is, verboden een straatkolk,
                                rioolput, brandkraan of enigerlei andere afsluiting, die behoort tot
                                een openbare nutsvoorziening, te openen, onzichtbaar te maken of af
                                te dekken.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.1.17</nr>
                <titel>Rookverbod in parken, bossen en natuurgebieden</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden te roken in parken, bossen en natuurgebieden of
                                    binnen een afstand van dertig meter daarvan gedurende de door
                                    het college aangewezen periode.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het is verboden in parken, bossen en natuurgebieden of binnen
                                    een afstand van honderd meter daarvan, voor zover het de open
                                    lucht betreft, brandende of smeulende voorwerpen te laten
                                    vallen, weg te werpen of te laten liggen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het in het eerste en in het tweede lid gestelde verbod blijft
                                    buiten toepassing voor zover het bepaalde in artikel 429, aanhef
                                    en onder 3e, van het Wetboek van Strafrecht van toepassing
                                    is.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor zover het
                                    roken plaatsvindt in gebouwen en aangrenzende, als tuin
                                    ingerichte, erven.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.1.18</nr>
                <titel>Gevaarlijk of hinderlijk voorwerp</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden op, aan of boven het voor het verkeer bestemde
                                    deel van de weg op enigerlei wijze prikkeldraad, schrikdraad,
                                    puntdraad of andere scherpe voorwerpen aan te brengen of te
                                    hebben hangen lager dan 2,2 meter boven dat gedeelte van de
                                    weg.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet ten aanzien van
                                    prikkeldraad, schrikdraad, puntdraad of andere scherpe
                                    voorwerpen, die op grotere afstand dan 0,25 m uit de uiterste
                                    boord van de weg, op van de weg af gerichte delen van een
                                    afscheiding zijn aangebracht.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Voor de toepassing van dit artikel wordt onder weg verstaan
                                    hetgeen artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 daaronder
                                    verstaat.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voorzover in het daarin
                                    geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 5 van de
                                    Wegenverkeerswet 1994. .</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.1.19</nr>
                <titel>Vallende voorwerpen</titel>
              </kop>
              <al>Het is verboden aan een weg of aan enig deel van een bouwwerk een
                                voorwerp te hebben dat niet deugdelijk beveiligd is tegen neervallen
                                op de weg.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.1.20</nr>
                <titel>Aanbrenging, verwijdering en dergelijke van voorzieningen
                                    voor verkeer en verlichting</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een bord
                                    of andere voorziening ten behoeve van het openbaar verkeer of de
                                    openbare verlichting aan te brengen, te verwijderen, te
                                    wijzigen, te beschadigen, de werking ervan te beletten of te
                                    belemmeren.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het in het eerste lid bepaalde blijft buiten toepassing voor
                                    zover het Wetboek van Strafrecht van toepassing is.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.1.21</nr>
                <titel>Objecten onder hoogspanningslijn</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden binnen een afstand van zes meter aan weerszijden
                                    van voor stroomgeleiding bestemde draden van bovengrondse
                                    hoogspanningslijnen voorwerpen, opgaand houtgewas of andere
                                    objecten, die niet zijn aan te merken als bouwwerken, hoger dan
                                    twee meter te plaatsen of te hebben.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod
                                    ontheffing verlenen indien de elektrische spanning van de
                                    bovengrondse hoogspanningslijn dat toelaat.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet ten aanzien van
                                    objecten die deel uitmaken van de hoogspanningslijn.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.1.22</nr>
                <titel>Veiligheid op het ijs</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden: </al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>voor het publiek toegankelijke ijsvlakten te
                                            beschadigen, te verontreinigen, te versperren of het
                                            verkeer daarop op enige andere wijze te belemmeren of in
                                            gevaar te brengen;</al></li>
                  <li nr="b."><al>bakens of andere voorwerpen ten behoeve van de
                                            veiligheid geplaatst op de onder a bedoelde ijsvlakten,
                                            te verplaatsen, weg te nemen, te beschadigen of op enige
                                            andere wijze het gebruik daarvan te verijdelen of te
                                            belemmeren</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het in het eerste lid bepaalde blijft buiten toepassing
                                    voorzover het Wetboek van Strafrecht of de Provinciale
                                    Vaarwegenverordening Zuid-Holland van toepassing is.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.1.23</nr>
                <titel>(Nacht)verblijf op de weg, in voertuigen en in
                                    kampeermiddelen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden op de weg, al dan niet in een motorvoertuig, te
                                    overnachten, dan wel op of aan de weg een voertuig, tent,
                                    caravan of een soortgelijk of ander onderkomen te plaatsen met
                                    het kennelijke doel dit als slaapplaats te gebruiken of daarin
                                    te overnachten dan wel gelegenheid daartoe te bieden.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het in het eerste lid gestelde verbod blijft buiten toepassing
                                    voor zover </al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>hoofdstuk 4 van de Huisvestingsverordening of de Wet op
                                            de Openluchtrecreatie van toepassing is;</al></li>
                  <li nr="b."><al>het college van de bevoegdheid gebruik heeft gemaakt als
                                            bedoeld in artikel 5.1.6 vierde lid.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.1.24</nr>
                <titel>Melding voorvallen gevaarlijke stoffen</titel>
              </kop>
              <al>Een ieder die betrokken is bij, of uit eigen waarneming kennis
                                draagt van een voorval met stoffen, bedoeld in de Wet Vervoer
                                Gevaarlijke Stoffen, dat gevaar oplevert voor de veiligheid van
                                personen of goederen, is verplicht dit onverwijld te melden aan de
                                politie.</al>
            </artikel>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>Paragraaf</label>
              <nr>2</nr>
              <titel>Evenementen</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.2.1</nr>
                <titel>Begripsomschrijving en de bevoegdheid tot het stellen van
                                    nadere regels</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>In deze paragraaf wordt onder evenement verstaan elke voor
                                    publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering
                                    van:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>bioscoopvoorstellingen;</al></li>
                  <li nr="b."><al>markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h,
                                            van de Gemeentewet;</al></li>
                  <li nr="c."><al>kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen;</al></li>
                  <li nr="d."><al>het in een inrichting in de zin van de Drank- en
                                            Horecawet gelegenheid geven tot dansen;</al></li>
                  <li nr="e."><al>betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in
                                            de Wet openbare manifestaties;</al></li>
                  <li nr="f."><al>activiteiten als bedoeld in de artikelen 2.1.2, 2.1.7,
                                            2.1.8 en 2.1.9 van deze verordening.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Onder evenement wordt mede verstaan een
                                    herdenkingsplechtigheid.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het college is bevoegd tot het stellen van nadere regels met
                                    betrekking tot evenementen.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.2.2</nr>
                <titel>Evenement</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                                    evenement te organiseren.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>De vergunning kan worden geweigerd in het belang van:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>de openbare orde en veiligheid;</al></li>
                  <li nr="b."><al>het voorkomen of beperken van overlast;</al></li>
                  <li nr="c."><al>de verkeersveiligheid of de veiligheid van personen of
                                            goederen;</al></li>
                  <li nr="d."><al>de zedelijkheid of gezondheid.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>De vergunning wordt niet verleend als tezelfdertijd een
                                    vergunning voor een grootschalig evenement is of zal worden
                                    afgegeven waarvan het evenement een onderdeel zal uitmaken.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>De burgemeester neemt een aanvraag voor een evenement niet in
                                    behandeling als hij van mening is dat sprake zal zijn van een
                                    grootschalig evenement. Hij stelt de aanvrager in de gelegenheid
                                    de aanvraag aan te vullen met de gegevens als genoemd in artikel
                                    2.2.3, vierde lid.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.2.3</nr>
                <titel>Grootschalig evenement</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>In dit artikel wordt verstaan onder:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>grootschalige evenementen: evenementen als bedoeld in
                                            artikel 2.2.1, waarvan de aard of de
                                            publieksaantrekkende werking vanuit een oogpunt van
                                            openbare orde en veiligheid dusdanig grootschalig is dat
                                            daarin zonder nadere ordening niet kan worden
                                            voorzien;</al></li>
                  <li nr="b."><al>organisator: de natuurlijke of rechtspersoon die een
                                            grootschalig evenement in de zin van dit artikel
                                            organiseert, dan wel als eerst verantwoordelijke aan de
                                            organisatie leiding geeft.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                                    grootschalig evenement te organiseren.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>De organisator van een grootschalig evenement is verplicht in
                                    een zo vroeg mogelijk stadium, maar ten minste acht weken voor
                                    de datum waarop het grootschalige evenement zal plaatsvinden,
                                    een aanvraag om een vergunning bij de burgemeester in te dienen.
                                    De aanvraag kan op meerdere grootschalige evenementen betrekking
                                    hebben. In bijzondere gevallen kan de burgemeester van deze
                                    termijneis ontheffing verlenen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Al dan niet in verband met de bij de aanvraag verstrekte
                                    gegevens kan de burgemeester aan de vergunning voorschriften
                                    verbinden ter regulering van het grootschalige evenement, die
                                    onder meer betrekking kunnen hebben op:</al>
                <lijst>
                  <li nr="i."><al>plaats en tijdstip, technische voorzieningen en de
                                            verdere inrichting;</al></li>
                  <li nr="ii."><al>de beveiliging en de veiligheid van personen of
                                            goederen;</al></li>
                  <li nr="iii."><al>de brandveiligheid;</al></li>
                  <li nr="iv."><al>de voorkoming van ernstige hinder voor toeschouwers en
                                            derden op en rondom de locatie(s) waar het grootschalige
                                            evenement plaatsvindt;</al></li>
                  <li nr="v."><al>het belang van het verkeer;</al></li>
                  <li nr="vi."><al>de verwachte deelname;</al></li>
                  <li nr="vii."><al>.het beheer van het evenemententerrein</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al>Het is verboden een grootschalig evenement aan te kondigen, toe
                                    te laten, feitelijk te leiden of daaraan deel te nemen:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>indien wordt afgeweken van de in de aanvraag vermelde
                                            gegevens, en</al></li>
                  <li nr="b."><al>indien wordt gehandeld in strijd met de krachtens het
                                            vierde lid door de burgemeester aan de vergunning
                                            verbonden voorschriften.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>6.</lidnr>
                <al>De burgemeester weigert de vergunning in elk geval indien naar
                                    zijn oordeel niet door het stellen van voorschriften
                                    onevenredige schade aan de belangen genoemd in het vierde lid
                                    kan worden voorkomen, dan wel indien de ter handhaving van
                                    openbare orde en veiligheid noodzakelijke politiecapaciteit een
                                    zijns inziens onevenredig beroep op de beschikbare formatie
                                    doet.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>7.</lidnr>
                <al>De organisator van een grootschalig evenement of degene die
                                    daarbij de feitelijke leiding heeft, is verplicht: </al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>het grootschalige evenement te beëindigen indien daartoe
                                            door of namens de burgemeester een bevel gegeven
                                            wordt;</al></li>
                  <li nr="b."><al>ervoor te zorgen dat, nadat het onder a bedoelde bevel
                                            is gegeven, geen publiek meer tot het grootschalige
                                            evenement wordt toegelaten;</al></li>
                  <li nr="c."><al>ervoor te zorgen dat de aanwijzingen van daartoe
                                            bevoegde ambtenaren stipt en onverwijld worden
                                            opgevolgd.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>8.</lidnr>
                <al>Het is voor het publiek verboden aanwezig te zijn of te blijven
                                    bij een grootschalig evenement ten aanzien waarvan een bevel als
                                    bedoeld in het zevende lid, onder a, is gegeven.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>9.</lidnr>
                <al>Het is verboden zich bij gelegenheid van een grootschalig
                                    evenement - al dan niet op het evenemententerrein - op of aan de
                                    openbare weg of op voor het publiek toegankelijke plaatsen
                                    zodanig te gedragen dat redelijkerwijs kan worden aangenomen,
                                    dat de openbare orde of veiligheid wordt verstoord/bedreigd of
                                    dreigt te worden verstoord/bedreigd. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>10.</lidnr>
                <al>Het is verboden om bij gelegenheid van een grootschalig
                                    evenement - al dan niet op het evenemententerrein - op of aan de
                                    openbare weg of op voor het publiek toegankelijke plaatsen
                                    voorwerpen of stoffen bij zich te hebben, te dragen of te
                                    vervoeren die kennelijk bestemd zijn om de openbare orde en
                                    veiligheid te verstoren.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>11.</lidnr>
                <al>Een ieder is verplicht bij gelegenheid van een grootschalig
                                    evenement alle aanwijzingen, gegeven door de daartoe bevoegde
                                    ambtenaren in het belang van de openbare orde en/of veiligheid
                                    van personen en goederen, dan wel ter beperking van gemeen
                                    gevaar, terstond en stipt op te volgen.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.2.4</nr>
                <titel>Betaald-voetbalwedstrijden</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Een organisator van een betaald-voetbalwedstrijd is verplicht
                                    tenminste vier weken voor de vastgestelde speeldag van een
                                    voetbalwedstrijd, daarvan schriftelijke kennisgeving te doen aan
                                    de burgemeester op een daartoe door de burgemeester vastgesteld
                                    formulier.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>De voorgeschreven kennisgeving, als bedoeld in artikel 2.2.4
                                    eerste lid, wordt geacht eerst dan te zijn gedaan, wanneer het
                                    in voornoemd artikellid genoemde formulier volledig en naar
                                    waarheid ingevuld is en bovendien is ingeleverd op de plaats die
                                    op dat formulier staat vermeld.</al>
                <al>Degene die de kennisgeving doet, ontvangt daarvan een bewijs
                                    waarin het tijdstip van de kennisgeving, alsmede de eventueel
                                    door de burgemeester gestelde voorschriften zijn vermeld.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3</lidnr>
                <lijst>
                  <li nr="a"><al>In afwijking van het bepaalde in het tweede lid is het
                                            is de betaald-voetbalorganisatie FC Dordrecht of haar
                                            rechtsopvolger verboden om zonder vergunning een
                                            voetbalwedstrijd te organiseren waarbij het eerste
                                            elftal van die betaald-voetbalorganisatie als
                                            thuisspelende ploeg is betrokken, tenzij er sprake is
                                            van wedstrijden buiten enig competitieverband tegen een
                                            amateurvoetbalorganisatie.</al></li>
                  <li nr="b"><al>De betaald-voetbalorganisatie FC Dordrecht of haar
                                            rechtsopvolger is verplicht ten minste vier weken voor
                                            de aanvang van het voetbalseizoen een vergunning bij de
                                            burgemeester aan te vragen.</al></li>
                  <li nr="c"><al>De burgemeester kan de vergunning weigeren, wijzigen of
                                            intrekken indien hij van oordeel is dat </al><lijst>
                      <li nr="I."><al>een of meer afspraken, die vermeld zijn in het
                                                  convenant ‘Betaald Voetbal’ tussen FC Dordrecht,
                                                  Gemeente Dordrecht, Politie Zuid-Holland-Zuid,
                                                  Openbaar Ministerie arrondissement Dordrecht, niet
                                                  worden of kunnen worden nagekomen en/of </al></li>
                      <li nr="II."><al>de openbare orde en veiligheid gevaar
                                                  loopt.</al></li>
                    </lijst></li>
                  <li nr="d."><al>De burgemeester verleent de vergunning als bedoeld in
                                            sub a, voor één voetbalseizoen, dat loopt van 1 juli van
                                            enig jaar tot 30 juni van het daarop volgende jaar met
                                            inachtneming van het bepaalde in het vorige lid.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>De burgemeester is gedurende het seizoen als bedoeld in lid 3
                                    sub d bevoegd voor elk te spelen wedstrijd extra eisen te
                                    stellen aan de veiligheidsorganisatie.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al>De burgemeester kan met betrekking tot</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>een vergunning als bedoeld in lid 3 aan de
                                            betaald-voetbalorganisatie FC Dordrecht of haar
                                            rechtsopvolger voorschriften opleggen in het belang van
                                            de openbare orde en veiligheid;</al></li>
                  <li nr="b."><al>een specifieke voetbalwedstrijd aan de organisator
                                            voorschriften opleggen in het belang van de openbare
                                            orde en veiligheid.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>6.</lidnr>
                <al>De burgemeester kan het doen spelen van een voetbalwedstrijd
                                    verbieden:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>uit vrees voor het ontstaan van ernstige verstoring van
                                            de openbare orde en veiligheid;</al></li>
                  <li nr="b."><al>indien de krachtens het vijfde lid opgelegde
                                            voorschriften niet worden nageleefd;</al></li>
                  <li nr="c."><al>indien geen of niet tijdig schriftelijke kennisgeving is
                                            gedaan als bedoeld in het eerste lid.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
            </artikel>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>Paragraaf</label>
              <nr>3</nr>
              <titel>Toezicht op openbare inrichtingen</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.3.1</nr>
                <titel>Begripsomschrijving</titel>
              </kop>
              <al>In deze paragraaf wordt verstaan onder:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>inrichting:</al><lijst>
                    <li nr="1."><al>alle lokaliteiten waarin een horecabedrijf, als
                                                bedoeld in artikel 1 van de Drank- en Horecawet
                                                wordt uitgeoefend, uitgezonderd de seksinrichting
                                                als bedoeld in artikel 3.1.1 sub c ;</al></li>
                    <li nr="2."><al>alle voor publiek openstaande lokaliteiten, open
                                                plaatsen, tuinen of gedeelten daarvan, zomede de
                                                daarbij behorende terrassen en de daarmee
                                                gemeenschap hebbende vertrekken die niet uitsluitend
                                                als woning of winkel worden gebruikt, openbaar
                                                toegankelijke voer- of vaartuigen, alsmede de niet
                                                voor publiek toegankelijke lokaliteiten welke voor
                                                het publiek op de weg bereikbaar zijn</al><lijst>
                        <li nr="i."><al>uitgezonderd de seksinrichtingen als bedoeld
                                                  in artikel 3.1.1, sub c en</al></li>
                        <li nr="ii."><al>uitgezonderd standplaatsen</al></li>
                      </lijst></li>
                  </lijst><al>voor zover vanuit deze lokaliteiten regelmatig en/of op
                                        gezette tijden:</al><lijst>
                    <li nr="•"><al>gelegenheid wordt gegeven anders dan om niet
                                                enigerlei eet- en/of drinkwaren te verkrijgen, af te
                                                halen en/of te verbruiken dan wel</al></li>
                    <li nr="•"><al>amusement of ontspanning wordt aangeboden.</al></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="b."><al>Barvrijwilliger: de op het gebied van sociale hygiëne
                                        gekwalificeerde persoon als bedoeld in artikel 9 lid 1
                                        Drank- en Horecawet.</al></li>
                <li nr="c."><al>bezoeker: een ieder, die zich in een inrichting bevindt, met
                                        uitzondering van:</al><lijst>
                    <li nr="1"><al>de gezinsleden van de beheerder van de inrichting,
                                                alsmede diens elders wonende bloed- of aanverwanten,
                                                in de rechte lijn onbeperkt, in de zijlijn tot en
                                                met de derde graad;</al></li>
                    <li nr="2"><al>de personen die voorkomen in het register als
                                                bedoeld in artikel 438 van het Wetboek van
                                                Strafrecht;</al></li>
                    <li nr="3"><al>de personen wier tegenwoordigheid in de inrichting
                                                wegens dringende omstandigheden vereist wordt.</al></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="d."><al>exploitant: de natuurlijke perso(o)n(en) of rechtspersoon
                                        voor wiens rekening en risico de inrichting wordt
                                        gedreven;</al></li>
                <li nr="e."><al>leidinggevende:</al><lijst>
                    <li nr="1°."><al>de natuurlijke persoon, die algemene leiding geeft
                                                in een inrichting;</al></li>
                    <li nr="2°."><al>de natuurlijke persoon, die onmiddellijke leiding
                                                geeft in een inrichting<vet>.</vet></al></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="f."><al>paracommerciële rechtspersoon: een rechtspersoon, als
                                        bedoeld in artikel 4 lid 1 Drank- en Horecawet.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.3.2</nr>
                <titel>Exploitatievergunning</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>Het is, behoudens het bepaalde in artikel 2.3.4 eerste lid sub
                                    a, verboden zonder vergunning van de burgemeester een inrichting
                                    als bedoeld in deze paragraaf te exploiteren
                                    (exploitatievergunning).</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>Indien naar het oordeel van de burgemeester onvoldoende
                                    vaststaat of wordt voldaan aan de criteria, gesteld in artikel
                                    2.3.6, tweede lid, kan door de burgemeester een vergunning
                                    worden afgegeven voor een proefperiode van ten hoogste een jaar
                                    (voorlopige vergunning).</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3</lidnr>
                <al>Indien gedurende de proefperiode als bedoeld in het tweede lid
                                    naar het oordeel van de burgemeester niet wordt voldaan aan de
                                    criteria, gesteld in artikel 2.3.6, tweede lid, kunnen door de
                                    burgemeester nadere voorschriften worden gesteld of kan de
                                    burgemeester de voorlopige vergunning intrekken.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4</lidnr>
                <al>Indien tijdens de proefperiode niet van bezwaren is gebleken,
                                    deelt de burgemeester de exploitant schriftelijk mede, dat de
                                    tijdelijke vergunning met ingang van een nader door hem te
                                    bepalen datum dient te worden beschouwd als een vergunning, als
                                    bedoeld in het eerste lid.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5</lidnr>
                <al>Een voorlopige vergunning, waarbij lid 4 geen toepassing vindt,
                                    vervalt na afloop van de in de vergunning vermelde termijn.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>6</lidnr>
                <al>Bij het onherroepelijk worden van een (op)nieuw verleende
                                    vergunning ten behoeve van dezelfde inrichting vervalt steeds de
                                    oude vergunning met betrekking tot die inrichting van
                                    rechtswege.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.3.3</nr>
                <titel>Eisen aan exploitant en leidinggevenden</titel>
              </kop>
              <al>De exploitant en leidinggevenden:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>staan niet onder curatele;</al></li>
                <li nr="b."><al>zijn niet ontzet uit de ouderlijke macht of de voogdij;</al></li>
                <li nr="c."><al>hebben de leeftijd van eenentwintig jaar bereikt.</al></li>
                <li nr="d."><al>zijn niet in enig opzicht van slecht levensgedrag;</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.3.4</nr>
                <titel>Nadere regels en voorschriften</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>De burgemeester kan:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a"><al>bepalen dat het exploiteren van categorieën
                                            inrichtingen, genoemd in artikel 2.3.1 onder a. al dan
                                            niet beperkt tot een bepaald gebied, geheel of
                                            gedeeltelijk van vergunningplicht is vrijgesteld;</al></li>
                  <li nr="b"><al>nadere regels stellen aan de onder a genoemde
                                            vrijstelling:</al></li>
                  <li nr="c"><al>voor een bepaalde categorie inrichtingen of een bepaald
                                            gebied grenzen stellen aan de te hanteren
                                            sluitingstijden. </al></li>
                  <li nr="d"><al>nadere voorschriften ter zake van de in deze paragraaf
                                            bedoelde vergunning vaststellen.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>De burgemeester kan in het belang van de openbare orde of
                                    zedelijkheid de exploitant van een inrichting, waarin geen
                                    andere dan alcoholvrije drank pleegt te worden verkocht,
                                    verbieden in zijn inrichting personen beneden zestien jaren toe
                                    te laten anders dan in gezelschap van een meerderjarige.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3</lidnr>
                <al>De leidinggevende dient gedurende de openingstijden in de
                                    inrichting aanwezig te zijn. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4</lidnr>
                <al>In afwijking van het vorige lid kan de burgemeester ten aanzien
                                    van paracommerciële rechtspersonen bepalen dat gedurende de
                                    openingstijden in de inrichting aanwezig dient te zijn ofwel de
                                    leidinggevende, ofwel een barvrijwilliger van 21 jaar of
                                    ouder.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5</lidnr>
                <al>De vergunning dient steeds op eerste vordering van een bevoegd
                                    controlerende ambtenaar ter inzage te worden afgegeven.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.3.5</nr>
                <titel>Vergunningaanvraag</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>Voor het verkrijgen van een vergunning dient de exploitant een
                                    schriftelijke aanvraag in bij de burgemeester, aan de hand van
                                    een daartoe vastgesteld aanvraagformulier.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>Bij de aanvraag, als bedoeld in het vorige lid, wordt
                                    tenminste:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a"><al>opgaaf gedaan van de personalia en het adres van de
                                            exploitant:</al></li>
                  <li nr="b"><al>opgaaf gedaan van de personalia en het adres van alle
                                            leidinggevenden;</al></li>
                  <li nr="c"><al>opgaaf gedaan van het adres en de aard van de
                                            inrichting;</al></li>
                  <li nr="d"><al>overgelegd een niet meer dan drie maanden tevoren ten
                                            behoeve van de exploitant en leidinggevenden afgegeven
                                            verklaring omtrent het gedrag;</al></li>
                  <li nr="e"><al>overgelegd een schriftelijke, ondertekende en gedateerde
                                            verklaring, waaruit blijkt dat de eigenaar en/of
                                            verhuurder van het pand waarin de inrichting is of zal
                                            worden gevestigd, geen bezwaar heeft tegen de vestiging
                                            van de inrichting in het pand; </al></li>
                  <li nr="f"><al>overgelegd een nauwkeurige beschrijving van de
                                            inrichting, waarbij is opgenomen de oppervlakte daarvan
                                            en een plattegrond van de inrichting;</al></li>
                  <li nr="g"><al>overgelegd een uittreksel van de Kamer van Koophandel en
                                            Fabrieken niet ouder dan 3 maanden;</al></li>
                  <li nr="h"><al>overgelegd een schriftelijke arbeidsovereenkomst van de
                                            leidinggevende(n) met de exploitant.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3</lidnr>
                <al>De burgemeester kan bepalen dat nader te bepalen bescheiden
                                    overgelegd dienen te worden.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4</lidnr>
                <al>De vergunning wordt uitsluitend verleend aan en op naam gezet
                                    van de exploitant; de vergunning is niet overdraagbaar.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5</lidnr>
                <al>Op de vergunning worden tevens de namen van alle leidinggevenden
                                    vermeld.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.3.6</nr>
                <titel>Weigeringsgronden</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>De burgemeester weigert de vergunning indien:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a"><al>de vestiging en/of de exploitatie van de inrichting in
                                            strijd is met een geldend bestemmingsplan of met een
                                            stadsvernieuwingsplan en/of leefmilieuverordening in de
                                            zin van de Wet op de stads- en dorpsvernieuwing;</al></li>
                  <li nr="b"><al>niet voldaan is aan de ingevolge deze paragraaf voor de
                                            exploitant en leidinggevenden geldende eisen;</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>De burgemeester kan de vergunning weigeren, als naar zijn
                                    oordeel</al>
                <lijst>
                  <li nr="a"><al>de openbare orde gevaar loopt en/of, </al></li>
                  <li nr="b"><al>het woon- of leefklimaat in de omgeving van de
                                            inrichting door de aanwezigheid van de inrichting
                                            nadelig wordt beïnvloed en/of </al></li>
                  <li nr="c"><al>uit de vergunningaanvraag blijkt, dat in of vanuit de
                                            inrichting alcoholhoudende dranken in combinatie met
                                            middelen als bedoeld in artikel 2 en 3 van de Opiumwet
                                            zullen worden gebezigd.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3</lidnr>
                <al>Bij de toepassing van de in het vorige lid genoemde
                                    weigeringsgronden houdt de burgemeester rekening met:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a"><al>het karakter van de straat en van de wijk waarin de
                                            inrichting is gelegen of zal komen te liggen;</al></li>
                  <li nr="b"><al>de aard van de inrichting;</al></li>
                  <li nr="c"><al>de spanning waaraan het woonmilieu ter plaatse reeds
                                            blootstaat of bloot zal komen te staan door de
                                            exploitatie van de inrichting; </al></li>
                  <li nr="d"><al>de wijze van bedrijfsvoering van de exploitant en/of
                                            leidinggevenden in deze of in andere inrichtingen,
                                            alsmede zijn en/of hun antecedenten.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.3.7</nr>
                <titel>Vergunning van rechtswege vervallen</titel>
              </kop>
              <al>De vergunning vervalt van rechtswege, op het moment dat de
                                exploitatie van de inrichting voor een periode van langer dan zes
                                maanden feitelijk is onderbroken.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.3.8</nr>
                <titel>Intrekkingsgronden</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>Burgemeester trekt de vergunning in:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a"><al>indien er sprake is van een gewijzigde exploitatie,
                                            waarvoor geen nieuwe vergunning is aangevraagd;</al></li>
                  <li nr="b"><al>indien degene aan wie een exploitatievergunning, als
                                            bedoeld in artikel 2.3.2 is verleend, de hoedanigheid
                                            van exploitant heeft verloren;</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>De burgemeester kan de vergunning schorsen, intrekken of
                                    wijzigen:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a"><al>indien blijkt dat de vergunning ten gevolge van onjuiste
                                            of onvolledige gegevens en/of bescheiden is
                                            verleend;</al></li>
                  <li nr="b"><al>indien de exploitant en/of de leidinggevenden de
                                            bepalingen in deze paragraaf, dan wel de voorschriften
                                            behorende bij de vergunning, overtreedt;</al></li>
                  <li nr="c"><al>indien aannemelijk is dat de exploitant en/of de
                                            leidinggevenden betrokken is/zijn, of hem/hun ernstige
                                            nalatigheid kan worden verweten, bij activiteiten in of
                                            vanuit de inrichting, die een gevaar opleveren voor de
                                            openbare orde en/of een bedreiging vormen voor het woon-
                                            of leefklimaat in de omgeving van de inrichting;</al></li>
                  <li nr="d"><al>indien de exploitant en/of de leidinggevenden toestaat
                                            of toestaan dan wel gedoogt of gedogen dat in de
                                            inrichting strafbare feiten worden gepleegd;</al></li>
                  <li nr="e"><al>indien de exploitant en/of de leidinggevenden zich
                                            schuldig maakt of maken aan discriminatie wegens
                                            godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid,
                                            ras, geslacht of welke grond dan ook;</al></li>
                  <li nr="f"><al>indien zich in of vanuit de inrichting feiten hebben
                                            voorgedaan, die de vrees wettigen dat het geopend
                                            blijven van de inrichting gevaar oplevert voor de
                                            openbare orde en/of een bedreiging vormt voor het woon-
                                            of leefklimaat in de omgeving van de inrichting;</al></li>
                  <li nr="g"><al>indien op grond van verandering van de omstandigheden of
                                            inzichten, opgetreden na het verlenen van de vergunning,
                                            moet worden aangenomen dat schorsing, intrekking of
                                            wijziging wordt gevorderd door de belangen ter
                                            bescherming waarvan de vergunning is vereist.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3</lidnr>
                <al>De exploitant is verplicht van de feitelijke beëindiging en/of
                                    van gewijzigde exploitatie binnen een week schriftelijk kennis
                                    te geven aan het bevoegd gezag.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.3.9</nr>
                <titel>Sluiting van inrichtingen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>De burgemeester kan een inrichting - al dan niet voor een
                                    bepaalde duur – gesloten verklaren:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a"><al>indien die inrichting wordt geëxploiteerd zonder geldige
                                            vergunning;</al></li>
                  <li nr="b"><al>indien die inrichting wordt geëxploiteerd in strijd met
                                            de aan de vergunning verbonden voorschriften;</al></li>
                  <li nr="c"><al>indien de burgemeester oordeelt dat een van de in
                                            artikel 2.3.8 tweede lid, genoemde situaties waarin
                                            intrekking, schorsing of wijziging van de vergunning
                                            mogelijk is, zich voordoet.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>De sluiting wordt geacht in het openbaar bekend te zijn gemaakt
                                    zodra een besluit tot sluiting op, in of nabij de toegang of
                                    toegangen van de inrichting is aangebracht.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3</lidnr>
                <al>Een sluiting kan op aanvraag van belanghebbende(n) door de
                                    burgemeester worden opgeheven, wanneer later bekend geworden
                                    feiten en omstandigheden hiertoe aanleiding geven en naar zijn
                                    oordeel voldoende garanties aanwezig zijn, dat geen herhaling
                                    van de gronden die tot de sluiting hebben geleid, zal
                                    plaatsvinden.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4</lidnr>
                <al>Het is de exploitant en de leidinggevenden verboden na het van
                                    kracht worden van de sluiting als bedoeld in het eerste lid,
                                    bezoekers tot de inrichting toe te laten of daarin te laten
                                    verblijven.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5</lidnr>
                <al>Het is een ieder verboden in een bij besluit van de burgemeester
                                    gesloten inrichting als bezoeker te verblijven.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.3.10</nr>
                <titel>Terrassen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een terras
                                    in te richten en in gebruik te nemen en te houden.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>De burgemeester kan aan de vergunning voorschriften verbinden,
                                    onder andere ten aanzien van:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a"><al>de inrichting, situering en het gebruik van het
                                            terras;</al></li>
                  <li nr="b"><al>gedragsregels die op het terras in acht moeten worden
                                            genomen;</al></li>
                  <li nr="c"><al>de aanwezigheid en inrichting van tappunten op het
                                            terras;</al></li>
                  <li nr="d"><al>de brandveiligheid.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3</lidnr>
                <al>Op de vergunningaanvraag besluit de burgemeester - gelet op de
                                    openbare orde en veiligheid ter plaatse - tevens over de
                                    ingebruikneming van de openbare weg.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4</lidnr>
                <al>Onverminderd het bepaalde in artikel 2.3.6, tweede lid, kan de
                                    burgemeester de in het tweede lid bedoelde ingebruikneming van
                                    de openbare weg weigeren:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a"><al>als het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg dan
                                            wel gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of
                                            voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan;</al></li>
                  <li nr="b"><al>als dat gebruik een belemmering kan vormen voor het
                                            doelmatig beheer, gebruik en onderhoud van de weg;</al></li>
                  <li nr="c"><al>als dat gebruik afbreuk doet aan een publieke functie
                                            van de openbare ruimte, inclusief de bescherming van het
                                            uiterlijk aanzien daarvan;</al></li>
                  <li nr="d"><al>als het beoogde gebruik hetzij op zichzelf hetzij in
                                            verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen
                                            van welstand.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5</lidnr>
                <al>Als voor het uitvoeren van openbare werken of om enigerlei
                                    andere reden op eigen kosten verwijdering van het terras
                                    noodzakelijk is, zijn de exploitant en de leidinggevenden
                                    verplicht dit terstond of binnen de door het bevoegde
                                    bestuursorgaan gestelde termijn, te verwijderen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>6</lidnr>
                <al>Het is verboden op of in de omgeving van een terras dranken
                                    en/of eetwaren voor gebruik ter plaatse te verstrekken:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a"><al>buiten dat deel van de weg waarvan het gebruik ingevolge
                                            het bepaalde in het eerste en tweede lid is
                                            toegestaan;</al></li>
                  <li nr="b"><al>aan degenen die geen gebruik maken van de op dat terras
                                            aanwezige zitplaatsen.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>7</lidnr>
                <al>De exploitant en de leidinggevenden zijn verplicht te zorgen dat
                                    dagelijks, uiterlijk een uur na sluiting van de inrichting, doch
                                    in ieder geval terstond op eerste aanzegging van een ambtenaar,
                                    belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde in dit
                                    artikel, in de nabijheid van het terras op de weg achtergebleven
                                    stoffen of voorwerpen, voor zover kennelijk uit of van dat
                                    terras afkomstig, worden verwijderd.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>8</lidnr>
                <al>Het is de exploitant en de leidinggevenden voor het inrichten,
                                    in gebruik nemen en in gebruik houden van een terras verboden
                                    bezoekers toe te laten of te laten verblijven op andere
                                    tijdstippen dan tussen 08.00 tot 24.00 uur.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>9</lidnr>
                <al>In afwijking van het in het vorige lid bepaalde is het de
                                    exploitant en de leidinggevenden verboden om voor het inrichten,
                                    in gebruik nemen en in gebruik houden van een terras op vrijdag
                                    en zaterdag bezoekers toe te laten of te laten verblijven op
                                    andere tijdstippen dan tussen 08.00 en 02.00 uur de volgende
                                    ochtend.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>10</lidnr>
                <al>In afwijking van lid 8 en 9 kan de burgemeester door middel van
                                    een vergunningvoorschrift, een ander sluitingsuur of andere
                                    sluitingsuren vaststellen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>11</lidnr>
                <al>Buiten de tijdstippen als genoemd en bedoeld in de leden 8, 9 en
                                    10 van dit artikel dienen tafels, stoelen en andere
                                    voorzieningen van de openbare weg te zijn verwijderd. De
                                    burgemeester kan van deze verplichting in bijzondere gevallen
                                    ontheffing verlenen indien het verwijderen fysiek onmogelijk is.
                                    Daarbij kunnen voorschriften worden gesteld met betrekking tot
                                    de wijze van opberging.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>12</lidnr>
                <al>Alle voorzieningen ten behoeve van het terras moeten
                                    semi-permanent zijn.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>13</lidnr>
                <al>Het bepaalde in artikel 2.3.2 leden 2 tot en met 4 is van
                                    overeenkomstige toepassing.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.3.11</nr>
                <titel>Openings- en sluitingstijden</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>Het is de exploitant en leidinggevenden verboden de inrichting
                                    voor bezoekers geopend te hebben of daarin bezoekers toe te
                                    laten of te laten verblijven op andere tijdstippen dan van 06.00
                                    uur tot 24.00 uur.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>In afwijking van het bepaalde in lid 1 van dit artikel is het de
                                    exploitant en de leidinggevenden verboden de inrichting op
                                    vrijdag en zaterdag voor bezoekers geopend te hebben of daarin
                                    bezoekers toe te laten of te laten verblijven op andere
                                    tijdstippen dan tussen 06.00 uur en 02.00 uur de volgende
                                    ochtend.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3</lidnr>
                <al>De in het eerste en tweede lid genoemde openings- en
                                    sluitingstijden zijn niet van toepassing op zondag, maandag en
                                    dinsdag gedurende de carnaval en in de nacht van 31 december op
                                    1 januari.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4</lidnr>
                <al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van de in het eerste en
                                    tweede lid genoemde openings- en sluitingstijden:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a"><al>voor een individuele inrichting of een inrichting die
                                            behoort tot een nader door de burgemeester aan te wijzen
                                            categorie of categorieën;</al></li>
                  <li nr="b"><al>voor een inrichting ten behoeve van een incidentele
                                            festiviteit met een maximum van vijf ontheffingen per
                                            jaar.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5</lidnr>
                <al>De burgemeester kan in het belang van de openbare orde en de
                                    woon- en/of leefsituatie voor een bepaald gebied, voor een of
                                    meer inrichtingen de in het eerste en tweede lid genoemde
                                    openings- en sluitingstijden - al dan niet tijdelijk -
                                    beperken.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>6</lidnr>
                <al>De burgemeester kan, als naar zijn oordeel sprake is van een
                                    bijzondere omstandigheid, algemene ontheffing verlenen van de
                                    krachtens het eerste en tweede lid geldende openings- en
                                    sluitingstijden voor een bepaald gebied en/of voor een of meer
                                    bepaalde inrichtingen. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>7</lidnr>
                <al>Het is verboden zich als bezoeker in een inrichting te bevinden
                                    op tijden waarop de inrichting voor het publiek gesloten moet
                                    zijn.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>8</lidnr>
                <al>Het bepaalde in artikel 2.3.2 leden 2 tot en met 4 zijn van
                                    overeenkomstige toepassing.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.3.12</nr>
                <titel>Raamkaart</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>Met de vergunning worden één of meer door of namens de
                                    burgemeester gewaarmerkte raamkaarten afgegeven, waarop de naam
                                    en het adres van de inrichting en de openings- en
                                    sluitingstijden van de inrichting (inclusief een eventueel
                                    terras) zijn aangegeven.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>Een raamkaart dient bij iedere voor bezoekers bestemde ingang
                                    van de inrichting te zijn aangebracht op zodanige wijze dat van
                                    buitenaf daarvan gemakkelijk kan worden kennisgenomen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3</lidnr>
                <al>Op een raamkaart wordt de datum vermeld per wanneer deze geldt.
                                    De burgemeester kan bepalen welke andere gegevens op een
                                    raamkaart dienen te zijn vermeld en op welke wijze een raamkaart
                                    dient te zijn ingericht.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4</lidnr>
                <al>Het is de exploitant en de leidinggevenden van een inrichting
                                    verboden de inrichting voor bezoekers geopend te hebben of
                                    daarin bezoekers toe te laten zonder dat bij iedere voor
                                    bezoekers bestemde ingang een raamkaart als bedoeld in dit
                                    artikel is aangebracht.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.3.13</nr>
                <titel>Nachtregister</titel>
              </kop>
              <al>De exploitant en de leidinggevenden van een hotel, pension, logement
                                of kampeerterrein zijn verplicht een register, als bedoeld in
                                artikel 438 van het Wetboek van Strafrecht, bij te houden dat
                                ingericht is volgens het door de burgemeester vastgestelde model.
                            </al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.3.14</nr>
                <titel>Verschaffing gegevens nachtregister</titel>
              </kop>
              <al>Degene die in een inrichting een nachtverblijf houdt dan wel de
                                kampeerder is verplicht onverwijld aan de exploitant of
                                leidinggevenden van die inrichting volledig en naar waarheid zijn of
                                haar naam, adres, woonplaats, geboortedatum, geboorteplaats,
                                betrekking, dag van aankomst, alsmede de dag van vertrek te
                                verstrekken</al>
            </artikel>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>Paragraaf</label>
              <nr>4</nr>
              <titel>Maatregelen tegen overlast en baldadigheid</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.4.1</nr>
                <titel>Betreden gesloten woning of lokaal</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden een krachtens artikel 174a van de Gemeentewet
                                    gesloten woning, een niet voor publiek toegankelijk lokaal of
                                    een bij die woning of dat lokaal behorend erf te betreden. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het is verboden een krachtens artikel 13b van de Opiumwet
                                    gesloten voor publiek toegankelijk verklaard lokaal of bij dat
                                    lokaal behorend erf te betreden. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Deze verboden gelden niet voor personen wier aanwezigheid in de
                                    woning of het lokaal wegens dringende reden noodzakelijk is.
                                </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>De burgemeester is bevoegd van de in het eerste en tweede lid
                                    bedoelde verboden ontheffing te verlenen. </al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.4.1</nr>
                <titel>A Sluiting overlastgevende voor het publiek openstaande
                                    gebouwen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>De burgemeester kan, indien de openbare orde dit naar zijn
                                    oordeel vereist, de gehele of gedeeltelijke sluiting bevelen van
                                    een voor het publiek openstaand gebouw – niet zijnde een
                                    inrichting als bedoeld in artikel 2.3.1 sub a en artikel 3.1.1
                                    sub a - of een bij dat gebouw behorend erf.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>De burgemeester maakt de sluiting bekend door het aanbrengen van
                                    een afschrift van zijn bevel op of nabij de (hoofd)toegang van
                                    het voor het publiek openstaande gebouw of het bij dat gebouw
                                    behorend erf. De sluiting treedt in werking op het moment dat
                                    bedoeld afschrift is aangebracht.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Een ieder is verplicht toe te laten dat het in het tweede lid
                                    bedoelde afschrift wordt aangebracht en aangebracht blijft,
                                    zolang de sluiting van kracht is.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Het is de rechthebbende op en de beheerder van een gebouw of erf
                                    als bedoeld in het eerste lid verboden daarin bezoekers toe te
                                    laten of daarin te laten verblijven, zolang de sluiting van
                                    kracht is.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al>Het is een ieder verboden een overeenkomstig het eerste lid
                                    gesloten gebouw of erf te bezoeken of als bezoeker daarin te
                                    verblijven.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>6.</lidnr>
                <al>Onder bezoekers worden voor de toepassing van het vierde en
                                    vijfde lid niet verstaan de personen wier tegenwoordigheid in
                                    het voor het publiek openstaande gebouw of het bij dat gebouw
                                    behorende erf wegens dringende omstandigheden vereist
                                    wordt.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>7.</lidnr>
                <al>Een sluiting voor onbepaalde duur kan op aanvraag van
                                    belanghebbende(n) door de burgemeester worden opgeheven, wanneer
                                    later bekend geworden feiten en omstandigheden hiertoe
                                    aanleiding geven en naar zijn oordeel voldoende garanties
                                    aanwezig zijn, dat geen herhaling van de feiten of gedragingen
                                    die tot sluiting hebben geleid, zal plaatsvinden.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.4.2</nr>
                <titel>Plakken en kladden</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden de weg of dat gedeelte van een onroerende zaak
                                    dat vanaf de weg zichtbaar is te bekrassen, te bekladden. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het is verboden zonder schriftelijke toestemming van de
                                    rechthebbende op de weg of op dat gedeelte van een onroerende
                                    zaak dat vanaf de weg zichtbaar is: </al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>een aanplakbiljet of ander geschrift, afbeelding of
                                            aanduiding aan te plakken, te doen aanplakken of op
                                            andere wijze aan te brengen, te doen aanbrengen; </al></li>
                  <li nr="b."><al>met kalk, krijt, teer of een kleur of verfstof enige
                                            afbeelding, letter, cijfer of teken aan te brengen of te
                                            doen aanbrengen. </al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het in het tweede lid gestelde verbod is niet van toepassing
                                    indien gehandeld wordt krachtens wettelijk voorschrift. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Het college kan aanplakborden aanwijzen voor het aanbrengen van
                                    meningsuitingen en bekendmakingen. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al>Het is verboden de in het vierde lid bedoelde aanplakborden te
                                    gebruiken voor het aanbrengen van handelsreclame. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>6.</lidnr>
                <al>Het college kan nadere regels stellen voor het aanbrengen van
                                    meningsuitingen en bekendmakingen, die geen betrekking mogen
                                    hebben op de inhoud van de meningsuitingen en bekendmakingen.
                                </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>7.</lidnr>
                <al>De houder van de in het tweede lid bedoelde schriftelijke
                                    toestemming is verplicht die aan een opsporingsambtenaar op
                                    diens eerste vordering terstond ter inzage af te geven.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>8.</lidnr>
                <al>Het college stelt met het oog op de vrijheid van meningsuiting
                                    het minimum aantal aanplakobjecten als bedoeld in het vierde lid
                                    vast. Indien een dergelijk besluit ontbreekt dan wel indien er
                                    in enige wijk minder aanplakobjecten aanwezig zijn dan voor deze
                                    wijk is vastgesteld, is het verbod in het tweede lid, onder a,
                                    niet van toepassing in die wijk ten aanzien van uitingen die
                                    geen handelsreclame betreffen.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.4.3</nr>
                <titel>Vervoer plakgereedschap en dergelijke</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>Het is verboden tussen 22.00 uur en 06.00 uur de volgende dag op
                                    de weg te vervoeren of bij zich te hebben enig aanplakbiljet,
                                    aanplakdoek, kalk, teer, kleur- of verfstof, verfspuitbus of
                                    verfgereedschap.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing,
                                    indien de in dat lid bedoelde materialen of gereedschappen niet
                                    zijn gebruikt of niet zijn bestemd voor handelingen als verboden
                                    in artikel 2.4.2</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.4.4</nr>
                <titel>Vervoer inbrekerswerktuigen en hulpmiddelen voor
                                    winkeldiefstal</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>Het is verboden tussen 22.00 en 06.00 uur op de weg te vervoeren
                                    of bij zich te hebben: lopers, valse sleutels, ladders,
                                    lantaarns of enig ander gereedschap, voorwerp of middel, dat
                                    ertoe kan dienen zich onrechtmatig de toegang tot een gebouw of
                                    erf te verschaffen, onrechtmatig sluitingen te openen of te
                                    verbreken, diefstal door middel van braak te vergemakkelijken of
                                    het maken van sporen te voorkomen. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>Het verbod is niet van toepassing indien de genoemde
                                    gereedschappen, voorwerpen of middelen niet zijn gebruikt of
                                    niet zijn bestemd voor de in het eerste lid bedoelde
                                    handelingen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3</lidnr>
                <al>Het is verboden op de weg in de nabijheid van winkels een tas te
                                    vervoeren of bij zich te hebben, die er kennelijk toe is
                                    uitgerust om het plegen van winkeldiefstal te
                                    vergemakkelijken.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4</lidnr>
                <al>Het in het derde lid gestelde verbod is niet van toepassing
                                    indien redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de in dat lid
                                    bedoelde tas niet bestemd is voor de in dat lid bedoelde
                                    handelingen.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.4.5</nr>
                <titel>Bedelarij</titel>
              </kop>
              <al>Het is verboden in door het college aangewezen gebieden op of aan de
                                weg of in een voor het publiek toegankelijk gebouw (winkels
                                daaronder begrepen) te bedelen om geld of andere zaken.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.4.6</nr>
                <titel>Rijden over bermen e.d.</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>Het is verboden met voertuigen die niet voorzien zijn van
                                    rubberbanden te rijden over de berm, de glooiing of de zijkant
                                    van een weg.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing
                                    indien dat rijden door de omstandigheden redelijkerwijs
                                    gebillijkt wordt.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3</lidnr>
                <al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt voorts niet voor
                                    zover de wet beheer waterstaatswerken of het Provinciaal
                                    wegenreglement Zuid-Holland van toepassing is.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4</lidnr>
                <al>Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder weg verstaan
                                    hetgeen artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 daaronder
                                    verstaat.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.4.7</nr>
                <titel>Hinderlijk gedrag op of aan de weg</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>Het is verboden:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a"><al>op hinderlijke wijze op of aan de weg te klimmen of zich
                                            te bevinden op een beeld, monument, overkapping,
                                            constructie, openbare toiletgelegenheid, voertuig,
                                            vaartuig, hek, heining of andere afsluiting,
                                            verkeersmeubilair en daarvoor niet bestemd
                                            straatmeubilair;</al></li>
                  <li nr="b"><al>zich op of aan de weg zodanig op te houden dat aan
                                            weggebruikers of aan gebruikers van nabij de weg gelegen
                                            gebouwen onnodig overlast of hinder veroorzaakt
                                            wordt;</al></li>
                  <li nr="c"><al>voor een ieder die daartoe niet bevoegd is, zich op de
                                            weg binnen de voor een brug geplaatste afsluitingen te
                                            bevinden nadat een of meer van die afsluitingen zijn of
                                            worden gesloten, dan wel een afsluiting voor een brug te
                                            openen.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door artikel 424, 426bis of 431 van het
                                    Wetboek van Strafrecht of artikel 5 van de Wegenverkeerswet
                                    1994. </al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.4.8</nr>
                <titel>Openlijk drankgebruik</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>Het is verboden op of aan de weg alcoholhoudende drank te
                                    nuttigen indien dit gepaard gaat met gedragingen die de openbare
                                    orde verstoren, het woon- en leefklimaat aantasten of anderszins
                                    overlast veroorzaken</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>Het is verboden op de weg, die deel uitmaakt van een door het
                                    college aangewezen gebied, alcoholhoudende drank te nuttigen of
                                    aangebroken flessen, blikjes en dergelijke met alcoholhoudende
                                    drank bij zich te hebben.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3</lidnr>
                <al>Het bepaalde in het tweede lid geldt niet voor:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a"><al>een terras dat deel uit maakt van een inrichting, als
                                            bedoeld in artikel 1 van de Drank- en horecawet;</al></li>
                  <li nr="b"><al>de plaats, niet zijnde een inrichting als bedoeld onder
                                            a, waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel 35
                                            van de Drank- en horecawet.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.4.9</nr>
                <titel>Hinderlijk gedrag bij of in gebouwen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>Het is verboden zich zonder redelijk doel en op hinderlijke
                                    wijze zich bij, in, tegen een portiek, poort, deur, raam,
                                    raamkozijn of een drempel van een gebouw te bevinden.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>Het is aan anderen dan de bewoners of gebruikers van
                                    flatgebouwen, appartementsgebouwen en soortgelijke
                                    meergezinshuizen en van gebouwen, die voor publiek toegankelijk
                                    zijn, verboden zich zonder redelijk doel te bevinden in een voor
                                    gemeenschappelijk gebruik bestemde ruimte van een zodanig
                                    gebouw.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.4.10</nr>
                <titel>Hinderlijk gedrag in voor publiek toegankelijke
                                    ruimten</titel>
              </kop>
              <al>Het is verboden zich zonder redelijk doel of op een voor anderen
                                hinderlijke wijze op te houden in of op een voor het publiek
                                toegankelijk portaal, telefooncel, wachtruimte voor een openbaar
                                vervoermiddel, parkeergarage, fietsenstalling of een andere
                                soortgelijke, voor het publiek toegankelijke ruimte dan wel deze te
                                verontreinigen dan wel te bezigen voor een ander doel dan waarvoor
                                de desbetreffende ruimte is bestemd.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.4.11</nr>
                <titel>Verkoop van drugs</titel>
              </kop>
              <al>Onverminderd het bepaalde in de Opiumwet is het verboden op of aan
                                de weg post te vatten of zich daar heen en weer te bewegen, alsmede
                                zich op of aan wegen in of op een voertuig te bevinden of daarmee
                                heen en weer of rond te rijden, indien redelijkerwijze kan worden
                                aangenomen dat zulks geschiedt om middelen als bedoeld in de
                                artikelen 2 en 3 van de Opiumwet, of daarop gelijkende waar, al dan
                                niet tegen betaling af te leveren, aan te bieden of aan te nemen of
                                daarbij behulpzaam te zijn of daarin te bemiddelen. </al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.4.12</nr>
                <titel>Verzamelingen van personen in verband met drugs</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>Het is verboden op of aan wegen die door de burgemeester zijn
                                    aangewezen, indien de openbare orde dat in verband met openlijk
                                    gebruik van en/of de handel in middelen als bedoeld in de
                                    artikelen 2 en 3 van de Opiumwet naar zijn oordeel noodzakelijk
                                    maakt, aan een verzameling van meer dan vier personen deel te
                                    nemen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>Een ieder die zich bevindt in een verzameling van personen als
                                    in het eerste lid bedoeld, is verplicht op een daartoe strekkend
                                    bevel van een ambtenaar van politie zijn weg te vervolgen of
                                    zich in de door deze aangewezen richting te verwijderen.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.4.13</nr>
                <titel>Verblijfsontzegging in verband met alcohol en/of
                                    drugs</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>Het is degene die op de weg of in een voor het publiek
                                    toegankelijk gebouw middelen als bedoeld in de artikelen 2 en 3
                                    van de Opiumwet gebruikt of verhandelt, of daartoe post vat of
                                    zich heen en weer beweegt, of zich gedraagt in strijd met de
                                    artikelen 2.4.8 en 2.4.11, verboden zich te bevinden in (een)
                                    door het college aangewezen gebied(en) en in voor het publiek
                                    toegankelijke gebouwen die in dat gebied gelegen zijn, nadat dit
                                    aan diegene – in het belang van de openbare orde naar het
                                    oordeel van de burgemeester - bij diens besluit is
                                    bekendgemaakt.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>Het verbod gesteld in het eerste lid geldt gedurende het in het
                                    besluit van de burgemeester genoemde tijdvak van maximaal
                                    viermaal 24 uur.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3</lidnr>
                <al>Het bepaalde in het eerste lid geldt niet, indien de
                                    belanghebbende in (een) door het college aangewezen gebied(en)
                                    zijn woning heeft, zijn werk of beroep uitoefent of
                                    hulpverlenende instanties bezoekt.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.4.14</nr>
                <titel>Hinderlijk gebruik van drugs</titel>
              </kop>
              <al>Het is verboden op of aan de weg, op een voor publiek toegankelijke
                                plaats of in een voor publiek toegankelijk gebouw, op een
                                hinderlijke wijze middelen als bedoeld in de artikelen 2 en 3 van de
                                Opiumwet te gebruiken, toe te dienen, dan wel voorbereidingen
                                daartoe te verrichten.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.4.15</nr>
                <titel>Weggooien van spuiten en dergelijke</titel>
              </kop>
              <al>Het is verboden om injectiespuiten of onderdelen daarvan, zoals
                                naalden, reservoirs, zuigers en dergelijke of daarop gelijkende
                                voorwerpen, op of aan de openbare weg dan wel in afvalbakken achter
                                te laten.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.4.16</nr>
                <titel>Messen en andere voorwerpen als steekwapen</titel>
              </kop>
              <al>Het is, onverminderd het bepaalde in de Wet wapens en munitie,
                                verboden op door het college aangewezen wegen, met inbegrip van
                                daaraan gelegen, voor publiek toegankelijke ruimten en gebouwen,
                                messen of andere voorwerpen die als steekwapen kunnen worden
                                gebruikt, openlijk bij zich te hebben.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.4.17</nr>
                <titel>Overlast van fiets, snor- of bromfiets en brommobiel</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>Het is verboden op het trottoir een fiets, brommobiel, snor- of
                                    bromfiets zodanig te plaatsen of te laten staan dat er
                                    onvoldoende ruimte overblijft voor invalidenwagens,
                                    kinderwagens, en dergelijke.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>Het is verboden op of nabij een aangebrachte geleidelijn voor
                                    blinden een fiets, brommobiel, snor- of bromfiets te plaatsen of
                                    te laten staan.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3</lidnr>
                <al>Het is verboden op of aan de weg een fiets, brommobiel, snor- of
                                    bromfiets te plaatsen of te laten staan tegen een raam, een
                                    raamkozijn, een deur, de gevel van een gebouw dan wel in de gang
                                    van een portiek, indien:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a"><al>dit in strijd is met de uitdrukkelijk verklaarde wil van
                                            de gebruiker van dat gebouw of dat portiek;</al></li>
                  <li nr="b"><al>daardoor de ingang versperd wordt.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4</lidnr>
                <al>Het is verboden op de door het college of de burgemeester
                                    aangewezen uren en plaatsen zich met een fiets, brommobiel,
                                    snor- of bromfiets te bevinden op een door het college of de
                                    burgemeester aangewezen terrein waar een markt, kermis,
                                    uitvoering, bijeenkomst of plechtigheid gehouden wordt die
                                    publiek trekt, mits dit verbod kenbaar is aan de bezoekers van
                                    het terrein.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5</lidnr>
                <al>Het college kan gebieden aanwijzen waar het verboden is om
                                    buiten de daarvoor aangewezen stallingsruimte fietsen,
                                    brommobiel, en snor- of bromfietsen te plaatsen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>6</lidnr>
                <al>Het is verboden om een (brom)fiets, al dan niet voor
                                    onmiddellijk gebruik geschikt, langer dan vier weken onbeheerd
                                    in een fietsenstalling in een door het college aangewezen zone
                                    achter te laten.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.4.18</nr>
                <titel>Bespieden van personen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>Het is verboden zich in de nabijheid van een persoon dan wel van
                                    een gebouw, woonwagen of woonschip op te houden met de
                                    kennelijke bedoeling deze persoon dan wel een zich in dit
                                    gebouw, deze woonwagen of dit woonschip bevindende persoon, te
                                    bespieden.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>Het is verboden door middel van een verrekijker of een ander
                                    daartoe geschikt middel een zich in een gebouw, woonwagen of
                                    woonschip bevindende persoon te bespieden.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.4.19</nr>
                <titel>Alarminstallaties</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>Het is verboden in, op of aan een onroerende zaak een
                                    alarminstallatie geïnstalleerd te hebben die een voor de
                                    omgeving opvallend geluid of lichtsignaal kan produceren. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>Het verbod is niet van toepassing voorzover de Wet Particuliere
                                    Beveiligingsorganisaties en Recherchebureaus van toepassing is.
                                </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3</lidnr>
                <al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid
                                    gestelde verbod.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.4.20</nr>
                <titel>Overlast door honden Loslopende honden</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>
                  <vet>
                    <cursief>Loslopende honden</cursief>
                  </vet>
                </al>
                <al>Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te
                                    laten verblijven of te laten lopen:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a"><al>binnen de bebouwde kom op de weg zonder dat die hond
                                            aangelijnd is;</al></li>
                  <li nr="b"><al>op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als
                                            zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of
                                            speelweide of op een andere door het college aangewezen
                                            plaats;</al></li>
                  <li nr="c"><al>op de weg zonder voorzien te zijn van een halsband en
                                            een identificatiekenmerk of ander onderscheidingsteken,
                                            die de eigenaar of houder duidelijk doen kennen.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor de
                                    eigenaar of houder van een blindengeleidehond of een
                                    soho-hond.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3</lidnr>
                <al>
                  <vet>
                    <cursief>Verontreiniging door honden</cursief>
                  </vet>
                </al>
                <al>De eigenaar of houder van een hond is verplicht de uitwerpselen
                                    van die hond, die:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a"><al>op de weg,</al></li>
                  <li nr="b"><al>op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als
                                            zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of
                                            speelweide,</al></li>
                  <li nr="c"><al>op andere door het college aangewezen plaatsen zijn
                                            terechtgekomen, te verwijderen.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4</lidnr>
                <al>De strafbaarheid wegens overtreding van het in het derde lid
                                    gestelde gebod wordt opgeheven, indien de eigenaar of houder van
                                    de hond er zorg voor draagt dat de uitwerpselen onmiddellijk
                                    worden verwijderd.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5</lidnr>
                <al>De strafbaarheid wegens overtreding van het in het derde lid
                                    gesteld gebod geldt niet voor de eigenaar of houder van een
                                    blindengeleidehond of een soho-hond. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>6</lidnr>
                <al>Het college kan bij ter openbare kennis te brengen besluit
                                    plaatsen en/of tijdstippen aanwijzen waar honden los mogen lopen
                                    en/of waar de ruimplicht van de uitwerpselen niet geldt.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>7</lidnr>
                <al>
                  <vet>
                    <cursief>Gevaarlijke honden</cursief>
                  </vet>
                </al>
                <al>Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te
                                    laten verblijven of te laten lopen op of aan de weg of op het
                                    terrein van een ander:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a"><al>anders dan kort aangelijnd, nadat het college aan de
                                            eigenaar of de houder hebben bekendgemaakt dat zij die
                                            hond gevaarlijk of hinderlijk achten en zij een
                                            aanlijngebod in verband met het gedrag van die hond aan
                                            de eigenaar of de houder opleggen;</al></li>
                  <li nr="b"><al>anders dan kort aangelijnd en voorzien van een muilkorf,
                                            nadat burgemeester en wethouder de eigenaar of houden
                                            hebben bekendgemaakt dat zij die hond gevaarlijk of
                                            hinderlijk achten en zij een aanlijn- en muilkorfgebod
                                            in verband met het gedrag van die hond aan de eigenaar
                                            of de houder opleggen.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>8</lidnr>
                <al>In het zevende lid wordt verstaan onder:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a"><al>muilkorf: een muilkorf als bedoeld in artikel 1, onder
                                            d, van de Regeling agressieve dieren (Stcr. 1993, nr.11)
                                        </al></li>
                  <li nr="b"><al>kort aanlijnen: aanlijnen van een hond met een lijn die
                                            niet langer is dan 1,50 meter, gemeten van hand tot
                                            halsband. </al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>9</lidnr>
                <al>Het in het zevende lid gesteld verbod is niet van toepassing
                                    voorzover de Regeling agressieve dieren van toepassing is.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.4.21</nr>
                <titel>Overlast door paardenvijgen</titel>
              </kop>
              <al>Het college kan wegen en/of delen van de gemeente aanwijzen waar een
                                paard voorzien moet zijn van een paardenmestopvangmiddel, bij
                                gebreke waarvan de eigenaar verplicht is de uitwerpselen van het
                                paard op te ruimen.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.4.22</nr>
                <titel>Houden van hinderlijke of schadelijke dieren</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>Het college is bevoegd gedeelten van de gemeente of bepaalde
                                    plaatsen aan te wijzen waar het ter voorkoming of opheffing van
                                    overlast of schade aan de openbare gezondheid verboden is
                                    daarbij aangeduide dieren: </al>
                <lijst>
                  <li nr="a"><al>aanwezig te hebben; dan wel </al></li>
                  <li nr="b"><al>aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de
                                            door hen ter voorkoming of opheffing van overlast of
                                            schade aan de openbare gezondheid gestelde regels; dan
                                            wel </al></li>
                  <li nr="c"><al>aanwezig te hebben tot een groter aantal dan in die
                                            aanwijzing is aangegeven of mede is aangegeven.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>Het is verboden op een krachtens het eerste lid aangewezen
                                    plaats een daarbij aangeduid dier of daarbij aangeduide dieren
                                    aanwezig te hebben, dan wel aanwezig te hebben anders dan met
                                    inachtneming van de door het college gestelde regels, dan wel
                                    aanwezig te hebben tot een groter aantal dan door het college is
                                    aangegeven. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3</lidnr>
                <al>Het college kan de rechthebbende op een onroerende zaak gelegen
                                    binnen een krachtens het eerste lid aangewezen gedeelte van de
                                    gemeente ontheffing verlenen van het in het tweede lid gestelde
                                    verbod. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4</lidnr>
                <al>Het in dit artikel bepaalde blijft buiten toepassing voorzover
                                    de Wet milieubeheer van toepassing is.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.4.23</nr>
                <titel>Loslopend vee</titel>
              </kop>
              <al>De rechthebbende op vee dat zich bevindt in een aan een weg liggend
                                weiland of terrein dat niet van die weg is afgescheiden door een
                                deugdelijke veekering, is verplicht ervoor te zorgen dat zodanige
                                maatregelen getroffen worden dat dit vee die weg niet kan
                                bereiken.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.4.24</nr>
                <titel>Schade door duiven</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>De rechthebbende op duiven is verplicht ervoor te zorgen dat die
                                    duiven niet kunnen uitvliegen tussen 08.00 uur en 18.00 uur in
                                    een door het college te bepalen tijdvak gelegen tussen 1 maart
                                    en 1 juni.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid
                                    gestelde gebod.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3</lidnr>
                <al>Het in het eerste lid bepaalde blijft buiten toepassing voor
                                    zover de Provinciale ophokverordening Zuid-Holland van
                                    toepassing is.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.4.25</nr>
                <titel>Bijen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>Het is verboden bijen te houden:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a"><al>binnen een afstand van 30 meter van woningen of andere
                                            gebouwen waar overdag mensen verblijven;</al></li>
                  <li nr="b"><al>binnen een afstand van 30 meter van de weg.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet indien op een
                                    afstand van ten hoogste zes meter vanaf de korven of kasten een
                                    afscheiding is aangebracht van twee meter hoogte of zoveel hoger
                                    als noodzakelijk is om het laag uit- en invliegen van de bijen
                                    te voorkomen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3</lidnr>
                <al>Het in het eerste lid, aanhef en onder a, gestelde verbod geldt
                                    niet voorzover de bijenhouder rechthebbende is op de woningen of
                                    gebouwen als bedoeld in dat lid. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4</lidnr>
                <al>Het in het eerste lid, aanhef en onder b, gestelde verbod blijft
                                    buiten toepassing voor zover het Provinciaal wegenreglement
                                    Zuid-Holland van toepassing is. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5</lidnr>
                <al>Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod
                                    ontheffing verlenen.</al>
              </lid>
            </artikel>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>Paragraaf</label>
              <nr>5</nr>
              <titel>Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.5.1</nr>
                <titel>Begripsomschrijvingen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>In deze paragraaf wordt verstaan onder:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a"><al>handelaar: de handelaar als bedoeld in artikel 1 van de
                                            algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 437,
                                            eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht;</al></li>
                  <li nr="b"><al>verkoopregister: het aantekening houden van het verkopen
                                            of op andere wijze overdragen van alle gebruikte en
                                            ongeregelde goederen door de handelaar.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>Het bepaalde in deze paragraaf geldt eveneens voor de handel te
                                    water.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.5.2</nr>
                <titel>Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister</titel>
              </kop>
              <al>De handelaar is verplicht aantekening te houden van alle gebruikte
                                of ongeregelde goederen die hij verkoopt of op andere wijze
                                overdraagt, in een doorlopend en een door of namens de burgemeester
                                gewaarmerkt register en daarin vermeldt hij onverwijld:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>het volgnummer van de aantekening met betrekking tot het
                                        goed;</al></li>
                <li nr="b."><al>de datum van verkoop of overdracht van het goed;</al></li>
                <li nr="c."><al>een omschrijving van het goed, daaronder begrepen - voor
                                        zover dat mogelijk is – soort, merk en nummer van het
                                        goed;</al></li>
                <li nr="d."><al>de verkoopprijs of andere voorwaarden voor overdracht van
                                        het goed;</al></li>
                <li nr="e."><al>de naam en het adres van degene die het goed heeft
                                        verkregen.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.5.3</nr>
                <titel>Voorschriften als bedoeld in artikel 437ter, eerste lid, van
                                    het Wetboek van Strafrecht</titel>
              </kop>
              <al>De handelaar of een voor hem handelend persoon is verplicht:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>wanneer hij overeenkomstig het bepaalde in artikel 437ter,
                                        tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de burgemeester
                                        of de door deze aangewezen ambtenaar er schriftelijk van in
                                        kennis stelt dat hij van het opkopen een beroep of gewoonte
                                        maakt, daarbij tevens schriftelijk opgave te doen van zijn
                                        woonadres en van het volledig adres van elke lokaliteit door
                                        hem ten behoeve van zijn onderneming in gebruik
                                        genomen;</al></li>
                <li nr="b."><al>de onder a. bedoelde functionaris onder aanbieding van zijn
                                        register(s) onverwijld doch in ieder geval binnen drie
                                        dagen, schriftelijk in kennis te stellen van een verandering
                                        van zijn woonadres, zomede van het adres of de adressen van
                                        een bij hem ten behoeve van zijn onderneming in gebruik
                                        zijnde lokaliteit;</al></li>
                <li nr="c."><al>aan de hoofdingang van de lokaliteit waar de onderneming is
                                        gevestigd een kenteken te hebben waarop zijn naam en de aard
                                        van de onderneming duidelijk zichtbaar voorkomt;</al></li>
                <li nr="d."><al>indien hij in de gelegenheid is enig goed te verkrijgen
                                        waarvan redelijkerwijs kan worden vermoed dat het van
                                        misdrijf afkomstig is of voor de rechthebbende verloren is
                                        gegaan, hiervan onverwijld kennis te geven aan de onder a.
                                        bedoelde functionaris;</al></li>
                <li nr="e."><al>zijn administratie op eerste aanvraag ter inzage te geven
                                        aan de burgemeester of aan een daartoe door de burgemeester
                                        aangewezen ambtenaar;</al></li>
                <li nr="f."><al>wanneer hij heeft opgehouden van het opkopen een beroep of
                                        gewoonte te maken, onderscheidenlijk het beroep van
                                        handelaar niet langer uitoefent, de onder a bedoelde
                                        functionaris hiervan onverwijld doch in ieder geval binnen
                                        drie dagen schriftelijk in kennis te stellen.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.5.4</nr>
                <titel>Vervreemding van door opkoop verkregen goederen</titel>
              </kop>
              <al>Het is de handelaar of een voor hem handelend persoon verboden enig
                                door opkoop verkregen goed gedurende de eerste drie dagen dat het
                                onder zijn berusting is, over te dragen of daarin enige wijziging
                                aan te brengen tenzij deze wijziging van geen invloed is op de
                                herkenbaarheid van het goed.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.5.5</nr>
                <titel>Handel (van goederen) in inrichtingen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>Het is de exploitant, leidinggevenden, barvrijwilliger als
                                    bedoeld in artikel 2.3.1 sub d, e en b verboden toe te laten dat
                                    een persoon in die inrichting roerende zaken verhandelt, zulk
                                    voor zover dit de directe aanbieding en levering omvat.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a"><al>Openbare verkopingen en veilingen;</al></li>
                  <li nr="b"><al>besloten feesten, partijen en bijeenkomsten;</al></li>
                  <li nr="c"><al>De exploitant, leidinggevenden, barvrijwilliger als
                                            bedoeld in artikel 2.3.1 en het overige personeel met
                                            betrekking tot de voor die inrichting gebruikelijke
                                            consumptieartikelen;</al></li>
                  <li nr="d"><al>Ondernemers met betrekking tot de aanbieding en
                                            leverantie van zaken die tot de inventaris van de
                                            inrichting behoren, aan de exploitant en leidinggevenden
                                            van de inrichting.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
            </artikel>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>Paragraaf</label>
              <nr>6</nr>
              <titel>Vuurwerk</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.6.1</nr>
                <titel>Begripsomschrijving</titel>
              </kop>
              <al>In deze afdeling wordt verstaan onder consumentenvuurwerk: </al>
              <al>Consumentenvuurwerk waarop het Besluit van 22 januari 2002, houdende
                                nieuwe regels met betrekking tot consumenten- en professioneel
                                vuurwerk (Vuurwerkbesluit) van toepassing is.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.6.2</nr>
                <titel>Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk tijdens de
                                    verkoopdagen:</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>Het is verboden in de uitoefening van een bedrijf of
                                    nevenbedrijf consumentenvuurwerk ter beschikking te stellen dan
                                    wel voor het ter beschikking stellen aanwezig te houden, zonder
                                    een vergunning van het college van de gemeente waar het bedrijf
                                    is of zal worden gevestigd.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>Een vergunning als bedoeld in het eerste lid kan worden
                                    geweigerd in het belang van de openbare orde en in het belang
                                    van het voorkomen of beperken van overlast.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.6.3</nr>
                <titel>Bezigen van consumentenvuurwerk tijdens de
                                    jaarwisseling</titel>
              </kop>
              <al>Het is verboden consumentenvuurwerk te bezigen op een door het
                                college in het belang van de voorkoming van gevaar, schade of
                                overlast aangewezen plaats.</al>
              <al>Het is verboden consumentenvuurwerk op of aan de weg of op een voor
                                publiek toegankelijke plaats te bezigen indien zulks gevaar, schade
                                of overlast kan veroorzaken.</al>
              <al>De in het eerste en tweede lid gestelde verboden gelden niet
                                voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door
                                artikel 429, aanhef en onder 1, van het Wetboek van Strafrecht.</al>
              <al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid
                                gestelde verbod.</al>
            </artikel>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>Paragraaf</label>
              <nr>7</nr>
              <titel>Veiligheidsrisicogebieden</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.7.1</nr>
                <titel>Bevoegdheid aanwijzen veiligheidsrisicogebieden</titel>
              </kop>
              <al>De burgemeester kan, overeenkomstig artikel151b van de Gemeentewet
                                bij verstoring van de openbare orde door de aanwezigheid van wapens,
                                dan wel ernstige vrees voor het ontstaan daarvan, een gebied, met
                                inbegrip van de daarin gelegen voor het publiek openstaande gebouwen
                                en daarbij behorende erven, aanwijzen als
                                veiligheidsrisicogebied.</al>
            </artikel>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>Paragraaf</label>
              <nr>9</nr>
              <titel>Cameratoezicht op openbare plaatsen</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.9.1</nr>
                <titel>Cameratoezicht op openbare plaatsen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151c van de
                                    Gemeentewet besluiten tot plaatsing van vaste camera’s voor een
                                    bepaalde duur ten behoeve van het toezicht op een openbare
                                    plaats.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>De burgemeester heeft de bevoegdheid als bedoeld in het eerste
                                    lid eveneens ten aanzien van de volgende voor een ieder
                                    toegankelijke plaatsen:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>parkeergarages en parkeerterreinen;</al></li>
                  <li nr="b."><al>bedrijfsterreinen</al></li>
                  <li nr="c."><al>winkelcentra.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
            </artikel>
          </paragraaf>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>3</nr>
            <titel>Seksinrichtingen, sekswinkels, straatprostitutie e.d.</titel>
          </kop>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>Paragraaf</label>
              <nr>1</nr>
              <titel>Algemene bepalingen</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3.1.1</nr>
                <titel>Begripsomschrijvingen</titel>
              </kop>
              <al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het verrichten
                                        van seksuele handelingen met een ander tegen
                                        vergoeding;</al></li>
                <li nr="b."><al>prostituee: degene die zich beschikbaar stelt tot het
                                        verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen
                                        vergoeding;</al></li>
                <li nr="c."><al>seksinrichting: de voor publiek toegankelijke, besloten
                                        ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij
                                        bedrijfsmatig was seksuele handelingen worden verricht, of
                                        vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden,
                                        zomede de daarmee in verbinding staande vertrekken die niet
                                        uitsluitend als woning worden gebruikt;</al></li>
                <li nr="d."><al>escortbedrijf: de natuurlijke persoon of rechtspersoon die
                                        bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was
                                        prostitutie aanbiedt die op een andere plaats dan in de
                                        bedrijfsruimte wordt uitgeoefend;</al></li>
                <li nr="e."><al>exploitant: de natuurlijke perso(o)n(en) of rechtspersoon
                                        voor wiens rekening en risico de seksinrichting wordt
                                        gedreven; </al></li>
                <li nr="f."><al>leidinggevende: </al><lijst>
                    <li nr="i."><al>de natuurlijke persoon, die algemene leiding geeft
                                                in een inrichting;</al></li>
                    <li nr="ii."><al>de natuurlijke persoon, die onmiddellijke leiding
                                                geeft in een inrichting</al></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="g."><al>bezoeker: degene die aanwezig is in een seksinrichting, met
                                        uitzondering van: de exploitant, de leidinggevenden, de
                                        prostituee, het personeel dat in de seksinrichting werkzaam
                                        is, toezichthouders die zijn aangewezen op grond van artikel
                                        6.2 en andere personen wier aanwezigheid in de
                                        seksinrichting wegens dringende redenen noodzakelijk is;
                                    </al></li>
                <li nr="h."><al>bevoegd bestuursorgaan: het college of, voor zover het
                                        betreft voor publiek openstaande gebouwen en daarbij
                                        behorende erven als bedoeld in artikel 174 van de
                                        Gemeentewet, de burgemeester.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3.1.2</nr>
                <titel>Nadere regels</titel>
              </kop>
              <al>Met het oog op de in artikel 3.3.1 lid 2 genoemde belangen, kan het
                                college over de uitoefening van de bevoegdheden in dit hoofdstuk
                                nadere regels vaststellen.</al>
            </artikel>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>Paragraaf</label>
              <nr>2</nr>
              <titel>Seksinrichtingen, straatprostitutie en pornografisch
                                materiaal</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3.2.1</nr>
                <titel>Vergunningplicht</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>Het is verboden een seksinrichting of escortbedrijf te
                                    exploiteren zonder vergunning van het bevoegd
                                    bestuursorgaan.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>In de aanvraag om vergunning wordt in ieder geval vermeld, dan
                                    wel bij de aanvraag wordt in ieder geval gevoegd:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a"><al>de persoonsgegevens van de exploitant;</al></li>
                  <li nr="b"><al>de persoonsgegevens van de leidinggevenden;</al></li>
                  <li nr="c"><al>het adres en de aard van de seksinrichting of het
                                            escortbedrijf;</al></li>
                  <li nr="d"><al>een plattegrond van de inrichting waarop het aantal
                                            werkruimten is aangeven;</al></li>
                  <li nr="e"><al>het aantal werkzame prostituees;</al></li>
                  <li nr="f"><al>bewijs van inschrijving in het handelsregister bij de
                                            Kamer van Koophandel niet ouder dan 3 maanden;</al></li>
                  <li nr="g"><al>bewijs waaruit blijkt dat de eigenaar en/of verhuurder
                                            van het pand waarin de inrichting is of zal worden
                                            gevestigd hiertegen geen bezwaar heeft.</al></li>
                  <li nr="h"><al>een schriftelijke arbeidsovereenkomst van de
                                            leidinggevenden met de exploitant.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3</lidnr>
                <al>Het bepaalde in artikel 2.3.4 lid 3 en artikel 2.3.5 leden 2 sub
                                    d, 3,4 en 5 zijn van overeenkomstige toepassing.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3.2.2</nr>
                <titel>Eisen waaraan de exploitant en de leidinggevenden moeten
                                    voldoen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>De exploitant en de leidinggevenden:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a"><al>staan niet onder curatele;</al></li>
                  <li nr="b"><al>zijn niet ontzet uit de ouderlijke macht of de
                                            voogdij;</al></li>
                  <li nr="c"><al>hebben de leeftijd van eenentwintig jaar bereikt;</al></li>
                  <li nr="d"><al>zijn niet in enig opzicht van slecht levensgedrag.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>Naast de gestelde eisen in het eerste lid zijn de exploitant en
                                    de leidinggevenden niet: </al>
                <lijst>
                  <li nr="a"><al>met toepassing van artikel 37 van het Wetboek van
                                            Strafrecht in een psychiatrisch ziekenhuis geplaatst of
                                            met toepassing van artikel 37a van het Wetboek van
                                            Strafrecht ter beschikking gesteld;</al></li>
                  <li nr="b"><al>binnen de laatste vijf jaar onherroepelijk veroordeeld
                                            tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van zes maanden
                                            of meer door de rechter in Nederland, de Nederlandse
                                            Antillen of Aruba, dan wel door een andere rechter
                                            wegens een misdrijf waarvoor naar Nederlands recht een
                                            bevel tot voorlopige hechtenis ingevolge artikel 67,
                                            eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering is
                                            toegelaten;</al></li>
                  <li nr="c"><al>binnen de laatste vijf jaar bij tenminste twee
                                            rechterlijke uitspraken onherroepelijk veroordeeld tot
                                            een onvoorwaardelijke geldboete van 500 euro of meer of
                                            tot een andere hoofdstraf als bedoeld in artikel 9,
                                            eerste lid, onder a, van het Wetboek van Strafrecht,
                                            wegens, dan wel mede wegens overtreding van:</al><lijst>
                      <li nr="i"><al>bepalingen gesteld bij of krachtens de Drank- en
                                                  Horecawet, de Opiumwet, de Vreemdelingenwet en de
                                                  Wet arbeid vreemdelingen; </al></li>
                      <li nr="ii"><al>de artikelen 137c tot en met 137g, 140, 141,
                                                  197a, b en c, 240b, 242 tot en met 249, 250a, 252,
                                                  287 tot en met 289, 300 tot en met 303, 326 en
                                                  326a, 416, 417, 417bis, 426, 429quater en 453 van
                                                  het Wetboek van Strafrecht;</al></li>
                      <li nr="iii"><al>de artikelen 8 en 162, derde lid, alsmede
                                                  artikel 6j* artikel 8 of j* artikel 163 van de
                                                  Wegenverkeerswet 1994;</al></li>
                      <li nr="iv"><al>de artikelen 1, onder a, b en d, 13, 14, 27 en
                                                  30b van de Wet op de kansspelen;</al></li>
                      <li nr="v"><al>de artikelen 2 en 3 van de Wet op de Weerkorpsen
                                                  of de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en
                                                  recherchebureaus;</al></li>
                      <li nr="vi"><al>de artikelen 54 en 55 van de Wet wapens en
                                                  munitie.</al></li>
                    </lijst></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3</lidnr>
                <al>De exploitant of leidinggevenden is (zijn) binnen de laatste
                                    vijf jaar geen exploitant of leidinggevenden geweest van een
                                    seksinrichting of escortbedrijf dat voor tenminste één maand
                                    door het bevoegde bestuursorgaan is gesloten, of waarvan de
                                    vergunning als bedoeld in artikel 3.2.1 is ingetrokken, tenzij
                                    aannemelijk is dat hem ter zake geen verwijt treft. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4</lidnr>
                <al>Met een veroordeling als in het tweede lid wordt gelijk gesteld: </al>
                <lijst>
                  <li nr="a"><al>vrijwillige betaling van een geldsom als bedoeld in
                                            artikel 74, tweede lid, onder a, van het Wetboek van
                                            Strafrecht of artikel 76, derde lid, onder a, van de
                                            Algemene wet inzake rijksbelastingen, tenzij de geldsom
                                            minder dan 375 euro bedraagt;</al></li>
                  <li nr="b"><al>een bevel tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke
                                            straf.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5</lidnr>
                <al>De periode van vijf jaar, genoemd in het tweede lid, wordt:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a"><al>bij de weigering van een vergunning teruggerekend vanaf
                                            de datum van indiening van de aanvraag;</al></li>
                  <li nr="b"><al>bij de intrekking van een vergunning teruggerekend vanaf
                                            de datum van intrekking van deze vergunning.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3.2.3</nr>
                <titel>Aanwezigheid en toezicht door exploitant en
                                    leidinggevenden</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te
                                    hebben, indien de ingevolge artikel 3.2.1, derde lid, op de
                                    vergunning vermelde exploitant of leidinggevenden in de
                                    seksinrichting niet aanwezig is(zijn).</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>De exploitant en de leidinggevenden zijn verplicht er
                                    voortdurend op toe te zien dat in de inrichting:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a"><al>geen strafbare feiten plaatsvinden, waaronder in ieder
                                            geval de feiten genoemd in de titels XIV (misdrijven
                                            tegen de zeden), XX (mishandeling), XXII (diefstal) en
                                            XXX (heling) van het Tweede Boek van het Wetboek van
                                            Strafrecht, in de Opiumwet en in de Wet wapens en
                                            munitie;</al></li>
                  <li nr="b"><al>geen prostitutie wordt uitgeoefend in strijd met het bij
                                            of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of de
                                            Vreemdelingenwet bepaalde; </al></li>
                  <li nr="c"><al>er geen minderjarigen in de inrichting aanwezig
                                            zijn.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3.2.4</nr>
                <titel>Toegang tot seksinrichtingen</titel>
              </kop>
              <al>De exploitant en leidinggevenden zijn verplicht aan toezichthouders
                                en aan hulpverleners en/of preventiemedewerkers van de GGD
                                ongehinderd toegang te verlenen tot de inrichting en hen in staat te
                                stellen om hun taak en de daarbij behorende werkzaamheden te
                                verrichten.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3.2.5</nr>
                <titel>Sluitingstijden</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>Het is de exploitant en leidinggevenden verboden de inrichting
                                    voor bezoekers geopend te hebben of daarin bezoekers toe te
                                    laten of te laten verblijven op andere tijdstippen dan van 06.00
                                    uur tot 24.00 uur.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>In afwijking van het bepaalde in lid 1 van dit artikel is het de
                                    exploitant en de leidinggevenden verboden de inrichting op
                                    vrijdag en zaterdag voor bezoekers geopend te hebben of daarin
                                    bezoekers toe te laten of te laten verblijven op andere
                                    tijdstippen dan tussen 06.00 uur en 02.00 uur de volgende
                                    ochtend.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3</lidnr>
                <al>Het bevoegd bestuursorgaan kan ontheffing verlenen van de in het
                                    eerste en tweede lid genoemde verbod.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4</lidnr>
                <al>Het bevoegd bestuursorgaan kan in het belang van de openbare
                                    orde en het woon- of leefklimaat voor één of meer
                                    seksinrichtingen de in het eerste en tweede lid genoemde
                                    openings- en sluitingstijden - al dan niet tijdelijk -
                                    beperken.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5</lidnr>
                <al>Het is bezoekers van een seksinrichting verboden zich daarin te
                                    bevinden gedurende de tijd dat die seksinrichting krachtens het
                                    eerste, tweede of vierde lid gesloten dient te zijn.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>6</lidnr>
                <al>Het in het eerste, tweede en vijfde lid of krachtens het derde
                                    en vierde lid bepaalde, geldt niet voor zover krachtens het
                                    bepaalde in de Wet milieubeheer aan de seksinrichting andere
                                    sluitingstijden zijn voorgeschreven.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3.2.6</nr>
                <titel>Raam- en straatprostitutie</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>Het is verboden op of aan de weg, op een andere voor publiek
                                    toegankelijke plaats of op een plaats zichtbaar vanaf de weg of
                                    vanaf een andere voor publiek toegankelijke plaats, door
                                    handelingen, houding, woord of gebaar, of op andere wijze,
                                    passanten tot prostitutie te bewegen, uit te nodigen dan wel aan
                                    te lokken.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>Met het oog op de naleving van het in het eerste lid gestelde
                                    verbod kan door politieambtenaren het bevel worden gegeven zich
                                    onmiddellijk in een bepaalde richting te verwijderen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3</lidnr>
                <al>De burgemeester kan met het oog op de in artikel 3.3.1 genoemde
                                    belangen personen aan wie tenminste eenmaal een bevel is gegeven
                                    als bedoeld in het tweede lid, bij besluit verbieden zich
                                    gedurende een periode van ten hoogste twaalf weken, anders dan
                                    in een openbaar middel van vervoer, te bevinden op of aan de in
                                    het besluit genoemde wegen.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3.2.7</nr>
                <titel>Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van erotisch
                                    pornografische goederen,afbeeldingen en dergelijke</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin
                                    of daarop goederen, opschriften, aankondigingen gedrukte of
                                    geschreven stukken dan wel afbeeldingen van
                                    erotisch-pornografische aard openlijk tentoon te stellen, aan te
                                    bieden of aan te brengen:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a"><al>indien het bevoegd bestuursorgaan aan de rechthebbende
                                            heeft bekendgemaakt dat de wijze van tentoonstellen,
                                            aanbieden of aanbrengen daarvan de openbare orde of de
                                            woon- en leefomgeving in gevaar brengt;</al></li>
                  <li nr="b"><al>anders dan overeenkomstig de door het bevoegd
                                            bestuursorgaan in het belang van de openbare orde of de
                                            woon- en leefomgeving gestelde regels.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op
                                    het tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen van goederen,
                                    opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken dan
                                    wel afbeeldingen, die dienen tot het openbaren van gedachten en
                                    gevoelens als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de
                                    Grondwet.</al>
              </lid>
            </artikel>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>Paragraaf</label>
              <nr>3</nr>
              <titel>Weigering- c.q.intrekkingsgronden, beeindiging en
                                wijziging</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3.3.1</nr>
                <titel>Weigerings- en intrekkingsgronden</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>De vergunning als bedoeld in artikel 3.2.1 wordt geweigerd
                                    indien:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a"><al>de exploitant of de leidinggevenden niet voldoet/voldoen
                                            aan de in artikel 3.2.2 gestelde eisen;</al></li>
                  <li nr="b"><al>de onroerende zaak waarin de seksinrichting is of wordt
                                            gevestigd niet voldoet aan de voor seksinrichtingen
                                            gestelde inrichtingseisen;</al></li>
                  <li nr="c"><al>de vestiging of exploitatie van de seksinrichting in
                                            strijd is met een geldend bestemmingsplan,
                                            stadsvernieuwingsplan of leefmilieuverordening;</al></li>
                  <li nr="d"><al>er aanwijzingen zijn dat in de seksinrichting of bij het
                                            escortbedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn in
                                            strijd met artikel 250a van het Wetboek van Stafrecht of
                                            met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of
                                            de Vreemdelingenwet bepaalde;</al></li>
                  <li nr="e"><al>redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke
                                            toestand niet met het in de aanvraag vermelde in
                                            overeenstemming zal zijn.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>De vergunning als bedoeld in artikel 3.2.1 kan worden
                                    geweigerd:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a"><al>in het belang van de openbare orde;</al></li>
                  <li nr="b"><al>in het belang van het voorkomen of beperken van
                                            overlast;</al></li>
                  <li nr="c"><al>in het belang van het voorkomen of beperken van
                                            aantasting van het woon- en leefklimaat in de omgeving
                                            van de seksinrichting;</al></li>
                  <li nr="d"><al>in het belang van de veiligheid van personen of
                                            goederen;</al></li>
                  <li nr="e"><al>in het belang van de gezondheid of zedelijkheid;</al></li>
                  <li nr="f"><al>in het belang van de arbeidsomstandigheden van de
                                            prostituee.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3</lidnr>
                <al>Het bevoegd bestuursorgaan kan de vergunning schorsen, intrekken
                                    of wijzigen indien:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a"><al>blijkt dat de vergunning op grond van onjuiste of
                                            onvolledige gegevens en bescheiden is verleend;</al></li>
                  <li nr="b"><al>de ingevolge artikel 3.2.1, tweede lid, onder a, op de
                                            vergunning vermelde exploitant niet feitelijk de
                                            exploitatie voert;</al></li>
                  <li nr="c"><al>er sprake is van een wijziging in de aard van de
                                            activiteiten, waarvoor geen nieuwe vergunning is
                                            aangevraagd; </al></li>
                  <li nr="d"><al>de exploitant of de leidinggevenden de bepalingen in dit
                                            hoofdstuk, de nadere regels bedoeld in artikel 3.1.2,
                                            dan wel de voorschriften behorende bij de vergunning,
                                            overtreedt (overtreden);</al></li>
                  <li nr="e"><al>door de exploitant onvoldoende maatregelen zijn
                                            getroffen in het belang van de veiligheid, de hygiëne en
                                            de bescherming van de gezondheid van de in de
                                            seksinrichting of voor het escortbedrijf werkzame
                                            personen, alsmede ter bescherming van de
                                            volksgezondheid; </al></li>
                  <li nr="f"><al>aannemelijk is dat de exploitant of de leidinggevenden
                                            betrokken is(zijn) of hem (hun) ernstige nalatigheid kan
                                            (kunnen) worden verweten bij activiteiten in of vanuit
                                            de seksinrichting of het escortbedrijf, die een gevaar
                                            opleveren voor de openbare orde of een bedreiging vormen
                                            voor het woon- of leefklimaat;</al></li>
                  <li nr="g"><al>de exploitant of leidinggevenden strafbare feiten pleegt
                                            (plegen) in de seksinrichting of het escortbedrijf, dan
                                            wel toestaat (toestaan) of gedoogt (gedogen) dat daar
                                            strafbare feiten worden gepleegd;</al></li>
                  <li nr="h"><al>zich in of vanuit de seksinrichting of het escortbedrijf
                                            anderszins feiten hebben voorgedaan die de vrees
                                            wettigen, dat de exploitatie ervan gevaar oplevert voor
                                            de openbare orde of een bedreiging vormt voor het woon-
                                            of leefklimaat in de omgeving;</al></li>
                  <li nr="i"><al>op grond van verandering van omstandigheden of
                                            inzichten, opgetreden na het verlenen van de vergunning
                                            moet worden aangenomen dat intrekking wordt gevorderd
                                            door de belangen ter bescherming waarvan de vergunning
                                            is vereist.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3.3.2</nr>
                <titel>Sluiten van seksinrichtingen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>Het bevoegd bestuursorgaan kan een seksinrichting, al dan niet
                                    voor bepaalde duur, gesloten verklaren, indien:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a"><al>de seksinrichting wordt geëxploiteerd zonder geldige
                                            vergunning; </al></li>
                  <li nr="b"><al>de seksinrichting wordt geëxploiteerd in strijd met de
                                            aan de vergunning verbonden voorschriften;</al></li>
                  <li nr="c"><al>het bevoegd gezag oordeelt, dat een van de in artikel
                                            3.3.1, derde lid, genoemde situaties waarin intrekking
                                            van de vergunning mogelijk is, zich voordoet.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>De sluiting wordt geacht bekend te zijn gemaakt zodra een
                                    afschrift van het besluit daartoe op, in of nabij de toegang of
                                    toegangen van de seksinrichting is aangebracht.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3</lidnr>
                <al>Een ieder is verplicht toe te laten dat het in het tweede lid
                                    bedoelde afschrift wordt aangebracht en aangebracht blijft,
                                    zolang de sluiting van kracht is.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4</lidnr>
                <al>Het is de exploitant of leidinggevenden van een seksinrichting
                                    verboden daarin bezoekers toe te laten of daarin te laten
                                    verblijven, zolang de sluiting van kracht is.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5</lidnr>
                <al>Het is een ieder verboden een overeenkomstig het eerste lid
                                    gesloten seksinrichting te bezoeken of als bezoeker daarin te
                                    verblijven.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>6</lidnr>
                <al>Een sluiting voor onbepaalde duur kan op aanvraag van
                                    belanghebbende(n) door het bevoegd bestuursorgaan worden
                                    opgeheven, wanneer later bekend geworden feiten en
                                    omstandigheden hiertoe aanleiding geven en naar hun oordeel
                                    voldoende garanties aanwezig zijn, dat geen herhaling van de
                                    gronden die tot sluiting hebben geleid, zal plaatsvinden.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3.3.3</nr>
                <titel>Beëindiging exploitatie</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>De vergunning vervalt zodra de ingevolge artikel 3.2.1, derde
                                    lid, op de vergunning vermelde exploitant, de exploitatie van de
                                    seksinrichting of het escortbedrijf feitelijk heeft
                                    beëindigd.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>Binnen een week na de feitelijke beëindiging van de exploitatie
                                    geeft de exploitant daarvan schriftelijk kennis aan het bevoegd
                                    bestuursorgaan.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3.3.4</nr>
                <titel>Wijziging beheer</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>Indien leidinggevenden als bedoeld in artikel 3.2.1, tweede lid,
                                    onder b, feitelijk geen algemene en/of onmiddellijke leiding
                                    meer geven, geeft de exploitant daarvan binnen een week na de
                                    feitelijke beëindiging van het beheer schriftelijk kennis aan
                                    het bevoegd bestuursorgaan.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>Het beheer kan slechts worden uitgeoefend door nieuwe
                                    leidinggevenden, indien het bevoegd bestuursorgaan op aanvraag
                                    van de exploitant heeft besloten de verleende vergunning
                                    overeenkomstig de wijziging in de leiding te wijzigen.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3.3.5</nr>
                <titel>Vergunning van rechtswege vervallen</titel>
              </kop>
              <al>De vergunning vervalt van rechtswege, op het moment dat de
                                exploitatie van de inrichting voor een periode van langer dan zes
                                maanden feitelijk is onderbroken.</al>
            </artikel>
          </paragraaf>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>4</nr>
            <titel>Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het
                            uiterlijk aanzien van de gemeente</titel>
          </kop>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>Paragraaf</label>
              <nr>1</nr>
              <titel>Geluidhinder</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4.1.1</nr>
                <titel>Begripsomschrijvingen</titel>
              </kop>
              <al>In de artikelen 4.1.2 tot en met 4.1.5 wordt verstaan onder:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>Besluit: het Besluit horeca-, sport- en
                                        recreatieinrichtingen milieubeheer;</al></li>
                <li nr="b."><al>inrichting: een horecabedrijf als bedoeld in het
                                        Besluit;</al></li>
                <li nr="c."><al>houder van een inrichting: de exploitant en/of de
                                        leidinggevende of barvrijwillieger als bedoeld in artikel
                                        2.3.1 sub c, d en b;</al></li>
                <li nr="d."><al>collectieve festiviteit: festiviteit die niet specifiek aan
                                        een of een klein aantal inrichtingen is verbonden, zoals
                                        Koninginnedag, carnaval, kermis, etc.;</al></li>
                <li nr="e."><al>incidentele festiviteit: festiviteit die gebonden is aan een
                                        of een klein aantal inrichtingen, zoals de viering van een
                                        jubileum, een straatfeest etc.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4.1.2</nr>
                <titel>Aanwijzing collectieve festiviteiten</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>De voorschriften 1.1.1., 1.1.5., 1.1.7 en 1.1.8 van de bijlage
                                    onder B van het Besluit gelden niet op ten hoogste tien, nader
                                    door het college ten behoeve van collectieve festiviteiten aan
                                    te wijzen, dagen of dagdelen per kalenderjaar.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>In een aanwijzing als in het eerste lid bedoeld, kan door het
                                    college worden bepaald, dat de voorschriften als bedoeld in het
                                    vorige lid niet gelden in de gehele gemeente of in een of meer
                                    delen van de gemeente. De in het eerste lid bedoelde beperking
                                    van tien dagen of dagdelen per kalenderjaar geldt voor elk deel
                                    van de gemeente afzonderlijk.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3</lidnr>
                <al>Het college publiceert ten minste vier weken voor het begin van
                                    een nieuw kalenderjaar in een of meer huis-aan-huisbladen welke
                                    festiviteiten binnen de gemeente of binnen een deel van de
                                    gemeente worden aangemerkt als collectieve festiviteiten in het
                                    nieuwe kalenderjaar.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4</lidnr>
                <al>Het college kan, wanneer een collectieve festiviteit
                                    redelijkerwijs niet te voorzien was, een festiviteit terstond
                                    als collectieve festiviteit als bedoeld in het eerste lid
                                    aanwijzen.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4.1.3</nr>
                <titel>Kennisgeving incidentele festiviteiten</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>Het is een inrichting toegestaan maximaal twee incidentele
                                    festiviteiten per kalenderjaar te houden waarbij de
                                    voorschriften 1.1.1., 1.1.5, 1.1.7., en 1.1.8 uit de bijlage B
                                    van het Besluit niet van toepassing zijn mits de houder van de
                                    inrichting ten minste twee weken voor de aanvang van de
                                    festiviteit het college daarvan in kennis heeft gesteld.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>De exploitant of leidinggevende die voornemens is een
                                    incidentele festiviteit te houden is verplicht ten minste twee
                                    weken voor de aanvang van de festiviteit het college daarvan in
                                    kennis te stellen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3</lidnr>
                <al>Het college stelt een formulier vast voor het doen van de in het
                                    tweede lid bedoelde kennisgeving. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4</lidnr>
                <al>De in het tweede lid bedoelde kennisgeving wordt geacht eerst
                                    dan gedaan te zijn, wanneer het in het derde lid bedoelde
                                    formulier, volledig en naar waarheid ingevuld, tijdig is
                                    ingeleverd op de plaats die op dat formulier is vermeld.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5</lidnr>
                <al>Een kennisgeving als bedoeld in het tweede lid wordt tevens
                                    geacht te zijn gedaan wanneer het college op verzoek van de
                                    exploitant of leidinggevende een incidentele festiviteit, die
                                    redelijkerwijs niet te voorzien was, terstond toestaat.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4.1.4</nr>
                <titel>Verboden incidentele festiviteiten</titel>
              </kop>
              <al>Het is verboden een incidentele festiviteit te organiseren, toe te
                                laten, feitelijk te leiden of daaraan deel te nemen:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>indien de burgemeester het organiseren van een incidentele
                                        festiviteit verboden heeft;</al></li>
                <li nr="b."><al>wanneer naar zijn oordeel de woon- en leefsituatie in de
                                        woonomgeving van de inrichting en/of de openbare orde op
                                        ontoelaatbare wijze worden beïnvloed.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4.1.5</nr>
                <titel>Overige geluidhinder</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>Het is verboden toestellen of geluidsapparaten in werking te
                                    hebben of handelingen te verrichten op een zodanige wijze dat
                                    voor een omwonende of overigens voor de omgeving geluidhinder
                                    wordt veroorzaakt. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3</lidnr>
                <al>Het verbod blijft buiten toepassing voor zover artikel 2.4.19,
                                    de op de Wet milieubeheer gebaseerde voorschriften, de Wet
                                    geluidhinder, de Wegenverkeerswet 1994, de Zondagswet, het
                                    Wetboek van Strafrecht, de Luchtvaartwet, het Reglement
                                    verkeerstekens en verkeersregels 1990 of het Vuurwerkbesluit van
                                    toepassing zijn. </al>
                <al>[Per abuis is in het wijzigingsbesluit van 03-01-2006 opgemerkt
                                    dat artikel 2.4.19 wordt vervangen door 2.4.17]</al>
              </lid>
            </artikel>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>Paragraaf</label>
              <nr>2</nr>
              <titel>Bodem-, weg- en milieuverontreiniging</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4.2.1</nr>
                <titel>Straatvegen</titel>
              </kop>
              <al>Het is verboden op een door het college ten behoeve van de
                                werkzaamheden van de in Dordrecht opererende reinigingsdienst
                                aangewezen weggedeelte, een voertuig te parkeren of enig ander
                                voorwerp te laten staan gedurende een daarbij aangeduide
                                tijdsperiode.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4.2.2</nr>
                <titel>Natuurlijke behoefte doen</titel>
              </kop>
              <al>Het is verboden binnen de bebouwde kom op of aan de weg zijn
                                natuurlijke behoefte te doen buiten een daarvoor bestemde inrichting
                                of plaats.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4.2.3</nr>
                <titel>Toestand van sloten en andere wateren en niet-openbare riolen
                                    en putten buiten gebouwen</titel>
              </kop>
              <al>Sloten en andere wateren en niet-openbare riolen en putten buiten
                                gebouwen mogen zich niet bevinden in een toestand die gevaar
                                oplevert voor de veiligheid, nadeel voor de gezondheid of hinder
                                voor de gebruikers van de gebouwen of voor anderen.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4.2.4</nr>
                <titel>Verontreiniging van de weg en van terreinen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>Het is verboden:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a"><al>de afval of vuilnis of enig andere dergelijke stof of
                                            voorwerp, die/dat aanleiding kan geven tot
                                            verontreiniging, beschadiging of onvoldoende afwatering
                                            van de weg, dan wel aanleiding kan geven tot hinder of
                                            nadelige beïnvloeding van het milieu, op of in de bodem,
                                            buiten een daarvoor bestemde verzamelplaats, te
                                            plaatsen, te storten, te werpen, uit te gieten, te laten
                                            vallen of lopen of te houden;</al></li>
                  <li nr="b"><al>andere afvalstoffen dan straatafval, als bedoeld in
                                            artikel 1 sub k van de afvalstoffenverordening 2003,
                                            achter te laten in daartoe van gemeentewege geplaatste
                                            of voorgeschreven bakken.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>Het in het eerste lid, aanhef en onder a, gestelde verbod is
                                    niet van toepassing op het ter inzameling aanbieden van
                                    huishoudelijke afvalstoffen aan de inzameldienst en op personen
                                    of instanties die door het college zijn belast met het
                                    afzonderlijk inzamelen van categorieën huishoudelijke
                                    afvalstoffen en op houders van een vergunning.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3</lidnr>
                <al>Het college kan van het in het eerste lid, onder a, gestelde
                                    verbod ontheffing verlenen. Aan een ontheffing kunnen
                                    voorschriften worden verbonden ter bescherming van het
                                    milieu.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4</lidnr>
                <al>Het in het eerste lid, aanhef en onder a, gestelde verbod is
                                    niet van toepassing op het thuis composteren van groente-,
                                    fruit- en tuinafval.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5</lidnr>
                <al>Het in het eerste lid, aanhef en onder a, gestelde verbod geldt
                                    niet voor zover de stoffen of voorwerpen op de weg geraken of
                                    tijdelijk op de weg worden gebracht als onvermijdelijk gevolg
                                    van het laden of lossen of vervoeren van stoffen of voorwerpen
                                    dan wel van het verrichten van andere werkzaamheden op of aan de
                                    weg.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>6</lidnr>
                <al>Het in het eerste lid, aanhef en onder a, gestelde verbod blijft
                                    voorts buiten toepassing voor zover:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a"><al>de Wet milieubeheer, de Meststoffenwet, de
                                            Destructiewet, de Bestrijdingsmiddelenwet, de
                                            Kernenergiewet of de Wet bodembescherming voorziet in de
                                            beoogde bescherming van het milieu;</al></li>
                  <li nr="b"><al>artikel 5 of 9 van het Rijkswegenreglement;</al></li>
                  <li nr="c"><al>het provinciaal wegenreglement Zuid-Holland, of de
                                            provinciale bodembeschermingsverordening Zuid-Holland,
                                            of de provinciale milieuverordening Zuid-Holland van
                                            toepassing is.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4.2.5</nr>
                <titel>Verontreiniging bij werkzaamheden op de weg</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>Indien bij het laden of lossen of vervoeren van stoffen of
                                    voorwerpen dan wel bij andere werkzaamheden de weg wordt
                                    verontreinigd, is degene die genoemde werkzaamheden verricht,
                                    alsmede, indien deze in opdracht handelt, zijn opdrachtgever
                                    verplicht:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a"><al>indien de verontreiniging gevaar voor de veiligheid van
                                            het verkeer of voor beschadiging van het wegdek
                                            oplevert, de weg terstond na het ontstaan van de
                                            verontreiniging te reinigen of te doen reinigen;</al></li>
                  <li nr="b"><al>indien de verontreiniging geen gevaar voor de veiligheid
                                            van het verkeer of voor beschadiging van het wegdek
                                            oplevert, de weg terstond na de beëindiging van de
                                            werkzaamheden of, indien deze langer dan een dag duren,
                                            elke dag terstond na beëindiging van de werkzaamheden op
                                            die dag; te reinigen of te doen reinigen.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>Het in het eerste lid gesteld verbod blijft buiten toepassing
                                    voor zover artikel 9, tweede lid, van het Rijkswegenreglement of
                                    het Provinciaal wegenreglement Zuid-Holland van toepassing
                                    is.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4.2.6</nr>
                <titel>Afvalbakken in inrichtingen voor het verbruiken van eet- en
                                    drinkwaren</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>De exploitant van een winkel, hal, kraam of andere dergelijke
                                    inrichtingen waar eet- en/of drinkwaren worden verkocht welke
                                    ter plaatse kunnen worden genuttigd, is verplicht:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a"><al>een mand, bak of soortgelijk voorwerp in of nabij de
                                            inrichting op een duidelijk zichtbare plaats aanwezig te
                                            hebben, waarin het publiek papier, etensresten,
                                            verpakkingsmateriaal en ander afval kan
                                            achterlaten;</al></li>
                  <li nr="b"><al>zorg te dragen dat die mand, die bak of dat soortgelijke
                                            voorwerp van een zodanige constructie is dat het afval
                                            daarin deugdelijk geborgen blijft en dat die mand, die
                                            bak of dat voorwerp steeds tijdig wordt geledigd.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>De exploitant bedoeld in het eerste lid is verplicht te zorgen
                                    dat dagelijks, uiterlijk een uur na sluiting van de inrichting,
                                    doch in ieder geval terstond op eerste aanzegging van een
                                    ambtenaar, belast met het toezicht op de naleving van het
                                    bepaalde in dit artikel, in de nabijheid van de inrichting op de
                                    weg achtergebleven stoffen of voorwerpen, voor zover kennelijk
                                    uit of van die inrichting afkomstig, worden verwijderd.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3</lidnr>
                <al>De in het eerste en het tweede lid gestelde verplichting blijft
                                    buiten toepassing voor zover de op de Wet milieubeheer
                                    gebaseerde voorschriften van toepassing zijn.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4.2.7</nr>
                <titel>Wegwerpen van reclame- of strooibiljetten</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>Degene die op de weg reclame- of strooibiljetten of dergelijke
                                    geschriften onder het publiek verspreidt, is verplicht deze,
                                    indien zij in de omgeving van de plaats van uitreiking op de weg
                                    of een andere voor het publiek toegankelijke plaats door het
                                    publiek worden weggeworpen, terstond daarvan te verwijderen of
                                    te doen verwijderen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>Het in het eerste lid gestelde gebod geldt niet ten aanzien van
                                    het verspreiden van reclame- of strooibiljetten of dergelijke
                                    geschriften vanuit een luchtvaartuig.</al>
              </lid>
            </artikel>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>Paragraaf</label>
              <nr>4</nr>
              <titel>Het bewaren van houtopstanden</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4.4.1</nr>
                <titel>Begripsomschrijvingen</titel>
              </kop>
              <al>In de artikelen 4.4.2 tot en met 4.4.11 wordt verstaan onder:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>boom: een houtachtig overblijvend gewas, dat op 1,30 m boven
                                        het maaiveld een doorsnee heeft van 10 cm of meer;</al></li>
                <li nr="b."><al>kappen: vellen, zagen, rooien, verplaatsen, alsmede het
                                        verrichten van handelingen die de dood of ernstige boven- of
                                        ondergrondse beschadiging van een boom ten gevolge kunnen
                                        hebben, met uitzondering van normaal onderhoud, waaronder
                                        het periodiek vellen van grienden en hakhout;</al></li>
                <li nr="c."><al>boomwaarde: de waarde van een boom, berekend aan de hand van
                                        de taxatiemethodiek van de Nederlandse Vereniging van
                                        Taxateurs van Bomen;</al></li>
                <li nr="d."><al>binnenstad: dat deel van de stad dat ligt ten noorden van de
                                        spoorlijn en ten westen van de Toulonselaan en
                                        Oranjelaan;</al></li>
                <li nr="e."><al>bomenlijst: de door het college vastgestelde lijst met
                                        waardevolle bomen, bomengroepen of –complexen;</al></li>
                <li nr="f."><al>complex in bomenlijst: Binnenstad, Wantijpark, Weizigtpark,
                                        Amstelwijck, Gravenstein, Louterbloemen, Landgoed Crabbehof
                                        e.o., Landgoed Dordwijik e.o., Dubbelsteynpark,
                                        Elzenhagen.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4.4.2</nr>
                <titel>Kapverbod</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden zonder vergunning van het college een boom te
                                    kappen of te doen kappen, wanneer deze boom voorkomt op de
                                    bomenlijst en/of staat in de binnenstad en/of voorkomt op de
                                    lijst van Monumentale Bomen van Nederland van de
                                    Bomenstichting.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het in het eerste lid genoemde verbod geldt niet voor de bomen
                                    genoemd in artikel 15 van de Boswet.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Lid 2 vindt geen toepassing bij:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>vruchtbomen die geen deel uitmaken van een
                                            bedrijfsmatige exploitatie;</al></li>
                  <li nr="b."><al>bomen die moeten worden gekapt krachtens de
                                            Plantenziektenwet, aantasting door iepziekte,
                                            watermerkziekte of bacterievuur of krachtens een
                                            aanschrijving of last van het college, zulks
                                            onverminderd het bepaalde in de artikelen 4.4.7 en 4.4.8
                                            van deze verordening.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4.4.3</nr>
                <titel>Aanvraag kapvergunning</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>De aanvraag wordt overeenkomstig het bepaalde in afdeling 4.1.1
                                    van de Algemene wet bestuursrecht ingediend.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het college kan eisen dat bij de aanvraag voor een kapvergunning
                                    een onderzoeksrapport naar de algemene onderhoudstoestand van de
                                    te kappen boom wordt overlegd van een daartoe erkende
                                    boomverzorger. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>De aanvraag kan alleen worden ingediend door of met
                                    schriftelijke machtiging van de zakelijk gerechtigde van de
                                    desbetreffende boom.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Als vergunningsaanvraag wordt mede beschouwd het door de
                                    directeur van Landbouw, natuur en openluchtrecreatie in de
                                    provincie Zuid-Holland aan het college toegezonden afschrift van
                                    de ontvangstbevestiging van een kapmelding als bedoeld in
                                    artikel 2 van de Boswet.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4.4.4</nr>
                <titel>Beslissing op aanvraag</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het college beslist binnen acht weken na de dag waarop de
                                    aanvraag is ingekomen. Het kan de beslissing met ten hoogste
                                    acht weken verdagen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>De vergunning wordt geacht te zijn geweigerd indien niet binnen
                                    de in het eerste lid bedoelde termijnen een beslissing is
                                    genomen.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4.4.5</nr>
                <titel>Geldigheidsduur kapvergunning</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het college kan een kapvergunning intrekken, indien er geen
                                    gebruik van is gemaakt binnen een jaar na het verlenen van de
                                    vergunning.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>De werking van de kapvergunning wordt opgeschort totdat de
                                    bezwaarschriftentermijn is verstreken of, indien er bezwaar is
                                    aangetekend, op het bezwaar is beslist.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Indien naar het oordeel van het college de te kappen bomen,
                                    waarvoor een kapvergunning is verleend, een ernstig gevaar
                                    opleveren voor de openbare veiligheid, blijft het bepaalde in
                                    het vorige lid buiten toepassing.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4.4.6</nr>
                <titel>Weigeringsgronden/voorschriften</titel>
              </kop>
              <al>Het college kan de vergunning weigeren of voorschriften aan de
                                vergunning verbinden onder andere in het belang van:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>natuur-, ecologische en milieuwaarden;</al></li>
                <li nr="b."><al>landschappelijke en esthetische waarden;</al></li>
                <li nr="c."><al>cultuurhistorische en dendrologische waarden;</al></li>
                <li nr="d."><al>waarden van stadsschoon;</al></li>
                <li nr="e."><al>waarden voor recreatie en leefbaarheid.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4.4.7</nr>
                <titel>Kapvergunning met herplantplicht</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Tot de in artikel 4.4.6 bedoelde voorschriften kan het
                                    voorschrift behoren dat binnen een bepaalde termijn en
                                    overeenkomstig de door het college te geven aanwijzingen moet
                                    worden herplant, waarbij rekening kan worden gehouden met de
                                    boomwaarde van de te kappen boom/bomen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Wordt een voorschrift als bedoeld in het vorige lid opgelegd,
                                    dan kan daarbij tevens worden bepaald binnen welke termijn en op
                                    welke wijze na de herplanting niet geslaagde beplanting moet
                                    worden vervangen.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4.4.8</nr>
                <titel>Kappen zonder vergunning en instandhoudingsplicht</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Indien een boom zonder vergunning is gekapt, kan het college de
                                    verplichting opleggen te herplanten overeenkomstig de door hem
                                    te geven aanwijzingen en binnen een door hen te bepalen
                                    termijn.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Bij de aanwijzingen als bedoeld in het vorige lid, alsmede bij
                                    de in het vorige artikel genoemde herplantplicht, wordt onder
                                    andere uitgegaan van de boomwaarde van de oorspronkelijke
                                    boom.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Wordt een verplichting als in het eerste lid bedoeld opgelegd,
                                    dan kan daarbij tevens worden bepaald binnen welke termijn en op
                                    welke wijze na herplanting de niet geslaagde beplanting moet
                                    worden vervangen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Indien een boom waarop het verbod tot kappen als bedoeld in deze
                                    verordening van toepassing is in het voortbestaan ernstig wordt
                                    bedreigd kan het college de verplichting opleggen om
                                    overeenkomstig de door hem te geven aanwijzingen binnen een door
                                    hen te stellen termijn maatregelen te nemen waardoor die
                                    bedreiging wordt weggenomen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al>Aanschrijvingen als bedoeld in dit artikel worden gericht tot de
                                    eigenaar/zakelijk gerechtigde of tot degene die uit anderen
                                    hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4.4.9</nr>
                <titel>Bestrijding iepziekte</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Indien iepen naar het oordeel van het college gevaar opleveren
                                    voor de verspreiding van iepziekte of voor vermeerdering van de
                                    iepenspintkever, kan het de eigenaar/zakelijk gerechtigde van de
                                    desbetreffende boom of degene die uit anderen hoofde tot het
                                    treffen van voorzieningen bevoegd is, verplichten binnen een
                                    door hen te stellen termijn die iepen te kappen, ontbasten en de
                                    schors te vernietigen danwel de niet ontbaste iepen of delen
                                    daarvan te vernietigen of zodanig te behandelen dat verspreiding
                                    van de ziekte wordt voorkomen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het is verboden gekapte iepen of delen daarvan zonder ontheffing
                                    van het college voorhanden te hebben of te vervoeren, tenzij dit
                                    hout geheel ontbast is of de doorsnee kleiner is dan 4 cm.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4.4.10</nr>
                <titel>Afstand tot erfgrens</titel>
              </kop>
              <al>De afstand tot de erfgrens als bedoeld in artikel 5:42 van het
                                Burgerlijk Wetboek, wordt voor een boom vastgelegd op 0,5 meter
                                gerekend vanaf het midden van de voet van de stam.</al>
              <al>De afstand tot heggen en heesters blijft conform artikel 5:42 BW van
                                het Burgerlijk Wetboek.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4.4.11</nr>
                <titel>Bijzondere bepalingen voor gemeentelijke bomen</titel>
              </kop>
              <al>De gemeenteraad stelt een boomstructuurplan vast. In het
                                boomstructuurplan wordt vastgelegd welke boomstructuren in het
                                openbaar gebied van de gemeente (dienen te) zijn.</al>
            </artikel>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>Paragraaf</label>
              <nr>5</nr>
              <titel>Bescherming van flora en fauna</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4.5.1.</nr>
              </kop>
              <al>Vervallen</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4.5.2</nr>
              </kop>
              <al>Vervallen</al>
            </artikel>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>Paragraaf</label>
              <nr>6</nr>
              <titel>Maatregelen tegen ontsiering en stankoverlast</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4.6.1</nr>
                <titel>Opslag (brom)fietsen, motorvoertuigen, caravans, mest,
                                    ingekuilde landbouwproducten e.d.</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>Het college kan, in de openlucht, buiten de weg gelegen plaatsen
                                    aanwijzen waar het in het belang van het uiterlijk aanzien van
                                    de gemeente, ter voorkoming of opheffing van overlast dan wel
                                    voorkoming van schade aan de openbare gezondheid, verboden is
                                    een of meer van de volgende daarbij nader aangeduide, voorwerpen
                                    of stoffen op te slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben,
                                    anders dan met inachtneming van de door hen gestelde
                                    regels:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a"><al>onbruikbare of aan hun oorspronkelijke bestemming
                                            onttrokken voer- of vaartuigen of onderdelen
                                            daarvan;</al></li>
                  <li nr="b"><al>(brom)fietsen en motorvoertuigen of onderdelen
                                            daarvan;</al></li>
                  <li nr="c"><al>caravans, kampeerwagens, boten, tenten en andere
                                            dergelijke, gewoonlijk voor recreatieve doeleinden
                                            gebezigde voorwerpen, indien het plaatsen of aanwezig
                                            hebben daarvan geschiedt voor verkoop of verhuur of
                                            anderszins voor een commercieel ingekuild doel;</al></li>
                  <li nr="d"><al>mestopslag, gierkelder of andere verzamelplaatsen van
                                            vuil, een verzameling ingekuild gras, loof of pulp
                                            ingekuilde landbouwproducten, afbraakmaterialen en oude
                                            metalen;</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>In het eerste lid wordt onder weg verstaan, hetgeen daaronder
                                    verstaan wordt in artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3</lidnr>
                <al>Het is verboden op een door het college krachtens het eerste lid
                                    aangewezen plaats een door hen aangeduid voorwerp of stof:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a"><al>op te slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben; dan
                                            wel</al></li>
                  <li nr="b"><al>op te slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben anders
                                            dan met inachtneming van de door hem gestelde
                                            regels.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4</lidnr>
                <al>Het in artikel bepaalde blijft buiten toepassing voor zover de
                                    Wet milieubeheer, Wet op de Ruimtelijke Ordening of de
                                    Provinciale verordening Zuid-Holland van toepassing is.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4.6.2</nr>
                <titel>Stankoverlast door gebruik van dierlijke meststoffen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>Dit artikel verstaat onder:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a"><al>meststoffen: meststoffen als bedoeld in artikel 1 van de
                                            Meststoffenwet; </al></li>
                  <li nr="b"><al>emissiearm aanwenden: gebruiken van meststoffen op de
                                            wijze die is aangegeven in de bij het Besluit gebruik
                                            meststoffen behorende bijlage II, met dien verstande
                                            echter dat onder 3, punt a onder 2e gelezen moet worden:
                                            "Tijdens het uitrijden van de dierlijke mest deze
                                            gelijktijdig wordt ondergewerkt";</al></li>
                  <li nr="c"><al>grond: bouwland, maïsland en grasland.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>Onverminderd het bepaalde in het Besluit gebruik meststoffen is
                                    het verboden op gronden meststoffen uit te rijden, op te
                                    brengen, te doen uitrijden of te doen opbrengen op zondag,
                                    nieuwjaarsdag, de eerste en tweede Paasdag, de eerste en tweede
                                    Pinksterdag, Hemelvaartsdag, de eerste en tweede Kerstdag, 5 mei
                                    en de dag waarop de verjaardag van de Koningin wordt gevierd.
                                </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3</lidnr>
                <al>Het in het tweede lid gestelde verbod is niet van toepassing
                                    voorzover de dierlijke mest emissie-arm, als bedoeld in dit
                                    artikel, wordt aangewend. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4</lidnr>
                <al>Het college kan ontheffing verlenen van de in het tweede lid
                                    gestelde verboden.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5</lidnr>
                <al>Vervoer van meststof als dunne mest dient te geschieden in
                                    volledig gesloten transportmiddelen die in een zindelijke staat
                                    verkeren.</al>
              </lid>
            </artikel>
          </paragraaf>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>5</nr>
            <titel>Andere onderwerpen betreffende de huishouding van de gemeente</titel>
          </kop>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>Paragraaf</label>
              <nr>1</nr>
              <titel>Parkeerexcessen</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.1.1</nr>
                <titel>Begripsomschrijvingen</titel>
              </kop>
              <al>In deze paragraaf wordt verstaan onder:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>wegen: alle voor het openbaar verkeer openstaande wegen of
                                        paden met inbegrip van de daarin liggende bruggen en duikers
                                        en de tot die wegen behorende paden en bermen of
                                        zijkanten.</al></li>
                <li nr="b."><al>voertuigen: alle voertuigen met uitzondering van:</al><lijst>
                    <li nr="i"><al>treinen en trams;</al></li>
                    <li nr="ii"><al>fietsen, bromfietsen en gehandicaptenvoertuigen in
                                                de zin van het Reglement verkeersregels en
                                                verkeerstekens 1990;</al></li>
                    <li nr="iii"><al>kruiwagens, kinderwagens en dergelijke kleine
                                                voertuigen, rolstoelen;</al></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="c."><al>parkeren: het laten stilstaan van een voertuig anders dan
                                        gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot
                                        het onmiddellijk in- of uitstappen van passagiers of voor
                                        het onmiddellijk laden of lossen van goederen.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.1.2</nr>
                <titel>Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d.</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>Het is degene die er zijn bedrijf, nevenbedrijf dan wel een
                                    gewoonte van maakt voertuigen te stallen, te herstellen, te
                                    slopen, te verhuren of te verhandelen, verboden:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a"><al>drie of meer voertuigen die hem toebehoren of zijn
                                            toevertrouwd, op de weg te parkeren binnen een cirkel
                                            van 25 meter met als middelpunt een dezer voertuigen;
                                            dan wel</al></li>
                  <li nr="b"><al>de weg als werkplaats voor voertuigen te gebruiken.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>Onder verhuren als bedoeld in het eerste lid wordt mede
                                    verstaan:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a"><al>het gebruiken van een voertuig voor het geven van
                                            lessen;</al></li>
                  <li nr="b"><al>het gebruiken van een voertuig voor het vervoeren van
                                            personen tegen betaling.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3</lidnr>
                <al>Tot de voertuigen bedoeld in het eerste lid worden niet
                                    gerekend:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a"><al>voertuigen waaraan herstel- of onderhoudswerkzaamheden
                                            worden verricht die in totaal niet meer dan een uur
                                            vergen, zulks gedurende de tijd die nodig is voor en
                                            gebruikt wordt voor deze werkzaamheden;</al></li>
                  <li nr="b"><al>voertuigen gebezigd voor persoonlijk gebruik van de in
                                            het eerste lid genoemde persoon.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4</lidnr>
                <al>Het college kan van het eerste lid gestelde verbod ontheffing
                                    verlenen.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.1.3</nr>
                <titel>Te koop aanbieden van voertuigen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>Het is verboden op door het college aangewezen wegen of
                                    weggedeelten een voertuig te parkeren met het kennelijke doel
                                    het te koop aan te bieden of te verhandelen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>Het college kan van het eerste lid bedoelde verbod ontheffing
                                    verlenen.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.1.4</nr>
                <titel>Defecte voertuigen</titel>
              </kop>
              <al>Het is verboden een voertuig waarmede als gevolg van andere dan
                                eenvoudig te verhelpen gebreken niet kan of mag worden gereden,
                                langer dan op drie achtereenvolgende dagen op de weg te
                                parkeren.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.1.5</nr>
                <titel>Wrakken</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>Het is verboden een wrak van een voertuig, fiets, snor- en
                                    bromfiets op de weg te plaatsen of te hebben.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>Onder wrak wordt verstaan: de situatie van het rijtechnisch in
                                    onvoldoende staat van onderhoud en tevens in een kennelijk
                                    verwaarloosde toestand verkeren.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3</lidnr>
                <al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer. </al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.1.6</nr>
                <titel>Caravans e.d.</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>Het is verboden een camper, caravan, vouwwagen, magazijnwagen,
                                    aanhangwagen, keetwagens of ander dergelijk voertuig dat voor de
                                    recreatie dan wel anderszins uitsluitend of mede voor andere
                                    verkeersdoeleinden wordt gebezigd langer dan op drie
                                    achtereenvolgende dagen te doen of laten staan op de weg.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid
                                    gestelde verbod.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3</lidnr>
                <al>Het in het eerste lid gestelde verbod blijft buiten toepassing
                                    voor zover de Provinciale caravan- en tentenverordening, het
                                    Provinciaal wegenreglement of de Provinciale
                                    landschapsverordening van toepassing is.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4</lidnr>
                <al>Op de voor campers bij afzonderlijk parkeerbesluit aangewezen
                                    plaatsen is het toegestaan in deze campers gedurende maximaal 72
                                    uren te overnachten.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.1.7</nr>
                <titel>Parkeren van reclamevoertuigen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>Het is verboden een voertuig dat is voorzien van een aanduiding
                                    van handelsreclame, op de weg te parkeren met het kennelijk doel
                                    daarmee handelsreclame te maken.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod
                                    ontheffing verlenen.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.1.8</nr>
                <titel>Parkeren van grote voertuigen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading,
                                    een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan
                                    2,4 meter te parkeren op een door het college aangewezen plaats,
                                    waar dit parkeren naar zijn oordeel schadelijk is voor het
                                    uiterlijk aanzien van de gemeente.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading,
                                    een lengte heeft van meer dan 6 meter te parkeren op een door
                                    het college aangewezen weg, waar dit parkeren naar zijn oordeel
                                    buitensporig is met het oog op de verdeling van beschikbare
                                    parkeerruimte. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3</lidnr>
                <al>Het in het tweede lid vermelde verbod geldt niet op werkdagen
                                    van maandag tot en met vrijdag, dagelijks van 08.00 tot 18.00
                                    uur.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4</lidnr>
                <al>Het college kan van de in het eerste en tweede lid gestelde
                                    verboden ontheffing verlenen.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.1.9</nr>
                <titel>Parkeren van uitzicht belemmerende voertuigen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van lading, een
                                    lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4
                                    meter, op de weg te parkeren bij een voor bewoning of ander
                                    dagelijks gebruik bestemd gebouw op zodanige wijze dat daardoor
                                    het uitzicht van bewoners of gebruikers vanuit dat gebouw op
                                    hinderlijke wijze wordt belemmerd of hun anderszins hinder of
                                    overlast wordt aangedaan.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet gedurende de
                                    tijd die nodig is voor en gebruikt wordt voor het uitvoeren van
                                    werkzaamheden waarvoor de aanwezigheid van het voertuig ter
                                    plaatse noodzakelijk is.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.1.10</nr>
                <titel>Parkeren van voertuig met stankverspreidende stoffen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>Het is verboden een voertuig met stankverspreidende stoffen te
                                    parkeren daar, waar bewoners of gebruikers van nabijgelegen
                                    gebouwen of terreinen daarvan hinder of overlast kunnen
                                    ondervinden.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer. </al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.1.11</nr>
                <titel>Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>Het is verboden een voertuig, fiets of bromfiets te doen of te
                                    laten staan in een park of plantsoen of op een niet van de weg
                                    deel uitmakende, van gemeentewege aangelegde beplanting of
                                    groenstrook.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing: </al>
                <lijst>
                  <li nr="a"><al>op voertuigen die nodig zijn en gebruikt worden ter
                                            uitvoering van werkzaamheden door of vanwege de
                                            overheid;</al></li>
                  <li nr="b"><al>op voertuigen, waarmede standplaats wordt of is
                                            ingenomen op terreinen welke mede of uitsluitend voor
                                            dit doel zijn bestemd.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3</lidnr>
                <al>Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod
                                    ontheffing verlenen.</al>
              </lid>
            </artikel>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>Paragraaf</label>
              <nr>2</nr>
              <titel>Collecteren, venten en standplaatsen</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <titel>Collecteren en inzamelingen</titel>
              </kop>
              <al/>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.2.1</nr>
                <titel>Inzameling van geld of goed</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>Het is verboden zonder vergunning van het college een
                                        openbare inzameling van geld of goederen te houden of
                                        daartoe een intekenlijst aan te bieden (collectevergunning).
                                    </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>Onder een inzameling van geld of goederen wordt mede
                                        verstaan het bij het aanbieden van goederen, waartoe ook
                                        geschreven of gedrukte stukken worden gerekend, dan wel bij
                                        het aanbieden van diensten aanvaarden van geld of goederen,
                                        indien daarbij te kennen wordt gegeven of de indruk wordt
                                        gewekt dat de opbrengst geheel of ten dele voor een
                                        liefdadig of ideëel doel is bestemd.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3</lidnr>
                <al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor een
                                        inzameling die in besloten kring gehouden wordt.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4</lidnr>
                <al>Het college kan onder door hem te stellen voorschriften
                                        vergunning verlenen van het in het eerste lid gestelde
                                        verbod voor inzamelingen die gehouden worden door daarbij
                                        aangewezen instellingen.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <titel>Venten</titel>
              </kop>
              <al/>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.2.2</nr>
                <titel>Venten e.d.</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>Het is verboden zonder vergunning van het college in de
                                        uitoefening van de handel op of aan de weg of aan openbaar
                                        water, aan een huis dan wel op een andere -al dan niet met
                                        enige beperking- voor het publiek toegankelijke en in de
                                        openlucht gelegen plaats goederen te koop aan te bieden, te
                                        verkopen of af te geven, dan wel diensten aan te bieden
                                        (ventvergunning).</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a"><al>ten aanzien van het te koop aanbieden, verkopen of
                                                afleveren van gedrukte of geschreven stukken waarin
                                                gedachten of gevoelens worden geopenbaard als
                                                bedoeld in artikel 7, eerste lid van de
                                                Grondwet;</al></li>
                  <li nr="b"><al>voor het aan de huizen van vaste afnemers afleveren
                                                van goederen door - of door huisgenoten of personeel
                                                van - hem die dit mede doet ter exploitatie van zijn
                                                winkel, bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet;
                                            </al></li>
                  <li nr="c"><al>voor het te koop aanbieden of verkopen van goederen
                                                op de plaats(en) die is (zijn) aangewezen voor het
                                                houden van een door de gemeenteraad ingestelde
                                                markt, zulks gedurende de tijden waarop die markt
                                                gehouden wordt; </al></li>
                  <li nr="d"><al>voor het te koop aanbieden, verkopen of afleveren
                                                van goederen op een standplaats als bedoeld in
                                                artikel 5.2.3.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3</lidnr>
                <al>Een vergunning bedoeld in het eerste lid kan worden
                                        geweigerd: </al>
                <lijst>
                  <li nr="a"><al>in het belang van de openbare orde;</al></li>
                  <li nr="b"><al>in het belang van het voorkomen of beperken van
                                                overlast;</al></li>
                  <li nr="c"><al>in het belang van de verkeersvrijheid of
                                                verkeersveiligheid;</al></li>
                  <li nr="d"><al>wanneer als gevolg van bijzondere omstandigheden in
                                                de gemeente of in een deel der gemeente
                                                redelijkerwijze te verwachten is dat door het
                                                verlenen van de vergunning een redelijk
                                                verzorgingsniveau voor de consumenten ter plaatse in
                                                gevaar komt.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4</lidnr>
                <al>Het college is bevoegd wegen, alsmede tijdstippen waarop,
                                        aan te wijzen waar en wanneer het verboden is te
                                        venten.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <titel>Standplaatsen ambulante handel</titel>
              </kop>
              <al/>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.2.3</nr>
                <titel>Begripsomschrijving</titel>
              </kop>
              <al>In deze paragraaf wordt verstaan onder een standplaats: een
                                    plaats op of aan de weg of aan een openbaar water dan wel op een
                                    andere -al dan niet met enige beperking- voor het publiek
                                    toegankelijke en in de open lucht gelegen plaats, teneinde
                                    vanuit een verplaatsbare verkoopinrichting in de uitoefening van
                                    de ambulante handel goederen te koop aan te bieden, te verkopen
                                    of te verstrekken dan wel diensten aan te bieden.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.2.4</nr>
                <titel>Vergunningplicht</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>Het is verboden zonder een vergunning van het college met
                                        een mobiele verkoopinrichting, een kraam, een tafel of enig
                                        ander middel een standplaats in te nemen of te bezetten
                                        (standplaatsvergunning).</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>Een vergunning wordt alleen verleend aan natuurlijke
                                        personen. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3</lidnr>
                <al>Per persoon wordt voor dezelfde periode niet meer dan één
                                        vergunning verleend.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.2.5</nr>
                <titel>Wijzigings, weigerings- en intrekkingsgronden</titel>
              </kop>
              <al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1.6, eerste lid, van deze
                                    verordening kan het college een vergunning wijzigen, weigeren of
                                    intrekken:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>in het belang van de openbare orde;</al></li>
                <li nr="b."><al>in het belang van de brandveiligheid;</al></li>
                <li nr="c."><al>in het belang van het voorkomen of beperken van
                                            overlast;</al></li>
                <li nr="d."><al>in het belang van de verkeersvrijheid of
                                            verkeersveiligheid;</al></li>
                <li nr="e."><al>in het belang van de bescherming van het uiterlijk
                                            aanzien van de omgeving;</al></li>
                <li nr="f."><al>gelet op de ruimtelijke omstandigheden ter plaatse;</al></li>
                <li nr="g."><al>vanwege strijd met een geldend bestemmingsplan;</al></li>
                <li nr="h."><al>gelet op de grootte of uiterlijk van de
                                            verkoopinrichting;</al></li>
                <li nr="i."><al>wanneer als gevolg van bijzondere omstandigheden in de
                                            gemeente of een deel van de gemeente redelijkerwijs te
                                            verwachten is dat door het verlenen van de vergunning
                                            een redelijk verzorgingsniveau voor de consument ter
                                            plaatse in gevaar komt.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.2.6</nr>
                <titel>Standplaatsvrije gebieden</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>De gemeenteraad kan gebieden aanwijzen waarvoor geen
                                        vergunning wordt verleend.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>Als in het vorig lid bedoeld gebied wordt aangewezen de
                                        binnenstad. In dit verband wordt onder binnenstad verstaan
                                        dat gedeelte van de gemeente dat wordt begrensd door de Oude
                                        Maas, de Kalkhaven, de Spuihaven, de Spuiboulevard en de
                                        Riedijkshaven.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3</lidnr>
                <al>Het college is bevoegd ten aanzien van de in de voorgaande
                                        leden bedoelde gebieden ontheffing te verlenen voor het
                                        innemen van een standplaats ten behoeve van de verkoop van
                                        de navolgende seizoensgebonden producten in de volgende
                                        perioden:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a"><al>ijs 1 maart tot en met 31 oktober;</al></li>
                  <li nr="b"><al>haring juni (tot 3 weken na vlaggetjesdag);</al></li>
                  <li nr="c"><al>kerstbomen (6 december tot en met 24 december);</al></li>
                  <li nr="d"><al>oliebollen (1 november tot en met 31 januari van het
                                                daarop volgende jaar).</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4</lidnr>
                <al>Het college kan ten aanzien van de in het eerste en tweede
                                        lid van dit artikel bedoelde gebieden ontheffing verlenen
                                        voor het innemen van een standplaats ten behoeve van het
                                        verstrekken van commerciële en/of ideële informatie.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.2.7</nr>
                <titel>Ontruiming standplaats</titel>
              </kop>
              <al>De vergunninghouder dient de standplaats volledig te hebben
                                    ontruimd binnen een uur nadat de verkoop dient te zijn
                                    beëindigd. Voor standplaatsen voor de verkoop van oliebollen en
                                    kerstbomen, alsmede voor standplaatsen waarop zogenoemde
                                    ‘kiosken’ zijn geplaatst, kan het college, onder nader te
                                    stellen voorwaarden, van deze eis ontheffing verlenen.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.2.8</nr>
                <titel>Maximumstelsel</titel>
              </kop>
              <al>Het college stelt jaarlijks per 1 januari vast:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>het maximum aantal locaties;</al></li>
                <li nr="b."><al>het maximum aantal standplaatsen;</al></li>
                <li nr="c."><al>een lijst met artikelengroepen (branches);</al></li>
                <li nr="d."><al>een maximum aantal standplaatsen per branche.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.2.9</nr>
                <titel>Nadere regels</titel>
              </kop>
              <al>Het college is bevoegd nadere regels te stellen betreffende het
                                    bepaalde in deze paragraaf.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.2.10</nr>
                <titel>Overgangsbepalingen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>Vergunningen en ontheffingen -hoe ook genaamd- verleend bij
                                        of krachtens de Verordening op de buitenstandplaatsen en/of
                                        eerdere bepalingen in de Algemene Plaatselijke Verordening
                                        Dordrecht 1998, worden geacht krachtens deze verordening te
                                        zijn verleend en blijven nog tot 1 januari 2011van kracht,
                                        tenzij de vergunning voor een kortere periode is verleend.
                                    </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>Een gebiedsaanwijzing als bedoeld in artikel 5.2.6, laat de
                                        rechten van degenen op wiens naam een vergunning op grond
                                        van de Verordening op de buitenstandplaatsen en/of eerdere
                                        bepalingen in de Algemene Plaatselijke Verordening Dordrecht
                                        1998 is gesteld, tot 1 januari 2011 onverlet, tenzij de
                                        vergunning voor een kortere periode is verleend.</al>
              </lid>
            </artikel>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>Paragraaf</label>
              <nr>3</nr>
              <titel>Openbaar water</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.3.1</nr>
                <titel>Gebruik van openbaar water</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>Bij toepassing van artikel 2.1.10 lid 1 voor het gebruik van
                                    openbaar water is het daar bedoelde verbod niet van toepassing
                                    op voorwerpen waarop gedachten of gevoelens, als bedoeld in
                                    artikel 7 lid 1 Grondwet worden geopenbaard. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>Het is verboden op, in of boven openbaar water voorwerpen waarop
                                    gedachten of gevoelens worden geopenbaard, als bedoeld in het
                                    voorgaande lid te plaatsen, aan te brengen of te hebben, indien
                                    deze door hun omvang of vormgeving, constructie of plaats van
                                    bevestiging gevaar opleveren voor de bruikbaarheid van het
                                    openbaar water of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan,
                                    danwel een belemmering vormen voor het doelmatig beheer en
                                    onderhoud van het openbaar water.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3</lidnr>
                <al>Het verbod in het tweede lid geldt niet voorzover in de daarin
                                    geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van
                                    Strafrecht, de Scheepvaartverkeerswet, het
                                    Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatswerken, de Provinciale vaarwegenverordening
                                    Zuid-Holland de Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde
                                    Telecommunicatieverordening. </al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.3.2</nr>
                <titel>Beschadigen van waterstaatswerken en oevers</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>Het is verboden schade toe te brengen aan of veranderingen aan
                                    te brengen in de toestand van bij de gemeente in beheer zijnde
                                    vaarten, sloten, vijvers, havens, dijken, wallen, kaden,
                                    trekpaden, beschoeiingen, oeverbegroeiing, bruggen, zetten,
                                    duikers, pompen, waterleidingen, gordingen, aanlegpalen,
                                    stootpalen, bakens of sluizen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, het
                                    Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatswerken of de Provinciale vaarwegenverordening
                                    Zuid-Holland.. </al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.3.3</nr>
                <titel>Reddingsmiddelen</titel>
              </kop>
              <al>Het is verboden een voor het redden van drenkelingen bestemd en
                                daartoe bij het water aangebracht voorwerp te gebruiken voor een
                                ander doel, dan wel voor dadelijk gebruik ongeschikt te maken.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.3.4</nr>
              </kop>
              <al>Niet van toepassing</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.3.5</nr>
                <titel>Overlast aan vaartuigen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>Het is verboden zonder redelijk doel zich vast te houden aan een
                                    vaartuig in openbaar water, daarop te klimmen of zich daarop of
                                    daarin te begeven of te bevinden.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een
                                    vaartuig, liggend in of aan een openbaar water, los te
                                    maken.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.3.6</nr>
              </kop>
              <al>Niet van toepassing</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.3.7</nr>
                <titel>Veiligheid op het water</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>Het is aan een ieder die zich als bader of zwemmer in het
                                    openbaar water ophoudt, verboden zich zodanig te gedragen dat
                                    het scheepvaartverkeer daarvan hinder of gevaar kan
                                    ondervinden.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>Het in het eerste lid bepaalde blijft buiten toepassing voor
                                    zover het Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatswerken of de Provinciale Vaarwegenverordening
                                    Zuid-Holland van toepassing is. </al>
              </lid>
            </artikel>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>Paragraaf</label>
              <nr>4</nr>
              <titel>Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in
                                natuurgebieden</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.4.1</nr>
                <titel>Crossterreinen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een
                                    motorvoertuig of een bromfiets als bedoeld in artikel 1,
                                    onderdeel z, en een bromfiets als bedoeld in artikel 1,
                                    onderdeel i van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens
                                    1990 te crossen of een wedstrijd te houden of te doen houden,
                                    dan wel een motorvoertuig of een bromfiets met het kennelijke
                                    doel daartoe aanwezig te hebben.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>Het college kan terreinen aanwijzen waarvoor het in het eerste
                                    lid gestelde verbod niet van toepassing is. Hij kan daarbij
                                    regels stellen voor het gebruik van deze terreinen: </al>
                <lijst>
                  <li nr="a"><al>in het belang van het voorkomen of beperken van
                                            overlast;</al></li>
                  <li nr="b"><al>in het belang van de bescherming van het uiterlijk
                                            aanzien van de omgeving;</al></li>
                  <li nr="c"><al>ter bescherming van andere milieuwaarden;</al></li>
                  <li nr="d"><al>in het belang van de veiligheid van de deelnemers aan de
                                            in het eerste lid bedoelde wedstrijden en ritten en/of
                                            van het publiek.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3</lidnr>
                <al>Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder weg verstaan
                                    hetgeen artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 daaronder
                                    verstaat.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4</lidnr>
                <al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voorzover in het daarin
                                    geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer of
                                    het Besluit geluidsproductie sportmotoren. </al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.4.2</nr>
                <titel>Beperking verkeer in natuurgebieden</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>Het college kan voor publiek toegankelijke natuurgebieden,
                                    parken, plantsoenen of voor recreatief gebruik beschikbare
                                    terreinen aanwijzen ten aanzien waarvan het verklaart, dat het
                                    rijden met een motorvoertuig als bedoeld in artikel 1, onder z,
                                    Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 of een bromfiets
                                    als bedoeld in artikel 1, onder i, Reglement verkeersregels en
                                    verkeerstekens 1990 of met een paard aldaar overlast kan
                                    veroorzaken of schade kan berokkenen aan milieuwaarden.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>Het is verboden zich met een motorvoertuig of een (brom)fiets
                                    als bedoeld in het vorige lid of met een paard, </al>
                <lijst>
                  <li nr="a"><al>op krachtens het eerste lid aangewezen plaatsen dan
                                            wel</al></li>
                  <li nr="b"><al>buiten de in die aanwijzing aangeduide en als zodanig
                                            gemarkeerde paden te bevinden.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3</lidnr>
                <al>Het in het tweede lid gestelde verbod geldt niet voor
                                    bestuurders van motorvoertuigen en bromfietsen en voor fietsers
                                    of berijders van paarden: </al>
                <lijst>
                  <li nr="a"><al>ten dienste van de afdeling toezicht van de gemeente
                                            Dordrecht, politie, brandweer en geneeskundige
                                            hulpverlening en van andere krachtens artikel 29, eerste
                                            lid, Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990
                                            door de minister van Verkeer en Waterstaat aangewezen
                                            hulpverleningsdiensten; </al></li>
                  <li nr="b"><al>die worden gebruikt in verband met beheer, onderhoud of
                                            exploitatie van de door het college aangewezen plaatsen;
                                        </al></li>
                  <li nr="c"><al>die worden gebruikt in verband met werken die krachtens
                                            wettelijk voorschrift moeten worden uitgevoerd; </al></li>
                  <li nr="d"><al>van de zakelijk gerechtigden en huurders en pachters van
                                            percelen gelegen binnen de door het college aangewezen
                                            plaatsen; </al></li>
                  <li nr="e"><al>voor het verkeer ten behoeve van bezoek en van de
                                            verzorging van de onder d bedoelde personen. </al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4</lidnr>
                <al>Het in het tweede lid gestelde verbod geldt voorts niet: </al>
                <lijst>
                  <li nr="a"><al>op wegen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b,
                                            van de Wegenverkeerswet 1994; </al></li>
                  <li nr="b"><al>binnen de bij of krachtens de provinciale verordening
                                            'Stiltegebieden' aangewezen stiltegebieden, ten aanzien
                                            van motorrijtuigen die bij of krachtens die verordening
                                            zijn aangewezen als 'toestel'. </al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5</lidnr>
                <al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het tweede lid
                                    gestelde verbod. </al>
              </lid>
            </artikel>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>Paragraaf</label>
              <nr>5</nr>
              <titel>Verbod vuur te stoken</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.5.1</nr>
                <titel>Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of
                                    anderszins vuur te stoken</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden om in de openlucht afvalstoffen te verbranden
                                    buiten inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer of
                                    anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het verbod geldt niet voor zover het betreft:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>verlichting door middel van kaarsen en fakkels en
                                            dergelijke;</al></li>
                  <li nr="b."><al>sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, indien
                                            geen afvalstoffen worden verbrand en deze vuren op eigen
                                            terrein zonder openbaar karakter branden;</al></li>
                  <li nr="c."><al>vuur voor koken, bakken en braden, voor zover dat geen
                                            gevaar, overlast of hinder voor de omgeving
                                            oplevert.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het college kan van dit verbod ontheffing verlenen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>De ontheffing kan worden geweigerd:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>in het belang van de openbare orde en veiligheid;</al></li>
                  <li nr="b."><al>ter bescherming van de woon- en leefomgeving;</al></li>
                  <li nr="c."><al>ter bescherming van de flora en fauna.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al>Het verbod geldt niet voorzover het geregelde onderwerp wordt
                                    voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1 of 3, van het
                                    Wetboek van Strafrecht of de Provinciale milieuverordening
                                    Zuid-Holland.</al>
              </lid>
            </artikel>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>Paragraaf</label>
              <nr>6</nr>
              <titel>Straatnaamborden, huisnummers, vloedschotten e.d.</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.6.1</nr>
                <titel>Gedoogplicht vloedschotten, aanduidingen en
                                    dergelijke</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te laten dat
                                    op of aan dat bouwwerk, vanwege en overeenkomstig de
                                    aanwijzingen van het college aanwijsplaten voor brandkranen,
                                    vloedschotten en voorzieningen en aansluitingen voor het
                                    plaatsen van vloedschotten, straatnaamborden, daarbij behorende
                                    onderschriften daaronder begrepen, huisnummers en
                                    wijkaanduidingen of andere voorwerpen ten behoeve van o.a. het
                                    openbaar verkeer, de openbare verlichting, de gas-, water of
                                    elektriciteitsleiding of enig ander openbaar belang worden
                                    aangebracht, onderhouden, gewijzigd of verwijderd.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>Het college geeft te voren schriftelijk kennis aan de
                                    rechthebbende als bedoeld in het eerste lid van hun voornemen
                                    over te gaan tot het treffen van voorzieningen als in dat lid
                                    bedoeld.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.6.2</nr>
                <titel>Verwijdering vloedschotten en aanduidingen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>Het is verboden vloedschotten, en enige aanduiding of
                                    voorziening als bedoeld in artikel 5.6.1, eerste lid, te
                                    verwijderen, wijzigen, beschadigen, verplaatsen of onleesbaar te
                                    maken.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor de rechthebbende
                                    op een bouwwerk die met inachtneming van het door het college
                                    vastgestelde huisnummer de aanduiding hiervan in afwijkende vorm
                                    wenst aan te leggen.</al>
                <al>Het college kan ter zake nadere regels stellen.</al>
              </lid>
            </artikel>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>Paragraaf</label>
              <nr>7</nr>
              <titel>Verstrooiing van as</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.7.1</nr>
                <titel>Begripsomschrijving</titel>
              </kop>
              <al>In deze paragraaf wordt verstaan onder incidentele asverstrooiing:
                                het verstrooien van as als bedoeld in de Wet op de lijkbezorging op
                                een door de overledene of nabestaande(n) gewenste plek buiten een
                                permanent daartoe bestemd terrein.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.7.2</nr>
                <titel>Verbod op incidentele asverstrooiing</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>Incidentele asverstrooiing is verboden op:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a"><al>verharde delen van de weg;</al></li>
                  <li nr="b"><al>gemeentelijke begraafplaatsen en
                                            crematoriumterreinen.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>Het college kan een besluit nemen waarin voor een bepaalde
                                    termijn wordt verboden dat op andere plaatsen dan genoemd in het
                                    eerste lid asverstrooiing plaatsvindt.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.7.3</nr>
                <titel>Verbod op incidentele asverstrooiing bij hinder of
                                    overlast</titel>
              </kop>
              <al>Incidentele asverstrooiing is verboden indien daardoor hinder of
                                overlast wordt veroorzaakt voor derden.</al>
            </artikel>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>Paragraaf</label>
              <nr>8</nr>
              <titel>Binnentreden woningen in verband met noodverordening
                                burgemeester</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5.8.1</nr>
                <titel>Binnentreden woningen in verband met noodverordening
                                    burgemeester</titel>
              </kop>
              <al>Zij die belast zijn met de zorg voor de nakoming van een voorschrift
                                van een door de burgemeester op grond van artikel 176 van de
                                Gemeentewet vastgesteld algemeen verbindend voorschrift, zijn
                                bevoegd tot het binnentreden in een woning zonder toestemming van de
                                bewoner.</al>
            </artikel>
          </paragraaf>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>6</nr>
            <titel>STRAF-, OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>6.1</nr>
              <titel>Strafbepaling</titel>
            </kop>
            <al>Overtreding van de in deze verordening opgenomen artikelen en de
                            krachtens deze artikelen gegeven voorschriften en beperkingen wordt,
                            voor zover al niet strafbaarstelling bij de wet is bepaald, gestraft met
                            hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede
                            categorie als bedoeld in het Wetboek van Strafrecht.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>6.2</nr>
              <titel>Toezichthouders</titel>
            </kop>
            <al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze
                            verordening zijn belast de bij besluit van het college of de
                            burgemeester aan te wijzen personen.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>6.3</nr>
              <titel>Betreden dan wel binnentreden woningen, andere gebouwen en
                                terreinen</titel>
            </kop>
            <al>Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van
                            een overtreding van de bij of krachtens deze verordening gegeven
                            voorschriften welke strekken tot handhaving van de openbare orde of
                            veiligheid of bescherming van het leven of de gezondheid van personen,
                            zijn bevoegd tot het binnentreden van een woning zonder toestemming van
                            de bewoner.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>6.4</nr>
              <titel>Overgangsbepalingen</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>In afwijking van het bepaalde in artikel 5.2.10, blijven
                                vergunningen en ontheffingen - hoe ook genaamd - verleend krachtens
                                de in artikel 6.5 lid 3 vermelde verordeningen- indien en voorzover
                                het gebod of verbod waarop de vergunning of ontheffing betrekking
                                heeft, ook vervat is in deze verordening en voorzover zij niet
                                eerder zijn vervallen of ingetrokken - van kracht tot de termijn
                                waarvoor zij werden verleend, is verstreken of totdat zij worden
                                ingetrokken.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Voorschriften en beperkingen opgelegd krachtens de in artikel 6.5
                                lid 3 vermelde verordeningen blijven – indien en voorzover de
                                bepalingen ingevolge welke deze verplichtingen zijn opgelegd, ook
                                zijn vervat in deze verordening – van kracht tot de termijn waarvoor
                                zij zijn opgelegd, is verstreken of totdat zij worden
                                ingetrokken.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Vergunningen en ontheffingen als bedoeld in het eerste lid en
                                verplichtingen bedoeld in het tweede lid, worden geacht
                                vergunningen, ontheffingen en verplichtingen in de zin van deze
                                verordening te zijn.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al>Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening
                                een aanvraag om een vergunning of ontheffing - hoe ook genaamd - op
                                grond van de in artikel 6.5 lid 3 vermelde verordeningen, is
                                ingediend en voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze
                                verordening nog niet op die aanvraag is beslist, wordt daarop de
                                overeenkomstige bepaling van de onderhavige verordening toegepast.
                            </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>5.</lidnr>
              <al>Op een aanhangig bezwaarschrift, betreffende een vergunning of
                                ontheffing, bedoeld in het eerste lid, dan wel een voorschrift of
                                beperking bedoeld in het tweede lid dat voor of na het tijdstip
                                bedoeld in artikel 6.5, tweede lid, is ingekomen binnen de voordien
                                geldende termijn, wordt beslist met toepassing van de in artikel 6.5
                                derde lid vermelde verordeningen. </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>6.</lidnr>
              <al>De intrekking van de verordeningen vermeld in artikel 6.5, derde
                                lid, heeft geen gevolgen voor de geldigheid van op basis van die
                                verordening genomen nadere regels, beleidsregels en
                                aanwijzingsbesluiten, indien en voorzover de rechtsgrond waarop de
                                aanwijzingsbesluiten zijn gebaseerd ook vervat is in deze
                                verordening en voorzover zij niet eerder zijn vervallen of
                                ingetrokken.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>7.</lidnr>
              <al>De eisen, vermeld in artikel 2.3.3 en 3.2.2 lid 1 sub d gelden niet
                                gedurende 12 maanden na datum van in werkingtreding als vermeld in
                                artikel 6.5. lid 2 APV voor vergunningen die zijn afgegeven op grond
                                van de bepalingen van de verordeningen, als vermeld in artikel 6.5
                                lid 3 APV. </al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>6.5</nr>
              <titel>Slotbepalingen</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1</lidnr>
              <al>Deze verordening kan worden aangehaald als "Algemene Plaatselijke
                                Verordening Dordrecht”.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2</lidnr>
              <al>Deze verordening treedt in werking op 1 augustus 2005.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3</lidnr>
              <al>Op 1 augustus 2005 worden ingetrokken :</al>
              <lijst>
                <li nr="•"><al>de Algemene Plaatselijke Verordening 1998, vastgesteld op 31
                                        maart 1998,</al></li>
                <li nr="•"><al>Eerste wijzigingsverordening Algemene plaatselijke
                                        verordening, vastgesteld op 8 december 1998</al></li>
                <li nr="•"><al>Verordening tot wijziging van de Algemene Plaatselijke
                                        Verordening Dordrecht 1998 (tweede wijziging, vastgesteld op
                                        30 maart 1999.</al></li>
                <li nr="•"><al>Algemene Plaatselijke verordening Dordrecht, 3<sup>e</sup>
                                        wijziging, vastgesteld op 7 maart 2000.</al></li>
                <li nr="•"><al>Verordening tot wijziging van de Algemene Plaatselijke
                                        Verordening Dordrecht 1998 (vierde wijziging</al></li>
                <li nr="•"><al>Algemene Plaatselijke Verordening Dordrecht 1998,
                                        5<sup>e</sup> wijziging, vastgesteld op 3 oktober 2000</al></li>
                <li nr="•"><al>6<sup>e</sup> wijzigingsverordening Algemene Plaatselijke
                                        Verordening Dordrecht 1998, vastgesteld op 12 december
                                        2000</al></li>
                <li nr="•"><al>7<sup>e</sup> wijzigingsverordening Algemene Plaatselijke
                                        Verordening Dordrecht 1998, vastgesteld op 4 december
                                        2001</al></li>
                <li nr="•"><al>8<sup>e</sup> wijzigingsverordening Algemene Plaatselijke
                                        Verordening Dordrecht 1998, vastgesteld op 12 november
                                        2002</al></li>
                <li nr="•"><al>9<sup>e</sup> wijzigingsverordening Algemene Plaatselijke
                                        Verordening Dordrecht, vastgesteld op 8 april 2003</al></li>
                <li nr="•"><al>10<sup>e</sup> wijzigingsverordening Algemene Plaatselijke
                                        Verordening Dordrecht 1998, vastgesteld op 9 december
                                        2003</al></li>
              </lijst>
            </lid>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
      </regeling-tekst>
      <regeling-sluiting>
        <slotformulering>
          <al>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 28 juni 2005.</al>
        </slotformulering>
        <ondertekening>
          De griffier
        </ondertekening>
        <ondertekening>
          De voorzitter
        </ondertekening>
      </regeling-sluiting>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>