<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR119363_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de raadscommissies 2011</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Krimpen aan den IJssel</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-09-26</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Krimpen aan den IJssel</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening op de raadscommissies 2011</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2011-09-22</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2011-09-23</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2016-08-18</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling is vervangen door de <extref doc="1.1:CVDR358335_1">Verordening op de raadscommissies 2015</extref>.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de raadscommissies 2011</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Tekstuitgave van de Verordening op de raadscommissies 2011</vet></al><al/><al>De raad van de gemeente Krimpen aan den IJssel;</al><al>gelezen het voorstel van het presidium van 13 september 2011;</al><al>gelet op artikel 82 van de Gemeentewet;</al><al>b e s l u i t :</al><al>vast te stellen de volgende </al><al><vet>Verordening op de raadscommissies 2011</vet></al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1:</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>lid: lid of buitengewoon lid van een raadscommissie;</al></li><li nr="b."><al>voorzitter: voorzitter van een raadscommissie of diens
                                    vervanger;</al></li><li nr="c."><al>commissiegriffier: secretaris van een raadscommissie of diens
                                    vervanger; </al></li><li nr="d."><al>griffier: griffier van de raad of diens vervanger;</al></li><li nr="e."><al>vergadering: vergadering van een raadscommissie.</al></li><li nr="f."><al>secretaris: gemeentesecretaris.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2:</nr><titel>Instelling, taken en samenstelling</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Instelling raadscommissies</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad stelt de volgende raadscommissies in:</al><lijst><li nr="a."><al>de informatiecommissie;</al></li><li nr="b."><al>de besluitvoorbereidende commissie;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De informatiecommissie heeft als doel om informatie te vergaren over
                                alle onderwerpen die de gemeenteraad betreffen ter voorbereiding op
                                (latere) besluitvorming. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De besluitvoorbereidende commissie heeft als doel om te overleggen
                                en adviseren over alle onderwerpen die de gemeenteraad betreffen.
                            </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Taken</titel></kop><al>Een raadscommissie heeft de volgende taken: </al><lijst><li nr="a."><al>het uitbrengen van advies aan de raad over een voorstel of
                                    onderwerp dat betrekking heeft op een onderwerp wat de
                                    gemeenteraad betreft;</al></li><li nr="b."><al>het uitbrengen van advies aan de raad uit eigener beweging;</al></li><li nr="c."><al>voeren van overleg met het college, de burgemeester, adviseur(s)
                                    van het college en/of de burgemeester, betrokken of
                                    geïnteresseerde burgers of organisaties over in ieder geval door
                                    het college of de burgemeester verstrekte inlichtingen en het
                                    gevoerde bestuur ten aanzien van onderwerpen die de gemeenteraad
                                    betreffen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Samenstelling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raadscommissies bestaat uit minmaal 1 en maximaal 2 leden per
                                fractie;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Er is geen vaste vertegenwoordiging in raadscommissies; de fracties
                                bepalen zelf door welke fractieleden zij vertegenwoordigd worden.
                                Dit kan per vergadering of desgewenst per agendapunt
                                verschillen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een lid kan zowel raadslid als niet-raadslid zijn. De artikelen 10,
                                11, 12, 13 en 15 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige
                                toepassing op een lid van een raadscommissie. De in het eerste lid
                                genoemde leden dienen daarnaast tijdens de laatste verkiezingen van
                                de raad geplaatst te zijn op de kandidatenlijst van de betreffende
                                fractie.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien de fractie vertegenwoordigt wordt door een persoon,
                                niet-zijnde raadslid, adviseert deze in de raadscommissie onder
                                verantwoordelijkheid van de raadsfractie waarvoor hij zitting heeft
                                in de commissie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Voorzitter</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De leden van het Presidium kiezen uit hun midden de voorzitter;
                            </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het voorzitterschap van de raadscommissies rouleert tussen de leden
                                van het Presidium, volgens een door het Presidium per vergadercyclus
                                op te stellen schema;</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter van de raad kan niet tot voorzitter van een
                                raadscommissie worden gekozen;</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De voorzitter van de raadscommissie is geen lid van die
                                raadscommissie.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De voorzitter van de raadscommissie is belast met:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>het leiden van de vergadering;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>het handhaven van de orde;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>het doen naleven van deze verordening;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>hetgeen deze verordening hem verder opdraagt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Zittingsduur en vacatures</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De zittingsperiode van leden en voorzitters eindigt in ieder geval
                                aan het einde van de zittingsperiode van de raad.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een lid houdt op lid te zijn van een raadscommissie indien zij niet
                                meer voldoen aan de in artikel 4, derde lid, gestelde eisen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien een fractie blijkens een schriftelijke verklaring aan de
                                voorzitter van de raad niet langer vertegenwoordigd is in de raad,
                                vervalt het commissielidmaatschap van de fractieleden van
                                rechtswege.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Griffier en commissiegriffier</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Ter ondersteuning van iedere raadscommissie fungeert een medewerker
                                van de griffie als commissiegriffier. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De commissiegriffier is in iedere vergadering aanwezig.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij zijn verhindering of afwezigheid wordt hij vervangen door een
                                daartoe door de raad aangewezen medewerker.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De griffier kan in iedere vergadering aanwezig zijn.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3:</nr><titel>Aanwezigheid burgemeester, wethouders en secretaris</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Aanwezigheid burgemeester, wethouders en secretaris</titel></kop><al>De voorzitter kan de burgemeester en één of meer wethouders en de
                            secretaris uitnodigen in de vergadering aanwezig te zijn en aan de
                            beraadslagingen deel te nemen.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4:</nr><titel>Vergaderingen</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1</nr><titel>Tijdstip van vergaderen en voorbereidingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Vergaderfrequentie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In de regel vinden de vergaderingen van de raadscommissies
                                    plaats volgens een jaarlijks door het presidium vast te stellen
                                    vergaderschema, vangen aan om 20.00 uur en vinden plaats in het
                                    raadhuis.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een raadscommissie vergadert voorts indien het presidium het
                                    nodig oordeelt of indien tenminste twee fracties schriftelijk
                                    met opgaaf van redenen daarom verzoeken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het presidium kan in bijzondere gevallen een andere dag of
                                    aanvangsuur bepalen of een andere vergaderplaats aanwijzen, en
                                    voert hierover overleg met de griffier.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De vergaderingen van de raadscommissies duren in de regel tot
                                    uiterlijk 23.00 uur. Indien een half uur voor dit tijdstip
                                    blijkt dat er meer tijd nodig is om de geagendeerde onderwerpen
                                    te behandelen, legt de voorzitter aan de vergadering de vraag
                                    voor om de resterende agendapunten door te schuiven naar de
                                    eerstvolgende vergadering, of de vergadering na 23.00 uur voort
                                    te zetten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Oproep</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het presidium zendt ten minste zeven dagen voor een vergadering
                                    de leden een schriftelijke oproep onder vermelding van de dag,
                                    het tijdstip en de plaats van de vergadering. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken, met
                                    uitzondering van de in artikel 86, eerste en tweede lid, van de
                                    Gemeentewet bedoelde stukken, worden tegelijkertijd met de
                                    schriftelijke oproep aan de leden verzonden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien een aanvullende agenda wordt vastgesteld als bedoeld in
                                    artikel 11, tweede lid, worden deze agenda en de daarop vermelde
                                    voorstellen of onderwerpen zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk
                                    48 uur voor aanvang van de vergadering aan de leden
                                    gezonden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Onder schriftelijke oproep wordt mede verstaan een digitaal
                                    bericht waarin de leden van de commissies opgeroepen
                                    worden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>De agenda</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voordat de schriftelijke oproep wordt verzonden, stelt het
                                    presidium de agenda van de vergadering voorlopig vast.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In spoedeisende gevallen kan de voorzitter na het verzenden van
                                    de schriftelijke oproep tot uiterlijk 48 uur voor de aanvang van
                                    een vergadering een aanvullende agenda opstellen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij aanvang van de vergadering stelt de raadscommissie de agenda
                                    vast. Op voorstel van een lid of de voorzitter kan de
                                    raadscommissie bij de vaststelling van de agenda onderwerpen aan
                                    de agenda toevoegen of van de agenda afvoeren. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Wanneer de raadscommissie een onderwerp of voorstel onvoldoende
                                    voor de beraadslaging voorbereid acht, kan zij aan het college
                                    of de burgemeester nadere inlichtingen of advies vragen. Het
                                    presidium bepaalt in welke vergadering het onderwerp of voorstel
                                    opnieuw geagendeerd wordt. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Op voorstel van een lid of de voorzitter kan de raadscommissie
                                    de volgorde van behandeling van de agendapunten wijzigen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Ter inzage leggen van stukken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Stukken, die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen
                                    op de agenda dienen, worden gelijktijdig met het verzenden van
                                    de schriftelijke oproep voor een ieder op het raadhuis ter
                                    inzage gelegd. Indien na het verzenden van de schriftelijke
                                    oproep stukken ter inzage worden gelegd, wordt hiervan
                                    mededeling gedaan aan de leden en zo mogelijk in een openbare
                                    kennisgeving.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een origineel van een ter inzage gelegd stuk wordt niet buiten
                                    het raadhuis gebracht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien voor stukken op grond van artikel 86, eerste en tweede
                                    lid, van de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd, blijven deze
                                    stukken in afwijking van het eerste lid, onder berusting van de
                                    griffier en verleent de griffier een lid inzage.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Openbare kennisgeving</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergadering wordt tegelijkertijd met de schriftelijke oproep
                                    door aankondiging in één of meer dag-, nieuws- of
                                    huis-aan-huisbladen, in het gemeentelijk informatieblad of op de
                                    voor afkondigingen in de gemeente gebruikelijke wijze en door
                                    plaatsing op de gemeentelijke website openbaar gemaakt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De openbare kennisgeving vermeldt:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>de datum, aanvangstijd en plaats van de vergadering;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>de wijze(n) waarop en de plaats(en) waar een ieder de agenda en
                                    de daarbij behorende stukken kan inzien;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>de mogelijkheid tot meespreken en het uitoefenen van het
                                    spreekrecht als bedoeld in artikel 16.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De bij de voorlopige agenda behorende stukken worden, indien
                                    digitaal be- schikbaar, op de website van de gemeente
                                    geplaatst.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2</nr><titel>Orde der vergadering</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Presentielijst</titel></kop><al>Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekent ieder lid onmiddellijk de
                                presentielijst. Aan het einde van de vergadering wordt die lijst
                                door de voorzitter en de commissiegriffier door ondertekening
                                vastgesteld.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Opening vergadering en quorum</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter opent de vergadering op het vastgestelde uur,
                                    indien meer dan de helft van het minimaal aantal zitting
                                    hebbende leden aanwezig is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Wanneer een kwartier na het vastgestelde tijdstip niet het
                                    vereiste aantal leden aanwezig is, bepaalt de voorzitter onder
                                    verwijzing naar dit artikel, na voorlezing van de namen der
                                    afwezige leden, dag en uur van de volgende vergadering, op een
                                    tijdstip dat ten minste vierentwintig uur na het bezorgen van de
                                    schriftelijke oproep is gelegen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op de vergadering, bedoeld in het tweede lid, is het eerste lid
                                    niet van toepassing. De raadscommissie kan echter over andere
                                    aangelegenheden alleen beraadslagen indien blijkens de
                                    presentielijst meer dan de helft van het aantal minimaal zitting
                                    hebbende leden aanwezig is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Meespreken en spreekrecht burgers</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgers, betrokkenen en geïnteresseerden kunnen meespreken over
                                    de op de geagendeerde onderwerpen tijdens de
                                    informatiecommissie;</al><lijst><li nr="a."><al>Er kan niet worden meegesproken over onderwerpen die
                                            niet op de agenda van de informatiecommissie staan.</al></li><li nr="b."><al>De orde van de vergadering van de informatiecommissie
                                            wordt bepaald door de voorzitter; meesprekers dienen
                                            zich te houden aan de aanwijzingen en beslissingen van
                                            de voorzitter;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Tijdens de besluitvoorbereidende commissie kunnen aanwezige
                                    burgers, betrokkenen of andere geïnteresseerden gebruik maken
                                    van het spreekrecht;</al><lijst><li nr="a."><al>Direct na de opening van de vergadering kan het woord
                                            gevoerd worden over niet-geagendeerde onderwerpen;</al></li><li nr="b."><al>Over geagendeerde onderwerpen kan bij de behandeling van
                                            het agendapunt het woord worden gevoerd;</al></li><li nr="c."><al>De totale beschikbare spreektijd bedraagt 30 minuten.
                                            Zij die zich als spreker hebben aangemeld, verkrijgen
                                            van de voorzitter maximaal 5 minuten het woord. Indien
                                            zich meer dan zes sprekers hebben aangemeld, wordt de
                                            beschikbare spreektijd evenredig over hen verdeeld. De
                                            voorzitter kan in bijzondere gevallen afwijken van de
                                            maximale lengte van de spreektijd.</al></li><li nr="d."><al>Het woord kan niet gevoerd worden over:</al><lijst><li nr="i"><al>een besluit van het gemeentebestuur waartegen
                                                  bezwaar en beroep openstaat of heeft
                                                  opengestaan;</al></li><li nr="ii"><al>benoemingen, keuzen, voordrachten of
                                                  aanbevelingen van personen;</al></li><li nr="iii"><al>een gedraging waarover een klacht ex artikel 9:1
                                                  van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon
                                                  worden ingediend.</al></li></lijst></li></lijst></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>Degene, die van het spreekrecht als bedoeld in dit lid gebruik
                                    wil maken, meldt dit ten minste 48 uur voor de aanvang van de
                                    vergadering aan de commissiegriffier. Hij vermeldt daarbij zijn
                                    naam, adres en telefoonnummer en het onderwerp, waarover hij het
                                    woord wil voeren.</al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al>De voorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding. De
                                    voorzitter kan van de volgorde afwijken, indien dit in het
                                    belang is van de orde van de vergadering.</al></lid><lid><lidnr>g.</lidnr><al>De spreker voert het woord, nadat de voorzitter hem dit heeft
                                    verleend. De voorzitter kan de deelnemers aan de
                                    commissievergadering toestaan aan insprekers een korte,
                                    verhelderende vraag te stellen. Er vindt geen discussie plaats
                                    tussen een inspreker en deelnemers van de vergadering.</al></lid><lid><lidnr>h.</lidnr><al>De voorzitter of een lid doet een voorstel voor de behandeling
                                    van de inbreng van de burger.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Besluitenlijst</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Naar aanleiding van de vergadering van de informatiecommissie
                                    wordt een afsprakenlijst gemaakt;</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>De ontwerpafsprakenlijst van de voorgaande vergadering wordt
                                    digitaal beschikbaar gesteld via de gemeentelijke website. </al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>Bij het begin van de vergadering wordt de afsprakenlijst van de
                                    vorige vergadering vastgesteld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Van de vergadering van de besluitvoorbereidende commissie worden
                                    geluidsopnames gemaakt. Tevens wordt een besluitenlijst
                                    opgesteld.</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>De ontwerpbesluitenlijst van de voorgaande vergadering wordt
                                    digitaal beschikbaar gesteld via de gemeentelijke website. </al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>Bij het begin van de vergadering wordt de besluitenlijst van de
                                    vorige vergadering vastgesteld.</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>De leden, de voorzitter, de burgemeester en de wethouders hebben
                                    het recht een voorstel tot wijziging van de besluitenlijst aan
                                    de raadscommissie te doen, indien deze onjuistheden bevat of
                                    niet duidelijk weergeeft hetgeen besloten is. Een voorstel tot
                                    verandering dient schriftelijk voor de vaststelling van de
                                    besluitenlijst bij de commissiegriffier te worden
                                    ingediend.</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>De besluitenlijst moet inhouden:</al><lijst><li nr="i."><al>de namen van de voorzitter, de griffier, de
                                            commissiegriffier, de burgemeester en de wethouders, de
                                            secretaris en de ter vergadering aanwezige leden, allen
                                            voor zover aanwezig, alsmede van de overige personen die
                                            het woord gevoerd hebben;</al></li><li nr="ii."><al>afzonderlijk wordt vermeld welke leden afwezig
                                            waren;</al></li><li nr="iii."><al>een vermelding van de zaken die aan de orde zijn
                                            geweest;</al></li><li nr="iv."><al>een samenvatting van het advies aan de raad onder
                                            vermelding van de namen van de leden die mededeling
                                            hebben gedaan van hun eventuele afkeuring, en met
                                            aantekening van de namen van de leden die zich niet
                                            uitgelaten hebben;</al></li><li nr="v."><al>bij het desbetreffende agendapunt de naam en de
                                            hoedanigheid van die personen aan wie het op grond van
                                            het bepaalde in artikel 25 door de raadscommissie is
                                            toegestaan deel te nemen aan de beraadslagingen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>De besluitenlijst wordt opgesteld onder de verantwoordelijkheid
                                    van de griffier.</al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al>De geluidsdrager van het verhandelde in een vergadering wordt in
                                    het gemeentelijk archief bewaard en wordt digitaal beschikbaar
                                    gesteld. Op verzoek van een lid worden zij in het raadhuis ten
                                    gehore gegeven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Spreekregels</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een lid, de voorzitter, de burgemeester, een wethouder en de
                                    secretaris spreken vanaf hun plaats of van de spreekplaats en
                                    richten zich tot de voorzitter.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij bijzondere gelegenheden kan de voorzitter bepalen dat de in
                                    het eerste lid genoemde personen vanaf een andere plaats
                                    spreken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Volgorde sprekers</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een lid, de burgemeester, een wethouder of de secretaris, voeren
                                    het woord na het aan de voorzitter gevraagd en van hem verkregen
                                    te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De volgorde van sprekers kan worden gewijzigd, wanneer het woord
                                    wordt gevraagd over de orde van de vergadering.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Aantal spreektermijnen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De beraadslaging over een onderwerp of voorstel geschiedt in ten
                                    hoogste twee termijnen, tenzij de raadscommissie anders
                                    beslist.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Elke spreektermijn wordt door de voorzitter afgesloten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een lid mag in een termijn niet meer dan één maal het woord
                                    voeren over hetzelfde onderwerp of voorstel.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij de bepaling hoeveel malen een lid over hetzelfde onderwerp
                                    of voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het
                                    spreken over een voorstel van orde.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Spreektijd</titel></kop><al>Een lid kan een voorstel doen over de spreektijd van de leden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Voorstellen van orde</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter en ieder lid kunnen tijdens de vergadering
                                    mondeling een voorstel van orde doen, dat kort kan worden
                                    toegelicht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een voorstel van orde kan uitsluitend de orde van de vergadering
                                    betreffen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Over een voorstel van orde beslist de raadscommissie
                                    terstond.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Handhaving orde; schorsing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een spreker mag in zijn betoog niet worden gestoord,
                                    tenzij:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>de voorzitter het nodig oordeelt hem aan het opvolgen van deze
                                    verordening te herinneren;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>een lid hem interrumpeert. De voorzitter kan bepalen dat de
                                    spreker zonder verdere interrupties zijn betoog zal
                                    afronden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien een spreker zich beledigende of onbetamelijke
                                    uitdrukkingen veroorlooft, afwijkt van het in behandeling zijnde
                                    onderwerp, een andere spreker herhaaldelijk interrumpeert, dan
                                    wel anderszins de orde verstoort, wordt hij door de voorzitter
                                    tot de orde geroepen. Indien de spreker hieraan geen gevolg
                                    geeft, kan de voorzitter hem gedurende de vergadering, waarin
                                    zulks plaats heeft, over het aanhangige onderwerp het woord
                                    ontzeggen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor
                                    een door hem te bepalen tijd schorsen en - indien na de
                                    heropening de orde opnieuw wordt verstoord - de vergadering
                                    sluiten.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De voorzitter kan een raadscommissie voorstellen aan een lid dat
                                    door zijn gedragingen de geregelde gang van zaken belemmert, het
                                    verdere verblijf in de vergadering te ontzeggen. Over het
                                    voorstel wordt niet beraadslaagd. Na aanneming daarvan verlaat
                                    het lid de vergadering onmiddellijk. Zo nodig doet de voorzitter
                                    hem verwijderen. Bij herhaling van zijn gedrag kan het lid
                                    bovendien voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de
                                    vergadering worden ontzegd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Beraadslaging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raadscommissie kan op voorstel van de voorzitter of een lid
                                    beslissen over één of meer onderdelen van een onderwerp of
                                    voorstel afzonderlijk te beraadslagen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op voorstel van een lid of de voorzitter kan de raadscommissie
                                    beslissen de beraadslaging voor een door hem te bepalen tijd te
                                    schorsen teneinde het college of de leden de gelegenheid te
                                    geven tot onderling nader beraad. De beraadslagingen worden
                                    hervat nadat de schorsingsperiode verstreken is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Deelname aan de beraadslaging door anderen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raadscommissie kan bepalen dat anderen mogen deelnemen aan de
                                    beraadslaging.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een beslissing daartoe wordt op voorstel van de voorzitter of
                                    een lid genomen alvorens met de beraadslaging ten aanzien van
                                    het aan de orde zijnde agendapunt een aanvang wordt
                                    genomen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Advies</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Wanneer de voorzitter vaststelt, dat een onderwerp of voorstel
                                    voldoende is toegelicht, sluit hij de beraadslaging, tenzij de
                                    raadscommissie anders beslist.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Nadat de beraadslaging is gesloten, beslist de raadscommissie of
                                    er een advies aan de raad wordt uitgebracht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de raadscommissie een advies aan de raad uitbrengt
                                    beslissen de leden op voorstel van de voorzitter over de inhoud
                                    van het advies. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In het advies worden de standpunten van alle fracties
                                    opgenomen.</al></lid></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5:</nr><titel>Besloten vergadering</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr><titel>Algemeen</titel></kop><al>Op een besloten vergadering zijn de bepalingen van deze verordening van
                            overeenkomstige toepassing voorzover deze bepalingen niet strijdig zijn
                            met het besloten karakter van de vergadering.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr><titel>Besloten vergadering</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De deuren van de vergadering worden gesloten, indien de voorzitter
                                het nodig oordeelt of ten minste een vijfde deel van de aanwezige
                                leden daarom verzoekt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De commissie besluit vervolgens dat met gesloten deuren zal worden
                                vergaderd, wanneer zij van mening is dat bij openbare
                                beraadslagingen particuliere en/of algemene belangen wezenlijk
                                kunnen worden geschaad.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Van de vergadering van een besluitvoorbereidende commissie met
                                gesloten deuren worden geluidsopnames gemaakt. Tevens wordt een
                                afsprakenlijst opgesteld bij een informatiecommissie en een
                                besluitenlijst bij een besluitvoorbereidende commissie, die niet
                                openbaar worden gemaakt tenzij de commissie anders besluit. Deze
                                besluitenlijst wordt in de eerstvolgende openbare vergadering van de
                                commissie vastgesteld. Daarbij wordt niet inhoudelijk over de
                                besluitenlijst gesproken. Indien dat door de commissie wel wordt
                                gewenst, wordt een besloten vergadering geagendeerd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De geluidsdrager van het verhandelde in de vergadering wordt in het
                                gemeentelijk archief bewaard. Op verzoek van een lid of één van de
                                andere aanwezigen worden zij in het raadhuis ten gehore
                                gegeven.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Omtrent het in een vergadering met gesloten deuren behandelde en
                                omtrent de inhoud van de stukken die aan de commissie worden
                                overgelegd, kan met toepassing van artikel 86 van de Gemeentewet
                                geheimhouding worden opgelegd.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6:</nr><titel>Toehoorders en pers</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29</nr><titel>Toehoorders en pers</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De toehoorders en vertegenwoordigers van de pers kunnen uitsluitend
                                op de voor hen bestemde plaatsen openbare vergaderingen
                                bijwonen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Leden van de raad die niet als lid aan de vergadering deelnemen en
                                burgerleden kunnen een vergadering met gesloten deuren als
                                toehoorder bijwonen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het geven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze
                                verstoren van de orde is verboden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De voorzitter is bevoegd toehoorders, die op enigerlei wijze de orde
                                van de vergadering verstoren, te doen vertrekken. Toehoorders die
                                bij herhaling de orde in de vergadering verstoren kan hij voor ten
                                hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering ontzeggen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30</nr><titel>Geluid- en beeldregistraties</titel></kop><al>Degenen die in de vergaderzaal tijdens de vergadering geluid- dan wel
                            beeldregistraties willen maken doen hiervan mededeling aan de voorzitter
                            en gedragen zich naar zijn aanwijzingen. Deze aanwijzingen kunnen niet
                            zover gaan dat zij de vrijheid van pers aantasten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31</nr><titel>Verbod storend gebruik mobiele apparatuur</titel></kop><al>In de vergaderzaal, met inbegrip van de publieke tribune, is tijdens de
                            vergadering het storend gebruik van mobiele telefoons of andere
                            communicatiemiddelen niet toegestaan. De voorzitter kan leden of andere
                            aanwezigen verzoeken mobiele telefoons en/of andere communicatiemiddelen
                            af te sluiten.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>7:</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32</nr><titel>Uitleg verordening</titel></kop><al>In de gevallen waarin deze verordening niet voorziet of bij twijfel over
                            de toepassing van de verordening, beslist de raadscommissie op voorstel
                            van de voorzitter.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>33</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking op 23 september 2011. </al></li><li nr="2."><al>Op dat tijdstip vervalt de “Verordening op de raadscommissies
                                    2008”, vastgesteld bij raadsbesluit van 16 september 2008.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten door de raad van de gemeente Krimpen aan den IJssel in
                        zijn openbare vergadering van 22 september 2011.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><tussenkop>Toelichting op de verordening op de raadscommissies</tussenkop><al> In de Gemeentewet wordt onderscheid gemaakt tussen raadscommissies,
                    bestuurscommissies en andere commissies (respectievelijk artikel 82, 83 en 84
                    Gemeentewet). Raadscommissies bereiden de besluitvorming in de raad voor en
                    voeren overleg met het college en de burgemeester. Bestuurscommissies zijn
                    commissies waaraan bevoegdheden van de raad, het college of de burgemeester
                    worden overgedragen. Andere commissies kunnen alle mogelijke denkbare taken
                    hebben. Er kan gedacht worden aan adviescommissies, ad hoc commissies en
                    wijkraden. </al><al>Deze verordening heeft betrekking op de raadscommissies. </al><al>Op grond van artikel 82, eerste lid, van de Gemeentewet kan de raad zoveel
                    raadscommissies instellen als hij wenselijk acht. De raad regelt de taken,
                    bevoegdheden, samenstelling en werkwijze van de raadscommissies en de wijze
                    waarop de leden van een raadscommissie inzage hebben in stukken ten aanzien
                    waarvan geheimhouding geldt. De Gemeentewet verplicht overigens niet tot het
                    instellen van raadscommissies. </al><tussenkop>Artikelsgewijze toelichtingHoofdstuk 1 Begripsbepalingen</tussenkop><tussenkop>Hoofdstuk 1 Begripsbepalingen</tussenkop><tussenkop>Artikel 1 Begripsbepalingen</tussenkop><tussenkop>Artikel 1 Begripsbepalingen</tussenkop><al> Om te voorkomen dat de omschrijving van terugkerende begrippen in de
                    verordening moeten worden herhaald, zijn in deze bepaling een aantal begrippen
                    eenmalig gedefinieerd. </al><tussenkop>Hoofdstuk 2 Instelling, taken en samenstelling</tussenkop><tussenkop>Artikel 2 Instelling raadscommissies</tussenkop><tussenkop>Artikel 2 Instelling raadscommissies</tussenkop><al> In onze gemeente is gekozen voor een stelsel van een tweetal raadscommissies. </al><tussenkop>Artikel 3 Taken</tussenkop><tussenkop>Artikel 3 Taken</tussenkop><al> De taken van de raadscommissies zijn vastgelegd in artikel 82, eerste lid, van
                    de Gemeentewet. De raadscommissies bereiden de besluitvorming van de raad voor
                    en overleggen met het college of de burgemeester. Voor wat betreft de invulling
                    van de taken van de raadscommissies zijn ruwweg twee modellen te onderscheiden.
                    In het eerste model is een raadscommissie vooral gericht op voorbereiding en
                    informatievoorziening en vindt het politieke debat plaats in de raad, in het
                    tweede vindt het politieke debat plaats in een raadscommissie en vindt de
                    besluitvorming door de raad plaats. </al><al> De taak om de besluitvorming van de raad voor te bereiden komt tot uitdrukking
                    in de taak advies uit te brengen over een voorstel of onderwerp. De
                    raadscommissie kan ook uit eigener beweging advies aan de raad uitbrengen, ook
                    dit advies kan aanleiding zijn voor besluitvorming in de raad. De taken van de
                    raadscommissie zijn in essentie dezelfde als die van de raad, die van
                    kaderstellend, controlerend en volksvertegenwoordigend orgaan. </al><al>De raadscommissie bepaalt evenals de raad zijn eigen agenda. Dit betekent dat
                    niet het college maar (de voorzitter van) de raadscommissie bepaalt of een
                    voorstel aan de raadscommissie wordt voorgelegd alvorens het in de raad wordt
                    besproken. Hierover wordt vooraf overlegd in het presidium. Veelal zal het
                    echter wel zo blijven dat een onderwerp eerst in een raadscommissie wordt
                    besproken. </al><tussenkop>Artikel 4 Samenstelling</tussenkop><al> De raad bepaalt de samenstelling van de raadscommissies. Het is aan de fracties
                    zelf om te bepalen welke leden de betreffende fractie vertegenwoordigen in de
                    verschillende commissies. Dit kan per vergadering anders zijn en wordt dan ook
                    niet vooraf via benoemingen in commissies vastgelegd. Het is mogelijk dat de
                    raad (moet) besluiten een voorgedragen lid niet te benoemen tot lid van een
                    commissie. Dit kan het geval zijn wanneer een “burgerlid” niet voldoet aan de
                    vereisten van de Gemeentewet (zie de toelichting op het vierde lid). Andere
                    redenen om een dergelijke benoeming achterwege te laten zijn niet aan de
                    orde.</al><al>Zoals ook uit het vierde lid blijkt, hoeven de leden van een raadscommissie geen
                    raadslid te zijn. De politieke groeperingen (fracties) dragen de in het eerste
                    lid bedoelde leden voor. Daarnaast moeten de in het eerste lid bedoelde leden op
                    grond van deze bepaling op de kandidatenlijst van de betreffende fractie hebben
                    gestaan. Dit in verband met de ‘kenbaarheid’ (kiezerslegitimiteit) van de
                    kandidaten bij de burgers. </al><al>Op grond van het derde lid moeten leden voldoen aan hetgeen is bepaald in de
                    artikelen 10, 11, 12, 13 en 15 van de Gemeentewet. Dit betekent onder andere dat
                    zij achttien jaar moeten zijn, over een geldige verblijfstitel moeten
                    beschikken, hun nevenfuncties openbaar moeten maken, geen functie als bedoeld in
                    artikel 13 mogen vervullen en niet in strijd mogen handelen met artikel 15. Om
                    te beoordelen of de burgerleden voldoen aan de eisen van de Gemeentewet, wordt
                    gebruik gemaakt van een geloofsbrievenonderzoek. Dit onderzoek (alleen naar de
                    niet-raadsleden) gaat vooraf aan het raadsbesluit waarmee de leden benoemd
                    worden. </al><tussenkop>Artikel 5 Voorzitter</tussenkop><tussenkop>Artikel 5 Voorzitter</tussenkop><al> Artikel 82, vierde lid, van de Gemeentewet schrijft voor dat de voorzitter van
                    een raadscommissie raadslid moet zijn. De benoeming van leden van het presidium
                    (die ook als commissievoorzitter kunnen fungeren) wordt in het reglement van
                    orde geregeld. </al><al>Op basis van het vierde lid, is de voorzitter geen lid van de raadscommissie.
                    Dit is een bewuste keuze, op deze wijze kan de voorzitter zich concentreren op
                    zijn taak als (technisch) voorzitter en zijn tijd en energie aanwenden voor het
                    bewaken van de positie van de raadscommissie. Hij hoeft zich niet te bekommeren
                    om de inbreng van zijn fractie in de raadscommissie. </al><tussenkop>Artikel 6 Zittingsduur en vacatures</tussenkop><tussenkop>Artikel 6 Zittingsduur en vacatures</tussenkop><al> De zittingsperiode van de leden, de voorzitters en hun plaatsvervangers is even
                    lang als de zittingsperiode van de raadsleden, in principe dus vier jaar. De
                    benoeming eindigt derhalve van rechtswege, de raad hoeft hen niet te ontslaan. </al><al>Op grond van het tweede lid eindigt het (buitengewoon) lidmaatschap van een
                    raadscommissie eveneens van rechtswege indien een lid niet meer voldoet aan de
                    in artikel 4, derde lid, gestelde eisen en indien een lid een fractie
                    vertegenwoordigt die die blijkens een schriftelijke verklaring aan de voorzitter
                    van de raad niet meer vertegenwoordigd is in de raad.</al><al>De raad kan een lid van een raadscommissie op voorstel van de fractie die het
                    lid heeft voorgedragen, ontslaan. Deze situatie kan zich voordoen in geval van
                    een splitsing van een fractie. De ontstane nieuwe fractie heeft dan overigens op
                    grond van artikel 4, eerste lid, recht op een eigen lid. De voorzitter van een
                    raadscommissie kan de raad ook zonder voorstel van een fractie ontslaan,
                    bijvoorbeeld indien deze voorzitter niet meer het vertrouwen van de meerderheid
                    van de raad bezit. Het vijfde en zesde lid voorzien in de situatie van
                    tussentijdse vacature, hetzij door ontslag hetzij door overlijden. </al><tussenkop>Artikel 7 Griffier en commissiegriffier</tussenkop><tussenkop>Artikel 7 Griffier en commissiegriffier</tussenkop><al> Iedere raadscommissie wordt ondersteund door een commissiegriffier. </al><al>De commissiegriffier is altijd bij de vergaderingen van de raadscommissie
                    aanwezig. In principe neemt hij geen deel aan de beraadslagingen, zij het dat de
                    raadscommissie op grond van artikel 25 van deze verordening altijd de
                    mogelijkheid heeft om anderen aan de beraadslagingen deel te laten nemen. </al><tussenkop>Hoofdstuk 3 Aanwezigheid burgemeester, wethouders en
                    secretaris</tussenkop><tussenkop>Artikel 8 Aanwezigheid burgemeester, wethouders en secretaris</tussenkop><tussenkop>Artikel 8 Aanwezigheid burgemeester, wethouders en secretaris</tussenkop><al> Ingaande 15 april 2009 is in de Gemeentewet o.a. artikel 21 gewijzigd. Artikel
                    21 tweede lid van de Gemeentewet luidt thans als volgt: “e<cursief>en wethouder
                        heeft toegang tot de vergadering en kan aan de beraadslaging deelnemen”.
                    </cursief>Tevens is een derde lid toegevoegd: “<cursief>een
                        we</cursief><cursief>t</cursief><cursief>houder kan door de raad worden
                        uitgenodigd om te vergadering aanwezig zijn”.</cursief></al><al>Ingevolge artikel 82, vijfde lid, van de Gemeentewet wordt hetgeen in artikel 21
                    Gemeentewet wordt geregeld voor de raad overeenkomstig van toepassing verklaard
                    voor door de raad ingestelde raadscommissies. In het geval van raadscommissies
                    is hetgeen voor een wethouder is geregeld is overeenkomstig van toepassing voor
                    de burgemeester.</al><al>In de oude situatie bestond voor de raadscommissies de mogelijkheid een
                    wethouder of burgemeester uit te nodigen. Er kon zonder hen worden vergaderd.
                    Aanwezigheid geschiedde op uitnodiging, niet-uitgenodigde wethouders of
                    burgemeester konden slechts op de publieke tribune plaats nemen en hadden geen
                    recht om aan de beraadslagingen deel te nemen.</al><al>Met de wetswijziging van 15 april 2009 wordt in artikel 21, tweede en derde lid,
                    tot uitdrukking gebracht dat een wethouder of burgemeester toegang heeft tot de
                    vergaderingen van de raadscommissies en dat zij aan de beraadslagingen deel
                    kunnen nemen. Daar is geen uitnodiging meer voor nodig. Tenslotte is de algemene
                    mening dat er altijd ruimte dient te zijn voor lokaal maatwerk. Het is
                    uiteindelijk niet altijd noodzakelijk dat een wethouder bij elke vergadering van
                    raad en/of raadscommissie aanwezig is. </al><al>De raad en/of raadscommissie enerzijds en college van burgemeester en wethouders
                    anderzijds mogen elkaar in een duaal bestel niet uitsluiten. De burgemeester
                    draagt als voorzitter van de raad, als voorzitter van het presidium en als
                    voorzitter van het college van burgemeester en wethouders een bijzondere
                    verantwoordelijkheid hierop toe te zien.</al><tussenkop>Hoofdstuk 4 Vergaderingen</tussenkop><tussenkop>Paragraaf 1 Tijdstip van vergaderen en voorbereiding</tussenkop><tussenkop>Artikel 9 Vergaderfrequentie</tussenkop><tussenkop>Artikel 9 Vergaderfrequentie</tussenkop><al> Veelal zullen de vergaderingen van de raadscommissies plaatsvinden op een vaste
                    dag en plaats voorafgaand aan de vergaderingen van de raad. Een raadscommissie
                    vergadert vaker als de voorzitter het nodig oordeelt of indien ten minste twee
                    fracties hierom vragen. </al><al>Indien een raadscommissie een hoorzitting zal willen houden, kan het presidium
                    gebruik maken van het derde lid en een andere dag, aanvangsuur of plaats
                    bepalen. Bepaald is dat het presidium hierover overleg voert met de griffier. </al><al>Over de openbaarheid van de vergaderingen bevat deze verordening geen bepaling,
                    aangezien artikel 82, vijfde lid, Gemeentewet hierin voorziet. In deze bepaling
                    wordt artikel 23 van overeenkomstige toepassing verklaard op raadscommissies.
                    Dit betekent dat de vergaderingen van de raadscommissies in de regel in het
                    openbaar plaatsvinden. Op verzoek van een vijfde van het aantal leden van een
                    raadscommissie of de voorzitter kan de raadscommissie beslissen om achter
                    gesloten deuren te vergaderen. Van een besloten vergadering wordt een
                    afzonderlijke besluitenlijst opgemaakt, die niet openbaar is tenzij de
                    raadscommissie anders beslist. </al><tussenkop>Artikel 10 Oproep</tussenkop><tussenkop>Artikel 10 Oproep</tussenkop><al> De leden van een raadscommissie ontvangen een oproep inclusief de agenda voor
                    een vergadering en de stukken tenminste een week voor de vergadering. Indien in
                    spoedeisende gevallen een aanvullende agenda wordt vastgesteld bedraagt deze
                    termijn minimaal 48 uur voor een vergadering. De stukken ten aanzien waarvan
                    geheimhouding is opgelegd worden niet toegezonden, maar kunnen bij de griffier
                    worden ingezien (artikel 12, derde lid). </al><tussenkop>Artikel 11 De agenda</tussenkop><al> Voor het verzenden van de oproep, stelt het presidium de agenda voorlopig vast.
                    Het versturen van de agenda is geregeld in artikel 11.</al><al>In dit artikel is allereerst een procedure voor spoedeisende zaken geregeld.
                    Uiteindelijk bepaalt een raadscommissie zijn eigen agenda. De agenderende rol
                    van een raadscommissie komt tot uitdrukking in het tweede, derde en vierde lid.
                    Dit betekent onder andere dat een raadscommissie kan bepalen dat een onderwerp
                    of voorstel onvoldoende voorbereid en voor inlichtingen of advies aan het
                    college wordt gezonden. Het presidium bepaalt vervolgens in welke vergadering
                    het onderwerp of voorstel opnieuw geagendeerd wordt en niet het college.
                    Uiteraard zal hierover wel overleg gevoerd moeten worden met het college of de
                    secretaris. </al><tussenkop>Artikel 12 Ter inzage leggen van stukken</tussenkop><al> Naast de voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken, worden stukken die
                    ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op de agenda dienen op een
                    vaste plaats voor een ieder ter inzage gelegd. In de openbare kennisgeving wordt
                    vermeld waar de stukken liggen. Originele stukken moeten uiteraard bij de
                    gemeente blijven berusten. Stukken ten aanzien waarvan geheimhouding wordt
                    opgelegd kunnen leden van raadscommissies bij de griffier inzien. </al><tussenkop>Artikel 13 Openbare kennisgeving</tussenkop><tussenkop>Artikel 13 Openbare kennisgeving</tussenkop><al> Op grond van artikel 82, vijfde lid, van de Gemeentewet moet de voorzitter van
                    een raadscommissie tegelijkertijd met de schriftelijke oproep de dag, het
                    tijdstip en de plaats van de vergadering ter openbare kennis brengen. De
                    voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken worden tegelijkertijd met de
                    schriftelijke oproep en op een bij openbare kennisgeving aan te geven plaats ter
                    inzage gelegd. De stukken worden eveneens op internet geplaatst. Dit is echter
                    niet verplicht op grond van de Gemeentewet. </al><tussenkop>Paragraaf 2 Orde der vergadering</tussenkop><tussenkop>Artikel 14 Presentielijst</tussenkop><tussenkop>Artikel 14 Presentielijst</tussenkop><al> De presentielijst en de ondertekening door de voorzitter en de
                    commissiegriffier zijn bedoeld om formeel vast te stellen dat het vergaderquorum
                    aanwezig is. Indien de griffier tevens de functie van commissiegriffier op zich
                    neemt, ondertekent hij de presentielijst. Daarnaast is de presentielijst van
                    belang om de vergoedingen voor de leden van een raadscommissie te kunnen
                    vaststellen. </al><tussenkop>Artikel 15 Opening der vergadering en quorum</tussenkop><tussenkop>Artikel 15 Opening der vergadering en quorum</tussenkop><al> Artikel 20 van de Gemeentewet regelt het vergaderquorum van de raad. Voor de
                    raadscommissies ontbreekt een dergelijke bepaling in de Gemeentewet. Artikel 15
                    voorziet hierin. Indien meer dan de helft van het minmaal aantal zitting
                    hebbende leden aanwezig is en de presentielijst heeft getekend, kan worden
                    vergaderd. </al><al>Het derde lid voorziet in een regeling voor een nieuwe vergadering indien het
                    quorum niet aanwezig is, anders zou de afwezigheid van leden van een
                    raadscommissie de voortgang van werkzaamheden kunnen belemmeren. Uiteraard staat
                    op het moment dat de voorzitter bepaalt op welke datum en tijdstip, nog niet
                    vast op welk moment de schriftelijke oproep uitgaat. Indien er enkele dagen
                    tussen de twee vergaderingen zit, mag er vanuit worden gegaan dat het mogelijk
                    is om 24 uur van tevoren een schriftelijke oproep te versturen. Overigens ligt
                    het in de rede dat de voorzitter overlegt met de raadscommissie over de datum
                    van een nieuwe vergadering. </al><tussenkop>Artikel 16 Meespreken en spreekrecht burgers</tussenkop><al> Tijdens de commissievergaderingen is er de mogelijkheid voor de inspreker om
                    van gedachten te wisselen met de commissieleden en zo bij te dragen aan de
                    besluitvorming. </al><al> Meespreken en uitoefenen van het spreekrecht van burgers kan bijdragen aan het
                    vergroten van de betrokkenheid van de burgers bij het lokaal bestuur, één van
                    doelstellingen van de vernieuwing van het lokaal bestuur. </al><al>In de informatiecommissie kunnen burgers, betrokkenen en geïnteresseerde
                    meespreken. Zij nemen dan deel aan het overleg tussen commissieleden en met
                    collegeleden en adviseurs van het college. De voorzitter bepaalt de orde van de
                    vergadering en bewaakt hiermee het proces. In het lid 2d zijn drie onderwerpen
                    opgenomen, waar het spreekrecht niet voor geldt. Als een besluit van de raad of
                    het college vatbaar is voor bezwaar en de burger belanghebbende is, kan de
                    burger een bezwaarschrift indienen. Ook kan een burger beroep instellen bij de
                    rechtbank. Dit zijn formele procedures die zien op de rechtsbescherming van de
                    burger. Verder zijn de benoemingen, keuzen, voordrachten en aanbevelingen van
                    personen uitgesloten van het spreekrecht van burgers. Omdat inspraak over de
                    benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen - de belangen
                    van - kandidaten al dan niet in de uitoefening van hun ambt of functie kan
                    schaden, kunnen burgers hierover geen uitlatingen doen. Vervolgens kunnen
                    burgers zich ook niet uitlaten over onderwerpen, waar zij op grond van artikel
                    9:2 Algemene wet bestuursrecht een klacht over kunnen indienen. Deze procedure
                    gaat voor het spreekrecht van burgers. </al><al>Het is mogelijk om het spreekrecht te beperken tot die onderwerpen die op de
                    agenda van de raadscommissie staan. In Krimpen aan den IJssel wordt hiervoor
                    niet gekozen. </al><al>De burgers die wensen in te spreken moeten zich binnen een ‘redelijke termijn’
                    voor de vergadering melden bij de (commissie)griffier. De griffier kan, indien
                    nodig, de persoon naar de juiste raadscommissie verwijzen. </al><al>In lid 2g is ervoor gekozen om een burger slechts één maal het woord te geven en
                    niet een discussie te laten plaatsvinden. Als richtlijn wordt vijf minuten
                    spreektijd per burger aangehouden. Op voorstel van de voorzitter, die in eerste
                    instantie voor een ordentelijk verloop van de vergadering moet zorgen en dus
                    moeten kunnen aanvoelen of een verkorting of verlenging van de spreektijd
                    gewenst is, kan van deze richtlijn worden afgeweken.</al><tussenkop>Artikel 17 Besluitenlijst</tussenkop><al> De afsprakenlijst en besluitenlijst wordt opgesteld onder verantwoordelijkheid
                    van de griffier. De voorzitter, de leden en de collegeleden hebben het recht een
                    voorstel tot wijziging te doen. Een voorstel tot wijziging wordt voorafgaand aan
                    de vergadering schriftelijk bij de commissiegriffier ingediend. Het is aan de
                    raadscommissie om te beslissen of een voorgestelde wijziging of aanvulling
                    geaccepteerd wordt, aangezien de raadscommissie de besluitenlijst vaststelt. Een
                    afwijzing van een dergelijk voorstel is niet vatbaar voor beroep (aldus de
                    Afdeling Rechtspraak van de Raad van State). </al><tussenkop>Artikel 18 Spreekregels </tussenkop><tussenkop>Artikel 18 Spreekregels </tussenkop><al>Dat de voorzitter mensen het woord geeft en dat een spreker zich richt tot de
                    voorzitter volgt ook uit artikel 5, vijfde lid, onder a.</al><tussenkop>Artikel 19 Volgorde sprekers </tussenkop><al>Dit artikel behoeft geen toelichting.</al><tussenkop>Artikel 20 Aantal spreektermijnen</tussenkop><tussenkop>Artikel 20 Aantal spreektermijnen</tussenkop><al> Het stellen van vragen dient ook als een spreektermijn beschouwd te worden. Een
                    spreektermijn wordt door de voorzitter afgesloten. Dit hoeft overigens niets te
                    veranderen aan de praktijk dat een portefeuillehouder antwoordt na de inbreng
                    van de raadsleden in de eerste en tweede termijn. Een verzoek van een raadslid
                    na afloop van de tweede termijn om nog een korte reactie te geven, dient de
                    voorzitter niet te honoreren. Indien de commissie van mening is, dat na de
                    tweede termijn verdere beraadslaging nodig is, kan hij daartoe uitdrukkelijk
                    besluiten. </al><tussenkop>Artikel 21 Spreektijd</tussenkop><tussenkop>Artikel 21 Spreektijd</tussenkop><al> Dit artikel strekt ertoe te benadrukken dat een raadscommissie op eigen
                    initiatief regels kan stellen over de spreektijd van de leden. Hetzelfde geldt
                    voor de spreektijd van overige sprekers. De voorzitter hoeft dit niet voor te
                    stellen. De voorzitter kan in het kader van zijn taak om de orde tijdens de
                    vergadering te handhaven wel voorstellen de spreektijd te beperken. <vet>Artikel
                        22 Voorstellen van orde</vet></al><al> Ieder lid heeft te allen tijde het recht een voorstel van orde te doen. De
                    beslissing of er inderdaad sprake is van een voorstel van orde is aan de
                    betreffende raadscommissie. Over een voorstel van orde wordt direct, zonder
                    beraadslaging, besloten door een raadscommissie. Bij staken van stemmen is het
                    voorstel niet aangenomen (artikel 32, vierde lid Gemeentewet is hierop niet van
                    toepassing). Een voorstel van orde betreft bijvoorbeeld het schorsen van de
                    vergadering voor een (overleg) pauze. </al><tussenkop>Artikel 23 Handhaving orde; schorsing</tussenkop><tussenkop>Artikel 23 Handhaving orde; schorsing</tussenkop><al> Het eerste lid verzekert dat leden van een raadscommissie vrijelijk kunnen
                    spreken. Wel zijn interrupties uiteraard toegestaan voor zover de voorzitter bij
                    een overvloed aan interrupties of in het belang van de voortgang van de
                    beraadslagingen niet bepaalt dat een spreker zijn betoog zonder verdere
                    interrupties afrondt. Om te bevorderen dat leden van raadscommissies zich niet
                    belemmerd voelen om hun mening te uiten bepaalt artikel 82, vijfde lid, van de
                    Gemeentewet bovendien dat artikel 22 van overeenkomstige toepassing is op leden
                    van raadscommissies. Hierdoor zijn leden van raadscommissies niet in rechte te
                    vervolgen, aan te spreken of verplicht getuigenis af te leggen over hetgeen zij
                    in de vergadering zeggen of schriftelijk overleggen. Dit geldt voor zowel
                    raadsleden als niet-raadsleden.</al><al>Op basis van het tweede lid kunnen alle sprekers in bepaalde gevallen door de
                    voorzitter tot de orde worden geroepen en kan hen zo nodig over het aanhangige
                    onderwerp het woord ontzegd worden. Ook kan de voorzitter de vergadering
                    schorsen en bij herhaling van de verstoring van de orde, kan hij de vergadering
                    sluiten. In het uiterste geval kan hij een lid het verdere verblijf ontzeggen en
                    hem uit de vergadering doen verwijderen. Indien een lid blijft volharden in zijn
                    gedrag kan hem de toegang tot de vergadering voor ten hoogste drie maanden
                    worden ontzegd. Het vierde lid sluit aan bij artikel 26, derde lid, van de
                    Gemeentewet, die een dergelijke regeling geeft ten aanzien van raadsleden. </al><al> Onder interruptie is overigens niet te verstaan het geven van tekenen van goed-
                    of afkeuring; deze uitingen worden beschouwd als verstoringen van de orde. </al><al> Voor wat betreft de handhaving van de orde op de publieke tribune wordt
                    verwezen naar artikel 29 van deze verordening. </al><tussenkop>Artikel 24 Beraadslaging</tussenkop><tussenkop>Artikel 24 Beraadslaging</tussenkop><al> Om de duur van vergaderingen niet te beperken wordt over een voorstel dat in
                    onderdelen of artikelen is verdeeld, in principe in zijn geheel beraadslaagd. In
                    het eerste lid is een uitzonderingsmogelijkheid opgenomen. Zowel de voorzitter
                    als de leden hebben het recht om voor te stellen een voorstel gesplitst te
                    behandelen. Het eerste lid brengt daarmee tot uitdrukking dat een raadscommissie
                    zijn eigen werkwijze bepaalt. Het recht wordt aan ieder individueel raadslid
                    toegekend. Dit past in het streven naar dualisering, aangezien dualisering
                    versterking van de vertegenwoordigende en daarmee agenderende rol van een
                    raadscommissie veronderstelt. Hiertoe dienen ook individuele raadsleden en
                    kleine fracties over adequate instrumenten te beschikken. </al><al>Indien de schorsing als bedoeld in het tweede lid aan het einde van de tweede
                    termijn plaatsvindt, zijn er vervolgens twee mogelijkheden: er wordt direct tot
                    stemming overgegaan of aan de beraadslagingen wordt een derde termijn toegevoegd
                    (zie artikel 20 lid 1). <vet>Artikel 25 Deelname aan beraadslaging door
                        anderen</vet></al><al> Deze bepaling is noodzakelijk in verband met het in artikel 22 Gemeentewet
                    geregelde verschoningsrecht, dat in artikel 82, vijfde lid, van de Gemeentewet
                    van overeenkomstige toepassing wordt verklaard op leden van raadscommissies en
                    andere personen die aan de beraadslagingen deelnemen. Het is uiteraard ook
                    mogelijk dat een raadscommissie bepaalt dat een bepaalde functionaris in
                    bepaalde gevallen altijd aan de beraadslaging mag deelnemen Het gaat in deze
                    bepaling om anderen dan de leden, de voorzitter, de burgemeester, de wethouders
                    en de secretaris. Deze hebben op grond van artikel 8 van deze verordening reeds
                    het recht om aan de beraadslagingen deel te nemen. Uiteraard hebben deze andere
                    sprekers niet dezelfde rechten als de leden. Een andere spreker heeft onder meer
                    geen recht om een voorstel te doen tot wijziging van het verslag, een voorstel
                    over de spreektijd of over de orde van de vergadering.</al><tussenkop> Artikel 26 Advies</tussenkop><al> De voorzitter kan de beraadslaging sluiten, als hij vaststelt dat een onderwerp
                    voldoende is toegelicht, tenzij een raadscommissie anders beslist. Een
                    raadscommissie neemt geen beslissingen, maar bereidt de besluitvorming in de
                    raad voor en overlegt met het college en de burgemeester. Wel kan een
                    raadscommissie gevraagd en ongevraagd advies uitbrengen aan de raad. De leden
                    beslissen over het advies. Ten behoeve van het debat in de raad en om recht te
                    doen aan de mening van alle fracties, inclusief minderheidsstandpunten, worden
                    de standpunten van alle fracties opgenomen. Het ligt voor de hand dat indien een
                    lid het niet eens is met het fractiestandpunt, dat hier afzonderlijk melding van
                    wordt gemaakt in het advies aan de raad. </al><tussenkop>Hoofdstuk 5 Besloten vergadering</tussenkop><tussenkop>Artikel 27 Algemeen</tussenkop><tussenkop>Artikel 27 Algemeen</tussenkop><al> Bij bepalingen die van overeenkomstige toepassing zijn kan onder meer gedacht
                    worden aan de bepalingen omtrent het tijdig verzenden van stukken, het
                    vergaderquorum en voorstellen van orde. De bepalingen van deze verordening zijn
                    echter niet van toepassing, voorzover de toepassing van die bepalingen strijdig
                    is met het besloten karakter van de vergadering. Zo zullen er bijvoorbeeld geen
                    beeld- en geluidsregistraties voor openbaar gebruik gemaakt kunnen worden. Ten
                    aanzien van de stukken die betrekking hebben op een besloten vergadering en het
                    behandelde zal een raadscommissie moeten besluiten of geheimhouding als bedoeld
                    in artikel 86 van de Gemeentewet wordt opgelegd dan wel opgeheven. <vet>Artikel
                        28 besloten vergadering</vet></al><al> Op grond van artikel 82, vijfde lid, van de Gemeentewet is artikel 23 van
                    overeenkomstige toepassing. Het vierde lid van artikel 23 van de Gemeentewet
                    schrijft voor dat van een besloten vergadering een afzonderlijke besluitenlijst
                    wordt opgemaakt, die niet openbaar wordt gemaakt tenzij de raad en in casu dus
                    een raadscommissie anders beslist. De raadscommissie beslist over het openbaar
                    maken van de besluitenlijst. De besloten besluitenlijst wordt vastgesteld in de
                    eerstvolgende openbare vergadering van de raadscommissie. Op dat moment kan er
                    niet over de inhoud van de besluitenlijst worden gesproken. Indien dat wel wordt
                    gewenst is het aan de voorzitter een voorstel te doen voor de bespreking van de
                    besluitenlijst in een alsdan te plannen besloten vergadering. Bijvoorbeeld na
                    afloop van de openbare vergadering. De leden, de voorzitter, de burgemeester en
                    de wethouders hebben het recht een voorstel tot wijziging van de besluitenlijst
                    aan de raadscommissie te doen, indien deze onjuistheden bevat of niet duidelijk
                    weergeeft hetgeen besloten is. Een voorstel tot verandering dient schriftelijk
                    voor de vaststelling van de besluitenlijst bij de commissiegriffier te worden
                    ingediend.</al><al> Hetgeen besproken wordt in een besloten vergadering, valt niet van rechtswege
                    onder de geheimhoudingsplicht. Daarvoor is toepassing van de procedure volgens
                    artikel 86 van de Gemeentewet nodig. Niet alleen een raadscommissie kan
                    geheimhouding opleggen, ook de voorzitter van een raadscommissie, het college en
                    de burgemeester kunnen geheimhouding aan een raadscommissie opleggen. Overigens
                    kan een raadscommissie ook geheimhouding opleggen aan de raad of het college ten
                    aanzien van stukken die zij aan de raad of het college overlegt (artikel 25,
                    tweede lid, en artikel 55, tweede lid, van de Gemeentewet). De geheimhouding
                    geldt ten aanzien van een ieder die aanwezig is bij een besloten vergadering of
                    die kennis draagt van stukken ten aanzien waarvan geheimhouding geldt. De
                    geheimhouding geldt totdat het orgaan dat de geheimhouding heeft opgelegd of de
                    raad, haar opheft. </al><tussenkop>Hoofdstuk 6 Toehoorders en pers</tussenkop><tussenkop>Artikel 29 Toehoorders en pers</tussenkop><tussenkop>Artikel 29 Toehoorders en pers</tussenkop><al> Artikel 26, eerste en tweede lid, van de Gemeentewet regelen dat de voorzitter
                    van de raad toehoorders die de orde verstoren, kan doen vertrekken en bij
                    volharding in hun gedrag de toezegging kan ontzeggen. Voor raadscommissies
                    ontbreekt een dergelijke bepaling in de Gemeentewet, het vierde lid voorziet
                    hierin.</al><tussenkop>Artikel 30 Geluid- en beeldregistraties</tussenkop><tussenkop>Artikel 30 Geluid- en beeldregistraties</tussenkop><al> Aangezien de vergaderingen van een raadscommissie in principe openbaar zijn,
                    kunnen radio- en tv-stations geluid- en beeldregistraties maken. Dit is
                    uiteraard niet het geval als het een besloten vergadering betreft. </al><tussenkop>Artikel 31 Storend gebruik mobiele apparatuur</tussenkop><al> Dit artikel heeft betrekking op onder meer het mobiele telefoonverkeer. Het
                    afgaan van mobiele telefoons werkt verstorend tijdens de vergadering. De
                    voorzitter kan daarom verzoeken om mobiele apparatuur uit te schakelen. In
                    verband met het digitale werken is gebruik van (bijvoorbeeld) ipads wel
                    toegestaan. Het is aan de voorzitter om te bepalen wanneer gebruik van mobiele
                    apparatuur storend is.</al><tussenkop>Hoofdstuk 7 Slotbepalingen</tussenkop><tussenkop>Artikel 32 Uitleg verordening en artikel 33 Inwerkingtreding</tussenkop><tussenkop>Artikel 32 Uitleg verordening en artikel 33 Inwerkingtreding</tussenkop><al> Deze artikelen behoeven geen toelichting. </al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>