<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.90--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--
      meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR119304_3</dcterms:identifier><dcterms:title>Subsidieverordening kwaliteitsimpuls natuur en landschap Gelderland</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Provincie">Gelderland</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-12-06</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Provincie">Gelderland</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Provinciaal Blad, 2013/210</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Subsidieverordening kwaliteitsimpuls natuur en landschap Gelderland</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet inrichting landelijk gebied, art. 11, derde lid.</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanProvincie">provinciale staten</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-09-25</dcterms:issued><dcterms:rights>
          De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
          databankrecht
        </dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-11-12</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2016-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Wijziging regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>PS2013-722</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>subsidies, natuur en landschap, europa</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>De ambitiekaart bedoeld in artikel 7 is in te zien via <extref doc="http://www.gelderland.nl/natuurbeheerplan">www.gelderland.nl/natuurbeheerplan</extref>.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Subsidieverordening kwaliteitsimpuls natuur en landschap Gelderland</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>PROVINCIALE STATEN VAN GELDERLAND Gezien het voorstel van Gedeputeerde
                        Staten PS2013-722; Gelet op artikel 4 en 11 van de Wet Inrichting landelijk
                        gebied; Gelet op artikel 105, eerste lid, juncto artikel 143, eerste lid,
                        van de Provinciewet; </al><al>Overwegende dat met ingang van 1 januari 2010 de Subsidieverordening
                        kwaliteitsimpuls natuur en landschap Gelderland van kracht is geworden;</al><al>Overwegende dat in de genoemde verordening jaarlijks wijzigingen worden
                        aangebracht om knelpunten in de uitvoering op te lossen en gewenste
                        beleidswijzigingen te implementeren; BESLUITEN Vast te stellen de gewijzigde
                        Subsidieverordening kwaliteitsimpuls natuur en landschap Gelderland:</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen </titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 1 (begripsbepalingen)</titel></kop><al>In deze subsidieverordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al> agrarisch beheerpakket: in bijlage 3, onderdeel B, van de
                                    Subsidieverordening Natuur- en Landschapsbeheer Gelderland 2009
                                    beschreven pakket, bestaande uit instapeisen, beheereisen en,
                                    voor zover in het betreffende agrarische beheerpakket opgenomen,
                                    administratieve of aanvullende verplichtingen;</al></li><li nr="b."><al> ambitiekaart: kaart als bedoeld in artikel 7;</al></li><li nr="c."><al> beheerpakket landschap: in bijlage 6, onderdeel B, van de
                                    Subsidieverordening Natuur- en Landschapsbeheer Gelderland 2009
                                    beschreven pakket, bestaande uit instap- en beheereisen;</al></li><li nr="d."><al> beheerplan: plan ex artikel 19a lid 1 of 19b lid 1 van de
                                    Natuurbeschermingswet 1998; </al></li><li nr="e."><al> beheertype: een agrarisch beheerpakket, een beheerpakket
                                    landschap, een landschapselement of een natuurbeheertype;</al></li><li nr="f."><al> DLG: de Dienst Landelijk Gebied van het ministerie van
                                    Economische Zaken;</al></li><li nr="g."><al> functieverandering: het omzetten van landbouwgrond naar
                                    natuurterrein;</al></li><li nr="h."><al> gecertificeerde begunstigde: begunstigde als bedoeld in artikel
                                    1.1, onderdeel k, van de Subsidieverordening Natuur- en
                                    Landschapsbeheer Gelderland 2009, met dien verstande dat voor de
                                    toepassing van de in artikel 5, onderdeel a, van de onderhavige
                                    regeling opgenomen uitzondering onder gecertificeerde
                                    begunstigde mede wordt verstaan Staatsbosbeheer, mits zij
                                    beschikt over een geldig certificaat natuurbeheer, afgegeven
                                    door of namens Gedeputeerde Staten;</al></li><li nr="i."><al> habitattype: type, zoals genoemd in bijlage I bij de Richtlijn
                                    92/43/EEG van de Raad van 21 mei 1992 inzake de instandhouding
                                    van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna;</al></li><li nr="j."><al> investeringsplan: plan als bedoeld in artikel 10, eerste
                                    lid;</al></li><li nr="k."><al> investeringssubsidie: subsidie als bedoeld in artikel 8;</al></li><li nr="l."><al> landbouwactiviteit: activiteit als bedoeld in artikel 2,
                                    onderdeel c, van Verordening (EG) nr. 73/2009 van de Raad van de
                                    Europese Unie van 19 januari 2009 tot vaststelling van
                                    gemeenschappelijke voorschriften voor regelingen inzake
                                    rechtstreekse steunverlening aan landbouwers in het kader van
                                    het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot vaststelling van
                                    bepaalde steunregelingen voor landbouwers, tot wijziging van
                                    Verordeningen (EG) nr. 1290/2005, (EG) nr. 247/2006, (EG) nr.
                                    378/2007 en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1782/2003
                                    (PbEU L 30);</al></li><li nr="m."><al> landbouwer: natuurlijke persoon of rechtspersoon die, dan wel
                                    een samenwerkingsverband van natuurlijke personen of
                                    rechtspersonen dat, een landbouwactiviteit uitoefent;</al></li><li nr="n. "><al>landbouwgrond: binnen de provincie gelegen stuk grond waarop een
                                    landbouwactiviteit wordt uitgevoerd, niet zijnde gronden als
                                    bedoeld in onderdeel r, andere gronden met als hoofdfunctie
                                    natuur of gronden als bedoeld in artikel 5a van de Beleidsregels
                                    Regeling GLB-inkomenssteun 2006 van de minister van Economische
                                    Zaken;</al></li><li nr="o."><al> landschapselement: in bijlage 6, onderdelen A.1 of A.2, van de
                                    Subsidieverordening natuur- en landschapsbeheer Gelderland
                                    opgenomen onderdeel van het landschap;</al></li><li nr="p."><al> minister: de minister van Economische Zaken;</al></li><li nr="q."><al> natuurbeheerplan: plan als bedoeld in artikel 2.1 van de
                                    Subsidieverordening Natuur- en Landschapsbeheer Gelderland
                                    2009;</al></li><li nr="r."><al> natuurbeheertype: in bijlage 1, tweede kolom, van de
                                    Subsidieverordening Natuur- en Landschapsbeheer Gelderland 2009
                                    opgenomen soort natuur zoals nader beschreven in de Index natuur
                                    en landschap;</al></li><li nr="s."><al> natuurkwaliteit: op de ambitiekaart van het natuurbeheerplan
                                    aangegeven gewenst kwaliteitsniveau van het beheertype,
                                    gebaseerd op de Index natuur en landschap;</al></li><li nr="t."><al> natuurterrein: binnen de provincie gelegen grond met als
                                    hoofdfunctie natuur, die ingevolge artikel 2.1, tweede lid,
                                    onderdeel a, van de Subsidieverordening Natuur- en
                                    Landschapsbeheer Gelderland 2009 is begrensd, alsmede gronden
                                    waarvoor een subsidie functieverandering als bedoeld in artikel
                                    15 van de onderhavige regeling is verstrekt;</al></li><li nr="u."><al> plattelandsontwikkelingsprogramma 2007-2013: Nederlands
                                    plattelandsontwikkelingsprogramma als bedoeld in artikel 15 van
                                    Verordening (EG) nr. 1698/2005;</al></li><li nr="v."><al> realisatieplan: plan als bedoeld in artikel 17, vierde
                                    lid;</al></li><li nr="w."><al> subsidie functieverandering: subsidie als bedoeld in artikel
                                    15;</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2 (subsidieplafond en openstelling) </titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Gedeputeerde Staten kunnen een subsidieplafond vaststellen voor de
                                investeringssubsidies, bedoeld in artikel 8, alsmede een
                                subsidieplafond voor de subsidie functieverandering, bedoeld in
                                artikel 15. Gedeputeerde Staten kunnen daarbij uitsluiten: </al><lijst><li nr="a."><al> bepaalde gebieden;</al></li><li nr="b."><al> bepaalde categorieën van aanvragers;</al></li><li nr="c."><al> bepaalde investeringssubsidies, al dan niet voor bepaalde
                                        beheertypen;</al></li><li nr="d."><al> het verstrekken van een subsidie functieverandering
                                        voorzover die subsidie voorafgaat aan: </al><lijst><li nr="i."><al> de realisatie van een op grond van onderdeel c
                                                uitgesloten natuurbeheertype, ongeacht of die
                                                realisatie plaats zou hebben gevonden naar
                                                aanleiding van een aanvraag als bedoeld in artikel
                                                8, eerste lid, onderdeel a, of een realisatieplan
                                                als bedoeld in artikel 17, vierde lid;</al></li><li nr="ii."><al> de realisatie en bescherming van een op grond van
                                                onderdeel c uitgesloten landschapselement, ongeacht
                                                of die realisatie en bescherming plaats zou hebben
                                                gevonden naar aanleiding van een aanvraag als
                                                bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel b, of
                                                een realisatieplan als bedoeld in artikel 17, vierde
                                                lid.</al></li></lijst></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Gedeputeerde Staten kunnen een openstellingsperiode vaststellen
                                voor het indienen van een aanvraag investeringssubsidie of een
                                subsidie functieverandering. Een dergelijk besluit wordt uiterlijk
                                zes weken voor aanvang van de openstellingsperiode bekend gemaakt in
                                het Provinciaal Blad.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Als op grond van het tweede lid besloten is een
                                openstellingsperiode te hanteren en op grond van het eerste lid
                                tevens een subsidieplafond wordt vastgesteld, wordt het besluit
                                waarin het subsidieplafond wordt vastgesteld uiterlijk zes weken
                                voor aanvang van de openstellingsperiode bekend gemaakt in het
                                Provinciaal Blad.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3 (rangschikking: volgorde van ontvangst)</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Aanvragen worden afgehandeld in volgorde van ontvangst.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Als Gedeputeerde Staten een subsidieplafond hebben vastgesteld
                                rangschikken zij per subsidieplafond aanvragen tot subsidieverlening
                                met dezelfde ontvangstdatum door loting voor zover op die datum het
                                subsidieplafond wordt overschreden.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Volgens de rangschikking, bedoeld in het tweede lid, komt de hoogst
                                gerangschikte aanvraag het eerst voor subsidie in aanmerking.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> Als een aanvraag naar het oordeel van Gedeputeerde Staten
                                onvolledig is, wordt de aanvraag voor de toepassing van het eerste
                                lid geacht te zijn ontvangen op de datum waarop eerste indiening
                                heeft plaatsgehad plus het aantal dagen tussen de dag dat de
                                aanvrager op grond van artikel 4:5 Awb op de hoogte is gesteld van
                                de onvolledigheid van de aanvraag en de dag waarop gedeputeerde
                                staten de ontbrekende gegevens en bescheiden hebben ontvangen.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al> Indien Gedeputeerde Staten een openstellingsperiode hebben
                                vastgesteld, zijn het eerste tot en met vierde lid van
                                overeenkomstige toepassing voor de afhandeling van aanvragen die in
                                dezelfde openstellingsperiode zijn ontvangen.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4 (indiening aanvraag) </titel></kop><al>Als een aanvraag tot subsidieverlening wordt ingediend door een
                            gemachtigde gaat de aanvraag vergezeld van een bewijs van
                            machtiging.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4a (beslistermijn)</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Gedeputeerde Staten beslissen binnen dertien weken op een aanvraag.
                                De beslissing kan éénmaal met ten hoogste dertien weken worden
                                verdaagd.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> In afwijking van het eerste lid beslissen Gedeputeerde Staten
                                binnen zesentwintig weken op een aanvraag als bedoeld in artikel 8,
                                vierde lid. De beslissing kan éénmaal met ten hoogste zesentwintig
                                weken worden verdaagd.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5 (uitsluitingen begunstigden)</titel></kop><al>Een investeringssubsidie en een subsidie functieverandering wordt niet
                            verstrekt aan:</al><lijst><li nr="a."><al> publiekrechtelijke rechtspersonen, met uitzondering van
                                    Staatsbosbeheer gemeenten, het Kroondomein en het
                                    Staatsdomein;</al></li><li nr="b."><al> rechtspersonen die de waterwinning als doelstelling
                                    hebben;</al></li><li nr="c."><al> privaatrechtelijke rechtspersonen die kennelijk zijn opgericht
                                    ten behoeve van het beheer van grond of water, waarvan de
                                    eigendom geheel of gedeeltelijk berust bij de rechtspersonen,
                                    bedoeld in de onderdelen a en b;</al></li><li nr="d."><al> bedrijven in moeilijkheden als bedoeld in de Communautaire
                                    richtsnoeren inzake staatssteun voor reddings-en
                                    herstructureringssteun aan ondernemingen in moeilijkheden (PbEG
                                    C 244).</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6 (anti-cumulatie) </titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Als voor de activiteit waarvoor subsidie wordt aangevraagd subsidie
                                is verstrekt door Gedeputeerde Staten op grond van een andere
                                regeling of door andere overheden, waardoor het totaal aan subsidie
                                voor de betreffende activiteit meer bedraagt dan: </al><lijst><li nr="a."><al> de werkelijke kosten die de activiteiten met zich
                                        meebrengen;</al></li><li nr="b."><al> de maximale vergoeding die op grond van Europese
                                        voorschriften mag worden gegeven; of</al></li><li nr="c."><al> de maximale vergoeding die op grond van het
                                        plattelandsontwikkelingsprogramma 2007-2013 mag worden
                                        gegeven, wordt de subsidie op grond van deze regeling zoveel
                                        lager vastgesteld als noodzakelijk is om betaling boven de
                                        werkelijke kosten dan wel de hiervoor bedoelde maxima te
                                        voorkomen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De aanvrager verklaart op het door of namens Gedeputeerde Staten
                                vast te stellen aanvraagformulier óf en zo ja welke andere subsidies
                                als bedoeld in het eerste lid hij voor de betreffende activiteit
                                ontvangt en door wie die subsidies worden verstrekt.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6a (communautaire richtsnoeren voor staatssteun)</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Subsidies als bedoeld in de artikelen 8 en 15 worden slechts
                                verstrekt voor zover die verstrekking geschiedt in overeenstemming
                                met punt 16, vierde alinea, van de Communautaire richtsnoeren voor
                                staatssteun in de landbouw- en de bosbouwsector 2007-2013 (Pb 2006/C
                                319/01).</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Aanvragen voor subsidies als bedoeld in artikel 8, tweede lid, en
                                het derde lid, onderdeel b, kunnen niet worden ingediend na 31
                                oktober 2013 indien de investering gericht is op een agrarisch
                                beheerpakket, opgenomen in bijlage 3, onderdeel A.2,
                                onderscheidenlijk een beheerpakket landschap, opgenomen in bijlage
                                6, onderdeel B.2, van de Subsidieverordening natuur- en
                                landschapsbeheer Gelderland.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Aanvragen voor subsidies als bedoeld in artikel 8, eerste lid, het
                                derde lid, onderdeel a, en het vierde lid, alsmede artikel 15 kunnen
                                niet worden ingediend na 31 oktober 2017.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6b (bewaren subsidiedocumenten)</titel></kop><al>Een ontvanger van een subsidie bewaart alle documenten inzake een aan
                            hem op grond van deze regeling verstrekte subsidie gedurende een periode
                            van ten minste vijf jaar nadat de betreffende subsidie geheel is
                            vastgesteld.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 2 Ambitiekaart </titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 7 (ambitiekaart) </titel></kop><al>Als onderdeel van het natuurbeheerplan stellen Gedeputeerde Staten ten
                            behoeve van de uitvoering van deze regeling een elektronische
                            ambitiekaart met een topografische ondergrond vast, waarop:</al><lijst><li nr="a."><al> de begrenzing is vastgelegd van alle bestaande en nog te
                                    realiseren natuur waarvoor Gedeputeerde Staten een subsidie als
                                    bedoeld in artikel 8 of artikel 15 willen verstrekken;</al></li><li nr="b."><al> binnen deze begrenzing de natuurkwaliteit van alle bestaande en
                                    nog te realiseren natuur is getypeerd conform de Index natuur en
                                    landschap.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 3 Investeringssubsidie natuur en landschap</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 8 (grondslag subsidie)</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Gedeputeerde Staten kunnen op aanvraag een investeringssubsidie
                                verstrekken voor éénmalige investeringen in een natuurterrein die,
                                door middel van éénmalige inrichtingsmaatregelen, rechtstreeks de
                                fysieke condities of kenmerken van het desbetreffende natuurterrein
                                wijzigen met als doel: </al><lijst><li nr="a."><al> de realisatie van een natuurbeheertype op grond die een
                                        functieverandering heeft ondergaan;</al></li><li nr="b."><al> de realisatie en bescherming van een landschapselement op
                                        grond die een functieverandering heeft ondergaan;</al></li><li nr="c."><al> de verhoging van de natuurkwaliteit van het bestaande
                                        natuurbeheertype;</al></li><li nr="d."><al> de verhoging van de natuurkwaliteit van het bestaande
                                        landschapselement; </al></li><li nr="e."><al> de omzetting van een natuurterrein met een bestaand
                                        natuurbeheertype in een natuurterrein met een overeenkomstig
                                        de ambitiekaart gewenst natuurbeheertype te realiseren,
                                        of</al></li><li nr="f."><al> de realisatie of verhoging van de natuurkwaliteit van een
                                        habitattype.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Gedeputeerde Staten kunnen op aanvraag een investeringssubsidie
                                verstrekken voor éénmalige investeringen in landbouwgrond die, door
                                middel van éénmalige inrichtingsmaatregelen, rechtstreeks de fysieke
                                condities of kenmerken van de desbetreffende landbouwgrond wijzigen
                                met als doel de realisatie van een agrarisch beheerpakket.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Gedeputeerde Staten kunnen op aanvraag een investeringssubsidie
                                verstrekken voor éénmalige investeringen met als doel: </al><lijst><li nr="a."><al> de realisatie en bescherming van een binnen een
                                        natuurterrein gelegen landschapselement waarbij geen
                                        functieverandering hoeft plaats te vinden, of</al></li><li nr="b."><al> de realisatie en bescherming van een buiten een
                                        natuurterrein gelegen beheerpakket landschap.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> Gedeputeerde Staten kunnen op aanvraag een investeringssubsidie
                                verstrekken voor een programma dat is gericht op investeringen in
                                natuurterreinen die één of meerdere van de in het eerste lid,
                                onderdeel a tot en met f, of het derde lid, onderdeel a, bedoelde
                                doelen hebben.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9 (begunstigden) </titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Een investeringssubsidie als bedoeld in artikel 8, eerste lid, kan
                                worden verstrekt aan: </al><lijst><li nr="a."><al> Een natuurlijke persoon of rechtspersoon die zeggenschap
                                        heeft over het natuurterrein waarvoor subsidie wordt
                                        aangevraagd, krachtens: </al><lijst><li nr="i."><al> eigendom;</al></li><li nr="ii."><al> erfpacht;</al></li><li nr="iii."><al> recht van beklemming;</al></li><li nr="iv."><al> artikel 45 van de Wet inrichting landelijk gebied,
                                                of</al></li><li nr="v."><al> een plan van tijdelijk gebruik als bedoeld in
                                                artikel 189 van de Landinrichtingswet zoals die wet
                                                tot 1 januari 2007 gold;</al></li></lijst></li><li nr="b."><al> rechtspersoonlijkheid bezittende samenwerkingsverbanden van
                                        natuurlijke personen of rechtspersonen als bedoeld in
                                        onderdeel a.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Een investeringssubsidie als bedoeld in artikel 8, tweede lid, kan
                                worden verstrekt aan een landbouwer die de landbouwgrond waarvoor
                                subsidie wordt aangevraagd beheert krachtens een zakelijk recht of
                                een persoonlijk recht.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Een investeringssubsidie als bedoeld in artikel 8, derde lid,
                                onderdeel a, kan worden verstrekt aan de in het eerste lid van het
                                onderhavige artikel bedoelde personen en
                                samenwerkingsverbanden.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> Een investeringssubsidie als bedoeld in artikel 8, derde lid,
                                onderdeel b, kan worden verstrekt aan de in het tweede lid van het
                                onderhavige artikel bedoelde landbouwers.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al> Een investeringssubsidie als bedoeld in artikel 8, vierde lid, kan
                                worden verstrekt aan een gecertificeerde begunstigde welke in zijn
                                kwaliteitshandboek het onderdeel projecten heeft opgenomen en
                                daarvoor mede is gecertificeerd door Gedeputeerde Staten.</al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al> Een begunstigde als bedoeld in het vijfde lid, wordt aangemerkt als
                                ware hij gecertificeerd begunstigde, mits hij uiterlijk 15 november
                                2013 een aanvraag tot certificering voor het onderdeel projecten bij
                                Gedeputeerde Staten heeft ingediend. Het aanmerken van de
                                begunstigde als ware hij gecertificeerd begunstigde eindigt op de
                                datum dat Gedeputeerde Staten hebben besloten op de aanvraag tot
                                certificering, doch uiterlijk op 1 januari 2015.</al></lid><lid><lidnr>7</lidnr><al> Indien een in het eerste lid, onderdeel a, onder i. tot en met v.,
                                van het onderhavige artikel bedoelde titel, onderscheidenlijk een in
                                het tweede lid van het onderhavige artikel bedoeld zakelijk of
                                persoonlijk recht, is belast met of afgeleid van een ander recht,
                                kan slechts een investeringssubsidie worden verstrekt voor zover dat
                                andere recht geen afbreuk doet aan de mogelijkheid de
                                inrichtingsmaatregelen uit te voeren.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9a (uitsluitingen) </titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Een investeringssubsidie als bedoeld in artikel 8, eerste lid,
                                onderdelen c en e, wordt niet verstrekt voor zover op het
                                natuurterrein nog verplichtingen rusten op grond van: </al><lijst><li nr="a."><al> hoofdstuk 4 van de Subsidieregeling natuurbeheer
                                        Gelderland;</al></li><li nr="b."><al> hoofdstuk 4 van de Subsidieregeling natuurbeheer 2000 van
                                        de minister; of</al></li><li nr="c."><al> hoofdstuk 3 van de Subsidieverordening natuur- en
                                        landschapsbeheer Gelderland, tenzij de
                                        inrichtingsmaatregelen niet van dien aard zijn dat de
                                        instandhouding van het bestaande natuurbeheertype door die
                                        maatregelen onmogelijk wordt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Een investeringssubsidie als bedoeld in artikel 8, eerste lid,
                                onderdeel d, wordt niet verstrekt voor zover op het
                                landschapselement nog verplichtingen rusten op grond van: </al><lijst><li nr="a."><al> hoofdstuk 8 van de Subsidieregeling natuurbeheer
                                        Gelderland;</al></li><li nr="b."><al> hoofdstuk 8 van de Subsidieregeling natuurbeheer 2000 van
                                        de minister, of</al></li><li nr="c."><al> afdeling 5.1.2 van de Subsidieverordening natuur- en
                                        landschapsbeheer Gelderland, tenzij de
                                        inrichtingsmaatregelen niet van dien aard zijn dat de
                                        instandhouding van het bestaande landschapselement door die
                                        maatregelen onmogelijk wordt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Een investeringssubsidie als bedoeld in artikel 8, tweede lid,
                                wordt niet verstrekt voor zover op de landbouwgrond nog
                                verplichtingen rusten op grond van: </al><lijst><li nr="a."><al> hoofdstuk 5 van de Subsidieregeling agrarisch natuurbeheer
                                        Gelderland;</al></li><li nr="b."><al> hoofdstuk 4 van de Subsidieregeling agrarisch natuurbeheer
                                        van de minister, of</al></li><li nr="c."><al> hoofdstuk 4 van de Subsidieverordening natuur- en
                                        landschapsbeheer Gelderland.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> Een investeringssubsidie als bedoeld in artikel 8, derde lid,
                                onderdeel a, wordt niet verstrekt voor zover op het natuurterrein
                                nog verplichtingen rusten op grond van: </al><lijst><li nr="a."><al> hoofdstuk 4 van de Subsidieregeling natuurbeheer
                                        Gelderland, of</al></li><li nr="b."><al> hoofdstuk 4 van de Subsidieregeling natuurbeheer 2000 van
                                        de minister.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al> Een investeringssubsidie als bedoeld in artikel 8, derde lid,
                                onderdeel b, wordt niet verstrekt voor zover op het beheerpakket
                                landschap nog verplichtingen rusten op grond van: </al><lijst><li nr="a."><al> hoofdstuk 5 van de Subsidieregeling agrarisch natuurbeheer
                                        Gelderland;</al></li><li nr="b."><al> hoofdstuk 4 van de Subsidieregeling agrarisch natuurbeheer
                                        van de minister;</al></li><li nr="c."><al> de Regeling stimulering bosuitbreiding op
                                        landbouwgronden;</al></li><li nr="d."><al> de Beschikking ter zake van het uit productie nemen van
                                        bouwland, of</al></li><li nr="e."><al> afdeling 5.1.3 van de Subsidieverordening natuur- en
                                        landschapsbeheer.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9b (prétoets) </titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Gedeputeerde Staten kunnen bepalen dat een aanvraag voor een
                                investeringssubsidie pas kan worden ingediend indien die aanvraag
                                vergezeld gaat van een positief préadvies van de DLG omtrent de
                                wenselijkheid, alsmede de efficiëntie en effectiviteit, van de
                                voorgestelde investering.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Een aanvraag voor een investeringssubsidie als bedoeld in artikel
                                8, eerste lid, onderdeel a, of het vierde lid van dat artikel ten
                                behoeve van landbouwgrond die op de ambitiekaart is opgenomen onder
                                de aanduiding N00 of N00.01, kan pas worden ingediend indien: </al><lijst><li nr="a."><al> de begunstigde schriftelijk bij Gedeputeerde Staten
                                        aangeeft welk natuurbeheertype hij voornemens is op het
                                        betreffende natuurterrein te realiseren. De grenzen van het
                                        betreffende natuurterrein worden op een bijgevoegde kaart
                                        aangegeven;</al></li><li nr="b."><al> Gedeputeerde Staten hebben ingestemd met de realisatie van
                                        dat natuurbeheertype op het betreffende natuurterrein,
                                        én</al></li><li nr="c."><al> de ambitiekaart door Gedeputeerde Staten is aangepast zodat
                                        de realisatie van het natuurbeheertype op dat natuurterrein
                                        in overeenstemming is met het natuurbeheerplan.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> De onderdelen a tot en met c van het tweede lid zijn van
                                overeenkomstige toepassing indien een aanvraag voor een
                                investeringssubsidie als bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel
                                e, of het vierde lid van dat artikel wordt ingediend ten behoeve van
                                een natuurterrein dat op de ambitiekaart is opgenomen onder de
                                aanduiding N00 of N00.01.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 10 (aanvraag subsidie) </titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Een aanvraag tot subsidieverlening voor een investeringssubsidie
                                als bedoeld in artikel 8, eerste, tweede en derde lid gaat vergezeld
                                van een investeringsplan bestaande uit: </al><lijst><li nr="a."><al> een beschrijving van de uitgangssituatie;</al></li><li nr="b."><al> een vermelding welk van de in artikel 8 bedoelde
                                        investeringsdoelen het betreft;</al></li><li nr="c."><al> een omschrijving van de te treffen
                                        inrichtingsmaatregelen;</al></li><li nr="d."><al> de oppervlakte waarop de maatregelen zullen worden
                                        uitgevoerd;</al></li><li nr="e."><al> de motivering voor het treffen van de maatregelen;</al></li><li nr="f."><al> de met de maatregelen beoogde eindsituatie van het terrein,
                                        waarbij minimaal het beoogde beheertype en de oppervlakte
                                        daarvan wordt aangegeven;</al></li><li nr="g."><al> een beschrijving van de in stand te houden, te verbeteren,
                                        aan te leggen, of te verwijderen wegen en paden</al></li><li nr="h."><al> een tijdplanning waarbinnen de inrichtingsmaatregelen
                                        worden gerealiseerd</al></li><li nr="i."><al> een gespecificeerde begroting</al></li><li nr="j."><al> één of meerdere topografische kaarten met een schaal van
                                        ten hoogste 1:10.000 waarop de grenzen van het
                                        natuurterrein, de landbouwgrond, het landschapselement of
                                        het beheerpakket landschap waarvoor de subsidie wordt
                                        aangevraagd is aangegeven;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Indien dit nodig is voor de beoordeling van de aanvraag kunnen
                                Gedeputeerde Staten de aanvrager om aanvullende informatie
                                vragen.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Onverminderd artikel 9, zesde lid, gaat een aanvraag tot verlening
                                van een investeringssubsidie als bedoeld in artikel 8 vergezeld van
                                een verklaring van geen bezwaar van: </al><lijst><li nr="a."><al> de eigenaar van het betreffende natuurterrein, de
                                        landbouwgrond, het landschapselement of het beheerpakket
                                        landschap, én, in voorkomend geval,</al></li><li nr="b."><al> de erfpachter van het betreffende natuurterrein, de
                                        landbouwgrond, het landschapselement of het beheerpakket
                                        landschap, indien de aanvrager een ander is dan de eigenaar.
                                        Onderdeel b is niet van toepassing indien de aanvraag wordt
                                        ingediend door de erfpachter, bedoeld in dat onderdeel.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> Een aanvraag tot subsidieverlening voor een investeringssubsidie
                                door een begunstigde als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel
                                a, onder v., of een samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 9,
                                eerste lid, onderdeel b, waar een hiervoor bedoelde begunstigde deel
                                van uitmaakt, dient voor het betreffende natuurterrein tevens
                                vergezeld te gaan van een overeenkomst met de
                                Landinrichtingscommissie.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al> Een aanvraag tot subsidieverlening voor een investeringssubsidie
                                als bedoeld in artikel 8, vierde lid gaat vergezeld van: </al><lijst><li nr="a."><al> een lijst van de natuurterreinen of landschapselementen ten
                                        behoeve waarvan de bedoelde investeringen worden
                                        verricht;</al></li><li nr="b."><al> een vermelding van de natuurbeheertypes of
                                        landschapselementen waarop de investeringen betrekking
                                        hebben, bij voorkeur per natuurterrein of
                                        landschapselement;</al></li><li nr="c."><al> een vermelding welk van de in artikel 8, eerste lid,
                                        bedoelde investeringsdoelen het betreft, bij voorkeur per
                                        natuurterrein of landschapselement;</al></li><li nr="d."><al> een vermelding van de natuurterreinen waarop een
                                        investering als bedoeld in artikel 8, derde lid, onderdeel
                                        a, betrekking heeft;</al></li><li nr="e."><al> een vermelding per natuurterrein of landschapselement van
                                        de oppervlakte waarop de investeringen betrekking
                                        hebben;</al></li><li nr="f."><al> een vermelding per natuurterrein of landschapselement van
                                        de hoogte van de investering;</al></li><li nr="g."><al> een vermelding van de looptijd van het totale programma en
                                        per natuurterrein of landschapselement de spreiding van de
                                        verschillende investeringen binnen die looptijd;</al></li><li nr="h."><al> één of meerdere elektronische kaarten met daarop de
                                        buitengrenzen van het natuurterrein of het landschapselement
                                        waarvoor de investeringssubsidie wordt aangevraagd.
                                        Gedeputeerde Staten kunnen nadere technische
                                        specificaties</al><al/><al> vaststellen waaraan de in de eerste volzin bedoelde kaarten
                                        moeten voldoen.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 11 (subsidievoorwaarden) </titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Een investeringssubsidie kan worden verleend indien is voldaan aan
                                de volgende voorwaarden: </al><lijst><li nr="a."><al> de betreffende maatregelen in het investeringsplan,
                                        onderscheidenlijk het programma, dragen naar het oordeel van
                                        Gedeputeerde Staten bij aan de realisatie van het op basis
                                        van artikel 10, eerste lid, onderdeel b, onderscheidenlijk
                                        artikel 10, vijfde lid, onderdeel c, omschreven en in
                                        artikel 8 bedoelde investeringsdoel;</al></li><li nr="b."><al> het op basis van artikel 10, eerste lid, onderdeel b,
                                        onderscheidenlijk artikel 10, vijfde lid, onderdeel c,
                                        omschreven en in artikel 8 bedoelde investeringsdoel is in
                                        overeenstemming met het natuurbeheerplan of beheerplan zoals
                                        dat op de datum van aanvraag van de betreffende subsidie
                                        gold;</al></li><li nr="c."><al> de maatregelen die het investeringsplan, onderscheidenlijk
                                        het programma, beschrijft realiseren deze omzetting,
                                        verhoging van de kwaliteit, realisatie of aanleg als vermeld
                                        in onderdeel a efficiënt en effectief;</al></li><li nr="d."><al> er is geen aanvang gemaakt met de uitvoering van de
                                        inrichtingsmaatregelen vóórdat: </al><lijst><li nr="i."><al> de taxatie, bedoeld in artikel 20, derde lid, door
                                                de DLG is uitgevoerd, indien de aanvraag voor een
                                                investeringssubsidie vergezeld gaat van een aanvraag
                                                voor een subsidie functieverandering als bedoeld in
                                                artikel 15, dan wel</al></li><li nr="ii."><al> de ontvangst van de aanvraag voor
                                                investeringssubsidie door of namens Gedeputeerde
                                                Staten is bevestigd, voor zover het andere gevallen
                                                dan onder i. betreft;</al></li></lijst></li><li nr="e."><al> de inrichtingsmaatregelen als bedoeld in artikel 8, eerste
                                        lid, onderdeel a tot en met e leiden tot: </al><lijst><li nr="i."><al> een natuurbeheertype dat voldoet aan de betreffende
                                                eisen zoals opgenomen in de Index natuur en
                                                landschap;</al></li><li nr="ii."><al> een agrarisch beheerpakket, beheerpakket landschap
                                                of landschapselement dat voldoet aan de betreffende
                                                instapeisen zoals opgenomen in de Subsidieregeling
                                                natuur- en landschapsbeheer Gelderland.</al></li></lijst></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Onverminderd het eerste lid kan een investeringssubsidie als
                                bedoeld in artikel 8 slechts worden verleend indien de aanvrager
                                schriftelijk verklaart ten minste zes jaar na afronding van de
                                inrichtingsmaatregelen, bedoeld in het eerste lid, beheer gericht op
                                de instandhouding van het natuurbeheertype of het landschapselement,
                                dan wel de uitvoering van een agrarisch beheerpakket of beheerpakket
                                landschap, te blijven voeren. Deze verplichting vervalt voor zover
                                hij voor die instandhouding onderscheidenlijk uitvoering een
                                corresponderende subsidie op grond van de Subsidieverordening
                                natuur- en landschapsbeheer Gelderland heeft aangevraagd en
                                ontvangt. De subsidieaanvraag op basis van de voornoemde verordening
                                wordt ingediend in de eerstvolgende openstellingsperiode na het
                                indienen van de aanvraag tot subsidievaststelling, bedoeld in
                                artikel 14c.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Indien een subsidieontvanger subsidie ontvangt op grond van een
                                aanvraag als bedoeld in het tweede lid, tweede volzin, en de
                                beschikking tot subsidieverlening wordt ingetrokken omdat de
                                subsidieontvanger toerekenbaar niet voldaan heeft aan de
                                subsidieverplichtingen, dan is voor de resterende periode de in het
                                tweede lid, eerste volzin, bedoelde instandhoudings- respectievelijk
                                uitvoeringsplicht weer van toepassing tot de termijn van zes jaar na
                                afronding van de inrichtingsmaatregelen is verstreken.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 12 (subsidieverplichtingen)</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De ontvanger van een investeringssubsidie: </al><lijst><li nr="a."><al> realiseert de investering conform het goedgekeurde
                                        investeringsplan;</al></li><li nr="b."><al> brengt jaarlijks een schriftelijk verslag uit aan
                                        Gedeputeerde Staten over de inhoudelijke en financiële
                                        voortgang van de activiteiten, tenzij alle
                                        inrichtingsmaatregelen binnen één jaar zijn afgerond.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De investeringssubsidie als bedoeld in artikel 8, vierde lid, wordt
                                verleend onder de voorwaarde dat binnen een termijn van één maand na
                                de datum van bekendmaking van de subsidieverlening de bij de
                                subsidieverlening behorende uitvoeringsovereenkomst, zoals bedoeld
                                in artikel 4:36 van de Algemene wet bestuursrecht en die onderdeel
                                uitmaakt van deze beschikking, wordt gesloten.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Indien een subsidie wordt verstrekt door toepassing van artikel 9,
                                zesde lid, heeft de subsidieontvanger de verplichting voor 1 januari
                                2015 alsnog voor het onderdeel projecten het certificaat te
                                verkrijgen.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> Indien een aanvraag is gedaan conform artikel 10, zesde lid, maken
                                Gedeputeerde Staten en de subsidieontvanger in de overeenkomst als
                                bedoeld in het tweede lid afspraken over de wijze waarop gedurende
                                de looptijd van het programma een invulling</al><al/><al> wordt gegeven aan een specificatie van de onderdelen genoemd in
                                artikel 10, vijfde lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 13 (subsidiabele en niet-subsidiabele kosten) </titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De volgende kosten komen, inclusief btw voor zover verrekening niet
                                mogelijk is, in aanmerking voor subsidie: </al><lijst><li nr="a."><al> kosten voor het door derden laten opstellen van het
                                        investeringsplan, onderscheidenlijk het goedgekeurde
                                        programma van éénmalige investeringen, bedoeld in artikel 8,
                                        vierde lid;</al></li><li nr="b."><al> maatregelen voor herstel of aanleg van landschappelijke
                                        elementen;</al></li><li nr="c."><al> maatregelen gericht op de wijziging van de
                                        waterhuishouding;</al></li><li nr="d."><al> grondverzet;</al></li><li nr="e."><al> het plaatsen van een raster;</al></li><li nr="f."><al> afvoer van grond;</al></li><li nr="g."><al> de verwijdering van opstallen;</al></li><li nr="h."><al> de verwijdering van begroeiing en beplanting;</al></li><li nr="i."><al> maatregelen tot wijziging van de feitelijke bereikbaarheid
                                        van een natuurterrein, waaronder in ieder geval is begrepen
                                        de aanleg of het herstel van wegen en paden;</al></li><li nr="j."><al> aanloopbeheer;</al></li><li nr="k."><al> overige maatregelen voorzover noodzakelijk in verband met
                                        de desbetreffende investering.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De volgende kosten komen niet in aanmerking voor subsidie: </al><lijst><li nr="a."><al> kosten voor de verwijdering van bodemverontreiniging of
                                        afval;</al></li><li nr="b."><al> kosten voor de bouw van opstallen;</al></li><li nr="c."><al> kosten voor de aanschaf van machines;</al></li><li nr="d."><al> kosten voor de aanschaf of plaatsing van recreatieve
                                        voorzieningen;</al></li><li nr="e."><al> kosten voor de aanleg van parkeergelegenheid;</al></li><li nr="f."><al> kosten voor het wegwerken van achterstallig onderhoud;</al></li><li nr="g."><al> kosten voor de aanschaf van materialen, anders dan ten
                                        behoeve van het treffen van maatregelen als bedoeld in het
                                        eerste lid;</al></li><li nr="h."><al> kosten verband houdend met de uitvoering van wettelijke
                                        verplichtingen of een bestaand(e) (publiekrechtelijk)
                                        convenant, regeling of afspraak.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 14 (hoogte investeringssubsidie) </titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Alleen de werkelijk gemaakte kosten zijn subsidiabel.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De subsidie is maximaal 95% van de subsidiabele kosten.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Gedeputeerde Staten kunnen, in afwijking van de voorgaande leden,
                                een maximum bedrag aan subsidiabele kosten per hectare
                                vaststellen.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 14a (beschikking tot subsidieverlening)</titel></kop><al>Een beschikking tot verlening van een investeringssubsidie vermeldt in
                            elk geval:</al><lijst><li nr="a."><al> in hoeverre het investeringsplan in uitvoering kan worden
                                    genomen;</al></li><li nr="b."><al> het bedrag waarop de investeringssubsidie ten hoogste kan
                                    worden vastgesteld; en</al></li><li nr="c."><al> de tijdplanning waarbinnen de inrichtingsmaatregelen in hun
                                    geheel gerealiseerd dienen te zijn.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 14b (bevoorschotting)</titel></kop><lid><lidnr>2</lidnr><al> Gedeputeerde Staten kunnen jaarlijks op aanvraag een voorschot
                                verlenen, mits: </al><lijst><li nr="a."><al> de goedgekeurde tijdplanning waarbinnen de
                                        inrichtingsmaatregelen worden gerealiseerd meer dan één jaar
                                        bedraagt;</al></li><li nr="b."><al> de hoogte van het toe te kennen voorschot minimaal € 500,--
                                        en maximaal 50% van de totale investeringssubsidie
                                        bedraagt;</al></li><li nr="c."><al> de aanvraag vergezeld gaat van een overzicht van de
                                        gemaakte kosten en de betalingsbewijzen daarvan.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Indien een aanvraag tot bevoorschotting ertoe zou leiden dat in
                                totaal voor meer dan 95% van de totale investeringssubsidie aan
                                voorschotten zou worden verstrekt, wordt die aanvraag slechts
                                gehonoreerd tot het maximum van 95% van de totale
                                investeringssubsidie bereikt is.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 14c (subsidievaststelling)</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De subsidieontvanger dient een aanvraag tot subsidievaststelling in
                                binnen zes maanden na: </al><lijst><li nr="a."><al> afronding van de inrichtingsmaatregelen, of</al></li><li nr="b."><al> afloop van de goedgekeurde looptijd van het programma van
                                        éénmalige investeringen, indien het een subsidie als bedoeld
                                        in artikel 8, vierde lid, betreft.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De aanvraag gaat in elk geval vergezeld van een verklaring dat de
                                inrichtingsmaatregelen zijn uitgevoerd conform het goedgekeurde
                                investeringsplan onderscheidenlijk het goedgekeurde programma,
                                alsmede van een overzicht van de gemaakte kosten en de
                                betalingsbewijzen daarvan, voor zover dat overzicht en die kosten
                                niet reeds gemaakt onderscheidenlijk verantwoord zijn op grond van
                                een aanvraag als bedoeld in artikel 14b.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Gedeputeerde Staten kunnen nadere eisen stellen aan een aanvraag
                                als bedoeld in het eerste lid van het onderhavige artikel.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 14d (overdracht) </titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Indien een ontvanger van een investeringssubsidie gedurende de
                                periode waarvoor die subsidie is verleend het betreffende
                                natuurterrein dan wel de betreffende landbouwgrond overdraagt aan
                                een derde, en hij daardoor niet langer in staat is de
                                investeringsmaatregelen te realiseren, kan de betreffende
                                subsidieverlening worden gewijzigd in een subsidieverlening aan die
                                derde, mits: </al><lijst><li nr="a."><al> zij hier gezamenlijk binnen vier weken na de overdracht
                                        schriftelijk om verzoeken, én</al></li><li nr="b."><al> de derde verklaart met ingang van de datum van overdracht
                                        te treden in de aan de subsidieverlening verbonden rechten
                                        en plichten.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Uiterlijk zes weken ná het verzoek, bedoeld in het eerste lid,
                                onderdeel a, dient de subsidieontvanger een overzicht in van de door
                                hem vóór de overdracht gemaakte subsidiabele kosten, alsmede de
                                betalingsbewijzen daarvan, voor zover deze betrekking hebben op het
                                overgedragen natuurterrein dan wel de overgedragen
                                landbouwgrond.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Indien er sprake is van een gedeeltelijke overdracht van het
                                natuurterrein dan wel de landbouwgrond, honoreren Gedeputeerde
                                Staten een verzoek als bedoeld in het eerste lid slechts voor zover
                                de investeringsmaatregelen die op zowel het overgedragen deel als
                                het resterende deel worden uitgevoerd elk afzonderlijk leiden tot de
                                realisatie van een beheertype.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 4 Subsidie functieverandering </titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 15 (grondslag subsidie functieverandering)</titel></kop><al>Gedeputeerde Staten kunnen op aanvraag subsidie verstrekken voor de
                            waardedaling van grond ten gevolge van:</al><lijst><li nr="a."><al> de omzetting van landbouwgrond in natuurterrein;</al></li><li nr="b."><al> de omzetting van landbouwgrond ten behoeve van de
                                    daaropvolgende aanleg van een landschapselement of realisatie
                                    van een beheerpakket landschap.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 16 (begunstigden)</titel></kop><al>Een subsidie functieverandering kan worden verstrekt aan eigenaren van
                            landbouwgrond, met uitzondering van: </al><lijst><li nr="a."><al> eigenaren die subsidie hebben ontvangen voor de verwerving van
                                    de betreffende landbouwgrond of die de betreffende landbouwgrond
                                    om niet van een overheidsorgaan hebben geleverd gekregen;</al></li><li nr="b."><al> eigenaren aan wie voor de betreffende grond reeds eerder een
                                    subsidie functieverandering is verstrekt op grond van de
                                    onderhavige verordening, de Subsidieregeling natuurbeheer
                                    Gelderland of de Subsidieregeling natuurbeheer 2000 van de
                                    minister.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 16a (uitsluitingen) </titel></kop><al>Een subsidie functieverandering als bedoeld in artikel 15 wordt niet
                            verstrekt voor zover op de landbouwgrond nog verplichtingen rusten op
                            grond van de:</al><lijst><li nr="a."><al> de Subsidieregeling agrarisch natuurbeheer Gelderland;</al></li><li nr="b."><al> de Subsidieregeling agrarisch natuurbeheer van de minister;
                                    hoofdstuk 4 of afdeling 5.1.3 van de Subsidieverordening natuur-
                                    en landschapsbeheer Gelderland;</al></li><li nr="e."><al> de Regeling stimulering bosuitbreiding op landbouwgronden,
                                    of</al></li><li nr="f."><al> de Beschikking ter zake van het uit productie nemen van
                                    bouwland.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 17 (aanvraag subsidie)</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De aanvraag tot subsidieverlening gaat in ieder geval vergezeld van
                                één of meerdere topografische kaarten met een schaal van ten hoogste
                                1:10.000 waarop de grenzen van de landbouwgrond waarvoor de subsidie
                                wordt aangevraagd zijn aangegeven, alsmede de op die landbouwgrond
                                gelegen wegen en paden.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Indien dit nodig is voor de beoordeling van de aanvraag kunnen
                                Gedeputeerde Staten de aanvrager om aanvullende informatie
                                vragen.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Indien op de landbouwgrond waarvoor een subsidie functieverandering
                                is aangevraagd een recht van hypotheek is gevestigd, gaat een
                                aanvraag tot subsidieverlening vergezeld van een verklaring van geen
                                bezwaar van de natuurlijke of rechtspersoon die het recht van
                                hypotheek toekomt.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> Bij de in het eerste lid bedoelde aanvraag wordt een realisatieplan
                                gevoegd indien die aanvraag niet tevens vergezeld gaat van een
                                aanvraag voor een investeringssubsidie als bedoeld in artikel 8,
                                eerste lid, onderdeel a of b, voor de betreffende
                                landbouwgrond.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al> In het realisatieplan beschrijft de begunstigde in elk geval op
                                welke wijze hij voornemens is het na de functieverandering ontstane
                                natuurterrein, het aan te leggen landschapselement of het te
                                realiseren beheerpakker landschap te ontwikkelen en te beheren.
                                Gedeputeerde Staten kunnen nadere eisen stellen aan het
                                realisatieplan.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 18 (subsidievoorwaarden) </titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Een subsidie functieverandering kan worden verstrekt indien is
                                voldaan aan de volgende voorwaarden: </al><lijst><li nr="a."><al> de subsidie is bedoeld voor de omzetting van landbouwgrond
                                        als bedoeld in artikel 15;</al></li><li nr="b."><al> de functieverandering dient niet tot uitvoering van
                                        wettelijke verplichtingen of een bestaand(e)
                                        (publiekrechtelijk) convenant, regeling of afspraak;</al></li><li nr="c."><al> de functieverandering is in overeenstemming met het
                                        natuurbeheerplan zoals dat op de datum van aanvraag van de
                                        subsidie functieverandering gold;</al></li><li nr="d."><al> de in het realisatieplan beschreven wijze van ontwikkeling
                                        en beheer van het natuurterrein, het landschapselement of
                                        het beheerpakket landschap draagt naar het oordeel van
                                        Gedeputeerde Staten voldoende bij aan de doelstellingen
                                        zoals opgenomen in het natuurbeheerplan.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Een subsidie functieverandering wordt niet verstrekt indien: </al><lijst><li nr="a."><al> de aanvraag voor de subsidie functieverandering vergezeld
                                        gaat van een aanvraag voor een investeringssubsidie als
                                        bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel a of b, of het
                                        derde lid van dat artikel, én</al></li><li nr="b."><al> de aanvraag voor die investeringssubsidie wordt afgewezen
                                        omdat niet voldaan is aan de voorwaarden, bedoeld in artikel
                                        11, doch slechts</al></li><li nr="c."><al> voor zover die investeringssubsidie betrekking had op de
                                        landbouwgrond waarvoor de subsidie functieverandering is
                                        aangevraagd.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 19 (Subsidieverplichtingen)</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De subsidie functieverandering wordt verleend onder de voorwaarde
                                dat: </al><lijst><li nr="1."><al> binnen een termijn van één jaar na de datum van verzending
                                        of uitreiking van de beschikking tot subsidieverstrekking
                                        een overeenkomst tussen de subsidieontvanger en de provincie
                                        Gelderland tot stand komt waarin is opgenomen: </al><lijst><li nr="a."><al> de verplichting van de eigenaar van de grond de
                                                betreffende grond niet te gebruiken of te doen
                                                gebruiken als landbouwgrond en overigens datgene na
                                                te laten wat de ontwikkeling van het te realiseren
                                                natuurbeheertype dan wel landschapselement en de
                                                daaropvolgende instandhouding daarvan op de
                                                desbetreffende grond in gevaar brengt of
                                                verstoort;</al></li><li nr="b."><al> dat de verplichtingen, bedoeld onder a, zullen
                                                overgaan op degene die de grond onder algemene of
                                                bijzondere titel zullen verkrijgen en eveneens
                                                gelden voor degene die van de rechtshebbende een
                                                recht op het gebruik van de grond verkrijgen;</al></li></lijst></li><li nr="2."><al> de overeenkomst, bedoeld in onderdeel 1, wordt ingeschreven
                                        in de openbare registers;</al></li><li nr="3."><al> de subsidieontvanger binnen een termijn van één jaar na de
                                        subsidieverlening met het Nationaal Groenfonds een
                                        overeenkomst tot voorfinanciering afsluit waarin is
                                        opgenomen: </al><lijst><li nr="a."><al> de verplichting van de subsidieontvanger het
                                                bedrag, bedoeld in artikel 20, eerste lid, in zijn
                                                geheel voor te laten financieren door het Nationaal
                                                Groenfonds;</al></li><li nr="b."><al> de verplichting van het Nationaal Groenfonds het
                                                bedrag bedoeld in artikel 20, eerste lid, in zijn
                                                geheel te betalen binnen acht weken nadat zowel de
                                                desbetreffende overeenkomst is getekend als de
                                                overeenkomst, bedoeld in onderdeel 1, is
                                                ingeschreven in de openbare registers.</al></li></lijst></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Gedeputeerde Staten kunnen, na overleg met het Nationaal
                                Groenfonds, in de beschikking tot subsidieverstrekking bepalen dat
                                het eerste lid, onderdeel 3, niet van toepassing is.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> In een geval als bedoeld in het tweede lid zullen Gedeputeerde
                                Staten het in artikel 20, eerste lid, bedoelde bedrag in zijn geheel
                                betalen binnen acht weken nadat de overeenkomst, bedoeld in het
                                eerste lid, onderdeel 1 van het onderhavige artikel, is ingeschreven
                                in de openbare registers.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 20 (vaststelling subsidie functieverandering)</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De hoogte van de subsidie functieverandering is maximaal 85% van de
                                waarde van de landbouwgrond.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Gedeputeerde Staten bepalen het bedrag, bedoeld in het eerste lid,
                                aan de hand van een taxatie.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> De waarde van de landbouwgrond als bedoeld in het eerste lid wordt
                                bepaald op basis van een taxatie uitgevoerd door de DLG. Bij deze
                                taxatie wordt uitgegaan van de waarde in het economisch verkeer bij
                                agrarische bestemming en wordt als peildatum gehanteerd de eerste
                                dag van de maand waarin de aanvraag is ontvangen. Indien de aanvraag
                                onvolledig of onjuist is wordt als peildatum aangehouden de eerste
                                dag van de maand waarin de aanvraag is gecompleteerd.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> De kosten voor de inschrijving in de openbare registers van de
                                overeenkomst, bedoeld in artikel 19, onderdeel 1, alsmede de kosten
                                die voortvloeiend uit de overeenkomst, bedoeld in artikel 19,
                                onderdeel 3, komen voor rekening van de provincie.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 5 Slotbepalingen </titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 21 (toezicht op naleving subsidieverplichtingen)</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens
                                deze verordening zijn de bij besluit van Gedeputeerde Staten
                                aangewezen ambtenaren belast.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Van een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt mededeling
                                gedaan door plaatsing in het Provinciaal Blad.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 22 (inwerkingtreding)</titel></kop><al>Deze subsidieregeling treedt met terugwerkende kracht in werking op 1
                            januari 2010, met dien verstande dat op aanvragen die zijn ingediend
                            voor de datum van publicatie van deze verordening in het Provinciaal
                            Blad de Subsidieverordening Natuur- en Landschapsbeheer Gelderland 2009
                            van toepassing blijft.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 23 (citeertitel) </titel></kop><al>Deze subsidieregeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling
                            kwaliteitsimpuls natuur en landschap Gelderland.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Provinciale Staten van Gelderland</al></slotformulering></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>