<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR118833_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Referendumverordening Ouder-Amstel 2011</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Ouder-Amstel</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-12-05</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Ouder-Amstel</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Weekblad voor Ouder-Amstel 12 oktober 2011</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Referendumverordening</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet artikel 149</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2011-10-06</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2011-10-13</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2011/40</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Referendumverordening Ouder-Amstel 2011</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Ouder-Amstel,</al><al>Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 7 juni 2011, nummer
                        2011/40,</al><al>gelet op artikel 149 van de Gemeentewet,</al><al>gehoord het advies van de werkgroep Referendumverordening;</al><al><vet>besluit :</vet></al><al>vast te stellen de volgende Referendumverordening Ouder-Amstel 2011.</al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>concept raadsbesluit: een aan de raad voorgelegd besluit dat op de
                                agenda van de raadsvergadering is opgenomen;</al></li><li nr="b."><al>referendum: stemming waarbij de kiesgerechtigden zich uitspreken
                                over een concept raadsbesluit;</al></li><li nr="c."><al>kiesgerechtigden: diegenen die stemrecht hebben voor de verkiezing
                                van de leden van de raad.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Referendabele besluiten</titel></kop><al>Concept raadsbesluiten kunnen onderwerp zijn van een referendum, met
                        uitzondering van besluiten:</al><lijst><li nr="a."><al>over individuele kwesties, zoals benoemingen, ontslagen,
                                schorsingen, kwijtscheldingen en schenkingen;</al></li><li nr="b."><al>over de hoogte van geldelijke voorzieningen voor ambtsdragers,
                                gewezen ambtsdragers en hun nabestaanden;</al></li><li nr="c."><al>de vaststelling, wijziging of intrekking van de
                                arbeidsvoorwaardenregeling en daaruit voortvloeiende besluiten met
                                betrekking tot de griffier en de medewerkers van de griffie;</al></li><li nr="d"><al>over de vaststelling van de gemeentelijke begroting en de rekening;</al></li><li nr="e."><al>over de vaststelling van gemeentelijke tarieven en belastingen;</al></li><li nr="f."><al>over het voor kennisgeving aannemen van notities en rapporten;</al></li><li nr="g."><al>in het kader van deze verordening;</al></li><li nr="h."><al>ter uitvoering van een besluit van een hoger bestuursorgaan of de
                                wetgever waaromtrent de raad geen beleidsvrijheid heeft;</al></li><li nr="i."><al>tot het aangaan, opheffen of wijzigen van gemeenschappelijke
                                regelingen;</al></li><li nr="j."><al>die naar het oordeel van de raad hun grondslag vinden in een eerder
                                genomen besluit waarover een referendum is gehouden of kon worden
                                gehouden; of</al></li><li nr="k."><al>waarvan de raad van mening is dat andere dringende redenen
                                aanleiding zijn om geen referendum te houden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Samenstelling referendumcommissie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een besluit tot toelating van het inleidend verzoek als bedoeld
                            in artikel 5 is genomen, stelt de raad een onafhankelijke
                            referendumcommissie in.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De referendumcommissie bestaat uit vijf raads- en/of commissieleden en
                            kiest uit haar midden een voorzitter. Bij het staken van stemmen is de
                            stem van de voorzitter doorslaggevend.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De commissie wordt ondersteund door de griffier of een door de griffier
                            aan te wijzen medewerker van de griffie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Taken referendumcommissie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De commissie heeft tot taak:</al><lijst><li nr="a."><al>de raad een voorstel te doen voor de vraagstelling van een
                                    referendum;</al></li><li nr="b."><al>toezicht te houden op de uitvoering van de verordening en de
                                    organisatie van het referendum;</al></li><li nr="c."><al>toezicht te houden op de objectiviteit van de door de gemeente
                                    te verstrekken voorlichting;</al></li><li nr="d."><al>te adviseren over besteding en verdeling van het beschikbare
                                    budget;</al></li><li nr="e."><al>de raad te adviseren over de evaluatie van het gehouden
                                    referendum.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Inleidend verzoek</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een inleidend verzoek om een referendum te houden wordt uiterlijk één
                            week voor de plenaire behandeling van het concept raadsbesluit bij de
                            raad ingediend. Het verzoek is voorzien van een dagtekening en vermeldt
                            om welk concept besluit het gaat.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verzoek wordt ondersteund door ten minste 2% van het aantal
                            kiesgerechtigden. Elke handtekening gaat vergezeld van een daarbij
                            behorende naam, adres, woonplaats en geboortedatum.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De in het tweede lid bedoelde ondersteuningsverklaringen worden
                            geplaatst op een daartoe door de griffie verstrekt standaard
                            formulier.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Zo spoedig mogelijk na binnenkomst van een verzoek als bedoeld in het
                            eerste lid verzoekt de griffier het college om te onderzoeken of het
                            verzoek door een voldoende aantal kiezers is gedaan.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Indien het verzoek voldoet aan het bepaalde in de voorgaande leden,
                            beslist de raad, met in achtneming van artikel 2, of het verzoek tot het
                            houden van een referendum wordt ingewilligd.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Als het verzoek wordt ingewilligd, wordt het concept raadsbesluit waarop
                            het referendumverzoek betrekking heeft in de vergadering van de raad
                            plenair behandeld.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De stemming over het concept raadsbesluit, zoals dat luidt na verwerking
                            van de aanvaarde amendementen, wordt aangehouden tot de eerstvolgende
                            vergadering na de dag waarop het referendum wordt gehouden, tenzij
                            eerder negatief over de ontvankelijkheid van het referendumverzoek wordt
                            beslist.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Definitief verzoek</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Kiesgerechtigden dienen na de dag dat de raad het besluit bedoeld in
                            artikel 5, vijfde lid, heeft genomen, een definitief verzoek om een
                            referendum te houden in.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een definitief verzoek tot het houden van een referendum kan worden
                            ingediend door ten minste 10% van het aantal kiesgerechtigden via het
                            plaatsen van hun handtekening op een handtekeninglijst of via het
                            inzenden van een ondersteuningsverklaring met gebruikmaking van
                            DigiD.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Artikel 5, tweede lid, tweede volzin en artikel 5 derde lid, zijn van
                            toepassing.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De handtekeninglijst is gedurende zes weken beschikbaar in het
                            gemeentehuis. Het inzenden van een ondersteuningsverklaring met
                            gebruikmaking van DigiD is in dezelfde periode van zes weken
                            mogelijk.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De in het vierde lid genoemde termijn van zes weken vangt aan op een
                            door het college, in overeenstemming met de raad, bekend te maken dag.
                            In de bekendmaking wordt aangegeven op welke locatie en gedurende welke
                            tijdstippen de handtekeninglijst beschikbaar is en via welke
                            internetpagina digitale ondersteuning mogelijk is.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Bij het plaatsen van een handtekening op een lijst dient de
                            kiesgerechtigde zich te legitimeren met een geldig
                            identiteitsbewijs.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>In overleg met de referendumcommissie wordt periodiek onderzocht in
                            hoeverre de geplaatste handtekeningen en ingezonden
                            ondersteuningsverklaringen geldig zijn.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Indien het verzoek niet voldoende wordt ondersteund, stelt de
                            referendumcommissie de raad voor het verzoek niet-ontvankelijk te
                            verklaren.</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>Als het definitieve verzoek voldoende wordt ondersteund, neemt de raad
                            zo spoedig mogelijk een beslissing op het verzoek. Indien de raad van
                            oordeel is dat er na het besluit over het inleidend verzoek sprake is
                            van nieuwe feiten of omstandigheden van substantiële aard, kan hij het
                            verzoek, gehoord de referendumcommissie, alsnog afwijzen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Datum</titel></kop><al>De raad stelt tegelijk met het besluit om een referendum te houden, of zo
                        spoedig mogelijk daarna, gehoord het college, de dag vast waarop het
                        referendum wordt gehouden. In beginsel wordt het referendum – behoudens
                        dringende redenen - gehouden gelijktijdig met de eerstvolgende verkiezingen
                        van de Tweede Kamer, Provinciale Staten, het Europees Parlement of
                        gemeenteraad.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Vraagstelling</titel></kop><al>Tenzij de raad anders besluit wordt bij het referendum aan de
                        kiesgerechtigden de vraag voorgelegd of zij vóór of tegen het concept
                        raadsbesluit zijn.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Budget</titel></kop><al>Nadat is besloten tot het houden van een referendum, brengt de raad een
                        bedrag op de begroting voor voorlichting en organisatie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Uitvoering</titel></kop><al>Het college is belast met de organisatie en uitvoering van het
                        referendum.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Procedure stemming</titel></kop><al>De bepalingen van de Kieswet en het Kiesbesluit zijn op de gang van zaken
                        bij het referendum van overeenkomstige toepassing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Geldigheid van de uitslag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het referendum is geldig, indien het aantal geldig uitgebrachte stemmen
                            meer bedraagt dan 30 % van het aantal kiesgerechtigden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De uitslag van het referendum wordt berekend op basis van de gewone
                            meerderheid van het totale aantal uitgebrachte stemmen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Strafbepalingen</titel></kop><al>Met een hechtenis van ten hoogste drie maanden of een geldboete van de
                        tweede categorie wordt gestraft degene die:</al><lijst><li nr="a."><al>stembiljetten, volmachtbewijzen of stempassen namaakt of vervalst
                                met het oogmerk deze als echt en onvervalst te gebruiken of door
                                anderen te doen gebruiken;</al></li><li nr="b."><al>stembiljetten, volmachtbewijzen of stempassen die hij zelf heeft
                                nagemaakt of vervalst of waarvan de valsheid of vervalsing hem, toen
                                hij deze ontving, bekend was, opzettelijk als echt en onvervalst
                                gebruikt of door anderen doet gebruiken, dan wel deze met het
                                oogmerk om deze als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen
                                te doen gebruiken, in voorraad heeft met het met het oogmerk deze
                                wederrechtelijk te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;</al></li><li nr="c."><al>als gemachtigde stemt voor een persoon, wetende dat deze is
                                overleden;</al></li><li nr="d."><al>bij een verkiezing door gift of belofte een kiezer omkoopt om
                                volmacht te geven tot het uitbrengen zijn stem;</al></li><li nr="e."><al>stelselmatig personen aanspreekt of anderszins persoonlijk benadert
                                ten einde hen te bewegen het formulier op hun oproepingskaart,
                                bestemd voor het stemmen bij volmacht, te ondertekenen en deze kaart
                                af te geven.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze regeling treedt in werking op de dag na de bekendmaking daarvan onder
                        gelijktijdige intrekking van de Referendumverordening Ouder-Amstel
                        1994.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als 'Referendumverordening Ouder-Amstel
                        2011'.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Ouder-Amstel, 6 oktober 2011</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de raadsgriffier,</ondertekening><ondertekening>W.van Zanen</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>M.T.J. Blankers-Kasbergen</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><tussenkop>Toelichting</tussenkop><al>De verordening is geschreven vanuit de duale verhoudingen. Een referendum
                    verordening waarbij de mogelijkheid wordt gegeven een referendum te organiseren
                    over een concept raadsbesluit is bij uitstek een instrument van de raad. In de
                    verordening worden diverse taken niet gedelegeerd aan het college maar aan de
                    raad (c.q. griffie)</al><al>gelaten. De organisatie en uitvoering van het referendum zelf, nadat duidelijk
                    is dat dit er komt, ligt wel bij het college.</al><tussenkop>Toelichting per artikel </tussenkop><tussenkop>Artikel 1. Begripsbepalingen</tussenkop><lijst><li nr="a."><al>en b. Deze artikelen behoeven geen toelichting.</al></li><li nr="c."><al>Wat betreft de kiesgerechtigden is aangesloten bij degenen gerechtigd
                            zijn deel te nemen aan de raadsverkiezingen. Dit is geregeld in artikel
                            B3 en artikel J1 van de Kieswet. Een referendum is alleen mogelijk
                            binnen het grondgebied van de eigen gemeente.</al></li></lijst><tussenkop>Artikel 2. Referendabele besluiten</tussenkop><al>Alleen concept besluiten van de raad kunnen onderwerp van een referendum zijn.
                    De besluiten genomen door het college of door de burgemeester zijn niet
                    referendabel. Een aantal onderwerpen waarover de raad een besluit kan nemen,
                    lenen zich minder goed voor een referendum. In deze verordening is een lijst met
                    uitzonderingen opgenomen, gebaseerd op de ervaringen van onder meer de
                    Tijdelijke referendumwet en autonome gemeentelijke verordeningen. Enerzijds
                    dient voorkomen te worden dat de verordening een leeg instrument wordt waarbij
                    het praktisch onmogelijk wordt een referendum te organiseren. Anderzijds is het
                    voor de burger belangrijk dat duidelijk is over welke besluiten geen referendum
                    kan worden gehouden.</al><al>De algemene uitzonderingsgrond onder k. benadrukt en garandeert de
                    beoordelingsvrijheid van de raad. Deze uitzonderingsgrond kan bijvoorbeeld
                    toegepast worden indien er over het onderwerp al een Uniforme Openbare
                    Voorbereidingsprocedure is geweest, of in het geval van korte termijnen waarop
                    het besluit genomen moet worden of de mogelijkheid van grote financiële
                    claims.</al><tussenkop>Artikel 3. Samenstelling referendumcommissie</tussenkop><al>In het geval er een referendum wordt gehouden is het raadzaam dat er een
                    referendumcommissie wordt ingesteld. Het onderwerp wat ten grondslag ligt aan
                    het referenduminitiatief is doorgaans politiek gevoelig. Burgers zijn van mening
                    dat de raad gecorrigeerd dient te worden. Maar het is wel de gemeente die het
                    referendum en de voorlichting organiseert. Een ‘pettenprobleem’ komt in de
                    praktijk bij referenda vaak voor. Een onafhankelijke referendumcommissie kan dan
                    de neutrale derde partij zijn</al><al>die toeziet op de organisatie en uitvoering van het referendum.</al><tussenkop>Artikel 4. Taken referendumcommissie</tussenkop><al>Deze commissie heeft diverse adviserende taken gekregen. De commissie adviseert,
                    bij een inleidend verzoek, over de toelaatbaarheid van het onderwerp. Dit hangt
                    samen met de in artikel 2 opgenomen onderwerpen waarover geen referendum
                    gehouden kan worden. Verder doet zij een voorstel voor de vraagstelling van het
                    referendum. De vraag moet eenduidig zijn en begrijpelijk voor de burgers. Wat
                    betreft het toezicht op de objectiviteit van de door de gemeente verstrekte
                    voorlichting kan gedacht worden aan een bijv. een folder waarin argumenten pro
                    en contra worden genoemd. De bevoegdheid van de commissie strekt zich niet uit
                    tot de door de burgers gevoerde campagne. </al><al>De commissie heeft ook een rol bij de advisering van de verdeling van eventueel
                    beschikbaar gestelde subsidie en bij de evaluatie van gehouden referenda en van
                    referendumverzoeken welke niet tot een referendum hebben geleid. Deze taak is
                    een logisch gevolg van de toezichthoudende taak bij het hele
                    referendumproces.</al><tussenkop>Artikel 5. Inleidend verzoek</tussenkop><al>Kiesgerechtigden nemen het initiatief tot een referendum. Hiertoe kunnen zij een
                    verzoek indienen tot het houden van een referendum. Een referendum biedt de
                    burgers de mogelijkheid aan de noodrem te trekken als hun politieke
                    vertegenwoordigers een besluit dreigen te nemen dat in hun ogen verkeerd is. Het
                    is logisch dat burgers dan ook zelf kunnen beslissen wanneer dit noodzakelijk
                    is. In de verordening is gekozen voor een eenvoudige procedure. Het inleidend
                    verzoek wordt een week voor de</al><al>raadsvergadering ingediend bij de griffier en wordt later mogelijk gevolgd een
                    definitief verzoek. Het doel van het inleidend verzoek is tweeledig. De raad
                    moet op korte termijn beslissen of een onderwerp referendabel is en niet valt
                    onder de uitzonderingen genoemd in artikel 2. De referendumcommissie adviseert
                    hierbij. Daarnaast moet</al><al>aangetoond worden dat een onderwerp niet alleen maar leeft bij enkele mensen
                    maar op enig draagvlak in de gemeente kan steunen. Hiertoe worden een aantal
                    handtekeningen overlegd. Op korte termijn is het voor burgers dan duidelijk of
                    het zin heeft om handtekeningen te verzamelen ter ondersteuning van het
                    definitief verzoek.</al><al>De handtekeningen moeten worden geplaatst op van gemeentewege verstrekte
                    lijsten. Wat betreft de procedure van het inleidend verzoek moet allereerst een
                    termijn worden vastgesteld waarbinnen de handtekeningen moeten worden
                    ingeleverd. Hier is gekozen voor een korte termijn van één week voor de
                    raadsvergadering. De achterliggende gedachte is dat op deze manier in de
                    raadsvergadering zelf besloten kan worden of er voldoende geldige handtekeningen
                    zijn verzameld zodat de volgende fase in het proces (het definitieve verzoek)
                    kan ingaan.</al><tussenkop>Beslissing inleidend verzoek</tussenkop><al>Allereerst dient de raad, na advies van de referendumcommissie, vast te stellen
                    of het verzoek een besluit betreft waarover op grond van de verordening een
                    referendum niet is uitgezonderd. Vervolgens wordt beslist of het inleidend
                    verzoek is gedaan door het vereiste aantal kiesgerechtigden.</al><tussenkop>Artikel 6. Definitief verzoek</tussenkop><al>Als de raad van mening is dat het onderwerp referendabel is, zijn de
                    initiatiefnemers weer aan bod. Zij moeten een verzoek doen tot het houden van
                    een referendum en voldoende ondersteunende handtekeningen verzamelen. De
                    procedure is in grote lijnen gelijk aan die bij het inleidende verzoek. In de
                    verordening is de mogelijkheid opgenomen om via een elektronische handtekening
                    steun te verlenen aan een referendumverzoek. Het gebruik van DigiD zou voor
                    burgers die over deze handtekening beschikken drempelverlagend kunnen werken.
                    Voor hen is het eenvoudiger een referendumverzoek te ondersteunen via enkele
                    handelingen op de computer dan om naar het gemeentehuis te gaan om een
                    handtekening te zetten.</al><al>De raad controleert of er voldoende (geldige) handtekeningen zijn verzameld. De
                    toelaatbaarheid van het onderwerp is al eerder in de procedure, bij het
                    inleidend verzoek, getoetst. Een voldoende aantal handtekeningen zal dan ook een
                    positief besluit tot het houden van het referendum tot gevolg hebben.</al><tussenkop>Artikel 7. Datum</tussenkop><al>Het vaststellen van de datum waarop het referendum zal worden gehouden is
                    voorbehouden aan de raad. Van belang is dat er voldoende tijd is om het
                    referendum te organiseren (stemlokalen huren, bemensing stembureaus, drukwerk
                    etc.) en dat er enige ruimte is om vakantie perioden (juli/augustus,
                    december/januari) te overbruggen omdat deze niet geschikt zijn voor het houden
                    van een referendum.</al><al>Uit het oogpunt van kostenbesparing dient de datum in beginsel te vallen op</al><al>een dag waarop tevens andere verkiezingen worden gehouden. </al><tussenkop>Artikel 8. Vraagstelling</tussenkop><al>De raad beslist of en wanneer een referendum wordt gehouden en stelt ook de
                    vraagstelling vast. Het meest voor de hand ligt een vraagstelling welke
                    gekoppeld is met het voorgenomen besluit. Aan de kiezer wordt dan de vraag
                    voorgelegd of zij vóór of tegen het concept raadsbesluit, waarover het
                    referendum wordt gehouden, zijn. De vraagstelling moet wel voldoende duidelijk
                    zijn, de referendumcommissie heeft tot taak hierover adviseren. Het is mogelijk
                    om de vraagsteling tevens op te nemen op de stempas/oproepkaart.</al><tussenkop>Artikel 9. Budget</tussenkop><al>Er kan per referendum een budget worden vastgesteld. Naast een bedrag voor de
                    organisatie van het referendum zelf zal de voorlichting geld kosten. Dit betreft
                    zowel de voorlichting door de gemeente zelf (uitleg over het
                    conceptraadsbesluit) als de</al><al>voorlichting door verschillende belangengroeperingen waaronder de
                    initiatiefnemers van het referendum. De referendumcommissie heeft een
                    belangrijke adviserende rol. </al><tussenkop>Artikel 10. Uitvoering</tussenkop><al>Het feit dat het college is belast met de uitvoering, volgt uit de Gemeentewet
                    (artikel 160, eerste lid onder b). Tot de organisatie behoren diverse taken,
                    zowel de voorlichting over het onderwerp waarop het referendum ziet, als de
                    inrichting en bemensing van de stemlokalen en het drukken van de stembiljetten
                    en oproepkaarten/stempassen.</al><tussenkop>Artikel 11. Procedure stemming</tussenkop><al>Het ligt voor de hand om voor de procedures rond de stemming aan te sluiten bij
                    de gang van zaken bij de raadsverkiezingen en dit niet allemaal opnieuw per
                    verordening te regelen. Vandaar dat de Kieswet en het Kiesbesluit van
                    overeenkomstige toepassing zijn. Dit omvat het hele proces van de termijn waarop
                    bij de kiesgerechtigden de oproepkaart/stempas voor het referendum bezorgd dient
                    te zijn als de werkwijze in het stembureau en de vaststelling en bekendmaking
                    van de uitslag.</al><tussenkop>Artikel 12. Geldigheid van de uitslag</tussenkop><al>Wanneer 30 procent van de kiesgerechtigden zijn stem heeft uitgebracht, wordt de
                    uitslag van het referendum geacht geldig te zijn. </al><tussenkop>Artikel 13. Strafbepalingen</tussenkop><al>Op grond van artikel 154 van de Gemeentewet kan de raad op overtreding van een
                    verordening straf stellen. Voor het bepalen van wat strafbaar is, is aangesloten
                    bij de Kieswet, hoofdstuk Z.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>