<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidop="http://standaarden.overheid.nl/oep/meta/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export1.6--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR118828_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de Rekenkamer 2011 gemeente Ouder-Amstel</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Ouder-Amstel</dcterms:creator><dcterms:modified>2011-04-07</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Ouder-Amstel</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Weekblad voor Ouder-Amstel 6 april 2011</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening op de Rekenkamer</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet artikel 81</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2011-03-31</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
          databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2011-04-07</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2011-04-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2026-02-04</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2011-04</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de Rekenkamer 2011 gemeente Ouder-Amstel</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Ouder-Amstel, Gelezen het voorstel d.d. 1 maart
                        2011, nummer 2011/04, gelet op de Gemeentewet artikel 81oa
                        <vet>Besluit:</vet> - met het bureau Necker van Naem een overeenkomst
                        aan te gaan voor de invulling van de rekenkamerfunctie Ouder-Amstel; - de
                        overeenkomst aan te gaan voor een periode van 2 jaar (tot 1 januari 2013); -
                        na 1,5 jaar een evaluatie te houden over het functioneren van de
                        rekenkamerfunctie; - vast te stellen de: </al><al><vet>Verordening op de Rekenkamer gemeente Ouder-Amstel 2011</vet></al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><paragraaf><kop><label>PARAGRAAF</label><nr>1</nr><titel>BEGRIPSBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder: a. de
                        rekenkamer: de rekenkamerfunctie die is ingesteld op basis van deze
                        verordening; b. doelmatigheid: het streven om met een zo beperkt mogelijke
                        inzet van de beschikbare middelen het gewenste resultaat te bereiken; c.
                        doeltreffendheid: de mate waarin een organisatie erin slaagt met de
                        geleverde prestaties de gestelde doelen of de gewenste maatschappelijke
                        effecten te bereiken; d. rechtmatigheid: de lasten, de baten en
                        balansmutaties die in overeenstemming zijn met de begroting en de van
                        toepassing zijnde wettelijke regelgeving waaronder de gemeentelijke
                        verordeningen; e. begeleidingscommissie: de begeleidingscommissie als
                        ingesteld door de raad. </al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>PARAGRAAF</label><nr>2</nr><titel>DE TAAK, SAMENSTELLING EN HET
                            LIDMAATSCHAP VAN DE REKENKAMER</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Instelling en taak
                            van de rekenkamer</titel></kop><al>a. Er is een gemeentelijke rekenkamer b. De
                        rekenkamer voert onderzoek uit naar de (maatschappelijke) effecten van het
                        gemeentelijk beleid en naar de doelmatigheid, doeltreffendheid en
                        rechtmatigheid van het gemeentelijke beleid. 
                   </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Samenstelling
                            van de rekenkamer</titel></kop><al> a. De rekenkamer heeft één lid, tevens
                        directeur. b. De raad benoemt de directeur voor een periode van maximaal 4
                        jaar van buiten de kring van zijn leden. c. De directeur kan door de raad
                        voor maximaal twee termijnen worden herbenoemd. d. Voor de situatie waarin
                        de directeur niet in staat is invulling te geven aan zijn taak, benoemt de
                        raad een plaatsvervangend directeur. e. De directeur en de plaatsvervangend
                        directeur leggen, voordat zij hun functie kunnen uitoefenen, in een
                        vergadering van de raad in handen van de voorzitter van de raad de
                        verklaring en belofte (eed) af, luidende: "Ik verklaar (zweer) dat ik, om
                        tot lid van de rekenkamer te worden benoemd, rechtstreeks noch middellijk,
                        onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gunst heb gegeven of
                        beloofd. Ik verklaar en beloof (zweer) dat ik, om iets in dit ambt te doen
                        of te laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of belofte heb
                        aangenomen of zal aannemen. Ik beloof (zweer) dat ik getrouw zal zijn aan de
                        Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als lid van
                        de rekenkamer naar eer en geweten zal vervullen. Dat verklaar en beloof ik!
                        (Zo waarlijk helpe mij God Almachtig!)" 
                   </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Taak van de
                            directeur</titel></kop><al> a. De directeur draagt zorg voor het bewaken van de
                        uitvoering van de onderzoeksopzet en de werkwijze en het bevorderen van een
                        zorgvuldige besluitvorming. b. De directeur rekenkamer is niet ondergeschikt
                        aan de raad, het college van burgemeester en wethouders of enig ander
                        gemeentelijk gezag. c. De directeur is geen ambtenaar in de zin van het
                        ambtenarenreglement voor zover dit ondergeschiktheid impliceert.
                    </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Einde van het lidmaatschap</titel></kop><al>a. Het lidmaatschap van
                        de directeur eindigt: • op eigen verzoek; • bij aanvaarding van een functie
                        die op grond van artikel 81f van de Gemeentewet onverenigbaar is met het
                        lidmaatschap van de rekenkamer; • wanneer de directeur bij onherroepelijk
                        geworden rechterlijke uitspraak wegens misdrijf is veroordeeld, dan wel bij
                        zulk een uitspraak een maatregel is opgelegd die vrijheidsbeneming tot
                        gevolg heeft; • indien de directeur bij onherroepelijk geworden rechterlijke
                        uitspraak onder curatele is gesteld, in staat van faillissement is
                        verklaard, surseance van betaling heeft verkregen of wegens schulden is
                        gegijzeld. b. De directeur kan door de raad worden ontslagen wanneer hij
                        door ziekte, gebreken of ongeschiktheid blijvend niet in staat is zijn
                        functie naar behoren te vervullen. 
                    </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Verboden handelingen</titel></kop><al>a. Het is de directeur van de rekenkamer verboden de handelingen te
                        verrichten als bedoeld in artikel 15 van de Gemeentewet. De raad kan,
                        gehoord de directeur, een directeur die heeft gehandeld in strijd met dit
                        verbod van zijn functie ontslaan. b. De directeur van de rekenkamer is niet
                        werkzaam bij een bedrijf dat opdrachten uitvoert in opdracht van de gemeente
                        of bij een door de gemeente gesubsidieerde instelling, dan wel heeft geen
                        andere (neven)betrekkingen die de onafhankelijke positie ten aanzien van de
                        gemeente zouden kunnen schaden. c. De directeur van de rekenkamer overlegt
                        aan de raad elk jaar een lijst met daarin opgenomen de nevenfuncties die hij
                        op dat moment vervult. 
                    </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Vergoeding voor de werkzaamheden van
                            de directeur</titel></kop><al>a. De directeur ontvangt een vergoeding voor zijn
                        werkzaamheden. b. De hoogte van de vergoeding wordt bepaald door de raad van
                        de gemeente Ouder-Amstel. c. De vergoeding komt ten laste van het budget van
                        de rekenkamer als bedoeld in artikel 11. 
                   </al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>PARAGRAAF</label><nr>3</nr><titel>DE WERKWIJZE VAN
                            DE REKENKAMER</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr/><titel>Onderwerpkeuze en onderzoeksprogramma
                            en –opzet</titel></kop><al>a. De directeur van de rekenkamer kiest zelf de
                        onderwerpen voor onderzoek, formuleert de probleemstelling en de
                        onderzoeksvragen en stelt de onderzoeksopzet vast. b. De in een jaar te
                        onderzoeken onderwerpen worden jaarlijks vóór 1 november van het
                        voorafgaande jaar als onderzoeksprogramma ter kennisname aan de raad
                        aangeboden. c. De directeur van de rekenkamer overlegt jaarlijks,
                        voorafgaand aan het vaststellen van het onderzoeksprogramma, met de
                        begeleidingscommissie. d. De in sub a bedoelde onderzoeksopzet wordt door de
                        directeur rechtstreeks ter kennisname aan de gemeenteraad aangeboden. e. Bij
                        de selectie van onderwerpen hanteert de directeur de volgende criteria: •
                        het onderzoek moet betrekking hebben op de doelmatigheid, doeltreffendheid
                        en/of rechtmatigheid van beleid; • er moet sprake zijn van een substantieel
                        belang; • het moet door de gemeente te beïnvloeden beleid betreffen; • er
                        moet sprake zijn van enige evenwichtige spreiding over de gemeentelijke
                        beleidsterreinen in de opvolgende onderzoeken; • de resultaten moeten
                        communiceerbaar zijn naar de bevolking. 
                    </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Verzoeken om
                            onderzoeken door de raad</titel></kop><al>a. Conform artikel 182 tweede lid, van de
                        Gemeentewet kan de raad de directeur van de rekenkamer verzoeken een
                        onderzoek in te stellen. b. Na ontvangst van een verzoek van de raad meldt
                        de directeur van de rekenkamer binnen één maand of hij gevolg geeft aan het
                        verzoek. c. Indien de directeur van de rekenkamer besluit gevolg te geven
                        aan het verzoek van de raad, geeft hij in zijn melding als bedoeld in
                        onderdeel b tevens aan welke tijdsplanning hij voor het instellen van het
                        onderzoek hanteert. d. Indien de directeur van de rekenkamer besluit geen
                        gevolg te geven aan het verzoek van de raad, geeft hij in zijn melding als
                        bedoeld in onderdeel b tevens aan op welke gronden hij tot zijn besluit is
                        gekomen. 
                    </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Uitvoering van onderzoek en rapportage</titel></kop><al>a. De
                        directeur van de rekenkamer is verantwoordelijk voor de uitvoering van de
                        onderzoeken volgens de vastgestelde onderzoeksopzet. b. De directeur van de
                        rekenkamer is bevoegd ten laste van het budget als bedoeld in artikel 11
                        (tijdelijk) onderzoeksmedewerkers aan te stellen en/of externe deskundigen
                        in te schakelen. c. De directeur van de rekenkamer beoordeelt of het
                        wenselijk is de raad tussentijds over de voortgang van een onderzoek te
                        informeren. d. De leden van het gemeentebestuur en de ambtenaren van de
                        gemeente zijn verplicht op zijn verzoek aan de directeur van de rekenkamer
                        alle inlichtingen en informatie te verstrekken die hij nodig heeft voor de
                        uitvoering van een onderzoek. De informatie en/of inlichtingen worden
                        verstrekt binnen een door de directeur van de rekenkamer aan te geven
                        termijn. Verzoeken aan ambtenaren van de gemeente worden tevens ter kennis
                        gebracht van de gemeentesecretaris. e. De rapporten van de rekenkamer zijn
                        openbaar. Op grond van de belangen genoemd in artikel 10 van de Wet
                        openbaarheid van Bestuur kan de rekenkamer rapporten die aan de raad worden
                        voorgelegd of gedeelten daarvan als geheim aanmerken. f. De directeur van de
                        rekenkamer en degenen die ten behoeve van hem werkzaam zijn, zijn verplicht
                        tot geheimhouding van al hetgeen hen in hun hoedanigheid van directeur,
                        respectievelijk medewerker ter kennis is gekomen. g. De directeur van de
                        rekenkamer formuleert in zijn rapporten conclusies en aanbevelingen. Na
                        vaststelling van een rapport wordt het college van burgemeester en
                        wethouders in de gelegenheid gesteld binnen een door de directeur te stellen
                        termijn die ten minste twee weken bedraagt, hun zienswijze op het rapport en
                        de conclusies en aanbevelingen kenbaar te maken. De directeur van de
                        rekenkamer formuleert een nawoord naar aanleiding van de reactie van het
                        college van burgemeester en wethouders. h. Het rapport, de reactie van het
                        college van burgemeester en wethouders en het nawoord van de directeur van
                        de rekenkamer worden door de directeur van de rekenkamer ter bespreking aan
                        de raad aangeboden. 
                   </al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>PARAGRAAF</label><nr>4</nr><titel>DE KOSTEN VAN DE
                            REKENKAMER</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Budget</titel></kop><al> a. De raad stelt jaarlijks
                        bij de begroting een bedrag beschikbaar voor de rekenkamer. b. De directeur
                        van de rekenkamer is bevoegd binnen het bij de begroting beschikbaar
                        gestelde budget uitgaven te doen ten behoeve van de uitvoering van zijn
                        taken. c. Ten laste van het in het voorgaande lid bedoelde budget worden de
                        kosten gebracht van de: • directeur rekenkamer; • plaatsvervangend
                        directeur; • onderzoeksmedewerkers; • externe deskundigen; • mogelijke
                        overige uitgaven die de directeur van de rekenkamer nodig oordeelt voor de
                        uitvoering van zijn taak. 
                    </al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>PARAGRAAF</label><nr>5</nr><titel>SLOTBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Evaluatie</titel></kop><lijst><li nr="a."><al>Het functioneren van de rekenkamer wordt door de raad periodiek
                                geëvalueerd en in ieder geval een half jaar vóór de
                                contractsbeëindiging.</al></li><li nr="b."><al>Met de directeur van de rekenkamer worden afspraken gemaakt over de
                                evaluatiemomenten en de uitvoering van de evaluatie. c. Een jaar na
                                besluitvorming door de raad naar aanleiding van een onderzoek van de
                                rekenkamer, meldt het orgaan die de aanbevelingen uit een onderzoek
                                aangaan in hoeverre aan deze aanbevelingen gevolg is gegeven.
                            </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Citeertitel en inwerkingtreding</titel></kop><al>a. Deze
                                verordening kan worden aangehaald als “Verordening rekenkamer
                                gemeente Ouder-Amstel 2011”. b. Deze verordening treedt in werking
                                op 1 april 2011. 
                   </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Intrekking</titel></kop><al> De verordening
                                Rekenkamercommissie gemeente Ouder-Amstel 2010, zoals vastgesteld op
                                20 mei 2010, wordt ingetrokken. </al></artikel></paragraaf></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Ouder-Amstel, 31 maart 2011 De raad
                        voornoemd, de raadsgriffier, de voorzitter, W. van Zanen M.T.J.
                        Blankers-Kasbergen</al></slotformulering></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>