<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR118786_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening binnentreden ter uitvoering van noodverordeningen</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Stichtse Vecht</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-01-09</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Stichtse Vecht</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Nieuwsblad voor Vecht-, Amstel en Rijnstreek, 20-10-2011</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening binnentreden ter uitvoering van noodverordeningen</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/BWBR0005416/TitelIII/HoofdstukIX/Artikel147/geldigheidsdatum_18-10-2011">Gemeentewet, art. 147</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/BWBR0005416/TitelIII/HoofdstukIX/Artikel149a/geldigheidsdatum_18-10-2011">Gemeentewet, art. 149a</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/BWBR0005416/TitelIII/HoofdstukXI/Artikel176/geldigheidsdatum_18-10-2011">Gemeentewet, art. 176</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>openbare orde en veiligheid</dcterms:subject><dcterms:issued>2011-09-27</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2011-10-21</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>SV35</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening binnentreden ter uitvoering van noodverordeningen</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Stichtse Vecht,</al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 5 juli 2011;</al><al>gehoord de werksessie;</al><al>gelet op de artikelen 147 en 149a van de Gemeentewet;</al><al>overwegende dat het noodzakelijk kan zijn dat ter uitvoering van een door de
                        burgemeester op grond van artikel 176 van de Gemeentewet vastgesteld
                        algemeen verbindend voorschrift in woningen tegen de wil van de bewoner
                        wordt binnengetreden; </al><al>b e s l u i t :</al><al>vast te stellen de </al><al/><al>VERORDENING BINNENTREDEN TER UITVOERING VAN NOODVERORDENINGEN</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Het binnentreden in woningen zonder toestemming van de bewoners</titel></kop><al>Zij die belast zijn met de zorg voor de nakoming van een voorschrift van een
                        door de burgemeester op grond van artikel 176 van de Gemeentewet vastgesteld
                        algemeen verbindend voorschrift, zijn bevoegd tot het binnentreden in een
                        woning zonder toestemming van de bewoner.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking de dag na die waarop deze is
                        bekendgemaakt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald onder de titel “Verordening
                        binnentreden ter uitvoering van noodverordeningen’</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Loenen aan de Vecht, 27 september 2011.</ondertekening><ondertekening>Griffier Voorzitter</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><al>TOELICHTING MODELVERORDENING VNG</al><al>Algemeen</al><al>Op 1 oktober 1994 zijn de Algemene wet op het binnentreden en de Wet tot
                        wijziging van de binnentredingsbepalingen (beide wetten zijn van 22 juni
                        1994, Stb. 572 en 573, 1994) in werking getreden. De VNG heeft haar leden
                        bij brief van 20 september 1994 geïnformeerd over de gevolgen van deze
                        wetgeving, een en ander ter aanvulling op de door de rijksoverheid gegeven
                        informatie. In de verschillende circulaires is geen aandacht besteed aan de
                        relatie tussen de nieuwe binnentredingsbepalingen en het gebruik van
                        noodbevoegdheden door de burgemeester. Onderstaand gaan wij hierop in.</al><al>Onderzoek gebruik noodbevoegdheden</al><al>Eind 1994 is een rapport verschenen waarin verslag wordt gedaan van een
                        onderzoek naar het gebruik van gemeentelijke noodbevoegdheden. Dit onderzoek
                        is verricht in opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken, directie
                        Politie door mr. M.A.D.W. de Jong, mr. H.R.B.M. Kummeling en prof. mr. M.C.
                        Burkens. Het rapport is bij brief van 21 maart 1995 door de minister van
                        Binnenlandse Zaken aan alle burgemeesters toegezonden en ging vergezeld van
                        het standpunt van de minister inzake de aanbevelingen die in het
                        onderzoeksrapport werden gedaan. Bijzondere aandacht dient te worden besteed
                        aan hetgeen in het rapport en in het standpunt van de minister wordt
                        opgemerkt over de beperking van de grondrechten vervat in de artikelen 10 en
                        12 van de Grondwet. Dit betreft respectievelijk het recht op privacy en het
                        huisrecht. Beide grondrechten liggen in dezelfde sfeer: het huisrecht is een
                        bepaald aspect van het meer omvattende recht op privacy.</al><al>Reactie minister van Binnenlandse Zaken op onderzoeksrapport</al><al>In aanbeveling 12 van het rapport wordt gesteld dat de gemeentewetgever bij
                        de totstandkoming van de Gemeentewet geen aandacht heeft besteed aan de
                        vraag of via noodmaatregelen de grondrechten van de artikelen 10 en 12 van
                        de Grondwet kunnen worden beperkt. Aan de hierdoor ontstane onzekerheid voor
                        de praktijk dient een einde te worden gemaakt. In reactie hierop gaat de
                        minister van Binnenlandse Zaken in op de strekking van de artikelen 175 en
                        176 van de Gemeentewet in relatie tot de genoemde artikelen van de Grondwet.
                        In de artikelen 175 en 176 van de Gemeentewet is opgenomen dat door de
                        burgemeester bij het geven van een noodbevel, respectievelijk het geven van
                        een noodverordening, van andere dan bij de Grondwet gestelde voorschriften
                        kan worden afgeweken. Hieruit volgt uitdrukkelijk dat bij het gebruik maken
                        van deze noodbevoegdheden niet mag worden afgeweken van de Grondwet. Om te
                        kunnen beoordelen of beperking van de hier aan de orde zijnde grondrechten
                        wel mogelijk is, stelt de minister een drietal vragen aan de orde: 1 Staan
                        de artikelen 10 en 12 van de Grondwet delegatie toe van een bevoegdheid die
                        een beperking van grondrechten teweegbrengt? 2 Zo ja, is beperking van
                        genoemde grondrechten toegestaan in het kader van de handhaving van de
                        openbare orde en de beperking van gevaar? 3 Zo ja, zijn de artikelen 175 en
                        176 van de Gemeentewet voldoende specifiek om te kunnen worden beschouwd als
                        een wettelijke toepassing van de in de genoemde grondwetsbepalingen
                        neergelegde beperkingsmogelijkheden? Nadat de eerste twee vragen bevestigend
                        zijn beantwoord, wordt uitgebreid ingegaan op de derde vraag. In de
                        onderdelen Beperking privacy en Beperking huisrecht wordt het standpunt van
                        de minister weergegeven.</al><al>Beperking privacy (artikel 10 Grondwet)</al><al>Door de onderzoekers en de minister is na afweging geconstateerd dat de
                        artikelen 175 en 176 van de gemeentewet geen wettelijke grondslag kunnen
                        zijn voor de beperking van het recht op privacy. Een praktisch gevolg
                        hiervan kan bijvoorbeeld zijn dat bij bommeldingen niet door middel van een
                        noodbevel (artikel 175 Gemeentewet) of vastgestelde noodverordening (artikel
                        176 Gemeentewet) de verplichting kan worden opgelegd om het huis te verlaten
                        of om deuren en ramen open te laten staan. Een ander voorbeeld betreft de
                        evacuatie van een groot aantal gemeenten tijdens de overstromingen in het
                        voorjaar van 1995. Ook ten aanzien daarvan moet worden geconcludeerd dat de
                        burgemeester niet de bevoegdheid bezat om bewoners daadwerkelijk uit hun
                        huis te laten verwijderen. De minister heeft, mede naar aanleiding van deze
                        gebeurtenissen, geconstateerd dat het ontbreken van een
                        beperkingsmogelijkheid op het recht van privacy (artikel 10 Grondwet) in
                        noodtoestanden voor gemeenten een knelpunt vormt. Hij heeft daarom toegezegd
                        te bevorderen dat in de Gemeentewet alsnog een wettelijke basis wordt
                        gecreëerd die de mogelijkheid biedt om het recht op privacy in noodsituaties
                        te beperken.</al><al>Beperking huisrecht (artikel 12 Grondwet)</al><al>Wat betreft de beperking van het huisrecht (artikel 12 Grondwet) bieden de
                        artikelen 175 en 176 de burgemeester eveneens geen instrument om daarop
                        inbreuk te maken. Een noodbevel c.q. een noodverordening kan op zich geen
                        juridische basis zijn om tegen de wil van de bewoner een woning binnen te
                        treden (bijvoorbeeld in het kader van de uitvoering van een
                        evacuatiebesluit).</al><al>Wet van 1853</al><al>Het is opvallend dat deze problematiek tot voor kort niet uitdrukkelijk werd
                        onderkend. Uit het onderzoek is gebleken dat in voorkomende gevallen de
                        bevoegdheid tot binnentreden zonder toestemming van de bewoner ten onrechte
                        op een noodbevoegdheid werd gebaseerd; terwijl daarvoor toch een juridische
                        basis aanwezig kon zijn via de Wet van 31 augustus 1853 (Stb. 83) tot
                        verzekering van de uitvoering van sommige voorschriften van plaatselijke
                        verordeningen. Deze wet bood aan de gemeenteraad de mogelijkheid 'indien de
                        zorg voor de nakoming van eenig voorschrift eener plaatselijke verordening,
                        hetwelk strekt tot handhaving van de openbare rust of veiligheid, of tot
                        bescherming van het leven of de gezondheid van personen, vereist dat zij,
                        die met de uitvoering belast zijn of daartoe moeten meewerken, de
                        bevoegdheid bezitten de woningen der ingezetenen, huns ondanks, binnen te
                        treden,' daartoe bij verordening een last te verstrekken. Bij de Wet tot
                        wijziging van de binnentredingsbepalingen is de Wet van 1853 ingetrokken.
                        Het in deze wet voorkomende systeem van een algemene last werd in verband
                        met de uitgangspunten van de Algemene wet op het binnentreden niet langer
                        wenselijk geacht.</al><al>Artikel 149a Gemeentewet</al><al>In verband met de intrekking van de wet van 1853 is ingevolge de Wet tot
                        wijziging van de binnentredingsbepalingen een nieuw artikel 149a aan de
                        Gemeentewet toegevoegd. Dit artikel strekt ertoe dat de gemeenteraad in
                        bepaalde gevallen aan personen die belast zijn met het toezicht op de
                        naleving van een verordening de bevoegdheid kan verlenen tot het
                        binnentreden in woningen zonder toestemming van de bewoner. Deze bevoegdheid
                        wordt op twee manieren begrensd: 1 In de eerste plaats betreft dit artikel
                        het binnentreden ter uitoefening van toezicht en opsporing en niet ter
                        uitoefening van bestuursdwang. Het binnentreden ter uitoefening van
                        bestuursdwang is voor alle gevallen geregeld in afzonderlijke wetten, met
                        name de Gemeentewet. Dit betekent dus dat indien de burgemeester
                        gebruikmaakt van zijn bevoegdheid tot toepassing van bestuursdwang, niet
                        hoeft worden teruggegrepen op de onderhavige verordening ex artikel 149a
                        Gemeentewet, maar gebruik dient te worden gemaakt van de in artikel 127
                        Gemeentewet gegeven regeling. 2 In de tweede plaats is het binnentreden
                        alleen geoorloofd indien de toezichthoudende zorg strekt tot handhaving van
                        de openbare orde of veiligheid dan wel geschiedt in verband met de
                        bescherming van het leven of de gezondheid van personen en deze zorg het
                        binnentreden vereist. Indien artikel 149a niet aan de Gemeentewet was
                        toegevoegd, zou ter uitvoering van toezicht en opsporing van met name
                        autonome verordeningen nooit een woning binnengetreden kunnen worden. Dit is
                        anders voor de uitvoering van medebewindsverordeningen en bijzondere wetten,
                        omdat in die situatie de bijzondere wet een binnentredingsbevoegdheid in het
                        kader van toezicht en opsporing kan geven.</al><al>Toepassing Algemene wet op het binnentreden</al><al>Ten overvloede wordt opgemerkt dat de Algemene wet op het binnentreden
                        onverkort van toepassing is, indien in een concreet geval tot binnentreden
                        wordt overgegaan. Dit betekent onder andere dat: - Een schriftelijke
                        machtiging door een daartoe bevoegd persoon of orgaan moet zijn afgegeven.
                        Dit is voor niet strafrechtelijke onderwerpen de burgemeester. Daarnaast
                        geldt overigens dat een dergelijke schriftelijke machtiging niet is vereist,
                        indien ter voorkoming of bestrijding van ernstig en onmiddellijk gevaar voor
                        de veiligheid van personen of goederen terstond in de woning moet worden
                        binnengetreden. - Enkel kan worden binnengetreden door personen die daartoe
                        bij of krachtens de wet bevoegd zijn verklaard. - Binnentreden gebeurt met
                        inachtneming van de overige ter zake geldende regels, zoals de
                        legitimatieplicht en de verplichting om van het binnentreden een verslag op
                        te maken.</al><al>Modelverordeningen</al><al>In de hierboven reeds genoemde ledenbrief van de VNG van 20 september 1994
                        worden een aantal modellen aangeboden van op grond van artikel 149a van de
                        Gemeentewet in respectievelijk de model algemene plaatselijke verordening en
                        de model lozingsverordening op te nemen binnentredingsbepalingen. In deze
                        losbladige editie is een op artikel 149a van de Gemeentewet gebaseerde
                        modelverordening opgenomen aan op grond waarvan het voor het bevoegd gezag
                        mogelijk wordt om zo nodig in noodsituaties het huisrecht te beperken. Het
                        gaat daarbij, gelet op de tekst van artikel 149a Gemeentewet, alleen om de
                        uitvoering van een door de burgemeester vast te stellen noodverordening ex
                        artikel 176 Gemeentewet (bij een op grond van artikel 175 Gemeentewet
                        gegeven noodbevel is geen sprake van een verordening).</al><al>-.-.-.-.-.-.-.-.-.-</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>