<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR118513_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening wijziging woningvoorraad 2011</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Leiderdorp</dcterms:creator><dcterms:modified>2011-10-17</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Leiderdorp</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Leiderdorps Weekblad</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening wijziging woningvoorraad 2011</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">art. 149 Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>volkshuisvesting en woningbouw</dcterms:subject><dcterms:issued>2011-10-10</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2011-10-27</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>VERORDENING WIJZIGING WONINGVOORRAAD 2011</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Leiderdorp;</al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders;</al><al>gezien het advies van de Commissie Ruimte van 20 september 2011;</al><al>gelet op het bepaalde in artikel 149 van de Gemeentewet;</al><al>besluit vast te stellen</al><al>de Verordening wijziging woningvoorrraad 2011 en </al><al>in te trekken Hoofdstuk VII van regionale huisvestingsverordening 1998.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><al>-Wet : de Huisvestingswet (Hvw)</al><al>-Besluit : het Huisvestingsbesluit</al><al>-Eigenaar : degene die bevoegd is tot het in gebruik geven van een
                            woonruimte of een gebouw</al><al>-Reserve Sociale Woningbouw : reserve, zoals bedoeld in de ‘Nota
                            reserves en voorzieningen 2008’ (febr. 2008)</al><al>-Huishouden : een alleenstaande, dan wel twee of meer personen die een
                            duurzame gemeenschappelijke huishouding voeren of willen gaan
                            voeren;</al><al>-Huurprijs : de prijs die bij huur en verhuur is verschuldigd voor het
                            enkele gebruik van een woonruimte, uitgedrukt in een bedrag per
                            maand;</al><al>-Huurtoeslaggrens : de grens waartoe volgens de wet huurtoeslag kan
                            worden verkregen</al><al>-Koopprijs : de prijs die voor de enkele koop van een woonruimte
                            daadwerkelijk is of zal worden betaald;</al><al>-Koopprijsgrens : de grens die jaarlijks bepaald wordt door het
                            ministerie van VROM en Gedeputeerde Staten van de provincie
                            Zuid-Holland;</al><al>-NEN 2580 : Nederlandse Norm nummer 2580</al><al>-Onttrekkingsvergunning : de vergunning als bedoeld in artikel 30 van de
                            Wet onzelfstandige woonruimte woonruimte welke geen eigen toegang heeft
                            en welke niet door een huishouden kan worden bewoond zonder dat dit
                            daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten die
                            woonruimte</al><al>-Splitsingsvergunning : de vergunning als bedoeld in artikel 33 van de
                            Wet</al><al>- Woonruimte : een besloten ruimte die, al dan niet samen met een of
                            meerdere ruimten, bestemd of geschikt is voor bewoning van een
                            huishouden;</al><al>-Zelfstandige woonruimte : woonruimte welke een eigen toegang heeft en
                            welke door een huishouden kan worden bewoond zonder dat dit daarbij
                            afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Onttrekking, samenvoeging en omzetting</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Werkingsgebied</titel></kop><al>Het bepaalde in dit hoofdstuk is van toepassing op alle woonruimte
                            binnen de gemeente Leiderdorp .</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Vergunningvereiste</titel></kop><al>Het is verboden om zonder onttrekkingsvergunning een woonruimte,
                            aangewezen in artikel 2:</al><lijst><li nr="a."><al>geheel of gedeeltelijk aan de bestemming tot bewoning te
                                    onttrekken. Onder het onttrekken aan de bestemming tot bewoning
                                    wordt in deze verordening verstaan het slopen of het gebruiken
                                    voor een ander doel dan permanente bewoning door een
                                    huishouden;</al></li><li nr="b."><al>met andere woonruimte samen te voegen;</al></li><li nr="c."><al>van volledig zelfstandige in uitsluitend onzelfstandige
                                    woonruimte om te zetten.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Aanvragen van een onttrekkingsvergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De aanvraag van een onttrekkingsvergunning wordt ingediend via een
                                door de gemeente ter beschikking gesteld formulier bij burgemeester
                                en wethouders en gaat vergezeld van de volgende informatie en
                                bewijsstukken:</al><lijst><li nr="a."><al>Naam en adres van de eigenaar;</al></li><li nr="b."><al>Dagtekening;</al></li><li nr="c."><al>Gegevens over de huidige situatie:</al><lijst><li nr="-"><al>adres en kadastrale ligging</al></li><li nr="-"><al>huur- of koopprijs;</al></li><li nr="-"><al>aantal kamers;</al></li><li nr="-"><al>woonoppervlak;</al></li><li nr="-"><al>woonlaag en</al></li><li nr="-"><al>staat van onderhoud;</al></li></lijst></li><li nr="d."><al>Gegevens over de beoogde situatie:</al><lijst><li nr="-"><al>bestemming;</al></li><li nr="-"><al>bouwtekening/bouwvergunning en</al></li><li nr="-"><al>compensatievoorstel;</al></li></lijst></li><li nr="e."><al>Reden van het verzoek;</al></li><li nr="f."><al>Gegevens bij voorgenomen samenvoeging of omzetting:</al><lijst><li nr="-"><al>verwachte huur- of koopprijs;</al></li><li nr="-"><al>naam van de toekomstige bewoner(s);</al></li><li nr="-"><al>omvang van het huishouden van de toekomstige
                                                bewoners en</al></li><li nr="-"><al>schriftelijke verklaring van toestemming van de
                                                huurder;</al></li></lijst></li><li nr="g."><al>Indien sprake is van reeds verleende omgevingsvergunning
                                        voor het afwijken van het bestemmingsplan, als bedoeld in
                                        artikel 2.1, eerste lid onder c. van de Wet Algemene
                                        Bepalingen Omgevingsrecht (WABO) dient de aanvrager met
                                        gegevens aan te tonen of er overeenstemming is met die
                                        vrijstelling.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen bij de beoordeling van aanvragen
                                tot onttrekking ten behoeve van de uitoefening van een bedrijf
                                advies inwinnen bij de Kamer van Koophandel.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij de beoordeling van aanvragen tot onttrekking ten behoeve van de
                                praktijkuitoefening door officieel erkende medici of paramedici
                                winnen burgemeester en wethouders steeds het advies in van de
                                Adviescommissie Huisvesting Beoefenaars van Medische en Paramedische
                                Beroepen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op of bij de onttrekkingsvergunning vermelden burgemeester en
                                wethouders de volgende informatie:</al><lijst><li nr="a."><al>de mededeling dat binnen één jaar van de
                                        onttrekkingsvergunning gebruik gemaakt moet worden, dan wel
                                        de termijn in geval van een tijdelijke vergunning;</al></li><li nr="b."><al>de woonruimte waarop de vergunning betrekking heeft;</al></li><li nr="c."><al>de opgelegde compensatie;</al></li><li nr="d."><al>de mededeling dat pas nadat voldoende is gecompenseerd,
                                        gebruik gemaakt mag worden van de vergunning;</al></li><li nr="e."><al>overige voorwaarden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen een vergunning verlenen voor
                                tijdelijke onttrekking met een termijn van maximaal vijf jaar.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Indien van de onttrekkingsvergunning slechts gebruik kan worden
                                gemaakt na verlening van vrijstellingomgevingsvergunning voor het
                                afwijken van een bestemmingsplan als bedoeld in artikel 2.1, eerste
                                lid onder c. uit de Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht (WABO),
                                wordt de aanvraag om onttrekkingsvergunning tevens aangemerkt als
                                een verzoek om zodanige vrijstelling.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Indien sprake is van een situatie als in lid 6, dan kunnen
                                burgemeester en wethouders om nadere informatie en/of stukken
                                verzoeken ter beoordeling van een omgevingsvergunning voor het
                                afwijken van een bestemmingsplan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Onvolledige aanvraag</titel></kop><lijst><li nr="1."><al> Indien de aanvrager de in het artikel 4 bedoelde gegevens en
                                    bescheiden niet of in onvoldoende mate verstrekt bij het
                                    indienen van de aanvraag, stellen burgemeester en wethouders de
                                    aanvrager in de gelegenheid deze binnen een termijn van vier
                                    weken nadat hem dit is medegedeeld, aan te vullen of te
                                    verbeteren.</al></li><li nr="2."><al> Burgemeester en wethouders kunnen, indien de aanvrager niet
                                    voldaan heeft aan het in het vorige lid gestelde, besluiten de
                                    aanvraag buiten behandeling te stellen. Een dergelijk besluit
                                    wordt aan de aanvrager bekend gemaakt binnen vier weken nadat de
                                    aanvraag onvoldoende is aangevuld of nadat de daarvoor gestelde
                                    termijn ongebruikt verstreken is.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Termijn van beslissing</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders beslissen op de aanvraag om een
                                    onttrekkingsvergunning binnen acht weken na ontvangst van een
                                    volledige aanvraag. De beslissing kan eenmaal met ten hoogste
                                    vier weken worden verdaagd.</al></li><li nr="2."><al>De termijn genoemd in het vorige lid is niet van toepassing
                                    indien de vergunningaanvraag tevens een verzoek is om een
                                    omgevingsvergunning in afwijking van het bestemmingsplan conform
                                    artikel 4 lid 6.</al></li></lijst><al>Indien burgemeester en wethouders niet binnen deze termijn een besluit
                            heeft genomen, wordt de vergunning geacht verleend te zijn. Hierop is
                            artikel 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Criteria voor vergunningverlening</titel></kop><lijst><li nr="1."><al> Burgemeester en wethouders verlenen de onttrekkingsvergunning
                                    indien naar het oordeel van burgemeester en wethouders het met
                                    de onttrekking, samenvoeging of omzetting gediende belang groter
                                    is dan het belang van het behoud of de samenstelling van de</al></li><li nr=""><al>woningvoorraad.</al></li><li nr="2."><al> Indien burgemeester en wethouders hebben vastgesteld dat het
                                    belang van de aanvrager niet opweegt tegen het belang van het
                                    behoud of de samenstelling van de woningvoorraad, maar het
                                    belang door het stellen van voorwaarden en voorschriften
                                    voldoende kan worden gediend, kunnen zij de gevraagde vergunning
                                    verlenen indien de vergunningaanvrager voldoende compensatie als
                                    bedoeld in artikel 8 biedt en overigens aan door burgemeester en
                                    wethouder gestelde voorwaarden en voorschriften voldoen.</al></li><li nr="3."><al>Indien de vergunningaanvraag tevens een verzoek om een
                                    omgevingsvergunning in afwijking van het bestemmingsplan is en
                                    de omgevingsvergunning wordt niet verleend, dan wordt de
                                    vergunningaanvraag geweigerd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Compensatie</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Compensatie kan worden geboden door het toevoegen aan de
                                    woningvoorraad van andere, vervangende woonruimte, die naar het
                                    oordeel van burgemeester en wethouders gelijkwaardig is aan de
                                    te onttrekken woonruimte.</al></li><li nr="2."><al>Voor zover compensatie, als bedoeld in lid 1 niet mogelijk is,
                                    zal een financiële bijdrage worden geëist in overeenstemming met
                                    het in lid 4 opgenomen tarief.</al></li><li nr="3."><al>De bijdrage wordt berekend naar het aantal bruto vierkante
                                    meters te onttrekken woonruimte, gemeten conform NEN 2580.</al></li><li nr="4."><al>Bij huurwoningen: De bijdrage wordt bepaald aan de hand van de
                                    maximaal redelijke huur van de woning. Twaalf maal de maximale
                                    redelijke huur per m2 wordt als bijdrage gevraagd. Bij
                                    benadering gaat dan om de volgende bedragen (prijspeil 1-1-2011,
                                    jaarlijks aan te passen volgens het CBS-indexcijfer):</al><lijst><li nr="-"><al>voor zelfstandige woonruimte: € 105,- per m²</al></li><li nr="-"><al>voor niet zelfstandige woonruimte: € 150,- per m²;</al></li></lijst></li><li nr="5."><al>De bijdragen worden gestort in de “Reserve Sociale
                                    Woningbouw".</al></li><li nr="6."><al>Indien de aanvrager de onttrekking kan compenseren door het
                                    beschikbaar stellen van vervangende gelijkwaardige woonruimte,
                                    zal hem daartoe tot maximaal 1 jaar de gelegenheid worden
                                    geboden. Bij het als compensatie toevoegen van woonruimte, zoals
                                    bedoeld in het eerste lid, dient door de aanvrager binnen vier
                                    weken na de verzenddatum van het desbetreffende besluit van
                                    burgemeester en wethouders, een waarborgsom te worden betaald,
                                    die gelijk is aan het bedrag dat had moeten worden betaald
                                    indien hij voor de in lid 2 gestelde compensatievoorwaarde zou
                                    hebben gekozen.</al></li><li nr=""><al> De waarborgsom vervalt aan de in lid 5 genoemde Reserve,
                                    wanneer niet binnen 12 maanden na het besluit van burgemeester
                                    en wethouders houdende toestemming tot het onttrekken van</al></li><li nr=""><al>woonruimte, vervangende gelijkwaardige woonruimte is aangeboden
                                    of met het stichten daarvan daadwerkelijk is begonnen. Indien
                                    daarvan wel sprake is, wordt de waarborgsom teruggestort.</al></li><li nr="7."><al> De onttrekking zal pas mogen plaatsvinden als de verschuldigde
                                    bijdrage of waarborgsom is voldaan.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Tijdelijke onttrekking</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders verlenen voor een tijdelijke
                                woonruimteonttrekking alleen een onttrekkingsvergunning indien de
                                aanvrager aantoont dat een situatie bestaat die een tijdelijke</al><al>woonruimteonttrekking rechtvaardigt en waarbij vast staat dat die
                                woonruimteonttrekking niet langer dan vijf jaar zal duren;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><lijst><li nr=""><al> Burgemeester en wethouders nemen in de vergunning een
                                        termijn op, waarna de onttrekking moet zijn beëindigd. Deze
                                        termijn bedraagt niet meer dan vijf jaar.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><lijst><li nr=""><al>Burgemeester en wethouders kunnen conform artikel 8 lid 2
                                        financiële compensatie eisen.</al></li><li nr=""><al>Deze compensatie bedraagt dan 10% van die compensatie,
                                        vermenigvuldigd met het aantal jaren waarvoor de tijdelijke
                                        onttrekkingsvergunning is verleend.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen aan de onttrekkingsvergunning voor
                                tijdelijke woonruimteonttrekking de voorwaarde verbinden dat de
                                vergunninghouder een waarborgsom stort die gelijk is aan het bedrag
                                conform lid 3.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De waarborgsom als bedoeld in lid 3 wordt aan de vergunninghouder
                                terugbetaald nadat de onttrekking binnen de termijn als bedoeld in
                                lid 2 is beëindigd.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De waarborgsom als bedoeld in lid 4 vervalt aan het in artikel 8 lid
                                5 genoemde fonds indien de onttrekking niet binnen de termijn als
                                bedoeld in lid 2 is beëindigd.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De onttrekking zal pas mogen plaatsvinden als de verschuldigde
                                bijdrage of waarborgsom is voldaan.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Na afloop van de in lid 2 genoemde termijn moet binnen twaalf weken
                                de woonruimte weer toegevoegd zijn aan de woningvoorraad, ten minste
                                in de staat waarin de woonruimte verkeerde ten tijde van de
                                indiening van de aanvraag om onttrekking.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Intrekking</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders zullen een onttrekkingsvergunning intrekken,
                            indien:</al><lijst><li nr="a."><al>niet binnen één jaar nadat de beschikking onherroepelijk is
                                    geworden, is overgegaan tot onttrekking, samenvoeging of
                                    omzetting;</al></li><li nr="b."><al>de vergunning is verleend op grond van de door de
                                    vergunninghouder verstrekte gegevens, waarvan deze wist of
                                    redelijkerwijs kan vermoeden dat zij onjuist of onvolledig
                                    waren.</al></li><li nr="c."><al>De vergunninghouder wordt vier weken voorafgaand aan het besluit
                                    om intrekking in de gelegenheid gesteld zijn zienswijze in te
                                    dienen naar aanleiding van het voornemen tot intrekking.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Splitsing in appartementsrechten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Werkingsgebied</titel></kop><al>Het bepaalde in dit hoofdstuk is van toepassing op alle gebouwen,
                            bevattende woonruimte.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Vergunningsvereiste</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden om zonder splitsingsvergunning een recht op een
                                    gebouw, aangewezen in artikel 33 van de Wet, te splitsen in
                                    appartementsrechten als bedoeld in artikel 106, eerste en</al></li><li nr=""><al>vierde lid, van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek, indien een of
                                    meer appartementsrechten de bevoegdheid omvatten tot het gebruik
                                    van een of meer gedeelten van het gebouw als woonruimte.</al></li><li nr="2."><al>Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op het verlenen
                                    van deelneming- of lidmaatschapsrechten of het aangaan van een
                                    verbintenis daartoe door een rechtspersoon met betrekking tot
                                    een gebouw als bedoeld in het eerste lid.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Aanvragen van een splitsingsvergunning</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De aanvraag van een splitsingsvergunning wordt schriftelijk door
                                    middel van een door Burgemeester en wethouders ter beschikking
                                    gesteld formulier ingediend bij burgemeester en wethouders en
                                    gaat vergezeld van de volgende informatie en bewijsstukken:</al><lijst><li nr="a."><al>Naam en adres van de eigenaar;</al></li><li nr="b."><al>Dagtekening;</al></li><li nr="c."><al>Handtekening van de aanvrager;</al></li><li nr="c."><al>Gegevens over de huidige situatie en na splitsing
                                            opgemaakt door een gediplomeerd makelaar:</al><lijst><li nr="-"><al>adres en kadastrale ligging;</al></li><li nr="-"><al>huur- of koopprijs;</al></li><li nr="-"><al>aantal kamers;</al></li><li nr="-"><al>woonoppervlak;</al></li><li nr="-"><al>woonlaag;</al></li><li nr="-"><al>staat van onderhoud;</al></li><li nr="-"><al>verwachte huur- of koopprijs;</al></li><li nr="-"><al>bestemming;</al></li><li nr="-"><al>bouwtekening/bouwvergunning.</al></li></lijst></li></lijst></li><li nr=""><lijst><li nr="e."><al>Concept akte van splitsing opgemaakt door een beëdigd
                                            notaris;</al></li><li nr="f."><al>Indien sprake is van al verleende omgevingsvergunning
                                            voor het afwijken van het bestemmingsplan als bedoeld in
                                            de Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht (WABO) dient
                                            de aanvrager aan te tonen met gegevens of er
                                            overeenstemming is met die vrijstelling.</al></li></lijst></li><li nr=""><al>g. Indien burgemeester en wethouders dat nodig achten, kan
                                    overlegging van andere stukken verzocht worden.</al></li><li nr="2."><al>Op of bij de splitsingsvergunning vermelden burgemeester en
                                    wethouders de volgende informatie:</al><lijst><li nr="a."><al>de mededeling dat binnen één jaar van de
                                            splitsingsvergunning gebruik gemaakt moet worden;</al></li><li nr="b."><al>het gebouwd onroerend goed waarop de splitsing
                                            betrekking heeft.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Indien slechts gebruik kan worden gemaakt van de
                                    splitsingsvergunning na verlening van vrijstelling van een
                                    bestemmingsplan als bedoeld in de Wet Algemene Bepalingen
                                    Omgevingsrecht (WABO). wordt de aanvraag mede aangemerkt als een
                                    verzoek om zodanige vrijstelling.</al></li><li nr="4."><al>Indien sprake is van het vorige lid kunnen burgemeester en
                                    wethouders om nadere informatie en/of stukken verzoeken ter
                                    beoordeling van een omgevingsvergunning in afwijking van het
                                    bestemmingsplan.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Onvolledige aanvraag</titel></kop><lijst><li nr="1."><al> Indien de aanvrager de in het artikel 13 bedoelde gegevens en
                                    bescheiden niet of in onvoldoende mate verstrekt bij het
                                    indienen van de aanvraag, stellen burgemeester en wethouders de
                                    aanvrager in de gelegenheid deze binnen een termijn van vier
                                    weken nadat hem dit is medegedeeld, aan te vullen of te
                                    verbeteren.</al></li><li nr="2."><al> Burgemeester en wethouders kunnen, indien de aanvrager niet
                                    voldaan heeft aan het in het vorige lid gestelde, besluiten de
                                    aanvraag buiten behandeling te stellen. Een dergelijk besluit
                                    wordt aan de aanvrager bekend gemaakt binnen vier weken nadat de
                                    aanvraag onvoldoende is aangevuld of nadat de daarvoor gestelde
                                    termijn ongebruikt verstreken is.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Termijn van beslissing</titel></kop><lijst><li nr="1."><al> Burgemeester en wethouders beslissen op de aanvraag om een
                                    splitsingsvergunning binnen acht weken na ontvangst van een
                                    volledige aanvraag. De beslissing kan eenmaal met ten
                                    hoogste</al></li><li nr=""><al>vier weken worden verdaagd.</al></li><li nr="2."><al> Indien burgemeester en wethouders niet binnen deze termijn een
                                    besluit heeft genomen, wordt de vergunning geacht verleend te
                                    zijn. Hierop is artikel 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht van toepassing.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Gronden tot weigering van een splitsingsvergunning</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders weigeren een splitsingsvergunning
                                    indien:</al><lijst><li nr="a."><al>het gebruik van de splitsingsvergunning in strijd is met
                                            het bestemmingsplan en omgevingsvergunnning in afwijking
                                            van het bestemmingsplan, als bedoeld in de Wet Algemene
                                            Bepalingen Omgevingsrecht (WABO) van het bestemmingsplan
                                            wordt verleend, of</al></li><li nr="b."><al>de aanvrager niet kan waarborgen, dat de woonruimte of
                                            woonruimten na de voorgenomen splitsing bestemd blijft
                                            of blijven, of de voormalige woonruimte of woonruimten
                                            na de voorgenomen splitsing opnieuw bestemd zullen
                                            worden voor verhuur ter bewoning, of</al></li><li nr="c."><al>het belang dat de vergunningaanvrager bij splitsing
                                            heeft niet opweegt tegen het belang van het behoud van
                                            de woningvoorraad.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Burgemeester en wethouders weigeren een splitsingsvergunning
                                    indien:</al><lijst><li nr="a."><al>voor het gebied waarin het gebouw waarop de
                                            vergunningaanvraag betrekking heeft is gelegen, een
                                            beheersverordening als bedoeld in hoofdstuk III van de
                                            Wet van kracht is, dan wel een ontwerp voor zodanig plan
                                            of zodanige verordening of voor een herziening daarvan
                                            in procedure is,</al></li><li nr="b."><al>het ontwerp voor dat plan of voor die verordening, dan
                                            wel voor de herziening daarvan ter inzage is gelegd
                                            voordat de aanvraag van de splitsingsvergunning is
                                            ingediend</al></li><li nr="c."><al>de voorgenomen splitsing naar het oordeel van
                                            burgemeester en wethouders nadelige gevolgen heeft voor
                                            de met het plan of de verordening nagestreefde of na te
                                            streven doeleinden,</al></li><li nr="d."><al>het belang dat de vergunningaanvrager bij de splitsing
                                            heeft, niet op weegt tegen het belang van het voorkomen
                                            van belemmering van de stadsvernieuwing, en</al></li><li nr="e."><al>de te maken wooneenheden niet zullen voldoen aan enig
                                            wettelijk voorschrift.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Burgemeester en wethouders weigeren een splitsingsvergunning
                                    indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de toestand van het gebouw waarop de vergunningaanvraag
                                            betrekking heeft zich uit een oogpunt van indeling of
                                            staat van onderhoud geheel of ten dele tegen splitsing
                                            verzet, en</al></li><li nr="b."><al>de desbetreffende gebreken niet door het treffen van
                                            voorzieningen of het aanbrengen van verbeteringen kunnen
                                            worden opgeheven, dan wel onvoldoende is verzekerd dat
                                            die gebreken zullen worden opgeheven.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Van gebreken als bedoeld in het vorige lid is in ieder geval
                                    sprake indien:</al></li><li nr=""><al>burgemeester en wethouders ingevolge de artikel 14 tot en met 18
                                    van de Woningwet een aanschrijving hebben gedaan en deze
                                    aanschrijving nog niet is uitgevoerd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Aanhouding van de splitsingsaanvraag</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders houden de beslissing op de aanvraag
                                    van een splitsingsvergunning aan, indien:</al><lijst><li nr="a."><al>voor het gebied waarin het gebouw is gelegen waarop de
                                            vergunningaanvraag betrekking heeft een
                                            voorbereidingsbesluit als bedoeld in de Wet Algemene
                                            Bepaling Omgevingsrecht (WABO) van kracht is met het oog
                                            op de voorbereiding van een bestemmingsplan of van een
                                            herziening daarvan,</al></li><li nr="b."><al>dat besluit is genomen voordat de aanvraag om vergunning
                                            werd ingediend, en</al></li><li nr="c."><al>redelijkerwijs verwacht mag worden dat er strijdigheid
                                            met het nieuw te komen bestemmingsplan komt.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De aanhouding als bedoeld in het vorig lid duurt tot het moment
                                    dat het voorbereidingsbesluit ingevolge de WABO is
                                    vervallen.</al></li><li nr="3."><al>Burgemeester en wethouders kunnen de beslissing op een aanvraag
                                    om een splitsingsvergunning aanhouden, indien de aanvrager
                                    aannemelijk kan maken dat hij binnen een daarvoor redelijke
                                    termijn de gebreken, als bedoeld in artikel 16 lid 3 met het oog
                                    op de voorgenomen splitsing zal opheffen.</al></li><li nr="4."><al> Indien burgemeester en wethouders de beslissing op een aanvraag
                                    om een splitsingsvergunning in overeenstemming met het bepaalde
                                    in het vorige lid aanhouden, vermelden zij in het besluit
                                    tot</al></li><li nr=""><al>aanhouding welke gebreken met het oog op de voorgenomen
                                    splitsing moeten worden hersteld en binnen welke termijn zij dit
                                    redelijk achten.</al></li><li nr=""><al>Indien de in het besluit tot aanhouding vermelde gebreken zijn
                                    hersteld binnen de in datzelfde besluit aangegeven termijn,
                                    wordt de vergunning verleend.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Intrekking</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders zullen een splitsingsvergunning intrekken,
                            indien:</al><lijst><li nr="a."><al> niet binnen één jaar nadat de beschikking onherroepelijk is
                                    geworden, is overgegaan tot overschrijving in de openbare
                                    registers van de akte van splitsing in appartementsrechten,
                                    bedoeld in</al></li><li nr=""><al>artikel 109 van boek 5 van het Burgerlijk wetboek, of tot het
                                    verlenen van deelnemings- of lidmaatschaprechten;</al></li><li nr="b."><al>de vergunning is verleend op grond van door de vergunninghouder
                                    verstrekte gegevens waarvan deze wist of redelijkerwijs moest
                                    vermoeden dat zij onjuist of onvolledig waren.</al></li><li nr="c."><al>De vergunninghouder wordt vier weken voorafgaand aan het besluit
                                    om intrekking in de gelegenheid gesteld zijn zienswijze in te
                                    dienen naar aanleiding van het voornemen tot intrekking.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><al>De vóór de inwerkingtreding van deze verordening bij de gemeente
                            Leiderdorp gedane aanvragen om splitsing-/onttrekkingsvergunning worden
                            behandeld conform het nog tot datum van inwerkingtreding van deze
                            verordening van kracht zijnde hoofdstuk VII uit de Verordening 1998.
                        </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als "Verordening wijziging
                            woningvoorraad 2011".</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking daags na publicatie.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><nota-toelichting><tussenkop>Mogelijkheid intrekking van de splitsingsvergunning</tussenkop><al>Indien niet binnen één jaar nadat de vergunning onherroepelijk is geworden
                    overgegaan is tot overschrijving in de openbare registers van de akte van
                    splitsing in appartementsrechten of tot verlening van deelnemings- of
                    lidmaatschapsrechten zullen burgemeester en wethouders de vergunning
                    intrekken.</al><al>Ook indien blijkt, dat de vergunning is verleend op grond van door de
                    vergunninghouder verstrekte gegevens, waarvan deze wist of redelijkerwijs moest
                    vermoeden dat zij onjuist of onvolledig waren, zullen burgemeester en wethouders
                    de vergunning intrekken. </al><tussenkop>Hoofdstuk III Inwerkingtreding en overgangsbepaling</tussenkop><al>Deze verordening met toelichting in werking daags na publicatie
                    raadsbesluit.</al><al>Aanvragen, die bij de gemeente binnenkomen voor de publicatiedatum van dit
                    beleid met bijbehorende verordening worden getoetst aan het hoofdstuk VII van de
                    Verordening 1998.</al><al>Aanvragen die na publicatiedatum van het beleid en de nieuwe verordening worden
                    ingediend worden aan deze stukken getoetst. </al><al/></nota-toelichting><nota-toelichting><kop><label>Nota-toelichting</label></kop><al>Algemeen: </al><al>Per 1 juli 1993 is de Huisvestingswet in werking getreden. De wet richt zich op
                    gemeenten en samenwerkingsverbanden en bevat regelgeving met betrekking tot de
                    verdeling van woonruimte. De wet bevat voorschriften die beogen een evenwichtige
                    en rechtvaardige verdeling van de schaarse woonruimte te bevorderen. De
                    voorschriften hebben zowel betrekking op de verdeling van de woonruimte als op
                    de samenstelling van de woningvoorraad. </al><al>De gemeente is in beginsel vrij in haar keuze of zij van een of meer van de in
                    de Huisvestingswet ter beschikking staande instrumenten gebruikmaakt.</al><al>Wanneer de gemeente besluit regulerend op te treden in de woonruimteverdeling,
                        <cursief>kan</cursief> de gemeenteraad een huisvestingsverordening
                    vaststellen. </al><al>Vanwege het samengaan van de Leidse regio en de Duin- en Bollenstreek in de
                    Regio Holland Rijnland werd in 2006 een nieuw woonruimteverdeelsysteem
                    ontwikkeld. Per 1 januari 2006 was sprake van één regionale woningmarkt voor de
                    toen nog deelnemende zestien gemeenten. </al><al>De bestaande verordening uit 1998 werd opgedeeld in twee delen, te weten een
                    regionaal en lokaal deel. De nieuwe regionale verordening deed niets af aan de
                    lokale huisvestingsverordening van gemeenten voor zover deze betrekking heeft op
                    wijziging van de woningvoorraad (als gevolg van splitsing, onttrekking en
                    samenvoeging). Tot op heden is voor het verlenen van vergunningen voor dit
                    onderdeel gewerkt met de regelgeving uit het nog steeds van kracht zijnde
                    Hoofdstuk VII van deze Huisvestingsverordening </al><al>Los van het feit dat ook na de in 2012 te verwachten inwerkingtreding van het
                    nieuwe woonruimteverdeelsysteem – de invoering van een nieuw systeem is
                    noodzakelijk door de toetreding van de Rijnstreek tot Holland Rijnland en de
                    vele kritiekpunten vanuit de burgerij op het bestaande systeem – zal er (nog
                    steeds) sprake zijn van een schaarse woningmarkt en daarom is het wenselijk om
                    niet af stappen van de vergunningstelsels t.a.v. splitsing en onttrekking.
                    Daarom is deze verordening met toelichting opgesteld. Op deze manier is er
                    blijvend toezicht op ontwikkelingen mogelijk. </al><al>Vooruitlopend op de inwerkingtreding van de nieuwe Huisvestingswet (tot op heden
                    op rijksniveau uitgesteld vanwege het controversiële karakter, de verwachting
                    is, dat deze nieuwe wet redelijk snel behandeld zal worden) en de
                    inwerkingtreding van de nieuwe regionale Huisvestingsverordening Holland
                    Rijnland (als gevolg van de toetreding tot Holland Rijnland van de Rijnstreek
                    gemeenten) is nu het moment aangebroken om een lokale verordening 'wijziging
                    woningvoorraad' vast te stellen. Immers ondanks alle pogingen daartoe is er nog
                    steeds in onze regio sprake van een schaarse woningmarkt en blijft het in
                    volkshuisvestelijke zin van groot belang toezicht te houden op de lokale
                    ontwikkelingen op het gebied van de woningvoorraad. Daarnaast zijn er voor de
                    gemeente ook eventuele financiële consequenties van betekenis. </al><al/><al>De toelichting en de verordening gelden per 30 mei 2011(afhankelijk van datum
                    publicatie) en fungeren naast de regionale huisvestingsverordening
                    ‘Huisvestingsverordening Holland Rijnland 2008'. </al><al/><al>Leeswijzer toelichting</al><al><onderstreept>Hoofdstuk I </onderstreept>betreft de algemene bepalingen </al><al><onderstreept>Hoofdstuk II </onderstreept>betreft onttrekking, samenvoeging en
                    omzetting van woonruimte.</al><al><onderstreept>Hoofdstuk III </onderstreept> gaat over splitsing in
                    appartementsrechten. </al><al><onderstreept>H</onderstreept><onderstreept>oofdstuk IV</onderstreept> betreft
                    de overgangs- en slotbepalingen. </al><tussenkop>Hoofdstuk I Beleid onttrekking, samenvoeging en
                    omzetting</tussenkop><al>Het reguleren van onttrekkingen van woonruimte aan de woningvoorraad is één van
                    de instrumenten ter bescherming van de omvang en de samenstelling van de
                    woningvoorraad.</al><al>De Huisvestingswet geeft het formele kader voor regels op het gebied van
                    woningonttrekking.</al><tussenkop>Wanneer is een onttrekkingsvergunning nodig?</tussenkop><al>Een onttrekkingsvergunning is in een aantal gevallen nodig:</al><al>a. als men zelfstandige woonruimte omzet naar onzelfstandige woonruimte. </al><al>Het komt steeds meer voor, dat eigenaren van koopwoningen om financiële redenen
                    vanwege onverkoopbaarheid tijdelijk kamergewijs gaan verhuren, zonder dat
                    daarvoor de benodigde vergunning(en) zijn afgegeven. Op zich bestaat er tegen
                    een dergelijke vorm van tijdelijke exploitatie geen bezwaar. </al><al>De vergunning kan worden geweigerd, indien:</al><al>a.de leefbaarheid van een buurt of straat onder druk komt te staan vanwege het
                    te grote aantal woningen in de straat of buurt dat middels kamergewijze verhuur
                    wordt geëxploiteerd, waardoor problemen kunnen ontstaan met de
                    parkeervoorzieningen en de leefbaarheid . </al><al>Indien meerdere eigenaren in een straat op deze wijze omgaan met hun bezit,
                    dreigt het gevaar, dat de leefbaarheid in de straat/buurt en/of wijk erg onder
                    druk komt te staan. Indien deze eigenaren een vergunning aanvragen voor een
                    tijdelijke onttrekking aan de woningvoorraad ten behoeve van kamergewijze
                    verhuur, wordt de gemeente de kans geboden om een afweging te maken tussen
                    individueel en algemeen belang. Zonder deze mogelijkheid is de gemeente
                    afhankelijk van signalen van buren of straatgenoten en heeft dan geen
                    mogelijkheid om in te grijpen, hetgeen uit maatschappelijk oogpunt als
                    onrechtvaardig wordt ervaren. .</al><lijst><li nr="b."><al>De onttrekking – al dan niet tijdelijk – er voor zorgt dat de
                            samenstelling van de woningvoorraad in het gedrang komt. </al></li><li nr="c."><al> er sprake is van een stadsvernieuwings- wijk of buurt</al></li></lijst><al>Echter, </al><lijst><li nr="b."><al>Ook als men woonruimte met andere woonruimte wil samenvoegen is een
                            onttrekkingsvergunning nodig (bijvoorbeeld bij het samenvoegen van 2
                            kleine woningen tot 1 wat grotere woning). </al></li><li nr="c."><al>Tenslotte is een onttrekkingsvergunning nodig indien men woonruimte
                            geheel of gedeeltelijk aan de bestemming tot bewoning wil onttrekken.
                            Dit betreft het slopen of het gebruiken van de woonruimte voor een ander
                            doel dan permanente bewoning door een huishouden. </al></li></lijst><al/><al>Het vergunningstelsel is van toepassing op woonruimten binnen de gemeente
                    Leiderdorp. Dit betekent onder andere dat vooraf een onttrekkingsvergunning moet
                    zijn verleend voor elk van ‘normale’ gezinsbewoning afwijkend gebruik van een
                    woning. Hieronder valt onder andere het geheel of gedeeltelijk gebruik als
                    bedrijfs-, winkel of kantoorruimte, sloop, samenvoeging met een andere woning,
                    kamer- of etage-gewijze verhuur, etc. Voor gebruik van de woning voor aan huis
                    gebonden beroepen, dat ondergeschikt aan de woning plaatsvindt, geldt dit niet.
                    Ook voor de verhuur van 1 kamer in een zelfstandige woning geldt dit
                    vergunningstelsel niet. Hiervoor is dus geen onttrekkingsvergunning nodig.</al><tussenkop>Behandeling aanvraag</tussenkop><al>Voor een goede beoordeling van een aanvraag om onttrekkingsvergunning moet er
                    bepaalde informatie en bewijsstukken aanwezig zijn. Indien een aanvraag niet
                    vergezeld gaat van deze stukken of de informatie niet voldoende wordt geacht,
                    dan wordt de aanvrager in de gelegenheid gesteld om binnen vier weken deze
                    stukken alsnog aan te vullen of te verbeteren. Indien hieraan geen of
                    onvoldoende gehoor wordt gegeven, nemen burgemeester en wethouders de aanvraag
                    niet in behandeling. Indien de aanvraag wel volledig is beslissen burgemeester
                    en wethouders binnen acht weken over de vergunning. Deze beslissing kan eenmalig
                    met ten hoogste vier weken worden verdaagd.</al><al/><al>Mocht het zo zijn, dat door de gevolgen van de onttrekking strijdigheid met het
                    bestemmingsplan ontstaat, dan zal de aanvraag tevens een verzoek om een
                    omgevingsvergunning in afwijking van het bestemmingsplan zijn. </al><al>Op grond van de Wabo (artikel 2:1, eerste lid onder c.) is het mogelijk om een
                    omgevingsvergunning in afwijking van het bestemmingsplan te verlenen . Indien
                    hiervan sprake is, is de hiervoor genoemde beslissingstermijn van acht weken
                    niet meer van toepassing. Er dient nl. eerst een procedure gevolgd te worden.
                    Voor de beoordeling of het bevoegd gezag de omgevingsvergunning in afwijking van
                    het bestemmingsplan wil gaan verlenen kan er om nadere gegevens worden gevraagd. </al><tussenkop>Wanneer wordt een onttrekkingsvergunning
                    verleend?</tussenkop><al>Een onttrekkingsvergunning wordt verleend door burgemeester en wethouders,
                    tenzij het belang van het behoud of de samenstelling van de woningvoorraad
                    groter is dan het met het onttrekken van bestemming tot bewoning gediende belang
                    en het belang van het behoud of de samenstelling van de woningvoorraad niet door
                    het stellen van nadere voorwaarden en voorschriften voldoende kan worden
                    gediend. </al><al>Met andere woorden: de belangen, die (namens) de aanvrager bij zijn
                    onttrekkingsaanvraag heeft aangevoerd moeten worden afgezet tegen het algemeen
                    en/of gemeentelijk belang bij handhaving van de concrete woonruimte. De gemeente
                    beschermt daarbij de belangen van de categorie personen, die voor dergelijke
                    woonruimte in aanmerking wensen te komen. De belangen van overige personen
                    (bewoners, buren en/of derdebelanghebbenden) spelen normaliter geen rol. Hun
                    belangen worden door andere wetten, dan de Huisvestingswet, gediend (zoals
                    Burgerlijk Wetboek en Woningwet). </al><al/><al>Indien er sprake is van een aanvraag om een onttrekking met strijdigheid met het
                    bestemmingsplan (dus een verzoek om vrijstelling) kan de onttrekkingsvergunning
                    pas verleend worden, nadat de benodigde procedure positief is doorlopen. </al><al>Indien de vrijstellingsprocedure een negatieve uitkomst heeft of als er door
                    B&amp;W wordt besloten geen vrijstellingsprocedure op te starten, dan wordt de
                    gevraagde onttrekkingsvergunning direct geweigerd.</al><al>Indien de onttrekkingsvergunningwordt verlend, dient binne één jaar gebruik te
                    worden gemaakt van de vergunning, anders trekken burgemeester en wethouders de
                    vergunning in. </al><al/><tussenkop>Wanneer is er sprake van reële en/of financiële compensatie?</tussenkop><al>Van reële compensatie is sprake als de nieuwe woonruimte naar aard, ligging,
                    kwaliteit en prijsniveau (minimaal) gelijkwaardig is aan de onttrokken
                    woonruimte. Een vereiste daarbij is dat de nieuwe woonruimte is of wordt
                    gecreëerd met het oog op de onttrekking en dat hierbij geen beroep wordt gedaan
                    op financiële steun van de gemeente. </al><al>De onttrekking wordt eerst toegestaan nadat de nieuwe woonruimte aan de voorraad
                    is toegevoegd, tenzij door de aanvrager een waarborgsom of bankgarantie wordt
                    verstrekt ter grootte van het bedrag dat had moeten worden betaald indien sprake
                    was van een financiële compensatie. Als de aanvrager zijn verplichtingen t.a.v.
                    de reële compensatie binnen de gestelde termijn nakomt, wordt het bedrag
                    volledig gerestitueerd. In het andere geval vervalt dit bedrag aan de ‘Reserve
                    Sociale Woningbouw’. </al><al>Als reële compensatie niet mogelijk is, is het mogelijk om financieel te
                    compenseren. Degene die de vergunning aanvraagt stort een door burgemeester en
                    wethouders vast te stellen bedrag in de ‘Reserve Sociale Woningbouw’. Deze
                    reserve wordt door de gemeenteraad beheerd en zij zal dit geld aanwenden t.b.v.
                    instandhouding en uitbreiding van de sociale woningvoorraad. </al><al>De hoogte van de financiële compensatie wordt door de gemeente berekend naar het
                    aantal vierkante meters te onttrekken woonruimte gemeten conform NEN 2580.</al><tussenkop>Mogelijkheid tijdelijke onttrekking van de woonruimte. </tussenkop><al>In uitzonderingssituaties is tijdelijke onttrekking denkbaar, Hierbij moet de
                    aanvrager aannemelijk maken dat de tijdelijke onttrekking voorziet in een
                    tijdelijke behoefte van maximaal vijf jaar en dat een andere oplossing
                    redelijkerwijs niet mogelijk is.</al><al/><al>In geval van tijdelijke onttrekking of samenvoeging dient de aanvrager een
                    waarborgsom te betalen van 10% van de financiële compensatie die hij
                    verschuldigd zou zijn indien voor onbepaalde tijd zou worden onttrokken of
                    samengevoegd maal het aantal jaren waarvoor de tijdelijke onttrekkingsvergunning
                    is verleend. De woonruimte moet binnen twaalf weken waarvoor de tijdelijke
                    onttrekkingsvergunning is verleend, weer toegevoegd zijn aan de voorraad,
                    tenminste in de staat waarin de woonruimte verkeerde ten tijde van de indiening
                    van de aanvraag om onttrekking. Indien de woonruimte weer in goede staat aan de
                    woningvoorraad is toegevoegd, wordt de waarborgsom aan de aanvrager
                    terugbetaald. Over waarborgsommen en compensatiegelden wordt geen rente vergoed. </al><tussenkop>Mogelijkheid intrekking van de
                    onttrekkingsvergunning.</tussenkop><al>Indien niet binnen één jaar nadat de vergunning onherroepelijk is geworden
                    overgegaan is tot onttrekking, samenvoeging of omzetting, zullen burgemeester en
                    wethouders de vergunning intrekken. </al><al>Ook indien blijkt, dat de vergunning is verleend op grond van door de
                    vergunninghouder verstrekte gegevens, waarvan deze wist of redelijkerwijs moest
                    vermoeden dat zij onjuist of onvolledig waren, zullen burgemeester en wethouders
                    de vergunning intrekken.</al><al/><tussenkop>Hoofdstuk II Beleid splitsing in appartementsrechten</tussenkop><al>Splitsing in appartementsrechten is het splitsen van een pand of gebouw in
                    delen, die ieder een andere eigenaar kunnen krijgen. Elke appartementseigenaar
                    heeft het eigendom van zijn appartementsrecht. In het kadaster wordt
                    geregistreerd welke eigenaar van een appartementsrecht is. Elke
                    appartementseigenaar heeft het alleenrecht om gebruik te maken van een bepaald
                    kadastraal deel van het pand. Daarnaast zijn alle ap0partementseigenaren samen
                    eigenaar van de grond, het casco en de gemeenschappelijke ruimten. Ook indien
                    het gaat om deelneming- of lidmaatschapsrechten </al><tussenkop>Wanneer is een splitsingsvergunning nodig?</tussenkop><al>Een splitsingsvergunning is nodig om een recht op een gebouw bevattende
                    woonruimte te splitsen in appartementsrechten waarvan een of meer van deze
                    bevoegdheid omvatten tot het gebruik van een of meer gedeelten van het gebouw
                    als woonruimte. Ook indien het gaat om deelneming- of lidmaatschapsrechten of
                    het aangaan van een verbintenis daartoe door een rechtspersoon met betrekking
                    tot het gebouw met betrekking tot het gebouw, is een splitsingsvergunning nodig. </al><tussenkop>Behandeling aanvraag</tussenkop><al>Voor een goede beoordeling van een aanvraag om splitsingsvergunning moet er
                    bepaalde informatie en bewijsstukken aanwezig zijn. Indien een aanvraag niet
                    vergezeld gaat van deze stukken of deze informatie niet voldoende wordt geacht,
                    dan wordt de aanvrager in de gelegenheid gesteld om binnen vier weken deze
                    stukken alsnog aan te vullen of te verbeteren. Indien hieraan geen of
                    onvoldoende gehoor wordt gegeven nemen burgemeester en wethouders de aanvraag
                    niet in behandeling. Indien de aanvraag wel volledig is beslissen burgemeester
                    en wethouders binnen acht weken omtrent de vergunning. Deze beslissing kan
                    eenmalig met ten hoogste vier weken worden verdaagd. </al><al>Mocht het zo zijn, dat als de vergunning verleend wordt en gebruikmaking van de
                    vergunning zou leiden tot strijdigheid met het bestemmingsplan dan wordt de
                    vergunningaanvraag tevens aangemerkt als een verzoek om een omgevingsvergunning
                    in afwijking van het bestemmingsplan. </al><al>Op grond van de Wabo (art. 2:1, eerste lid, onder c.) is het mogelijk om deze
                    omgevingsvergunning te verlenen in afwijking van het bestemmingsplan. </al><al>Indien hiervan sprake is. Is de hiervoor genoemde beslistermijn van acht weken
                    niet meer van toepassing. Er dient namelijk eerst een procedure gevolgd te
                    worden. Voor de beoordeling of het bevoegd gezag deze vergunning wil gaan
                    verlenen kunnen om nadere gegevens worden gevraagd.</al><al/><tussenkop>Wanneer wordt een splitsingsvergunning geweigerd?</tussenkop><al>Limitatief zijn er in principe drie mogelijke afwijzingsgronden, namelijk:</al><lijst><li nr="1."><al>de samenstelling van de woningvoorraad;</al></li><li nr="2."><al>belemmering van stadsvernieuwing;</al></li><li nr="3."><al>bepalingen uit het oogpunt van indeling of staat van onderhoud.</al></li></lijst><al>Dit houdt in principe in, dat alleen op deze punten een aanvraag om een
                    splitsingsvergunning geweigerd mag worden. Uitzondering hierop kan alleen als er
                    sprake is dat het verzoek om de splitsingsvergunning tevens een verzoek om
                    vrijstelling is. Als de vrijstellingsprocedure een negatieve uitkomst heeft of
                    als er besloten wordt om geen vrijstellingsprocedure op te starten, wordt de
                    gevraagde splitsingsvergunning ook geweigerd.</al><al>Indien de splitsingsvergunning wordt verleend, dient binnen één jaar gebruik te
                    worden gemaakt van de vergunning door inschrijving in de openbare registers van
                    de akte van splitsing in appartementsrechten of tot verlening van deelnemings-
                    of lidmaatschapsrechten. </al><tussenkop>Wanneer wordt de beslissing op een aanvraag om
                    splitsingsvergunning aangehouden?</tussenkop><al>Op grond van dreigende belemmering van de stadsvernieuwing kan een aanvraag voor
                    een splitsingsvergunning worden aangehouden indien voor het gebied waarin het
                    gebouw waarop de vergunningaanvraag betrekking heeft is gelegen, een
                    voorbereidingsbesluit (ex artikel.2.1, eerste lid onder c WABO) geldt. De
                    beslissing op een aanvraag om splitsingsvergunning wordt ook aangehouden indien
                    er dreigende strijdigheid met het in voorbereiding zijnde bestemmingsplan wordt
                    verwacht en een voorbereidingsbesluit geldt. </al><al>De aanhouding eindigt wanneer het voorbereidingsbesluit is vervallen.</al><al>Burgemeester en wethouders kunnen ook de beslissing op een aanvraag om
                    splitsingsvergunning aanhouden indien de aanvrager aannemelijk kan maken dat hij
                    binnen een daarvoor redelijke termijn de gebreken op grond waarvan de aanvraag
                    geweigerd wordt opheft.</al><al>Burgemeester en wethouders vermelden aan de aanvrager welke gebreken met het oog
                    op de voorgenomen splitsing moeten worden hersteld en binnen welke termijn. </al><al>Indien hieraan in het geheel wordt voldaan, eindigt de aanhouding en wordt de
                    gevraagde splitsingsvergunning verleend. </al><al/><al><cursief>Mogelijkheid intrekking van de splitsingsvergunning</cursief></al><al>Indien niet binnen één jaar nadat de vergunning onherrroepelijk is geworden
                    overgegaan is tot overschrijving in de openbare registers van de akte van
                    splitsing in appartementsrechten of tot verlening van deelnemings- of
                    lidmaatschapsrechten zullen burgemeester en wethouders de vergunning intrekken.
                    Ook indien blijkt, dat de vergunning is verleend op grond van door de
                    vergunninghouder verstrekte gegevens, waarvan deze wist of redelijkerwijs moest
                    vermoeden dat zij onjuist of onvolledig waren, zullen burgemester en wethouders
                    de vergunning intrekken. </al><al/><al>Hoofdstuk III Inwerkingtreden en overgangsbepaling. </al><al/><al>Deze verordening treedt inwerking daags na publicatei van het raadsbesluit.
                    Aanvragen die bij de gemeente binnenkomen voor de publicatiedatum van dit beleid
                    met bijbehorenden verordening worden getoetst aan het hoofdstuk VII van de
                    Verordening 1998. Aanvragen die na de publicatiedatum van het beleid en de
                    nieuwe verordening worden ingediend, worden aan deze stukken getoetst.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>