<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.92--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.91--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR11822_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Nadeelcompensatie Centrum Noord</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Wassenaar</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-12-05</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Wassenaar</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">De Wassenaarder, 30-12-2004</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Nadeelcompensatie Centrum Noord</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Algemene wet bestuursrecht, art. 3:2</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Algemene wet bestuursrecht, art. 3:4</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2004-11-22</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2005-02-10</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-12-06</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>04123</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>1.Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>VERORDENING NADEELCOMPENSATIE CENTRUM NOORD</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De Raad der gemeente Wassenaar;</al><al>gezien het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 9 november
                        2004,</al><al>raadsvoorstel no. 04123;</al><al>gelet op artikel 149 van de Gemeentewet en de artikelen 3:2 en 3:4 van de
                        Algemene wet bestuursrecht ;</al><al>Overwegende:</al><lijst><li nr="-"><al>dat als gevolg van de feitelijke uitvoering van project Centrum
                                Noord door of vanwege de gemeente Wassenaar natuurlijke danwel
                                rechtspersonen onevenredig financieel nadeel kunnen ondervinden dat
                                redelijkerwijs niet of niet geheel te hunner laste behoort te
                                blijven;</al></li><li nr="-"><al>dat dit mogelijke nadeel niet in alle gevallen op basis van
                                bestaande wettelijke regelingen voor vergoeding van overheidswege in
                                aanmerking komt;</al></li><li nr="-"><al>dat het daarom wenselijk is voorschriften vast te leggen met
                                betrekking tot de inhoud, indiening en behandeling van verzoeken om
                                vergoeding van nadeel welke het gevolg is van de feitelijke
                                uitvoering van project Centrum Noord door of vanwege de gemeente
                                Wassenaar;</al></li></lijst><al><onderstreept>b e s l u i t :</onderstreept></al><al>vast te stellen de volgende verordening: </al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder: </al><lijst><li nr="a."><al>het college: het college van burgemeester en wethouders van de
                                gemeente Wassenaar;</al></li><li nr="b."><al>het project: de herontwikkeling van de locatie Centrum Noord,
                                waartoe de gemeenteraad van Wassenaar heeft besloten op 5 april 2004
                                en welke omvatten:</al></li></lijst><al><onderstreept>A: </onderstreept><onderstreept>deelplan
                            Luifelbaan:</onderstreept> het bouwen van een parkeerkelder, een
                        supermarkt, winkels, horeca, 10 sociale huurwoningen, 28 vrije sector
                        appartementen en een kiosk, zoals aangegeven op tekening VO-OO d.d.
                        04-12-2001, laatst gewijzigd </al><al>d.d. 12-01-2004 behorende bij de raamovereenkomst tussen Provastgoed
                        Nederland B.V. en de gemeente Wassenaar, ondertekend d.d. 7-4-2004;</al><al><onderstreept>B: deelplan Langstraat:</onderstreept> het bouwen van een
                        parkeerkelder, bibliotheek, horeca, winkels en 30 vrije sector
                        appartementen, zoals aangegeven op tekening 01177-V-01 d.d. 16-01-2004
                        behorende bij de raamovereenkomst tussen Provastgoed Nederland B.V. en de
                        gemeente Wassenaar, ondertekend d.d. 7-4-2004;</al><al><onderstreept>C: </onderstreept><onderstreept>de
                            bodemsanering</onderstreept> ten behoeve van deelplan Langstraat, zoals
                        vastgelegd in bijlage 17 van de raamovereenkomst tussen Provastgoed
                        Nederland B.V. en de gemeente Wassenaar, ondertekend d.d. 7-4-2004;</al><lijst><li nr="c."><al>het verzoek: een verzoek om toekenning van nadeelcompensatie als
                                bedoeld in artikel 3 van deze verordening of het verzoek om een
                                voorlopige voorziening als bedoeld in artikel 8 van deze
                                verordening;</al></li><li nr="d."><al>de belanghebbende: een natuurlijke of rechtspersoon die een verzoek
                                indient ingevolge artikel 3 of 8 van deze verordening; </al></li><li nr="e."><al>het nadeel: de tijdelijke schade die een direct gevolg is van de
                                rechtmatige en feitelijke uitvoering van het project Centrum
                                Noord;</al></li><li nr="f."><al>de deskundige: de door het college aan te wijzen onafhankelijk
                                deskundige op het gebied van nadeelcompensatie. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Recht op nadeelcompensatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Iedere belanghebbende die rechtstreeks door de feitelijke uitvoering van
                            het project nadeel ondervindt welke redelijkerwijs niet of niet geheel
                            te zijnen laste behoort te blijven kan bij het college een verzoek om
                            nadeelcompensatie indienen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kent nadeelcompensatie toe naar billijkheid, voor zover het
                            nadeel het rechtstreekse gevolg is van de feitelijke uitvoering van het
                            project, voor zover het nadeel redelijkerwijs niet of niet geheel te
                            zijner laste behoort te blijven en voor zover vergoeding van het nadeel
                            niet of niet voldoende anderszins verzekerd is. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De vergoeding kan in geld of, indien dat naar het oordeel van het
                            college geschikter is, op andere wijze plaatsvinden. Indien de
                            nadeelcompensatie plaatsvindt op een andere wijze dan in geld, gaat de
                            waarde van deze compensatie de hoogte van de anders op hetzelfde verzoek
                            uit te keren nadeelcompensatie in geld niet te boven. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Het verzoek om nadeelcompensatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het verzoek om nadeelcompensatie kan niet eerder dan zes maanden na,
                            doch niet later dan twee jaar na de eindoplevering van het project
                            worden ingediend bij het college. Indien een verzoek na het verstrijken
                            van deze termijn wordt ingediend, blijft niet ontvankelijkheid
                            achterwege, indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de
                            belanghebbende in verzuim is geweest. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij indiening van het verzoek dient belanghebbende gebruik te maken van
                            het, door het college vast te stellen, aanvraagformulier. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien naar het oordeel van het college niet of onvoldoende gegevens
                            zijn verstrekt om het verzoek te beoordelen, wordt belanghebbende in de
                            gelegenheid gesteld het verzuim te herstellen binnen een termijn van
                            vier weken na verzending van de brief waarin op het verzuim is gewezen.
                            Indien het verzuim niet tijdig is hersteld, kan het verzoek buiten
                            behandeling worden gelaten.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Gegevens die worden verstrekt in verband met een verzoek zullen door
                            alle betrokkenen vertrouwelijk worden behandeld.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college bevestigt de ontvangst van het verzoek uiterlijk binnen twee
                            weken na ontvangst daarvan. Bij de ontvangstbevestiging wordt
                            belanghebbende in kennis gesteld van de te volgen procedure en de
                            termijnen waarbinnen een beslissing dient te worden genomen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>De procedure met advies deskundige.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een verzoek wordt door het college binnen vier weken na ontvangst,
                            danwel binnen vier weken nadat het verzoek is aangevuld op basis van
                            artikel 3, behoudens toepassing van artikel 7, ter advisering voorgelegd
                            aan de deskundige.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De deskundige stelt binnen zes weken na ontvangst van het verzoek van
                            het college om advies als bedoeld in het eerste lid zowel de
                            belanghebbende als het college in de gelegenheid zijn zienswijzen naar
                            keuze schriftelijk of mondeling naar voren te brengen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Zowel belanghebbende als het college verschaft de deskundige, voor zover
                            zij daarover redelijkerwijs de beschikking kunnen krijgen, alle gegevens
                            en bescheiden die voor advisering nodig zijn.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De deskundige kan inlichtingen inwinnen bij derden en kan een
                            bezichtiging ter plaatse houden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Het advies van de deskundige</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Alvorens de deskundige zijn definitieve advies aan het college opstelt,
                            maakt hij een conceptadvies. Dit conceptadvies wordt uiterlijk binnen
                            twaalf weken na de toelichtingen als bedoeld in artikel 4 lid 2 aan de
                            belanghebbende en aan het college gezonden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De deskundige kan de in het eerste lid genoemde termijn eenmaal met ten
                            hoogste zes weken verlengen. De deskundige deelt de belanghebbende en
                            het college schriftelijk en gemotiveerd mede waarom de termijn wordt
                            verlengd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De belanghebbende en het college maken hun eventuele zienswijzen tegen
                            het conceptadvies binnen zes weken na de datum van verzending daarvan
                            schriftelijk aan de deskundige bekend.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De deskundige zendt zijn definitieve advies met inachtneming van de in
                            het vorige lid bedoelde zienswijzen binnen 4 weken na het verstrijken
                            van de in het vorige lid genoemde termijn toe aan de belanghebbende en
                            aan het college.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>In het advies dient de deskundige aan te geven: </al><lijst><li nr="a."><al>of belanghebbende nadeel heeft geleden c.q. nog zal lijden ten
                                    gevolge van het bouwproject;</al></li><li nr="b."><al>of belanghebbende dit nadeel redelijkerwijs had kunnen voorkomen
                                    c.q. had kunnen beperken;</al></li><li nr="c."><al>of, en zo ja in welke mate, belanghebbende kosten heeft moeten
                                    maken voor schadevoorkomende en/of –beperkende maatregelen, die
                                    voor vergoeding in aanmerking komen; </al></li><li nr="d."><al>of het nadeel niet of niet voldoende via een andere regeling
                                    c.q. verzekering kan worden gecompenseerd; </al></li><li nr="e."><al>of, en zo ja in welke mate, dit nadeel redelijkerwijs ten laste
                                    moet komen van de gemeente dan wel ten laste van de
                                    belanghebbende behoort te blijven; </al></li><li nr="f."><al> of, en zo ja voor welk bedrag, belanghebbende kosten heeft
                                    moeten maken voor het indienen en onderbouwen van zijn verzoek,
                                    die voor vergoeding in aanmerking komen; </al></li><li nr="g."><al>of, en zo ja op welke wijze c.q. voor welk bedrag,
                                    belanghebbende dient te worden gecompenseerd.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De kosten van het advies van de deskundige komen volledig ten laste van
                            de gemeente.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>De beslissing op het verzoek</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college neemt uiterlijk zes weken na ontvangst van het definitieve
                            advies van de deskundige een besluit op het verzoek van
                            belanghebbende.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De in het eerste lid genoemde termijn kan door de het college éénmaal
                            met ten hoogste zes weken worden verlengd. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>De vereenvoudigde procedure zonder advies deskundige</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan een verzoek om nadeelcompensatie zonder advies van de
                            deskundige, binnen twaalf weken na ontvangst van het verzoek af- of
                            toewijzen, indien blijkt dat het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk,
                            kennelijk gegrond dan wel kennelijk ongegrond is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De in het eerste lid genoemde termijn kan door het college éénmaal met
                            ten hoogste twaalf weken worden verlengd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Voorlopige voorziening</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college kan op verzoek van een belanghebbende, die naar
                                redelijkerwijs valt te verwachten in aanmerking komt voor
                                nadeelcompensatie en die een spoedeisend belang heeft, vooruitlopend
                                op zijn besluit als bedoeld in de artikelen 6 of 7 besluiten een
                                voorlopige voorziening te treffen.</al></li><li nr="2."><al>Een verzoek om een voorlopige voorziening kan worden ingediend vanaf
                                de start van het bouwproject. </al></li><li nr="3."><al>Met het besluit als bedoeld in het eerste lid wordt geen recht op
                                nadeelcompensatie erkend of verleend.</al></li><li nr="4."><al>Indien de voorlopige voorziening van financiële aard is, dient
                                belanghebbende, alvorens het voorschot wordt uitgekeerd,
                                schriftelijk de verplichting te aanvaarden het eventueel te veel of
                                ten onrechte ontvangen bedrag terug te betalen indien blijkt dat:
                            </al></li></lijst><al><vet>a.</vet> op grond van het besluit van het college omtrent het verzoek
                        om nadeelcompensatie en de bij dat besluit behorende gegevens blijkt dat het
                        voorschot geheel of gedeeltelijk ten onrechte is verstrekt.</al><al><vet>b. </vet>op grond van nieuwe gegevens blijkt dat de getroffen
                        voorlopige voorzieningen geheel of gedeeltelijk ten onrechte is
                        getroffen.</al><lijst><li nr="5."><al>Terugbetaling als bedoeld in het vierde lid van dit artikel dient te
                                geschieden vermeerderd met de wettelijke rente conform art. 6:120 BW
                                vanaf de dag dat de belanghebbende over het bedrag heeft kunnen
                                beschikken. </al></li><li nr="6."><al>Bij het treffen van een voorlopige voorziening in de vorm van een
                                voorschot kan het college een zekerheidsstelling verlangen in de
                                vorm van een hypotheek of een bankgarantie.</al></li><li nr="7."><al>Een ingediend verzoek om een voorlopige voorziening zal, als de
                                periode van indiening van een verzoek om nadeelcompensatie ingegaan
                                is, tevens worden aangemerkt als een verzoek om nadeelcompensatie en
                                als zodanig in behandeling worden genomen. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Hardheidsclausule.</titel></kop><al>Indien een strikte toepassing van deze verordening zou leiden tot een
                        onmiskenbare onredelijke situatie c.q. besluit voor de belanghebbende, kan
                        het college afwijken van het in deze verordening bepaalde. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Inwerkingtreding.</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na het verstrijken van
                        de termijn van zes weken na de datum waarop zij is bekendgemaakt. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Citeertitel.</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als: "Verordening Nadeelcompensatie
                        Centrum Noord".</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Wassenaar, 22 november 2004</al><al>De Raad voornoemd,</al></slotformulering><ondertekening>de Griffier, de Voorzitter,</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>