<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR11803_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Budgethoudersregeling gemeente De Bilt 2009</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">De Bilt</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-11-21</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">De Bilt</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Biltbuis 26-08-2009</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Budgethoudersregeling gemeente De Bilt 2009</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Hoofdstuk 10 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 26, onderdeel c, van de Financiële verordening gemeente De Bilt</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2009-08-18</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2009-09-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>cv 03-08-2009</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>1.De Regeling Budgethouders De Bilt 2009 is gedelegeerde regelgeving van de Financiële Verordening De Bilt 2008</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Op de datum van inwerkingtreding vervalt de Regeling budgethouders De Bilt 2007</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Budgethoudersregeling gemeente De Bilt 2009</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>REGELING BUDGETHOUDERS GEMEENTE DE BILT 2009</vet></al><al><vet>Het college van burgemeester en wethouders van gemeente De Bilt;</vet></al><al><vet>Gelet op hoofdstuk 10 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 26,
                            onderdeel c, van de Financiële verordening gemeente De Bilt;</vet></al><al><vet>BESLUIT:</vet></al><al><vet>Vast te stellen de volgende</vet></al><al><vet>Budgethoudersregeling gemeente De Bilt 2009</vet></al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>BEGRIPSBEPALINGEN </titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr></kop><al>In deze regeling wordt verstaan onder: </al><lijst><li nr="a."><al>college: het college van burgemeester en wethouders van De
                                    Bilt;</al></li><li nr="b."><al>directeur: de secretaris of de directeur bedrijfsvoering;</al></li><li nr="c."><al>directie: de directeuren;</al></li><li nr="d."><al>griffier: de griffier van de raad;</al></li><li nr="e."><al>afdelingsmanager: leidinggevende van een door het college
                                    aangewezen afdeling;</al></li><li nr="f."><al>projectleider: functionaris die is aangewezen als projectleider
                                    van een door het college vastgesteld concernproject;</al></li><li nr="g."><al>budget: de middelen die via de programmabegroting en
                                    productenraming zijn toegekend voor het realiseren van een
                                    samenhangend geheel van doelstellingen, resultaat- en
                                    prestatieafspraken;</al></li><li nr="h."><al>beheersing: het beheren van de middelen binnen de kaders van de
                                    productenraming;</al></li><li nr="i."><al>hoofdbudgethouder:de ambtenaar die uit hoofde van zijn
                                    functie verantwoordelijk is voor de beheersing van het totale
                                    budget van de gemeente;</al></li><li nr="j."><al>budgethouder:de ambtenaar die uit hoofde van zijn
                                    functie verantwoordelijk is voor de beheersing van een budget
                                    dan wel waarvoor hij als zodanig is aangewezen;</al></li><li nr="k."><al>budgetbeheerder:de ambtenaar die ten behoeve van de
                                    budgethouder een deel of delen van</al></li></lijst><al>de aan deze budgethouder toegewezen budgetten beheert. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>DE AANWIJZING VAN HOOFDBUDGETHOUDER, BUDGETHOUDERS EN
                            BUDGETBEHEERDERS </titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De directie is hoofdbudgethouder. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De directie kan, met inachtneming van de geldende Mandaatregeling De
                                Bilt, afdelingsmanagers en projectleiders als budgethouder
                                aanwijzen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij afwezigheid wordt de budgethouder vervangen overeenkomstig de
                                geldende Mandaatregeling De Bilt. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De budgethouder kan met inachtneming van de geldende Mandaatregeling
                                De Bilt een of meer onder zijn verantwoordelijkheid werkende
                                medewerker(s) aanwijzen als budgetbeheerder. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De aanwijzing van een budgetbeheerder wordt schriftelijk gedaan en
                                ter goedkeuring voorgelegd aan de directie. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het in het vorige lid bedoelde verzoek om goedkeuring gaat vergezeld
                                van:</al><lijst><li nr="a."><al>De naam en functie van de budgetbeheerder;</al></li><li nr="b."><al>De budgetten waarvoor de aanwijzing wordt verzocht;</al></li><li nr="c."><al>De paraaf “voor akkoord” van de aangewezen budgethouder voor
                                        deze budgetten.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De directeur parafeert een aanwijzing tot budgetbeheerder ten teken
                                van zijn goedkeuring. </al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>De budgethouder zendt een afschrift van de aanwijzing aan de
                                financiële administratie vergezeld van de paraaf van de betreffende
                                budgetbeheerder.</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>De afdelingsmanager van de financiële administratie verwerkt de
                                aanwijzing van budgetbeheerder binnen vijf werkdagen na melding in
                                de administratie.</al></lid><lid><lidnr>10.</lidnr><al>De financiële administratie rapporteert 2 x per jaar de directie aan
                                de hand van een totaaloverzicht over de aanwijzingen, bedoeld in het
                                vierde lid.</al></lid><lid><lidnr>11.</lidnr><al>De directie kan op grond van de rapportage, bedoeld in het vorige
                                lid, het aantal budgetbeheerders wijzigen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>VERANTWOORDELIJKHEDEN EN BEVOEGDHEDEN </titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr></kop><al><vet>De afdelingsmanager die is aangewezen als budgethouder is
                                onverminderd de bepalingen in deze regeling opgenomen taken voor
                                budgethouders en –beheerders eindverantwoordelijk voor de beheersing
                                van de budgetten en de realisatie van inkomsten die tot het
                                taakgebied van zijn afdeling behoren.</vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De hoofdbudgethouder is eindverantwoordelijk voor de beheersing van
                                de begrotingsuitvoering, zoals deze is vastgelegd in de
                                productenraming voor het college en de tussentijdse wijzigingen
                                daarvan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De hoofdbudgethouder kan per geval of in het algemeen instructies
                                geven aan de budgethouders en -beheerders over de administratieve
                                vastlegging en verantwoording.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De budgethouder is verantwoordelijk voor de beheersing van de
                                begrotingsuitvoering van die budgetten waarvoor hij door de
                                hoofdbudgethouder is gemachtigd. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De budgethouder is bevoegd tot het doen van uitgaven tot de
                                budgetten waartoe hij door de hoofdbudgethouder is gemachtigd. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De budgethouder is verantwoordelijk voor de realisatie van in de
                                begroting geraamde inkomsten. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De budgetbeheerder is verantwoordelijk voor het beheer van die
                                budgetten waarvoor hij door de budgethouder is gemachtigd. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De budgetbeheerder is bevoegd tot het doen van uitgaven tot de
                                budgetten en het realiseren van de inkomsten waartoe hij door de
                                budgethouder is gemachtigd. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De hoofdbudgethouder, de budgethouder en de budgetbeheerder zijn
                                namens het college, met inachtneming van de geldende Mandaatregeling
                                De Bilt bevoegd tot het aangaan van verplichtingen en het doen van
                                uitgaven: </al><lijst><li nr="a."><al>tot maximaal de desbetreffende exploitatie- en
                                        kostenplaatsbudgetten, waarover hem een machtiging is
                                        verstrekt; </al></li><li nr="b."><al>tot maximaal het saldo van de voorziening waarover hem een
                                        machtiging is verstrekt; </al></li><li nr="c."><al>tot maximaal het bedrag van (dat deel van) de door de
                                        gemeenteraad vastgestelde investeringskredieten waarover hem
                                        een machtiging is verstrekt. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij het aangaan van betalingsverplichtingen worden de geldende
                                regels met betrekking tot administratieve organisatie, interne
                                advisering, aanbestedingen en inkoop gevolgd. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De budgethouder en de budgetbeheerder laten betalingsverplichtingen
                                en vorderingen volgens door de directie vast te stellen nadere
                                richtlijnen - vastleggen in de financiële administratie op het
                                moment dat deze ontstaan. Ook zorgen zij ervoor dat zij tijdig de
                                betaalopdrachten aan de financiële administratie verstrekken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De hoofdbudgethouder is gemachtigd tot het budgettair neutraal
                                overhevelen van exploitatiebudgetten die behoren tot de
                                kostenverdeelstaat.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De hoofdbudgethouder is verplicht de wijzigingen te melden aan het
                                college.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De budgethouder kan tussen de budgetten voor verschillende producten
                                waarvoor hij als zodanig is aangewezen, uitsluitend budgettair
                                neutraal overhevelen, als hij daarvoor van het college door middel
                                van een wijziging van de productenraming toestemming heeft
                                verkregen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De budgethouder of –beheerder kan tussen de verschillende onderdelen
                                van budgetten voor hetzelfde product budgettair neutraal overhevelen
                                als het volume van de productie niet wijzigt.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De in het vierde lid genoemde bevoegdheid geldt uitdrukkelijk niet
                                voor de ruimte die beschikbaar is gesteld voor investeringen, tenzij
                                het college daarvoor toestemming heeft gegeven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr></kop><al>De hoofdbudgethouder is verplicht in alle gevallen - behoudens door het
                            college aan te geven uitzonderingen - inkomsten die niet begroot zijn,
                            te melden aan het college door middel van een begrotingswijziging, al
                            dan niet voorzien van een voorstel tot aanwending van de middelen. Het
                            college vraagt – alvorens verplichtingen worden aangegaan – conform
                            artikel 6 van de financiële verordening de raad toestemming voor deze
                            aanwending.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De budgethouder kan budgetten tussen de tot zijn machtiging
                                behorende prestaties uitsluitend overhevelen met voorafgaande
                                toestemming van de hoofdbudgethouder door middel van een
                                begrotingswijziging. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De budgethouder mag budgetten binnen de tot zijn machtiging
                                behorende prestaties overhevelen, indien het volume van de bij de
                                prestatie behorende lasten en baten niet wijzigt en voor zover geen
                                overheveling plaatsvindt waarbij economische categorieën beginnend
                                met een 6 betrokken zijn. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De budgethouder is gemachtigd tot het budgettair neutraal
                                overhevelen van "uren" tussen doelstellingen en de daarbinnen
                                gespecificeerde prestaties en projecten. De budgethouder is
                                verplicht over deze soort overhevelingen te rapporteren aan de
                                hoofdbudgethouder. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>PLANNING, RAPPORTAGE EN VERANTWOORDING </titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr></kop><al>De budgethouder adviseert het college door middel van beleidsnotities en
                            hij bereidt via zijn bijdragen mede de gemeentelijke begroting voor; hij
                            doet dit onder verantwoordelijkheid van de hoofdbudgethouder.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De hoofdbudgethouder legt aan het college verantwoording af over het
                                gevoerde beleid, zowel inhoudelijk als financieel, in het kader van
                                de bijdragen aan de voortgangsrapportages en de jaarstukken. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college verleent aan de hoofdbudgethouder decharge in het kader
                                van de goedkeuring van de jaarstukken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De hoofdbudgethouder bepaalt hoe, waarover en wanneer de
                                budgethouder hem informeert over de uitvoering van de onder deze
                                regeling aan de budgethouder opgedragen taken. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De budgethouder bepaalt hoe, waarover en wanneer de budgetbeheerder
                                hem informeert over de uitvoering van de onder deze regeling aan de
                                budgetbeheerder opgedragen taken. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De hoofdbudgethouder brengt in verband met het gestelde in artikel 7
                                van de Financiële verordening gemeente De Bilt in elk geval over de
                                eerste 3 en 8 maanden van het lopende boekjaar een tussentijdse
                                rapportage aan het college uit over de voortgang van de
                                beleidsuitvoering en de realisatie van de budgetten. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De budgethouder rapporteert ten minste conform de geldende
                                systematiek rond de bedrijfsrapportages tussentijds aan de
                                hoofdbudgethouder over afwijkingen ten opzichte van de geplande
                                voortgang van de beleidsuitvoering en de realisatie van de budgetten
                                - zowel lasten als baten - die onder zijn verantwoordelijkheid
                                vallen. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De budgetbeheerder rapporteert ten minste tussentijds aan de
                                budgethouder over de uitoefening van de aan hem verstrekte
                                machtiging conform de daaromtrent gemaakte afspraken. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>INFORMATIEVERSTREKKING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De verantwoordelijke manager voor de financiële administratie draagt
                                er zorg voor, dat de hoofdbudgethouder, de budgethouders en de
                                budgetbeheerders beschikken over tijdige en volledige informatie
                                over de budgetten waartoe zij gemachtigd zijn. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De hoofdbudgethouder, de budgethouder en de budgetbeheerder zijn
                                bevoegd alle in de financiële administratie over hun budgetten
                                vastgelegde gegevens te raadplegen. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>SLOTBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 september 2009.
                            </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De Regeling Budgethouders De Bilt 2007 wordt per deze datum
                                ingetrokken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Deze regeling kan worden aangehaald als Regeling budgethouders
                                gemeente De Bilt 2009. </al></lid></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de collegevergadering van 18 augustus 2009,</ondertekening><ondertekening>de secretaris, de burgemeester,</ondertekening><ondertekening>R.A.K. Huijbregts H.P. Mittendorff l.b.</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>TOELICHTING BIJ REGELING BUDGETHOUDERS GEMEENTE DE BILT 2009</titel></kop><al/><al><vet>Algemeen </vet></al><al/><al>De Regeling budgethouders gemeente De Bilt bevat ten opzichte van de geldende
                    Mandaatregeling De Bilt aanvullende regels omtrent het financiële mandaat.</al><lijst><li nr="-"><al>De regeling past binnen het dualisme in de gemeente.</al></li><li nr="-"><al>De secretaris en directeur bedrijfsvoering zijn expliciet aangewezen als
                            hoofdbudgethouder; als zodanig wijzen zij alle budgethouders aan -
                            inclusief de vaststelling van rechten en plichten - en in dit verband
                            wordt door de budgethouders ook aan hen gerapporteerd.</al></li><li nr="-"><al>Het aantal budgethouders en –beheerders is beperkt om de transparantie
                            bij de uitoefening van financiële bevoegdheden te bevorderen.</al></li><li nr="-"><al>Het budgethouderschap is uitgewerkt als onderdeel van integrale
                            managementverantwoordelijkheid.</al></li><li nr="-"><al>De mogelijkheden, te "schuiven" met middelen, zijn gestroomlijnd en
                            enigszins beperkt.</al></li></lijst><al>De wijze waarop het financieel mandaat in de Regeling budgethouders is geregeld,
                    sluit aan bij het Besturingsconcept van de gemeente. Geredeneerd vanuit dat
                    besturingsconcept hebben de directie en de afdelingsmanagers een integrale
                    managementverantwoordelijkheid. Financieel mandaat ("budgethouderschap") is een
                    van de middelen om daaraan vorm en invulling te geven. </al><al>Een belangrijk punt in de regeling is, dat de directie expliciet wordt
                    aangewezen als hoofdbudgethouder. Op deze manier wordt aangesloten bij het
                    Besturingsconcept en bovendien wordt recht gedaan aan de actuele invulling van
                    integraal management in de gemeentelijke organisatie. </al><al>De kern van de budgetteringsstructuur in voorliggende regeling is dat er buiten
                    de directie – als hoofdbudgethouder – nog slechts budgethouders en
                    budgetbeheerders bestaan. Een budgethouder is dan een functionaris die
                    verantwoordelijk is en ook bevoegd. De budgethouder kan een budgetbeheerder
                    machtigen. Verdere mandatering is niet toegestaan. </al><al>Deze uitgangspunten leveren een eenvoudige budgetteringsstructuur op: per budget
                    is er dus altijd maar 1 persoon bevoegd en verantwoordelijk. De directie is
                    altijd eindverantwoordelijk. De voorgestelde opzet is helder, eenduidig,
                    eenvoudig en leidt tot "korte lijnen" in de organisatie. </al><al>De regeling is opgesteld als een aanvullende regeling ten opzichte van de
                    Mandaatregeling De Bilt. De beide regelingen sluiten op elkaar aan. </al><al>De werking van de voorgestelde Regeling budgethouders is dusdanig, dat een
                    hoofdbudgethouder, budgethouder of budgetbeheerder ook een mandaat heeft als
                    bedoeld in de mandaatregeling. Het omgekeerde hoeft niet het geval te zijn; als
                    een mandaat geen financiële consequenties inhoudt, is het niet nodig daarbij een
                    financieel mandaat te verlenen. </al><al>De Regeling budgethouders heeft een beperkt bereik; zij dient uitsluitend om in
                    het algemeen de bevoegdheden van de budgethouder te regelen met enkele cruciale
                    zaken daaromheen. Meer uitgewerkte regelingen rond de uitvoering van het
                    budgethouderschap maken deel uit van de administratieve organisatie van de
                    gemeente en worden afzonderlijk vastgelegd. </al><al/><tussenkop>Artikelsgewijze toelichting:</tussenkop><tussenkop>Artikel 1</tussenkop><tussenkop>De definities zijn grotendeels gebaseerd op de bepalingen uit de
                    Gemeentewet en de Mandaatregeling De Bilt. Voor wat betreft de budgethouder of
                    –beheerder ligt de nadruk op de beheersing van de budgetten, d.w.z. het beheren
                    van de budgetten binnen de kaders van de productenraming.</tussenkop><al/><tussenkop>Artikel 2 </tussenkop><al>De Regeling budgethouders gemeente De Bilt voorziet in een sterke verankering
                    van het budgethouderschap in "de lijn" van de organisatie; de leden van het
                    management – de directie en afdelingsmanagers –
                        <onderstreept>kunnen</onderstreept> budgethouder worden. De aanwijzing van
                    budgethouders en –beheerders is een bevoegdheid en geen verplichting. Daarnaast
                    is het mogelijk dat projectleiders tot budgethouder worden aangewezen; zij
                    krijgen dan voor de hun toegewezen budgetten dezelfde </al><al>bevoegdheden als een afdelingsmanager. Het gaat hier om projectleiders van
                    concernprojecten. </al><al>In dit artikel is ook geregeld hoe de vervanging van budgethouders kan
                    plaatsvinden; deze is zo eenduidig mogelijk gehouden. </al><al>Deze eenvoudige structuur is een eerste middel om de vormgeving van het
                    financieel mandaat beheersbaar te houden. De mogelijkheden tot doormandatering
                    zijn zeer beperkt. Doormandatering door een budgethouder houdt op bij de
                    budgetbeheerder; die laatste mag niet meer doormandateren. Daarbij komt dat de
                    budgethouders met het verstrekken van een ondermandaat aan een budgetbeheerder
                    terughoudend moeten omgaan. Uitsluitend unithoofden en seniormedewerkers kunnen
                    budgetbeheerder worden. </al><al>De aanwijzing van een budgetbeheerder moet bovendien door de directeur
                    bedrijfsvoering worden goedgekeurd.</al><al>De budgethouder mag de aanwijzing van budgetbeheerder intrekken en een ander
                    persoon daarvoor, na goedkeuring door de directeur bedrijfsvoering, (tijdelijk)
                    aanwijzen.</al><al>Uit oogpunt van overzichtelijkheid, voor met name de interne controle, is het
                    gewenst dat het aantal budgetbeheerders (in totaal of per afdeling) niet te
                    groot wordt. Het maximaal aantal aan te wijzen budgetbeheerders is niet in de
                    regeling vastgelegd, maar wordt overgelaten aan de budgethouder. Deze kan het
                    beste bepalen –op basis van het aantal nota’s dat langskomt- hoeveel
                    budgetbeheerders er uit een oogpunt van doelmatigheid en doeltreffendheid nodig
                    zijn. De financiële administratie rapporteert 2 x per jaar de directie aan de
                    hand van een totaaloverzicht over de aanwijzingen. De directie kan op basis van
                    de rapportage het aantal budgethouders wijzigen.</al><al>De budgethouder blijft als (financieel)mandaatgever bevoegd de gemandateerde
                    bevoegdheid uit te oefenen. </al><al>In het kader van interne controle is het zaak dat de personen die een factuur
                    kunnen beoordelen qua geleverde prestatie of dienst, deze ook voor akkoord
                    tekenen. Deze taak wordt ingevuld door de budgetbeheerder. Dit uit een oogpunt
                    van functiescheiding. De paraaf van de budgethouder is strikt noodzakelijk voor
                    de uitbetaling door de unit financiële administratie. Functiescheiding is een
                    maatregel van interne controle of administratieve organisatie die buiten het
                    kader van deze regeling valt. Als die maatregel of dat gebruik wordt
                    afgesproken, is de budgethouder verantwoordelijk voor de juiste toepassing en
                    niet de unit financiële administratie. De unit financiële administratie moet
                    erop toezien dat de juiste budgethouder heeft getekend. In dit verband: de unit
                    financiële administratie is een ondersteunende unit en het is van belang dat zij
                    richting de andere afdelingen wijst op mogelijke gebreken in het voortraject. De
                    verantwoordelijkheid voor het voortraject blijft echter bij de
                    budgethouder.</al><tussenkop>Artikel 3</tussenkop><al>De afdelingsmanager die is aangewezen als budgethouder blijft
                    eindverantwoordelijk voor de beheersing van de budgetten van zijn afdeling,
                    zowel de inkomsten als de uitgaven. Het spreekt vanzelf dat hij bij de
                    aanwijzing van de budgetbeheerders ook afspreekt hoe deze zich jegens hem
                    verantwoorden. De mandaatregeling is hierop van toepassing.</al><tussenkop>Artikel 4</tussenkop><al>Dit artikel regelt de verantwoordelijkheden van de directie als
                    hoofdbudgethouder. De directie is verantwoordelijk voor de beheersing van de
                    productenraming van het gehele concern. Het college kan daarin tussentijds
                    wijzigingen aanbrengen, bijvoorbeeld op grond van een bestuursrapportage.
                    Betreft het verschuivingen binnen een programma, dan is het college bevoegd.
                    Betreft het verschuivingen tussen programma’s, dan is een wijziging van de
                    programmabegroting nodig. Daartoe is op grond van het BBV een raadsbesluit
                    nodig.</al><al>Daarnaast wordt de bij de directie behorende bevoegdheid tot het geven van
                    dwingende voorschriften herbevestigd. Feitelijk heeft de directie die
                    bevoegdheid al vanuit de functionele leidinggevende positie, maar een expliciete
                    herinnering daaraan wordt hier als nuttig beschouwd.</al><tussenkop>Artikelen 5, 6 en 7</tussenkop><al>Deze artikelen bakenen de financiële bevoegdheid van de budgethouder af. De
                    artikelen beperken deze tot specifieke kredieten waarvoor de budgethouder een
                    expliciet mandaat heeft ontvangen. Ook wordt aangegeven dat een budgethouder
                    geen budgetten mag overschrijden, doch bij een uitgave die de omvang van een
                    budget overtreft, eerst moet regelen dat de omvang aangepast wordt (door middel
                    van een budgetwijziging). Gerelateerd aan de productenraming kan hier een nader
                    onderscheid in soorten budgetten gemaakt worden. </al><al>-Exploitatiebudgetten</al><al>Bij exploitatiebudgetten gaat het om de bekende kostensoorten van het type
                    overige goederen en diensten en subsidies. Ze zijn in de productenraming als
                    elementaire lasten terug te vinden. </al><al>-Investeringsbudgetten</al><al>Investeringsbudgetten zijn geen exploitatiebudgetten, maar budgetten die op
                    kasbasis worden verstrekt en beheerd. Alle investeringsbudgetten worden door de
                    gemeenteraad geautoriseerd. In de productenraming zijn ze terug te vinden in hun
                    afzonderlijke componenten van de exploitatielasten: rente en afschrijving. In
                    deze vorm zijn ze voor een budgethouder niet beïnvloedbaar en dus ook geen
                    budget. </al><al>Het college wordt vooraf geïnformeerd over de inhoudelijke invulling en
                    definitieve raming van de investeringen. Mocht het bedrag dat nodig is om de
                    geplande investering te realiseren lager zijn dan de raming, dan ligt het voor
                    de hand dat het college het maximum vaststelt op het lagere bedrag. Eventueel
                    kan de budgethouder bij de betreffende informatie ook een voorstel doen voor
                    invulling van het eventuele overschot. Indien er een tekort is, dan zal de
                    budgethouder een oplossing moeten voorstellen binnen het eigen budget dan wel
                    moeten vragen om extra middelen. Kern van de zaak is dat recht wordt gedaan aan
                    de bevoegdheden in het kader van het budgetrecht van de gemeenteraad. M.a.w.: is
                    er onvoldoende budget dan wordt het aangevuld door degene die bevoegd is en is
                    er budget over bij de invulling van de taak dan valt het terug naar de houder
                    van het budgetrecht.</al><al>-Personele budgetten</al><al>Een budgethouder beheert in principe een formatiebudget. Personele budgetten
                    worden beheerst op het vlak van kosten en formatie. Als tussenstap voor de
                    begroting wordt een urenbudget berekend; dit is de vorm waarin beheersing
                    gerelateerd aan de gemeentelijke productie plaatsvindt. Uiteindelijk vindt
                    weergave in de begroting plaats in de vorm van toegerekende apparaatskosten
                    (inclusief een opslag voor indirecte kosten). In deze laatste vorm zijn de
                    kosten voor een budgethouder niet meer beïnvloedbaar en vormen ze dus ook geen
                    budget. </al><al>Via deze indeling zijn vrijwel alle lasten in de productenraming te herleiden
                    tot een budgettype. </al><tussenkop>Artikel 8 </tussenkop><al>Hier wordt de zeggenschap van de directie over de middelen in de
                    kostenverdeelstaat geregeld binnen de geldende regels op het gebied van
                    investeringsbeleid, formatiebeheer en subsidiebeleid. </al><al>Het eerste lid machtigt de directie tot het budgettair overhevelen tussen
                    interne budgetten van hulpkostenplaatsen voor soortgelijke producten. Voorbeeld:
                    de directie kan een personeelsbudget van afdeling A naar B schuiven. Dit is
                    expliciet benoemd, omdat de directeur Bedrijfsvoering ‘eigen’ bevoegdheden heeft
                    waarmee hij slagvaardig moet kunnen handelen. In feite kan hij op genoemde
                    onderdelen ingrijpen in het (inhoudelijke) productievolume. In het licht van de
                    bevoegdheden in het kader van het budgetrecht ligt het voor de hand dat het
                    college hierover wordt geïnformeerd.</al><al>De hulpkostenplaatsen zijn:</al><lijst><li nr="a."><al>Personele aangelegenheden (50330200)</al></li><li nr="b."><al>Financiële aangelegenheden (50310900)</al></li><li nr="c."><al>Juridische aangelegenheden (50320900)</al></li><li nr="d."><al>Huisvesting (50301580)</al></li><li nr="e."><al>Interne dienstverlening (550335100)</al></li><li nr="f."><al>Documentaire informatievoorziening (50340000)</al></li><li nr="g."><al>Informatie en automatisering (50345100)</al></li><li nr="h."><al>Informatieverstrekking (50360100)</al></li><li nr="i."><al>Tractie voertuigen (50511100)</al></li><li nr="j."><al>Tractie vrachtwagens (50611100)</al></li><li nr="k."><al>Tractie overig materieel (507100)</al></li></lijst><al>Het derde tot en met vijfde lid regelen dat de budgethouder of –beheerder voor
                    het budgettair neutraal overhevelen tussen twee producten toestemming nodig
                    heeft van het college. Van de toestemming wordt een administratieve wijziging
                    gemaakt. Dit betreft overheveling tussen bijvoorbeeld onderhoud openbaar groen
                    (product nr 560) en onderhoud wegen (product nr 210). </al><al>Binnen hetzelfde product is de budgethouder of –beheerder gemachtigd tot
                    verschuivingen, als het volume (kan ook inhoudelijk) van de productie niet
                    wijzigt. Voorbeeld: binnen het product wegen (210) is meer geld nodig voor
                    asfalt en minder voor klinkers. Kern van de zaak is hier de kwaliteit van het
                    onderhoud. </al><al>Voor wat betreft investeringen kent de regeling een apart regime. Zie ook
                    artikel 7 van deze regeling.</al><tussenkop>Artikel 9</tussenkop><al>Artikel 9 verplicht de directie tot aparte melding van niet begrote inkomsten
                    aan het college. Het college vraagt de gemeenteraad toestemming voor de
                    aanwending van deze middelen. Zodoende is voor de (re)allocatie van inkomsten
                    altijd een expliciete toestemming van de gemeenteraad noodzakelijk. Dit is
                    noodzakelijk, omdat hier sprake is van extra financiële ruimte die nog niet voor
                    een bepaald doel is bestemd. </al><tussenkop>Artikel 10</tussenkop><al>De "schuifbevoegdheden" tussen budgetten worden feitelijk beperkt; schuiven doen
                    wij met toestemming van het college. Binnen het nieuwe stelsel levert dat een
                    voordeel op in de zin dat wachten op een begrotingswijziging die door de
                    gemeenteraad wordt goedgekeurd - met de vaak langdurige procedure - veel minder
                    voor zal komen. </al><al>Daar staat tegenover dat nu een wijziging van de productenraming via het college
                    noodzakelijk is, maar dat kan vrijwel wekelijks. Bij de hier bedoelde
                    begrotingswijziging gaat het dan om overhevelingen tussen de producten. </al><al>De inzet van gemeentelijk personeel is een meer complexe aangelegenheid, waarbij
                    sprake is van een behoefte aan een flexibele inzet. In veel gevallen zal sprake
                    kunnen zijn van een substantieel verschil tussen de voor- en nagecalculeerde
                    inzet van personeel. Indien het product geleverd wordt met meer of minder
                    personeelsinzet, is het aan de managers om te zorgen dat de capacitaire tekorten
                    en ruimtes zo efficiënt mogelijk worden opgevuld en ingezet. Voorshands wordt
                    daarom voorgesteld géén begrotingswijzigingen te maken voor veranderde inzet van
                    reeds aanwezig personeel. </al><al>Afwijkingen in de inzet van uren kunnen dan worden verklaard aan de directie in
                    de bedrijfsrapportages (en aan het gemeentebestuur in de toelichting op de
                    jaarrekening). Naast deze reguliere rapportages zullen de budgethouders
                    rapporteren als de actuele ontwikkelingen daartoe aanleiding geven en/of als de
                    directie daarom vraagt.</al><tussenkop>Artikel 11</tussenkop><al>Budgethouderschap is in een moderne organisatie geen puur financiële
                    aangelegenheid meer. </al><al>Daarom wordt in artikel 1 van de regeling een verband gelegd tussen de uitgaven
                    en inkomsten en de (beleids)doelen en resultaten waarop deze gericht zijn. </al><tussenkop>Artikelen 12 en 13</tussenkop><al>Deze artikelen regelen de rapportageverplichtingen van de hoofdbudgethouder, de
                    budgethouders en de budgetbeheerder. Daarbij wordt in het geval van de
                    hoofdbudgethouder aangesloten bij het instrumentarium dat conform het Besluit
                    begroting en verantwoording aan het college moet worden aangeboden. Verder wordt
                    analoog geredeneerd aan de bepalingen in de financiële verordening. </al><al>Voor de budgethouders geldt het reguliere systeem van de bedrijfsplannen en de
                    bedrijfsrapportages. Budgetbeheerders maken afspraken met hun budgethouder; deze
                    zal eisen stellen die waarborgen dat hij zijn verplichtingen ten opzichte van de
                    hoofdbudgethouder kan blijven waarmaken. </al><tussenkop>Artikel 14</tussenkop><al>Dit artikel regelt een recht op informatie voor de budgethouders. Als die
                    informatie niet voorhanden is, zullen budgethouders hun taak niet kunnen
                    uitoefenen. Hoe de verstrekking van die informatie gewaarborgd wordt, is in de
                    Regeling budgethouders niet geregeld; daar zijn andere regelingen voor. In de
                    praktijk zal uiteindelijk een overeenkomst op dienstverleningsniveau tussen de
                    financiële administratie en de budgethouders een centrale rol spelen. </al><tussenkop>Artikel 15</tussenkop><tussenkop>Dit artikel bepaalt de inwerkingtreding van het besluit. </tussenkop></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>