<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidop="http://standaarden.overheid.nl/oep/meta/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export1.6--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.92--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.91--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR11759_1</dcterms:identifier><dcterms:title>BOETEVERORDENING WET INBURGERING NIEUWKOMERS</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Wassenaar</dcterms:creator><dcterms:modified>2005-01-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Wassenaar</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">De Wassenaarder,
                07-10-2005</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Boeteverordening Wet inburgering nieuwkomers</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 147, lid 1</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Invoeringswet Wet werk en bijstand, art. 47</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet inburgering nieuwkomers, art. 17. 18, 19 en 20</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet Werk en Bijstand, art. 18</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Algemene wet bestuursrecht</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2004-09-27</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
          databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2005-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2007-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>04084</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>1.Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>BOETEVERORDENING WET INBURGERING NIEUWKOMERS</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De Raad van de gemeente Wassenaar;</al><al>gelet op artikel 147, eerste lid van de gemeentewet, alsmede gelet op
                        artikel 47 van de Invoeringswet Wet werk en bijstand;</al><al>tevens gelet op de artikelen 17, 18, 19 en 20 van de Wet inburgering
                        nieuwkomers, artikel 18 van de Wet Werk en Bijstand en de bepalingen in de
                        Algemene wet bestuursrecht;</al><al>Overwegende dat het opleggen van boetes bij het niet nakomen van uit de Wet
                        inburgering nieuwkomers voortvloeiende verplichtingen bij verordening
                        geregeld dient te worden;</al><al>Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d.13 september 2004, </al><al>raadsvoorstel no. 04084 ;</al><al/><al><onderstreept>b e s l u i t</onderstreept>:</al><al>vast te stellen de volgende verordening:</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1.</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al>de wet: de Wet inburgering nieuwkomers (WIN);</al></li><li nr="b."><al>WWB: de Wet werk en bijstand;</al></li><li nr="c."><al>nieuwkomer: een persoon als genoemd in artikel 1, aanhef en
                                    onder a. van de wet;</al></li><li nr="d."><al>norm: de bijstandsnorm als bedoeld in artikel 5, onderdeel c,
                                    van de WWB;</al></li><li nr="e."><al>college: het college van burgemeester en wethouders van de
                                    gemeente Wassenaar;</al></li><li nr="f."><al>bestuurlijke boete: de bestuurlijke boete als bedoeld in artikel
                                    18, lid 1, van de wet;</al></li><li nr="g."><al>Afstemmingsverordening: de Afstemmingsverordening Wet werk en
                                    bijstand.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Opdracht college</titel></kop><al>Het college neemt bij toepassing van artikel 18, lid 1, van de wet de
                            bepalingen van dit besluit in acht, onverminderd de wettelijke bepaling
                            dat de hoogte van de boete wordt afgestemd op de ernst van het feit, de
                            omstandigheden waarin de nieuwkomer verkeert en de mate van
                            verwijtbaarheid (artikel 18, lid 2 van de wet) en de mogelijkheid in
                            geval van dringende redenen af te zien van het opleggen van een
                            maatregel (artikel 18 lid 4, van de wet).</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2.</nr><titel>Boetebepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Hoogte van de boete</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De bestuurlijke boete die voor de nieuwkomer geldt bedraagt
                                onverminderd het bepaalde in artikel 2:</al><lijst><li nr="a."><al>10% van de norm bij het niet of in onvoldoende mate
                                        meewerken bij de uitvoering van het bepaalde in artikel 2,
                                        lid 1 en artikel 4, lid 4 van de wet.</al></li><li nr="b."><al>20% van de norm bij het niet of in onvoldoende mate
                                        meewerken aan het bepaalde in artikel 8, artikel 9, lid 1,
                                        artikel 10, lid 3 en artikel 12, lid 1 van de wet.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De hoogte van de bestuurlijke boete als bedoeld in het eerste lid,
                                wordt eenmalig verdubbeld, indien de nieuwkomer zich binnen twaalf
                                maanden na bekendmaking van een besluit waarbij een bestuurlijke
                                boete is opgelegd, opnieuw schuldig maakt aan dezelfde verwijtbare
                                gedraging zoals bedoeld in het eerste lid.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Met een besluit waarmee een bestuurlijke boete is opgelegd, wordt
                                gelijkgesteld het besluit om daarvan af te zien op grond van
                                dringende redenen, bedoeld in artikel 4, lid 2.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien het college heeft vastgesteld dat de betrokken nieuwkomer
                                niet onder de werking van de WIN valt, wordt de bestuurlijke boete
                                ambtshalve ingetrokken.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college legt in beleidsregels vast in welke gevallen de hoogte
                                van de bestuurlijke boete kan afwijken van het bepaalde in lid
                                1.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Afzien van het opleggen van een bestuurlijke boete</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college ziet af van het opleggen van een bestuurlijke boete
                                indien elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan afzien van het opleggen van een bestuurlijke boete
                                op grond van dringende redenen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college legt in beleidsregels vast in welke gevallen wordt
                                afgezien van het opleggen van een bestuurlijke boete. De
                                belanghebbende wordt hiervan schriftelijk mededeling gedaan. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3.</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: “Boeteverordening Wet inburgering
                            nieuwkomers”.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking per 1 januari 2005.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Wassenaar, 27 september 2004</al><al>De Raad voornoemd,</al></slotformulering><ondertekening>de Griffier, de Voorzitter,</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Artikelsgewijze toelichting</titel></kop><tussenkop>Artikel 1. Begripsomschrijving</tussenkop><al>De begrippen die in de verordening worden gebruikt hebben een gelijkluidende
                    betekenis als de omschrijving in de WIN en in de WWB.</al><al>In de verordening wordt het begrip ‘belanghebbende’ gebruikt. Dit begrip wordt
                    in artikel 1:2, lid 1, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) omschreven als
                    ‘degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken’. </al><tussenkop>Artikel 2. Opdracht college</tussenkop><al>Als gevolg van de inwerkingtreding van de WWB is de Algemene Maatregel van
                    Bestuur waarin het opleggen van boetes voor inburgeraars in het kader van de WIN
                    (Boetebesluit WIN) was geregeld, komen te vervallen. Op grond van artikel 47 van
                    de Invoeringswet WWB komt hiervoor in de plaats een gemeentelijke
                    verordening.</al><al>In artikel 18 van de WIN wordt aan het college voorgeschreven dat een
                    bestuurlijke boete wordt opgelegd wanneer de nieuwkomer niet meewerkt aan het
                    inburgeringonderzoek, het educatief programma, maatschappelijke begeleiding en
                    doorgeleiding naar een instantie die zorgdraagt voor verdere scholing of voor
                    toegang tot de arbeidsmarkt, voor zover de nieuwkomer daarvoor in aanmerking
                    komt. Het beoordelen of een boete opgelegd moet worden, is niet een bevoegdheid
                    maar een verplichting voor het college.</al><al>In artikel 18 lid 2 is geregeld dat de hoogte van de boete wordt afgestemd op de
                    ernst van het feit, de omstandigheden waarin de nieuwkomer verkeert en de mate
                    van verwijtbaarheid. Indien iedere vorm van verwijtbaarheid ontbreekt ziet het
                    college af van een boete.</al><tussenkop>Artikel 3. Hoogte van de boete</tussenkop><al>In artikel 47 van de Invoeringswet WWB is geregeld dat de hoogte van de boetes
                    dient te worden geregeld in een door de gemeenteraad vastgestelde
                    verordening.</al><al>In artikel 18 van de WIN is tevens bepaald dat de boete wordt afgestemd op de
                    ernst van het feit, de omstandigheden van de nieuwkomer en de verwijtbaarheid.
                    Met de bepaling van de hoogte van de boetes en de differentiëring hierin is
                    aansluiting gezocht met de Afstemmingsverordening WWB. De boete voor de onder
                    lid 1a respectievelijk lid 2a genoemde gedragingen is gelijk aan de maatregel
                    voor dezelfde gedraging op grond van de Afstemmingsverordening. </al><al>De Invoeringswet WWB kent voor wat betreft de WIN geen bijzonder overgangsrecht.
                    Dit heeft tot gevolg dat de boeteverordening WIN, na de inwerkingtreding, op
                    alle gevallen van toepassing is, dus ook op gedragingen die voor de
                    inwerkingtreding van deze verordening hebben plaatsgevonden. Als de boete in de
                    boeteverordening lager is dan die in het Boetebesluit inburgering nieuwkomers
                    zal deze hogere boete op grond van algemene beginselen van behoorlijk bestuur
                    niet kunnen worden opgelegd voor gedragingen die zich voor de inwerkintreding
                    van de verordening hebben voorgedaan.</al><al>De boeteverordening bevat de standaardhoogte van de boete. Het college zal
                    echter op grond van wettelijke bepalingen bij elke op te leggen boete moeten
                    nagaan of gelet op de individuele omstandigheden van de betrokken nieuwkomer
                    afwijking van de hoogte van de voorgeschreven standaardboete geboden is.
                    Afwijking van de standaardboete kan zowel een verzwaring als een matiging
                    inhouden.</al><al>Ingeval van recidive binnen 12 maanden na de eerste boeteoplegging wordt de
                    boete verdubbeld. Dit kan eenmalig. Indien de belanghebbende na toepassing van
                    de verdubbeling opnieuw, zich opnieuw schuldig maakt aan dezelfde verwijtbare
                    gedraging, zal opnieuw de reeds verdubbelde boete worden opgelegd. </al><al>In het derde lid is een mogelijkheid opgenomen om de bestuurlijke boete in te
                    trekken. Het kan voorkomen dat voor personen ten onrechte wordt aangenomen dat
                    zij vallen onder de werking van de WIN. In die gevallen moet het afwikkelen van
                    de boeteprocedure zo eenvoudig mogelijk kunnen worden gerealiseerd.</al><al>Overigens is in de WIN geregeld dat in geval het gaat om een nieuwkomer die
                    bijstand op grond van de WWB ontvangt, een boete achterwege blijft als voor
                    dezelfde gedraging een maatregel in de vorm van een verlaging van de bijstand is
                    opgelegd. Dit betekent dat deze verordening alleen geldt voor personen die geen
                    bijstandsuitkering levensonderhoud ontvangen.</al><tussenkop>Artikel 4. Afzien van het opleggen van een bestuurlijke boete</tussenkop><al>In artikel 18 lid 4 van de wet is reeds geregeld dat het college kan afzien van
                    het opleggen van een bestuurlijke boete, indien daarvoor dringende redenen
                    aanwezig zijn. Omdat binnen de regelgeving van de wet al voldoende ruimte is
                    overgelaten voor beoordelen en afstemmen van de persoonlijke omstandigheden van
                    belanghebbende zal er slechts in uitzonderlijke situaties aanleiding zijn om
                    toepassing aan deze bepaling te geven. De dringende redenen kunnen geen verband
                    houden met de omstandigheden waaronder een verplichting niet is nagekomen, maar
                    uitsluitend gelegen zijn in de onaanvaardbaarheid van de gevolgen die een
                    bestuurlijke boete voor een belanghebbende heeft.</al><al>In beleidsregels zal worden vastgesteld in welke gevallen wordt afgezien van het
                    opleggen van een boete. </al><tussenkop>Artikel 5. Citeertitel</tussenkop><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al><tussenkop>Artikel 6. Inwerkingtreding</tussenkop><al>In het kader van de gefaseerde invoering van de WWB hebben gemeenten tot 1
                    januari 2005 de tijd om de verordening vast te stellen.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>