<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR117555_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Organisatiebesluit gemeente Lansingerland 2011</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Lansingerland</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-12-27</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Lansingerland</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Internet / Heraut</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Organisatiebesluit gemeente Lansingerland 2011</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 103</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 106</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 160</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2011-05-17</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2011-05-18</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2019-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>BW1100208 / T11.02264</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Organisatiebesluit gemeente Lansingerland 2011</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label/></kop><structuurtekst><al><vet>Inleiding</vet></al><al/><al>Om slagvaardigheid te waarborgen, integraliteit te bevorderen, optimale
                            afstemming van de taakverdeling binnen de directie te bevorderen en
                            verkokering te beperken kiest de gemeente</al><al>Lansingerland voor het directiemodel met één hiërarchisch niveau onder
                            de directie. Om het groeitraject van de gemeente Lansingerland
                            zorgvuldig te laten plaatsvinden is gekozen voor een beheerste
                            ontwikkeling en veranderkundige begeleiding gericht op de gewenste
                            cultuurkenmerken zoals een klantgerichte organisatieopbouw met een
                            steeds bredere frontoffice en een gekanteld directiemodel.</al><al>De hierbij horende stijl van leidinggeven is Integraal Management,
                            waarbij de directie de strategische visie en de politieke doelstellingen
                            vertaalt in (meerjaren) operationeel beleid en sturing.</al><al>Afdelingshoofden zijn integraal verantwoordelijk voor middelen,
                            processen, resultaten en effecten en voor de afstemming en coördinatie
                            met directieleden, projectleiders en andere afdelingen. De bijbehorende
                            stijl van medewerkers is kwaliteitsgericht, samenwerkingsgericht,
                            flexibel, bereid en in staat verantwoordelijkheden op te pakken en te
                            dragen, dienstverleningsgericht en met een maatschappelijke antenne. Zij
                            kunnen de consequenties van hun handelen overzien.</al><al/><al><vet>Begripsomschrijvingen</vet></al><al>In deze organisatieregeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="·"><al>Afdeling: iedere organisatie-eenheid binnen de gemeentelijke
                                    organisatie die op grond van deze regeling een eigen
                                    verantwoordingsplicht aan de directie heeft;</al></li><li nr="·"><al>Afdelingshoofd: de hiërarchisch leidinggevende direct onder de
                                    directie;</al></li><li nr="·"><al>Afdelingsplan: een door het afdelingshoofd opgesteld
                                    sturingsinstrument voor de afdelingen op basis van de
                                    productenraming en het concernplan, waarin de activiteiten en
                                    middelen op afdelingsniveau en de relatie met andere afdelingen
                                    wordt weergegeven;</al></li><li nr="·"><al>Bestuursopdracht: een door het college gegeven opdracht om
                                    activiteiten met een bijzonder politiek-bestuurlijk belang,
                                    binnen door hen geformuleerde kaders, gericht en gecoördineerd
                                    ten uitvoer te brengen,</al></li><li nr="·"><al>Budgethouder: de medewerker aan wie het beheer van middelen is
                                    toegekend in de vorm van budgetten of investeringskredieten en
                                    aan wie (onder)mandaat is verleend bestedingen te verrichten ten
                                    laste van die budgetten en investeringskredieten;</al></li><li nr="·"><al>College: het college van burgemeester en wethouders</al></li><li nr="·"><al>Concernkader: een door de directie vastgestelde aanwijzing,
                                    richtlijn of instructie voor de dienstverlening en de
                                    bedrijfsvoering.</al></li><li nr="·"><al>Concernplan: een door de directie opgesteld sturingsinstrument,
                                    mede op basis van de programmabegroting, dat de
                                    bestuursdoelstellingen vertaalt in plannen die de beoogde inzet
                                    voor het realiseren van de productenraming en de concemkaders
                                    voor dienstverlening en bedrijfsvoering in termen van geld en
                                    capaciteit uitwerkt;</al></li><li nr="·"><al>Directie: de algemeen directeur en de adjunct-directeuren vormen
                                    samen de directie;</al></li><li nr="·"><al>Directieraad: het periodiek overleg van algemeen directeur en
                                    adjunct-directeuren onder voorzitterschap van de algemeen
                                    directeur;</al></li><li nr="·"><al>Directiestatuut: een samenhangend geheel van afspraken,
                                    verantwoordelijkheden en opdrachtgeverschap op grond waarvan de
                                    directie haar verantwoordelijkheid voor het functioneren en de
                                    bedrijfsvoering van de organisatie vormgeeft.</al></li><li nr="·"><al>Financiële rechtmatigheid: het voldoen van beheershandelingen en
                                    de vastlegging daarvan aan gemeentelijke, landelijke en Europese
                                    wet- en regelgeving op het gebied van de uitgangspunten voor het
                                    financieel beleid, de regels voor het financieel beheer en de
                                    inrichting van de financiële organisatie;</al></li><li nr="·"><al>Juridische rechtmatigheid: het voldoen van beheershandelingen en
                                    de vastlegging daarvan aan gemeentelijke, landelijke en Europese
                                    wet- en regelgeving;</al></li><li nr="·"><al>Managementteam: het periodiek overleg van directie en
                                    afdelingshoofden onder voorzitterschap van de algemeen directeur
                                    of diens plaatsvervanger zoals is bepaald in het
                                    Directiestatuut;</al></li><li nr="·"><al>Portefeuillehouder: het lid van het college aan wie een nader
                                    omschreven beleidsveld is toegewezen;</al></li><li nr="·"><al>Programma: een onder verantwoordelijkheid van het directieberaad
                                    opgesteld samenhangend geheel van activiteiten, waarin wordt
                                    beschreven de doelstelling, in het bijzonder de beoogde
                                    maatschappelijke effecten, de wijze waarop ernaar zal worden
                                    gestreefd die effecten te bereiken en de raming van baten en
                                    lasten;</al></li><li nr="·"><al>Programmabegroting: de financiële vertaling van de (meerjarige)
                                    programma's op beleidsniveau.</al></li></lijst></structuurtekst><artikel><kop><label>HOOFDSTUK 1</label><titel>STRUCTUUR VAN DE AMBTELIJKE ORGANISATIE</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:</nr><titel>Doel en uitgangspunt van de ambtelijke
                                organisatie</titel></kop><al>De ambtelijke organisatie van de gemeente is gebaseerd op een
                            directiemodel. Het doel is vanuit een klantgerichte organisatieopbouw
                            het gemeentebestuur en zijn organen bij de uitoefening van hun taken te
                            ondersteunen. Integraal management en een adequate dienstverlening aan
                            de burger zijn hierbij de uitgangspunten, waarbij de hoofdprocessen
                            dienstverlening, beleidsontwikkeling, beheer en onderhoud als leidraad
                            gelden voor de verdere ontwikkeling van de organisatie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:</nr><titel>inrichting en hoofdstructuur van de ambtelijke
                                organisatie</titel></kop><al>De ambtelijke organisatie wordt aangestuurd door een directie en bestaat
                            uit de volgende werkgebieden met bijbehorende afdelingen:</al><al/><al><onderstreept>Regelen en handhaven:</onderstreept></al><al>Publiekszaken</al><al>Economische Zaken 6t Welzijn</al><al>Vergunningverlening Et Handhaving</al><al/><al><onderstreept>Beheren en Onderhouden:</onderstreept></al><al>Beheer Et Onderhoud</al><al/><al><onderstreept>Ontwikkelen en Ordenen:</onderstreept></al><al>Strategische Ontwikkeling</al><al>Projecten</al><al/><al><onderstreept>Ondersteunen:</onderstreept></al><al>Bestuurszaken</al><al>Financiën</al><al>Informatievoorziening &amp; Faciliteiten</al><al>Concernstaf</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:</nr><titel>Inrichting van de directie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De directie is samengesteld uit één algemeen directeur en twee
                                adjunct-directeuren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De algemeen directeur treedt op als voorzitter van het
                                Directieberaad (DB) en als voorzitter van het Managementteam
                                (MT).</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De directie verdeelt onderling haar taken en werkt een en ander uit
                                in het Directiestatuut.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:</nr><titel>Hoofdtaken van de directie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De directie is verantwoordelijk voor de resultaten en programma's
                                uit de Programmabegroting, het Concernplan en het
                                Directiestatuut.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De directie rapporteert als houder van de programma's aan het
                                college, legt verantwoording af en is eindverantwoordelijk voor de
                                opstelling van de programmabegroting en de productenraming.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De directie stelt jaarlijks een Concernplan vast en geeft in het
                                Concernkader richtlijnen en aanwijzingen om het functioneren, de
                                kwaliteit en de samenhang van de organisatie te borgen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De directie coördineert en bewaakt de gemeentebrede (strategische)
                                beleidsontwikkeling en beleidsuitvoering.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De eindverantwoordelijkheid voor het functioneren van de ambtelijke
                                organisatie als geheel, de integrale bedrijfsvoering, het naleven
                                van het Concernkader en de bestuurlijk-ambtelijke samenwerking
                                berust bij de algemeen directeur.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:</nr><titel>Inrichting van de afdelingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De afdelingen zijn over het algemeen samengesteld uit clusters met
                                een aantal zelfstandige taakvelden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De directie kan met inachtneming van de bestaande hoofdstructuur,
                                zoals omschreven in artikel van deze regeling, wijzigingen
                                aanbrengen in de samenstelling van de afdelingen en taakvelden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De directie kan de taakvelden en de toedeling daarvan aan de
                                afdelingen nader preciseren en daartoe aanwijzingen geven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:</nr><titel>Hoofdtaken van de afdelingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De afdelingen zijn belast met de gehele uitvoering- en beleidscyclus
                                van de aan hen toebedeelde taakvelden en producten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De afdelingshoofden stellen jaarlijks voor de aan hen toebedeelde
                                taakvelden en producten een afdelingsplan op. Het afdelingsplan
                                wordt voor de aanvang van het desbetreffende begrotingsjaar
                                vastgesteld door de directie voor dat deel dat voortvloeit uit het
                                concernplan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7:</nr><titel>Inrichting concernstaf</titel></kop><al>De concernstaf is samengesteld uit de concerncontroller, controller en
                            directiesecretaris.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8:</nr><titel>Hoofdtaken concernstaf</titel></kop><al>De concernstaf adviseert vanuit een integrale strategische visie op
                            beleids- en bedrijfsvoeringsprocessen.</al><al>De concernstaf draagt zorg voor de ontwikkeling en realisatie integraal
                            beleid met betrekking tot concerncontrol.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2</nr><titel>ALGEMEEN DIRECTEUR</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9:</nr><titel>Hoofdtaken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De gemeentesecretaris is de algemeen directeur van de gemeente en
                                als hoofd van de ambtelijke organisatie direct verantwoording
                                schuldig aan het college.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De algemeen directeur geeft leiding aan de adjunct-directeuren en
                                afdelingshoofden en kan aanwijzingen en richtlijnen geven voor het
                                goed functioneren van de afdelingen en/of organisatorische
                                eenheden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De algemeen directeur is eindverantwoordelijk voor het functioneren
                                van directie en management en is het eerste aanspreekpunt voor het
                                college inzake het algemeen functioneren van de organisatie.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De algemeen directeur ondersteunt, in afstemming en samenwerking met
                                de raadsgriffier, het samenspel tussen het college en de raad.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Als eerste adviseur van het college is de algemeen directeur
                                verantwoordelijk voor:</al><lijst><li nr="a."><al>doelmatige ondersteuning, informatievoorziening en
                                        advisering van het college en de individuele leden van het
                                        college;</al></li><li nr="b."><al>volledige, tijdige en geïntegreerde advisering aan het
                                        college en aan de burgemeester als zelfstandig gemeentelijk
                                        bestuursorgaan;</al></li><li nr="c."><al>het gevraagd en ongevraagd verstrekken van informatie die
                                        voor de burgemeester noodzakelijk is om zijn functie als
                                        zelfstandig bestuursorgaan en als voorzitter van het college
                                        goed te kunnen vervullen;</al></li><li nr="d."><al>de voorbereiding van de vergaderingen van het college,
                                        onverminderd de verantwoordelijkheid van de
                                        burgemeester;</al></li><li nr="e."><al>het zorg dragen voor tijdige en gedegen advisering aan het
                                        college;</al></li><li nr="f."><al>het zorg dragen voor het vastleggen van de besluitvorming in
                                        de vergadering van het college en terugkoppeling daarvan
                                        naar de ambtelijke organisatie;</al></li><li nr="g."><al>een snel en adequaat verloop van de voorbereiding van de
                                        besluitvorming;</al></li><li nr="h."><al>het toezien op de tijdige en correcte uitvoering van genomen
                                        besluiten en het zo nodig initiëren van nader overleg over
                                        uitvoeringsaspecten;</al></li><li nr="i."><al>het bijhouden van een presentielijst, het vastleggen van de
                                        beslissingen van het college in een besluitenlijst en het
                                        openbaar maken van de besluitenlijst van het college.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Bij afwezigheid van de algemeen directeur worden de specifieke taken
                                van de gemeentesecretaris waargenomen door de loco-secretaris. Deze
                                wordt daartoe benoemd door het college.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10:</nr><titel>Bevoegdheden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De algemeen directeur heeft als gemeentesecretaris de aan hem bij
                                wet- en regelgeving toebedeelde bevoegdheden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De algemeen directeur draagt de adjunct-directeuren, de
                                afdelingshoofden en de concerncontroller voor bij het college voor
                                benoeming, schorsing of ontslag.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De algemeen directeur draagt er zorg voor dat afdelingshoofden bij
                                de voorbereiding van voorstellen voor het college toezien op:</al><lijst><li nr="a."><al>de tijdigheid, de juistheid, de volledigheid en de kwaliteit
                                        van de gegeven informatie;</al></li><li nr="b."><al>de rechtmatigheid, de doelmatigheid en
                                        doeltreffendheid;</al></li><li nr="c."><al>de organisatorische consequenties.</al></li></lijst></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3</nr><titel>OVERIGE FUNCTIONARISSEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11:</nr><titel>Adjunct-directeur</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De adjunct-directeur geeft als opdrachtgever leiding aan de
                                toebedeelde (strategische) projecten en/of programma's;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De adjunct-directeur zorgt voor de voorbereiding en het management
                                van de uitvoering van de opgedragen onderdelen van het
                                concernplan;</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De adjunct-directeur is lid van de directie en het directieberaad en
                                legt als zodanig verantwoording af aan de algemeen directeur;</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De adjunct-directeur informeert de overige leden van de directie
                                over relevante aangelegenheden;</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De adjunct-directeur adviseert mede en ondersteunt het college en de
                                individuele leden van het college over strategische en bestuurlijke
                                kwesties en rapporteert tussentijds;</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De adjunct-directeur initieert, ontwikkelt, evalueert en stelt mede
                                bij de visie, doelen en strategie van de ambtelijke organisatie
                                conform op te stellen concernplan en bewaakt mede de kaders van het
                                concernplan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12:</nr><titel>Afdelingshoofd</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het afdelingshoofd is als integraal manager de enige managementlaag
                                onder de algemeen directeur;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het afdelingshoofd is lid van het managementteam en legt als zodanig
                                verantwoording af aan de algemeen directeur;</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het afdelingshoofd geeft leiding aan zijn afdeling en de daarbinnen
                                opererende clusters;</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het afdelingshoofd is integraal verantwoordelijk voor het
                                productmanagement, i.e. het realiseren van de overeengekomen omvang
                                en kwaliteit van producten en diensten en de dienstverlening en
                                bedrijfsvoering binnen de daarvoor vastgestelde concernkaders;</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het afdelingshoofd heeft op grond van deze regeling een eigen
                                verantwoording- en rapportageplicht aan de algemeen directeur over
                                de aan afdeling toebedeelde taakvelden en producten;</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het afdelingshoofd fungeert als eerste aanspreekpunt voor de voor
                                zijn beleidsterrein verantwoordelijke portefeuillehouder;</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Het afdelingshoofd is verantwoordelijk voor de afstemming en
                                coördinatie met de directieleden, projectleiders en andere
                                afdelingen voor de toebedeelde taakvelden en producten;</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Het afdelingshoofd is verantwoordelijk voor de integrale
                                voorbereiding, ontwikkeling, uitvoering en evaluatie van het beleid
                                van de toegewezen taakvelden ten behoeve van het
                                gemeentebestuur;</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>Het afdelingshoofd draagt de medewerkers van zijn afdeling voor bij
                                het college voor benoeming, schorsing of ontslag;</al></lid><lid><lidnr>10.</lidnr><al>Bij afwezigheid wordt het afdelingshoofd vervangen door een collega
                                afdelingshoofd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13:</nr><titel>Concerncontroller</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onder de bestuurlijke verantwoordelijkheid van het college draagt de
                                concerncontroller zorg voor:</al><lijst><li nr="a."><al>advisering vanuit een integrale strategische visie op
                                        beleids- en bedrijfsvoeringsprocessen;</al></li><li nr="b."><al>de ontwikkeling van concernbrede kaders en randvoorwaarden
                                        en een beleids- en beheersinstrumentarium;</al></li><li nr="c."><al>de ontwikkeling en implementatie van de
                                        managementinformatievoorziening;</al></li><li nr="d."><al>de implementatie en bewaking van juridische en financiële
                                        kaders en randvoorwaarden waaronder begrepen de financiële
                                        planning van de gemeentelijke begrotingscyclus en de
                                        aansluiting daarvan op de beleidsplanning, de
                                        afdelingsplannen en het door de raad vastgestelde
                                        beleid;</al></li><li nr="e."><al>de voorbereiding en de uitvoering van de periodieke
                                        onderzoeken naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van
                                        het door het college gevoerde bestuur;</al></li><li nr="f."><al>de bewaking van de juridische en financiële rechtmatigheid,
                                        in het kader waarvan hij o.a. voorstellen doet over het
                                        (doen) uitvoeren van audits;</al></li><li nr="g."><al>concernbrede kwaliteitszorg, onder meer door het bewaken van
                                        de bedrijfseconomische en juridische kwaliteit van
                                        besluitvoering, beleidsvoornemens en voorstellen;</al></li><li nr="h."><al>concernbrede risicobeheersing, waarin begrepen advisering
                                        over de beperking en beheersing van juridische en financiële
                                        risico's.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De concerncontroller treedt bij de uitoefening van zijn taken in
                                nauw overleg op met de algemeen directeur.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>4</nr><titel>OVERLEG, WERKWIJZE EN PROCEDURES</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14:</nr><titel>De directie</titel></kop><al>De wijze van overleg, de aard van de te bespreken onderwerpen en de
                            taakverdeling binnen de directie worden nader uitgewerkt in een
                            directiestatuut.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15:</nr><titel>Het managementteam</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het managementteam is samengesteld uit de directie, de
                                afdelingshoofden en de concerncontroller.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De algemeen directeur is voorzitter.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het managementteam dient ter ondersteuning van de directie bij het
                                toezicht op de uitoefening van de bedrijfsvoering en het
                                geïntegreerd en gecoördineerd functioneren van de ambtelijke
                                organisatie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16:</nr><titel>Overleg directieberaad en college</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Tenminste zes maal per jaar worden werkbesprekingen georganiseerd
                                tussen het directieberaad en het college van burgemeester en
                                wethouders.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Tenminste twee maal per jaar worden werkbesprekingen georganiseerd
                                tussen het managementteam en het college van burgemeester en
                                wethouders.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In het in het eerste lid bedoelde overleg wordt in ieder geval aan
                                de orde gesteld:</al><lijst><li nr="a."><al>de dienstverlening van de ambtelijke organisatie aan de
                                        bestuursorganen;</al></li><li nr="b."><al>de afstemming van de ambtelijke organisatie op de gevolgen
                                        van de taakuitoefening en de werkwijze van de
                                        bestuursorganen;</al></li><li nr="c."><al>de voortgang en de ontwikkelingen, gelet op gemaakte
                                        afspraken, die gevolgen kunnen hebben voor de gemeente op
                                        korte en lange termijn.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het eerste lid bedoelde overleg wordt voorgezeten door de
                                burgemeester.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17:</nr><titel>Mandaat</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Tenzij de regeling waarop hun bevoegdheid is gebaseerd zich
                                daartegen verzet, kan het college voor nader door hen aan te geven
                                categorieën van zaken de uitoefening van een of meer van hun
                                bevoegdheden mandateren aan individuele leden van hun college, aan
                                budgethouders en aan ambtenaren. Het college stelt hiervoor nadere
                                regels vast.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bepaalde in dit artikel is van overeenkomstige toepassing ten
                                aanzien van de burgemeester als bestuursorgaan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18:</nr><titel>Werkwijze</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Advisering vanuit de ambtelijke organisatie vindt op een deskundige
                                en integrale plaats op zowel beleidsmatig als op het
                                PIOFACH-terrein, waarbij elk advies (zo mogelijk met alternatieven)
                                volledig wordt voorgelegd aan het gemeentebestuur en
                                management.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Inhoudelijke advisering aan het gemeentebestuur en management is de
                                bevoegdheid van de voor het taakveld of product verantwoordelijke
                                medewerker. Wanneer het afdelingshoofd en de medewerker van mening
                                verschillen over het over een bepaald onderwerp te geven advies,
                                komen beide visies in het advies tot uiting.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Als een onderwerp tevens het taakveld van één of meer andere
                                afdelingen raakt of er coördinatiebehoeften of -mogelijkheden
                                bestaan, draagt het afdelingshoofd zorg voor overleg met die andere
                                afdeling. Dit overleg moet bij voorkeur resulteren in een
                                eensluidend advies. Wanneer de afdelingen van mening verschillen
                                over een bepaald onderwerp, komen de beide visies, na overleg met de
                                algemeen directeur, in het advies tot uiting.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het afdelingshoofd draagt zorg voor regelmatig overleg met de
                                betrokken portefeuillehouders over de aan de afdeling toebedeelde
                                taakvelden en producten.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Ten aanzien van aangelegenheden waarvan zij dat wenselijk acht geeft
                                het college een bestuursopdracht, waarbij in ieder geval wordt
                                ingegaan op:</al><lijst><li nr="a."><al>de probleemstelling;</al></li><li nr="b."><al>het beoogde resultaat van de opdracht;</al></li><li nr="c."><al>de verhouding tot het collegeprogramma c.q. bestuurlijke
                                        uitgangspunten;</al></li><li nr="d."><al>het primaathouderschap en de inschakeling van andere
                                        afdelingen;</al></li><li nr="e."><al>de inschakeling van externe instanties;</al></li><li nr="f."><al>een raming van de beschikbaar te stellen financiële middelen
                                        en ambtelijke capaciteit;</al></li><li nr="g."><al>het fasegewijs tot stand brengen van de beleidsvorming;</al></li><li nr="h."><al>de procedure van besluitvorming;</al></li><li nr="i."><al>de termijnen;</al></li><li nr="j."><al>de overige bevoegdheden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Wanneer naar het oordeel van de directie een aangelegenheid naar
                                aard of omvang daartoe aanleiding geeft, legt zij dat aan het
                                college voor ter beoordeling van de vraag of een bestuursopdracht
                                dient te worden voorbereid. De afdelingshoofden kunnen hierover
                                voorstellen bij de directie indienen.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Een concept bestuursopdracht wordt in het managementteam aan de orde
                                gesteld.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>5</nr><titel>SLOT- EN OVERGANGSBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19:</nr><titel>Evaluatie</titel></kop><al>Eens in de twee jaren brengt de directie rapport uit aan het college
                            over de toepassing van dit organisatiebesluit. In het rapport zal het
                            functioneren van de ambtelijke organisatie in het licht van de
                            maatschappelijke ontwikkelingen en het door gemeenteraad en college
                            gewenste beleid geëvalueerd worden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20:</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Dit organisatiebesluit treedt in werking op de dag na vaststelling. Het
                            besluit treedt in de plaats van het Organisatiebesluit, zoals dat is
                            vastgesteld op 3 januari 2007.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21:</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Dit besluit wordt aangehaald als "Organisatiebesluit 2011
                            Lansingerland".</al><al>Aldus vastgesteld in de vergadering van burgemeester en wethouders op 17
                            mei 2011. de gemeentesecretaris, de burgemeester,</al><al>Ad Eijkenaar, Ewald van Vliet</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><nota-toelichting><tussenkop>Toelichting op het Organisatiebesluit Gemeente Lansingerland
                    2011</tussenkop><al/><al>Inleiding:</al><al>De belangrijkste bestuurlijke kaders en uitgangspunten voor de
                    organisatiestructuur worden kort beschreven.</al><al>Begripsomschrijvingen:</al><al>De gehanteerde begrippen worden omschreven. Daarbij is een onderscheid gemaakt
                    tussen juridische rechtmatigheid en financiële rechtmatigheid. Dit is gedaan,
                    omdat de controle op de naleving van het rechtmatig handelen bij verschillende
                    functionarissen berust. De financiële rechtmatigheid behoort tot het taakveld
                    van financiën. Van functionarissen uit deze discipline kan men niet verwachten,
                    dat zij ook de juridische aspecten in brede zin van uiteenlopende wet- en
                    regelgeving overzien. Voor deze juridische aspecten is in de organisatieregeling
                    de toetsing van de juridische rechtmatigheid ingebracht.</al><tussenkop>HOOFDSTUK 1 STRUCTUUR VAN DE AMBTELIJKE
                    ORGANISATIE</tussenkop><tussenkop>Artikel 2: Inrichting en hoofdstructuur van de ambtelijke
                    organisatie</tussenkop><al>In artikel 2 wordt de ambtelijke organisatie ingedeeld in afdelingen.
                    Uitgezonderd is de inrichting van de griffie. Het stellen van regels voor de
                    organisatie van de griffie behoort tot de bevoegdheid van de raad. In het
                    organisatiebesluit is afgezien van het indelen van de bestuurlijke organisatie.
                    Dit hoort op zich thuis in het reglement van orde voor vergaderingen van het
                    college en andere werkzaamheden, dat moet worden opgesteld op basis van artikel
                    52 Gemeentewet. Dat reglement moet worden toegezonden aan de raad. Door het
                    reglement niet op te nemen in het organisatiebesluit hoeft men het
                    organisatiebesluit niet aan de raad toe te zenden.</al><tussenkop>Artikel 3: Inrichting van de directie</tussenkop><al>In artikel 3 wordt de inrichting en samenstelling met betrekking tot het
                    aansturen van de ambtelijke organisatie toegewezen aan de directie.</al><tussenkop>Artikel 4: Hoofdtaken van de directie</tussenkop><al>In artikel 4 worden de verantwoordelijkheden uitgewerkt die met betrekking tot
                    het aansturen van de ambtelijke organisatie zijn toegewezen aan de
                    directie.</al><tussenkop>Artikel 6: Hoofdtaken van de afdelingen</tussenkop><al>In artikel 6 wordt bepaald dat de toegewezen werkgebieden en taakvelden de
                    gehele uitvoering- en beleidscyclus omvatten en dat hiervoor jaarlijks een
                    afdelingsplan wordt opgesteld.</al><al/><al>HOOFDSTUK 2 ALGEMEEN DIRECTEUR</al><tussenkop>Artikel 9: Hoofdtaken</tussenkop><al>In een organisatieregeling op basis van een directiemodel vervult de
                    gemeentesecretaris de functie van algemeen directeur. In artikel 9 zijn de
                    hoofdlijnen van de verantwoordelijkheidsgebieden van deze functie weergegeven.
                    In lid 4 van dit artikel zijn de specifieke taken van de gemeentesecretaris
                    opgenomen. Daarmee is voldaan aan artikel 103, lid 2 van de Gemeentewet dat
                    bepaalt dat het college een instructie opstelt met nadere regels over de taken
                    en bevoegdheden van de secretaris.</al><tussenkop>Artikel 10: Bevoegdheden</tussenkop><al>Dit artikel regelt de bevoegdheden inzake benoeming, schorsing of ontslag van
                    medewerkers.</al><tussenkop>HOOFDSTUK 3 OVERIGE FUNCTIONARISSEN</tussenkop><tussenkop>Artikel 11: Adjunct-directeur</tussenkop><al>Artikel 11 geeft in hoofdlijnen de verantwoordenjkheidsgebieden van de functie
                    adjunct-directeur. Aan de adjunct-directeur zijn voornamelijk de project- of
                    programmataken toebedeeld. Hij voert zijn taken uit in nauw overleg met de
                    algemeen directeur. De adjunct-directeur heeft een zelfstandige positie en staat
                    hiërarchisch onder de algemeen directeur.</al><tussenkop>Artikel 12: Afdelingshoofd</tussenkop><al>Artikel 12 geeft in hoofdlijnen de verantwoordelijkheidsgebieden van de functie
                    afdelingshoofd. Daarbij wordt aangegeven dat het afdelingshoofd hiërarchisch
                    onder de algemeen directeur valt en verantwoordelijk is voor afstemming en
                    coördinatie met de overige directieleden en andere afdelingen.</al><tussenkop>Artikel 13: Concerncontroller</tussenkop><al>Artikel 12 geeft in hoofdlijnen de verantwoordelijkheidsgebieden van de functie
                    concerncontroller, waar aan de controltaken zijn toebedeeld. Hij treedt op als
                    gemeentecontroller. Hij legt hierover rechtstreeks verantwoording af aan het
                    college en voert zijn taken uit in nauw overleg met de algemeen directeur. De
                    concerncontroller heeft een zelfstandige positie en staat hiërarchisch onder de
                    algemeen directeur.</al><tussenkop>HOOFDSTUK 4 OVERLEG, WERKWIJZE EN PROCEDURES</tussenkop><tussenkop>Artikel 14: De directie</tussenkop><al>Dit artikel geeft de samenstelling van de directie weer en geeft tevens aan dat
                    de taakverdeling en de wijze van overleg worden uitgewerkt in een
                    directiestatuut.</al><tussenkop>Artikel 15: Het managementteam</tussenkop><al>Artikel 15 geeft de samenstelling en het doel van het managementteam.</al><tussenkop>Artikel 16: Overleg managementteam en college</tussenkop><al>Dit artikel geeft de kaders voor een regelmatig overleg tussen college en
                    managementteam.</al><tussenkop>Artikel 17: Mandaat</tussenkop><al>Dit artikel regelt dat het college bevoegdheden kan mandateren.</al><tussenkop>Artikel 18: Werkwijze</tussenkop><al>In artikel 18 wordt op hoofdlijnen aangegeven op welke wijze advisering aan
                    gemeentebestuur en management plaatsvindt.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>