<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR117524_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Gemeenschappelijke Regeling voor Sociale Kredietverlening en Schuldhulpverlening in Limburg</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Sittard-Geleen</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-05-15</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Sittard-Geleen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">n.b.</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Gemeenschappelijke Regeling voor Sociale Kredietverlening en Schuldhulpverlening in Limburg</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">art 7 van de Wett op het consumentenkrediet, de Gemeentewet en de Wet gemeenschappelijke regelingen</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2004-03-24</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2005-02-21</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2012-06-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>n.b.</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>gemeenschappelijke regeling</overheidrg:onderwerp><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>ook vastgesteld door de burgemeester</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Gemeenschappelijke Regeling voor Sociale Kredietverlening en Schuldhulpverlening
            in Limburg</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De colleges van burgemeester en wethouders, respectievelijk de burgemeesters
                        van de gemeenten Brunssum, Heerlen, Kerkrade, Landgraaf, Maastricht en
                        Sittard-Geleen, ieder voor zover zij voor de eigen gemeente bevoegd
                        zijn;</al><al>Overwegende dat de gemeenten streven naar een integratie van de
                        schuldhulpverlening en een doelmatige samenwerking bij het uitvoeren van de
                        bevoegdheden op grond van artikel 7 van de Wet op het
                        consumentenkrediet;</al><al>Gelet op het bepaalde in de gemeentewet, de Wet gemeenschappelijke
                        regelingen en de Wet dualisering gemeentelijke medebewindsbevoegdheden;</al><al>Besluiten:</al><al>Vast te stellen de navolgende gewijzigde gemeenschappelijke regeling:</al><al><vet>“Gemeenschappelijke Regeling voor Sociale Kredietverlening en
                            Schuldhulpverlening in Limburg”.</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>In deze gemeenschappelijke regeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>de wet: de Wet gemeenschappelijke regelingen;</al></li><li nr="b."><al>de regeling: deze gemeenschappelijke regeling;</al></li><li nr="c."><al>de gemeente(n): de aan de onder b bedoelde regeling deelnemende
                                    gemeente(n);</al></li><li nr="d."><al>gedeputeerde staten: gedeputeerde staten van Limburg;</al></li><li nr="e."><al>het algemeen bestuur: het algemeen bestuur van de regeling;</al></li><li nr="f."><al>het dagelijks bestuur: het dagelijks bestuur van de
                                    regeling;</al></li></lijst><al>Waar in de regeling artikelen van de Gemeentewet of enige andere wet of
                            wettelijke regeling van overeenkomstige toepassing worden verklaard,
                            worden in die artikelen in de plaats van de gemeente, de raad,
                            burgemeester en wethouders, de burgemeester en de secretaris
                            onderscheidenlijk gelezen de regeling, het algemeen bestuur, het
                            dagelijks bestuur, de voorzitter en de secretaris van de regeling.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Het rechtspersoonlijkheid bezittend lichaam</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr></kop><al>Er is een openbaar lichaam, genaamd “Kredietbank Limburg”. Het is
                            gevestigd te Heerlen.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Het doel en de taken</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De regeling heeft tot doel:</al><lijst><li nr="a."><al>hulp te verlenen aan burgers die door hun schuldenlast in
                                        maatschappelijke problemen zijn of kunnen komen, door middel
                                        van schuldhulpverlening;</al></li><li nr="b."><al>hulp te verlenen aan burgers die zelf niet in staat zijn hun
                                        financiële zaken te behartigen, hetzij door middel van
                                        budgetbeheer, hetzij door middel van
                                        beschermingsbewind;</al></li><li nr="c."><al>het op een verantwoorde wijze voorzien in de behoefte aan
                                        krediet, door middel van sociale kredietverlening.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De regeling tracht zijn doel te bereiken door:</al><lijst><li nr="a."><al>het verrichten van hulpverlenende, bemiddelende, sanerende
                                        en voorlichtende werkzaamheden;</al></li><li nr="b."><al>het op een maatschappelijk verantwoorde wijze verstrekken
                                        van geldleningen;</al></li><li nr="c."><al>het verrichten van alle handelingen die met de
                                        doelstellingen verband houden of daarvoor bevorderlijk
                                        kunnen zijn.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De regeling verricht de werkzaamheden ten behoeve van de deelnemende
                                gemeenten en andere Limburgse gemeenten. Alvorens diensten te
                                verrichten maakt de regeling met de betreffende gemeente afspraken
                                over de kwantiteit en kwaliteit van de te leveren diensten en de
                                vergoeding die hiertegenover staat.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Het bestuur</titel></kop><paragraaf><kop><label>§</label><nr>1</nr><titel>Het algemeen bestuur</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De leden van het algemeen bestuur worden aangewezen door de
                                    colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten. Elke
                                    gemeente wijst één lid aan per elke 45.000 inwoners of een
                                    gedeelte daarvan. Tevens kunnen gemeenten plaatsvervangende
                                    leden van het algemeen bestuur aanwijzen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Als lid van het algemeen bestuur kunnen slechts worden
                                    aangewezen leden van het college van burgemeester en wethouders
                                    van de gemeenten. Ook het plaatsvervangende lid kan slechts
                                    worden aangewezen uit het college.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het lidmaatschap van het algemeen bestuur is onverenigbaar met
                                    de betrekking van ambtenaar door of vanwege de regeling of één
                                    der gemeenten aangesteld of daaraan ondergeschikt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Voor de vaststelling van het aantal inwoners wordt uitgegaan van
                                    de door het Centraal Bureau voor de Statistiek openbaar gemaakte
                                    bevolkingscijfers per 1 januari van het jaar voorafgaand aan dat
                                    waarin de zittingsperiode van het algemeen bestuur
                                    aanvangt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De leden van het algemeen bestuur worden benoemd voor een
                                    periode van vier jaar.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Zij treden af op het tijdstip, waarop de zittingsperiode van de
                                    colleges van burgemeester en wethouders afloopt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De colleges van burgemeester en wethouders wijzen binnen een
                                    maand na de aanvang van de zittingsperiode van de nieuwe
                                    colleges van burgemeester en wethouders opnieuw de leden aan van
                                    het algemeen bestuur. Aftredende leden kunnen met inachtneming
                                    van het bepaalde in artikel 4 lid 2 van de regeling opnieuw als
                                    lid worden aangewezen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De leden van het algemeen bestuur, aftredende ingevolge het
                                    bepaalde in het tweede lid, blijven als zodanig fungeren totdat
                                    door de colleges van burgemeester en wethouders opnieuw de leden
                                    van het algemeen bestuur zijn aangewezen. In de vergaderingen
                                    van het algemeen bestuur kunnen gedurende het in de vorige
                                    volzin bedoelde tijdvak geen besluiten worden genomen over het
                                    vaststellen van de begroting, het vaststellen van de rekening,
                                    alsmede over het wijzigen of opheffen van de regeling.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het verlies van de kwaliteit van burgemeester of wethouder doet
                                    het lidmaatschap van het algemeen bestuur van rechtswege
                                    ophouden. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Indien tussentijds een zetel van een lid van het algemeen
                                    bestuur vacant komt, wijst het college van burgemeester en
                                    wethouders van de betrokken gemeente in zijn eerstvolgende
                                    vergadering een nieuw lid aan.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Van elke aanwijzing tot lid van het algemeen bestuur geven
                                    burgemeester en wethouders van de gemeente die het aangaat,
                                    onverwijld kennis aan de voorzitter van de regeling.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het algemeen bestuur vergadert jaarlijks tenminste twee maal en
                                    voorts zo dikwijls als de voorzitter of het dagelijks bestuur
                                    dit nodig acht en voorts indien ten minste een vijfde van het
                                    aantal leden waaruit het algemeen bestuur bestaat schriftelijk,
                                    met opgave van redenen, daarom verzoekt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Elk lid van het algemeen bestuur heeft in de vergadering één
                                    stem.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Datum, tijdstip en plaats van een vergadering van het algemeen
                                    bestuur worden door de voorzitter bekend gemaakt door middel van
                                    een publicatie in ten minste twee regionaal verschijnende
                                    dagbladen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr></kop><al>De vergaderingen van het algemeen bestuur zijn openbaar. Artikel 23,
                                24 en 25 van de Gemeentewet zijn overeenkomstig van toepassing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr></kop><al>Het algemeen bestuur stelt voor zijn vergaderingen een reglement van
                                orde vast. Het reglement van orde wordt aan gedeputeerde staten en
                                aan de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten
                                medegedeeld.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>§</label><nr>2</nr><titel>Het dagelijks bestuur</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur bestaat uit: de voorzitter en ten hoogste
                                    5 leden, door en uit het algemeen bestuur aan te wijzen, met
                                    dien verstande dat geen van de gemeenten op deze wijze met meer
                                    dan één lid is vertegenwoordigd. Het verlies van het
                                    lidmaatschap van het algemeen bestuur doet het lidmaatschap van
                                    het dagelijks bestuur van rechtswege ophouden. De leden van het
                                    dagelijks bestuur zijn lid van het college van burgemeester en
                                    wethouders in de gemeente die zij vertegenwoordigen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien naar het oordeel van het algemeen bestuur vanwege de
                                    bijzondere deskundigheid zulks wenselijk is, kan in afwijking
                                    van het gestelde in lid 1 het algemeen bestuur bovendien ten
                                    hoogste twee leden van het dagelijks bestuur benoemen buiten de
                                    kring van het algemeen bestuur. Dit lidmaatschap van het
                                    algemeen bestuur is onverenigbaar met de betrekking van
                                    ambtenaar door of vanwege de regeling of één der gemeenten
                                    aangesteld of daaraan ondergeschikt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het algemeen bestuur benoemt zo spoedig mogelijk na de aanvang
                                    van elke nieuwe zittingsperiode de voorzitter en de leden van
                                    het dagelijks bestuur. Het verlies van de kwaliteit van
                                    burgemeester of wethouder doet het lidmaatschap van het
                                    dagelijks bestuur van rechtswege ophouden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De door het algemeen bestuur benoemde leden van het dagelijks
                                    bestuur treden als lid van het bestuur af op de dag waarop de
                                    zittingsperiode van de leden van het algemeen bestuur afloopt.
                                    Zij zijn dadelijk weer herkiesbaar.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De leden van het dagelijks bestuur, aftredend in gevolge het
                                    bepaalde in het vorige lid, blijven als lid van het dagelijks
                                    bestuur fungeren totdat nieuw benoemde leden hun benoeming
                                    hebben aanvaard, tenzij het algemeen bestuur anders
                                    beslist.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Indien tussentijds de plaats van een lid van het dagelijks
                                    bestuur vacant komt, benoemt het algemeen bestuur in de
                                    eerstvolgende vergadering een nieuw lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur vergadert zo dikwijls als de voorzitter of
                                    twee leden dit nodig oordelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De artikelen 52 tot en met 60 van de Gemeentewet zijn van
                                    overeenkomstige toepassing.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Elk lid van het dagelijks bestuur heeft in de vergadering één
                                    stem.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>§</label><nr>3</nr><titel>De voorzitter</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het algemeen bestuur benoemt een voorzitter, die tevens lid is
                                    van het college van burgemeester en wethouders van een der
                                    gemeenten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter van het algemeen bestuur is tevens voorzitter van
                                    het dagelijks bestuur.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> Bij verhindering of ontstentenis van de voorzitter wordt hij
                                    vervangen door een lid, door en uit het dagelijks bestuur aan te
                                    wijzen.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>§</label><nr>4</nr><titel>De commissies</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr></kop><al>Het algemeen bestuur kan besluiten commissies met adviserende
                                bevoegdheden in te stellen. Het stelt alsdan een verordening vast,
                                regelende de samenstelling en werkwijze van deze commissies.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onverminderd het gestelde in artikel 12 stelt het algemeen
                                    bestuur een commissie met adviserende bevoegdheden in ten
                                    aanzien van de financiën van de regeling.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het algemeen bestuur benoemt, uit het dagelijks bestuur, de
                                    voorzitter van de commissie financiën. Het secretariaat van de
                                    commissie is opgedragen aan de directie. De directie is in de
                                    vergaderingen van de commissie aanwezig en heeft daarin een
                                    raadgevende stem.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur benoemt de gewone leden van de commissie
                                    financiën. Bij samenstelling van de commissie wordt als
                                    uitgangspunt genomen, dat er in de commissie ruime deskundigheid
                                    aanwezig moet zijn op de navolgende gebieden:</al><lijst><li nr="a."><al>financieel-bancair gebied;</al></li><li nr="b."><al>overheidsfinanciën;</al></li><li nr="c."><al>de inrichting en het beheer van de financiële
                                            administratie;</al></li><li nr="d."><al>treasury.</al></li></lijst><al>Het lidmaatschap van de commissie financiën is onverenigbaar met
                                    de betrekking van ambtenaar door of vanwege de regeling
                                    aangesteld of daaraan ondergeschikt.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>§</label><nr>5</nr><titel>Vergoedingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr></kop><al>De leden van het algemeen bestuur, van het dagelijks bestuur, de
                                commissies en de voorzitter kunnen een tegemoetkoming in de kosten
                                en – voor zover zij niet de functie van burgemeester of wethouder
                                vervullen – een vergoeding voor hun werkzaamheden ontvangen. Het
                                algemeen bestuur stelt de bedragen van de vergoeding en de
                                tegemoetkoming op jaarbasis vast en brengt deze ter kennis van de
                                colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>§</label><nr>6</nr><titel>De secretaris, overige directieleden en het overig
                                personeel</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Met de dagelijkse leiding van de regeling is belast een
                                    secretaris, die benoemd, geschorst en ontslagen wordt door het
                                    algemeen bestuur. Voor zover dat in het zakelijk verkeer
                                    dienstig is, voert de secretaris de titel van algemeen
                                    directeur.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor hem stelt het algemeen bestuur een instructie vast, waarin
                                    tevens zijn vervanging is geregeld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Hij heeft de leiding van en verantwoordelijkheid voor het
                                    functioneren van het ambtelijk apparaat en de daarin werkzame
                                    personen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De secretaris staat het algemeen en dagelijks bestuur, de
                                    voorzitter en de commissies als bedoeld in artikel 12 bij de
                                    uitvoering van hun taak ter zijde.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Hij is in de vergaderingen van het algemeen en dagelijks bestuur
                                    aanwezig en heeft daarin een raadgevende stem.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Hij is secretaris van het algemeen en dagelijks bestuur. Door
                                    hem worden alle stukken, die van het algemeen en dagelijks
                                    bestuur uitgaan, mede ondertekend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr></kop><al>De directie kan naast de secretaris/algemeen directeur ook nog
                                bestaan uit door het Algemeen bestuur te benoemen overige
                                directieleden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het algemeen bestuur regelt de bezoldiging van de secretaris, de
                                    overige directieleden en van de overige ambtenaren van de
                                    regeling, alsmede van het personeel, werkzaam op
                                    arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het algemeen bestuur regelt de rechtspositie van de secretaris,
                                    de overige directieleden en van het overige personeel van de
                                    regeling, met dien verstande dat op hen van toepassing zijn de
                                    rechtspositie en de overige arbeidsvoorwaarden, geldend voor het
                                    personeel van de gemeente Maastricht, tenzij door het algemeen
                                    bestuur anders wordt bepaald.</al></lid></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>De bevoegdheden en taken van het bestuur</titel></kop><paragraaf><kop><label/><nr/><titel/></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan de regeling worden ten behoeve van de behartiging van de in
                                    artikel 3 lid 2 van de regeling vermelde taken dezelfde
                                    bevoegdheden toegekend, welke de gemeenten terzake hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In het bijzonder mandateren de deelnemende gemeenten de
                                    bevoegdheid als bedoeld in artikel 285 van de Faillissementswet
                                    aan deze regeling.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>§</label><nr>1</nr><titel>Het algemeen bestuur</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan het algemeen bestuur behoort alle bevoegdheid, die niet bij
                                    of krachtens de regeling is opgedragen aan het dagelijks bestuur
                                    of aan de voorzitter.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het algemeen bestuur is bevoegd binnen de in artikel 3
                                    omschreven doelstelling samenwerkingsovereenkomsten met derden
                                    aan te gaan.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>§</label><nr>2</nr><titel>Het dagelijks bestuur</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Tot de taak van het dagelijks bestuur behoort, voor zover niet
                                    aan anderen opgedragen:</al><lijst><li nr="a."><al>het voorbereiden van al hetgeen aan het algemeen bestuur
                                            ten overweging en beslissing wordt voorgelegd;</al></li><li nr="b."><al>het uitvoeren van de besluiten van het algemeen
                                            bestuur;</al></li><li nr="c."><al>het beheer van de inkomsten en de uitgaven van de
                                            regeling;</al></li><li nr="d."><al>de zorg voor de controle op het geldelijk beheer en de
                                            boekhouding;</al></li><li nr="e."><al>het nemen van alle maatregelen, zowel in als buiten
                                            rechte, en het doen van alles wat nodig is ter
                                            voorkoming van verjaring en verlies van recht of
                                            bezit;</al></li><li nr="f."><al>het benoemen dan wel tewerkstellen op
                                            arbeidsovereenkomst en het schorsen en ontslaan van
                                            personeel in dienst van de regeling, een en ander voor
                                            zover het algemeen bestuur zich de desbetreffende
                                            bevoegdheid niet heeft voorbehouden of bij deze regeling
                                            niet anders is bepaald;</al></li><li nr="g."><al>de organisatie van het ambtelijke apparaat;</al></li><li nr="h."><al>het beheer en onderhoud van alle werken, verrichtingen
                                            en eigendommen van de regeling;</al></li><li nr="i."><al>het houden van een gedurig toezicht op al wat de
                                            regeling aangaat.</al></li></lijst></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>§</label><nr>3</nr><titel>De voorzitter</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter is belast met de leiding van de vergaderingen van
                                    het algemeen en dagelijks bestuur.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Hij is belast met de uitvoering van de besluiten van het
                                    dagelijks bestuur.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter vertegenwoordigt de regeling in en buiten rechte.
                                    Hij kan de vertegenwoordiging aan een door hem aan te wijzen
                                    gemachtigde opdragen.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>§</label><nr>4</nr><titel>De commissie financiën</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr></kop><al>De commissie financiën adviseert het algemeen en dagelijks bestuur
                                en de voorzitter, gevraagd en ongevraagd over al wat de financiën
                                van de regeling betreft. De commissie is bevoegd haar adviezen ter
                                kennis van de colleges van burgemeester en wethouders van de
                                gemeenten te brengen.</al></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6</nr><titel>Inlichtingen, verantwoording en terugroeping</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr></kop><al>De besturen van de gemeenten verstrekken op verzoek van het algemeen of
                            dagelijks bestuur de benodigde inlichtingen en geven de medewerking, die
                            voor de vervulling van de taken van de regeling nodig is.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De leden van het dagelijks bestuur zijn tezamen en ieder
                                afzonderlijk aan het algemeen bestuur verantwoording verschuldigd
                                voor het door hen gevoerde bestuur.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Zij geven ongevraagd aan het algemeen bestuur alle informatie, die
                                voor een juiste beoordeling van het door het dagelijks bestuur te
                                voeren en gevoerde bestuur nodig is. Deze informatie wordt verstrekt
                                tijdens de vergaderingen van het algemeen bestuur en van door dit
                                orgaan ingestelde commissies.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Zij geven, tezamen dan wel afzonderlijk, aan het algemeen bestuur,
                                wanneer dit bestuur of een of meer leden daarvan hierom verzoeken,
                                alle gevraagde inlichtingen. Deze inlichtingen worden, behoudens
                                strijdigheid met het algemeen belang, zo spoedig mogelijk doch in
                                ieder geval binnen twee maanden in een vergadering van het algemeen
                                bestuur of schriftelijk verstrekt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Artikel 49 en 50 van de gemeentewet zijn van toepassing.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De leden 1 tot en met 4 zijn van overeenkomstige toepassing op de
                                voorzitter voor het door hem gevoerde bestuur.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het algemeen en dagelijks bestuur verstrekt aan de colleges van
                                burgemeester en wethouders, almede aan de raden van de gemeenten de
                                door een of meer leden van die colleges dan wel raden gevraagde
                                inlichtingen schriftelijk en zo spoedig mogelijk, voor zover dat
                                niet strijdig is met het algemeen belang.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het algemeen bestuur verstrekt de inlichtingen binnen twee maanden,
                                het dagelijks bestuur en de voorzitter binnen één maand.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een lid van het algemeen bestuur verschaft het college van
                                burgemeester en wethouders, alsmede de raad van zijn gemeente alle
                                inlichtingen, die door deze raad en/of dit college, of een of meer
                                leden daarvan, worden verlangd. Deze inlichtingen worden, behoudens
                                strijdigheid met het algemeen belang, zo spoedig mogelijk doch in
                                ieder geval binnen twee maanden verstrekt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een lid van het algemeen bestuur is verantwoording verschuldigd voor
                                het door hem in het algemeen bestuur gevoerde beleid aan het college
                                van burgemeester en wethouders die hem als lid heeft aangewezen,
                                alsmede aan de raad van zijn gemeente waaruit hij afkomstig is voor
                                zover zulks niet is strijd is met het algemeen belang.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Vervallen</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>7</nr><titel>De administratie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het algemeen bestuur stelt voorschriften vast met betrekking tot de
                                inrichting van de financiële administratie, het geldelijk beheer en
                                de boekhouding van de regeling en brengt deze ter kennisname van het
                                college van gedeputeerde staten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De bepalingen in Titel IV van de gemeentewet en het Besluit
                                begroting en verantwoording provincies en gemeenten zijn van
                                overeenkomstige toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur maakt jaarlijks een ontwerpbegroting van
                                inkomsten en uitgaven op, welke voorzien is van een
                                toelichting.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur zendt de ontwerpbegroting uiterlijk op 1 april
                                van het jaar voorafgaande aan het jaar, waarop de begroting
                                betrekking heeft, toe aan de raden van de gemeenten, die vervolgens
                                binnen twee maanden na ontvangst ter zake het dagelijks bestuur van
                                hun gevoelen kunnen doen blijken; een en ander overeenkomstig het
                                bepaalde in artikel 35 van de wet.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur zendt de begroting binnen twee weken na
                                vaststelling, met alle bijbehorende stukken aan de gemeenten en
                                gedeputeerde staten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Er is een afzonderlijke rekening “risicofonds”. Van de opbrengst
                                lenersvergoedingen zal door het algemeen bestuur jaarlijks een
                                percentage worden vastgesteld voor de reservering ten gunste van het
                                “risicofonds”. Ten laste van deze rekening worden gebracht de door
                                de bank geleden verliezen wegens door het algemeen bestuur vast te
                                stellen afschrijving op de geldleningen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De directie verstrekt binnen een maand na afloop van ieder
                                kalenderkwartaal aan het dagelijks bestuur een totaaloverzicht van
                                de stand van de uitstaande leningen. Daarbij wordt aangegeven, met
                                vermelding der redenen, welke posten als oninbaar moeten worden
                                beschouwd en in aanmerking komen voor afschrijving ten laste van de
                                rekening “risicofonds”.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het batig saldo van de verlies- en winstrekening van de bank wordt
                                op de in artikel 29 bedoelde rekening “risicofonds” geboekt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bedraagt het saldo van de rekening “risicofonds” vóór de in lid 1
                                bedoelde bijboeking meer dan een door het algemeen bestuur vast te
                                stellen percentage van het uitstaand kapitaal, dan wordt het batig
                                saldo in lid 1 bedoeld geboekt op een afzonderlijke
                                reserverekening.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien er voor zover de in het vorig lid bedoelde reserverekening
                                een door het algemeen bestuur te bepalen bedrag overschrijdt, wordt
                                het batig saldo in lid 1 bedoeld uitgekeerd aan de gemeenten op de
                                basis, vermeld in lid 5.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Een eventueel tekort volgens de verlies- en winstrekening van de
                                bank wordt, voor zover het niet van de in lid 2 bedoelde
                                reserverekening kan worden afgeschreven, door de gemeenten vergoed.
                            </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Door de gemeenten wordt in de vergoeding, in het vorige lid bedoeld,
                                bijgedragen als volgt:</al><lijst><li nr="a."><al>in de helft van het totaal te vergoeden bedrag naar
                                        verhouding van het bevolkingscijfer van elke gemeente tot
                                        het totale bevolkingscijfer van alle deelnemende gemeenten.
                                        Artikel 4 lid 4 is overeenkomstig van toepassing.</al></li><li nr="b."><al> in de overige helft naar verhouding van het totaalbedrag
                                        van de aan de inwoners van elke gemeente in het jaar, waarop
                                        de vergoeding betrekking heeft, uitstaande kredieten, tot
                                        het totaalbedrag van de aan de inwoners van alle gemeenten
                                        gedurende hetzelfde jaar uitstaande kredieten, beiden per 1
                                        januari van dat jaar.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De gemeenten betalen de in lid 5 bedoelde bijdrage binnen 3 maanden
                                na vaststelling van de rekening, als bedoeld in artikel 31 lid
                                2.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Bij niet-tijdige betaling van de in lid 6 bedoelde bijdrage zal
                                rente verschuldigd zijn gelijk aan de debetrente in
                                rekening-courant, die de N.V. Bank voor Nederlandse Gemeenten alsdan
                                aan zijn relaties in rekening brengt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur legt aan het algemeen bestuur over elk
                                begrotingsjaar verantwoording af over het door hem gevoerde bestuur,
                                onder overlegging van de jaarrekening en het jaarverslag. Het
                                dagelijks bestuur voegt daarbij de accountantsverklaring.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het algemeen bestuur stelt de jaarrekening vast in het jaar volgend
                                op het begrotingsjaar. De jaarrekening betreft alle baten en lasten
                                van de regeling.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De vaststelling van de rekening strekt het dagelijks bestuur tot
                                decharge behoudens later in rechte gebleken onregelmatigheden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur zendt de jaarrekening binnen twee weken na
                                vaststelling, doch in elk geval vóór 15 juli van het jaar volgend op
                                het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft, met alle
                                bijbehorende stukken aan de gemeenten en gedeputeerde staten.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Artikel 197 tot en met 201 van de Gemeentewet zijn overeenkomstig
                                van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De gemeenten waarborgen de betaling van rente, aflossing en kosten
                                voor de door de regeling aangegane geldleningen en op te nemen
                                gelden in rekening-courant, onder het doen van afstand van de
                                voorrechten, die de wet borgen toekent, zulks in verhouding tot het
                                inwonertal van elk van de gemeenten. Artikel 4 lid 4 is
                                overeenkomstig van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>33</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De bepalingen van de Archiefwet 1995 en de daaruit voortvloeiende
                                uitvoeringsvoorschriften, voor zover deze betrekking hebben op de
                                archiefbescheiden van de gemeenten, zijn van overeenkomstige
                                toepassing op de regeling.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur draagt zorg voor de archiefbescheiden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur wijst de functionaris aan, die belast is met
                                het beheer van de archiefbescheiden overeenkomstig de regels, die
                                hiervoor bij de gemeente Heerlen gelden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De gemeentearchivaris van Heerlen oefent overeenkomstig de voor hem
                                vastgestelde regelen toezicht uit op het beheer van de
                                archiefbescheiden.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Bij opheffing van de regeling worden alle archiefbescheiden
                                overgebracht naar de archiefbewaarplaats van de gemeente
                                Heerlen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>8</nr><titel>Toetreding, uittreding, wijziging en opheffing</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>34</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor toetreding tot deze regeling kan worden volstaan met een
                                besluit van het college van burgemeester en wethouders van de
                                toetredende gemeente, mits het algemeen bestuur in die toetreding
                                bewilligt. Een daartoe strekkend besluit kan slechts worden genomen
                                met een meerderheid van twee/derde van het aantal leden van het
                                algemeen bestuur.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De toetreding gaat in op de eerste dag van de maand, volgend op die,
                                waarin de besluiten daartoe, zijn opgenomen in de registers als
                                bedoeld in artikel 27 lid 2 van de wet, tenzij de besluiten een
                                andere datum aangeven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In het besluit van het algemeen bestuur als bedoeld in lid 1 kan de
                                toetreding tot de regeling afhankelijk worden gesteld van het
                                voldoen aan bepaalde voorwaarden door de betrokken gemeente.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>35</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een gemeente kan uittreden door toezending aan het algemeen bestuur
                                van daartoe strekkende besluiten van haar bestuursorganen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het algemeen bestuur regelt, na overleg met de betrokken gemeente,
                                de financiële en andere gevolgen van de uittreding.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De uittreding kan, behoudens door het algemeen bestuur toegestane
                                afwijking, niet eerder plaatsvinden dan op 1 januari van het tweede
                                jaar volgend op dat, waarin de in lid 1 bedoelde besluiten, zijn
                                opgenomen in de registers als bedoeld in artikel 27 lid 2 van de
                                wet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>36</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De regeling kan worden gewijzigd, indien de bestuursorganen van
                                tenminste drie/vierde van de gemeenten daartoe besluiten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De wijziging treedt in werking met ingang van de dag volgend op die,
                                waarop de besluiten daartoe, zijn opgenomen in de registers als
                                bedoeld in artikel 27 lid 2 van de wet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>37</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De regeling wordt opgeheven, indien de bestuursorganen van tenminste
                                drie/vierde van de gemeente daartoe besluiten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De opheffing gaat in op de dag, volgend op die, waarop de besluiten
                                zijn opgenomen in de registers als bedoeld in artikel 27 lid 2 van
                                de wet.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Ingeval van opheffing van de regeling stelt het algemeen bestuur, de
                                gemeenten gehoord, een liquidatieplan vast, waarin in elk geval ook
                                een regeling ten aanzien van het personeel van de regeling wordt
                                opgenomen. In het liquidatieplan kan van de bepalingen van de
                                regeling worden afgeweken.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Vervallen</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Zonodig blijven de bestuursorganen van de regeling ook na de
                                ingangsdatum van de opheffingsbesluiten in functie, totdat de
                                liquidatie is beëindigd.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>9</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>38</nr></kop><al>Vervallen</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>39</nr></kop><al>Vervallen</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>40</nr></kop><al>In alle gevallen, waarin deze regeling niet voorziet, beslist het
                            algemeen bestuur, zoveel mogelijk analoog aan of in de geest van de
                            bepalingen van de gemeentewet en de wet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>41</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Vervallen</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze regeling wordt aangegaan voor onbepaalde tijd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Vervallen</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Deze regeling kan worden aangehaald als “Gemeenschappelijke Regeling
                                voor Sociale Kredietverlening en Schuldhulpverlening in
                                Limburg”.</al></lid></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>