<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.92--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.91--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR11704_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Inspraakverordening gemeente Wassenaar</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Wassenaar</dcterms:creator><dcterms:modified>2015-05-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Wassenaar</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2015-33869.html">Gemeenteblad 2015-33869, 30-04-2015</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Inspraakverordening gemeente Wassenaar</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 150</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-04-07</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-05-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2021-12-16</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>art. 2, art. 4</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>1694</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>inspraak</overheidrg:onderwerp><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Inspraakverordening gemeente Wassenaar</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Wassenaar,</al><al>gezien het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 13 oktober
                        2006,</al><al>raadsvoorstel no. 06092;</al><al>overwegende dat het wenselijk is ter uitvoering van artikel 150 van de
                        Gemeentewet te regelen de wijze waarop ingezetenen en belanghebbenden bij de
                        voorbereiding van beleid worden betrokken, </al><al>gelet op artikel 150 van de Gemeentewet;</al><al>besluit vast te stellen de: </al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>De verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al><cursief>inspraak: </cursief></al><al>het betrekken van ingezetenen en belanghebbenden bij de
                                voorbereiding van gemeentelijk beleid;</al></li><li nr="b."><al><cursief>inspraakprocedure: </cursief></al><al>de wijze waarop de inspraak gestalte wordt gegeven;</al></li><li nr="c."><al><cursief>beleidsvoornemen:</cursief></al><al> het voornemen van het bestuursorgaan tot het vaststellen of
                                wijzigen van beleid.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Onderwerp van inspraak</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Ten aanzien van elk beleidsvoornemen kan inspraak worden verleend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Elk bestuursorgaan besluit ten aanzien van zijn eigen bevoegdheden of
                            inspraak wordt verleend. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Inspraak wordt altijd verleend indien de wet daartoe verplicht.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Geen inspraak wordt verleend:</al><lijst><li nr="a."><al>ten aanzien van ondergeschikte herzieningen van een eerder
                                    vastgesteld beleidsvoornemen;</al></li><li nr="b."><al>indien inspraak bij of krachtens wettelijk voorschrift is
                                    uitgesloten;</al></li><li nr="c."><al>indien sprake is van uitvoering van hogere regelgeving waarbij
                                    het bestuursorgaan geen of nauwelijks beleidsvrijheid
                                    heeft;</al></li><li nr="d."><al>inzake de begroting, de tarieven voor gemeentelijke
                                    dienstverlening en belastingen bedoeld in hoofdstuk XV van de
                                    Gemeentewet;</al></li><li nr="e."><al>indien de uitvoering van een beleidsvoornemen dermate
                                    spoedeisend is dat inspraak niet kan worden afgewacht;</al></li><li nr="f."><al>indien het belang van inspraak niet opweegt tegen het belang en
                                    de verantwoordelijkheid van de gemeente voor kwetsbare groepen
                                    in de samenleving.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Inspraakgerechtigden</titel></kop><al>Inspraak wordt verleend aan ingezetenen en belanghebbenden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Inspraakprocedure</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op inspraak is de procedure van afdeling 3.4 van de Algemene wet
                            bestuursrecht van toepassing.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bestuursorgaan kan voor een of meer beleidsvoornemens een andere
                            inspraakprocedure vaststellen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Als een ander bestuursorgaan dan het college besluit tot inspraak, wordt
                            de procedure uitegvoerd door het college.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Eindverslag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Ter afronding van de inspraak maakt het bestuursorgaan een eindverslag
                            op.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het eindverslag bevat in elk geval:</al><lijst><li nr="a."><al>een overzicht van de gevolgde inspraakprocedure;</al></li><li nr="b."><al>een weergave van de zienswijzen die tijdens de inspraak
                                    mondeling of schriftelijk naar voren zijn gebracht;</al></li><li nr="c."><al>een reactie op deze zienswijzen, waarbij met redenen omkleed
                                    wordt aangegeven op welke punten al dan niet tot aanpassing van
                                    het beleidsvoornemen wordt overgegaan.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het bestuursorgaan maakt het eindverslag op de gebruikelijke wijze
                            openbaar.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De burgemeester vermeldt het eindverslag in zijn burgerjaarverslag.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Intrekking oude verordening</titel></kop><al>De Inspraakverordening Wassenaar, vastgesteld bij raadsbesluit van 19
                        december 1994, wordt ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking na de dag van bekendmaking.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Inspraakverordening gemeente
                        Wassenaar.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Wassenaar, 16 oktober 2006</al><al>De Raad voornoemd,</al></slotformulering><ondertekening>de Griffier, de Voorzitter,</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting Inspraakverordening gemeente Wassenaar</titel></kop><tussenkop>Algemeen</tussenkop><al>Sinds 1 januari 1994 is in artikel 150 van de Gemeentewet aan de raad de
                    verplichting opgelegd een inspraakverordening vast te stellen. De vigerende
                    inspraakverordening is vastgesteld op 19 december 1994. Thans is de
                    inspraakverordening aangepast aan diverse wetswijzigingen op nationaal niveau,
                    bijvoorbeeld aan het klachtrecht dat in hoofdstuk 9 van de Awb is opgenomen, de
                    dualisering van het gemeentebestuur (Wet dualisering gemeentebestuur), de
                    inspraakverplichtingen in verschillende bijzondere wetten en aan de Wet uniforme
                    openbare voorbereidingsprocedure Awb (Stb. 2002, 54). Verder is het aangepast
                    aan de Aanwijzingen voor de decentrale regelgeving (Adr). </al><al>Deregulering</al><al>Aan inspraak kan op zeer uiteenlopende manieren worden vormgegeven. Gevolgd is
                    de VNG-modelverordening, hetgeen uitmondt in een sobere, maar flexibele,
                    regeling. Door het van toepassing verklaren van de procedureregeling van
                    afdeling 3.4 van de Awb, het weghalen van overbodige bepalingen en de onnodige
                    paragraafindeling, is de verordening nog verder gedereguleerd. Nu resteert een
                    bondige en goed leesbare verordening van slechts acht artikelen. Bovendien maakt
                    een globale raamregeling het mogelijk dat recht wordt gedaan aan de behoefte van
                    insprekers en gemeentebestuur mede in relatie tot aard, schaal en reikwijdte van
                    het beleidsvoornemen waarop inspraak plaatsvindt. Een gedetailleerde en daardoor
                    rigide wijze van regelgeving dient niet de belangen van insprekers. </al><tussenkop>Artikelgewijze toelichting</tussenkop><tussenkop>Commentaar artikel 1 </tussenkop><al>a.Inspraak</al><al>Er zijn veel omschrijvingen van het begrip inspraak. Bij de in dit artikel
                    opgenomen formulering is aangesloten bij de tekst van artikel 150 van de
                    Gemeentewet. Inspraak is een onderdeel van de voorbereiding en uitvoering van
                    het gemeentelijk beleid en heeft een tweeledig doel. Enerzijds wordt aan
                    belanghebbenden de mogelijkheid geboden om hun mening over beleidsvoornemens
                    kenbaar te maken. Anderzijds biedt inspraak aan bestuursorganen een belangrijk
                    hulpmiddel in het kader van de voor de beleidsvoorbereiding noodzakelijke
                    belangenafweging. Inspraak is overeenkomstig artikel 150 van de Gemeentewet
                    ‘eenzijdig’ gedefinieerd, dat wil zeggen dat geen gedachtewisseling met het
                    bestuursorgaan is inbegrepen. Het tweezijdige element van gedachtewisseling is
                    wel in de inspraakprocedure begrepen, omdat hiermee een derde doel kan worden
                    gediend, te weten het creëren van draagvlak voor beleidsvoornemens. </al><al>b.Inspraakprocedure</al><al>De verantwoordelijkheid voor het maken van een regeling over inspraak ligt
                    ingevolge artikel 150 van de Gemeentewet bij de raad. In de verordening is aan
                    inspraak gestalte gegeven door afdeling 3.4 Awb van toepassing te verklaren.
                    Daarnaast geeft artikel 4, tweede lid, van de verordening het bestuursorgaan
                    ruimte om een andere procedure te volgen. Het bestuursorgaan is immers
                    verantwoordelijk voor uitvoering, de nadere regeling en organisatie van de
                    inspraak.</al><al>c.Beleidsvoornemen</al><al>Het begrip beleidsvoornemen is gedefinieerd als het voornemen van het
                    bestuursorgaan tot het vaststellen of wijzigen van beleid. Het gaat dus niet om
                    de vaststelling van concrete besluiten of maatregelen, maar om de vorming van
                    het beleid waarop deze besluiten of maatregelen kunnen worden gebaseerd.</al><tussenkop>Commentaar artikel 2 </tussenkop><tussenkop>Eerste lid</tussenkop><al>Hierin wordt tot uiting gebracht het uitgangspunt is dat ten aan zien van elk
                    voornemen tot het vaststellen of wijzigen van gemeentelijk beleid inspraak wordt
                    verleend, tenzij dit uitgesloten is of niet doelmatig.</al><tussenkop>Tweede lid</tussenkop><al>In het eerste lid is bepaald dat elk bestuursorgaan ten aanzien van zijn eigen
                    bevoegdheden besluit of inspraak wordt verleend bij de voorbereiding van
                    gemeentelijk beleid. In de MvT (TK 1999-2000, 27 023, nummer 3, blz. 20) is
                    vermeld dat het ter volledige beoordeling van de gemeenteraad blijft ten aanzien
                    van welke beleidsvoornemens inspraak wordt verleend. Omdat het in bepaalde
                    gevallen doelmatiger zal kunnen zijn als geen inspraak geschiedt of op een
                    andere wijze dan via deze verordening door middel van bijvoorbeeld spreekrecht
                    bij raadsvergaderingen, blijft door de formulering van het tweede lid de
                    mogelijkheid bestaan dat voor bepaalde beleidsvoornemens een andere wijze van
                    inspraak wordt geregeld. Het al dan niet geven van inspraak wordt door het
                    bestuursorgaan met redengeving omkleed in het besluit. Het besluit om al dan
                    niet inspraak te verlenen is een besluit in de zin van de Awb. Hiertegen kan dus
                    bezwaar worden gemaakt.</al><tussenkop>Derde lid</tussenkop><al>In het derde lid is bepaald dat inspraak altijd wordt verleend indien een
                    wettelijk voorschrift daartoe verplicht. Hieronder is voor de volledigheid
                    opgesomd welke wettelijke verplichtingen gelden. Er is van afgezien om dit op te
                    nemen in de tekst van artikel 2 zelf, omdat in de eerste plaats bij een nieuwe
                    wettelijke verplichting direct de verordening moet worden aangepast en in de
                    tweede plaats het een dermate uitgebreide opsomming is dat de verordening
                    hiermee onoverzichtelijk wordt.</al><al>Wettelijke verplichtingen tot het bieden van inspraak bestaan thans bij:</al><lijst><li nr="a."><al>de voorbereiding van een ontwikkelingsprogramma stedelijke vernieuwing
                            (artikel 7 Wet stedelijke vernieuwing);</al></li><li nr="b."><al>de voorbereiding van het gemeentelijk milieubeleidsplan (artikel 4.17,
                            derde lid, Wet milieubeheer (Wm));</al></li><li nr="c."><al>de voorbereiding van een besluit tot vaststelling van een
                            afvalstoffenverordening die afwijkt van artikel 10.21 Wm (artikel 10.26,
                            tweede lid, Wm);</al></li><li nr="d."><al>het integraal gemeentelijk gehandicaptenbeleid (artikel 1a Wet
                            voorzieningen gehandicapten);</al></li><li nr="e."><al>de plannen en beleidsverslagen gericht op de realisatie en de vormgeving
                            van cliëntenparticipatie bij de uitvoering van de Wet werk en bijstand
                            (artikel 47), de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                            arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (artikel 42, eerste lid, onder
                            d) en de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                            arbeidsongeschikte werkloze werknemers (artikel 42, eerste lid, onder
                            d);</al></li><li nr="f."><al>de voorbereiding van besluiten tot uitsluiting van welstandstoetsing als
                            bedoeld in artikel 12, tweede lid, onder a en b, van de Woningwet
                            (artikel 12, vierde lid).</al></li></lijst><tussenkop>Vierde lid</tussenkop><al>In het vierde lid is opgenomen wanneer geen inspraak wordt verleend.</al><tussenkop>Commentaar artikel 3</tussenkop><al>De omschrijving van inspraakgerechtigden vloeit rechtstreeks voort uit de tekst
                    van artikel 150 van de Gemeentewet. In de Wet uniforme openbare
                    voorbereidingsprocedure Awb zijn de woorden ‘in de gemeente een belang hebbende
                    natuurlijke en rechtspersonen’ vervangen door: belanghebbenden. Het begrip
                    ‘belanghebbende’ is in artikel 1:2 Awb gedefinieerd en deze definitie heeft ook
                    gelding voor wetgeving buiten de Awb.</al><tussenkop>Commentaar artikel 4 </tussenkop><al>Ter uniformering en deregulering is in het eerste lid afdeling 3.4 van de Awb
                    van toepassing verklaard op de inspraak. In artikel 3:11 tot en met 3:17 Awb is
                    de inspraakprocedure te vinden. Na terinzagelegging en bekendmaking van het
                    beleidsvoornemen in de vorm van een ontwerpbesluit kan gedurende zes weken
                    schriftelijk of mondeling een zienswijze naar voren worden gebracht. In de
                    meeste gevallen zal deze procedure passend zijn voor de inspraak. Zo niet, dan
                    kan op grond van het tweede lid de inspraakprocedure worden aangepast per geval
                    of categoriaal.</al><tussenkop>Commentaar artikel 5 </tussenkop><al>In dit geval is gekozen voor afwijking van afdeling 3.4 Awb en wel van artikel
                    3:17 Awb. Daarin wordt namelijk slechts bepaald dat een verslag wordt gemaakt
                    van hetgeen tijdens de inspraakprocedure mondeling naar voren is gebracht.
                    Artikel 5 is een uitgebreidere vorm daarvan.</al><tussenkop>Tweede lid</tussenkop><tussenkop>Onder a</tussenkop><al>Onder de gevolgde inspraakprocedure wordt verstaan: Hoe is de procedure
                    feitelijk verlopen? Is afdeling 3.4 Awb onverkort toegepast? Wanneer is het
                    beleidsvoornemen ter inzage gelegd enz.? </al><tussenkop>Onder b </tussenkop><al>De weergave houdt in een volledig overzicht van zowel de mondelinge als de
                    schriftelijke inspraakreacties. De schriftelijke inspraakreacties kunnen aan het
                    verslag worden gehecht. In de MvT bij de Awb wordt opgemerkt dat in het verslag
                    kan worden volstaan met een korte zakelijke weergave van de naar voren gebrachte
                    opvattingen en vermelding van de personen die hun opvatting naar voren hebben
                    gebracht.</al><tussenkop>Onder c </tussenkop><al>In het eindverslag dient te worden aangegeven hoe er gereageerd is op de
                    inspraakreacties en wat met de zienswijzen aangaande het beleid wordt
                    gedaan.</al><tussenkop>Derde lid</tussenkop><al>In het derde lid is bepaald dat het bestuursorgaan het eindverslag op de
                    gebruikelijke wijze openbaar maakt. Het ligt voor de hand om degenen die hebben
                    ingesproken een exemplaar van het eindverslag te sturen. Daarnaast kan het
                    eindverslag algemeen worden gepubliceerd in de krant en op de gemeentelijke
                    website. Als het aantal insprekers omvangrijk is, kan worden gekozen voor het
                    volstaan met een algemene bekendmaking. </al><tussenkop>Vierde lid</tussenkop><al>In het vierde lid wordt de burgemeester verplicht om het eindverslag te
                    vermelden in zijn burgerjaarverslag in het kader van de burgerparticipatie bij
                    besluitvorming overeenkomstig artikel 170, tweede lid, aanhef en onder b, van de
                    Gemeentewet. </al><tussenkop>Commentaar artikel 6 </tussenkop><al>Met deze bepaling wordt de bestaande inspraakverordening ingetrokken. De datum
                    waarop de oude verordening vervalt, is de datum waarop de verordening in werking
                    treedt (zie artikel 7).</al><tussenkop>Commentaar artikel 7 </tussenkop><al>Deze verordening treedt in werking de dag na bekendmaking, zodat toepassing van
                    deze verordening direct kan plaatsvinden.</al><tussenkop>Commentaar artikel 8 </tussenkop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Inspraakverordening gemeente Wassenaar.
                    In de citeertitel wordt geen jaartal opgenomen om te voorkomen dat de schijn
                    wordt gewekt dat de verordening slechts voor een jaar geldt</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>