<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR116887_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op het beheer en het gebruik van de gemeentelijke begraafplaatsen voor de gemeente Lansingerland 2011</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Lansingerland</dcterms:creator><dcterms:modified>2011-10-12</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Lansingerland</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Heraut 19-10-2011/Internet</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen voor de gemeente Lansingerland 2011</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet op de lijkbezorging, art. 35</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2011-09-30</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2011-10-27</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2021-12-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>BR1100231/Voorstelnr. 2011/92 T11.06482</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op het beheer en het gebruik van de gemeentelijke begraafplaatsen voor de gemeente Lansingerland 2011</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1.</nr><titel>Inleidende bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>begraafplaats(en): de algemene begraafplaatsen aan de
                                    Bergweg-Noord te Bergschenhoek, aan het Plein 1945 - 1995 te
                                    Berkel en Rodenrijs en aan de Hoekeindseweg te Bleiswijk;</al></li><li nr="b."><al>graf: zandgraf of keldergraf;</al></li><li nr="c."><al>grafkelder: een betonnen of gemetselde constructie waarin een of
                                    meerdere lijken worden begraven of asbussen worden bijgezet;
                                    grafkelders kunnen onderdeel zijn van een bovengrondse muur of
                                    wand, of is een bouwwerk in de grond, waarin stoffelijke
                                    overschotten kunnen worden bijgezet;</al></li><li nr="d."><al>particulier graf: een graf waarvoor aan een natuurlijk of
                                    rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot: </al><lijst><li nr="§"><al>het doen begraven en begraven houden van lijken;</al></li><li nr="§"><al>het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met
                                            of zonder urnen;</al></li><li nr="§"><al>het doen verstrooien van as;</al></li></lijst></li><li nr="e."><al>algemeen graf: een graf bij de gemeente in beheer waarin
                                    gelegenheid wordt geboden tot het doen begraven van lijken;</al></li><li nr="f."><al>algemeen urnengraf: een graf bij de gemeente in beheer waarin
                                    gelegenheid wordt geboden tot het doen bijzetten van asbussen
                                    met of zonder urnen;</al></li><li nr="g."><al>particulier kindergraf: een particulier graf waarvoor aan een
                                    natuurlijk of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend
                                    tot het doen begraven en begraven houden van lijken van kinderen
                                    tot 12 jaar. De particuliere kindergraven liggen op een apart
                                    gedeelte van de begraafplaats;</al></li><li nr="h."><al>particulier urnengraf: een graf, grafkelder daaronder begrepen,
                                    waarvoor aan een natuurlijk of rechtspersoon het uitsluitend
                                    recht is verleend tot:</al><lijst><li nr="§"><al>het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met
                                            of zonder urnen;</al></li><li nr="§"><al>het doen verstrooien van as;</al></li></lijst></li><li nr="i."><al>particuliere urnennis: een nis waarvoor aan een natuurlijk of
                                    rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het doen
                                    bijzetten en bijgezet worden van asbussen met of zonder
                                    urnen;</al></li><li nr="j."><al>particuliere gedenkplaats: een plaats waarvoor aan een
                                    natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitende recht is
                                    verleend om overledenen te gedenken;</al></li><li nr="k."><al>urn: een voorwerp ter berging van een of meer asbussen;</al></li><li nr="l."><al>asbus: een bus ter berging van as van een overledene;</al></li><li nr="m."><al>verstrooiingsplaats: een plaats waarop as wordt verstrooid;</al></li><li nr="n."><al>grafbedekking: gedenkteken, afdekplaat en grafbeplanting op een
                                    graf;</al></li><li nr="o."><al>gedenkplaats: een plaats ingericht om overledenen te gedenken;
                                </al></li><li nr="p."><al>beheerder: de ambtenaar die belast is met de dagelijkse leiding
                                    van de begraafplaats(en) of degene die hem vervangt;</al></li><li nr="q."><al>rechthebbende: de rechthebbende op een particulier graf;</al></li><li nr="r."><al>uitgiftetermijn: de periode waarvoor een graf wordt uitgegeven
                                    (particulier graf) of toegewezen (algemeen graf);</al></li><li nr="s."><al>grafrusttermijn: de periode voor het onberoerd laten van een
                                    stoffelijk overschot;</al></li><li nr="t."><al>vergunninghouder: de houder van een vergunning tot het hebben of
                                    aanbrengen van een grafbedekking.</al></li><li nr="u."><al>het college: burgemeester en wethouders van de gemeente
                                    Lansingerland.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Uitbreiding begrippen particulier en algemeen
                                graf</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor de toepassing van het bij of krachtens deze verordening
                                bepaalde wordt, voor zover van belang onder 'particulier graf' mede
                                verstaan: particulier urnengraf, particuliere urnennis of
                                particuliere gedenkplaats.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor de toepassing van het bij of krachtens deze verordening
                                bepaalde wordt, voor zover van belang, onder ‘algemeen graf’ mede
                                verstaan: algemeen urnengraf. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2.</nr><titel>Openstelling, orde en rust op de
                            begraafplaats</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Openstelling begraafplaats(en)</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De begraafplaatsen zijn voor een ieder dagelijks toegankelijk
                                gedurende door het college bij nadere regels vast te stellen tijden.
                                Het college maakt deze tijden openbaar bekend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ter handhaving van de orde en rust op de begraafplaatsen kunnen de
                                toegangen tijdelijk worden gesloten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is verboden gedurende de tijd dat de begraafplaatsen niet voor
                                het publiek geopend zijn, zich daarop te bevinden, anders dan voor
                                het bijwonen van een begrafenis of de bezorging van as.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Ordemaatregelen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Werkzaamheden op begraafplaatsen door derden dienen vooraf te worden
                                gemeld bij de beheerder.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden met motorrijtuigen op de begraafplaatsen te rijden
                                met uitzondering van motorrijtuigen ten behoeve van begrafenissen of
                                onderhoudswerkzaamheden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Degenen die zich niet aan de in de voorgaande leden bedoelde
                                aanwijzing houden, moeten zich op eerste aanzegging van de beheerder
                                van de begraafplaats verwijderen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Herdenkingen en plechtigheden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>1Herdenkingsbijeenkomsten, onthullingen van gedenktekens en
                                dergelijke plechtigheden op de begraafplaats moeten zes dagen
                                tevoren worden gemeld aan de beheerder. Datum en uur van de
                                plechtigheid en de wijze waarop de plechtigheid zal plaatsvinden
                                worden in overleg met de aanvrager door de beheerder
                                vastgesteld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De deelnemers aan de plechtigheid, bedoeld in het eerste lid moeten
                                zich in het belang van de orde, rust en netheid houden aan de
                                aanwijzingen van de beheerder. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Opgravingen en ruimen</titel></kop><al>Het opgraven van lijken en het ruimen van graven is slechts toegestaan
                            indien daarbij geen andere personen aanwezig zijn dan degenen die met
                            deze werkzaamheden zijn belast. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3.</nr><titel>Voorschriften voor lijkbezorging</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Kennisgeving begraven en asbezorging, openen
                                en sluiten van het graf</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>1Degene die wil doen begraven, as wil doen bijzetten of as wil doen
                                verstrooien geeft daarvan uiterlijk om 12.00 uur van de werkdag
                                voorafgaande aan die waarop de begraving, bijzetting of verstrooiing
                                zal plaatsvinden, schriftelijk kennis aan de beheerder. De zaterdag
                                geldt voor de toepassing van deze bepaling niet als werkdag. Indien
                                de burgemeester toestemming heeft gegeven om het lijk binnen 36 uur
                                na het overlijden te begraven moet de kennisgeving aan de beheerder
                                zo tijdig mogelijk worden gedaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het openen van een graf ter begraving of voor het bezorgen van as,
                                en het daarna sluiten van een graf, alsmede het bedienen van de
                                hulpmiddelen mag uitsluitend geschieden op aanwijzing en onder
                                toezicht van de beheerder. Nabestaanden kunnen deze werkzaamheden
                                onder toezicht van de beheerder geheel of gedeeltelijk zelf
                                verrichten indien zij hun wens daartoe uiterlijk om 12.00 uur van de
                                voorafgaande werkdag mondeling of schriftelijk aan de beheerder
                                hebben kenbaar gemaakt. Zaterdag geldt hier niet als werkdag. De
                                nabestaanden dienen bij deze werkzaamheden de aanwijzingen van de
                                beheerder op te volgen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Gebouwen en muziekinstallatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het gebruik van de ontvangstruimten, de koelruimte, de aula alsmede
                                van de muziekinstallatie moet uiterlijk om 12.00 uur van de werkdag
                                voorafgaande aan de dag waarop van de ruimte of de aula gebruik zal
                                worden gemaakt, worden aangevraagd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De ruimten en de muziekinstallatie staan voor iedere plechtigheid
                                gedurende een per keer vooraf te bepalen tijdsduur ter beschikking
                                van de aanvrager.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Over te leggen stukken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Begraving mag slechts geschieden indien van tevoren het verlof tot
                                begraven of de bezorging van as is overgelegd aan de beheerder.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de begraving of de bezorging van as in een particulier graf
                                zal plaatsvinden, dient een machtiging daartoe aan de beheerder te
                                worden overgelegd ondertekend door de rechthebbende of, indien deze
                                is overleden, door degene die in de uitvaart voorziet.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Begraving of bijzetting in een particulier graf waarvan de
                                uitgiftetermijn binnen de wettelijke minimum grafrusttermijn
                                afloopt, kan alleen plaatsvinden onder gelijktijdige verlenging van
                                de uitgiftetermijn met een zodanige periode dat de alsdan resterende
                                uitgiftetermijn ten minste gelijk is aan de wettelijke minimum
                                grafrusttermijn. De verlenging dient te worden aangevraagd door de
                                rechthebbende of, indien deze is overleden, door een van de andere
                                personen, genoemd in artikel 13, tweede lid.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De in het vorige lid bedoelde periode van verlenging wordt naar
                                boven toe afgerond op gehele jaren.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De beheerder onderzoekt of de overgelegde stukken toereikend
                                zijn.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Tijden van begraven en asbezorging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De tijd van begraven en het bezorgen van as is:</al><lijst><li nr="§"><al>op werkdagen van 9.00 tot 17.00 uur;</al></li><li nr="§"><al>op zaterdag van 9.00 tot 12.00 uur. Bovenstaande tijden
                                        gelden niet op de algemeen erkende feestdagen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan in bijzondere gevallen van de in lid 1 genoemde
                                tijden afwijken.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4.</nr><titel>Indeling en uitgifte der graven</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Indeling graven en asbezorging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op de begraafplaats(en) kunnen worden uitgegeven:</al><lijst><li nr="a."><al>particuliere graven</al></li><li nr="b."><al>particuliere kindergraven</al></li><li nr="c."><al>particuliere urnengraven</al></li><li nr="d."><al>particuliere urnennissen</al></li><li nr="e."><al>particuliere gedenkplaatsen</al></li><li nr="f."><al>algemene graven</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De algemene graven zijn (kelder)graven waarin gelegenheid wordt
                                gegeven om lijken te begraven voor de tijd van tien jaren.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college verleent, voor zover de daartoe bestemde ruimte van de
                                begraafplaatsen dat toelaat, op een daartoe bij hen schriftelijk in
                                te dienen aanvraag, voor de tijd van twintig jaar recht op een
                                particulier graf of kindergraf. De termijn begint te lopen op de
                                datum waarop het particuliere graf is uitgegeven. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het derde lid van dit artikel bedoelde recht wordt op
                                aanvraag van de rechthebbende verlengd telkens met een termijn van
                                10 jaren, mits de aanvraag voor het verstrijken van de lopende
                                termijn wordt ingediend. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het in het derde lid van dit artikel bedoelde recht kan niet langer
                                gelden dan tot het tijdstip waarop het terrein feitelijk aan zijn
                                bestemming als begraafplaats zal zijn onttrokken. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>In particuliere en algemene graven wordt in 2 lagen boven elkaar
                                begraven, uitgezonderd de algemene begraafplaats te Berkel en
                                Rodenrijs waar in 3 lagen boven elkaar wordt begraven. Op de
                                algemene begraafplaats te Bleiswijk wordt in de keldergraven
                                eveneens in 3 lagen boven elkaar begraven.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De particuliere urnengraven worden uitgegeven voor de tijd van 20
                                jaren, bestemd voor het daarin bijzetten van ten hoogste twee
                                asbus(sen), met of zonder urn(en).</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>De particuliere urnennissen worden uitgegeven voor de tijd van 20
                                jaren, bestemd voor de bijzetting van ten hoogste twee asbussen
                                (afmetingen nis 30 x 30 cm). Op de begraafplaats van Berkel en
                                Rodenrijs worden tevens urnennissen uitgegeven voor ten hoogste vier
                                asbussen (afmetingen nis 30 x 50 cm).</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>In bijzondere, in deze verordening niet voorziene gevallen beslist
                                het college omtrent hoeveel lijken en hoeveel asbussen met of zonder
                                urnen mogen worden bijgezet in de algemene en particuliere graven,
                                met inachtneming van de Wet op de lijkbezorging en het Besluit op de
                                lijkbezorging van 4 december 1997.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Volgorde van uitgifte</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De particuliere graven worden slechts voor directe begraving en in
                                volgorde van beschikbaarheid uitgegeven.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan een particulier graf toewijzen anders dan voor
                                directe begraving en buiten de volgorde van uitgifte, indien dit
                                wegens de situatie op de begraafplaats(en) niet bezwaarlijk is.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Algemene graven worden alleen in volgorde van ligging
                                toegewezen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Overschrijving van verleende rechten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het recht op een particulier graf kan op aanvraag van de
                                rechthebbende worden overgeschreven op naam van een ander natuurlijk
                                persoon of rechtspersoon.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Na het overlijden van de rechthebbende kan het recht op het
                                particuliere graf worden overgeschreven op naam van een natuurlijk
                                persoon of rechtspersoon, indien de aanvraag daartoe wordt gedaan
                                binnen zes maanden na het overlijden van de rechthebbende. Indien de
                                overleden rechthebbende in het graf dient te worden begraven, of
                                indien de asbus met zijn resten in het graf dient te worden
                                bijgezet, dient het verzoek tot overschrijving daaraan voorafgaand
                                te worden gedaan.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien na het overlijden van de rechthebbende de aanvraag tot
                                overschrijving aan het college niet wordt gedaan binnen de in het
                                tweede lid van dit artikel gestelde termijn van zes maanden, is het
                                college bevoegd het recht op het particuliere graf te doen
                                vervallen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Na het verstrijken van de in het tweede lid genoemde termijn van zes
                                maanden kan het college het particuliere graf alsnog op naam stellen
                                van een nieuwe rechthebbende, tenzij dit recht betrekking heeft op
                                een particulier graf dat inmiddels is geruimd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Afstand doen van graven</titel></kop><al>Zonder aanspraak te kunnen maken op enige vergoeding kan de
                            rechthebbende schriftelijk afstand doen ten behoeve van de gemeente van
                            het recht op het particuliere graf. Van de ontvangst van zodanige
                            verklaring doen burgemeester en wethouders schriftelijk mededeling aan
                            de rechthebbende.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Grafkelder</titel></kop><al>Het college kan aan de rechthebbende op een particulier (kinder)graf
                            vergunning verlenen tot het daarin voor eigen rekening doen aanbrengen
                            van een grafkelder overeenkomstig de door het college te stellen
                            voorwaarden.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5.</nr><titel>Grafbedekkingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Vergunning grafbedekking</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor het hebben van een grafbedekking is een schriftelijke
                                vergunning nodig van het college.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Omtrent de wijze van aanvragen van de vergunning, de aard en de
                                afmetingen van de grafbedekking en de wijze van aanbrengen kan het
                                college nadere regels vaststellen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan de vergunning weigeren indien:</al><lijst><li nr="a."><al>niet voldaan wordt aan de door hen vastgestelde nadere
                                        regels;</al></li><li nr="b."><al>de grafbedekking afbreuk doet aan het aanzien van de
                                        begraafplaats;</al></li><li nr="c."><al>de duurzaamheid van de materialen onvoldoende is;</al></li><li nr="d."><al>de constructie van de grafbedekking ondeugdelijk is.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel>Niet-blijvende grafbeplanting</titel></kop><al>Niet-blijvende beplanting op een graf die in een verwaarloosde staat
                            verkeert, kan door de beheerder worden verwijderd zonder dat aanspraak
                            kan worden gemaakt op schadevergoeding. Losse bloemen, planten, kransen
                            en dergelijke kunnen, wanneer zij verwelkt zijn, door de beheerder
                            worden verwijderd. Linten, siervazen en dergelijke voorwerpen worden
                            gedurende dertien weken ter beschikking gehouden van de rechthebbende
                            indien deze daartoe tevoren een aanvraag heeft ingediend bij de
                            beheerder.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18.</nr><titel>Onderhoud door de rechthebbende of
                                gebruiker</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het (doen) plaatsen, aanbrengen, herstellen, vernieuwen of
                                verwijderen van de grafbedekking geschiedt door, voor rekening van
                                en voor risico van de rechthebbende of de gebruiker.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien hij nalaat de grafbedekking behoorlijk te onderhouden of te
                                herstellen, kan het college de hiervoor in aanmerking komende
                                voorwerpen of zo nodig de gehele grafbedekking doen verwijderen. Het
                                verwijderde blijft gedurende dertien weken ter beschikking van de
                                rechthebbende en vervalt daarna aan de gemeente, zonder dat deze tot
                                enige vergoeding verplicht is.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De verwijdering vindt niet plaats dan nadat de rechthebbende
                                behoorlijk per brief is opgeroepen om te worden ingelicht over de
                                toestand van de grafbedekking. De oproeping geschiedt door
                                mededeling op het mededelingenbord op de begraafplaats als het adres
                                van de rechthebbende niet bekend is. Bij het graf wordt een
                                verwijzing naar de mededeling aangebracht.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan de rechthebbende per aanschrijving verplichten een
                                beschadiging aan de grafbedekking te herstellen indien de
                                beschadiging zodanig is dat deze naar het oordeel van het college
                                het uiterlijk aanzien van de begraafplaats schaadt of indien de
                                beschadiging van de grafbedekking gevaar op levert voor derden.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De rechthebbende of de gebruiker is verplicht de grafbedekking
                                behoorlijk te onderhouden of te herstellen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19.</nr><titel>Verwijdering grafbedekking na verstrijken van
                                de termijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De grafbedekking kan na het verstrijken van de termijn van uitgifte
                                van het graf in opdracht van het college worden verwijderd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het voornemen tot verwijdering van de grafbedekking wordt gedurende
                                ten minste een jaar voorafgaande aan het tijdstip waarop de
                                grafbedekking zal worden verwijderd door middel van een op het te
                                ruimen graf te plaatsen bordje door het college bekendgemaakt,
                                tenzij het adres van de rechthebbende bij het college bekend is. In
                                dat geval maakt het college aan hem uiterlijk een jaar voor het
                                genoemde tijdstip per brief hun voornemen bekend.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de grafbedekking niet binnen dertien weken na de verwijdering
                                is afgehaald, vervalt deze aan de gemeente, zonder dat de gemeente
                                tot enige vergoeding verplicht is.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Een ieder moet gedogen dat grafbedekking of andere op het graf
                                geplaatste voorwerpen tijdelijk worden weggenomen of worden
                                verplaatst, indien dit ter begraving van lijken in de nabijheid van
                                het betreffende graf of om andere redenen noodzakelijk is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20.</nr><titel>Onderhoud door de gemeente</titel></kop><al>Het college voorziet in de zorg voor het onderhoud van de paden, het
                            groenonderhoud, het schoonhouden van de begraafplaats en het na
                            verzakking opnieuw stellen van gedenktekens.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21.</nr><titel>Aansprakelijkheid</titel></kop><al>De gemeente is niet verantwoordelijk voor de voorwerpen, welke zich op
                            of bij de graven bevinden. Evenmin kan zij aansprakelijk worden gesteld
                            voor schade aan deze voorwerpen of het zoekraken daarvan, tenzij aan de
                            zijde van de gemeente opzet of grove schuld aanwezig is.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6.</nr><titel>Ruiming van graven, urnengraven en
                            urnennissen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22.</nr><titel>Ruiming, bezorging van overblijfselen en
                                as</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het voornemen van het college om een graf te ruimen wordt ten minste
                                een jaar voorafgaande aan het tijdstip waarop het graf geruimd zal
                                worden per brief aan de rechthebbende of, wanneer het een algemeen
                                graf betreft, aan de belanghebbende bekend gemaakt. Wanneer het
                                adres van de rechthebbende of belanghebbende niet bekend is maakt
                                het college het voornemen tot ruiming van het graf gedurende ten
                                minste een jaar voorafgaande aan het tijdstip van ruiming door
                                middel van een bij het graf te plaatsen bordje en bij de ingang van
                                de begraafplaats op het mededelingenbord bekend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De beheerder draagt er zorg voor dat met de bij de ruiming van het
                                graf nog aanwezige menselijke resten te allen tijde respectvol wordt
                                omgegaan en dat bezoekers van de begraafplaats niet met menselijke
                                resten worden geconfronteerd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De bij de ruiming van het graf nog aanwezige menselijke resten
                                worden begraven en de as wordt verstrooid op een van de daartoe
                                bestemde gedeelten van de begraafplaats(en).</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Nabestaanden van een overledene die begraven is in een algemeen graf
                                kunnen gedurende de in het eerste lid bedoelde termijn bij de
                                beheerder een aanvraag indienen om bij ruiming de menselijke resten,
                                indien mogelijk, bijeen te doen brengen voor crematie of voor
                                herbegraving elders. Nabestaanden van een overledene waarvan een
                                asbus al of niet met een urn is bijgezet in een algemeen graf kunnen
                                bij de beheerder een aanvraag indienen om deze ter beschikking te
                                houden voor herbegraving of verstrooiing elders.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De rechthebbende op een particulier graf kan bij de beheerder een
                                aanvraag indienen om de menselijke resten te doen verzamelen om deze
                                opnieuw in dezelfde grafruimte te doen plaatsen dan wel om deze te
                                cremeren of elders opnieuw te doen begraven. De rechthebbende op een
                                particulier urnengraf of particuliere urnennis kan bij de beheerder
                                een aanvraag indienen de asbus ter beschikking te houden om elders
                                bij te zetten of om de as te doen verstrooien. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>8.</nr><titel>In stand houden historische graven en opvallende
                            grafbedekking</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23.</nr><titel>Lijst</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college houdt een lijst bij van graven die van historische
                                betekenis zijn of waarvan de grafbedekking een opvallende kwaliteit
                                heeft.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Alvorens tot ruiming van graven wordt overgegaan onderzoekt het
                                college of er graven zijn die in aanmerking komen om op de lijst te
                                worden bijgeschreven. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De gemeenteraad beslist over het ruimen van graven en het
                                verwijderen van grafbedekkingen die op de in het eerste lid bedoelde
                                lijst staan.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>9.</nr><titel>Inrichting register</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24.</nr><titel>Voorschriften</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stelt voorschriften vast voor het register van de
                                begraven lijken en de bezorgde as.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het register wordt bijgehouden door de beheerder.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>10.</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25.</nr><titel>Intrekking oude regelingen</titel></kop><al>De verordening op het beheer en het gebruik van de gemeentelijke
                            begraafplaatsen voor de gemeente Lansingerland 2009 (Beheersverordening
                            gemeentelijke begraafplaatsen Lansingerland 2009), vastgesteld op 27
                            november 2008, wordt ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26.</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Besluiten van het college die genomen zijn krachtens
                                Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen Lansingerland 2009
                                gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening
                                een aanvraag om vergunning op grond van de Beheersverordening
                                gemeentelijke begraafplaatsen Lansingerland 2009 is ingediend en
                                voor het tijdstip van de inwerkingtreding van deze verordening niet
                                op de aanvraag is beslist, wordt daarop deze verordening
                                toegepast.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27.</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><al>Hij die handelt in strijd met de artikel 3 lid 3 en artikel 4, lid 1 en
                            2 wordt gestraft met een geldboete van de eerste categorie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na de
                            dag van bekendmaking.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Beheersverordening gemeentelijke
                            begraafplaatsen Lansingerland 2011.</al><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Sluiting </ondertekening><ondertekening>Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Lansingerland in de
                        openbare raadsvergadering van 29 september 2011.</ondertekening><ondertekening>De griffier, De voorzitter,</ondertekening><ondertekening>Kees van ’t Hart, Ewald van Vliet</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Artikelgewijze toelichting Beheerverordening begraafplaatsen
                                gemeente Lansingerland 2011</titel></kop><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In dit artikel worden de gebruikte begrippen gedefinieerd. </al><al>In het algemeen spraakgebruik wordt het begrip ‘eigen graf’ gebruikt.
                            Hier is de term ‘eigen graf’ vervangen door ‘particulier graf’, zoals in
                            de Wet op de Lijkbezorging. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Uitbreiding begrippen particulier en algemeen
                                graf</titel></kop><al>Voor een particulier graf, particulier urnengraf, particuliere
                            urnentuin, particuliere gedenkplaats en particulier urnennis gelden
                            vrijwel dezelfde rechten en plichten. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Openstelling begraafplaatsen</titel></kop><al>Dit artikel maakt het de beheerder tevens mogelijk de begraafplaats
                            geheel of gedeeltelijk te sluiten wanneer dit voor het ruimen van graven
                            noodzakelijk is. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Ordemaatregelen</titel></kop><al>Dit artikel geeft gedragsvoorschriften voor hen die van de begraafplaats
                            gebruik maken, in het belang van orde, rust en netheid. Tegen
                            overtreding van de voorschriften is straf bedreigd. De politie kan als
                            gevolg van de strafbedreiging tegen ordeverstoringen optreden en zo
                            nodig proces verbaal opmaken. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Herdenkingen en plechtigheden</titel></kop><al>Met dit artikel wordt beoogd om plechtigheden ordelijk te doen verlopen.
                            Door te eisen dat de mededeling zes dagen vooraf moet plaatshebben, kan
                            worden voorkomen dat de plechtigheid samenvalt met een begrafenis. Een
                            begrafenis moet volgens de wet uiterlijk op de zesde dag na overlijden
                            geschieden.</al><al>Bijeenkomsten die het karakter van een plechtigheid te buiten gaan,
                            kunnen het karakter hebben van een openbare manifestatie. Hiervan moet
                            vooraf kennisgeving worden gedaan aan de burgemeester volgens de Wet
                            Openbare Manifestaties (Stb. 1968, 157) en mogelijk van toepassing
                            zijnde APV-bepalingen.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Opgravingen en ruimen</titel></kop><al>De aard van de werkzaamheden bij het opgraven en ruimen van graven
                            brengt met zich mee dat het bezwaarlijk is om toe te staan dat anderen
                            hierbij aanwezig zijn. De praktijk heeft aangetoond dat er behoefte is
                            aan een wettelijk voorschrift om de toegang hierbij van derden te
                            weren.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Kennisgeving begraven en asbezorging, openen
                                en sluiten van het graf</titel></kop><al>Een schriftelijke kennisgeving is nodig omdat duidelijk vast moet liggen
                            wat voor graf er wordt gevraagd.</al><al>De as kan volgens de artikel 62 van de Wet op de Lijkbezorging worden
                            bijgezet in of op een graf dan wel in een bewaarplaats, meestal een
                            urnennis.</al><al>Bij het begraven van een lijk binnen 36 uur is omwille van urgentie
                            uitsluitend toestemming van de burgemeester noodzakelijk.</al><al>Indien de nabestaanden alle of bepaalde werkzaamheden zelf willen
                            verrichten zijn niettemin de </al><al>aanwijzingen en de hulp van het personeel van de begraafplaats nodig,
                            ook om redenen van veiligheid, in het bijzonder bij het openen en
                            sluiten van het graf. De werkzaamheden kunnen door de nabestaanden en
                            het personeel van de begraafplaats samen worden verricht. De
                            nabestaanden kunnen bijvoorbeeld een begin maken. Vervolgens kan het
                            personeel de handelingen verrichten waar ervaring voor nodig is of die
                            van de nabestaanden te zware lichamelijke inspanning vragen. Het
                            aanbrengen van de grafranden ter stutting van de grond om het geopende
                            graf en het verwijderen van die randen voor het sluiten van het graf zal
                            door het personeel moeten geschieden.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Gebouwen en muziekinstallatie</titel></kop><al>Dit artikel spreekt voor zich.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Over te leggen stukken</titel></kop><al>De wet eist dat er een verlof tot begraven aanwezig is, afgegeven door
                            de ambtenaar van de burgerlijke stand. Hierbij aansluitend is het
                            gewenst de beheerder van de begraafplaatsen een eigen bevoegdheid te
                            geven om medewerking aan de lijkbezorging te weigeren, indien niet aan
                            de wettelijke vereisten is voldaan.</al><al>De bezorging van as omvat zowel het bijzetten als de verstrooiing.</al><al>Er mag van worden uitgegaan dat het stoffelijk overschot van de
                            rechthebbende zelf in het particuliere graf mag worden bijgezet (lid
                            2).</al><al>De wettelijke minimum grafrusttermijn (lid 3) is de termijn dat een lijk
                            volgens de wet ten minste begraven moet blijven voordat het mag worden
                            geruimd. Het is voorgekomen dat in particuliere graven begravingen of
                            bijzettingen betrekkelijk kort voor het aflopen van de uitgiftetermijn
                            plaatsvonden. Daarom is vastgelegd dat in dergelijke gevallen begraving
                            of bijzetting alleen kan plaatsvinden onder gelijktijdige verlenging van
                            de uitgiftetermijn. Uiteraard zal die verlenging dan een periode moeten
                            omvatten die de alsdan resterende uitgiftetermijn ten minste gelijk
                            maakt aan de minimum grafrusttermijn (tien jaar).</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Tijden van begraven en asbezorging</titel></kop><al>De wet verplicht tot de mogelijkheid van begraven op iedere dag
                            gedurende een bij gemeentelijke verordening te bepalen tijd met
                            uitzondering van zon- en feestdagen.</al><al>Het is in de praktijk wel mogelijk om de begraafplaats in bijzondere
                            gevallen open te stellen op zon-en/of feestdagen. Een bijzonder geval
                            kan zich voordoen als de burgemeester toestemming heeft gegeven om een
                            lijk binnen 36 uur te begraven. Sommige nabestaanden vragen om deze
                            toestemming om godsdienstige redenen. Daarnaast kan spoed geboden zijn
                            in geval van lijkvinding.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Indeling graven en asbezorging</titel></kop><al>Naast de particuliere graven noemt dit artikel de verschillende andere
                            soorten van voorzieningen op de begraafplaats (lid 1).</al><al>Het Besluit op de lijkbezorging van 4 december 1997 bevat in artikel 5
                            de bepaling dat er ten hoogste drie lijken boven elkaar mogen worden
                            begraven (lid 6).</al><al>Soms verkeren rechthebbenden in de onjuiste veronderstelling dat de
                            uitgiftetermijn pas begint te lopen op het moment van de eerste
                            begraving of bijzetting. Daarom is in de laatste zin van lid 3,
                            betreffende de aanvang van de termijn, opgenomen.</al><al>Lid 4: In het kader van vermindering van administratieve lasten ligt het
                            geven van het juiste adres uitdrukkelijk bij de rechthebbende. De
                            beheerder van de begraafplaats hoeft niet meer te doen dan het adres uit
                            zijn eigen administratie gebruiken. Wanneer niet binnen drie maanden om
                            verlenging van het recht is verzocht, dient de mededeling bekend te
                            worden gemaakt bij het graf en bij de ingang van de begraafplaats tot
                            aan het einde van de periode dat de rechthebbende om verlening van de
                            termijn van uitgifte kan vragen.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Volgorde van uitgifte</titel></kop><al>Een graf zal alleen buiten de volgorde van ligging worden toegewezen als
                            dit niet bezwaarlijk is voor de situatie op de begraafplaats. Hierbij
                            kan worden gedacht aan het aanzien van de begraafplaats en de
                            gesteldheid van de bodem.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Overschrijving van verleende rechten</titel></kop><al>Het recht op een particulier graf wordt verleend door een beschikking
                            van het college. Het recht kan op verzoek van de rechthebbende worden
                            overgeschreven op een ander.</al><al>Voor de wijziging in de Wet op de lijkbezorging was bepaald dat het
                            recht op een graf slechts kon worden overgeschreven op naam van de
                            echtgenoot of levenspartner van de (overleden) rechthebbende dan wel op
                            naam van een bloedverwant of aanverwant tot en met de derde graad.
                            Slechts wanneer er gewichtige redenen bestonden was overschrijving op
                            naam van een ander mogelijk. Uit de praktijk bleek dat deze beperking
                            niet of lastig te handhaven is en bovendien administratieve lasten
                            veroorzaakt. Daarom is deze regel geschrapt. Wel wordt nu de
                            mogelijkheid geboden het recht over te schrijven op naam van een
                            rechtspersoon.</al><al>Het is gewenst dat er na overlijden van een rechthebbende een nieuwe
                            rechthebbende wordt aangewezen die de verantwoordelijkheid voor de
                            grafruimte en de daaraan verbonden kosten op zich neemt. De termijn,
                            waarbinnen de aanvraag tot overschrijving kan worden gedaan, is gesteld
                            op zes maanden na het overlijden van de rechthebbende. Er is geen reden
                            een langere termijn aan te houden.</al><al>Het vierde lid van dit artikel geeft het college de mogelijkheid zo
                            nodig van de genoemde termijn af te wijken.</al><al>In het geval dat de stoffelijke resten van de rechthebbende in het graf
                            moeten worden bijgezet dient het verzoek tot overschrijving vóór de
                            bijzetting te worden gedaan. Doorgaans worden, na een overlijden, door
                            de nabestaanden meteen al de noodzakelijke regelingen getroffen.
                            Logischerwijs is dan het aanwijzen van een nieuwe rechthebbende daar één
                            van.</al><al>Wanneer nabestaanden ontbreken is er de mogelijkheid de rechten over te
                            schrijven op naam van de notaris die de nalatenschap beheert, of op naam
                            van de Stichting Grafzorg Nederland.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Afstand doen van graven</titel></kop><al>Dit artikel is opgenomen om buiten twijfel te stellen dat de
                            rechthebbende afstand van het graf kan doen.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Grafkelder</titel></kop><al>Dit artikel spreekt voor zich.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Vergunning grafbedekking</titel></kop><al>De vergunningseis geldt voor de grafbedekkingen op algemene en
                            particuliere graven, en omvat zowel het gedenkteken als de winterharde
                            beplantingen. De grafbedekking zal op punten als vormgeving, constructie
                            en materiaalkeuze aan bepaalde minimumeisen moeten voldoen. </al><al>Wanneer geen grafbedekking wordt aangebracht zal wel moeten worden
                            aangeduid dat er iemand begraven ligt om te voorkomen dat bezoekers
                            ongewild over het graf lopen. Uit een aanduiding bij het graf en uit de
                            administratie zal voorts moeten blijken wie daar begraven ligt.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Niet-blijvende grafbeplanting</titel></kop><al>Over het algemeen is het beleid ten aanzien van de planten en bloemen
                            medegedeeld op het mededelingenbord op de begraafplaats.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Onderhoud door de rechthebbende of
                                gebruiker</titel></kop><al>In dit artikel worden de rechten en de plichten van de rechthebbende of,
                            in het geval van algemene graven, van de gebruiker ten aanzien van de
                            grafbedekking omschreven. Alleen in dit artikel is sprake van plichten
                            voor (bepaalde) nabestaanden van overledenen die zijn bijgezet in een
                            algemeen graf.</al><al>De eigendom en daarmee ook de risicoaansprakelijkheid van hetgeen op het
                            graf is geplaatst ligt, volgens art. 32a van de Wet op lijkbezorging,
                            bij de rechthebbende. Van natrekking is geen sprake zolang het graf niet
                            geruimd mag worden.</al><al>Het onderhoud dat door de gemeente wordt verricht zal in een aantal
                            gevallen voldoende zijn voor algemene graven. De aard en de afmetingen
                            van de grafbedekkingen op particuliere graven en de termijn van uitgifte
                            van deze graven met het recht om deze termijn steeds te verlengen, maken
                            dat bij deze grafbedekkingen zeker niet kan worden volstaan met het
                            minimum aan onderhoud door de gemeente.</al><al>Indien er sprake is van verwaarlozing van de grafbedekking kan de
                            beheerder van de begraafplaats de rechthebbende of de gebruiker
                            aanspreken en sommeren tot het verrichten van herstelwerkzaamheden aan
                            de grafbedekking. De Wet op de lijkbezorging bepaalt in artikel 28, het
                            vierde tot en met het zevende lid, dat het recht op het graf vervalt
                            wanneer vijf jaar na constatering en bekendmaking van de verwaarlozing
                            niet in het onderhoud is voorzien. Hierbij wordt rekening gehouden met
                            de termijn van grafrust en de uitgiftetermijn van het graf.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Verwijdering grafbedekking na verstrijken van
                                de termijn</titel></kop><al>De rechthebbende dient volgens artikel 28, tweede lid van de Wet op de
                            lijkbezorging ten minste een jaar voor het verstrijken van de termijn
                            van het recht op de hoogte te worden gesteld van dit feit, en van de
                            mogelijkheid verlenging van het recht te vragen. In veel gevallen kan
                            dan gelijktijdig de mededeling worden gedaan dat, wanneer niet om
                            verlenging wordt verzocht, het college opdracht zal geven de
                            grafbedekking na het verstrijken van de termijn te verwijderen en het
                            graf te ruimen. Tevens kan worden medegedeeld dat de grafbedekking
                            dertien weken na verwijdering aan de gemeente vervalt.</al><al>Ook nabestaanden van overledenen die zijn begraven in een algemeen graf
                            dienen, volgens artikel 27a van de Wet op de lijkbezorging, op hoogte te
                            worden gesteld van het verstrijken van de termijn van uitgifte. Deze
                            mededeling dient volgens de wet ‘ten minste zes maanden en ten hoogste
                            twaalf maanden voor het verstrijken van de termijn van uitgifte’ aan de
                            belanghebbende bij dat graf te worden gedaan. Hierbij kan dan
                            gelijktijdig de mededeling worden gedaan dat de mogelijk aanwezige
                            grafbedekking zal worden verwijderd en dat het graf zal worden geruimd. </al><al>De grafbedekking kan ook worden verwijderd nadat het college het
                            grafrecht vervallen heeft verklaard omdat er na het overlijden van de
                            rechthebbende niet tijdig een nieuwe rechthebbende is aangewezen
                            (artikel 17, derde lid van dit model), of omdat het onderhoud van het
                            graf is verwaarloosd (artikel 28, zesde lid van de Wet op de
                            lijkbezorging). In dat geval geldt eveneens het vereiste van de
                            voorafgaande mededeling per brief of door het plaatsen van een bordje
                            bij het graf gedurende minstens een jaar.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Onderhoud door de gemeente</titel></kop><al>Het onderhoud door de gemeente is een minimale zorg met de bedoeling dat
                            de begraafplaats als geheel een verzorgd aanzien heeft. In de meeste
                            gevallen is het voldoende als de gedenktekens tweemaal per jaar worden
                            gereinigd. Op de graven kunnen winterharde beplantingen worden
                            aangebracht, zoals rozen, coniferen en buxushagen. De zorg voor deze
                            blijvende beplantingen kan omvatten het snoeien, het onkruidvrij houden,
                            het verwijderen van onkruid en het aanbrengen van nieuwe planten.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Aansprakelijkheid</titel></kop><al>Dit artikel spreekt voor zich</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Ruiming, bezorging van overblijfselen en
                                as</titel></kop><al>Volgens artikel 31, tweede lid van de Wet op de lijkbezorging kan een
                            particulier graf alleen geruimd worden met toestemming van de
                            rechthebbende. Het recht op een graf kan echter vervallen na het
                            verstrijken van de termijn, of omdat er na het overlijden van de
                            rechthebbende niet tijdig een nieuwe rechthebbende is aangewezen
                            (artikel 17, derde lid van dit model). Ook kan het recht vervallen na
                            verwaarlozing van het onderhoud, volgens artikel 28, zesde lid van de
                            Wet op de lijkbezorging.</al><al>De mededeling dat het college voornemens is om de graven te ruimen wordt
                            gedaan zowel aan de rechthebbenden op particuliere graven als aan de
                            nabestaanden van overledenen die zijn begraven in een algemeen
                            graf.</al><al>De rechthebbende kan vragen om de overblijfselen te doen verzamelen om
                            deze te cremeren, dan wel bij te zetten in een ander graf op dezelfde
                            begraafplaats of over te brengen naar een andere begraafplaats. Ook
                            wordt de mogelijkheid gegeven om de overblijfselen in dezelfde
                            grafruimte te doen plaatsen (het zogenaamde schudden). Het graf wordt
                            dan extra diep uitgegraven, en de overblijfselen worden onderin
                            geplaatst. De rechthebbende kan dan vervolgens het graf bestemmen voor
                            andere overledenen. Op deze wijze kan het graf gedurende langere tijd in
                            dezelfde familie blijven.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Lijst</titel></kop><al>De graven kunnen van betekenis zijn vanwege de overledene die er
                            begraven ligt dan wel alleen vanwege het gedenkteken. De overledene kan
                            voor de plaatselijke gemeenschap van betekenis zijn geweest zodat
                            wellicht de naam nog bij de volgende generatie bekend is. Het
                            gedenkteken kan opvallen door zijn vormgeving en door het materiaal. Een
                            voorbeeld is het gietijzer gesmeed door een ijzergieterij, vaak subtiel
                            voorzien van symbolen van de dood. Het ijzer herinnert aan een reeds
                            lang verdwenen nijverheid en is alleen al daardoor van waarde. Andere
                            voorbeelden zijn porseleinen beeldjes. Er dient te worden gezorgd dat
                            graven van bekende overledenen niet ondoordacht worden geruimd en dat
                            vrij zeldzame voorwerpen op een terrein dat zozeer aan het verleden
                            herinnert, behouden blijven. </al><al>De lijst is een inventarisatie van gedenkwaardige graven. Daarnaast kan
                            de inhoud van de lijst een hulpmiddel zijn voor het samenstellen van de
                            monumentenlijst.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Inrichting register</titel></kop><al>Het Besluit op de lijkbezorging van 4 december 1997 geeft gedetailleerde
                            voorschriften voor dit register.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Intrekking oude regelingen</titel></kop><al>Dit artikel spreekt voor zich.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><al>Dit artikel spreekt voor zich.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><al>De beheersverordening begraafplaatsen is een besluit van het
                            gemeentebestuur op overtreding waarvan straf is gesteld. Een dergelijk
                            besluit wordt op dezelfde wijze bekendgemaakt als alle overige besluiten
                            van het gemeentebestuur die algemeen verbindende voorschriften inhouden
                            (artikel 139 Gemeentewet). Voorts is de gemeente gehouden dit besluit
                            mee te delen aan het parket van het arrondissement waarin de gemeente is
                            gelegen (artikel 143 Gemeentewet).</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Hier geldt artikel 142 van de Gemeentewet. Alle verordeningen treden in
                            werking op de achtste dag na bekendmaking, tenzij daarvoor een ander
                            tijdstip is aangewezen.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>29</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>In de citeertitel wordt een jaartal opgenomen om de betrokken regeling
                            te onderscheiden van de voorgaande regeling.</al></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>