<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR116876_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening onderzoek doelmatigheid en doeltreffendheid gemeente Lansingerland 2011</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Lansingerland</dcterms:creator><dcterms:modified>2011-10-27</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Lansingerland</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Heraut 19-10-2011/Internet</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening onderzoeken doelmatigheid en doeltreffendheid van de gemeente Lansingerland 2011</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 213a</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2011-09-30</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2011-10-27</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2023-10-06</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>BR1100231 Voorstelnr. 2011/92 T11.06598</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening onderzoek doelmatigheid en doeltreffendheid gemeente Lansingerland 2011</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Doelmatigheid: De mate waarin de gewenste prestaties en beoogde
                                maatschappelijke effecten worden gerealiseerd met een zo beperkt
                                mogelijke inzet van middelen of met de beschikbare middelen zo veel
                                mogelijk resultaat wordt bereikt.</al></li><li nr="b."><al>Doeltreffendheid: De mate waarin de gewenste prestaties en de
                                beoogde maatschappelijke effecten van het beleid ook daadwerkelijk
                                worden behaald.</al></li><li nr="c."><al>college: het college van burgemeester en wethouders.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Onderzoeksfrequentie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stelt jaarlijks een onderzoeksprogramma op waarin één of
                            meer programma’s en/of paragrafen worden onderzocht op doeltreffendheid
                            en doelmatigheid.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In het verlengde van het bovenstaande kan het college ook de
                            doelmatigheid van de bijbehorende organisatie-eenheden onderzoeken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Onderzoeksplan</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college zendt ieder jaar vóór 1 november een onderzoeksplan naar de
                            raad voor de in het erop volgende jaar te verrichten interne
                            onderzoek(en) naar de doelmatigheid en de doeltreffendheid. Het
                            onderzoeksplan wordt besproken met de raad.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In het onderzoeksplan wordt per intern onderzoek globaal
                            aangegeven:</al><lijst><li nr="a."><al>het object van onderzoek;</al></li><li nr="b."><al>de reikwijdte van het onderzoek;</al></li><li nr="c."><al>de onderzoeksmethode;</al></li><li nr="d."><al>doorlooptijd van het onderzoek; en</al></li><li nr="e."><al>de wijze van uitvoering.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In het onderzoeksplan wordt aangegeven welke budgetten in de
                            productenraming zijn opgenomen voor de uitvoering van de
                            onderzoeken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Voortgang onderzoeken</titel></kop><al>Het college rapporteert in de bedrijfsvoeringsparagraaf van de begroting en
                        jaarstukken over de voortgang van de onderzoeken naar de doelmatigheid en
                        doeltreffendheid en de uitputting van de bijbehorende budgetten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Rapportage en gevolgtrekking</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De uitkomsten van een onderzoek worden vastgelegd in een rapportage.
                            Elke rapportage bevat tenminste een analyse van de onderzoeksresultaten
                            en indien nodig en mogelijk aanbevelingen voor verbeteringen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op basis van de resultaten van ieder onderzoek stelt het college indien
                            nodig een plan van verbetering op. De rapportage en het plan van
                            verbetering worden ter kennisgeving aan de raad aangeboden. Het college
                            neemt op basis van het plan van verbetering organisatorische
                            maatregelen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in plaats van de ‘Verordening voor periodiek
                        onderzoek door het college naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van het
                        door het college gevoerde bestuur van de gemeente Lansingerland’ van 2
                        januari 2007. </al><al>Deze verordening treedt in werking op de achtste dag nadat de vaststelling
                        is bekendgemaakt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als: “Verordening onderzoeken
                        doelmatigheid en doeltreffendheid van de gemeente Lansingerland 2011”.</al><al/></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Sluiting </ondertekening><ondertekening/><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van Lansingerland van 29
                        september 2011. </ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De griffier, De voorzitter,</ondertekening><ondertekening>Kees van ’t Hart, Ewald van Vliet</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Artikelgewijze toelichting op de Verordening onderzoek doelmatigheid en
                            doeltreffendheid van de gemeente Lansingerland 2011</titel></kop><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Onderzoeksfrequentie</titel></kop><al>In artikel 2 wordt het college opgedragen onderzoek te doen naar de
                        doelmatigheid en de doeltreffend-heid van het gevoerde bestuur. De raad eist
                        een minimaal aantal uit te voeren interne onderzoeken per jaar van het
                        college. Hierbij wordt een scheiding aangebracht tussen onderzoeken naar de
                        doelmatigheid en onderzoeken naar de doeltreffendheid.</al><al>De onderzoeken naar de doelmatigheid betreffen onderzoeken naar de
                        uitvoering van het beleid en het beheer van middelen. De uitvoering wordt
                        gedaan door ten eerste de gemeentelijke organisatie, zodat deze onderzoeken
                        zich ten eerste richten op de organisatie-eenheden van de gemeente. Een
                        tweede ingang voor de doelmatigheidsonderzoeken is de procesgang. Hiervoor
                        kan men kijken naar de gemeentelijke taken. Het voordeel hiervan is dat ook
                        de doelmatigheid van de uitvoering van gemeentelijk beleid en het beheer van
                        middelen door derden wordt onderzocht.</al><al>De onderzoeken naar de doeltreffendheid vinden plaats op basis van het in de
                        programma's of paragrafen van de begroting geformuleerde beleid. Dit beleid
                        kan gehele begrotingsprogramma's omvatten of delen daarvan. Ook kan het
                        paragrafen van de begroting en jaarstukken of delen daarvan omvatten.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Onderzoeksplan</titel></kop><al>De beslissing wat te onderzoeken is aan het college. Vanzelfsprekend zal de
                        raad willen weten wat de plannen zijn, en ook gelegenheid willen hebben om
                        deze te bespreken en als hij dat nodig acht invloed uit te oefenen. Hierin
                        voorziet het onderzoeksplan.</al><al>Het onderzoeksplan moet een volledig beeld geven van de voorgenomen
                        onderzoeken, zij het uiteraard nog globaal.</al><al>De onderzoeken in het onderzoeksplan worden per onderzoek uitgewerkt. Het
                        onderzoeksplan wordt aangeboden aan de raad, en de raad kan het ter
                        bespreking agenderen, maar het wordt door het college vastgesteld. In de
                        verordening kan worden aangegeven wat in een onderzoeksplan in ieder geval
                        moet worden opgenomen. De onderwerpen genoemd in het tweede lid kunnen als
                        volgt worden toegelicht:</al><lijst><li nr="a."><al>Het object van een onderzoek wordt dusdanig omschreven dat duidelijk
                                aangegeven is wat de afbakening van het onderzoek is. Daarbij worden
                                bij de doelmatigheidsonderzoeken duidelijk de scheidslijnen
                                aangegeven ten aanzien van de te onderzoeken procedures en
                                instrumenten. Bij de doeltreffendheidsonderzoeken worden duidelijk
                                de scheidslijnen met andere beleidsvelden aangegeven.</al></li><li nr="b."><al>De reikwijdte van ieder onderzoek strekt zich in beginsel uit over
                                alle organen (raad, college), organisatie-eenheden en instellingen
                                waarvoor de gemeente bestuurlijk verantwoordelijk is of waarvan de
                                activiteiten geheel of in belangrijke mate door de gemeente worden
                                bekostigd. De reikwijdte kan in het onderzoeksplan worden ingeperkt
                                door het aangeven van het te onderzoeken tijdsvak en de te
                                onderzoeken organen, organisatie-eenheden en instellingen. De
                                reikwijdte van onderzoeken moet van te voren duidelijk worden
                                aangegeven. Aangegeven moet worden welk tijdvak wordt onderzocht en
                                welke organisatie-eenheden en niet gemeentelijke instellingen bij
                                het onderzoek worden betrokken.</al></li><li nr="c."><al>Hier wordt aangegeven welke methoden gebruikt zullen worden
                                (benchmarking, enquête, enzovoorts).</al></li><li nr="d."><al>Een inschatting van de duur van het onderzoek, eventueel
                                onderverdeeld in fasen.</al></li><li nr="e."><al>Onderzoeken kunnen in opdracht van het college worden uitgevoerd
                                door het ambtelijke apparaat (al of niet met inbreng van
                                deskundigheid van derden) of door derden. Indien de ambtelijke
                                organisatie de onderzoeken uitvoert zullen in de onderzoeksopzet
                                waarborgen dienen te worden ingebouwd, waarmee de onafhankelijkheid
                                van de analyse en/of adviezen ter verbeteringen worden gegarandeerd.
                                Dat betekent dat van het onderzoek wel mag worden uitgevoerd door
                                functionarissen die in hun dagelijks werk betrokken zijn bij het
                                onderzoeksobject. De analyse en de aanbevelingen tot verbetering
                                echter moeten zoveel als mogelijk onafhankelijk tot stand komen en
                                uitgevoerd worden door functionarissen die niet in hun dagelijks
                                werk betrokken zijn bij het onderzoeksobject.</al></li></lijst></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Voortgang onderzoeken</titel></kop><al>De bedrijfsvoeringparagraaf van de begroting en jaarstukken dient inzicht te
                        geven in de stand van zaken en de beleidsvoornemens omtrent de
                        bedrijfsvoering. Daarbij dient een relatie te worden gelegd met de inhoud
                        van de programma's van de begroting en jaarstukken. Het ligt voor de hand om
                        in deze paragaaf eveneens te rapporteren over de stand van zaken bij de
                        interne onderzoeken naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van het
                        gevoerde bestuur.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Rapportage en gevolgtrekking</titel></kop><al>Met de instelling van de onderzoeken beoogt de gemeente de transparantie van
                        gemeentelijk handelen te vergroten en de publieke verantwoording daarover te
                        versterken. De bevindingen van de onderzoeken worden dan ook neergelegd in
                        rapporten voor de raad, zoals voorgeschreven in artikel 213a, tweede lid,
                        van de Gemeentewet. De rapporten dienen volgens artikel 197 tweede lid van
                        de Gemeentewet te worden gevoegd bij de jaarrekening en het jaarverslag. Dat
                        betreft uiteraard de verslagen die lopende het verslagjaar zijn afgerond.
                        Dat sluit echter geenszins uit dat de raad, als hij dat wenst, de rapporten
                        ontvangt zodra ze zijn vastgesteld. Systematische aandacht voor
                        doelmatigheid en doeltreffendheid impliceert ook het doel om te leren, om te
                        denken over en te streven naar verbetering, daarom is in deze verordening
                        opgenomen dat evaluatie en aanbevelingen voor verbetering onderdeel zijn van
                        de rapportage, en dat zo nodig door middel van een plan van verbetering het
                        vervolgtraject moet worden ingezet. De bedrijfsvoering is een zaak van het
                        college. Het is dan ook het college dat maatregelen moet nemen tot
                        verbetering. Het college moet een plan van verbetering opstellen en
                        uitvoeren. Het plan van verbetering wordt uiteraard ook ter kennisgeving aan
                        de raad gestuurd.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>In dit artikel is aangegeven vanaf wanneer deze verordening in werking
                        treedt.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>In dit artikel wordt de naam gegeven waarmee in gemeentelijke stukken naar
                        deze verordening kan worden verwezen.</al></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>