<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR116867_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Tijdelijke Regels Wet investeren in jongeren Gemeente Lansingerland 2011</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Lansingerland</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-10-30</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Lansingerland</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Heraut 19-10-2011/Internet</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Tijdelijke Regels Wet investeren in jongeren Gemeente Lansingerland 2011</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 147 lid 1</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet investeren in jongeren, art. 12</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2011-09-30</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2011-10-27</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2012-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Gewijzigde regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>BR11000231/Voorstelnr. 2011/92 T11.06588</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Tijdelijke Regels Wet investeren in jongeren Gemeente Lansingerland 2011</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><paragraaf><kop><label>PARAGRAAF</label><nr>1</nr><titel>ALGEMENE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze regels wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>de wet: de Wet investeren in jongeren;</al></li><li nr="b."><al>het college: het college van Burgemeester en wethouders van de
                                    gemeente Lansingerland.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>PARAGRAAF</label><nr>2</nr><titel>TOEPASSELIJKHEID VERORDENINGEN WWB</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Werkleer aanbod</titel></kop><al>De regels met betrekking tot de inhoud van het werkleer aanbod, bedoeld
                            in artikel 12, eerste lid, onderdeel a, van de wet, luiden als
                            volgt:</al><lijst><li nr="1."><al>De voorzieningen die op grond van de Verordening Reïntegratie en
                                    activering Lansingerland aan personen als bedoeld in artikel 10,
                                    eerste lid, van de Wet werk en bijstand kunnen worden
                                    aangeboden, kunnen door het college worden ingezet voor het
                                    vaststellen van de inhoud van het werkleer aanbod.</al></li><li nr="2."><al>In afwijking van het eerste lid, kunnen de volgende
                                    voorzieningen <onderstreept>niet</onderstreept> worden
                                    ingezet:</al><lijst><li nr="a."><al>onbeloonde additionele arbeid;</al></li><li nr="b."><al>premies voor werkaanvaarding of scholing;</al></li><li nr="c."><al>vrijlating van inkomsten, en</al></li><li nr="d."><al>onkostenvergoeding voor vrijwilligerswerk.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Het verlagen van de inkomensvoorziening</titel></kop><al>De regels met betrekking tot het verlagen van de inkomensvoorziening,
                            bedoeld in artikel 12, eerste lid, onderdeel b, van de wet, luiden als
                            volgt:</al><lijst><li nr="1."><al>Voor de toepassing van artikel 41, eerste lid, van de wet, zijn
                                    de betreffende artikelen van de Afstemmingsverordening Wet werk
                                    en bijstand van overeenkomstige toepassing.</al></li><li nr="2."><al>Voor het verlagen van de inkomensvoorziening als gevolg van
                                    schending van de inlichtingenplicht, bedoeld in artikel 44,
                                    eerste lid, van de wet, zijn de artikelen van de
                                    Afstemmingsverordening Wet werk en bijstand van overeenkomstige
                                    toepassing.</al></li><li nr="3."><al>Voor het verlagen van de inkomensvoorziening als gevolg van
                                    schending van de overige verplichtingen, bedoeld in artikel 45,
                                    van de wet, zijn de artikelen van de Afstemmingsverordening Wet
                                    werk en bijstand van overeenkomstige toepassing.</al></li><li nr="4."><al>Voor het verlagen van de inkomensvoorziening als gevolg van zeer
                                    ernstige misdragingen als bedoeld in artikel 41, eerste lid, van
                                    de wet, zijn de artikelen van de Afstemmingsverordening Wet werk
                                    en bijstand van overeenkomstige toepassing.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Het bestrijden van misbruik en oneigenlijk gebruik</titel></kop><al>De regels met betrekking tot het bestrijden van misbruik en oneigenlijk
                            gebruik, bedoeld in artikel 12, eerste lid, onderdeel c, van de wet,
                            luiden als volgt:</al><al>De in de Afstemmingsverordening Wet werk en bijstand gestelde regels
                            zijn van overeenkomstige toepassing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Cliëntenparticipatie</titel></kop><al>De regels met betrekking tot de wijze waarop jongeren of hun
                            vertegenwoordigers worden betrokken bij de uitvoering van de wet, luiden
                            als volgt:</al><al>De in de Verordening Cliëntenadviesraad Wet werk en bijstand gemeente
                            Lansingerland gestelde regels zijn van overeenkomstige toepassing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Het verhogen en verlagen van de norm</titel></kop><al>De regels met betrekking tot het verhogen en verlagen van de norm,
                            bedoeld in artikel 12, eerste lid, onderdeel e, van de wet, luiden als
                            volgt:</al><al>De in de Toeslagenverordening Wet werk en bijstand gestelde regels zijn
                            van overeenkomstige toepassing.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>PARAGRAAF</label><nr>3</nr><titel>SLOTBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Onvoorziene omstandigheden en hardheidsclausule</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In alle gevallen waarin deze regels niet voorzien, beslist het
                                college.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan in bijzondere gevallen afwijken van de bepalingen in
                                deze regels, als toepassing daarvan tot onbillijkheden van
                                overwegende aard leidt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Inwerkingtreding en geldingsduur</titel></kop><al>Deze regels treden in werking op de achtste dag na de bekendmaking van
                            de vaststelling. De artikelen 2 tot en met 6 vervallen ieder voor zich
                            per datum inwerkingtreding van de specifiek op het desbetreffende
                            artikel betrekking hebbende verordening in het kader van de wet. Deze
                            regels gelden totdat de artikelen 2 tot en met 6 allen zijn komen te
                            vervallen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze regels worden aangehaald als: Tijdelijke regels Wet investeren in
                            jongeren gemeente Lansingerland.</al><al/></artikel></paragraaf></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld door de raad van Lansingerland op 29 september
                        2011.</ondertekening><ondertekening>De griffier, De voorzitter,</ondertekening><ondertekening>Kees van ’t Hart, Ewald van Vliet</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING</titel></kop><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>Dit spreekt voor zich. Ter verbetering van de leesbaarheid wordt de Wet
                            investeren in jongeren aangeduid met ‘de wet’.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Werkleer aanbod</titel></kop><al>Het simpelweg bepalen dat de Verordening Reïntegratie en activering van
                            overeenkomstige toepassing is, kan knelpunten opleveren. Omdat met de
                            WIJ een recht op werkleer aanbod wordt gerealiseerd, is het uitgangspunt
                            en daarmee ook de inhoud van een nog vast te stellen verordening met
                            betrekking tot de inhoud van het werkleer aanbod duidelijk afwijkend van
                            de Verordening Reïntegratie en activering. Het gaat immers niet langer
                            om een niet afdwingbare aanspraak op voorzieningen (artikel 10 WWB) maar
                            om een afdwingbaar recht op een werkleer aanbod. Onderdelen van de
                            Verordening Reïntegratie en activering die in ieder geval wel bruikbaar
                            zijn, zijn de bepalingen die zien op de inhoud van de aan te bieden
                            voorzieningen. Met het eerste lid wordt de inzetbaarheid van die
                            voor-zieningen voor het college ten behoeve van jongeren binnen het
                            kader van de WIJ gerealiseerd. Uitzonderingen daarop zijn vermeld in het
                            tweede lid. Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat de daar genoemde
                            voorzieningen niet kunnen worden ingezet voor jongeren, omdat hun
                            afstand tot de arbeidsmarkt nog niet zodanig groot is dat dergelijke
                            voorzieningen beschikbaar zouden moeten worden gesteld, ter invulling
                            van het werkleer aanbod.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Het verlagen van de inkomensvoorziening</titel></kop><al>Het wettelijk kader voor het verlagen van de inkomensvoorziening, wijkt
                            enigszins af van het kader dat geldt voor het verlagen van de bijstand.
                            De bevoegdheid om de bijstand te verlagen wegens tekort-schietend besef
                            van verantwoordelijkheid (artikel 18, tweede lid WWB), ontbreekt in de
                            WIJ. Daar staat tegenover dat in artikel 45 WIJ een aantal
                            verplichtingen is geformuleerd, dat niet met zoveel woorden in de WWB is
                            vastgelegd, maar wel aanleiding kan geven tot verlaging. Het betreft de
                            verplichtingen die betrekking hebben op het vaststellen en uitvoeren van
                            het werkleer aanbod. Omdat deze verplichtingen overeenkomsten vertonen
                            met de verplichting om gebruik te maken van een voorziening als bedoeld
                            in artikel 10 WWB, kan worden overwogen de regels die daarover in de WWB
                            Afstemmingsverordening zijn vastgelegd, van overeenkomstige toepassing
                            te verklaren. Daarvan uitgaande zijn in artikel 3 de volgende onderdelen
                            van de Maatregelenverordening WWB van overeenkomstige toepassing
                            verklaard:</al><al>algemene bepalingen (bijvoorbeeld over samenloop);</al><al>regels over schending van de inlichtingenplicht;</al><al>regels met betrekking tot zeer ernstige misdragingen en</al><al>regels ten aanzien van schending van de verplichting om gebruik te maken
                            van voorzieningen.</al><al>De specifieke artikelen uit de Afstemmingsverordening WWB met betrekking
                            tot deze onderdelen worden in artikel 3 van overeenkomstige toepassing
                            te verklaard.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Het bestrijden van misbruik en oneigenlijk gebruik</titel></kop><al>De regels die zijn gesteld in de Afstemmingsverordening WWB kunnen van
                            overeenkomstige toepassing worden verklaard. Het beleid betreffende het
                            bestrijden van misbruik en oneigenlijk gebruik kan eveneens toegepast
                            worden op jongeren.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Cliëntenparticipatie</titel></kop><al>De wijze waarop jongeren betrokken worden bij de uitvoering van de WIJ
                            kan op voorhand op dezelfde wijze geschieden als in de WWB. Door het van
                            overeenkomstige toepassing verklaren van de Verordening
                            Cliëntenadviesraad WWB wordt gerealiseerd dat de vormen van participatie
                            die in die verordening zijn vastgelegd en de daarvoor gestelde regels
                            evenzeer voor jongeren gelden. Met andere woorden: als er een
                            cliëntenraad is ingesteld, dan wordt de uitvoering van de WIJ ook tot
                            haar takenpakket gerekend en vertegenwoordigt deze raad ook de jongeren.
                            De regels over de samen-stelling en werkwijze van deze raad gelden ook
                            in het kader van de uitvoering van de WIJ.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Het verhogen en verlagen van de norm</titel></kop><al>De Toeslagenverordening WWB kan ten aanzien van het verhogen en verlagen
                            van overeenkomstige toepassing worden verklaard.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Onvoorziene omstandigheden en hardheidsclausule</titel></kop><al>Het is van belang om een regeling op te nemen die voorziet in de
                            bevoegdheid van het college om eventuele leemtes op te vullen en
                            besluiten te nemen in de geest van de WIJ én deze tijdelijke regels als
                            onverhoopt blijkt dat daar toch niet expliciet in is voorzien. Deze
                            bepaling vormt echter geen grondslag voor het nemen van een belastend
                            besluit. Daarvoor moet een eenduidige en expliciet benoemde concrete
                            grondslag in regelgeving zijn opgenomen.</al><al>In de bevoegdheid om afwijkende besluiten te nemen in geval van
                            onbillijkheden van overwegende aard is voorzien in het tweede lid. Niet
                            altijd valt volledig uit te sluiten dat een grofmazige “van
                            overeenkomstige toepassing verklaring” onder omstandigheden nadelig kan
                            uitwerken voor een jongere. In dergelijke gevallen moet het mogelijk
                            zijn om van deze tijdelijke regels afwijkende besluiten te nemen die in
                            het voordeel van de jongere zijn.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Inwerkingtreding en geldingsduur</titel></kop><al>De inwerkingtreding valt uiteraard samen met de inwerkingtreding van de
                            WIJ. Mocht de vaststelling en inwerkingtreding van deze verordening
                            niettemin later plaatsvinden, dan kan in terugwerkende kracht worden
                            voorzien, hoewel dat geen grondslag kan verschaffen aan het nemen van
                            belastende besluiten met betrekking tot feiten en omstandigheden die
                            plaatsvinden tot de datum waarop de regeling in werking treedt.</al><al>De artikelen 2 tot en met 6 (waarmee tijdelijk in de verordeningplicht
                            wordt voorzien) vervallen ieder voor zich op het moment waarop de
                            betreffende WIJ-verordeningen worden vastgesteld. Zodra al deze
                            artikelen zijn vervallen, vervallen de regels in zijn geheel.</al></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>