<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR116860_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Afstemmingsverordening IOAW/IOAZ 2011 gemeente Lansingerland 2011</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Lansingerland</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-10-30</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Lansingerland</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Heraut 19-10-2011/Internet</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Afstemmingsverordening IOAW en IOAZ 2011</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werklozen (IOAW)</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ)</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2011-09-30</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2011-10-27</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2013-05-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>BR1100231/Voorstelnr. 2011/92 T11.06585</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Afstemmingsverordening IOAW/IOAZ 2011 gemeente Lansingerland 2011</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1:</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsomschrijving</titel></kop><al>1. In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>de wet: de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                                    arbeidsongeschikte werkloze (IOAW) en Wet inkomensvoorziening
                                    oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen
                                    (IOAZ);</al></li><li nr="b."><al>uitkering: de uitkering, bedoeld in artikel 5, eerste lid van de
                                    IOAW/IOAZ; </al></li><li nr="c."><al>uitkeringsnorm: de op belanghebbende van toepassing zijnde
                                    nettogrondslag, inclusief vakantieuitkering, bedoeld in artikel
                                    5 van de IOAW/IOAZ; </al></li><li nr="d."><al>afstemming: het verlagen van de uitkeringsnorm op grond van
                                    artikel 20, tweede lid van de IOAW en artikel 20, eerste lid van
                                    de IOAZ alsmede het tijdelijk (gedeeltelijk) weigeren van een
                                    uitkering op grond van artikel 20, eerste lid van de IOAW en
                                    artikel 20, tweede lid van de IOAZ;</al></li><li nr="e."><al>benadelingsbedrag: het brutobedrag dat als gevolg van het niet
                                    of niet behoorlijk nakomen van een inlichtingenverplichting ten
                                    onrechte is verleend als uitkering op grond van de
                                    IOAW/IOAZ;</al></li><li nr="f."><al>inkomen: inkomen als bedoeld in artikel 8 van de IOAW/IOAZ;</al></li><li nr="g."><al>belanghebbende: hij die recht heeft op een uitkering op grond
                                    van de IOAW, voor zover hij is aangewezen op arbeid in
                                    dienstbetrekking, alsmede hij die recht heeft op een uitkering
                                    op grond van de IOAZ;</al></li><li nr="h."><al>college: het college van burgemeester en wethouders van de
                                    gemeente Lansingerland</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Afstemming</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Als de belanghebbende naar het oordeel van het college een
                                verplichting als bedoeld in artikel 13 van de IOAW/IOAZ of een op
                                grond van hoofdstuk III van de IOAW/IOAZ aan de uitkering verbonden
                                verplichting schendt, wordt overeenkomstig deze verordening
                                afgestemd. Daarnaast vindt tevens afstemming plaats indien
                                belanghebbende onder omstandigheden die rechtstreeks verband houden
                                met de uitvoering van de IOAW/IOAZ zich jegens het college zeer
                                ernstig misdraagt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het eerste lid is gelijkelijk van toepassing op de belanghebbende
                                die een uitkering ontvangt op grond van de IOAW, wanneer hij de op
                                basis van artikel 30c, tweede en derde lid van de Wet structuur
                                uitvoeringsorganisatie werk en inkomen op hem rustende
                                verplichtingen schendt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De afstemming wordt afgewogen op de ernst van de gedraging, de mate
                                van verwijtbaarheid en de omstandigheden van de belanghebbende en
                                kan daarom afwijken van de in deze verordening genormeerde
                                afstemmingen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Berekeningsgrondslag</titel></kop><al>De afstemming wordt toegepast op de uitkeringsnorm.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Het besluit tot toepassen van afstemming</titel></kop><al>In het besluit tot toepassen van afstemming wordt in ieder geval
                            vermeld: de reden van de afstemming, de duur van de afstemming, het
                            bedrag waarmee de uitkering wordt verlaagd en, indien van toepassing, de
                            reden om af te wijken van een standaardafstemming. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Horen van belanghebbende</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voordat een afstemming wordt toegepast, wordt de belanghebbende in
                                de gelegenheid gesteld zijn zienswijze naar voren te brengen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het horen van de belanghebbende kan achterwege worden gelaten
                                indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de vereiste spoed zich daartegen verzet;</al></li><li nr="b."><al>de belanghebbende reeds eerder in de gelegenheid is gesteld
                                        zijn zienswijze naar voren te brengen en zich sindsdien geen
                                        nieuwe feiten of omstandigheden hebben voorgedaan;</al></li><li nr="c."><al>de belanghebbende niet heeft voldaan aan een verzoek van het
                                        college of van een derde, om binnen een gestelde termijn
                                        inlichtingen te verstrekken als bedoeld in artikel 13 van de
                                        wet;</al></li><li nr="d."><al>het college het horen niet nodig acht voor het vaststellen
                                        van de ernst van de gedraging of de mate van
                                        verwijtbaarheid.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Afzien van het opleggen van afstemming</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onverminderd artikel 41, tweede lid, van de wet, ziet het college af
                                van het toepassen van afstemming indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de gedraging meer dan één jaar vóór constatering van die
                                        gedraging door het college heeft plaatsgevonden, tenzij de
                                        gedraging een schending van de inlichtingenplicht inhoudt en
                                        als gevolg van die gedraging ten onrechte
                                        inkomensvoorziening is verleend. Afstemming wegens schending
                                        van de inlichtingenplicht wordt niet toegepast na verloop
                                        van vijf jaren nadat de betreffende gedraging heeft
                                        plaatsgevonden.</al></li><li nr="b."><al>het college dringende redenen aanwezig acht.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien het college afziet van het toepassen van afstemming op grond
                                van dringende redenen, wordt de belanghebbende daarvan schriftelijk
                                mededeling gedaan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Wijze van toepassen van afstemming.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Afstemming wordt toegepast met ingang van de kalendermaand volgend
                                op de datum waarop het besluit tot het toepassen van de afstemming
                                aan de belanghebbende is bekendgemaakt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid kan afstemming met terugwerkende
                                kracht worden toegepast, voorzover de uitkering nog niet is
                                uitbetaald.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien een besluit tot afstemming van het recht op uitkering niet
                                kan worden uitgevoerd omdat de uitkering is beëindigd of
                                ingetrokken, wordt het besluit alsnog uitgevoerd indien er voor de
                                belanghebbende binnen 12 maanden na de dagtekening van de
                                beschikking, waarin het besluit tot beëindiging of intrekking van de
                                uitkering bekend is gemaakt, wederom recht bestaat op
                                uitkering.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Samenloop</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien sprake is van een gedraging die schending oplevert van
                                meerdere in de wet genoemde verplichtingen, wordt één keer
                                afgestemd. Indien voor schending van die verplichtingen afstemming
                                van verschillende hoogten gelden, wordt de hoogste afstemming
                                toegepast.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien sprake is van meerdere gedragingen die schending opleveren
                                van één of meerdere in de wet genoemde verplichtingen, wordt voor
                                iedere gedraging een afzonderlijke afstemming toegepast. Deze
                                afstemmingen worden gelijktijdig toegepast, tenzij dit gelet op
                                artikel 2, derde lid, niet verantwoord is.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2:</nr><titel>Het niet nakomen van de verplichtingen bedoeld in artikel 14 van de
                            wet</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>De hoogte van afstemming</titel></kop><al>Bij een gedraging inhoudende schending van een verplichting als bedoeld
                            in artikel 14 van de wet wordt de afstemming vastgesteld op 20 procent
                            van de uitkeringsnorm.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>De duur van afstemming</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De duur van de afstemming wordt vastgesteld op een maand.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid kan de duur van de afstemming worden
                                verdubbeld, indien de belanghebbende binnen twaalf maanden na
                                bekendmaking van een besluit waarbij afstemming is toegepast,
                                opnieuw één van de verplichtingen bedoeld in artikel 14 van de wet
                                schendt. Met een besluit waarmee afstemming is toegepast wordt
                                gelijkgesteld het besluit om daarvan af te zien op grond van
                                dringende redenen, bedoeld in artikel 6, tweede lid.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3:</nr><titel>Niet nakomen van de inlichtingenplicht</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Schending inlichtingenplicht zonder benadeling gemeente</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien het niet, niet tijdig of niet behoorlijk nakomen van de
                                inlichtingenplicht, bedoeld in artikel 13, eerste lid, van de wet,
                                niet heeft geleid tot het ten onrechte toekennen of uitvoeren van
                                een traject of tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag
                                verlenen van de uitkering, kan eenmalig een schriftelijke
                                waarschuwing worden gegeven.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Wanneer het niet, niet tijdig of niet behoorlijk nakomen van de
                                inlichtingenplicht zonder gevolgen voor de in lid 1 genoemde zaken
                                heeft geleid, maar plaatsvindt binnen een periode van twee jaar te
                                rekenen vanaf de datum waarop eerder aan de belanghebbende een
                                schriftelijke waarschuwing voor deze gedraging is gegeven, wordt
                                afstemming toegepast van 5% van de uitkeringsnorm.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De duur van afstemming bedoeld in het eerste lid wordt vastgesteld
                                op een maand.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In afwijking van het derde lid kan de duur van de afstemming worden
                                verdubbeld, indien belanghebbende zich binnen twaalf maanden na
                                bekendmaking van een besluit waarbij afstemming wordt toegepast
                                opnieuw schuldig maakt aan dezelfde als verwijtbare aan te merken
                                gedraging. Met een besluit waarmee afstemming is toegepast wordt
                                gelijkgesteld het besluit om daarvan af te zien op grond van
                                dringende redenen, bedoeld in artikel 6, tweede lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Schending inlichtingenplicht met benadeling gemeente</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien het niet of niet behoorlijk nakomen van de
                                inlichtingenplicht, bedoeld in artikel 13, eerste lid, van de wet
                                heeft geleid tot het ten onrechte toekennen of uitvoeren van een
                                traject of tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag verlenen
                                van de uitkering, wordt de afstemming gerelateerd aan de hoogte van
                                het benadelingsbedrag.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De afstemming bedoeld in het eerste lid wordt op de volgende wijze
                                vastgesteld:</al><lijst><li nr="a."><al>bij een benadelingsbedrag tot € 1000,-: 10 procent van de
                                        uitkeringsnorm;</al></li><li nr="b."><al>bij een benadelingsbedrag van € 1000,- tot € 2000,-: 20
                                        procent van de uitkeringsnorm;</al></li><li nr="c."><al>bij een benadelingsbedrag van € 2000,- tot € 4000,-: 40
                                        procent van de uitkeringsnorm;</al></li><li nr="d."><al>bij een benadelingsbedrag van € 4000,- of meer: 100 procent
                                        van de uitkeringsnorm.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De duur van de afstemming, bedoeld in het eerste lid, wordt
                                vastgesteld op een maand.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Van afstemming wordt afgezien:</al><lijst><li nr="a."><al>zodra ter zake van de gedraging strafvervolging is ingesteld
                                        en het onderzoek ter terechtzitting een aanvang heeft
                                        genomen;</al></li><li nr="b."><al>zodra het recht tot strafvervolging is vervallen, doordat
                                        het Openbaar Ministerie een schikking met belanghebbende
                                        heeft getroffen.</al></li></lijst></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4:</nr><titel>Geen of onvoldoende medewerking verlenen aan het verkrijgen van
                            algemeen geaccepteerde arbeid</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Arbeidsverplichtingen</titel></kop><al>Gedragingen van de belanghebbende waardoor de verplichtingen op grond
                            van artikel 37 van de IOAW/IOAZ, anders dan de verplichting, bedoeld in
                            artikel 37, eerste lid, onderdeel c van de IOAW/IOAZ, niet of
                            onvoldoende zijn nagekomen, worden onderscheiden in de volgende
                            categorieën:</al><lijst><li nr="1."><al>Eerste categorie:</al><lijst><li nr="a."><al>het zich niet tijdig laten registreren als werkzoekende
                                            bij het UWV WERKbedrijf;</al></li><li nr="b."><al>het niet tijdig laten verlengen van de registratie.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Tweede categorie:</al><lijst><li nr="a."><al>het niet naar vermogen trachten algemeen geaccepteerde
                                            arbeid te verkrijgen of te aanvaarden;</al></li><li nr="b."><al>het niet dan wel niet tijdig voldoen aan een oproep om,
                                            in verband met de inschakeling in de arbeid, op een
                                            aangegeven plaats en tijd te verschijnen;</al></li><li nr="c."><al>het niet of in onvoldoende mate meewerken aan een
                                            onderzoek naar de mogelijkheden tot
                                            arbeidsinschakeling.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Derde categorie:</al><lijst><li nr="a."><al>gedragingen die de inschakeling in de arbeid
                                            belemmeren;</al></li><li nr="b."><al>het niet of onvoldoende gebruikmaken van een door het
                                            college aangeboden voorziening gericht op
                                            arbeidsinschakeling, waaronder begrepen sociale
                                            activering, dan wel aan andere aangewezen activiteiten
                                            die de zelfstandige bestaansvoorziening bevorderen.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Vierde categorie:</al><lijst><li nr="a."><al>het door eigen toedoen verliezen van algemeen
                                            geaccepteerde arbeid;</al></li><li nr="b."><al>het niet aanvaarden van algemeen geaccepteerde
                                            arbeid;</al></li><li nr="c."><al>het door eigen toedoen of schuld ervoor zorgen dat een
                                            traject op basis van een trajectplan</al></li><li nr="d."><al>wordt beëindigd.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>De hoogte en duur van de afstemming</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onverminderd artikel 4, eerste lid, wordt de afstemming vastgesteld
                                op:</al><lijst><li nr="a."><al>5% van de uitkeringsnorm bij gedragingen van de eerste
                                        categorie;</al></li><li nr="b."><al>20% van de uitkeringsnorm bij gedragingen van de tweede
                                        categorie;</al></li><li nr="c."><al>40% van de uitkeringsnorm bij gedragingen van de derde
                                        categorie;</al></li><li nr="d."><al>100% van de uitkeringsnorm bij gedragingen van de vierde
                                        categorie.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De duur van de afstemming, bedoeld in het eerste lid, wordt
                                vastgesteld op een maand. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5:</nr><titel>Zeer ernstige misdragingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Zeer ernstige misdragingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien de belanghebbende zich tegenover het college of zijn
                                ambtenaren zeer ernstig misdraagt wordt afstemming toegepast van 20%
                                van de uitkeringsnorm.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De duur van de afstemming, bedoeld in het eerste lid, wordt
                                vastgesteld op een maand.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Van het opleggen van de afstemming bedoeld in het eerste lid kan,
                                indien sprake is van verbaal geweld, worden afgezien en worden
                                volstaan met het geven van een schriftelijke waarschuwing, tenzij
                                het verbale geweld plaatsvindt binnen een periode van twee jaar te
                                rekenen vanaf de datum waarop eerder aan de belanghebbende een
                                schriftelijke waarschuwing in verband met ernstige misdragingen is
                                gegeven.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid kan afstemming worden toegepast van
                                100 procent van de uitkerings-norm, indien binnen twaalf maanden na
                                bekendmaking van een besluit waarbij afstemming als bedoeld in het
                                eerste lid, is toegepast, sprake is van eenzelfde als verwijtbaar
                                aan te merken gedraging. Met een besluit waarmee afstemming is
                                toegepast wordt gelijkgesteld het besluit om af te zien van het
                                toepassen van afstemming op grond van dringende redenen, als bedoeld
                                in artikel 6, tweede lid.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6:</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op de achtste dag na bekendmaking van
                            de vaststelling.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als Afstemmingsverordening IOAW en
                            IOAZ 2011.</al><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld door de raad van Lansingerland op 29 september
                        2011.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De griffier, De voorzitter,</ondertekening><ondertekening>Kees van ’t Hart, Ewald van Vliet</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>