<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR116823_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Langdurigheidstoeslag gemeente Lansingerland 2011</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Lansingerland</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-10-30</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Lansingerland</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Heraut 19-10-2011/Internet</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Langdurigheidstoeslag 2011</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet werk en bijstand</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet investeren in jongeren</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2011-09-30</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2011-10-27</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>BR1100231/Voorstelnr. 2011/92 T11.06576</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening Langdurigheidstoeslag gemeente Lansingerland 2011</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>I</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>wet: Wet werk en bijstand;</al></li><li nr="b."><al>WIJ: Wet investeren in jongeren;</al></li><li nr="c."><al>college: het college van burgemeester en wethouders van de
                                    gemeente Lansingerland;</al></li><li nr="d."><al>netto bijstandsnorm: de op de gezinssituatie van toepassing
                                    zijnde bijstandsnorm zoals bedoeld in artikel 21 van de wet plus
                                    volledige gemeentelijke toeslag, exclusief eventuele
                                    heffingskortingen;</al></li><li nr="e."><al>netto inkomensvoorziening op grond van de WIJ: de voor de
                                    jongere toepasselijke norm als bedoeld in artikel 26 tot en met
                                    artikel 29 van de WIJ, vermeerderd of verminderd met de toeslag
                                    of verlaging op grond van de artikelen 30 tot en met 35 van de
                                    WIJ;</al></li><li nr="f."><al>langdurigheidstoeslag: toeslag zoals bedoeld in artikel 36 van
                                    de wet;</al></li><li nr="g."><al>vermogen: vermogen als bedoeld in artikel 34 van de wet;</al></li><li nr="h."><al>langdurig: gelijk aan de duur van de referteperiode;</al></li><li nr="i."><al>referteperiode: 36 maanden voorafgaand aan de peildatum;</al></li><li nr="j."><al>peildatum: de datum waarop de aanvraag om langdurigheidstoeslag
                                    is ingediend.</al></li><li nr="k."><al>vervangingsuitgaven: het gaat om de kosten van vervanging van
                                    een koelkast, wasmachine, een kookplaat of stofzuiger.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>II</nr><titel>Voorwaarden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Doelgroep</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Tot de doelgroep van deze regeling behoren personen van 21 jaar of
                                ouder doch jonger dan 65 jaar, die langdurig een laag inkomen en
                                geen in aanmerking te nemen vermogen hebben en door gebrek aan
                                arbeidsmarktperspectief geen uitzicht hebben op inkomensverbetering,
                                als bedoeld in artikel 36, eerste lid van de wet, én op de peildatum
                                in de gemeente Lansingerland woonachtig zijn.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Geen recht op de langdurigheidstoeslag hebben personen die op de
                                peildatum of in de referteperiode een uitkering op grond van de Wet
                                op de Studiefinanciering of de Wet Tegemoetkoming Onderwijsbijdrage
                                en Schoolkosten hebben genoten. Geen recht op de
                                langdurigheidstoeslag hebben personen die op de peildatum in een
                                inrichting wonen. Bij een structureel verblijf wordt aangenomen dat
                                er geen vervangingsuitgaven zullen zijn.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Laag inkomen</titel></kop><al>Als laag inkomen in de zin van artikel 36 van de wet wordt aangemerkt,
                            een ononderbroken netto inkomen dat gedurende de referteperiode
                            gemiddeld niet meer bedraagt dan 100 % van de van toepassing zijnde
                            netto bijstandsnorm dan wel de netto inkomensvoorziening op grond van de
                            WIJ.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Gebrek aan arbeidsmarktperspectief</titel></kop><al>Er is een gebrek aan arbeidsmarktperspectief als gedurende de
                            referteperiode sprake is van een laag inkomen als bedoeld in artikel 3
                            en belanghebbende geen perspectief heeft diens inkomen door
                            arbeidsinschakeling te vergroten, of geen perspectief heeft op
                            progressie op de arbeidsmarkt. Jongeren met een Werk - Leeraanbod (op
                            grond van de WIJ) gericht op uitstroom naar de arbeidsmarkt worden
                            geacht arbeidsmarktperspectief te hebben.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Langdurigheidstoeslag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De hoogte van de langdurigheidstoeslag is gelijk aan 38% van de van
                                toepassing zijnde bijstandsnorm voor een gezin, alleenstaande ouder
                                en alleenstaande per maand, naar boven afgerond op hele
                                tientallen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De hoogte van deze bijstandsnorm van de maand juli in het jaar
                                voorafgaand aan het kalenderjaar waarin de aanvraag wordt ingediend,
                                is de basis voor deze berekening.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De hoogte van de langdurigheidstoeslag wordt jaarlijks in januari
                                bekendgemaakt en geldt het gehele kalenderjaar.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Wanneer één van de gehuwden op de peildatum is uitgesloten van het
                                recht op langdurigheidstoeslag als gevolg van artikel 11 of artikel
                                13, lid 1 van de wet dan wel artikel 2 of artikel 23, lid 1, van de
                                WIJ komt de rechthebbende echtgenoot in aanmerking voor een
                                langdurigheidtoeslag naar de hoogte die voor hem als alleenstaande
                                of alleenstaande ouder zou gelden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Bestemming Langdurigheidtoeslag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De langdurigheidstoeslag is een aanvulling op een langdurig laag
                                inkomen en dient te worden aangewend voor (het reserveren voor) hoge
                                kosten zoals vervangingsuitgaven.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De langdurigheidtoeslag kan als reserveringscapaciteit beschouwd
                                worden in het kader van bijzondere bijstand voor dergelijke
                                uitgaven.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>III</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Uitvoering</titel></kop><al>Het college kan nadere regels vaststellen</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Het college kan in bijzondere omstandigheden afwijken van het bepaalde
                            in deze verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking op de achtste dag na bekendmaking
                                van de vaststelling.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De verordening Langdurigheidstoeslag Lansingerland 2009 wordt
                                ingetrokken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening Langdurigheidstoeslag
                            2011.</al><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld door de raad van Lansingerland op 29 september
                        2011.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De griffier, De voorzitter,</ondertekening><ondertekening>Kees van ’t Hart, Ewald van Vliet</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><tussenkop>Toelichting bij de Verordening Langdurigheidstoeslag gemeente
                    Lansingerland 2011.</tussenkop><al/><al>De langdurigheidstoeslag is per 1 januari 2009 gedecentraliseerd naar de
                    gemeenten en heeft geresulteerd in de Verordening Langdurigheidstoeslag gemeente
                    Lansingerland 2009. De bestaande verordening is tot stand gekomen als gevolg van
                    een wetswijziging in de Wet werk en bijstand waarin van de Langdurigheidstoeslag
                    een bijzondere vorm van (categoriale) bijzondere bijstand is gemaakt. Hiermee
                    staat de regeling open voor eigen beleidsregels van de gemeente.</al><al/><al>Artikel 36 WWB is de basis gebleven, maar daarnaast is in artikel 8 lid 1,
                    onderdeel d van de WWB een bepaling toegevoegd, waarin wordt bepaald dat
                    gemeenten in een verordening de voorwaarden voor de langdurigheids-toeslag
                    vastleggen.</al><al/><al>Deze benadering sluit aan bij het uitgangspunt om, daar waar het kan, de
                    gemeente de vrijheid en verantwoordelijkheid te geven zelf invulling te geven
                    aan een regeling en op die manier optimaal maatwerk te kunnen leveren. Een
                    aantal punten vult de wetgever zelf in, onder meer de wijziging van de minimale
                    leeftijd van 23 jaar naar 21 jaar. De doelstelling van de Langdurigheidstoeslag
                    blijft onveranderd, te weten het op aanvraag bieden van financiële ondersteuning
                    wanneer men langdurig op een laag inkomen is aangewezen en geen perspectief
                    heeft op verbetering van dit inkomen door bijvoorbeeld werkaanvaarding of
                    –uitbreiding. De gemeente kan zelf de hoogte van de langdurigheidstoeslag
                    vaststellen en de doelgroep bepalen. Een belang-hebbende komt slechts eenmaal
                    per 12 maanden voor de Langdurigheidstoeslag in aanmerking. Om de doelgroep af
                    te bakenen dient de gemeente een aantal criteria nader in te vullen, zoals het
                    begrip ‘laag inkomen’, wanneer of er sprake is van ‘geen arbeidsperspectief’ en
                    welke termijn aan het begrip ‘langdurig’ verbonden wordt.</al><al/><al>De bestaande verordening behoeft aanpassing. De reden hiervan is de Wet
                    Investeren in Jongeren (WIJ), die per 1 oktober 2009 in werking is getreden. De
                    bestaande definiëring van het begrip peildatum blijkt in de praktijk tot
                    tijdrovende procedures te leiden. Er is daarom gekozen voor een aanpassing. De
                    peildatum komt volgens de nieuwe definiëring overeen met de aanvraagdatum. Het
                    wordt de verantwoordelijkheid van de klant zich tijdig te melden en daarmee zijn
                    recht op LDT veilig te stellen. Een persoon kan slechts 1 maal binnen een
                    periode van 12 maanden een aanvraag voor een langdurigheidstoeslag
                    indienen.</al><al/><al>Op grond van artikel 8, in combinatie met artikel 36 van de Wet werk en
                    bijstand, stelt de gemeenteraad van Lansingerland de Langdurigheidstoeslag
                    gemeente Lansingerland 2011 vast.</al><al/><al>De langdurigheidstoeslag kan voor vijf jaar met terugwerkende kracht worden
                    aangevraagd en verstrekt. In jurisprudentie is hiervoor genoeg grond aanwezig.
                    Echter, op grond van de bepalingen van de 'nieuwe' Langdurigheidstoeslag op
                    grond van een verordening kan er tot 1 januari 2009 worden teruggegaan. Verder
                    terug (wel met maximum van 5 jaar) voor 1 januari 2009 moet op grond van oude
                    regeling.</al><tussenkop>Kortdurend werk in referteperiode.</tussenkop><al>Inkomsten ontvangen gedurende maximaal 3 kalendermaanden aaneengesloten of losse
                    kalendermaanden tijdens de referteperiode blijven buiten beschouwing. (dan is er
                    geen sprake van onderbreking van laag inkomen.)</al><tussenkop>Zwervers.</tussenkop><al>Uit niets blijkt dat een zwervend bestaan in de referteperiode, anders dan het
                    huidige artikel 36 WWB, van invloed zou zijn op het recht op LDT. </al><al/><al><cursief>Detentie</cursief>.</al><al>Uit artikel 13 lid 1 onderdeel a WWB volgt dat gedetineerden geen LDT kunnen
                    ontvangen. Uit niets blijkt dat detentie in de referteperiode, anders dan het
                    huidige artikel 36 WWB, van invloed zou zijn op het recht op LDT. </al><tussenkop>(ex) Asielzoekers.</tussenkop><al>Met betrekking tot "(gewezen) asielzoekers en LDT" kunnen zich de volgende twee
                    situaties voordoen: </al><al>-Een asielzoeker (nog steeds in procedure) doet een aanvraag LDT.</al><al>Een van de voorwaarden voor LDT is dat men onafgebroken 36 maanden een inkomen
                    heeft gehad dat niet hoger is dan de bijstandsnorm. Hieruit volgt dat dit
                    inkomen in Nederland moet zijn genoten. Aanvragen met een gedeeltelijke opbouw
                    in het land van herkomst en gedeeltelijk in Nederland (totaal 36 mnd) moeten dus
                    worden afgewezen. Daarnaast moet er sprake zijn van een geldige verblijfstitel;
                    dit volgt uit een analoge toepassing van artikel 11 WWB, waarin sprake is van
                    het koppelingsbeginsel. Asielzoekers die al meerdere jaren in de asielprocedure
                    zitten vallen daarmee buiten de doelgroep, ook als de periode van die procedure
                    al langer duurt dan de referteperiode van 36 maanden. Conclusie, een asielzoeker
                    die nog niet tot Nederland is toegelaten heeft geen recht op bijstand c.q.
                    LDT.</al><al>B&amp;W is gehouden aan bovenstaande interpretatie die volgt uit het
                    koppelingsbeginsel. Indien als gevolg van jurisprudentie of Generaal Pardon
                    genoemde doelgroep wel aanspraak kan maken op een geldige verblijfstitel (en
                    daarmee op een WWB-uitkering en/ of LDT), zal dit oordeel worden gevolgd.</al><al>-Een ex-asielzoeker (inmiddels WWB gerechtigd of ontvangt een
                    arbeidsongeschiktheidsuitkering) doet een LDT-aanvraag.</al><al>In de algemene toelichting WWB wordt gesteld dat de doelgroep LDT bestaat uit
                    uitkeringsgerechtigden zonder arbeidsmarktperspectief. In artikel 36 lid 1 sub a
                    WWB staat dat in aanmerking komt degene die de afgelopen maanden een inkomen
                    heeft gehad niet hoger dan de bijstandsnorm. Een VVTV / COA uitkering voldoet in
                    dat kader aan het criterium "minimum inkomen". Dit betekent dat een persoon die
                    op het moment van de aanvraag LDT een geldige verblijfstitel in Nederland heeft,
                    en in het verleden een vvtv-uitkering heeft gehad (dus asielzoeker is geweest)
                    en inmiddels een WWB-uitkering ontvangt, en verder aan alle criteria (o.a. 36
                    maanden minimum inkomen in Nederland hebben) voldoet, wel in aanmerking komt
                    voor de langdurigheidstoeslag.</al><al/><al>Bovenstaande interpretatie wordt voorgesteld door het ministerie van SZW. </al><tussenkop>Overgang van oude naar nieuwe verordening:</tussenkop><al>Alle aanvragen Langdurigheidstoeslag welke op of na de datum van
                    inwerkingtreding van deze verordening worden ingediend worden conform de
                    bepalingen in deze verordening afgehandeld.</al><al>Alle aanvragen voor de datum van inwerkingtreding van deze verordening worden
                    afgehandeld op grond van de bepalingen van de oude verordening. </al><al>De nieuwe verordening heeft geen nadelige effecten.</al><al>Bij de beoordeling op grond van de nieuwe verordeningen gelden wel de 12 maanden
                    aanvraagtermijn en de nieuwe peildatum.</al><tussenkop>Artikelgewijze toelichting</tussenkop><al/><al>In onderstaande toelichting wordt ingegaan op een aantal artikelen.</al><tussenkop>Artikel 1 Begripsbepalingen</tussenkop><al>In dit artikel worden definities gegeven van begrippen die meer dan eens in de
                    verordening voorkomen, en waarvan het van belang is dat er telkens hetzelfde
                    onder wordt verstaan. In een aantal gevallen wordt verwezen naar definities in
                    de wet om ervoor te zorgen dat er zoveel mogelijk aansluiting blijft bij de
                    wetgeving die van toepassing is. Gekozen is, de referteperiode vast te stellen
                    op 3 jaar, ofwel 36 maanden voorafgaand aan de peildatum. Hiermee is meteen
                    invulling gegeven aan het begrip ‘langdurig’. Dus over de duur van de
                    referteperiode wordt bepaald of iemand langdurig een laag inkomen en een gebrek
                    aan arbeidsmarktperspectief heeft.</al><tussenkop>Artikel 2 Doelgroep</tussenkop><al>De doelgroep is in feite iedereen die aan de criteria voldoet welke in deze
                    verordening nader zijn ingevuld. Studenten en scholieren zijn uitgesloten van
                    het recht op de Langdurigheidstoeslag. Het gaat hier om personen die in principe
                    wel aan de voorwaarden zouden voldoen maar van wie gesteld kan worden dat een
                    recht op de Langdurigheidstoeslag niet overeen zou komen met de aard en
                    doelstelling ervan. Van studenten wordt per definitie gesteld dat zij
                    arbeidsmarktperspectief hebben. Om te voorkomen dat degene met een baan met een
                    minimuminkomen, die zijn positie door het volgen van een avondstudie probeert te
                    verbeteren, niet in aanmerking zou komen, is bepalend of de studerende in de
                    referteperiode studiefinanciering heeft genoten. Studiefinanciering is immers
                    alleen mogelijk bij een dagstudie en bij studenten beneden een bepaalde
                    leeftijd. Als het gaat om gehuwden, of degenen die daarmee gelijk te stellen
                    zijn, waarvan één van beiden een uitkering op grond van de Wet op de
                    Studiefinanciering heeft genoten in een periode waarin beiden niet als gehuwd
                    zijn aan te merken, komt het recht de ander toe, voor zover aan de overige
                    voorwaarden is voldaan. Voor personen die op de peildatum structureel in een
                    inrichting verblijven wordt er vanuit gegaan dat er over het algemeen geen
                    vervangingsuitgaven zijn.</al><tussenkop>Artikel 3 Laag inkomen</tussenkop><al>Onder laag inkomen wordt verstaan een netto maandinkomen tot 100 % (op grond van
                    jurisprudentie (zie CRvB 19-08-2008, nrs. 06/1163 WWB e.a.) moet er rekening
                    worden gehouden met marginale afwijkingen, zijnde 1%, dus ligt de maximale grens
                    op 101%) van de bijstandsnorm of de toepasselijke netto inkomensvoorziening op
                    grond van de WIJ. Hiermee wordt aangesloten bij de inkomensgrens zoals die tot
                    2009 is gehanteerd. Er is bewust niet voor gekozen om het recht op
                    langdurigheidstoeslag ook toe te kennen bij een inkomen boven bijstandsniveau.
                    Van deze bevoegdheid wordt om een tweetal redenen geen gebruik gemaakt. Ten
                    eerste omdat dit mogelijk ongewenste armoedevaleffecten in zich heeft. Weliswaar
                    doen de armoedevaleffecten zich ook voor bij de grens van 100% van de
                    bijstandsnorm, maar belanghebbenden die uitstromen, zullen doorgaans een dermate
                    hoger inkomen ontvangen waardoor het verlies van de langdurigheidstoeslag
                    feitelijk minder wordt gevoeld. Ten tweede is de gedachte achter de
                    langdurigheidstoeslag juist dat mensen die langdurig een inkomen op een sociaal
                    minimum hebben geen financiële ruimte hebben om te reserveren voor onverwachte
                    uitgaven.</al><tussenkop>Artikel 4 Gebrek aan arbeidsmarktperspectief</tussenkop><al>Er is een gebrek aan arbeidsmarktperspectief als gedurende de referteperiode
                    sprake is van een laag inkomen als bedoeld in artikel 3 en belanghebbende geen
                    perspectief heeft diens inkomen door arbeidsinschakeling te vergroten of geen
                    perspectief heeft op vooruitgang op de arbeidsmarkt. Dus burgers met inkomsten
                    uit arbeid of in verband met arbeid kunnen ook in aanmerking komen voor
                    Langdurigheidstoeslag zolang zij aan de inkomenseis voldoen. Deze burgers hebben
                    een gebrek aan perspectief om door middel van progressie op de arbeidsmarkt het
                    inkomen te vergroten en de wetgever heeft deze groep niet willen uitsluiten van
                    het recht op de Langdurigheidstoeslag. Jongeren tot 27 jaar met een werkleer
                    aanbod vanuit de WIJ hebben geen gebrek aan arbeidsmarktperspectief.
                    Doelstelling van de WIJ is de duurzame arbeidsparticipatie in regulier werk van
                    jongeren tot 27 jaar. Om dit te bereiken is in de wet een recht op een zogenaamd
                    werkleer aanbod vastgelegd.</al><tussenkop>Artikel 5 Hoogte Langdurigheidstoeslag</tussenkop><al>De Langdurigheidstoeslag is een percentage (38%) van de norm (inclusief VT)
                    gehuwden, alleenstaande ouder en alleenstaande. De hoogte van de bijstandsnormen
                    wordt echter enkele malen per jaar vastgesteld. Om geen verschillende
                    Langdurigheidstoeslagen te krijgen is besloten voor alle aanvragen de norm van
                    één vaste maand als uitgangspunt te nemen voor de berekening. Dit is de
                    bijstandsnorm van de maand juli voorafgaand aan het jaar van aanvraag. Het
                    bedrag wat vervolgens uit de berekening volgt, wordt naar boven afgerond op hele
                    tientallen. Dit bedrag wordt jaarlijks in januari bekendgemaakt en geldt voor
                    het gehele kalenderjaar. In het vierde lid is een regeling in overeenstemming
                    met artikel 24 WWB en artikel 28, lid 3 WIJ gegeven voor situaties waarin bij
                    gehuwden één van de beide partners is uitgesloten van het recht op
                    landurigheidstoeslag op grond van artikel 11 WWB dan wel artikel 2 WIJ (geen
                    Nederlander of niet gelijkgesteld) of artikel 13, lid 1 van de WWB dan wel
                    artikel 23, lid 1 van de WIJ (uitsluitingsgronden zoals detentie). De WWB en Wij
                    voorzien immers niet in een afwijzingsgrond voor de rechthebbende echtgenoot,
                    terwijl echter het toekennen van het bedrag voor gehuwden in dergelijke
                    situaties ook niet redelijk is.</al><al>Dit vierde lid ziet alleen toe op de situatie dat er bij een echtgenoot sprake
                    is van een uitsluitingsgrond zoals bedoeld in genoemde artikelen. NB Wanneer één
                    van de gehuwden niet in aanmerking komt voor het recht op langdurigheidstoeslag
                    wegens het niet voldoen aan de voorwaarden genoemd in artikel 26 van de wet of
                    deze verordening, hebben beide echtgenoten geen recht op langdurigheidstoeslag.
                    Het recht op langdurigheids-toeslag komt gehuwden gezamenlijk toe. Zij moeten
                    daarom ook allebei, zowel afzonderlijk als gezamenlijk, aan de voorwaarden
                    voldoen.</al><tussenkop>Artikel 6 Bestemming Langdurigheidstoeslag</tussenkop><al>Onder de diverse bijstandswetten is als uitgangspunt gehandhaafd dat een deel
                    van een bijstandsuitkering aangewend kan worden als reserveringscapaciteit. In
                    de praktijk blijkt dat van een inkomen rond bijstands-niveau de
                    reserveringsmogelijkheden voor vervangingsuitgaven na drie tot vijf jaar tot een
                    minimum zijn geslonken. Hoewel er dus vaak binnen het periodieke inkomen geen
                    ruimte meer zit om te reserveren, mag bij de beoordeling van een aanvraag om
                    bijzondere bijstand de al verstrekte LDT als reserveringscapaciteit in
                    aanmerking worden genomen.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>