<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR116792_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Bomenverordening Schiedam 2011</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Schiedam</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-05-29</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Schiedam</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Bomenverordening Schiedam 2011</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Artikel 149 van de Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2011-09-22</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2011-10-06</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe Verordening</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>VR 2011/75</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>bomenverordening</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Voor wijziging zie het document Toelichting op de wijzigingen behorend bij de APV Schiedam 2011 en de Bomenverordening Schiedam 2011</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Bomenverordening Schiedam 2011</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>boom: een houtachtig, opgaand gewas zowel levend als afgestorven,
                                met een dwarsdoorsnede van de stam van minimaal 25 centimeter op 1,3
                                meter hoogte boven het maaiveld. Indien het betreft houtopstand in
                                privaat eigendom, geldt in afwijking van het in vorige zin bepaalde
                                een dwarsdoorsnede van 30 centimeter op 1,3 meter hoogte. In geval
                                van meerstammigheid geldt de dwarsdoorsnede van de dikste stam.</al></li><li nr="b."><al>houtopstand: één of meer bomen of boomvormers, of andere houtachtige
                                gewassen, mogelijk onderdeel uitmakend van hakhout, een houtwal, een
                                grotere (lint)begroeiing van heesters en struiken, een beplanting
                                van bosplantsoen, een struweel of een heg, met de onder sub a
                                genoemde minimale dwarsdoorsnede.</al></li><li nr="c."><al>monumentale boom: bijzondere beschermwaardige houtopstand met een
                                bijzondere leeftijd, schoonheid- of zeldzaamheidswaarde of een
                                bijzondere functie voor de omgeving en opgenomen in de lijst als
                                bedoeld in artikel 4 van deze verordening.</al></li><li nr="d."><al>vellen: rooien; kappen; verplanten; het snoeien van meer dan 30
                                procent van de kroon of het wortelgestel, met inbegrip van
                                kandelaberen; het verrichten van handelingen, zowel boven- als
                                ondergronds, die de dood, de ernstige beschadiging of de ernstige
                                ontsiering van de houtopstand ten gevolge kunnen hebben.</al></li><li nr="e."><al>boomwaarde: de monetaire waarde van een boom zoals getaxeerd volgens
                                de meest recente richtlijnen van Nederlandse Vereniging van
                                Taxateurs van Bomen.</al></li><li nr="f."><al>Bomen Effect Analyse: een standaard beoordeling van de gevolgen van
                                voorgenomen bouw of aanleg voor houtopstand, op basis van landelijke
                                richtlijnen van de Bomenstichting.</al></li><li nr="g."><al>bevoegd gezag bevoegd gezag als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid,
                                van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:</nr><titel>Kapverbod monumentale bomen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden monumentale bomen te vellen of te doen vellen.</al></li><li nr="2."><al>Het bevoegd gezag kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid
                                gestelde verbod.</al></li><li nr="3."><al>Ontheffing voor het vellen van monumentale bomen kan, indien
                                alternatieven voor behoud uitputtend zijn onderzocht, slechts bij
                                uitzondering worden verleend indien:</al><lijst><li nr="a."><al>een zwaarwegend algemeen maatschappelijk belang opweegt tegen
                                duurzaam behoud van de monumentale boom of;</al></li><li nr="b."><al>naar boomdeskundige maatstaven instandhouding niet langer
                                verantwoord is ter voorkoming van letsel of schade.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:</nr><titel>Kapverbod houtopstand</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder (omgevings-)vergunning van het bevoegd gezag
                                houtopstand te vellen of te doen vellen, onverminderd het gestelde
                                in artikel 2 lid 1.</al></li><li nr="2."><al>Het in het eerste lid bedoelde verbod behoudens vergunning geldt
                                eveneens voor:</al><lijst><li nr="a."><al>houtopstand die is aangelegd op basis van een herplant- en
                                        instandhoudingsplicht op grond van de artikelen 9 en 10 van
                                        deze verordening;</al></li><li nr="b."><al>houtopstand die is aangelegd op grond van een overeenkomst
                                        met een publiekrechtelijk bestuursorgaan.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Onverminderd het gestelde in artikel 2 lid 1, geldt het eerste lid
                                gestelde verbod geldt niet voor houtopstand dat zich bevindt op een
                                perceel in privaat eigendom binnen een straal van 10 meter uit de
                                gevel van een op dat perceel aanwezig pand.</al></li><li nr="4."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor houtopstand
                                die aantoonbaar op bedrijfseconomische wijze worden geëxploiteerd
                                als bedoeld in artikel 15 lid 2 en 3 van de Boswet.</al></li><li nr="5."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt verder niet voor:</al><lijst><li nr="a."><al>houtopstand die moet worden geveld krachtens de
                                        Plantenziektenwet of krachtens een aanschrijving van
                                        Burgemeester en wethouders, zulks onverminderd het bepaalde
                                        in de artikelen 9 en 10 van deze verordening;</al></li><li nr="b."><al>het periodiek vellen van hakhout ter uitvoering van het
                                        reguliere onderhoud;</al></li><li nr="c."><al>het periodiek knotten of kandelaberen als noodzakelijke
                                        beheermaatregel bij knotbomen, gekandelaberde bomen of
                                        leibomen ter uitvoering van het reguliere onderhoud.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:</nr><titel>Monumentale bomen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders hebben een lijst met monumentale bomen
                                vastgesteld. Deze lijst bevat in ieder geval de bomen voorkomende in
                                het landelijk Register van Monumentale Bomen van de Bomenstichting,
                                aangevuld met lokale en toekomstige </al><al>monumentale bomen. Deze lijst wordt elke vier jaar herzien.</al></li><li nr="2."><al>De lijst bevat minimaal de volgende gegevens, inzake de te
                                beschermen monumentale boom:</al><al>• redengevende beschrijving;</al><al>• soort boom;</al><al>• standplaats;</al><al>• kadastrale gegevens;</al><al>• eigendomsgegevens;</al><al>• foto’s.</al></li><li nr="3."><al>De eigenaar van een houtopstand die vermeld staat op de lijst van
                                monumentale bomen is verplicht Burgemeester en wethouders
                                onmiddellijk schriftelijk mededeling te doen van:</al><lijst><li nr="a."><al>het geheel of gedeeltelijk tenietgaan van de houtopstand, anders dan
                                door velling op grond van een verleende ontheffing;</al></li><li nr="b."><al>de dreiging dat de houtopstand geheel of gedeeltelijk teniet kan
                                gaan.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:</nr><titel>Aanvraag</titel></kop><al>De (omgevings-)vergunning voor het vellen van een houtopstand moet
                        schriftelijk en gemotiveerd worden aangevraagd door of namens, dan wel met
                        toestemming van degene die krachtens zakelijk recht of door degene die
                        krachtens publiekrechtelijke bevoegdheid gerechtigd is over de houtopstand
                        te beschikken, onder overlegging van een overzicht van de overige
                        vergunningen, ontheffingen of toestemmingen die nodig zijn voor de realisatie van een project.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het bevoegd gezag kan de (omgevings-)vergunning om te vellen
                                weigeren dan wel onder voorschriften of beperkingen verlenen.</al></li><li nr="2."><al>De (omgevings-)vergunning voor het vellen van een houtopstand als
                                bedoeld in artikel 3 lid 1, wordt onder verwijzing naar beleid
                                geweigerd indien de belangen van verlening niet opwegen tegen de
                                belangen van behoud van de houtopstand op basis van één of meer van
                                de volgende waarden:</al><lijst><li nr="a."><al>natuur- en milieuwaarden;</al></li><li nr="b."><al>landschappelijke waarden;</al></li><li nr="c."><al>cultuurhistorische waarden;</al></li><li nr="d."><al>waarden van stads- en dorpsschoon;</al></li><li nr="e."><al>waarden voor recreatie en leefbaarheid.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7:</nr><titel>Intrekking of wijziging</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd:</al><lijst><li nr="a."><al>indien onjuiste of onvolledige gegevens ter verkrijging van de
                                vergunning of ontheffing zijn verstrekt;</al></li><li nr="b."><al>indien na het verlenen van de vergunning of ontheffing, op grond van
                                verandering van inzichten of omstandigheden opgetreden na verlening,
                                wijziging of intrekking noodzakelijk is vanwege het belang of de
                                belangen ter bescherming waarvan ontheffing of vergunning is
                                vereist;</al></li><li nr="c."><al>indien aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften en
                                beperkingen niet zijn of worden nagekomen;</al></li><li nr="d."><al>indien van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt gemaakt
                                binnen een daarin gestelde termijn of indien deze termijn ontbreekt,
                                binnen een redelijke termijn.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8:</nr><titel>Beperking geldigheidsduur</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>1.De (omgevings-)vergunning tot vellen als bedoeld in deze
                                verordening vervalt indien daarvan niet binnen maximaal één jaar na
                                het onherroepelijk zijn van de vergunning gebruik is gemaakt, tenzij
                                een langere termijn noodzakelijk is vanwege de voorzienbare langere
                                uitvoeringstermijn van een project.</al></li><li nr="2."><al>In het geval het een omgevingsvergunning voor het vellen van meer
                                dan één boom betreft, is de omgevingsvergunning voor alle bomen
                                slechts één jaar geldig, ook als in fasen geveld wordt of één boom
                                of enkele bomen al geveld zijn, behoudens de in het eerste lid
                                gestelde bevoegdheid tot het voorschrijven van een langere
                                termijn.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9:</nr><titel>Voorschriften</titel></kop><al/><lijst><li nr="1."><al>Tot de aan de (omgevings-)vergunning te verbinden voorschriften kan
                                behoren het voorschrift dat binnen een bepaalde termijn en
                                overeenkomstig de door bevoegd gezag te geven aanwijzingen, moet
                                worden herplant.</al></li><li nr="2."><al>In het voorschrift als bedoeld in het eerste lid wordt telkens
                                bepaald binnen welke termijn na de herplant en op welke wijze niet
                                aangeslagen herplant moet worden vervangen.</al></li><li nr="3."><al>Indien niet ter plaatse kan worden herplant, kan tot de aan een
                                omgevingsvergunning tot vellen te verbinden voorschriften behoren
                                het voorschrift dat een geldelijke bijdrage gestort dient te worden
                                in het gemeentelijk herplantfonds. </al></li><li nr="4."><al>Tot aan de omgevingsvergunning te verbinden voorschriften kan het
                                voorschrift behoren dat pas tot vellen van houtopstand op en bij
                                bouw- en aanlegwerken of andere ruimtelijke herinrichting of
                                reconstructie mag worden overgegaan indien andere vergunningen,
                                ontheffingen, toestemmingen of ruimtelijke ordeningsprocedures
                                onherroepelijk geworden zijn en de feitelijke en financiële
                                voortgang van de werken voldoende gewaarborgd is.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10:</nr><titel>Herplant-/instandhoudingsplicht</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien houtopstand waarop het verbod tot vellen van toepassing is,
                                zonder (omgevings-) vergunning of ontheffing van het bevoegd gezag
                                is geveld, dan wel op andere wijze teniet is gegaan, kan het bevoegd
                                gezag aan de zakelijk gerechtigde tot de grond waarop zich de
                                houtopstand bevond dan wel aan degene die uit andere hoofde tot het
                                treffen van voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen te
                                herplanten overeenkomstig de door hen te geven aanwijzingen binnen
                                een door hen te stellen termijn.</al></li><li nr="2."><al>Indien niet ter plaatse kan worden herplant wordt een financiële
                                bijdrage gestort in het gemeentelijk herplantfonds.</al></li><li nr="3."><al>De verplichtingen en voorschriften van dit artikel 10 kunnen gelden
                                voor bomen kleiner dan de in artikel 1 van deze verordening genoemde
                                minimummaat.</al></li><li nr="4."><al>Wordt een verplichting als bedoeld in het eerste lid opgelegd, dan
                                kan daarbij tevens worden bepaald binnen welke termijn na herplant
                                en op welke wijze niet aangeslagen herplant moet worden
                                vervangen.</al></li><li nr="5."><al>Indien houtopstand waarop het verbod tot vellen van toepassing is in
                                het voortbestaan ernstig worden bedreigd, kan het bevoegd gezag aan
                                de zakelijk gerechtigde tot de grond waarop zich de houtopstand
                                bevindt dan wel aan degene die uit andere hoofde tot het treffen van
                                voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen om:</al><lijst><li nr="a."><al>overeenkomstig de door hen te geven aanwijzingen binnen een door hen
                                te stellen termijn voorzieningen te treffen, waardoor die bedreiging
                                wordt weggenomen of;</al></li><li nr="b."><al>een Bomen Effect Analyse op te stellen en aan te bieden aan het
                                bevoegd gezag.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11:</nr><titel>Schadevergoeding</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders beslissen op een verzoek om schadevergoeding bij
                        weigering van een vergunning tot vellen op grond van artikel 17 van de
                        Boswet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12:</nr><titel>Afstand van de erfgrenslijn</titel></kop><al>De afstand als bedoeld in artikel 5:42 Burgerlijk Wetboek is vastgesteld op
                        0,5 meter voor bomen en op nihil voor heesters en heggen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13:</nr><titel>Bestrijding van boomziekten</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien zich op een terrein één of meer bomen bevinden die naar het
                                oordeel van het bevoegd gezag gevaar opleveren van verspreiding van
                                een boomziekte of voor vermeerdering van de ziekteverspreiders zoals
                                insecten, is de rechthebbende, indien hij daartoe door het bevoegd
                                gezag is aangeschreven, verplicht binnen de bij aanschrijving vast
                                te stellen termijn:</al><lijst><li nr="a."><al>de houtopstand te vellen;</al></li><li nr="b."><al>conform richtlijnen van de gemeente de gevelde houtopstand
                                        direct zodanig te behandelen dat verspreiding van de
                                        boomziekte wordt voorkomen.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het is verboden zonder vergunning van Burgemeester en wethouder
                                gevelde bomen of delen daarvan voorhanden of in voorraad te hebben
                                of te vervoeren, indien het een boomsoort betreft die de
                                desbetreffende boomziekte kan verspreiden.</al></li><li nr="3."><al>Het niet voldoen aan de in het eerste lid bedoelde aanschrijving
                                biedt een basis voor de toepassing van bestuursdwang, waarbij de
                                noodzakelijke werkzaamheden, voor risico en voor rekening van
                                aangeschrevene, door of namens de gemeente kunnen worden
                                verricht.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14:</nr><titel>Bescherming gemeentelijke houtopstand</titel></kop><al>Het is verboden om gemeentelijke houtopstanden:</al><lijst><li nr="a."><al>te beschadigen, te bekladden of te beplakken of;</al></li><li nr="b."><al>daaraan snoeiwerk te verrichten, behoudens door de gemeente
                                opgedragen boomverzorgende taken.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15:</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>1.Degene aan wie een voorschrift als bedoeld in artikel 13, eerste
                                lid is gegeven, alsmede diens rechtsopvolger, is gehouden
                                dienovereenkomstig te handelen.</al></li><li nr="2."><al>Hij die handelt in strijd met het bij of krachtens artikel
                                13, tweede lid, artikel 14, eerste en tweede lid bepaalde wordt
                                gestraft met hechtenis van ten hoogste twee maanden of geldboete van
                                de tweede categorie. Tevens kan een rechterlijke beoordeling op
                                grond van dit artikel openbaar gemaakt worden. Bij de
                                strafmaatbepaling kan rekening worden gehouden met de
                                boomwaarde.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16:</nr><titel>Toezichthouders</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Met het toezicht op de naleving van de bij of krachtens deze
                                verordening gegeven voorschriften zijn belast de Medewerkers
                                toezicht en handhaving A en B en de Coördinatoren toezicht en
                                handhaving werkzaam bij de afdeling Veiligheid.</al></li><li nr="2."><al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens
                                deze verordening zijn belast de bij besluit van Burgemeester en
                                wethouders of door burgemeester aangewezen personen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17:</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op de 14e dag na die waarop zij is
                        bekendgemaakt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18:</nr><titel>Overgangsrecht</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De vergunningsaanvragen die zijn ingediend voor het in artikel 17
                                genoemde tijdstip van inwerkingtreding, worden afgedaan onder deze
                                verordening.</al></li><li nr="3."><al>Besluiten, genomen krachtens de Algemene Plaatselijke Verordening
                                Schiedam 2010, die golden op het moment van de inwerkingtreding van
                                deze verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige
                                besluiten kent, gelden als besluiten genomen krachtens deze
                                verordening.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19:</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als: </al><al>Bomenverordening Schiedam 2011.</al><al/><al/></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Schiedam in zijn openbare
                        vergadering van 22 september 2011.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De griffier, J. Gordijn</ondertekening><ondertekening>De voorzitter, J.M. Leemhuis-Stout</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><tussenkop>TOELICHTING ARTIKELSGEWIJS </tussenkop><tussenkop>Bomenverordening 2011</tussenkop><tussenkop>Artikel 1: Begripsomschrijvingen</tussenkop><lijst><li nr="a."><tussenkop>boom. </tussenkop><al>Afbakening van het begrip boom is van belang in verband met het aangeven
                            van de ondergrens van de bescherming. Er is hier bewust onderscheid
                            gemaakt tussen “bomen in privaat eigendom” en gemeentebomen. Voor
                            private bomen is gekozen voor de maat van minimaal 30 cm om invulling te
                            geven aan de wens de hoeveelheid regels en bureaucratie te verminderen
                            en de verantwoordelijkheid en zeggenschap van burgers en samenleving te
                            versterken. Voor gemeentebomen wordt een maat van 25 cm gehanteerd.
                            Enerzijds vanwege het algemeen belang van bomen in openbaar gebied en
                            anderzijds vanwege het waarborgen van inspraakmogelijkheden van
                            belanghebbenden bij het rooien van grotere bomen. De betrokkenheid van
                            burgers bij bomen in hun straat is immers groot en indien de gemeente
                            deze bomen vergunnings- of ontheffingsvrij maakt, zal dit op veel
                            onbegrip stuiten en zal de afstand tussen burger en overheid verder
                            worden vergroot. Er wordt voor het kapverbod geen onderscheid gemaakt
                            tussen levende en afgestorven houtopstand. Hiermee kan voorkomen worden
                            dat een kwaadwillende boomeigenaar er voor </al><al>zorgt dat een gezonde boom dood gaat of `bij vergissing´ een gezonde
                            boom kapt. Het kan tevens wenselijk zijn om dode bomen </al><al>te bewaren vanwege hun ecologisch waardevolle functies of omdat er
                            wettelijk beschermde diersoorten in nestelen.</al></li><li nr="b."><al><cursief>houtopstand</cursief></al><al>Het kernbegrip van deze verordening, waar het kapverbod en de </al><al>vergunnings- of ontheffingsplicht op van toepassing zijn. Door dit
                            begrip consequent centraal te stellen wordt duidelijk dat de bescherming
                            betrekking heeft op meer dan bomen alleen. </al><al>Boomvormer. Een boomvormer is een houtig, opgaand gewas met ontwikkeling
                            van één of meer hoofdtakken. Een boomvormer kan uitgroeien tot een boom,
                            een meerstammige boom of een boomachtige struik. In het alledaagse
                            spraakgebruik heeft een boom één of slechts enkele stammen. In de natuur
                            bestaat er echter een geleidelijke overgang: </al><al>heester - struik - struikachtige boom - (meerstammige) boom. </al><al>Hakhout. Eén of meer bomen of boomvormers, die na te zijn geveld,
                            opnieuw op de stronk uitlopen.</al><al>Houtwal. Lijnvormige bosaanplant hoofdzakelijk bestaande uit inheemse
                            heesters, struiken en boomvormers. </al><al><vet>(</vet>Lint) begroeiing. Vanwege de grote ecologische waarde van
                            dergelijke begroeiingen (bijv. een meidoorn- of mispelhaag) is
                            bescherming hiervan een noodzaak. Er staat ’begroeiing" in plaats van
                            beplanting om ook spontaan opgekomen groen bescherming te bieden.</al><al>Bosplantsoen. Aanplant van jong bos, bestaande uit hoofdzakelijk
                            heesters, struiken en boomvormers.</al><al>Struweel. Een begroeiing van hoofdzakelijk inheemse soorten heesters en
                            struiken. </al><al>Heg. Een lintvormige aanplant van heesters of struiken, al dan niet in
                            een vorm gesnoeid, met een minimale lengte van 3 meter. </al></li><li nr="c."><al><cursief>Monumentale boom</cursief></al><al>Dit zijn bomen die de gemeente als zeer waardevol of als toekomstig zeer
                            waardevol beschouwd.</al></li><li nr="d."><al><cursief>vellen.</cursief></al><al>Elke wijze van het te gronde richten van een houtopstand ongeacht of dit
                            gedeeltelijk is, bijvoorbeeld bij kappen, of volledig, zoals bij rooien
                            (inclusief stobbe verwijderen). Ook ingrepen die een ingrijpende
                            wijziging betekenen, zoals kandelaberen of het snoeien van meer dan 30
                            procent van het kroonvolume, vallen onder vellen. Dit om het ernstig
                            beschadigen of ontsieren van een boomkroon tegen te kunnen gaan. Het
                            instandhouden door periodieke snoei van de door kandelaberen of knotten
                            ontstane kroonvorm is niet </al><al>vergunnings,- of ontheffingsplichtig. De eerste keer kandelaberen of
                            knotten is wel vergunnings, - of ontheffingsplichtig. Het verwijderen
                            van hoofdwortels, waarvan kan worden aangenomen dat daardoor de
                            houtopstand ernstige schade oploopt, valt eveneens onder het </al><al>begrip vellen. Tevens worden deze handelingen onder het begrip vellen
                            gebracht indien toegepast op dode houtopstand. Door de verordening ook
                            van toepassing te laten zijn op het ernstig beschadigen of ontsieren van
                            samengestelde verschijningsvormen, worden grootschalige ingrepen in
                            houtopstand eveneens vergunningsplichtig.</al></li><li nr="e."><al><cursief>boomwaarde.</cursief></al><al>De richtlijnen van de Nederlandse Vereniging van Taxateurs van Bomen en
                            houtige gewassen (NVTB, Postbus 683, 7300 AK Apeldoorn, tel.
                            055-5999449) voor de monetaire boomwaarde worden jaarlijks vastgesteld
                            aan de hand van de prijsindexcijfers van het CBS, marktprijsgemiddelden
                            en andere kengetallen. </al><al>De richtlijnen gelden als de meest deskundige methodiek voor de wijze
                            van vaststellen van de geldwaarde van bomen en worden in de rechtspraak
                            erkend. Het spreekt overigens voor zich dat bomen ook vele andere
                            waarden dan monetaire waarde kunnen vertegenwoordigen.</al></li><li nr="f."><al><cursief>Bomen Effect Analyse</cursief>.</al><al>Waardevolle houtopstanden worden regelmatig (ernstig) beschadigd of
                            vernietigd door bouw en aanleg van huizen, wegen, rioleringen of kabels
                            en leidingen. Vaak gebeurt dit ongewenst en onbedoeld, omdat er te laat
                            is gekeken naar de gevolgen voor de bomen, waardoor ze niet ingepast of
                            (onherstelbaar) beschadigd raken. De Bomen Effect Analyse (BEA) is de
                            landelijke richtlijn van de Bomenstichting voor een nauwgezette en
                            onafhankelijke </al><al>beoordeling, voorafgaand aan de voorgenomen bouw of aanleg. Deze
                            standaardisering waarborgt de boomtechnische kwaliteit en garandeert een
                            goede beoordeling van alle effecten en mogelijke alternatieven. Een BEA
                            dient uitgevoerd te worden door een deskundig boomverzorger of
                            boomtechnisch adviseur. De resultaten van deze beoordeling kunnen
                            vervolgens worden meegenomen in de besluitvorming rond bouw of
                            aanleg.</al></li><li nr="g."><al><cursief>bevoegd gezag.</cursief></al><al>De Wet algemene bepalingen omgevingsrecht geeft de term “bevoegd gezag”
                            weer. Nu de aanvraag tot vergunning of ontheffing tot het vellen van
                            houtopstanden voortaan een aanvraag tot een omgevingsvergunning is,
                            dient de term “bevoegd gezag’ gehanteerd te worden i.p.v. Burgemeester
                            en wethouders. De Wabo schrijft voor dat de omgevingsvergunning wordt
                            verleend door één bevoegd gezag en dat één procedure wordt doorlopen met
                            één procedure van rechtsbescherming mogelijkerwijs in twee instanties.
                            Dit kan betekenen dat bij sommige meervoudige (omgevings-)vergunningen
                            (bijvoorbeeld een “gecombineerde milieu en kapvergunning”) niet het
                            college van Burgemeester en wethouders, maar het college van
                            gedeputeerde staten het bevoegd gezag is. </al><al/><tussenkop>Artikel 2: Kapverbod monumentale bomen</tussenkop><tussenkop>Voor de aangewezen monumentale bomen geldt een
                            kapverbod behoudens ontheffing. Indien het behoud van de boom naar de
                            beste boomdeskundige maatstaven niet langer mogelijk en verantwoord is
                            kan mogelijk ontheffing verleend worden. Mogelijkheden tot behoud van de
                            houtopstand dienen altijd uitgebreid te zijn onderzocht. Indien bouw of
                            aanleg ter plaatse van de monumentale boom de reden tot de kapaanvraag
                            is, moet allereerst duidelijk zijn dat met de realisatie van bouw of
                            aanleg een groot maatschappelijk belang gemoeid is. Individuele
                            particuliere belangen of kleine maatschappelijke belangen kunnen dus
                            niet tot velling van een beschermde monumentale boom leiden. Vervolgens
                            moeten voorafgaand aan een eventuele kapvergunning de alternatieven voor
                            (her)inrichting of aanpassing van de plannen voldoende onderzocht zijn
                            en als onmogelijk of zeer onwenselijk zijn aangemerkt. Indien
                            gevaarzetting (voorkomen van letsel of schade) reden tot de kapaanvraag
                            is, moeten voorafgaand aan een eventuele kapvergunning de
                            (boomverzorgings)alternatieven voor kap voldoende onderzocht zijn en als
                            onmogelijk of zeer onwenselijk zijn aangemerkt.</tussenkop></li></lijst><tussenkop>Artikel 3: Kapverbod houtopstanden</tussenkop><al><vet><cursief>Derde lid. </cursief></vet>Voor in privaat eigendom zijnde
                    houtopstand is gekozen voor een beperkt kapverbod. Bomen in privaat eigendom met
                    een doorsnede van minder dan 30 cm en alle bomen (uitgezonderd aangewezen
                    monumentale bomen) op private percelen die zich bevinden binnen een straal van </al><al>10 meter vanaf de gevel zijn kapvergunningvrij. Met totaaloppervlakte is bedoeld
                    het totale grondoppervlak inclusief bebouwing. Op deze wijze zijn bomen dicht
                    aan de gevel uitgezonderd van het kapverbod en wordt de aanwezige houtopstand
                    aan de eigen verantwoordelijkheid van de private eigenaar overgelaten. </al><al>Grotere tuinen kunnen meer of forsere houtopstanden bergen en deze kunnen een
                    substantiële bijdrage leveren aan het groene karakter van de wijk of het gebied.
                    Dergelijke private houtopstanden worden daardoor van algemeen belang geacht en
                    vallen wel onder het kapverbod.</al><al><vet><cursief>Vierde lid. </cursief></vet>De bevoegdheid tot het instellen van
                    een verbod tot vellen bij gemeentelijke</al><al>verordening wordt in artikel 15 van de Boswet beperkt. Deze beperking heeft
                    inhoudelijk betrekking op de in artikel 15 lid 2 Boswet genoemde
                    houtopstand:</al><lijst><li nr="a."><al>populieren of wilgen als wegbeplantingen of éénrijige beplantingen op of
                            langs landbouwgronden, tenzij deze zijn geknot;</al></li><li nr="b."><al>fruitbomen en windschermen om boomgaarden;</al></li><li nr="c."><al>fijnsparren of andere coniferen, niet ouder dan twaalf jaar, bestemd om
                            te dienen als kerstbomen en geteeld op daarvoor in het bijzonder
                            bestemde terreinen;</al></li></lijst><lijst><li nr="d."><al>kweekgoed;</al></li><li nr="e."><al>houtopstand, die deel uitmaakt van als zodanig bij het Bosschap
                            geregistreerde bosbouwondernemingen en niet gelegen is binnen een
                            bebouwde kom, tenzij de houtopstand een zelfstandige eenheid vormt
                            die:</al><al>• ofwel geen grotere oppervlakte beslaat dan 10 are;</al><al>• ofwel bestaat uit rijbeplanting van niet meer dan 20 bomen, gerekend
                            over het totale aantal rijen.</al></li></lijst><al>De zinsnede “die aantoonbaar op bedrijfseconomische wijze worden geëxploiteerd”
                    bedoelt de alle hiervoor genoemde uitzonderingen conform de Memorie van
                    Toelichting op de Boswet te beperken tot bomen met een aantoonbare economisch
                    doel en te onderscheiden van sierbomen. Bij vrucht of fruitbomen, zijn sierbomen
                    die vruchten dragen dus wel</al><al>omgevingsvergunningplichtig. Onder het kapverbod valt het houden en de
                    economische exploitatie van (vrucht)bomen niet.</al><al>Het begrip dunning - velling ter bevordering van het voortbestaan van de
                    houtopstand – is weggelaten, om te voorkomen dat onder het mom van een
                    vergunningsvrije dunning veel meer wordt weggehaald dan de gemeente bij een
                    normale vergunningsaanvraag zou goedkeuren.</al><tussenkop>Artikel 4: Lijst van Monumentale bomen</tussenkop><al><vet><cursief>Eerste lid. </cursief></vet>De lijst met monumentale bomen bevat
                    bijzondere beschermwaardige bomen en andere houtopstand. De lijst kan
                    houtopstand bevatten met een kleinere dwarsdoorsnede dan in artikel 1 genoemd. </al><al>Op deze wijze kan (landschappelijk) waardevolle houtopstand, zoals
                    beeldbepalende Rhododendrons, magnolia´s of klimplanten of een nieuw aangeplante
                    herdenkingsbomen met een kleinere diktemaat toch bescherming genieten. Duurzaam
                    behoud van houtopstand op de lijst van monumentale bomen heeft een hoge
                    prioriteit. Dergelijke houtopstand is extra beschermd doordat alleen bij hoge
                    uitzondering een ontheffing wordt verleend.</al><al><vet><cursief>Derde lid. </cursief></vet>De redengevende beschrijving is een
                    zorgvuldige motivering van de reden(en) waarom de desbetreffende houtopstand is
                    aangewezen als monumentale boom. Een nauwgezette omschrijving voorkomt niet
                    alleen juridische complicaties, maar creëert tevens draagvlak voor het duurzaam
                    instandhouden van deze monumentale bomen. De beschrijving geeft meer inzicht en
                    duidelijkheid omtrent de natuur-, milieu-, cultuurhistorische- en andere waarden
                    en eventuele bijzondere functies van de houtopstand. Daarnaast is de
                    redengevende beschrijving een toetsingskader voor een aanvraag van een
                    omgevingsvergunning, waardoor een besluit beter gemotiveerd en afgewogen kan
                    worden.</al><tussenkop>Artikel 5: Aanvraag</tussenkop><al>De indieningsvereisten voor een omgevingsvergunning zijn in de Ministeriële
                    regeling omgevingsrecht ( Mor) verplicht voorgeschreven. Buiten deze verplichte
                    indieningsvereisten zijn in artikel 7 van deze verordening aanvullende
                    indieningsvereisten gesteld. De indieningsvereisten tezamen maken dat alle
                    informatie aanwezig is om een goede inschatting te maken ten aanzien van de
                    omgevingsvergunningverlening. </al><al>Algemene indieningsvereisten staan in artikel 1.3 Mor:</al><tussenkop>Artikel 1.3 Indieningsvereisten bij iedere aanvraag om een
                    (omgevings)vergunning.</tussenkop><tussenkop>1. In de aanvraag vermeldt de aanvrager;</tussenkop><lijst><li nr="a."><tussenkop>de naam, het adres en de woonplaats van de aanvrager, alsmede het
                            elektronische adres van de aanvrager, indien de aanvraag met een
                            elektronisch formulier wordt ingediend;</tussenkop><tussenkop>b. het adres, de kadastrale aanduiding dan wel de ligging van het
                            project;</tussenkop><tussenkop>c. een omschrijving van de aard en de omvang van het
                            project;</tussenkop><tussenkop>d. een omschrijving van de aard en omvang van de gevolgen van het
                            project voor de fysieke leefomgeving, voor zover die gevolgen relevant
                            zijn voor de beoordeling van de aanvraag;</tussenkop><tussenkop>e. indien de aanvraag wordt ingediend door een gemachtigde: zijn
                            naam, adres en woonplaats, alsmede het elektronisch adres van
                            gemachtigde, indien de aanvraag met een elektronisch formulier wordt
                            ingediend;</tussenkop><tussenkop>f. indien het project wordt uitgevoerd door een ander dan de
                            aanvrager: zijn naam, adres en woonplaats.</tussenkop></li></lijst><tussenkop>2. De aanvrager voorziet de aanvraag van een aanduiding van de locatie
                    van de aangevraagde activiteit of activiteiten. deze aanduiding geschiedt met
                    behulp van een situatietekening, kaart, foto’s of andere geschikte
                    middelen.</tussenkop><tussenkop>3. De aanvrager doet bij de aanvraag een gespecificeerde opgave van de
                    kosten van de te <cursief>verrichten werkzaamheden</cursief>. De
                    (omgevings)vergunning voor het vellen van houtopstanden is in artikel 2.2 eerste
                    lid</tussenkop><al>onder g. van de Wabo aangewezen. </al><al/><al>De specifieke indieningsvereisten staan in Hoofdstuk 7 Mor vermeldt. </al><al>Deze bijzondere indieningsvereisten zijn van belang bij een aanvraag
                    omgevingsvergunning tot het vellen van een houtopstand.</al><tussenkop>Artikel 7.3 Mor luidt als volgt:</tussenkop><lijst><li nr="1."><tussenkop> In of bij de aanvraag om een vergunning met
                            betrekking tot het vellen van houtopstand, als bedoeld in artikel 2.2,
                            eerste lid, aanhef en onder g. van de wet ( Wabo), identificeert de
                            aanvrager op de aanduiding als bedoeld in artikel 2.3, tweede lid, van
                            deze regeling ( Mor), iedere houtopstand waarop de aanvraag betrekking
                            heeft met een nummer.</tussenkop></li></lijst><lijst><li nr="2."><tussenkop> In of bij de aanvraag als bedoeld in het eerste
                            lid, vermeldt de aanvrager per genummerde houtopstand:</tussenkop></li></lijst><lijst><li nr="a."><tussenkop> de soort houtopstand;</tussenkop><tussenkop>b. de locatie van de houtopstand op het voor-,
                            zij- dan wel achtererf;</tussenkop><tussenkop>c. de diameter in centimeters, gemeten op 1, 30
                            meter vanaf het maaiveld;</tussenkop><tussenkop>d. de mogelijkheid tot herbeplanten, alsmede het
                            eventuele voornemen om op een daarbij te vermelden locatie tot
                            herbeplanten van een daarbij te verm elden aantal soorten over te
                            gaan.</tussenkop><al/></li></lijst><al>Aanvragers kunnen slechts zijn: eigenaren van of zakelijk gerechtigden tot een
                    houtopstand.</al><al>Zakelijk gerechtigden zijn in beginsel degenen die een notariële akte kunnen
                    overleggen inzake een recht van erfpacht, pacht, opstal, erfdienstbaarheid,
                    vruchtgebruik of pootrecht betreffende de houtopstand.</al><al>Huurders hebben een persoonlijk en geen zakelijk recht. Zij moeten dus de
                    schriftelijke toestemming voor kapaanvraag van de verhuurder, die eigenaar van
                    de houtopstand is, overleggen. De eigenaar van een houtopstand kan bij
                    (huur)overeenkomst of bij machtiging</al><al>zijn huurders het recht tot omgevingsvergunningaanvraag verlenen. </al><al>Na ontbinding van de huurovereenkomst is de zaaksgebonden omgevingsvergunning
                    nog van toepassing op het project. Voorschriften van de omgevingsvergunning
                    dienen dan door de eigenaar van het perceel nagekomen te worden.</al><al/><tussenkop>Artikel 6: Weigeringsgronden</tussenkop><al><vet><cursief>Tweede lid. </cursief></vet>Dit artikel bevat de criteria, op
                    grond waarvan vergunning als bedoeld in artikel 5 tot het vellen van een
                    houtopstand geweigerd wordt. Stilzwijgend wordt ervan uitgegaan dat (te) zieke
                    of gevaarlijke bomen altijd voor vergunning in aanmerking zullen komen. Ervaring
                    leert dat de algemene termen waarin hier genoemde weigeringsgronden gesteld zijn
                    nadere uitwerking behoeven van criteria voor boombelang en verwijderingsbelang.
                    Deze criteria kunnen in een afwegingsmodel worden geplaatst dat als instrument
                    bij de beoordeling van de aanvraag wordt gehanteerd. Op grond van de Algemene
                    wet bestuursrecht (artikelen 3:46- 3:50 en 4:82 – 4:84) dient de motivering van
                    het besluit van Burgemeester en wethouders te verwijzen naar gemeentelijk beleid
                    zoals bestemmings-, groen-, bomen-, of landschapsplannen en bijbehorende
                    (beschermings)categorieën en beleidskaarten.</al><al/><tussenkop>Artikel 7: Intrekking of wijziging </tussenkop><al>In dit artikel zijn de gronden aangeven voor intrekking, wijziging van de
                    vergunning die gelden voor vergunning van deze verordening ( art. 2.31 lid 2
                    Wabo). De intrekking van de omgevingsvergunning voor het vellen van een
                    houtopstand- indien sprake van sanctie- is geregeld in hoofdstuk 5 Wabo. Het
                    gezag dat bevoegd is een omgevingsvergunning te verlenen kan deze geheel of
                    gedeeltelijk intrekken indien:</al><lijst><li nr="-"><al>de omgevingsvergunning is verleend op grond van onjuiste of onvolledige
                            opgave;</al></li><li nr="-"><al>niet overeenkomstig de omgevingsvergunning is of wordt gehandeld;</al></li><li nr="-"><al>de aan de omgevingsvergunning verbonden voorschriften of beperkingen
                            niet zijn of worden nageleefd;</al></li></lijst><lijst><li nr="-"><al>de houder van de omgevingsvergunning de voor hem geldende regels niet
                            naleeft ( art. 5.19 lid 1 Wabo).</al></li></lijst><al>Tevens is het mogelijk op grond van artikel 2.33, eerste lid onder e Wabo de
                    vergunning die van <vet>rechtswege </vet>is verleend in te trekken indien deze
                    betrekking heeft op een activiteit die ontoelaatbaar ernstige nadelige gevolgen
                    voor de fysieke leefomgeving heeft of dreigt te hebben en het opleggen van
                    voorschriften daar geen oplossing voor biedt (art. 2.31, eerste</al><al>lid, aanhef en onder c, Wabo). Bij wijziging of intrekking van de
                    omgevingsvergunning dient wederom de reguliere of indien voorgeschreven de
                    uitgebreide procedure te worden gevolgd.</al><al/><tussenkop>Artikel 8: Beperking geldigheidsduur</tussenkop><al>Dit artikel is nodig om misbruik van (zeer) oude (omgevings-)/(kap)vergunningen
                    tegen te gaan.</al><al/><tussenkop>Artikel 9: Voorschriften</tussenkop><al><vet><cursief>Tweede lid. </cursief></vet>De voorschriften moeten concreet en
                    precies worden uitgewerkt, bijvoorbeeld naar locatie, boomsoort of grootte. Uit
                    de rechtspraak naar aanleiding van de herplantplicht blijkt dat beleidsmatige
                    uitwerking van aard en omvang van de herplantplicht noodzakelijk is.</al><al>De omgevingsvergunning heeft een zaaksgebonden karakter ( art. 2.25 Wabo). Om
                    die reden is de vergunninghouder niet degene aan wie de vergunning is verleend,
                    maar degene die verantwoordelijk is voor uitvoering. De naleving van de
                    voorschriften m.b.t. herplant, valt</al><al>daarom tevens onder zijn verantwoording. Wanneer de vergunning gelding krijgt
                    voor een ander dan de aanvrager of houder van de vergunning moet tenminste een
                    maand tevoren dit aan het bevoegd gezag worden mee gedeeld (zie hiervoor het
                    Besluit omgevingsrecht artikel 4.8 (Bor)). </al><al>Dit onder vermelding van:</al><lijst><li nr="a."><al>naam en adres vergunninghouder- of aanvrager</al></li><li nr="b."><al>de omgevingsvergunning of omgevingsvergunningen krachtens welke de
                            activiteiten worden verricht;</al></li><li nr="c."><al>de naam, het adres en het telefoonnummer van degene voor wie de
                            omgevingsvergunning zal gaan gelden;</al></li><li nr="d."><al>de contactpersoon van degene voor wie de omgevingsvergunning zal gaan
                            gelden;</al></li></lijst><lijst><li nr="e."><al>het beoogde tijdstip dat de omgevingsvergunning zal gaan gelden voor de
                            onder c bedoelde persoon.</al><al/></li></lijst><tussenkop>Artikel 10: Herplant-/instandhoudingsplicht</tussenkop><al>Herplantvoorschriften zijn concreet en eenduidig en mogen zeer gedetailleerd
                    soort, locatie en plantwijze voorschrijven mits dit in het gangbare beleid past.
                    De wijze waarop de zelfstandige herplant- en instandhoudingsplicht wordt
                    uitgevoerd, gebeurt op beleidsmatige </al><al>wijze. De uitwerking kan deel uitmaken van een breder opgezet handhavingsbeleid.
                    Factoren die daarbij een rol spelen, zijn de ernst van de overtreding, de mate
                    van (on)verantwoordelijkheid die aan de overtreder kan worden toegekend en de
                    feitelijke mogelijkheden tot uitvoering van een herplant. Burgemeester en
                    wethouders bepalen de hoogte van de financiële bijdrage. Herplant zal zo nabij
                    mogelijk worden uitgevoerd.</al><al>Artikel 5:18 Wabo biedt de mogelijkheid- indien sprake is van een herstel,- of
                    instandhoudingsanctie van het velverbod, onder oplegging van last onder
                    bestuursdwang of onder oplegging dwangsom, bij het besluit tot
                    herplantverplichting tevens te bepalen dat de uitvoering van het besluit tevens
                    geldt voor de rechtsopvolger.</al><al/><tussenkop>Artikel 11: Schadevergoeding</tussenkop><al>De Boswet schrijft voor dat een gemeentelijke verordening dit artikel moet
                    bevatten.</al><tussenkop>Artikel 12: Afstand van de erfgrenslijn</tussenkop><al>De leden één en twee van artikel 42 Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek geeft het
                    bekende verwijderingrecht voor bomen binnen twee meter en heesters en hagen
                    binnen een halve meter van de erfgrenslijn. Maar in artikel 5:42 lid 2 is in
                    afwijking van het oude B.W. toegevoegd:</al><al>"tenzij ingevolge een verordening of een plaatselijke gewoonte een kleinere
                    afstand is toegelaten". Daarom is in deze verordening dit artikel toegevoegd dat
                    de erfgrensafstand aanzienlijk verkleind. Met "nihil" voor heggen en heesters is
                    bedoeld deze natuurlijke wijze van erfbegrenzing te beschermen en tot de normale
                    standaard te maken.</al><al>Vele bomen en heesters zullen door deze afstandverkleining beter beschermd,
                    misschien wel gespaard worden. </al><tussenkop>Artikel 13: Bestrijding van boomziekten</tussenkop><al>Dit artikel is bedoeld om besmettelijke boomziekten zoals de iepziekte adequaat
                    te kunnen bestrijden. Belangrijk is dat verspreiding van potentieel broedhout en
                    de besmetting wordt voorkomen. In het derde lid is een bijzondere bestuursdwang
                    bevoegdheid in aanvulling op de algemene gemeentelijke bestuursdwang bevoegdheid
                    opgenomen, vanwege de ernst van de zaak en noodzaak snel te kunnen
                    handelen.</al><tussenkop>Artikel 14: Strafbepaling</tussenkop><al>De Wabo verbiedt in artikel 2.3 het handelen in strijd met een voorschrift uit
                    een omgevingsvergunning. Door artikel 5.4 Invoeringswet Wabo is het handelen
                    zonder omgevingsvergunning of het handelen in strijd met een omgevingsvergunning
                    strafbaar gesteld in de Wet economische delicten. Om die reden zijn de
                    strafbepalingen van artikel 15 van deze verordening niet van toepassing op
                    dergelijk handelen.</al><al>Overtreding van artikel 2 lid 1, artikel 3 lid 1 en lid 2 en overtreding van
                    voorschriften op grond van artikel 9 van de verordening heeft als strafmaat een
                    hechtenis van maximaal 6 maanden, taakstraf en/of een geldboete tot maximaal
                    €18.500 (artikel 6 Wed). De boomwaarde kan verhogend op de geldboete werken.
                    Indien de boomwaarde hoger is dan een vierde gedeelte van € 18.500, kan een
                    geldboete worden opgelegd van maximaal €74.000.</al><al/><tussenkop>Artikel 15: Toezichthouders</tussenkop><al>Naast de door het college aan te wijzen medewerkers, worden de Medewerkers en
                    Coördinatoren toezicht en handhaving van de afdeling Veiligheid rechtsreeks in
                    de verordening als toezichthouders aangewezen. Dit is noodzakelijk om hun
                    strafrechtelijke bevoegdheden voor wat betreft de opsporing van overtredingen
                    uit deze verordening te behouden(artikel 142 Wb v Sv). </al></nota-toelichting><bijlage><al><vet>Inhoudsopgave</vet></al><al>Artikel 1. Begripsomschrijvingen </al><al>Artikel 2. Kapverbod monumentale bomen </al><al>Artikel 3. Kapverbod houtopstand </al><al>Artikel 4. Monumentale bomen </al><al>Artikel 5. Aanvraag </al><al>Artikel 6<vet>. </vet>Weigeringsgronden </al><al>Artikel 7. Intrekking of wijziging </al><al>Artikel 8. Beperking geldigheidsduur</al><al>Artikel 9. Voorschriften</al><al>Artikel 10. Herplant-/instandhoudingsplicht </al><al>Artikel 11. Schadevergoeding</al><al>Artikel 12. Afstand van de erfgrenslijn</al><al>Artikel 13. Bestrijding van boomziekten</al><al>Artikel 14. Bescherming gemeentelijke houtopstand</al><al>Artikel 15. Strafbepaling </al><al>Artikel 16. Toezichthouders </al><al>Artikel 17. Achterlaten van straatafval </al></bijlage></regeling></body></cvdr>