<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR116747_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Financiële verordening 2010</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Montferland</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-10-17</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Montferland</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Montferland Journaal</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Financiële verordening 2010</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 212</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet financiering decentrale overheden</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">het Besluit accountantscontrole provincies en gemeenten</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2009-12-17</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2014-02-27</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>geen</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>geen</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Financiële verordening 2010</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>RAADSBESLUIT</vet></al><al/><al><vet>Onderwerp: </vet></al><al>De raad van de gemeente Montferland;</al><al>Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 27 oktober
                        2009,</al><al>Gezien de notitie Budgetkader College van 27 oktober 2009,</al><al>Gelet op artikel 212 Gemeentewet, Wet financiering decentrale overheden, het
                        Besluit accountantscontrole provincies en gemeenten en het Besluit begroting
                        en verantwoording provincies en gemeenten.</al><al><vet>BESLUIT: </vet></al><al>vast te stellen de verordening op de uitgangspunten voor het financieel
                        beleid, de regels voor het financieel beheer en voor de inrichting van de
                        financiële organisatie van de gemeente Montferland (Financiële verordening
                        2010).</al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><tekst><al>1. Inleidende bepalingen</al><al/><al>Artikel 1 Definities</al><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><al>a.afdeling:</al><al>iedere organisatorische eenheid binnen de organisatie van de gemeente
                        Montferland met een eigen rechtstreekse verantwoordelijkheid aan het
                        college.</al><al>b.administratie:</al><al>het systematisch verzamelen, vastleggen, verwerken en verstrekken van
                        informatie ten behoeve van het besturen, het functioneren en het beheersen
                        van (onderdelen van) de organisatie van de gemeente Montferland en ten
                        behoeve van de verantwoording die daarover moet worden afgelegd.</al><al>c.bestuurlijke planning:</al><al>een jaarlijks voor 1 januari ter kennisname aan de raad aan te bieden
                        planning met betrekking tot het opstellen van de kadernota, begroting,
                        tussenrapportage en jaarstukken</al><al/><al/><al>2. Begroting en verantwoording</al><al/><al>Artikel 2 Programmabegroting</al><lijst><li nr="1."><al>De raad stelt bij de aanvang van een nieuwe raadsperiode een
                                programma-indeling voor de komende raadsperiode vast.</al></li><li nr="2."><al>De raad stelt per programma op hoofdlijnen de beoogde
                                maatschappelijke effecten en de relevante indicatoren voor het meten
                                van en het afleggen van verantwoording over de uitvoering vast.</al><al/></li></lijst><al>Artikel 3 Inrichting begroting en jaarstukken</al><lijst><li nr="1."><al>Bij de begroting wordt een overzicht gegeven van de productenraming
                                ingedeeld naar programma’s en bij het jaarverslag wordt een
                                overzicht gegeven van de productenrealisatie ingedeeld naar
                                programma’s.</al></li><li nr="2."><al>Bij de uiteenzetting van de financiële positie van de begroting
                                wordt van de nieuwe investeringen per investering het benodigde
                                investeringskrediet weergegeven.</al></li><li nr="3."><al>In de jaarrekening wordt van de investeringen de uitputting van de
                                geautoriseerde investeringskredieten en de actuele raming van de
                                totale uitgaven weergegeven.</al><al/></li></lijst><al>Artikel 4 Kaders ontwerpbegroting (kadernota)</al><lijst><li nr="1."><al>Het college biedt jaarlijks aan de raad een nota ter vaststelling
                                aan over de kaders voor het volgende begrotingsjaar en de drie
                                opvolgende jaren.</al></li><li nr="2."><al>De uiterste datum van aanbieding van deze nota door het college en
                                het moment van vaststelling door de raad worden jaarlijks
                                vastgesteld in de bestuurlijke planning.</al><al/></li></lijst><al>Artikel 5 Autorisatie begroting en investeringskredieten</al><lijst><li nr="1."><al>De raad autoriseert met het vaststellen van de begroting de totale
                                lasten en de totale baten per programma en het overzicht algemene
                                dekkingsmiddelen.</al></li><li nr="2."><al>Met het vaststellen van de begroting worden ook de daarin opgenomen
                                investeringskredieten geautoriseerd. In de begroting worden daartoe
                                per programma die investeringen opgenomen welke door de raad
                                geautoriseerd moeten worden.</al></li><li nr="3."><al>Voor investeringen in de loop van het begrotingsjaar die niet in de
                                begroting zijn opgenomen, legt het college vooraf aan het aangaan
                                van verplichtingen een investeringsvoorstel en een voorstel voor het
                                autoriseren van een investeringskrediet aan de raad voor.</al></li><li nr="4."><al>Het college is bevoegd onvoorziene, niet uit te stellen en
                                onvermijdbare lasten te dekken uit het bedrag voor onvoorzien.</al></li><li nr="5."><al>Ten behoeve van een soepele voortgang in de bedrijfsvoering en/of
                                besluitvormingstrajecten kan het college:</al><lijst><li nr="a."><al>In afwijking van de begroting uitgaven doen zonder
                                        voorafgaande autorisatie van de raad,</al></li><li nr="b."><al>rapporteergrenzen hanteren voor de toelichting op de
                                        begrotingsafwijkingen in de p &amp; c documenten.</al></li></lijst></li><li nr="6."><al>De raad stelt de grenzen en voorwaarden waaronder de punten van lid
                                5 letters a en b kunnen geschieden vast in de notitie Budgetkader
                                College gemeente Montferland.</al><al/></li></lijst><al>Artikel 6 Tussentijdse rapportage en informatie</al><lijst><li nr="1."><al>Het college informeert de raad door middel van een
                                bestuursrapportage over de realisatie van de begroting medio het
                                lopend boekjaar.</al></li><li nr="2."><al>De bestuursrapportage wordt aan de raad aangeboden op het tijdstip
                                als jaarlijks vastgesteld in de bestuurlijke planning.</al></li><li nr="3."><al>De bestuursrapportage gaat in op afwijkingen, op programma niveau en
                                in het overzicht algemene dekkingsmiddelen, zowel wat betreft de
                                baten en lasten, de geleverde prestaties en, indien daar aanleiding
                                voor is, de maatschappelijk effecten, de toevoegingen en
                                onttrekkingen aan reserves en de realisatie en raming van de
                                uitputting van de investeringskredieten.</al></li><li nr="4."><al>Indien ontwikkelingen in projecten of processen en de uitvoering van
                                de begroting met betrekking tot doel, proces en de middelen daartoe
                                aanleiding geven, en rekening houdend met de in de notitie
                                Budgetkader College gemeente Montferland genoemde criteria,
                                informeert het college de raad zo spoedig mogelijk.</al><al/></li></lijst><al>Artikel 7 Jaarstukken</al><lijst><li nr="1."><al>Het college legt jaarlijks verantwoording af aan de raad door middel
                                van jaarverslag en jaarrekening. </al></li><li nr="2."><al>Vaststelling van de jaarrekening door de raad dient het college tot
                                decharge.</al></li><li nr="3."><al>De vaststelling van de jaarrekening door de raad vindt plaats op het
                                tijdstip als jaarlijks vastgesteld in de bestuurlijke planning.</al><al/></li></lijst><al/><al>3. Financieel beleid</al><al/><al>Artikel 8 Activa</al><lijst><li nr="1."><al>Het college stelt de regels voor waardering en afschrijving van de
                                activa op en neemt daarbij de volgende bepalingen in acht:</al><lijst><li nr="a."><al>waardering en afschrijving van vaste activa geschiedt
                                        volgens de regels van het besluit begroting en
                                        verantwoording provincies en gemeenten;</al></li><li nr="b."><al>kosten voor het afsluiten van geldleningen worden direct ten
                                        laste van de exploitatie gebracht;</al></li><li nr="c."><al>materiële vaste activa met economisch nut worden lineair
                                        afgeschreven;</al></li><li nr="d."><al>gronden en terreinen worden niet afgeschreven;</al></li><li nr="e."><al>activa met economisch nut met een verkrijgingprijs van
                                        minder dan € 12.500,00 worden niet geactiveerd met
                                        uitzondering van gronden en terreinen.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Bij de begroting en de jaarstukken wordt een overzicht van de meest
                                gangbare afschrijvingstermijnen van de activa opgenomen.</al></li><li nr="3."><al>De raad stelt door het vaststellen van de begroting eveneens de
                                afschrijvingstermijnen vast.</al><al/></li></lijst><al>Artikel 9 Kostprijsberekening</al><lijst><li nr="1."><al>Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van producten en diensten
                                van de gemeente Montferland wordt een systeem van kostentoerekening
                                gehanteerd. Bij de kostentoerekening worden naast de directe kosten
                                alleen die indirecte kosten betrokken, die rechtstreeks samenhangen
                                met de door de gemeente geleverde producten en verleende
                                diensten.</al></li><li nr="2."><al>Bij de indirecte kosten worden betrokken de bijdragen aan en
                                onttrekkingen van voorzieningen voor de noodzakelijke vervanging van
                                de betrokken activa, de kapitaallasten van de in gebruik zijnde
                                activa en voor rioolrechten en afvalstoffenheffing de compensabele
                                BTW.</al></li><li nr="3."><al>De omslagrente voor nieuwe activa wordt jaarlijks vastgesteld bij de
                                in artikel 4 genoemde kaders van de begroting.</al><al/></li></lijst><al>Artikel 10 Vaststelling hoogte belastingen, rechten en heffingen</al><al>Het college doet de raad jaarlijks een voorstel voor de hoogte van de
                        gemeentelijke tarieven voor belastingen, rioolrechten, afvalstoffenheffing,
                        leges en overige lokale heffingen</al><al/><al>Artikel 11 Financiering</al><lijst><li nr="1."><al>Het college zorgt bij het uitoefenen van de financieringsfunctie
                                voor het:</al><lijst><li nr="a."><al>aantrekken van voldoende financiële middelen en het
                                        uitzetten van overtollige gelden om de programma’s binnen de
                                        door de raad vastgestelde kaders van de begroting uit te
                                        voeren;</al></li><li nr="b."><al>beheersen van de risico’s verbonden aan de
                                        financieringsfunctie zoals rente, koers, valuta, krediet,
                                        relatiebeheer, interne liquiditeit, geldstromenbeheer,
                                        debiteurenbeheer, administratieve organisatie en interne
                                        controle;</al></li><li nr="c."><al>beperken van de kosten van leningen en het bereiken van een
                                        voldoende rendement op uitzettingen;</al></li><li nr="d."><al>beperken van de interne verwerkingskosten en externe kosten
                                        bij het beheren van de geldstromen en financiële
                                        posities.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het college neemt bij het uitvoeren van de financieringsfunctie de
                                volgende richtlijnen in acht:</al></li><li nr="a."><al>de regelgeving van de hogere overheden wordt gevolgd;</al></li><li nr="b."><al>het uitzetten van overtollige gelden gebeurt uitsluitend bij
                                landelijk erkende financiële instellingen die, bij een looptijd tot
                                drie maanden minimaal over een A rating en bij een looptijd van drie
                                maanden of langer over een AA rating beschikken afgegeven door
                                tenminste twee gezaghebbende rating agency of bij instellingen voor
                                wier waardepapieren een solvabiliteitseis geldt van 0%;</al></li><li nr="c."><al>het uitzetten van overtollige middelen gebeurt uitsluitend tegen
                                vastrentende waarden, dan wel producten waarbij de hoofdsom aan het
                                einde van de looptijd gegarandeerd wordt;</al></li><li nr="d."><al>derivaten, commercialpaper en Medium Term Notes worden uitsluitend
                                gebruikt voor het beperken van financiële risico’s;</al></li><li nr="e."><al>het aantrekken van financieringsmiddelen en geldleningen gebeurt
                                transparant door bijv. meerdere offertes te vragen bij verschillende
                                landelijk erkende financiële instellingen;</al></li><li nr="f."><al>de financiële handelingen en transacties als ook het verlenen van
                                garanties gebeuren uitsluitend in euro’s.</al></li><li nr="3."><al>Het college neemt in een treasurystatuut op de regels die zij
                                hanteert voor het dagelijkse beheer van in lid 1 punt b genoemde
                                beheersing van risico’s. Bij gewijzigde wet- of regelgeving of
                                indien interne organisatorische maatregelen hiertoe aanleiding
                                geven, zorgt het college voor tijdige actualisatie.</al></li><li nr="4."><al>Het treasurystatuut of de wijzigingen daarin, worden ter kennisname
                                aan de raad aangeboden.</al></li><li nr="5."><al>Bij het uitzetten van middelen, het verstrekken van garanties en het
                                aangaan van financiële participaties uit hoofde van de publieke
                                taak, bedingt het college zekerheden. Het college motiveert in zijn
                                besluit het publiek belang van dergelijke uitzettingen van middelen
                                verstrekkingen van garanties en financiële participaties.</al><al/></li></lijst><al>Artikel 12 Ander financieel beleid</al><al>Het college zal in de begroting het beleid en andere relevante informatie
                        opnemen ten aanzien van:</al><lijst><li nr="a."><al>het weerstandsvermogen inclusief de reserves en voorzieningen;</al></li><li nr="b."><al>het onderhoud van kapitaalgoederen;</al></li><li nr="c."><al>de financiering;</al></li><li nr="d."><al>de bedrijfsvoering;</al></li><li nr="e."><al>de verbonden partijen;</al></li><li nr="f."><al>het grondbeleid;</al></li><li nr="g."><al>de lokale heffingen, inclusief de grondslagen voor de berekening
                                daarvan;</al></li><li nr="h."><al>het verstrekken van gemeentelijke subsidies;</al></li><li nr="i."><al>de bestrijding van misbruik en oneigenlijk gebruik van gemeentelijke
                                regelingen;</al></li></lijst><al>en eventueel voorstellen doen tot aanpassing van het beleid; de raad beslist
                        daarover elk jaar bij de begrotingsvaststelling.</al><al/><al/><al>2. Financieel beheer en interne controle</al><al/><al>Artikel 13 Administratie</al><al>De administratie is zodanig van opzet en werking, dat zij dienstbaar is
                        voor:</al><lijst><li nr="a."><al>het sturen en het beheersen van activiteiten en processen in de
                                gemeente als geheel en in de afdelingen;</al></li><li nr="b."><al>het verstrekken van informatie over ontwikkelingen in de omvang van
                                activa met economisch nut, activa met maatschappelijk nut,
                                voorraden, vorderingen, schulden en contracten;</al></li><li nr="c."><al>het verschaffen van informatie over uitputting van de toegekende
                                budgetten en investeringskredieten en voor het maken van
                                kostencalculaties;</al></li><li nr="d."><al>het verschaffen van informatie over indicatoren met betrekking tot
                                de gemeentelijke productie van goederen en diensten en de
                                maatschappelijke effecten van het gemeentelijke beleid;</al></li><li nr="e."><al>het afleggen van verantwoording over de rechtmatigheid, de
                                doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in
                                relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en relevante
                                wet- en regelgeving;</al></li><li nr="f."><al>de controle van de registratie van gegevens als zodanig en van de
                                daaraan ontleende informatie, alsmede voor de controle op de
                                rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het
                                gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de
                                begroting en relevante wet- en regelgeving.</al><al/></li></lijst><al>Artikel 14 Interne controle</al><al>Het college zorgt ten behoeve van het getrouwe beeld van de jaarrekening en
                        de rechtmatigheid van de baten en lasten en de balansmutaties voor de
                        jaarlijkse interne toetsing van de getrouwheid van de
                        informatieverstrekking, en de rechtmatigheid van de beheershandelingen. Bij
                        afwijkingen neemt het college maatregelen tot herstel.</al><al/><al/><al>3. Financiële organisatie</al><al/><al>Artikel 15 Financiële organisatie</al><al>Het college zorgt voor en legt vast:</al><lijst><li nr="a."><al>een eenduidige indeling van de gemeentelijke organisatie en een
                                eenduidig toewijzing van de gemeentelijke taken aan de
                                afdelingen;</al></li><li nr="b."><al>een adequate scheiding van taken, functies, bevoegdheden,
                                verantwoordelijkheden, zodat aan de eisen van interne controle wordt
                                voldaan en de betrouwbaarheid van de verstrekte informatie aan
                                beleids- en beheersorganen is gewaarborgd;</al></li><li nr="c."><al>de verlening van mandaten en volmachten voor het aangaan van
                                verplichtingen ten laste van de toegekende budgetten en
                                investeringskredieten;</al></li><li nr="d."><al>de regels voor taken en bevoegdheden, de verantwoordingsrelaties en
                                de bijbehorende informatievoorziening van de
                                financieringsfunctie;</al></li><li nr="e."><al>de te maken afspraken met de afdelingen over de te leveren
                                prestaties, de daarvoor beschikbare middelen en de wijze en
                                frequentie van rapportage over de voortgang van de activiteiten en
                                uitputting van middelen;</al></li><li nr="f."><al>de kostenverdeelsleutels voor het eenduidig toewijzen van de lasten
                                en baten aan de producten van de productraming en de
                                productrealisatie.</al><al/></li></lijst><al>Artikel 16 Inkoop en aanbesteding</al><al>Het college zorgt voor en legt vast de interne regels voor de inkoop en de
                        aanbesteding van goederen, werken en diensten.</al><al/><al/><al>4. Slotbepalingen</al><al/><al>Artikel 17 Inwerkingtreding</al><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2010. </al></li><li nr="2."><al>De “Financiële verordening gemeente Montferland 2008” vastgesteld
                                door de raad op 24 april 2008 vervalt op de in lid 1 van dit artikel
                                genoemde datum.</al><al/></li></lijst><al>Artikel 18 Overgangsbepalingen</al><lijst><li nr="1."><al>Investeringen die zijn geactiveerd voor de inwerkingtreding van deze
                                verordening worden afgeschreven volgens de destijds vastgestelde
                                afschrijvingstermijnen en methodiek, voor zover de raad niet heeft
                                aangegeven dat deze investeringen vervroegd moeten worden
                                afgeschreven.</al></li><li nr="2."><al>De jaarrekening en -verslag over het begrotingsjaar 2009 moet
                                voldoen aan de bepalingen van deze verordening.</al><al/></li></lijst><al>Artikel 19 Citeertitel</al><al>Deze verordening wordt in de gemeentelijke stukken aangehaald onder de naam
                        “Financiële verordening 2010”.</al><al/></tekst></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>’s-Heerenberg, 17 december 2009</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De raad van de gemeente Montferland,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De griffier, E.H.A. Peters</ondertekening><ondertekening> De voorzitter, C.C. Leppink-Schuitema</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting financiële verordening gemeente Montferland 2009</titel></kop><al/><al><cursief>Algemeen/inleiding</cursief></al><al>Voor de indeling van de verordening is de inhoud van artikel 212 Gemeentewet
                    gevolgd. Artikel 212 luidt:</al><lijst><li nr="1."><al><cursief>De raad stelt bij verordening de uitgangspunten voor het
                                financiële beleid, alsmede voor het financiële beheer en voor de
                                inrichting van de financiële organisatie vast. Deze verordening
                                waarborgt dat aan de eisen van rechtmatigheid, verantwoording en
                                controle wordt voldaan.</cursief></al></li><li nr="2."><al><cursief>De verordening bevat in ieder geval: </cursief></al><lijst><li nr="a."><al><cursief>regels voor waardering en afschrijving van activa;
                                    </cursief></al></li><li nr="b."><al><cursief>grondslagen voor de berekening van de door het
                                        gemeentebestuur in rekening te brengen prijzen en van
                                        tarieven voor rechten als bedoeld in artikel 229b, alsmede,
                                        voor zover deze wordt geheven, voor de heffing bedoeld in
                                        artikel 15.33 van de Wet milieubeheer; </cursief></al></li><li nr="c."><al><cursief>regels inzake de algemene doelstellingen en de te
                                        hanteren richtlijnen en limieten van de
                                        financieringsfunctie, alsmede inzake de administratieve
                                        organisatie van de financieringsfunctie, daaronder begrepen
                                        taken en bevoegdheden, de verantwoordingsrelaties en de
                                        bijbehorende informatievoorziening. </cursief></al><al/></li></lijst></li></lijst><al>De elementen financieel beleid, financieel beheer en financiële organisatie
                    komen terug in de hoofdstukken drie en vier van de verordening.</al><al>De verordening moet waarborgen dat aan de eisen van rechtmatigheid,
                    verantwoording en interne controle wordt voldaan. In hoofdstuk twee van de
                    verordening is de verantwoording over de uitvoering van de verordening
                    geregeld.</al><al>In hoofdstuk drie zijn kaders voor het financieel beleid en in hoofdstuk vijf
                    kaders voor de financiële organisatie opgenomen. Deze kaders maken tezamen de
                    interne controle waaronder de controle op de rechtmatigheid van de (financiële)
                    beheershandelingen mogelijk. Regels over interne controle zelf staan in
                    hoofdstuk vier (Financieel beheer). De interne controle richt zich zowel op het
                    getrouwe beeld van de jaarrekening alsmede de rechtmatigheid van de (financiële)
                    beheershandelingen.</al><al>Het tweede lid van artikel 212 Gemeentewet geeft aan welke regels in elk geval
                    in de verordening moeten zijn opgenomen. In hoofdstuk drie “Financieel beleid”
                    bevat regels voor de waardering en afschrijving van vaste activa, de grondslagen
                    voor de berekening van tarieven en prijzen en de algemene doelstellingen en te
                    hanteren richtlijnen en limieten voor de financieringsfunctie.</al><al/><al><cursief>Artikel 1 Definities</cursief></al><al>Voor de gehanteerde begrippen in de verordening gelden de definities uit de
                    Gemeentewet, de Wet Financiering decentrale overheden (FIDO), het Besluit
                    begroting en verantwoording Provincies en Gemeenten (BBV) en het Besluit
                    accountantscontrole Provincies en Gemeenten.</al><al>Voor aanvang van het begrotingsjaar wordt in overleg met de griffie het schema
                    een bestuurlijke planning en control vastgesteld en ter kennis gebracht worden
                    van de raad. </al><al>Het schema van de begrotingscyclus is in figuur 1 weergegeven.</al><al/><al/><al><plaatje><illustratie id="i317f0251-7b82-4b53-bcea-56dedff02ebe" naam="i66114i317f0251-7b82-4b53-bcea-56dedff02ebe.jpg" type="foto" breedte="15.9cm" hoogte="6.8cm"/></plaatje></al><al><cursief>Artikel 2 Programmabegroting</cursief></al><al>De indeling van de programma’s worden bij aanvang van iedere raadsperiode door
                    de raad vastgesteld. Dit betekent overigens niet dat elke nieuwe raadsperiode de
                    gehele begroting en jaarstukken</al><al>overhoop moeten worden gehaald. In de meeste gevallen is dat niet raadzaam. Als
                    de indeling en gebruikte indicatoren de vorige raadsperiode goed zijn bevallen,
                    kunnen deze ongewijzigd opnieuw worden vastgesteld. In andere gevallen zijn
                    (kleine) bijstellingen of wijzigingen meestal voldoende.</al><al>De raad wil sturen op effecten met de programmabegroting. De doelstellingen
                    moeten daarom helder en duidelijk beschreven worden zodat daaraan prestaties
                    verbonden kunnen worden. Voor het meten en sturen met prestaties moet gebruik
                    gemaakt worden van indicatoren. De programma’s moeten daarom consistent en SMART
                    zijn en voorzien van indicatoren n.l.:</al><lijst><li nr="·"><al>De (wettelijke) basis is de drie W – vragen:</al><lijst><li nr="-"><al>Wat willen we bereiken? de boogde maatschappelijke effecten (=
                                    outcome)</al></li><li nr="-"><al>Wat gaan we er voor doen? de te leveren producten en diensten (=
                                    output)</al></li><li nr="-"><al>Wat mag het kosten? de beschikbare middelen (= input)</al></li></lijst></li><li nr="·"><al>Gelaagdheid; van abstract naar concreet:</al><lijst><li nr="-"><al>Programmadoelstelling of -missie: abstract</al></li><li nr="-"><al>Hoofddoelstelling: kwalitatief abstract meetbaar met effect-
                                    en/of gebruiks-</al></li><li nr="-"><al>Subdoelstelling: kwalitatief specifiek indicatoren</al></li><li nr="-"><al>Prestatie: concreet (uitvoeringsniveau) meetbaar met
                                    prestatie-indicatoren</al></li></lijst></li></lijst><al>In het tweede lid van dit artikel is daarom bepaald dat op voorstel van het
                    college de raad niet-financiële indicatoren per programma vaststelt. </al><al/><al><cursief>Artikel 3 Inrichting begroting en jaarstukken</cursief></al><al>In dit artikel zijn in aanvulling op het BBV bepalingen opgenomen voor de
                    inrichting van de begroting. Het BBV bepaalt in aanvulling hierop dat het
                    college de producten aan de programma’s toewijst. </al><al>Het college is vrij in het aantal producten en de indeling daarvan. De
                    productenraming is een nadere detaillering van de programmabegroting die nodig
                    is voor het vaststellen van de bijbehorende budgetten door het college voor de
                    organisatie.</al><al>In het eerste lid is de bestaande praktijk vertaald door te bepalen een
                    overzicht van de productenraming bij de begroting en een overzicht van de
                    productrealisatie bij het jaarverslag te voegen. Dit zijn overigens geen
                    standaardverplichtingen in het BBV. Er moet trouwens opgelet worden dat de
                    productrealisatie bij het jaarverslag wordt gevoegd en niet bij de jaarrekening.
                    Anders gaat deze onderdeel uitmaken van de accountantscontrole, hetgeen ook niet
                    de bedoeling van de wet is. </al><al>Voorts wordt in artikel 3 de verplichting in het BBV om in de begroting aandacht
                    te besteden aan de investeringen nader uitgewerkt door te bepalen dat er bij de
                    uiteenzetting van de financiële positie een overzicht van de investeringen wordt
                    gegeven.</al><al/><al><cursief>Artikel 4 Kaders ontwerpbegroting (kadernota)</cursief></al><al>Dit artikel bepaalt dat de gemeenteraad vooraf aan het opstellen aan de
                    begroting een nota vaststelt waarin de hoofdlijnen voor het beleid en de
                    financiële kaders voor de komende jaren zijn vastgelegd. De kaders geven
                    richting aan het college voor het opstellen van de ontwerpbegroting en de
                    meerjarenraming. </al><al>In de zogenaamde Kadernota staat een aantal uitgangspunten die het college bij
                    het opstellen van deze stukken in acht moet nemen. Dit in aanvulling op de
                    bepalingen van de artikelen 189 en 193 Gemeentewet, het BBV en het
                    achterliggende document bij het BBV uitgangspunten gemodificeerd stelsel van
                    baten en lasten provincies en gemeenten (in dit document staan, in aanvulling op
                    het BBV, de basisregels voor het opstellen van de ontwerpbegroting en de
                    meerjarenraming).</al><al/><al><cursief>Artikel 5 Autorisatie begroting en investeringskredieten</cursief></al><al>Op grond van artikel 189 Gemeentewet berust het budgetrecht bij de raad. De raad
                    neemt uiteindelijk de beslissing welke bedragen zij voor taken en activiteiten
                    op de begroting beschikbaar stelt. Gedurende het begrotingsjaar kan de raad op
                    grond van artikel 192 Gemeentewet besluiten nemen tot wijziging van de
                    begroting. </al><al>Artikel 5 bevat nadere regels voor de autorisatie van de begroting en
                    investeringskredieten. Autorisatie van de baten en lasten vindt plaats op
                    programmaniveau (lid 1). Naast lopende uitgaven doet een gemeente investeringen.
                    Ook uitgaven voor investeringen moeten worden geautoriseerd. Voor de autorisatie
                    van deze investeringskredieten wordt in principe voor gekozen om deze mee te
                    nemen bij de jaarlijkse begrotingsbehandeling en per programma gepresenteerd
                    (lid 2).</al><al>De behandeling van de begroting is het ultieme moment dat door de raad het
                    totale gemeentelijk beleid (bestaand en nieuw) afgewogen wordt in relatie tot de
                    budgettaire mogelijkheden. Dit betekent dat de begroting zowel planmatig als
                    financieel goed onderbouwd moet zijn. De dagelijkse gang van zaken staat echter
                    niet stil na de begrotingsvaststelling. Gedurende het begrotingsjaar moeten
                    wijzigingen doorgevoerd worden. Het is immers ondenkbaar dat er niet of nooit
                    van het vastgestelde beleid of de begroting wordt afgeweken omdat er gewoonweg
                    gehandeld moet worden; op of net over het randje van de kaders. Ook is het
                    onmogelijk vooraf de ramingen exact te doen. Echter de afwijkingen zijn van zeer
                    verschillende aard. De verantwoordelijkheid en de bevoegdheid op dit gebied
                    liggen daarnaast op verschillende niveaus. Te veel details voor een algemene
                    kaderverordening als deze. In verband hiermee is het afwijken van de begroting
                    door het college opgenomen. De grenzen waar binnen en voorwaarden waaronder het
                    college dit kan doen is in de notitie “Budgetkader College gemeente Montferland”
                        uitgewerkt<cursief>.</cursief></al><al/><al><cursief>Artikel 6 Tussentijdse rapportage en informatie</cursief></al><al>Dit artikel formaliseert een belangrijk onderdeel van de planning en control
                    voor de raad. De raad geeft namelijk aan de aard van de informatie die het
                    college standaard dient te verstrekken evenals de reguliere frequentie. Op basis
                    van deze informatie kan de raad de uitvoering van de begroting volgen en
                    besluiten of bijsturing nodig is. Het is dus een nadere invulling van de
                    informatieplicht van het college aan de raad zoals bepaald in de artikelen 169
                    en 180 van de Gemeentewet.</al><al>De raad moet geïnformeerd worden over de voortgang van en/of ontwikkelingen in
                    de uitvoering van het beleid; de informatie heeft betrekking op het doel, het
                    proces en de middelen (de zogenaamde: DPM).</al><al>Er is er voor gekozen jaarlijks één bestuursrapportage te laten verschijnen
                    waarin over tenminste de eerste helft van het begrotingsjaar gerapporteerd wordt
                    en de prognoses indien nodig bijgesteld worden ( op basis van de planning en
                    control kalender). In lid drie geeft de raad aan waarover hij in elk geval in de
                    bestuursrapportage in hoofdlijnen wil worden geïnformeerd. De stand van zaken
                    van en prognose voor het lopende begrotingsjaar is een belangrijke basis voor
                    het inzicht en het opstellen van de komende begroting.</al><al>In het vierde lid is nadere invulling gegeven aan de actieve informatieplicht
                    van het college, op grond van de artikelen 169 en 180 Gemeentewet. Met de
                    zogenaamde “Mededelingen Uit het College” (de MUC) informeert het college cq de
                    portefeuillehouder de raad, in principe tijdens een commissievergadering, over
                    ontwikkelingen in langdurige projecten en de uitvoering van de begroting. Het
                    betreffen dan vooral ontwikkelingen in het doel, het proces en/of de middelen.
                    Eventuele budgettaire aanpassingen naar aanleiding daarvan worden in de
                    eerstvolgende raadsvergadering bekrachtigd (begrotingswijziging).</al><al>In de bestuursrapportage als in de jaarrekening wordt een overzicht opgenomen
                    van de uitgevoerde MUC’s en de separaat genomen raadsbesluiten.</al><al/><al><cursief>Artikel 7 Jaarstukken</cursief></al><al>De jaarrekening en het jaarverslag (samen de jaarstukken) zijn het sluitstuk van
                    de begrotingscyclus, de verantwoording over de begrotingsuitvoering door het
                    college cq de controle van de raad daarop. De jaarstukken zijn qua indeling
                    gelijk aan die van de programmabegroting.</al><al/><al><cursief>Artikel 8 Activa</cursief></al><al>De verordening moet volgens artikel 212 Gemeentewet in elk geval bevatten
                    “regels voor waardering en afschrijving activa”. Dit artikel bevat de kaders,
                    wettelijk en bestuurlijk, waaraan het waarderen en afschrijven van activa in
                    Montferland moeten voldoen. Het is belangrijk een consistent waarderings- en
                    afschrijvingsbeleid activa te voeren. Zowel in de begrotingsstukken als de
                    jaarstukken zullen daarom de waarderingsgrondslagen en afschrijvingstermijnen
                    expliciet worden vermeld. De raad stelt ze vast door middel van de
                    begrotingsvaststelling.</al><al/><al><cursief>Artikel 9 Kostprijsberekening</cursief></al><al>Artikel 212 Gemeentewet bepaalt in het tweede lid, letter b dat de verordening
                    in ieder geval bevat de grondslagen voor de berekening van de door het
                    gemeentebestuur in rekening te brengen prijzen en tarieven voor rechten. De
                    grondslag voor de prijzen en tarieven vormt de samenstelling van de kostprijs
                    van de diensten waarvoor prijzen en heffingen in rekening worden gebracht. In
                    artikel 9 van de verordening staan de kaders voor de bepaling van de kostprijzen
                    van de gemeentelijke diensten. Lid 1 van het artikel bepaalt dat de kostprijs
                    bestaat uit de directe kosten en de indirecte kosten die direct met de dienst
                    samenhangen. Het tweede lid bepaalt dat onder de indirecte kosten ook worden
                    verstaan bijdragen aan bestemmingsreserves en voorzieningen voor noodzakelijke
                    vervanging van betrokken activa en de compensabele BTW. Hiermee wordt invulling
                    gegeven aan de mogelijkheid die artikel 229b Gemeentewet biedt. De kaders in het
                    artikel vormen de basis waarbinnen het college haar systematiek van
                    kostentoerekening kan vormgeven en de kostenverdeelsleutels voor de toerekening
                    van indirecte kosten kan vaststellen.</al><al/><al><cursief>Artikel 10 Vaststelling hoogte belastingen, rechten en
                        heffingen</cursief></al><al>Het vaststellen van de tarieven voor belastingen, rechten en leges is een
                    bevoegdheid van de raad, die niet kan worden gedelegeerd (artikel 156
                    Gemeentewet). Het artikel bepaalt dat de raad de tarieven voor de belastingen,
                    rioolrechten, afvalstoffenheffing, leges en overige lokale heffingen jaarlijks
                    op voorstel van het college vaststelt. De hoogte van de tarieven is afhankelijk
                    van de vaststelling van de begroting inclusief het dekkingsplan. Op basis
                    daarvan wordt doorgaans in een volgende raadsvergadering en door een separaat
                    raadsvoorstel daadwerkelijk de tarieven vastgesteld door de raad.</al><al/><al><cursief>Artikel 11 Financiering</cursief></al><al>De financieringsfunctie (treasury) is een belangrijk onderdeel van het
                    middelbeheer. Gezien de kwetsbaarheid van deze functie bevat artikel 212
                    Gemeentewet de expliciete bepaling dat de financiële verordening hierover regels
                    voor het beleid en de organisatie bevat. </al><al>Het eerste lid bevat richtlijnen voor het college voor de uitvoering van de
                    financieringsfunctie. </al><al>In het tweede lid staan de kaders voor het financieel beleid opgesomd, die bij
                    de uitvoering in acht moeten worden genomen. </al><al>Het college stelt een treasurystatuut vast waarin de kaders van dit artikel zijn
                    verwerkt en de uitvoering van de financiering verder is uitgewerkt inclusief de
                    bevoegdheden en verantwoordelijkheden. Gelet op de omvang van de
                    financieringsfunctie wordt het statuut en de wijzigingen daarin ter kennis
                    gebracht van de raad.</al><al>Het verstrekken van leningen en garanties en het aangaan van financiële
                    participaties mogen gemeenten alleen uit hoofde van de publieke functie (artikel
                    2 Wet Fido). Daarbij bepaalt het tweede lid van artikel 160 Gemeentewet dat een
                    besluit tot de oprichting van en de deelneming in stichtingen, maatschappen,
                    vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen
                    niet eerder wordt genomen dan nadat de raad een ontwerpbesluit is toegezonden en
                    hij zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college heeft kunnen
                    brengen.</al><al>In het vijfde lid zijn aanvullende eisen aan dergelijke besluiten gesteld. Het
                    publieke belang moet door het college worden gemotiveerd. Daarbij draagt de
                    verordening het college op bij het aangaan van dergelijke overeenkomsten zo
                    mogelijk zekerheden te bedingen. Immers, als bij een gemeente wordt aangeklopt
                    voor bijvoorbeeld een lening of garantiestelling dan hebben banken in veel van
                    die gevallen er blijkbaar niet al te veel vertrouwen (meer) in.</al><al/><al><cursief>Artikel 12 Ander financieel beleid</cursief></al><al>In de verordening is voor gekozen allerlei financiële beleidsonderwerpen bij de
                    begroting aan de orde te stellen en niet door middel van afzonderlijke
                    beleidsnota’s. In zijn algemeenheid moet de begroting het instrument zijn tot
                    vaststelling van het totale financiële beleid (integrale afweging). Dat laat
                    uiteraard onverlet dat in voorkomende gevallen een afzonderlijke beleidsnota kan
                    worden gevraagd. De onderwerpen hebben betrekking op alle verplichte paragrafen
                    en toegevoegd zijn, gelet op het financiële en of bestuurlijke belang, de
                    verstrekte subsidies en misbruik en oneigenlijk gebruik van gemeentelijke
                    regelingen. Indien het noodzakelijk wordt geacht kunnen er beleidsonderwerpen
                    toegevoegd worden.</al><al/><al><cursief>Artikel 13 Administratie</cursief></al><al>Onder dit artikel zijn algemene bepalingen opgenomen voor de inrichting van de
                    gemeentelijke administratie. Op hoofdlijnen wordt opgedragen welke gegevens
                    systematisch moeten worden vastgelegd en aan welke eisen deze gegevens moeten
                    voldoen.</al><al/><al><cursief>Artikel 14 Interne controle</cursief></al><al>De accountant toetst jaarlijks van de jaarrekening of deze een getrouw beeld
                    geeft van de gemeentelijke financiën en of de (financiële) beheershandelingen
                    die eraan ten grondslag liggen rechtmatig zijn verlopen. De accountantscontrole
                    is in een separate verordening op basis van artikel 213a Gemeentewet
                    gereglementeerd. Artikel 14 draagt het college op maatregelen te treffen opdat
                    gedurende het jaar of vooraf aan de accountantscontrole de gemeente zelf nagaat
                    of de cijfers in de administraties een getrouw beeld geven en of de financiële
                    beheershandelingen die aan de baten en lasten en de balansmutaties ten grondslag
                    liggen rechtmatig (zijn) verlopen.</al><al/><al><cursief>Artikel 15 Financiële organisatie</cursief></al><al>Hier zijn de uitgangspunten voor de financiële organisatie bepaald. Volgens het
                    eerste lid letter a van artikel 160 Gemeentewet is het college bevoegd regels
                    vast te stellen over de ambtelijke organisatie van de gemeente. Het college
                    wordt onder letter a, b, c en d van het artikel uit de verordening opgedragen
                    bepaalde van deze regels die de financiële organisatie betreffen, vast te leggen
                    in besluiten zoals een organisatiebesluit, het mandaatbesluit, een
                    budgethoudersregeling en financieel mandaat, procesbeschrijvingen, een
                    treasurystatuut en de afdelingsplannen.</al><al/><al><cursief>Artikel 16 Inkoop en aanbesteding</cursief></al><al>Artikel 16 draagt het college op een inkoopreglement op te stellen. Dit
                    reglement moet in overeenstemming met de kaders die door de gemeenteraad gesteld
                    zijn over het inkoopbeleid. De regels in een dergelijk inkoopreglement moeten
                    natuurlijk wel Europa-proof zijn. Europese aanbestedingsregels maar ook
                    nationale aanbestedingsregels moeten worden nageleefd en vormen het kader
                    waarbinnen een dergelijk inkoopreglement moet worden opgesteld.</al><al>De gemeenteraad heeft op 20 december 2007 het inkoopbeleid herijkt en aangepast.
                    De interne regels zijn in een protocol door het college vastgesteld.</al><al/><al><cursief>Artikel 17 Inwerkingtreding</cursief></al><al>De verordening treedt in de plaats van de vorige op grond van artikel 212
                    Gemeentewet ingestelde verordening. Het artikel bepaalt dat de verordening van
                    toepassing is op de jaarrekening en –verslag over 2009 en alle stukken van de
                    volgende begrotingsjaren.</al><al>Binnen twee weken na vaststelling door de raad moet het college de verordening
                    aan gedeputeerde staten zenden (artikel 214 Gemeentewet). Gedeputeerde staten
                    kunnen te allen tijde een onderzoek instellen naar het beheer en de inrichting
                    van de financiële organisatie en de verordening ex artikel 212 Gemeentewet.</al><al>De financiële verordening heeft enkel interne werking en is dus niet een besluit
                    van algemene strekking in de zin van de Algemene Wet Bestuursrecht. De
                    verordening hoeft dan ook niet gepubliceerd te worden, voordat zij in werking
                    kan treden.</al><al/><al><cursief>Artikel 18 Overgangsbepalingen</cursief></al><al>Het eerste lid bevat de overgangsbepaling dat voor bepaalde activa de tot dan
                    toe gehanteerde afschrijvingstermijnen en/of –methodiek blijven gelden.</al><al/><al><cursief>Artikel 19 Citeertitel</cursief></al><al>Dit is de naam, waarmee in de gemeentelijke stukken naar deze verordening moet
                    worden verwezen.</al><al>-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>