<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR116548_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Evaluatiegesprekken burgemeester en raad Bloemendaal 2011</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Bloemendaal</dcterms:creator><dcterms:modified>2011-10-07</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Bloemendaal</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Weekblad Kennemerland Zuid d.d. 6 oktober 2011</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Evaluatiegesprekken burgemeester en raad Bloemendaal 2011</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 139, lid 2</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2011-09-29</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2011-10-07</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2019-02-15</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2011050055</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>1.Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening Evaluatiegesprekken burgemeester en raad Bloemendaal 2011</intitule><regeling><aanhef><preambule><al> Nr. 2011050055 De raad der gemeente Bloemendaal;gelezen het voorstel van het
            presidium van 6 september 2011;<onderstreept>b e s l u i t :</onderstreept>vast te
            stellen de volgende:<vet>Verordening Evaluatiegesprekken burgemeester en raad
                Bloemendaal 2011 </vet></al><al/><al><vet>Verordening Evaluatiegesprekken burgemeester en raad Bloemendaal
                            2011</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1 </nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al><cursief>gesprekken</cursief>: evaluatiegesprekken namens de raad
                                met de burgemeester;</al></li><li nr="b."><al><cursief>evaluatiecommissie</cursief>: de evaluatiecommissie bedoeld
                                in artikel 2;</al></li><li nr="c."><al><cursief>adviseurs</cursief>: wethouder(s) of gemeentesecretaris die
                                de commissie van informatie voorzien;</al></li><li nr="d."><al><cursief>commissaris</cursief>: commissaris van de Koningin in de
                                provincie.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2: </nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><al><vet><cursief>Algemene bepalingen</cursief></vet></al><al>Lid 1. De raad stelt een evaluatiecommissie in, die gesprekken voert met de
                        burgemeester.</al><al>Lid 2. De evaluatiecommissie voert ten minste drie gesprekken per
                        ambtsperiode.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3: </nr><titel>Procedure en tijdschema</titel></kop><al>Lid 1. De griffier agendeert en organiseert de evaluatiegesprekken.</al><al>Lid 2. Drie van de gesprekken worden gevoerd in ieder geval vier weken
                        voorafgaand aan het voortgangsgesprek dat de commissaris van de Koningin met
                        de burgemeester heeft.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4: </nr><titel>Samenstelling commissie</titel></kop><al>Lid 1. De raad kiest de evaluatiecommissie uit zijn midden, in beginsel ten
                        minste acht weken voor het formele gesprek bedoeld in artikel 3, lid 2.</al><al>Lid 2. De evaluatiecommissie bestaat uit maximaal de fractievoorzitters uit
                        de raad </al><al>Lid 3. De raad benoemt geen plaatsvervangende leden.</al><al>Lid 4. Bij ziekte of langdurige afwezigheid van een commissielid kiest de
                        raad een vervanger.</al><al>Lid 5. De evaluatiecommissie laat zich bijstaan door de griffier.</al><al>Lid 6. De evaluatiecommissie kan zich laten informeren door wethouder(s) en
                        gemeentesecretaris.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5: </nr><titel>Voorzitterschap avn de evaluatiecommissie</titel></kop><al>Lid 1. De evaluatiecommissie wijst uit haar midden een van de leden aan als
                        voorzitter.</al><al>Lid 2. De voorzitter leidt het gesprek.</al><al>Lid 3. De voorzitter treedt, voor zover nodig, op als woordvoerder.</al><al>Lid 4. De evaluatiecommissie kan zich laten bijstaan door een externe
                        gespreksleider.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6: </nr><titel>Geheimhouding</titel></kop><al>Lid 1. De evaluatiecommissie legt in elke vergadering en elk gesprek, met
                        toepassing van artikel 86 van de Gemeentewet, geheimhouding op over de
                        inhoud van de verslagen en het behandelde tijdens het gesprek of de
                        vergadering.</al><al>Lid 2. De voorzitter ziet erop toe dat aan het gestelde in het vorige lid
                        wordt voldaan.</al><al>Lid 3. Betrokkenen voorkomen dat op enigerlei wijze de vertrouwelijkheid en
                        geheimhouding in gevaar komt. In de voorbereiding kunnen betrokkenen daarom
                        alleen gebruik maken van eigen kennis en ervaring, van openbare bronnen en
                        van voor dit doel vertrouwelijk verkregen informatie van de adviseurs. Het
                        op andere wijze inwinnen van inlichtingen of informatie of overleg met
                        derden is niet toegestaan.</al><al>Lid 4. De evaluatiecommissie en haar leden verstrekken geen inzage in de
                        verslagen noch informatie daarover en over het behandelde tijdens de
                        gesprekken aan raadsleden die geen lid zijn van de evaluatiecommissie, noch
                        aan anderen, behoudens het bepaalde in artikel 7, lid 1 en artikel 9, lid
                        4.</al><al>Lid 5. De evaluatiecommissie, noch de raad heft de geheimhouding waartoe het
                        eerste lid verplicht, op.</al><al>Lid 6. De evaluatiecommissie treft een voorziening met betrekking tot de
                        wijze waarop de geheimhouding blijft gewaarborgd bij het beheer van
                        documenten, voeren van de correspondentie</al><al>en bij de bepaling van plaats en tijdstip van de gesprekken.</al><al>Lid 7. De geheimhoudingsplicht blijft na ontbinding van de
                        evaluatiecommissie van kracht.</al><al>Lid 8. Het in dit artikel bepaalde is van overeenkomstige toepassing op de
                        griffier, de adviseurs en de externe gespreksleider.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7: </nr><titel>Voorbereiding gesprek</titel></kop><al>Lid 1. De leden van de evaluatiecommissie en de burgemeester krijgen de
                        gelegenheid om, voor zover van toepassing, het voorgaand evaluatieverslag in
                        te zien.</al><al>Lid 2. De leden van de evaluatiecommissie en de burgemeester krijgen de
                        gelegenheid om bespreekpunten aan te leveren.</al><al>Lid 3. Uiterlijk twee weken voor het gesprek ontvangen de leden van de
                        evaluatiecommissie en de burgemeester namens de voorzitter een schriftelijke
                        uitnodiging; die bevat in ieder geval plaats, tijdstip, agenda en
                        bespreekpunten.</al><al>Lid 4. Het commissielid dat niet in staat is het gesprek bij te wonen, deelt
                        dit tijdig mee.</al><al>Lid 5. Bij verhindering van meer dan één lid van de evaluatiecommissie zorgt
                        de griffier voor een nieuwe afspraak.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8: </nr><titel>Het gesprek</titel></kop><al>Lid 1. De gesprekken en de vergaderingen vinden plaats in beslotenheid.</al><al>Lid 2. Tijdens het gesprek hebben zowel de leden van de evaluatiecommissie
                        als de burgemeester de mogelijkheid hun mening over en ervaringen met de
                        geagendeerde bespreekpunten toe te lichten.</al><al>Lid 3. Uitgangspunt bij het gesprek is de profielschets waarop de
                        burgemeester is benoemd.</al><al>Lid 4. De volgende onderwerpen worden tijdens het gesprek besproken:</al><lijst><li nr="a."><al>de burgemeester als voorzitter van de raad en zijn rol in het
                                presidium of overleg met de fractievoorzitters;</al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>de burgemeester in het proces van dualisme;</al></li><li nr="c."><al>de burgemeester als voorzitter van het college;</al></li><li nr="d."><al>de burgemeester als coördinator van beleid, kwaliteitsbewaker met
                                toepassing van artikel 170 Gemeentewet;</al></li><li nr="e."><al>e.de burgemeester die invulling geeft aan de eigen portefeuille,
                                waaronder de handhaving van de openbare orde en veiligheid;</al></li><li nr="f."><al>de burgemeester en zijn contacten met de inwoners, organisaties en
                                bedrijven;</al></li><li nr="g."><al>de burgemeester als ambassadeur en gezicht van de gemeente in de
                                regio, provincie, rijk en Europa;</al></li><li nr="h."><al>de burgemeester en zijn contacten met ambtenaren, met name de</al></li><li nr=""><al>gemeentesecretaris, de griffier en het management van de
                                gemeentelijke organisatie;</al></li></lijst><lijst><li nr="i."><al>de burgemeester en zijn nevenfuncties en integriteit;</al></li><li nr="j."><al>de burgemeester en zijn, aan de profielschets gerelateerde,
                                competenties.</al></li></lijst><al>Lid 5 In een tweede deel van het gesprek kan worden gesproken over de
                        ontwikkelingen van de gemeente.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9: </nr><titel>Verslaglegging</titel></kop><al>Lid 1. Door de griffier wordt het evaluatieverslag in conceptvorm in
                        drievoud opgesteld en door de evaluatiecommissie en de burgemeester door
                        ondertekening vastgesteld.</al><al>Lid 2. Het verslag bevat de feitelijke gegevens van de tijd, plaats en rol
                        van de aanwezigen bij het gesprek.</al><al>Lid 3. Het verslag geeft een duidelijk en feitelijk beeld van het
                        besprokene.</al><al>Lid 4. Een afschrift van het vastgestelde verslag wordt aan de burgemeester
                        en de commissaris van de Koningin in de provincie gestuurd.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10: </nr><titel>Archivering</titel></kop><al>Lid 1. De griffier draagt zorg voor een afdoende vertrouwelijke archivering
                        van de stukken, waaronder het afschrift van het vastgestelde verslag.</al><al>Lid 2. Na het aftreden van de burgemeester worden alle betreffende stukken
                        door de griffier vernietigd.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11: </nr><titel>Slotartikel</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking één dag na de bekendmaking ex artikel
                        139, tweede lid van de Gemeentewet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12: </nr><titel>Slotartikel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als Verordening Evaluatiegesprekken
                        burgemeester en raad Bloemendaal 2011.</al><al/><al/></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad der gemeente
                        Bloemendaal, gehouden op 29 september 2011.</ondertekening><ondertekening>, voorzitter</ondertekening><ondertekening> , griffier</ondertekening><ondertekening>Gepubliceerd in het Weekblad Kennemerland Zuid d.d. 6 oktober 2011.</ondertekening><ondertekening>In werking: 7 oktober 2011</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label>Nota-toelichting</label><nr/><titel/></kop><tussenkop>TOELICHTING </tussenkop><tussenkop>Algemeen</tussenkop><al>De verordening is bedoeld als een hulpmiddel. Deze helpt om het proces van
                    evaluatiegesprekken tussen de burgemeester en de raad structureel en transparant
                    te maken. </al><tussenkop>Artikel 2</tussenkop><al>Lid 2 geeft een bandbreedte voor het aantal te voeren gesprekken tijdens de
                    ambtsperiode</al><al>van een burgemeester van 6 jaar. De commissaris van de Koningin voert gedurende
                    die</al><al>termijn 3 voortgangsgesprekken met de burgemeester. De raad zou in ieder geval
                    voorafgaand</al><al>aan die gesprekken, dus drie maal per ambtsperiode, een evaluatiegesprek met
                    de</al><al>burgemeester moeten voeren. Het verdient echter aanbeveling dat de raad een
                    hogere frequentie</al><al>aanhoudt. Een jaarlijks evaluatiegesprek met de burgemeester en de raad heeft
                    als</al><al>voordeel dat de gesprekken over een kortere periode gaan waarbij – tijdens een
                    formeel</al><al>moment - zowel de burgemeester als de raad regelmatiger van elkaar horen hoe
                    over elkaars</al><al>functioneren wordt gedacht. </al><tussenkop>Artikel 3</tussenkop><al>Lid 2: ‘Drie van de gesprekken worden gevoerd vier weken voorafgaand aan de
                    voortgangsgesprekken</al><al>die de commissaris van de Koningin met de burgemeester heeft’. De termijn
                    van</al><al>vier weken is gekozen om voldoende tijd te hebben om het verslag van het
                    evaluatiegesprek</al><al>op te stellen en door de gesprekdeelnemers te laten vaststellen (zie artikel 9
                    van de verordening).</al><al>De burgemeester heeft dan binnen een redelijke termijn duidelijkheid en het
                    verslag kan vervolgens dienen als basis voor het voortgangsgesprek dat de
                    commissaris van de Koningin met de burgemeester voert.</al><tussenkop>Artikel 4</tussenkop><al>In lid 1 wordt in afwijking van de voorbeeld-verordening over een termijn van
                        <cursief>in beginsel</cursief> acht weken gesproken. Zonder deze toevoeging
                    zou de verkiezing van een evaluatiecommissie dit jaar misschien wel eens te laat
                    kunnen zijn geweest. </al><al>In lid 2 er is gekozen voor de commissie uit <cursief>maximaal </cursief>de
                    fractievoorzitters uit de raad te laten bestaan. De commissie mag dus ook
                    kleiner van omvang zijn. </al><al>Het Presidium stelt voor de commissie uit alle fractievoorzitters (7) te laten
                    bestaan. Met het oog op de fusie met Bennebroek per 1 januari 2009, komt de
                    verordening per die datum te vervallen. Bij een naar verwachting nieuw vast te
                    stellen verordening zal de omvang opnieuw bepaald worden. </al><al>De deelnemers zijn ook degenen die het gesprek voorbereiden en wellicht een
                    training hebben</al><al>gehad voor het voeren van een evaluatiegesprek. Om die redenen is het niet
                    verstandig daar</al><al>ook plaatsvervangende leden bij te betrekken. Dat zou afbreuk kunnen doen aan
                    zowel een</al><al>gedegen voorbereiding van het gesprek door de deelnemers als het vertrouwelijk
                    karakter</al><al>daarvan.</al><tussenkop>Artikel 4</tussenkop><al>Lid 5: de evaluatiecommissie kan ervoor kiezen om zich vooraf door wethouder(s)
                    en of</al><al>secretaris te laten informeren over het functioneren van de burgemeester.
                    Besloten kan worden</al><al>deze adviseur(s) bij een deel van het gesprek aanwezig te laten zijn.</al><tussenkop>Artikel 5</tussenkop><al>Lid 4 regelt de mogelijkheid, dat de evaluatiecommissie zich kan laten bijstaan
                    door een</al><al>externe gespreksleider. Een externe gespreksleider is in die hoedanigheid
                    uitsluitend technisch</al><al>voorzitter, die het doel van het evaluatiegesprek en de individuele belangen van
                    de</al><al>deelnemers in de gaten houdt en de tijd bewaakt. De deelnemers kunnen zich
                    volledig richten</al><al>op het gesprek.</al><al>De in de verordening genoemde bevoegdheden van de voorzitter gaan in een</al><al>dergelijk situatie <vet>NIET </vet>over op de externe gespreksleider. De externe
                    gesprekleider ondertekent</al><al>evenmin het conceptverslag. Uiteraard is de geheimhoudingsplicht <vet>WEL
                    </vet>op de externe</al><al>van toepassing.</al><tussenkop>Artikel 6</tussenkop><al>Lid 3 regelt dat betrokkenen voorkomen dat op enigerlei wijze de
                    vertrouwelijkheid en</al><al>geheimhouding in gevaar komen. Hiermee is bedoeld te zeggen, dat in de
                    voorbereiding</al><al>betrokkenen alleen gebruik kunnen maken van eigen kennis en ervaring, van
                    openbare bronnen</al><al>en van voor dit doel vertrouwelijk verkregen informatie van wethouders en
                    gemeentesecretaris.</al><al>Het op andere wijze inwinnen van inlichtingen of informatie of overleg met
                    derden</al><al>(zowel binnen als buiten het gemeentehuis) is uitgesloten. Geheimhouding moet
                    voorkomen</al><al>dat de privacy van de betrokkenen geschonden wordt en de bestuurskracht
                    afneemt.</al><al>Daarnaast kan het bevragen van derden leiden tot belangenverstrengeling.</al><al>Of <cursief>naar aanleiding van</cursief> een evaluatiegesprek in onderling
                    overleg gemaakte –zakelijke- afspraken kenbaar worden gemaakt aan (o.a.) de
                    raadsfracties, is afhankelijk van de plaatselijke politiek-bestuurlijke
                    verhoudingen. Er zal op dat moment naar bevind van zaken gehandeld moeten
                    worden.</al><tussenkop>Artikel 7</tussenkop><al>Lid 1: de leden van de evaluatiecommissie krijgen de gelegenheid om het
                    evaluatieverslag</al><al>van het laatstgehouden gesprek in te zien zodat zij weten welke afspraken er
                    zijn gemaakt.</al><al>Bovendien hoeft de samenstelling van de commissie niet noodzakelijk dezelfde te
                    zijn als in</al><al>het voorgaande evaluatiegesprek. Daarnaast kan gekozen worden om ook de
                    voorgaande</al><al>verslagen te laten inzien. Het inzien van het evaluatieverslag gebeurt op de
                    kamer en in</al><al>aanwezigheid van de griffier. Van het verslag worden geen kopieën gemaakt.</al><tussenkop>Artikel 8</tussenkop><al>Lid 3 :de profielschets is uitgangspunt voor het gesprek. Op basis van dat
                    profiel heeft de</al><al>vertrouwenscommissie de burgemeester voorgedragen voor benoeming. In lid 5 wordt
                    de</al><al>mogelijkheid geboden om vervolgens ook over de gevolgen van maatschappelijke
                    ontwikkelingen</al><al>voor het functioneren van het gemeentebestuur te spreken. Bij een nieuwe
                    procedure</al><al>voor (her)benoeming kunnen maatschappelijke ontwikkelingen in de gemeente reden
                    zijn</al><al>tot het opstellen van een nieuwe profielschets. In bijvoorbeeld het laatste
                    gesprek, waarbij</al><al>ook de herbenoeming een bespreekpunt kan zijn, kunnen de ideeën voor het
                    bijstellen of het</al><al>opstellen van een nieuwe profielschets voortvloeien uit het bespreekpunt over de
                    toekomst</al><al>van de gemeente. Deze uitkomst kan de voorzitter aan alle fractievoorzitters
                    terugmelden.</al><tussenkop>Artikel 9</tussenkop><al>Lid 1 regelt de verslaglegging van het gesprek. Het door de griffier opgestelde
                    conceptverslag</al><al>wordt voorgelegd aan de leden van de evaluatiecommissie en de burgemeester.
                    Binnen</al><al>een door betrokkenen af te spreken termijn dienen zij hierop te reageren. Het
                    verslag wordt</al><al>in drievoud opgesteld en ondertekend zodat zowel de burgemeester, de raad als
                    commissaris</al><al>van de Koningin een exemplaar heeft.</al><al>Het verslag wordt door ondertekening van zowel de leden als de burgemeester
                    vastgesteld.</al><al>De burgemeester kan ervoor kiezen het verslag alleen voor gezien te
                    ondertekenen. In dat</al><al>geval dient de burgemeester ervoor te zorgen dat een zienswijze aan het verslag
                    wordt toegevoegd</al><al>Dit zou onder meer een verdieping of uitwerking van gemaakte afspraak of
                    afspraken kunnen</al><al>inhouden. Een termijn van 10 werkdagen is dan een redelijke termijn om een en
                    ander</al><al>te laten bezinken en te heroverwegen. Daarnaast is het dan nog steeds mogelijk
                    om het evaluatieverslag</al><al>met zienswijze tijdig naar de commissaris van de Koningin te sturen.</al><al>Een mooiere oplossing is om nogmaals met dezelfde deelnemers aan het gesprek ‘om
                    tafel</al><al>te gaan’ en de ‘pijnpunten’ uit het verslag te bespreken zodat kan worden
                    uitgesloten dat er</al><al>wellicht sprake is van een misverstand. In dat geval kan het verslag worden
                    aangepast.</al><al>Indien het evaluatiegesprek werd voorgezeten door een externe gespreksleider kan
                    al dan</al><al>niet besloten worden om die eveneens aan dit gesprek te laten deelnemen.</al><al>Ook voor dit gesprek geldt mutatis mutandis de eerder opgelegde
                    geheimhouding.</al><tussenkop>Artikel 10</tussenkop><al>Onder geheimhouding archivering door de griffier wordt verstaan het opbergen van
                    het</al><al>verslag op een voor anderen niet toegankelijke wijze. Dat kan zijn in een
                    gesloten en verzegelde</al><al>enveloppe. </al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>